CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 bijlage 3 behorend bij toelichting - Quickscan flora&fauna

Politieke commissie 15 november 2023, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Herenweg 116-1183.363 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quick Scan Flora en Fauna Herenweg 116 Wilnis

Quick Scan Flora en Fauna Herenweg 116 Wilnis

Titel

Quick Scan Flora en Fauna Herenweg 116 Wilnis

Uitvoering

Bureau Bleijerveld

Opdrachtgever

Bosman Bouwvergunningen & Advies Admiraal de Ruyterlaan 8F 1421 VL UITHOORN

Datum

18 maart 2019

Status

1e concept

8495 JZ Aldeboarn mob 06-40559568 bleijerveld@ruimtevooradvies.nl

www.ruimtevooradvies.nl

Andringastrjitte 27

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 Aanleiding & doel 1.2 Methoden 1.3 Plangebied 1.4 Ingreep

1 1 2 2 4

2

Beschermde gebieden 2.1 Aanwezigheid beschermde gebieden 2.2 Effecten beschermde gebieden

5 5 5

3

NDFF-gegevens

6

4

Beschermde soorten 4.1 Planten 4.2 Zoogdieren 4.3 Vleermuizen 4.4 Vogels 4.5 Amfibieën 4.6 Reptielen 4.7 Vissen 4.8 Ongewervelden 4.9 Samenvatting

7 7 7 7 9 9 9 9 9 9

5

Conclusies 5.1 Beschermde gebieden 5.2 Beschermde soorten

11 11 11

Bronnen Bijlage I. Wettelijk kader en beleidsbeleid

13

1 1.1 Aanleiding & doel

Inleiding

Aan de Herenweg 116 te Wilnis bevindt zich een voormalig bedrijfsterrein. Het voornemen bestaat om het terrein te bestemmen voor woningbouw. Onder meer bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met beschermde soorten en gebieden. Wet- en regelgeving omtrent deze soorten en gebieden is vastgelegd in de Wet Natuurbescherming (Wnb, 2017) en de provinciale structuurvisie/ verordening (EHS/NNN).

Figuur 1. Globale ligging plangebied (rood).

Het onderhavige rapport beschrijft de resultaten van de quick scan van beschermde natuurwaarden in en rond het plangebied. De rapportage kan dienstdoen als onderbouwing bij bestemmingsplanwijzigingen en ontheffings- of vergunningaanvragen in het kader van de Wet Natuurbescherming of omgevingsverordening. Een quick scan betreft een beoordeling van de aanwezige natuurwaarden in en rond het plangebied op basis van beschikbare gegevens, een terreinbezoek en ecologische kennis. De quick scan is een momentopname en geen standaard veldinventarisatie waarbij meerdere veldrondes in een seizoen worden uitgevoerd. Een quick scan geeft daardoor een beperkter beeld dan een standaard veldinventarisatie. Omdat het onderzoek een momentopname betreft kan geen rekening worden gehouden met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek.

Quick scan flora en fauna Herenweg 116 Wilnis

1

1.2 Methoden

Bij de beoordeling van het plangebied is een bronnenonderzoek verricht naar het voorkomen van beschermde soorten en de ligging van beschermde gebieden in de regio. Daarvoor zijn de gegevens van Waarneming.nl en de Nederlandse Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Voor de ligging van beschermde gebieden is gebruik gemaakt van Synbiosys.alterra.nl en de digitale atlas van provincie Utrecht. Op 15 maart 2019 is het plangebied bezocht. Daarbij is gelet op de daadwerkelijke aanwezigheid van beschermde soorten en indirecte aanwezigheid in de vorm van sporen (verblijfplaatsen, wissels, pootafdrukken en dergelijke). Verder is het terrein beoordeeld op de geschiktheid voor beschermde soorten (habitatbeoordeling).

1.3 Plangebied

Het plangebied (fig. 2) wordt grotendeels gevormd door een voormalig bedrijfsterrein bestaande uit een verhard deel met kantoorgebouwen aan de Herenweg en een opslagterrein ten noordwesten daarvan. Verder is een agrarisch graslandperceel ten oosten van het opslagterrein onderdeel van het plangebied alsmede een klein grasperceel aan de Herenweg. In het plangebied staan drie gebouwen namelijk een kantoor met twee woonlagen, een circa even hoge bedrijfshal en een lage garagebox. Het opslagterrein en het agrarische perceel zijn omgeven door watergangen. Opgaande begroeiing is beperkt tot enige wilgenopslag langs de westoever van het agrarische perceel. De opgaande begroeiing, een keet en de verharding zijn recent van het opslagterrein verwijderd. Het plangebied ligt tussen de Herenweg in het zuiden en de ringvaart in het noorden. Aan de oost- en westzijde grenst het plangebied aan de bebouwing van Wilnis.

Figuur 2. Luchtfoto plangebied met projectgrens (geel). Quick scan flora en fauna Herenweg 116 Wilnis

2

Figuur 3. Hoofdingang aan de noordzijde.

Figuur 4. Zuidoosthoek van het gebouw.

Figuur 5. Oudere boompartij in de zuidwesthoek.

Figuur 6. Zuidwesthoek van het gebouw.

Figuur 7. Zuidwesthoek van het gebouw.

Figuur 8. Zuidwesthoek van het gebouw.

Quick scan flora en fauna Herenweg 116 Wilnis

3

1.4 Ingreep

Het voornemen bestaat om het plangebied te bestemmen voor woningbouw. In totaal omvat het plan 34 grondgebonden woningen en een appartementencomplex met 14 wooneenheden. De drie bestaande gebouwen worden gesloopt. Verder zijn aanpassingen voorzien in de oeverzone bestaande uit het plaatselijke dempingen en ontgravingen. De ontgraving heeft betrekking op de oostoever van het opslagterrein en diverse insteekhaventjes van de woonkavels. Verder worden het opslagterrein en het agrarische perceel van het ‘vaste land’ gescheiden door een nieuw te graven watergang. De westoever van het agrarische perceel wordt verlegd door demping.

Figuur 9. Plangebied met belangrijkste ingrepen.

Quick scan flora en fauna Herenweg 116 Wilnis

4

2 2.1 Aanwezigheid beschermde gebieden

Beschermde gebieden

Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Wilnis en maakt geen deel uit van beschermde natuurgebieden. Rond Wilnis liggen onderdelen van de Groene contour, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000-gebied. De afstand tot deze gebieden bedraagt respectievelijk 3,6, 1,2 en 3,4 kilometer.

Figuur 10. Ligging plangebied (cirkel) t.o.v. beschermde gebieden.

2.2 Effecten beschermde gebieden

Het project is relatief klein terwijl van de toekomstige woonbestemming nauwelijks grensoverschrijdende effecten zijn te verwachten. Mede op grond van de grote afstand tot beschermde natuurgebieden zijn negatieve effecten natuurgebieden op voorhand uit te sluiten.

Quick scan flora en fauna Herenweg 116 Wilnis

5

3

NDFF-gegevens

In de NDFF zijn geen waarnemingen van het plangebied bekend. In de omgeving zijn van twee soortgroepen beschermde soorten gemeld, te weten vleermuizen en vogels. Van de vleermuizen zijn de afgelopen tien jaar enkele waarnemingen van de gewone dwergvleermuis gedaan. Het gaat om foeragerende dieren en een kraamkolonie langs de Wilnisse Zijweg, ten westen van het plangebied. Van de soortgroep vogels zijn 24 algemene soorten waargenomen die te verwachten zijn in het stedelijk gebied. De enige waargenomen soort met vaste nestplaatsen is ransuil. Ook de waarnemingen van deze soort zijn langs de Wilnisse Zijweg gedaan. Wilnis ligt in een regio waarin vrijwel geen waarnemingen van grote modderkruiper zijn gedaan. In de driehoek Amsterdam – Utrecht – Leiden zijn slechts twee waarnemingen bekend. Deze waarnemingen zijn bovendien voor 1951 gedaan.

Figuur 11. Waarnemingen van grote modderkruiper tot heden (stippen) met ligging Wilnis (cirkel). Bron: NDFF 2019

Quick scan flora en fauna Herenweg 116 Wilnis

6

4

Beschermde soorten

4.1 Planten

De onbebouwde ruimte van het plangebied bestaat deels uit voedselrijk, agrarisch grasland dat arm is aan soorten. Er kwamen enkele algemene graslandplanten in voor als gewone paardenbloem, ridderzuring, veldzuring, kruipende boterbloem en scherpe boterbloem. Het opslagterrein is recentelijk ontdaan van begroeiing en verharding waarbij de bodem grotendeels is omgewoeld. De weinige aanwezig vegetatie wees op voedselrijke ruigte overeenkomstig een opslagterrein met soorten als grote brandnetel, riet, harig wilgenroosje en gewone grassen. Langs de oevers was een strook moerasbegroeiing aanwezig met soorten als riet, gele lis, harig wilgenroosje en vooral veel liesgras. Ook dit wijst op een stikstofrijk milieu, vermoedelijk veroorzaakt door het bladafval van de wilgenopslag langs de rand. Er zijn geen bedreigde of beschermde soorten gevonden. De inventarisatie vond plaats in een periode die minder geschikt is voor planten. Op grond van de regio, de aanwezige vegetatie en het terreingebruik zijn beschermde soorten echter uit te sluiten.

4.2 Zoogdieren

Alle inheemse soorten zoogdieren met uitzondering van de mol zijn in meer of mindere mate beschermd. In het plangebied zijn geen zoogdieren of sporen daarvan waargenomen. Het terrein is geschikt voor algemene kleine zoogdieren zoals woelrat, veldmuis, huisspitsmuis en rosse woelmuis. De genoemde zoogdieren zijn algemene, nationaal beschermde soorten waarvoor in geval van ruimtelijke ingrepen een algemene vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wnb geldt. De overige soorten zoogdieren die in de regio voorkomen zijn hoogstens als passant te verwachten.

4.3 Vleermuizen

Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich in holten van bomen en besloten of donkere ruimten van kunstwerken, zoals gebouwen. Op het terrein zijn geen bomen met geschikte holten aanwezig. Van de garageboxen zijn alle wanden enkel zodat verblijfplaatsen zijn uit te sluiten. De twee bedrijfsgebouwen gebouwen zijn in 1970 gebouwd en hebben dezelfde bouwstijl en aanzien. In beide gebouwen is een luchtspouw aanwezig op basis van een ontbrekende voeg in de hal en open stootvoegen in het kantoor. De spouw van de hal is niet nageïsoleerd. Het is aannemelijk dat dit ook niet het geval is bij het kantoor. Beide gebouwen zijn in potentie geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. In de huidige staat is het plangebied marginaal geschikt als foerageergebied door de beperkte oppervlakte en het open karakter. Belangrijke vliegroutes zijn hier uit te sluiten.

Quick scan flora en fauna Herenweg 116 Wilnis

7

Figuur 12. Achtergevel kantoor met open stootvoegen boven de latei.

Figuur 13. Bedrijfshal met ontbrekende dilatatievoeg en specie.

Quick scan flora en fauna Herenweg 116 Wilnis

8

4.4 Vogels

Alle inheemse broedvogels zijn beschermd. De Wnb maakt onderscheid tussen vogels zonder en met vaste broedplaatsen. Van vogels zonder vaste broedplaats zijn alleen de broedsels beschermd en niet het leefgebied. Van vogels met een vaste broedplaats is naast de broedplaats (jaarrond) ook het functionele leefgebied beschermd. Doordat de opgaande begroeiing grotendeels is verwijderd zijn slechts weinig broedvogels te verwachten. De hopen met gerooid hout zijn echter ook geschikte nestelplaatsen. In één van de hopen was een territorium van een winterkoning aanwezig. Verder is de oever geschikt voor algemene watervogels. In de sloot tussen het opslagterrein en het grasland was een nest van een knobbelzwaan aanwezig en in de noordwesthoek was een meerkoet een nest aan het bouwen. In het plangebied zijn geen vaste nestplaatsen van vogels te verwachten. In de gebouwen ontbreken nissen en andere verborgen ruimten die als nestplaats kunnen dienen.

4.5 Amfibieën

Alle soorten amfibieën zijn in meer of mindere mate beschermd. In het plangebied zijn geen amfibieën of eiafzettingen waargenomen. Het water in het plangebied bestaat uit grote watergangen die zijn aangesloten op de ringvaart. Op dergelijke locaties zijn alleen algemene soorten amfibieën te verwachten met name meerkikker. De genoemde amfibieën zijn algemene, nationaal beschermde soorten waarvoor een algemene vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wnb geldt in geval van ruimtelijke ingrepen. Het voorkomen van zeldzame en strikter beschermde soorten is uit te sluiten op basis van de regio, de aanwezige habitats en de stedelijke ligging van het plangebied.

4.6 Reptielen

Alle soorten reptielen zijn in meer of mindere mate beschermd. In de omgeving komt ringslang voor; het kerngebied wordt gevormd door de Vinkeveensche Plassen ten noordoosten van Wilnis. In de omgeving van Wilnis is een klein aantal waarnemingen gedaan. Het plangebied is in de huidige staat geschikt voor ringslang als foerageergebied. Omdat het perceel is omringd door stedelijk gebied is het voorkomen van ringslang echter onwaarschijnlijk en het belang van het plangebied voor deze soort uit te sluiten.

4.7 Vissen

In het plangebied zijn grote, doodlopende watergangen aanwezig die een vrij matige kwaliteit hebben vanwege ingevallen blad. Dit geldt niet voor het grote water aan de oostzijde. In de wateren zijn allerlei gebruikelijke vissoorten van polderwateren te verwachten. De enige beschermde soort die in dergelijke wateren voorkomt is de grote modderkruiper. Uit de verspreidingsgegevens blijkt dat de soort in de regio niet voorkomt. Een negatief effect op beschermde soorten vissen wordt daarom uitgesloten.

4.8 Ongewervelden

De beschermde soorten ongewervelden zijn gebonden aan zeer specifieke habitats. Het plangebied komt voor geen van de beschermde soorten overeen met hun habitat. Deze soortgroep is daarom in zijn geheel uit te sluiten.

4.9 Samenvatting

In het plangebied zijn algemene kleine zoogdieren en amfibieën te verwachten. Er moet rekening worden gehouden met broedvogels zonder vaste

Quick scan flora en fauna Herenweg 116 Wilnis

9

nestplaatsen. De twee bedrijfspanden zijn potentieel geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Van de overige soortgroepen is de aanwezigheid van beschermde soorten uit te sluiten. Tabel 1: Beschermde soorten die binnen de planlocatie worden verwacht op basis van bestaande gegevens en het veldbezoek. SOORTGROEP

TOELICHTING

BESCHERMDE SOORTEN GEEN

Planten

WNB

HR

VR

X

Zoogdieren

Algemene soorten

Alg. ontheffing

Vleermuizen

Verblijfplaatsen

Potentieel

Vleermuizen

Foerageergebied

Verwaarloosbaar

Vleermuizen

Vliegroutes

Broedvogels

Zonder vaste nestplaats

Broedvogels

Met vaste nestplaats

Amfibieën

Algemene soorten

X Aanwezig X Alg. ontheffing

Reptielen

X

Vissen

X

Ongewervelden

X

Quick scan flora en fauna Herenweg 116 Wilnis

10

5

Conclusies

5.1 Beschermde gebieden

Het plangebied is geen onderdeel van beschermde gebieden. Op betrekkelijk grote afstand van het plangebied liggen beschermde natuurgebieden van het Natuurnetwerk Nederland, de Groene contour en Natura 2000. Het project is relatief klein terwijl van de toekomstige woonbestemming nauwelijks grensoverschrijdende effecten zijn te verwachten. Mede op grond van de grote afstand tot beschermde natuurgebieden zijn negatieve effecten natuurgebieden op voorhand uit te sluiten.

5.2 Beschermde soorten

In het plangebied zijn algemene, nationaal beschermde soorten zoogdieren en amfibieën te verwachten. Wat betreft ruige delen, houthopen en de oeverzone moet rekening worden gehouden met broedvogels zonder vaste nestplaats. Beide bedrijfsgebouwen zijn geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Zoogdieren en amfibieën (nationale soorten Wnb) Door een eventuele reconstructie van het buitenterrein kan verstoring van deze soorten optreden en ook sterfte van dieren. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten geldt afhankelijk van de provincie een vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen. In provincie Utrecht geldt deze vrijstelling voor alle gevonden en verwachte soorten. Aanvullende maatregelen zijn voor deze soorten zijn niet noodzakelijk. Broedvogels zonder vaste nestplaatsen (Wnb-Vogelrichtlijn) Bij het bouwrijpmaken van het onbebouwde deel van het plangebied in het broedseizoen is verstoring van broedsels en sterfte te verwachten. Dit is verboden volgens de Wnb. Daarom dienen deze ingrepen buiten het broedseizoen plaats te vinden. De piek van het broedseizoen beslaat de periode van 15 maart tot 15 juli, maar eerdere en vooral latere broedgevallen zijn mogelijk. Vleermuizen (Wnb-Habitatrichtlijn) In de gebouwen kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn die door de sloop verloren gaan. Ook kan dit sterfte en verstoring veroorzaken.

Deze gevolgen zijn verboden volgens de Wnb. Hieruit volgt dat een aanvullend onderzoek naar de functies van het gebouw voor vleermuizen vereist is.

Quick scan flora en fauna Herenweg 116 Wilnis

11

Tabel 2. Maatregelen en vervolgacties n.a.v. quick scan Soortgroep

Soort

Maatregel/vervolgactie

Planten

Alle

¾

Vleermuizen

Alle

Nader onderzoek in de periode van 15 mei – 1 oktober

Zoogdieren

Alle

¾

Vogels zonder vaste

Alle

Bouwrijpmaken buiten de periode 15 maart – 15 juli (15 aug).

Vogels met vaste verblijfplaats

Alle

¾

Amfibieën

Alle

¾

Reptielen

Alle

¾

Vissen

Alle

¾

Ongewervelden

Alle

¾

verblijfplaats

Quick scan flora en fauna Herenweg 116 Wilnis

12

Bronnen www.ndff.nl www.provincie-utrecht.nl www.synbiosis.alterra.nl

Quick scan flora en fauna Herenweg 116 Wilnis

13

Bijlage I

Wettelijk kader en beleidskader

De toets is gericht op de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden. De bescherming is in de wet geregeld middels de Wet natuurbescherming. De gebiedsbescherming die voortkomt uit het beleid uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de provinciale structuurvisies en verordeningen (NNN/EHS) neemt een aparte positie in. Wet natuurbescherming

De Wet natuurbescherming (Wnb) verenigt of vervangt verschillende wetten en verdragen op het gebied van bos- en natuurbescherming, te weten: • • • •

Voormalige Flora- en Faunawet Europese Vogelrichtlijn Europese Habitatrichtlijn, Verdrag van Bonn en Verdrag van Bern Voormalige Boswet

Activiteiten mogen niet leiden tot een overtreding van de verbodsbepalingen. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • •

•

Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geen voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

De Wnb kent verschillende beschermingsregimes voor nationaal beschermde soorten, Vogelrichtlijnsoorten en Habitatrichtlijnsoorten. Elk van deze drie beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten en belangen voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de verbodsbepalingen die relevant zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen en dergelijke. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de rustplaatsen en eieren van vogels voortplantingsplaat- sen of te vernielen of te beschadigen, of rustplaatsen van dieren te nesten van vogels weg te nemen. beschadigen of te vernielen. Art 3.1 lid 3 Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en Het is verboden eieren van

Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Niet van toepassing

deze onder zich te hebben.

dieren in denatuur opzettelijk te vernielen of terapen. Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing. Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Niet van toepassing.

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Vrijstelling In sommige gevallen geldt voor een handeling die gevolgen heeft voor een soort een vrijstelling. Vormen van vrijstellingen zijn het toepassen van een gedragscode, een programmatische aanpak, een provinciale verordening en een ministeriele regeling. Zorgplicht De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leef- omgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Bevoegd gezag De provincie waarin een handeling plaatsvindt is in principe verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wnb. In een aantal gevallen is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland namens het Rijk verantwoordelijk. Het gaat om zaken van nationaal of provincie-overschrijdend belang, zoals Rijkswegen, -wateren en militaire activiteiten. Rode lijst

Een Rode Lijst bevat een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Dit wordt bepaald op basis van zeldzaamheid en/of negatieve trend. De lijsten worden periodiek vastgesteld door de minister van EZ. Rode lijsten hebben geen juridische status. Als een soort op de lijst komt, is deze niet automatisch beschermd. Daarvoor moet de soort worden aangewezen onder de Wnb. De Rode lijsten helpen daarbij. Deze lijsten worden ook gebruikt om te toetsen of de beleidsdoelen over biodiversiteit worden gehaald (www.rijksoverheid.nl).

NNN/EHS

Het Nationale Natuurnetwerk (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur EHS) is een netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland. De EHS is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De juridische borging van de nationale ruimtelijke belangen die in de SVIR worden aangewezen vindt plaats via het

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De rijkslijn zoals verwoord in het SVIR en Barro is dat er bij EHS geen sprake is van externe werking. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen. In of in de nabijheid van een NNN-gebied geldt het 'nee, tenzij'-principe: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële)waarden en kenmerken van het NNN-gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd. De planologische bescherming van het NNN vindt plaats in op basis van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen bestemmingsplannen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13392863/1