Bijlage 8 - Bestuurlijke reactie op advies ASD - Verordeningen Wmo en jeugdhulp 2025
Tekst van het document
POSTADRES
BEZOEKADRES
Postbus 250
T
0297 29 16 16
3640 AG Mijdrecht
F
0297 28 42 81
Croonstadtlaan 111
E
gemeente@derondevenen.nl
3641 AL Mijdrecht
I
www.derondevenen.nl
Het
Adviesraad Sociaal Domein
DATUM
27 januari 2025
UW KENMERK
--
ONS KENMERK UW BERICHT VAN
--
CONTACTPERSOON
P. Wenneker
DOORKIESNUMMER
06 -20916560
p.wenneker@derondevenen.nl
ONDERWERP
Reactie op het advies over de wijzigingen van de Verordening Jeugdhulp en de Verordening Wmo Beste leden van de adviesraad sociaal domein, Op 8 januari 2025 ontvingen wij uw advies op de concept was-wordt-tabel van de Verordening Jeugdhulp De Ronde Venen 2025 en de concept was-wordt-tabel van de Verordening maatschappelijke ondersteuning De Ronde Venen 2025. Wij willen u hartelijk danken voor uw reactie. Uw opmerkingen en adviezen leveren een goede en waardevolle bijdrage aan de kwaliteit van ons beleid. In bijlage 1 leest u onze reactie en de wijze waarop uw adviezen in de verordening Wmo zijn verwerkt. In bijlage 2 leest u onze reactie en de wijze waarop uw adviezen in de verordening Jeugdhulp zijn verwerkt. Vragen Heeft u nog vragen naar aanleiding van deze brief? Dan kunt u contact opnemen met Petra Wenneker (Wmo) op telefoonnummer 06-20916560 en/of Tessa Coumou (Jeugd) op telefoonnummer 06-45756452 van de afdeling Sociaal Domein. Tevens kunt u hen via email bereiken: p.wenneker@derondevenen.nl of t.coumou@derondevenen.nl Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van De Ronde Venen, Marco Vonk Secretaris
Maarten Divendal Burgemeester
Bijlagen: - Bijlage 1: Reactie op vragen en voorgestelde wijzigingen Verordening maatschappelijke ondersteuning De Ronde Venen 2025
REGISTRATIENUMMER
VERZONDEN
-
Bijlage 2: Reactie op vragen en voorgestelde wijziging Verordening Jeugdhulp De Ronde Venen 2025
REGISTRATIENUMMER
Pagina 2 van 15
Bijlage 1 Reactie op vragen en voorgestelde wijzigingen Verordening maatschappelijke ondersteuning De Ronde Venen 2025 In onderstaande overzicht vindt u per punt een reactie op uw vragen en aanbeveling. Uw aanbevelingen zijn zoveel mogelijk overgenomen. Waar dit naar ons oordeel niet mogelijk is hebben wij dit met redenen onderbouwd. Conclusie en advies Adviesraad Sociaal Domein Op verordening Maatschappelijke ondersteuning De Ronde Venen 2025
Reactie
1. De Adviesraad beseft dat in navolging op het raadsvoorstel ‘Verbeter- en
Het college ziet dat u de aanleiding voor de herziening van de verordening Wmo herkent en
besparingsmaatregelen sociaal domein’ de raad is gestart met de implementatie van de maatregelen waaronder een aanpassing van de verordening Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2020 en de verordening Jeugdhulp 2020. De Adviesraad begrijpt dat de aanscherping van de Verordening ook bijdraagt aan de besparingsopgave van de gemeente zoals beschreven in het raadsvoorstel. Tevens dat het noodzakelijk was de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning te actualiseren om zo aan te sluiten bij geldende jurisprudentie en landelijke afspraken.
neemt dit voor kennisgeving aan.
De Adviesraad denkt dat het wellicht niet handig is om bedragen in de Verordening op te nemen aangezien er jaarlijks sprake is van indexering van de tarieven en de Verordening niet jaarlijks wordt aangepast? Biedt een Besluit financiële tegemoetkomingen hiervoor een oplossing. Deze kan jaarlijks worden geïndiceerd.
Het college heeft, in lijn met het advies van de Adviesraad, er reeds voor gekozen om zo min mogelijk bedragen op te nemen in de verordening. Sommige bedragen hebben we uitgewerkt in de nadere regels maatschappelijke ondersteuning. Voor andere bedragen wordt verwezen naar de website van de gemeente, zoals bij de tarieven van de Regiotaxi. Het college
REGISTRATIENUMMER
Pagina 3 van 15
ziet op dit moment geen mogelijkheid om dit toe te passen. Voor de toekomst zal het college verkennen of een Besluit financiële tegemoetkomingen een optie is.
2. Artikel 1.2 Beleidsregels In dit artikel staat in de ‘wordt’ kolom het volgende: Het college stelt nadere regels en beleidsregels vast voor de uitvoering van deze verordening.
Dat is correct. Het is inmiddels aangepast in tekst van de verordening Maatschappelijke Ondersteuning dat de beleidsregels worden vervangen door nadere regels.
De Adviesraad had begrepen dat er Nadere regels opgesteld zijn die de Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning vervangen. Klopt dat? 3. Artikel 6a Gebruikelijke Hulp De Adviesraad begrijpt dat er gekeken wordt naar de gebruikelijke hulp.
Het college neemt uw opmerking ter kennisgeving aan, dank.
De Adviesraad ziet hier graag toegevoegd dat OOK bij het onderzoek naar inzet gebruikelijke hulp gekeken wordt naar een (eventuele) overbelasting. Dit kan bij zowel kortdurende als langdurende inzet van de gebruikelijke hulp.
Het college is het hiermee eens en daarom is dit benoemd in artikel 6a lid 1.g.v: Gebruikelijke hulp is niet of in mindere mate van toepassing als uit objectief onderzoek blijkt dat personen binnen de leefeenheid niet in staat zijn om (een aantal) taken over te nemen vanwege: (langdurige) fysieke afwezigheid een beperking of een beperkte leerbaarheid. (dreigende) overbelasting, waarbij het evenwicht tussen draagkracht en draaglast onder spanning staat. Wanneer de dreigende overbelasting wordt veroorzaakt door een combinatie
REGISTRATIENUMMER
Pagina 4 van 15
4. Artikel 6b Primaat van verhuizen In dit artikel staat in de ‘wordt’ kolom het volgende: Wanneer het totaal aan woningaanpassingen duurder is dan het bedrag zoals genoemd in artikel 6b lid 2 onder b van de verordening kan de gemeente het primaat van verhuizen toepassen. De Adviesraad hoort graag wat er wordt besloten wanneer de bewoner niet wil verhuizen- sociaal vangnet in de buurt!
De Adviesraad mist in de wordt kolom dat er een verhuis- en inrichtingskostenvergoeding wordt verstrekt wanneer sprake is van primaat verhuizen.
van werk en gebruikelijke hulp en andere activiteiten dan werk en huishouden, gaan werk en gebruikelijke hulp voor. Het beoefenen van vrijetijdsbesteding kan het bieden van gebruikelijke hulp in principe niet in de weg staan. Bij (dreigende) overbelasting kan die indicatie van korte duur zijn om de leefeenheid de gelegenheid te geven de onderlinge taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen.
De verordening besluit dat als een inwoner niet wil verhuizen het college deze niet kan verplichten. Zie ook het criterium onder: lid 2 k. de wil van de inwoner om te verhuizen lid 2 l. overige specifieke omstandigheden. Maar dat wil niet zeggen dat het college direct overgaat tot een woningaanpassing alleen op basis van het criterium van niet willen. Stel het primaat van verhuizen is toe te passen en iemand wil niet en heeft daar geen geldige reden toe dan kan het college besluiten om niet alsnog een woningaanpassing te doen. Als iemand wel een geldige reden heeft of er aan andere criteria niet kan worden voldaan dan kan het college verkennen of de huidige woning alsnog zo goedkoop mogelijk aan te passen is. Het college heeft expliciet de verhuis-en inrichtingskosten niet genoemd, omdat we niet per definitie een verhuiskostenvergoeding willen verstrekken als iemand verhuist, maar alleen wanneer daarvoor de noodzaak bestaat. Dit zal
REGISTRATIENUMMER
Pagina 5 van 15
uiteraard altijd door de consulent met de inwoner worden besproken. 5. Artikel 6c vervoersvoorzieningen lid 4 Indien de inwoner gemotiveerd aangeeft dat het aantal kilometers zoals bedoeld in lid 1 en 3 van dit artikel, niet volstaat dan kan inwoner in staat worden gesteld om meer kilometers met het collectief vervoer te reizen. De Adviesraad vindt het positief in lid 4 te lezen dat er sprake is van maatwerk.
Het college neemt deze opmerking ter kennisgeving aan. Het is fijn dat de Gemeente en de leden van het Adviesraad Sociaal Domein op één lijn zitten.
6. Artikel 6c lid 5. Een inwoner maakt tenminste in een aaneengesloten periode van 6 maanden gebruik van het collectief vervoer.
Het college zet geen indicaties stop zonder eerst contact met de inwoner op te nemen. Er kunnen altijd geldige redenen zijn waarom een inwoner een langere periode geen gebruik heeft gemaakt van collectief vervoer (denk aan bijv. revalidatie, ziekenhuisopname etc.).
De Adviesraad hoort graag wat de consequenties dan zijn voor de inwoner/pashouder en gaat er van uit dat eerst naar de reden van niet-gebruik wordt geïnformeerd bij de inwoner/pashouder. 7. Artikel 7 Voorwaarden en weigeringsgronden onder lid 4 d Geen maatwerkvoorziening wordt verstrek: indien uit wetenschappelijk onderzoek onvoldoende de toegevoegde waarde blijkt van de maatwerkvoorziening in het wegnemen van beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie. Het college kan deze hulp wel toekennen wanneer deze in de persoonlijke situatie als meest passend worden gevonden. De Adviesraad hoort graag wat wordt
Het college bedoelt met wetenschappelijk onderzoek dat er wordt aangesloten bij het begrip "stand van de wetenschap". Hiermee wordt bedoeld dat de geleverde of vergoede hulp moet voldoen aan de 'stand van de wetenschap en praktijk'. Deze zorg is wetenschappelijk bewezen, werkend en veilig op de langere termijn. Dit is ter bescherming van de inwoner. Deze toevoeging in de verordening helpt voorkomen dat een maatwerkvoorziening wordt verstrekt door een zorgaanbieder die claimt dat een hulphond of paardencoaching de enige manier is om iemand met autisme om te leren gaan.
REGISTRATIENUMMER
Pagina 6 van 15
bedoeld met wetenschappelijk onderzoek. 8. Artikel 10 Hoogte PGB lid 1 b De hoogte van het PGB voor een zaak wordt maximaal vastgesteld op: Het bedrag van de goedkoopst compenserende voorziening volgens een door het college geaccepteerde offerte indien de gemeente voor de betreffende zaak geen overeenkomst heeft gesloten.
Voor het college is de goedkoopst compenserend altijd leidend. Dit is een Wmo-beginsel. Het goedkoopst compenserend betekent goedkoop én adequaat.
De Adviesraad begrijpt dat uitgegaan wordt van de goedkoopst compenserende voorziening, maar gaat er echter wel vanuit dat dit niet alleen leidend is. 9. Artikel 10 lid 7 Het pgb dient op basis van gewerkte uren aan de ondersteuning te worden uitbetaald. Het hanteren van een maandloon is niet toegestaan.
Deze regel geldt niet alleen voor de uitbetaling van de inzet door de formele zorgaanbieder, maar voor alle pgb’s.
De Adviesraad vraagt zich af of dit alleen geldt voor de uitbetaling van de inzet door de formele aanbieder. De Adviesraad weet dat wanneer sprake is van informele inzet (netwerk) het Servicecentrum PGB wel toestaat dat er een maandloon wordt gehanteerd.
De Adviesraad ziet graag een verduidelijking daarvan in de Verordening.
10. Artikel 11. Bijdrage in de kosten van
Het servicecentrum PGB staat een maandloon wel toe, echter dit is fraudegevoelig. Elke maand wisselt vaak het aantal uren of dagen. Een vast maandloon kan lastig worden herleid naar hoeveel uur er is gewerkt en gedeclareerd. De gemeente wil graag dat de hoeveelheid pgb die is uitgekeerd ook sluitend is aan het bovenstaande. Bij een pgb hoort een goede administratie. Daarom heeft het college deze keuze gemaakt. Het college bedoelt in dit artikel dat de inwoner de
REGISTRATIENUMMER
Pagina 7 van 15
maatwerkvoorzieningen of pgb’s en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen, lid 3. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor het gebruik van collectief vervoer. Wel betaalt de inwoner een opstaptarief en een prijs per rit.
eigen bijdrage die hij of zij is verontschuldigd aan de gemeente niet hoeft te betalen. Voor alle verdere maatwerkvoorzieningen is de inwoner wel een maandelijkse eigen bijdrage verschuldigd. Omdat het klopt wat de adviesraad aangeeft dat het hier in dit artikel onduidelijk beschreven staat hebben we in de nieuwe verordening het woord ‘eigen’ bijdrage toegevoegd.
De Adviesraad vraagt zich af wat bedoeld wordt met geen bijdrage verschuldigd voor gebruikt collectief vervoer terwijl wel een opstaptarief en een ritprijs wordt gehanteerd. 11. Artikel 12. Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik lid 6 Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als duidelijk is dat de inwoner het pgb in die periode anders ten onrechte kan inzetten.
De consulent voert eerst een gesprek met de inwoner voordat een betaling wordt stopgezet. Daarnaast wordt er eerst een gedegen onderzoek uitgevoerd voordat we hiertoe overgaan en uiteraard schriftelijk over gecommuniceerd met de inwoner.
De Adviesraad ziet graag dat alvorens hiertoe wordt overgegaan eerst een gesprek plaatsvindt met de betrokkenen teneinde te achterhalen of opzet aan de orde is. Zo ja, dat hier dan schriftelijk met de betrokken over wordt gecommuniceerd.
Bijlage 2 Reactie op vragen en voorgestelde wijzigingen Verordening Jeugdhulp De Ronde Venen 2025
REGISTRATIENUMMER
Pagina 8 van 15
In onderstaande overzicht vindt u per punt een reactie op uw vragen en aanbeveling. Uw aanbevelingen zijn zoveel mogelijk overgenomen. Waar dit naar ons oordeel niet mogelijk is hebben wij dit met redenen onderbouwd. Conclusie en advies Adviesraad Sociaal Domein op Verordening Jeugdhulp De Ronde Venen 2025
Reactie
1. De Adviesraad beseft dat in navolging op het raadsvoorstel ‘Verbeter- en besparingsmaatregelen sociaal domein’ de raad is gestart met de implementatie van de maatregelen waaronder een aanpassing van
Het college ziet dat u de aanleiding voor de herziening van de verordening Jeugdhulp herkent en neemt dit voor kennisgeving aan.
de verordening Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2020 en de verordening Jeugdhulp 2020. De Adviesraad begrijpt dat de aanscherping van de Verordening ook bijdraagt aan de besparingsopgave van de gemeente zoals beschreven in het raadsvoorstel. Tevens dat het noodzakelijk was de Verordening Jeugdhulp te actualiseren om zo aan te sluiten bij geldende jurisprudentie en landelijke afspraken. De Adviesraad is het niet geheel duidelijk of een aanvraag voor Jeugdhulp alleen digitaal kan worden gedaan. Indien dit het geval is benadrukt de Adviesraad dat hierbij zo nodig ondersteuning wordt geboden. Tevens vindt de Adviesraad van belang dat over de aanvraagprocedure snel en eenvoudig informatie is te vinden op de site van de gemeente.
Voor de aanvraag voor Jeugdhulp gelden de bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In artikel 4:1 staat dat een aanvraag schriftelijk ingediend moet worden tenzij dit bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Het college begrijpt uw verwarring of de aanvraag enkel digitaal kan worden gedaan. Het college heeft hierop een aanpassing doorgevoerd en elektronisch tussen haakjes geplaatst. Het college werkt momenteel aan de informatievoorziening over de procedure op de site van de gemeente.
REGISTRATIENUMMER
Pagina 9 van 15
De Adviesraad ziet in dat er onderzoek gedaan moet worden naar de doelmatigheid en rechtmatigheid voor het toekennen van een vorm van Jeugdhulp. De Adviesraad hoopt echter dat een dergelijk uitgebreid onderzoek geen onnodig vertragende werking heeft en het hoe en waarom duidelijk met de ouder(s) wordt gecommuniceerd. Dit dan in
Voor het komen tot een besluit na de aanvraag voor Jeugdhulp geldt een termijn vanuit de Awb. Mocht het college meer tijd nodig hebben, dan informeert het college de aanvrager binnen deze termijn en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.
een persoonlijk gesprek zodat door de consulent opgemerkt kan worden of hetgeen besproken is door de ouder(s) goed is begrepen. 2. Artikel 1, onder n n. sociaal netwerk: een bloed- of aanverwant of een persoon die deel uitmaakt van de huiselijke kring of sociale relaties van de persoon; De Adviesraad hoort graag de reden waarom aan wie een pgb wordt verstrekt ontbreekt in de ‘wordt’ kolom. Dit staat wel vermeld in de ‘was’ kolom bij m. Tevens hoe deze vorm van hulp dan wel wordt vergoed.
Het college heeft de bewuste keuze gemaakt om het begrip ‘sociaal netwerk’ en ‘pgb’ niet (meer) 1op-1 aan elkaar te koppelen in de begripsdefinitie. Juist om verwarring te voorkomen. Immers kan formele ondersteuning ook door het pgb gefinancierd worden, en deze zorg kan bijvoorbeeld niet geboden worden door iemand uit het sociaal netwerk. Voor informatie over de regels en hoogte van het pgb verwijst het college u naar artikel 10 en 11.
3. Artikel 1, onder n De Adviesraad mist in de definities dat bij formele inzet een Verklaring Omtrent Gedrag en relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken vereist is. De Adviesraad mist eventuele de kwaliteitseisen die gelden voor een formele
Het college heeft in artikel 1, onder d opgenomen aan welke voorwaarden formele ondersteuning moet voldoen, waaronder dat diegene over relevante diploma's moet beschikken die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. Daarnaast wordt verwezen in de definitie naar de kwaliteitseisen van hoofdstuk 4 van de Jeugdwet. In artikel 4.1.6 staat dat men in bezit dient te zijn
REGISTRATIENUMMER
Pagina 10 van 15
aanbieder is vereist.
van een Verklaring Omtrent Gedrag (hierna: VOG). Naar aanleiding van uw advies heeft het college hierop wel nog een aanvulling gedaan ten behoeve van informele ondersteuning en de daarvoor geldende pgb-regels, te weten artikel 11, lid 4d. Het college verzoekt daarbij tevens om een VOG in het geval van informele ondersteuning. Ten aanzien van de kwaliteitseisen voor de formele aanbieder geldt dat deze zijn opgenomen in de daarvoor geldende contracten bij het inkoopbureau Utrecht West.
4. Artikel 3 Toegang jeugdhulp via de gemeente Artikel 3, onder 1 De Adviesraad begrijpt dat de aanvraag schriftelijk moet worden gedaan, maar gaat er hierbij wel vanuit dat er ondersteuning is voor hen die dit nodig hebben. Tevens dat men bij het Loket of Servicepunt terecht kan voor mondelinge toelichting.
Het college begrijpt uw zorg. In lijn met de Awb dient een aanvraag tot jeugdhulp schriftelijk binnen te komen. Om de toegankelijkheid voor alle inwoners te vergroten heeft het college naar aanleiding van uw reactie ‘elektronisch’ tussen haakjes geplaatst. Daarnaast wil het college in de nadere regels uitwerken hoe ondersteuning, indien door inwoners verzocht, met betrekking tot een aanvraag voor jeugdhulp geboden zou kunnen worden.
5. Artikel 3, onder 1c De Adviesraad ziet daarom graag de toevoeging vermeld dat indien gewenst ondersteuning door een jeugdconsulent wordt geboden bij het opstellen van het familiegroepsplan.
Het college heeft naar aanleiding van uw advies een aanvulling op dit punt gedaan, te weten: “Als de jeugdige of zijn ouder(s) daarom verzoeken, zorgt het college voor ondersteuning bij het opstellen van het familiegroepsplan.”.
6. Artikel 5 Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren De Adviesraad vindt de omschrijving in de ‘wordt’ kolom nu duidelijker. De Adviesraad ziet wel graag dat de stappen in het onderzoek in een persoonlijk mondeling gesprek plaatsvindt, zodat duidelijk wordt dat
Het college neemt uw opmerking ter kennisgeving aan, dank. Het college legt aan ouder(s) en/of jeugdige(n) uit wat zij kunnen verwachten van het onderzoek.
REGISTRATIENUMMER
Pagina 11 van 15
jeugdige en ouders dit hebben begrepen. 7. Artikel 5, onder 1 Uit hetgeen onder 5.1 wordt omschreven lijkt het de Adviesraad alsof een familiegroepsplan niet is verplicht. Klopt dat?
Het college bevestigt dat een familiegroepsplan geen verplichting is. De gemeente stelt ouder(s) en de jeugdige wel in de gelegenheid om een familiegroepsplan (met hun netwerk) te maken.
8. Artikel 5a, Eigen kracht Artikel 5a onder 1 De Adviesraad hoort graag de definitie/omschrijving van hulp die valt onder de noemer bovengebruikelijke hulp?
Het college verwijst u voor de omschrijving van bovengebruikelijke hulp graag naar artikel 5a, lid 5.
9. Artikel 5a onder 2, 3, 4 en verder
Het college neemt uw opmerking ter kennisgeving
De Adviesraad begrijpt dat gekeken wordt naar de gebruikelijke hulp. De Adviesraad ziet hier graag toegevoegd dat OOK bij het onderzoek naar inzet gebruikelijke hulp gekeken wordt naar een (eventuele) overbelasting. Dit dan bij zowel kortdurende als langdurende inzet van de gebruikelijke hulp. 10. Artikel 5a bij 2e aandachtsstreepje In dit artikel staat: Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige. De Adviesraad ziet hier graag beschreven dat ook meerdere issues in het gezin voor overbelasting kunnen zorgen waardoor het bieden van bovengebruikelijke hulp niet mogelijk is.
aan, dank. Het college heeft hier aandacht voor, zie onder andere artikel 5a, lid 4.
Het college is van mening daar -binnen de mogelijkheden van de verordening- voldoende aandacht voor te hebben gehad. Onder artikel 5a, lid 8 staat beschreven hoe het college een (dreigende) overbelasting toetst. Bij de beoordeling in langdurige situaties van bovengebruikelijke hulp houdt het college in haar afweging rekening met onder andere lid 6, letter l ‘Overige individuele omstandigheden die door de jeugdige en ouders worden ingebracht’.
11. Artikel 5.5, onder 6 De Adviesraad vindt het positief te lezen dat de criteria zoals onder 6 beschreven wordt meegenomen in het onderzoek.
Het college neemt uw opmerking ter kennisgeving aan, dank.
12. Artikel 5.a onder 8
Het college is van mening dat daar voldoende
REGISTRATIENUMMER
Pagina 12 van 15
De Adviesraad wil benadrukken dat het voor het noodzakelijke gezinsinkomen niet altijd mogelijk is om minder te gaan werken. De Adviesraad gaat er dan ook vanuit dat dit hier aandacht voor is.
aandacht voor is, zoals in lid 6, letter h ‘Het belang van ouders om een inkomen uit arbeid te krijgen en het eventueel ontstaan van financiële problemen’. In lid 8, aandachtsstreepje 4 wordt door het werkwoord ‘kan’ te gebruiken ook ruimte gehouden voor de (on)mogelijkheden.
13. Artikel 5b. Vervoer De Adviesraad vraagt de gemeente erop toe te zien dat wanneer gebruik gemaakt moet/gaat worden van ander vervoer dan verzorgd door de ouder/netwerk dit vervoer
Het college ziet middels het contractbeheer toe op dat de vervoerder adequaat en op tijd rijdt.
dan adequaat en op tijd rijdend vervoer is. Tevens dat het contract wordt nageleefd. 14. Artikel 6. Ondersteuningsplan De Adviesraad ziet graag een toevoeging dat dit- indien nodig/dan wel gewenst- dit plan in een mondeling gesprek met ouder(s)/jeugdige wordt toegelicht.
Het college is van mening dat in dit artikel de woorden ‘bespreekt met’ voldoende duidelijk maakt dat het ondersteuningsplan in een gesprek aan jeugdige en/of zijn ouders wordt toegelicht.
15. Artikel 7. Criteria individuele voorzieningen De Adviesraad gaat er van uit dat bij de criteria van artikel 7 sprake is van systeemgericht werken. Problemen van kinderen staan veelal niet op zichzelf maar zijn gerelateerd aan of door problemen in het gezinssysteem. Met andere woorden een integrale systeemgerichte aanpak is noodzakelijk. De Adviesraad mist in de Verordening een dergelijk aanpak in de jeugdhulp.
Het college begrijpt uw zorg. De term ‘individuele voorzieningen’ houdt in een ‘op de jeugdige en/of zijn ouders toegesneden voorziening als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de verordening. Een individuele voorziening is pas toegankelijk nadat er voorafgaand onderzoek naar de behoeften en persoonskenmerken van de jeugdige en/of zijn ouders. Het woord ‘individueel’ betekent dus niet dat er geen aandacht is voor het systeem.
16. Artikel 8. Niet meewerken De Adviesraad gaat er van uit dat gekeken wordt naar de achterliggende redenen van het niet meewerken aan het instellen van een onderzoek. Dit om reden dat we er van uit
Het college is van mening dat in dit artikel met de woorden ‘binnen hun mogelijkheden’ er voldoende aandacht is voor de omstandigheden van het niet meewerken.
REGISTRATIENUMMER
Pagina 13 van 15
mogen gaan dat ouders het beste met hun kind voorhebben en het niet zomaar af laten weten. 17. Artikel 10, lid 2 onder b Regels voor pgb De Adviesraad begrijpt wat hier staat, maar voor een client/inwoner kan het wellicht niet altijd duidelijk zijn dat het hier om een uitsluiting van kosten gaat. Wellicht anders omschrijven?
Het college begrijpt uw zorg. In de volledig uitgeschreven verordening welke, na vaststelling, gepubliceerd zou worden staat echter hierboven de zin ‘Het pgb mag niet worden besteed aan’.
18. Artikel 11. Hoogte PGB De Adviesraad denkt dat het wellicht niet
Het college gaat ervan uit dat u in uw laatste zin bedoelt ‘geïndexeerd’ in plaats van ‘geïndiceerd’.
handig is om bedragen in de Verordening op te nemen aangezien er jaarlijks sprake is van indexering van de tarieven en de Verordening niet jaarlijks wordt aangepast? Biedt een Besluit financiële tegemoetkomingen hiervoor een oplossing. Deze kan jaarlijks worden geïndiceerd.
Het college heeft naar aanleiding van uw advies een aanpassing gedaan. Het college heeft besloten deze zinssnede te verplaatsen naar de nadere regels, waardoor snelle geanticipeerd kan worden op actuele ontwikkelingen.
19. Artikel 11, lid 3: In lid 3 staat: Hulp waarbij het essentieel is dat voldoende professionele afstand wordt bewaard kan niet verleend worden door een informele hulpverlener. De Adviesraad hoort graag hoe bepaald wordt dat hiervan sprake is?
Voor bijvoorbeeld het bieden van een Ggzbegeleiding acht het college het noodzakelijk dat er voldoende professionele afstand wordt bewaard.
20. Artikel 13. Herziening, intrekking en terugvordering Onder lid 4 staat: Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als duidelijk is dat de jeugdige en/of zijn ouders het pgb in die periode anders ten onrechte kunnen inzetten.
Het college bevestigt dat er niet zondermeer wordt overgegaan tot het gemotiveerd verzoeken tot geheel of gedeeltelijk opschorten van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken. Het college houdt zich aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
REGISTRATIENUMMER
Pagina 14 van 15
De Adviesraad ziet graag dat alvorens hiertoe wordt overgegaan eerst een gesprek plaatsvindt met de betrokkenen teneinde te achterhalen of opzet aan de orde is. Zo ja, dat hier dan schriftelijk met de betrokken over wordt gecommuniceerd. 21. Artikel 14a. Rechtmatigheid en doelmatigheid Bij de laatste aandachtsbullit: De Adviesraad ziet graag een wijziging dat – wanneer sprake is van informele inzet- naar de vaardigheden van de hulpverlener wordt
Het college is van mening dat met artikel 10, lid 4, letter c voldoende geborgd is dat de informele hulpverlener ook in staat moet zijn om de hulp te bieden conform de beoogde doelstellingen.
gekeken ipv naar de kwaliteit. Wanneer sprake is van formele zorg die met het pgb wordt ingezet mag van de instantie sowieso kwaliteit van de hulpverlener verwacht worden.
REGISTRATIENUMMER
Pagina 15 van 15