CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 Archeologisch onderzoek Herenweg 54 13-12-2016

Gemeenteraad 26 september 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Herenweg 54, Vinkeveen7.398 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Auteur

M. Verboom-Jansen MSc, J. Rap MA

Versie

Definitief

Projectcode Datum

16090015 13-12-2016

Opdrachtgever Herenweg 54 3645 DR Vinkeveen Transect

Uitvoerder

Australiëlaan 5-a Onderzoeksmelding

3526 AB Utrecht 4015764100

Bevoegde overheid

Gemeente De Ronde Venen

Beheer documentatie Afbeelding voorblad

Transect, Utrecht Impressie van het noordelijke perceel

Autorisatie Naam

Datum

Drs. A.J. Wullink

01-11-2016

Paraaf

ISSN: 2211-7067

© Transect, Utrecht Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Austral ëlaan 5-a 3526 AB Utrecht

T: 030-7620705 F: 030-7620706 E: informatie@transect.nl

Samenvatting In opdracht van uit Vinkeveen heeft Transect in september 2016 een archeologisch bureau-onderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd in een plangebied aan de Herenweg 52 te Vinkeveen (gemeente De Ronde Venen). Het plangebied bestaat uit twee deellocaties. De aanleiding voor het onderzoek omvat voor de noordelijke deellocatie een bestemmingsplanwijziging, en voor het zuidelijke perceel de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de sloop en nieuwbouw van een woning. Vanuit het bestemmingsplan geldt voor het plangebied een archeologische waarde. Op grond hiervan en de omvang van de voorgenomen ingrepen, is een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Deze rapportage geeft invulling aan die onderzoeksplicht. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied in een veengebied ligt dat vanaf de Late Middeleeuwen is ontgonnen. Het plangebied ligt in de historische kern van Vinkeveen (AMK terrein van hoge waarde). Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente ligt het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting. Deze verwachting heeft betrekking op de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd. Op de kaart uit 1832 is op het zuidelijke perceel een erf met bebouwing aanwezig, er is echter geen bebouwing aanwezig ter plaatse van de huidige Herenweg 52 (waar de sloop en nieuwbouw plaatsvindt).

De huidige bebouwing stamt uit 1870. Het noordelijke perceel is onbebouwd in 1832. Bebouwing uit 1832 is vaak indicatief voor Middeleeuwse bebouwing, dus waarschijnlijk dat deze binnen het noordelijke deelgebied niet aanwezig is. Mogelijk is er sprake van een toemaakdek in het westen van het plangebied. Het zuidelijke perceel is bebouwd en kan niet door middel van een booronderzoek onderzocht worden. Bij het noordelijke perceel is ter plaatse van de nieuwe bestemming wonen een verkennend/karterend booronderzoek uitgevoerd. Tijdens het verkennend/karterend booronderzoek is een toemaakdek uit de 17 e eeuw-21e eeuw aangetroffen. Het toemaakdek is 20 tot 70 cm dik en het dikst aan de zuidzijde van het noordelijke perceel. In de laag is aardewerk en puin uit alle periodes vanaf de late 17 e eeuw aangetroffen. Er zijn geen cultuurlagen of ophooglagen uit de Middeleeuwen waargenomen. Er is dus geen vindplaats uit de Middeleeuwen aangetroffen. De verwachting voor het afgeboorde perceel kan dan ook worden bijgesteld naar laag. Ter plaatse van het oostelijke deel van het noordelijke perceel, dat niet afgeboord is, kan de verwachting ook worden bijgesteld naar laag. Op basis van historisch kaartmateriaal is het onwaarschijnlijk dat hier bebouwing uit de Middeleeuwen gestaan heeft.

Ter plaatse van het zuidelijke perceel is sprake van een historisch erf, dat in ieder geval aan het begin van de 19e eeuw al is bebouwd en waarvan de bewoningsgeschiedenis mogelijk terug gaat tot de Late Middeleeuwen. Ter plaatse van het plangebied stond echter geen bebouwing. Binnen dit deel van het plangebied worden archeologische resten uit de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd verwacht. Waarschijnlijk zijn ze echter al verstoord door de huidige bebouwing. Doordat de nieuwbouw samenvalt met de huidige bebouwing is dit deel niet onderzocht door middel van boringen.

Advies Ter plaatse van het zuidelijke perceel, de Herenweg 52, staat geen bebouwing op historische kaarten ter plaatse van de huidige woning. Ook is de bodem waarschijnlijk al verstoord door de huidige

bebouwing. Omdat de nieuwe woning precies op dezelfde plaats komt als de bestaande bebouwing, is de kans dat bij het vervangen van de huidige woning archeologische resten worden geschaad klein. Daarom wordt geadviseerd om ter plaatse van het zuidelijke perceel geen vervolgonderzoek uit te voeren. Voor het noordelijke perceel is de archeologische verwachting bijgesteld naar laag en er wordt dan ook geen vervolgonderzoek aanbevolen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente De Ronde Venen, om op basis van dit advies een selectiebesluit te nemen.

Kanttekening Onderhavig onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke methoden en inzichten en is erop gericht om de kans op het onverwacht aantreffen dan wel het ongezien vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een steekproef kan echter de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische resten niet gegarandeerd worden. Wanneer bij graafwerkzaamheden toch onverhoopt waardevolle resten worden aangetroffen, dienen deze conform de Erfgoedwet 2016 te worden gemeld.

Inhoud Samenvatting

1

Inhoud

1

1.

Aanleiding

4

2.

Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek

5

3.

Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied

6

4.

Consequenties toekomstig gebruik

8

5.

Beleidskader

10

6.

Landschap, geologie en bodem

11

7.

Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen

13

8.

Bekende archeologische waarden en onderzoeken

17

9.

Gespecificeerde archeologische verwachting

19

10.

Resultaten veldonderzoek

20

11.

Conclusie en Advies

22

12.

Geraadpleegde bronnen

24

Bijlage 1.

Overzicht van geologische (chronostratigrafische) en archeologische periodes

26

Bijlage 2.

Archeologische periode-indeling voor Nederland (conform ABR)

27

Bijlage 3.

Toekomstige situatie

28

Bijlage 4.

Archeologiebeleid gemeente De Ronde Venen

29

Bijlage 5.

Geomorfologische kaart

31

Bijlage 6.

Bodemkaart

32

Bijlage 7.

Actueel Hoogtebestand Nederland

33

Bijlage 8.

Archeologische waarden

34

Bijlage 9.

Boorpuntenkaart noordelijke perceel

35

Bijlage 10. Foto’s van boringen

36

Bijlage 11. Boorstaten

37

1. Aanleiding In opdracht van uit Vinkeveen heeft Transect in september 2016 een archeologisch bureau-onderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase) door middel van boringen uitgevoerd in een plangebied aan de Herenweg 52 te Vinkeveen (gemeente De Ronde Venen). Het plangebied bestaat uit twee deellocaties. De aanleiding voor het onderzoek omvat voor de noordelijke deellocatie een bestemmingsplanwijziging, en voor het zuidelijke perceel de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de sloop en nieuwbouw van een woning. Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.0.

4

2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een archeologisch bureauonderzoek en een Inventariserend veldonderzoek, verkennende/karterende fase. Het onderzoek is uitgevoerd conform protocollen 4002 (bureauonderzoek) en 4003 (inventariserend veldonderzoek) van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.0 (KNA 4.0). Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) en de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) zijn opgenomen. Ook is de beleidsadvieskaart van de gemeente Ronde Venen geraadpleegd. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit divers voorhanden historisch kaartmateriaal. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbaar geologisch-geomorfologisch kaartmateriaal geraadpleegd.

Deze informatie is aangevuld met relevante achtergrondliteratuur. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting. De verkennende fase van het inventariserend veldonderzoek richt zich voornamelijk op de bodemopbouw en de mate van verstoring binnen het plangebied. Op basis van deze gegevens kunnen kansrijke zones worden geselecteerd voor vervolgonderzoek en kansarme zones worden gedeselecteerd. De karterende fase van het inventariserend veldonderzoek richt zich op het opsporen en begrenzen van een vindplaats. Het doel van de karterende fase is dus om de aan- of afwezigheid van een vindplaats, de diepteligging en waar mogelijk de aard en datering van de vindplaats vast te stellen. Het resultaat van het archeologisch vooronderzoek is dit rapport met een conclusie omtrent het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen plannen. Op basis van dit rapport neemt het bevoegd gezag een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de – verwachte – aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden.

5

3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied Gemeente

De Ronde Venen

Plaats

Vinkeveen

Toponiem

Herenweg 52

Kaartblad

31E

Coördinaten (centrum)

Herenweg 52: 124.201 / 469.684 Noordelijke perceel: 124.251 / 469.739

Binnen het archeologisch bureauonderzoek is onderscheid gemaakt in het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarin de geplande bodemingrepen zullen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied en een deel van het direct omringende gebied en wordt bij het onderzoek betrokken om tot een beter inzicht te komen in de archeologische, (cultuur)historische en bodemkundige situatie in het plangebied. Het onderzoeksgebied beslaat het plangebied en het omringende gebied, binnen een straal van circa 500 meter. Het plangebied bestaat uit twee deellocaties aan de Herenweg 52 in Vinkeveen (figuur 1). Het noordelijke perceel beslaat ongeveer 4.400 m2 en is in gebruik als weiland, tuin met in het westen een gebouw. Met de zuidelijke deellocatie wordt de woning aan de Herenweg 52 bedoelt, die zal worden gesloopt. Dit gebouw beslaat nu ongeveer 130 m 2. De totale omvang het plangebied beslaat dus 4.530 m2.

6

Figuur 1 Ligging van het plangebied op de topografische kaart. Bron: www.pdok.nl.

7

4. Consequenties toekomstig gebruik Kader Planvorming

Omgevingsvergunning (zuidelijke perceel) Bestemmingsplanwijziging (noordelijke perceel) Sloop en nieuwbouw

Bodemverstorende werkzaamheden

Graafwerkzaamheden

In het plangebied zijn een tweetal ingrepen voorzien. Voor wat betreft het terrein aan de Herenweg 52 zal de bestaande woning worden gesloopt en vervangen worden door een nieuwe. Daarbij zal de nieuwe woning exact op de plek van de oude woning worden gebouwd. De woning zal daarbij een oppervlak van 132 m2 krijgen en zal niet worden onderkelderd (figuur 3). Het noordelijke perceel betreft een bestemmingsplanwijziging, waarbij een gedeelte van het perceel de bestemming wonen krijgt (geel in bijlage 3).Het overige gedeelte van het noordelijke perceel krijgt de bestemming dagrecreatie met botenstalling (groen in bijlage 3). Dit bestemming wonen gedeelte is ongeveer 1.575 m2. In dit stadium van de plannen zijn de exacte bouwplannen en verstoringsdieptes voor het noordelijke perceel nog niet bekend.

Figuur 2 Locatie van de te slopen woning op het zuidelijke deelgebied, de Herenweg 52 . Bron: Architekten en – ingenieursbureau H.W. van der Laan.

8

Figuur 3 Dwarsdoorsnede nieuwbouw aan de Herenweg 52. Bron: Architekten en –ingenieursbureau H.W. van der Laan.

9

5. Beleidskader Onderzoekskader

Omgevingsvergunning (zuidelijke perceel) Bestemmingsplanwijziging (noordelijke perceel)

Beleidskader

Bestemmingsplan Kom Vinkeveen

Onderzoeksgrens

> 50 m2 en dieper dan 30 cm –Mv

In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Met ingang van juli 2016 (Erfgoedwet) zal het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed worden geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2018 in werking zal treden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bestond al een verplichting om bij de voorbereiding van bestemmingsplannen alle ter zake doende belangen mee te wegen. Volgens het vigerende bestemmingsplan ‘Kom Vinkeveen’ heeft het plangebied een archeologische waarde (www.planviewer.nl). Het plangebied valt volgens het bestemmingsplan binnen Archeologisch Waardevol gebied 1. Dit betekent dat archeologisch onderzoek nodig is bij ingrepen groter dan 50 m 2 en dieper dan 30 cm –Mv.

Deze archeologische waarde is gebaseerd op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente De Ronde Venen (Kloosterman e.a., 2011; Kloosterman, 2011)

10

6. Landschap, geologie en bodem Archeoregio

Westelijk veengebied

Geologie

Formatie van Nieuwkoop

Geomorfologie

Ontgonnen veenvlakte met petgaten

Bodem

Koopveengrond met moerig toemaakdek (ohVc-II)

Grondwater

GWT II

Landschapsgenese Vinkeveen – en daarmee het plangebied – maakt deel uit van het Hollands veen- en kleigebied, ook wel het westelijk veengebied genoemd (Berendsen 2005). Het ontstaan van dit landschap voert terug tot het einde van de laatste IJstijd, circa 10.000 jaar geleden. Het landschap bestond toen uit een reliëfrijk dekzandlandschap bestaande uit zandruggen, -koppen en -vlaktes. Dit reliëf is ontstaan als gevolg van grootschalige zandverstuivingen gedurende de laatste ijstijd, met name tussen 55.000 tot 15.000 jaar geleden. Door de verstuivingen werd over grote gebieden dekzand afgezet, dat geologisch gezien wordt gerekend tot de Formatie van Boxtel (De Mulder e.a. 2003). Aan het begin van het huidige geologische tijdvak, het Holoceen (10.000 jaar geleden tot heden), trad een sterke klimaatsverbetering op, waardoor de gemiddelde jaartemperaturen begonnen te stijgen. Dit leidde tot een grootschalige afsmelting van het landijs, waarbij de vrijgekomen hoeveelheid smeltwater zorgde voor een sterke zeespiegelstijging. Met de stijging van de zeespiegel steeg in Nederland ook het grondwater, dat als het ware landinwaarts werd ‘opgestuwd’. Hierdoor kon het dekzandlandschap geleidelijk verdrinken. Er ontstonden zoetwatermeren en moerassen, waarin op grote schaal veenvorming optrad (Basisveen Laagpakket, De Mulder e.a. 2003, Stouthamer e.a. 2015).

Gedurende het Atlanticum en het Vroeg Subboreaal (grofweg gelijk te stellen met het LaatMesolithicum tot en met het Midden-Neolithicum), steeg de zee steeds verder en drong daarbij het achterland binnen. Ten westen van Vinkeveen ontstond een soort lagune die in uiterlijk vergelijkbaar was met de huidige Waddenzee. Ter plaatse van het plangebied ging de veenvorming onverminderd door, maar doordat het gebied gelegen was in de randzone van deze lagune, ontstonden onder invloed van het hoge tij kreken. Langs deze kreken konden kleine, relatief hoger gelegen oeverwallen tot ontwikkeling komen, die hoofdzakelijk bestonden uit zandige klei (Eilander e.a. 1970). Deze oevers vormden vermoedelijk toen aantrekkelijke locaties voor bewoning, aangezien in het westelijk veengebied sporen van nederzettingen uit het Neolithicum op deze oeverafzettingen zijn gevonden (Blijdenstijn, 2015). Na het Subboreaal (grofweg vanaf het Midden-Neolithicum) zwakte de stijging van de zeespiegel af, waardoor zich voor de kust strandwallen vormden. Deze strandwallen beschermden het achterland tegen overstromingen vanuit zee, waardoor een relatief rustig en vochtig milieu kon ontstaan. De aanhoudende stijging van het grondwater zorgde daarbij opnieuw voor uitgebreide vorming van veen, dat geologisch gezien tot het Hollandveen Laagpakket wordt gerekend (De Mulder e.a. 2003).

Het veengebied werd daarbij doorsneden door kleine veenstroompjes als de Oude Waver, de Amstel, de Kromme Mijdrecht en de Oude Aase en ondervond tot aan de Middeleeuwen toe weinig landschappelijke verandering. De veenstromen verlegden zich niet zoals de kreken en rivieren, wat tot gevolg had dat hier geen oeverwallen en kreekruggen ontstonden. Volgens een boring van DINOloket.nl in de omgeving van het plangebied, ligt de top van het dekzand in de omgeving van het plangebied thans rond 8 m –Mv. Daarboven is tot aan het maaiveld veen aanwezig.

11

Geomorfologie en maaiveldhoogte Het westen van het plangebied is op de geomorfologische kaart gekarteerd als bebouwing. Het oostelijk deel van het plangebied maakt deel uit van een ontgonnen veenvlakte met petgaten (kaartcode 2M47; bijlage 5). Het huis op het zuidelijke deelgebied ligt op een verhoging van -1,4 m NAP, wat afloopt naar ongeveer-1,7 m NAP direct naast de verhoging op hetzelfde perceel (bijlage 7). Ook in het noordelijke perceel is in het westen van het perceel een verhoging van het maaiveld zichtbaar; deze ligt op -1,4 m NAP en loopt af naar -1,8 m NAP direct naast de verhoging op hetzelfde perceel. De oorsprong van deze verhoging is op basis van het bureauonderzoek niet vast te stellen. Mogelijk houdt de verhoging op het zuidelijke perceel verband met historische bebouwing (zie hst. 9).

Bodem en grondwater Op de bodemkaart is in het plangebied bebouwing en water aanwezig. In de omgeving van het plangebied worden koopveengronden op zeggeveen en mesotroof broekveen met een toemaakdek (ohVc-II) verwacht (bijlage 6). Deze zijn waarschijnlijk ook in het plangebied aanwezig. Koopveengronden zijn veengronden met een 15 tot 50 cm dikke kleiige, moerige eerdlaag. Het moerige toemaakdek (dat bodemkundig moerige eerdlaag wordt genoemd) kan op twee manieren ontstaan. Ten eerste is het ontstaan door het opbrengen van veenbagger, dat bij de turfwinning in de 17e eeuw op de stroken land tussen de petgaten te drogen werd gelegd. Ten tweede werd stadsafval met trekschuiten vanuit de aardewerk producerende steden aangevoerd om het natte land op te hogen. In dit geval bestaat het toemaakdek dus uit stadsafval, waardoor er in het toemaakdek puin en aardewerk aanwezig is (Blijdenstijn, 2015). Een grondwatertrap van II betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand ondiepe r dan 40 cm – Mv ligt en de gemiddeld laagste grondwaterstand tussen 50 en 80 cm –mv ligt. Dit betekent dat boven 80 cm –Mv geen onverbrande organische resten verwacht worden. Anorganische resten kunnen nog wel aanwezig zijn. Beneden 80 cm –Mv kunnen zowel anorganische als organische resten bewaard zijn gebleven.

12

7. Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen Historische bebouwing

Ja

Historisch gebruik

Erf, bebouwing en weiland

Huidig gebruik

Erf en weiland

Bodemverstoringen

Onbekend, geen saneringen

Bewoningsgeschiedenis en historische situatie De ontwikkeling van het plangebied is nauw verbonden met de ontginningsgeschiedenis van het veengebied rondom Vinkeveen. Tot aan het begin van de Middeleeuwen was het gebied nauwelijks bewoonbaar en lag ter plaatse van Vinkeveen een omvangrijk veenmoeras. Alleen langs de oevers van enkele veenrivieren was bewoning mogelijk, maar aanwijzingen hiervoor blijven echter beperkt tot een vroegmiddeleeuwse huisterp langs de Oude Waver (Blijdenstijn, 2015). In 1085 na Chr. schonk de Bisschop van Utrecht het veenmoeras van de Ronde Venen ter ontginning aan het kapittel van Sint-Jan en de heer van Abcoude. Daarmee ging de ontginning van het gebied definitief van start. De ontginning moest zo vlot en spoedig mogelijk verlopen, omdat de voedselbehoefte voor de Utrechtse bevolking groot was en een claim van de Graaf van Holland op het gebied voorkomen moest worden. De ontginning begon aan de randen van het gebied, vanaf de oeverwallen van de bestaande rivieren (de Vecht en de Angstel). Vanaf de ontginningsbasis wordt het achterland verdeeld in percelen van 113 m breed en 1250 m diep. De percelen worden door kavelsloten van elkaar gescheiden. Aan de achterzijde van de percelen wordt een zogenaamde achterkade aangelegd, die veelal bestaat uit een wetering en/of een veendijk (Berendsen, 2005).

In rap tempo werden de gebieden rondom de Ronde Venen ontgonnen en in gebruik genomen. Tot die tijd lag ter plaatse van De Ronde Venen een veenkussen. Door de ontwatering van het gebied ten behoeve van de ontginning trad er een voortdurende inklinking van de bodem op, waardoor door de daling van het maaiveld het gebied sterk begon te vernatten. Waterbeheersing werd daardoor belangrijk vanaf de 14 e eeuw, evenals de aanleg van betere vaarwegen als gevolg van een toenemende handel met Amsterdam. Dit leidde in het gebied tot de aanleg van verschillende kanalen en vaarten als de Bijleveld, de Geuzensloot en de Gemeenlandsevaart. Door de groei van Amsterdam nam aan het eind van de 16 e eeuw de vraag naar turf sterk toe. Om aan deze vraag te voldoen, werd in het gebied van De Ronde Venen op grote schaal turf gewonnen. Dit werd mede mogelijk gemaakt door de uitvinding van de baggerbeugel, waarmee veen uit de kavelsloten werd opgebaggerd. Het opgebaggerde veen werd op de kavels te drogen gelegd (legakkers). Door het opbaggeren van veen werden de kavelsloten steeds breder en de kavels steeds smaller, waardoor uiteindelijke de Vinkeveense Plassen ontstonden, die zich kenmerken door de aanwezigheid van lange, smalle stroken van restveen. Op een historische kaart uit 1593 (niet opgenomen) is aan beide zijden van de Herenweg bewoning te zien (Blijdenstijn, 2015).

Deze kaart is echter niet erg gedetailleerd. Op een meer gedetailleerdere historische kaart uit 1647 is te zien dat ter plaatse van het plangebied nog geen bebouwing aanwezig was (figuur 4). Verder noordelijk aan de Herenweg, en aan de westzijde van de van de Herenweg zijn wel al huizen aanwezig. Op de kaart uit 1832 is het noordelijke perceel nog steeds onbebouwd (figuur 5). Op het zuidelijke perceel is bebouwing aanwezig, maar het huidige huis dat aan de Herenweg 52 staat is nog niet 13

aanwezig. Volgens www.edugis.nl stamt de huidige bebouwing aan de Herenweg 52 uit 1870. Het bijgebouw op dit perceel (dat buiten het huidige plangebied valt) is in 1977 gebouwd. Op de historische kaart uit 1900 zijn meerdere gebouwen te zien op het perceel van de Herenweg 52 (figuur 6). Deze gebouwen liggen aan de westzijde van het perceel, ongeveer ter plaatse van de eerder genoemde verhoging van het maaiveld. Op de kaart uit 1955 is voor het eerst bebouwing op het noordelijke perceel te zien (figuur 7). Volgens www.edugis.nl is het huidige gebouw op het noordelijke perceel in 1996 gerealiseerd. Deze bebouwing ligt naast de eerder genoemde verhoging van het maaiveld. Hier lijkt de verhoging van het maaiveld dus geen verband met de bebouwing te hebben. Volgens de opdrachtgever zijn in het gemeentearchief en in het streekarchief geen relevante bouwtekeningen aanwezig voor het perceel aan de Herenweg 52/54. Het is dus niet bekend hoe diep de woning uit 1870 gefundeerd is en op welke wijze.

Bodemverstoringen Ter plaatse van de huidige bebouwing op het noordelijke en zuidelijke perceel kan de bodemopbouw al gedeeltelijk zijn verstoord. Het is niet bekend hoe diep de bodem voor de bebouwing ontgraven is. Het Actueel Hoogtebestand Nederland (bijlage 7) geeft geen aanwijzingen voor ontgravingen in het plangebied. Voor wat betreft milieukundig onderzoek zijn er in het Bodemloket geen gegevens aanwezig over eventuele saneringen of ontgrondingen binnen het plangebied (www.bodemloket.nl), die de bodemopbouw verstoord kunnen hebben.

Figuur 4 Indicatieve ligging van het plangebied (het plangebied ligt oostelijk van de weg, dus niet over de weg heen zoals weergegeven) op de kaart van het Hoogheymraedschap van Rhijnland (Ronde Venen) uit 1647. Bron: www.archieven.nl

14

Figuur 5 Het plangebied (rood omlijnd) op de kadastrale minuutkaart uit 1811-1832. Bron: beeldbank RCE

Figuur 6 Indicatieve ligging van het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit ca. 1900. Bron: topotijdreis.nl

15

Figuur 7 Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit ca. 1955. Bron: topotijdreis.nl

Figuur 8 Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit ca. 1980. Bron: topotijdreis.nl

16

8. Bekende archeologische waarden en onderzoeken Wettelijk beschermd monument

Nee

AMK-terrein

Ja

Archeologische waarnemingen

Nee

AMK-terreinen De bekende archeologische waarden en de archeologische verwachting (in de buurt) van het plangebied zijn weergegeven in bijlage 8. Het plangebied ligt in de dorpskern van Vinkeveen, dat op de Archeologische MonumentenKaart (AMK) als een terrein van archeologische hoge waarde is aangemerkt (monumentnummer 11.919). Het terrein wordt in het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) omschreven als een terrein met sporen van bewoning, te weten een langgerekte ontginningskern (cope-ontginning).

Vondstmeldingen en waarnemingen In Archis zijn zowel in het plangebied als in de directe omgeving ervan niet eerder archeologische vondsten of waarnemingen gedaan.

Onderzoeksmeldingen In de omgeving van het plangebied is een aantal archeologische onderzoeken uitgevoerd. 

Zaaknummer 3984304100 (direct ten noorden van het plangebied, aan de Herenweg 62) betreft een archeologisch bureauonderzoek. Verdere informatie over dit onderzoek is in Archis of DANS niet beschikbaar.

Zaaknummer 2102154100 (direct ten westen van het plangebied) betreft een archeologisch bureau- booronderzoek uitgevoerd in 2005. Dit is gedaan ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen van het centrum van Vinkeveen. Tijdens het onderzoek wordt een laag Hollandveen aangetroffen met een dikte van ca. 8 meter. Er worden sporen en vondsten verwacht uit de Prehistorie, Romeinse Tijd, Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Tijdens het booronderzoek wordt duidelijk dat er een grootschalige verstoring plaats heeft gevonden door werkzaamheden in het recente verleden. Er wordt geen verder onderzoek geadviseerd (Ras, 2006).

Zaaknummer 2284584100 (ongeveer 160 m ten noorden van het plangebied) betreft een bureauonderzoek. Op basis van historisch kaartmateriaal en eerder onderzoek uitgevoerd door hetzelfde bedrijf wordt geconcludeerd dat er binnen het plangebied een lage verwachting is voor resten uit alle perioden. Er wordt geadviseerd geen verder onderzoek uit te voeren (De Boer, 2010). Zaaknummer 2214112100 en 222828010 (ongeveer 180 m ten noorden van het plangebied) betreft een archeologisch bureauonderzoek en proefsleuven onderzoek. Op basis van het bureauonderzoek wordt een hoge verwachting voor archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd vastgesteld. Geadviseerd wordt bodemroerende ingrepen zo veel mogelijk te vermijden. Indien dit niet mogelijk is, wordt aanbevolen aanvullend onderzoek uit te voeren. Daar ingrepen onvermijdelijk waren, is besloten tot een proefsleuven onderzoek. Tijdens dit onderzoek is een 17e of 18 e eeuwse boerderij aangetroffen. Na de proefsleuven wordt geen verder onderzoek geadviseerd (Bergman & Krist, 2008; Kemme & Van der Mark, 2009)

Zaaknummer 2463667100 (ongeveer 210 m ten noorden van het plangebied) betreft een archeologisch booronderzoek uitgevoerd in 2014. Verdere informatie over dit onderzoek is in Archis of DANS niet beschikbaar. 17

Zaaknummer 2369375100 (ongeveer 250 m ten zuiden van het plangebied) betreft een archeologisch bureau- en booronderzoek. Op basis van het bureauonderzoek wordt vastgesteld dat een hoge verwachting geldt voor archeologische resten uit de Late Middeleeuwen t/m de Nieuwe Tijd. Op basis van het booronderzoek is vastgesteld dat er binnen het plangebied sprake zou kunnen zijn van funderingen van gebouwen vanaf de 17 e eeuw. Geadviseerd wordt om bodemroerende ingrepen binnen het plangebied te beperken tot een minimum. Indien dit niet mogelijk is, wordt aanbevolen aanvullend onderzoek uit te voeren (Nales, 2012).

Zaaknummer 2342100100 (ongeveer 300 m ten noordwesten van het plangebied) betreft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd in 2011. Verdere informatie over dit onderzoek is in Archis of DANS niet beschikbaar.

Resumerend kan op bovenstaande gegevens gesteld worden dat langs het historische bebouwingslint van Vinkeveen met name bebouwingsresten uit de Nieuwe Tijd worden verwacht. Plaatselijk zijn funderingen uit de 17e en/of 18e eeuw aangetroffen, maar tot een opgraving van behoudenswaardige resten is het tot nu toe nog niet gekomen. Resten uit de Middeleeuwen zijn nog niet aangetroffen in de omgeving van het plangebied.

18

9. Gespecificeerde archeologische verwachting Kans op archeologische waarden

Hoog

Periode

Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd

Complextypen

Huisplaatsen

Stratigrafische positie

Vanaf het maaiveld

Diepteligging

Aan het maaiveld

Tot in de Late Middeleeuwen ligt het plangebied in een onbewoonbaar veenmoeras. Vanaf de 10 e eeuw wordt dit moeras stelselmatig ontgonnen en vindt er bewoning plaats langs de ontginningsassen. De Herenweg is een bewoningslint dat als ontginningsas in de 12e eeuw is ontstaan. Langs de Herenweg kunnen dan ook archeologische resten vanaf de Late Middeleeuwen worden verwacht. Het zuidelijke plangebied ligt in het begin van de 19 e eeuw binnen een erf. Mogelijk gaat de bewoning op dit erf terug tot in de Late Middeleeuwen. Binnen dit plangebied kunnen dus archeologische resten uit de Nieuwe Tijd en de mogelijk de Late Middeleeuwen worden verwacht. In het zuidelijk plangebied staat op historische kaarten echter geen bebouwing. Daarnaast heeft de huidige bebouwing waarschijnlijk al eventuele archeologische resten op het zuidelijke perceel verstoord. Het noordelijke plangebied is aan het begin van de 19e eeuw onbebouwd, maar dit sluit niet uit dat het plangebied tussen de 12 e en 19e eeuw nooit bebouwd is geweest. Dit noordelijke plangebied heeft dus een hoge archeologische verwachting. Bewoningsresten in het veengebied uiten zich met name door de aanwezigheid van ophogingslagen. Deze ophogingslagen zijn ontstaan doordat men het maaiveld moest blijven ophogen om de daling door de klink van het veen tegen te gaan.

In deze ophogingslagen kunnen funderingsresten (hout en steen) en puin van oudere bebouwingsfasen voorkomen, maar ook archeologische indicatoren zoals aardewerk, (on)verbrand bot en metaal en houtresten. Archeologische waarden in beide deelgebieden kunnen vanaf maaiveld verwacht worden en ook onder de bestaande bebouwing.

19

10. Resultaten veldonderzoek Onderzoeksmethodiek Het noordelijke perceel dat de bestemming wonen krijgt (bijlage 9), is door middel van een booronderzoek onderzocht, omdat door deze bestemmingsplanwijziging bouwen toegestaan wordt en hierdoor mogelijk archeologische resten bedreigd worden. Het overige deel van het noordelijke perceel is niet afgeboord omdat hier geen bodemingrepen gepland zijn. Het zuidelijke perceel (de woning aan de Herenweg 52) is thans bebouwd en kan niet door middel van een booronderzoek onderzocht worden. Het doel van het veldonderzoek is het toetsen van de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek. Het booronderzoek is ingestoken als een verkennend/karterend booronderzoek. Hiertoe zijn in het noordelijke plangebied in totaal vijf boringen gezet tot een diepte van maximaal 3 m –mv, om zo een goed beeld van de ondergrond te krijgen. De boringen zijn in twee raaien over het perceel geplaatst, waarbij de onderlinge boorafstand zo’n 20 m bedraagt. De boringen zijn aan de noord- en zuidrand van het noordelijke perceel geplaatst. De locatie van de boringen is bepaald met behulp van een meetlint aan de hand van de bestaande topografie. De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 en 15 cm en een gutsboor met een diameter van 3 cm.

Van iedere boring is eerst de lithologie en lithogenese beschreven conform de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB; SIKB 2008). Na documentatie zijn de boorkernen doorbrokkeld en geïnspecteerd op archeologische indicatoren. Indien sprake is van een ophooglaag of toemaakdek, is dit bemonsterd met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 15 cm, om te kijken of het pakket aan de hand van indicatoren gedateerd kan worden. De resultaten van het booronderzoek zijn weergegeven in bijlagen 9 t/m 11.

Veldwaarnemingen Binnen het plangebied is sprake van een gazon, omgeven door sloten. Centraal op het plangebied staat een klein gebouw. Aan de westzijde op het gazon staat een boom. Aan de zuidzijde van het plangebied is de bodem door een grote hoeveelheid puin en grind moeilijker doordringbaar met de boor. Het maaiveld van het plangebied loopt iets af van het zuidwesten naar het noordoosten.

Bodemopbouw De bodemopbouw in het plangebied is uniform. Vanaf het maaiveld tot op een diepte van 20 tot 70 cm –Mv is een pakket kleiarm veen aangetroffen dat donkerzwartbruin van kleur is. De ondergrens van het pakket is scherp. Het veen is veraard. Het pakket bevat veel puin, grind, bezemhaar (bijv. boring 1) en aardewerk (boring 4 en 5). De fragmenten aardewerk en keramiek zijn van moderne oorsprong. Deze laag wordt geïnterpreteerd als een toemaakdek dat gezien de indicatoren in de Nieuwe Tijd is opgebracht. Het toemaakdek is aan de noordzijde van het perceel (boring 1 t/m 3) dikker dan aan de zuidzijde van het perceel (boring 4 en 5). Mogelijk is bestaat het dek deels uit opgebrachte slootbagger. Onder het toemaakdek is het natuurlijke, onveraarde veen aangetroffen. Het bestaat uit kleiarm veen dan bruin van kleur is. Tot een diepte van 120 tot 140 cm –Mv bevat het veen houtresten. De dikte van het pakket veen met houtresten neemt naar het oosten toe af. Hieronder gaat het bruine kleiarme veen over in bruin, kleiarm veen met overwegend rietresten, tot een diepte van 300 cm –Mv. In dit rietveen zijn de boringen gestaakt. In deze natuurlijke veenlagen zijn geen archeologische indicatoren zoals puin of aardewerk aangetroffen.

20

Archeologische indicatoren De aangetroffen fragmenten aardewerk in boringen 4 en 5 dateren vanaf de late 17e eeuw tot zeer recent. Er zijn grote hoeveelheden baksteenpuin en recente rode bloempot aangetroffen, maar ook diverse fragmenten plastic en recent vensterglas. Daarnaast is een fragment pijpensteel en pijpenkop ontwaard in het genomen monster. In de overige boringen is geen aardewerk maar wel puin waargenomen. Het aangetroffen materiaal is homogeen vermengd door de hele laag heen.

Consequenties archeologische verwachting Op basis van bovenstaande gegevens en het bureauonderzoek kan worden gesteld dat ter plaatse van het nieuwe bouwvlak op het noordelijke perceel sprake is van een toemaakdek op veen. Dit toemaakdek is 20 tot 70 cm dik en het dikst aan de zuidzijde van dit noordelijke perceel. De dikte van het toemaakdek heeft dus geen één op één verband met de verhoging van het maaiveld zoals deze op het AHN te zien is; in boring 5 is deze verhoging namelijk niet te zien maar het toemaakdek wel 70 cm dik. Omdat de laag aan de zuidzijde het dikst is, is het aannemelijk dat de laag is opgebracht na baggerwerkzaamheden of ter stabilisatie van de oever van de watergangen. Het toemaakdek bevat materiaal uit de Nieuwe Tijd en materiaal van na 1950, dat homogeen vermengd over de hele diepte van het toemaakdek voorkomt. Er zijn dus geen meerdere bodemlagen met verschillende fasen aardewerk in het toemaakdek waargenomen. Geconcludeerd wordt dat in het noordelijke deelgebied sprake is van een toemaakdek van recente oorsprong. Er zijn geen cultuur- of ophooglagen aangetroffen van oudere oorsprong; er is dus geen vindplaats uit de Middeleeuwen aangetroffen. De verwachting op archeologische resten uit de Middeleeuwen kan dan ook worden bijgesteld naar laag voor het afgeboorde deel van het perceel.

Het zuidelijke perceel dat thans bebouwd is kan niet door een booronderzoek onderzocht worden en bovengenoemde is daarom voor het zuidelijke perceel ook niet van toepassing.

21

11. Conclusie en Advies Conclusie Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied in een veengebied ligt dat vanaf de Late Middeleeuwen is ontgonnen. Het plangebied ligt in de historische kern van Vinkeveen (AMK terrein van hoge waarde). Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente ligt het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting. Deze verwachting heeft betrekking op de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd. Op de kaart uit 1832 is op het zuidelijke perceel een erf met bebouwing aanwezig, er is echter geen bebouwing aanwezig ter plaatse van de huidige Herenweg 52 (waar de sloop en nieuwbouw plaatsvindt). De huidige bebouwing stamt uit 1870. Het noordelijke perceel is onbebouwd in 1832. Bebouwing uit 1832 is vaak indicatief voor Middeleeuwse bebouwing, dus waarschijnlijk dat deze binnen het noordelijke deelgebied niet aanwezig is. Mogelijk is er sprake van een toemaakdek in het westen van het plangebied. Het zuidelijke perceel is bebouwd en kan niet door middel van een booronderzoek onderzocht worden. Bij het noordelijke perceel is ter plaatse van de nieuwe bestemming wonen een verkennend/karterend booronderzoek uitgevoerd. Tijdens het verkennend/karterend booronderzoek is een toemaakdek uit de 17 e eeuw-21e eeuw aangetroffen. Het toemaakdek is 20 tot 70 cm dik en het dikst aan de zuidzijde van het noordelijke perceel.

In de laag is aardewerk en puin uit alle periodes vanaf de late 17 e eeuw aangetroffen. Er zijn geen cultuurlagen of ophooglagen uit de Middeleeuwen waargenomen. Er is dus geen vindplaats uit de Middeleeuwen aangetroffen. De verwachting voor het afgeboorde perceel kan dan ook worden bijgesteld naar laag. Ter plaatse van het oostelijke deel van het noordelijke perceel, dat niet afgeboord is, kan de verwachting ook worden bijgesteld naar laag. Op basis van historisch kaartmateriaal is het onwaarschijnlijk dat hier bebouwing uit de Middeleeuwen gestaan heeft. Ter plaatse van het zuidelijke perceel is sprake van een historisch erf, dat in ieder geval aan het begin van de 19e eeuw al is bebouwd en waarvan de bewoningsgeschiedenis mogelijk terug gaat tot de Late Middeleeuwen. Ter plaatse van het plangebied stond echter geen bebouwing. Binnen dit deel van het plangebied worden archeologische resten uit de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd verwacht. Waarschijnlijk zijn ze echter al verstoord door de huidige bebouwing. Doordat de nieuwbouw samenvalt met de huidige bebouwing is dit deel niet onderzocht door middel van boringen.

Advies Ter plaatse van het zuidelijke perceel, de Herenweg 52, staat geen bebouwing op historische kaarten ter plaatse van de huidige woning. Ook is de bodem waarschijnlijk al verstoord door de huidige bebouwing. Omdat de nieuwe woning precies op dezelfde plaats komt als de bestaande bebouwing, is de kans dat bij het vervangen van de huidige woning archeologische resten worden geschaad klein. Daarom wordt geadviseerd om ter plaatse van het zuidelijke perceel geen vervolgonderzoek uit te voeren. Voor het noordelijke perceel is de archeologische verwachting bijgesteld naar laag en er wordt dan ook geen vervolgonderzoek aanbevolen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente De Ronde Venen, om op basis van dit advies een selectiebesluit te nemen.

22

Kanttekening Onderhavig onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke methoden en inzichten en is erop gericht om de kans op het onverwacht aantreffen dan wel het ongezien vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een steekproef kan echter de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische resten niet gegarandeerd worden. Wanneer bij graafwerkzaamheden toch onverhoopt waardevolle resten worden aangetroffen, dienen deze conform de Erfgoedwet 2016 te worden gemeld.

23

12. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden: 

      

Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. Archeologisch Informatie Systeem (Archis), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015. www.pdok.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.bodemdata.nl www.bodemloket.nl easy.dans.knaw.nl www.topotijdreis.nl beeldbank.cultureelerfgoed.nl

 

www.planviewer.nl www.archieven.nl

Literatuur: Berendsen, H.J.A. De vorming van het land. Assen, 2005. Bergman, W.A.; Krist, J.S. : Gemeente De Ronde Venen, Plangebied Herenweg 114 / Bernhardlaan 2-26 te Vinkeveen. BAAC bv, 2008: DANS. http://dx.doi.org/10.17026/dans-xwd-zffd Berkel, G. van, en K. Samplonius. Nederlandse plaatsnamen, Herkomst en historie. Utrecht, 2006. Blijdenstijn, R. Tasbare Tijd, Cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht 2.0. Amsterdam, 2015. Boer, E.A.M. de, Gemeente De Ronde Venen. Herenweg 112 te Vinkeveen. BAAC bv, 2010: DANS. http://dx.doi.org/10.17026/dans-25c-vbtk Eilander, D.A., J.L. Kloosterhuizen, en J.C. Pape. Toelichting op de Bodemkaart van Nederland. Blad 31 Oost. Wageningen: StiBoKa, 1970. Kemme, A.W.A.; Mark, R. van der. Vinkeveen, Herenweg 114. Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven.. BAAC BV, 2009: DANS. http://dx.doi.org/10.17026/dans-xvm-g2hm Kloosterman, P. „Toelichting archeologische beleidskaart gemeente De Ronde Venen.” RAAPadviesdocument 495, Weesp, 2011. Kloosterman, P., S. Molenaar, en M. Rietkerk. „Boeren op kreken en venen. Een archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart en een cultuurhistorische kenmerkenkaart voor de gemeente De Ronde Venen.” RAAP-rapport 1633, Weesp, 2011. Mulder, E.F.J de., M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhof, en T.E. Wong. De ondergrond van Nederland. Houten, 2003. Nales, T.

Vinkeveen, Herenweg 19, archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Transect-rapport 100, Utrecht: Transect BV, 2012 Pape, H., en T. Nales. Vinkeveen, Herenweg 282. Gemeente De Ronde Venen. Archeologisch bureauonderzoek. Transect-rapport 199, Utrecht: Transect BV, 2012. 24

Ras, J. : Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen; bouwplan Maria Oord, Vinkeveen. 2006 DANS. http://dx.doi.org/10.17026/dans-23n-wzwh Stouthamer, E., K.M. Cohen, en W.Z. Hoek. De vorming van het Land. Utrecht: Perspectief Uitgevers, 2015.

25

Bijlage 1.

Overzicht van geologische (chronostratigrafische) en archeologische periodes

26

Bijlage 3.

Toekomstige situatie

28

Bijlage 4.

Archeologiebeleid gemeente De Ronde Venen

29

30

Bijlage 5.

Geomorfologische kaart

31

Bijlage 6.

Bodemkaart

32

Bijlage 7.

Actueel Hoogtebestand Nederland

33

Bijlage 8.

Archeologische waarden

34

Bijlage 9.

Boorpuntenkaart noordelijke perceel

35

Bijlage 10.

Foto’s van boringen

Boring 1: boring indicatief voor boringen 1 t/m 3. Klein puin in de toplaag tot 30 cm -Mv, gevolgd door houtveen en rietveen, tot 200 cm -Mv.

Boring 5: boring indicatief voor boringen 4 en 5. Grof puin in de toplaag tot 70 cm -Mv, gevolgd door houtveen en rietveen tot 200 cm -Mv.

36

Bijlage 11.

Boorstaten

Textuurindeling (NEN 5104) Hoofdnaam LG = grind Z = zand L = leem K = klei V = veen

Toevoeging [Org, Gr] g = grindig z = zandig s = siltig k = kleiig h = humeus m = mineraalarm

Gradiënt toevoeging

Laaggrens

1 = zwak 2 = matig 3 = sterk 4 = uiterst

d = diffuus g = geleidelijk s = scherp

Karakteristieken en plantenresten VAM (amorfiteit) 1 = Zwak amorf 2 = Matig amorf 3 = Sterk amorf

Plantenresten (plr) ri = riet ho = hout ze = zegge wo – wortels plr = ongedef.

Consist(entie) ST = stevig MST = matig stevig MSL = matig slap SL = slap ZSL = zeer slap

M50 (mediaan) 75-105 105-150 150-210 210-300 300-420 420-600

Alleen voor zand uiterst fijn zeer fijn matig fijn matig grof grof zeer grof

Nieuwvormingen en grondwater Ca (kalkgehalte, CaCO3 ) 1 = afwezig 2 = matig kalkhoudend

Fe (roestvlekken) 1 = afwezig 2 = ijzerhoudend

Oxidatie/reductie [o/r] o = oxidatie or = oxidatie/reductie

3 = kalkhoudend

3 = sterk ijzerhoudend

r = reductie

GW (grondwater) GW = grondwater GHG = gem. hoogste grondwaterstand GLG = gem. laagste grondwaterstand

Classificatie en interpretatie Bodemhorizont (Hor.; volgens De Bakker & Schelling, 1989) BHA BHB BHBC BHC …

Monstername (M)

Lithogenese (lith.)

X (boring) – XXX {diepte in cm)

OPH = ophoging OMG = omgezet HV = Hollandveen

Bijzonderheden Archeologische indicatoren en afkortingen in de kolom ‘bijzonderheden’ gg = goed gesorteerd gr = grindje L = leem (verbrand) mg = matig gesorteerd plr = plantenresten BT = bot sg = slecht gesorteerd Fe conc = ijzerconcreties AW = aardewerk Mn conc = mangaanconcreties VST = vuursteen ga = goed afgerond Mn = Mangaan BS = baksteen/puin ma = matig afgerond spik = spikkel FOSF = fosfaat sa = slecht afgerond gevl = gevlekt HK = houtskool sch = schelpen bijm = bijmenging (+ text.)

37

Projectnaam Projectcode Beschrijver: Boormethode: Boordiameter:

Vinkeveen, Herenweg 54 16090015 J. Rap Edelman/Guts 7cm / 3cm

X-coordinaat Y-coordinaat Z-coordinaat

124,180 469,719 -1.6 m NAP

Opmerking:

GWS Gt GWS na boring

30

Boorpuntnummer

2

30-9-2016 4015764100

Landgebruik Bodemkaart Geom. kaart

-

1

gazon bebouwd bebouwd

-

[-Mv]

Textuur Gr

20 140 300

Vkm Vkm Vkm

-

Org

-

VAM plr

2 -

2 3 3

Projectnaam Projectcode Beschrijver: Boormethode: Boordiameter:

Vinkeveen, Herenweg 54 16090015 J. Rap Edelman/Guts 7cm / 3cm

X-coordinaat Y-coordinaat Z-coordinaat

124,211 469,730 -1.7 m NAP

Opmerking:

Boordatum: CIS-code:

Boorpuntnummer

Kleur

DOZWBR BR BR

Laaggrens

Consist.

S G EB

ZSL ZSL ZSL

M50

o/r Ca

-

-

-

Fe

-

GW

30 -

Hor

-

M

Lith.

-

BOV/GEM HV HV

Boordatum: CIS-code: GWS Gt GWS na boring

30

Bezemhaar, klein puin overwegend houtresten overwegend rietresten

30-9-2016 4015764100

Landgebruik Bodemkaart Geom. kaart

-

Bijzonderheden

gazon bebouwd bebouwd

-

[-Mv]

Textuur Gr

30 130 200

Vkm Vkm Vkm

-

Org

-

VAM plr

2 -

2 3 3

Kleur

DOZWBR BR BR

Laaggrens

Consist.

S G EB

ZSL ZSL ZSL

M50

-

o/r Ca

-

-

Fe

-

GW

30 -

Hor

-

M

Lith.

-

BOV/GEM HV HV

Bijzonderheden

klein puin overwegend houtresten overwegend rietresten

Projectnaam Projectcode Beschrijver: Boormethode: Boordiameter:

Vinkeveen, Herenweg 54 16090015 J. Rap Edelman/Guts 7cm / 3cm

X-coordinaat Y-coordinaat Z-coordinaat

124,237 469,740 -1.8 m NAP

Opmerking:

Boordatum: CIS-code: GWS Gt GWS na boring

30

3

Boorpuntnummer

4

30-9-2016 4015764100

Landgebruik Bodemkaart Geom. kaart

-

Boorpuntnummer

gazon bebouwd 2M47: ontgonnen veenvlakte met petgaten

-

[-Mv]

Textuur Gr

30 120 200

Vkm Vkm Vkm

Org

G1 -

VAM plr

2 -

2 3 3

Projectnaam Projectcode Beschrijver: Boormethode: Boordiameter:

Vinkeveen, Herenweg 54 16090015 J. Rap Edelman/Guts 7cm/15cm/3cm

X-coordinaat Y-coordinaat Z-coordinaat

124,199 469,711 -1.7 m NAP

Opmerking:

Toplaag bemonsterd

[-Mv]

Textuur Gr

60 130 200

Vkm Vkm Vkm

G1 -

Org

VAM plr

2 -

2 3 3

Kleur

DOZWBR BR BR

Laaggrens

Consist.

S G EB

ZSL ZSL ZSL

M50

o/r Ca

-

-

-

Fe

-

GW

30 -

Hor

-

M

Lith.

-

BOV/GEM HV HV

Boordatum: CIS-code: GWS Gt GWS na boring

Kleur

DOZWBR BR BR

Laaggrens

Consist.

S G EB

ZSL ZSL ZSL

30

M50

-

o/r Ca

-

-

Fe

-

GW

30 -

Hor

-

klein puin overwegend houtresten overwegend rietresten

30-9-2016 4015764100

Landgebruik Bodemkaart Geom. kaart

-

Bijzonderheden

gazon bebouwd bebouwd

M

Lith.

0 BOV/GEM 60 HV - HV

Bijzonderheden

zeer puinrijk, grof puin, aardewerk overwegend houtresten overwegend rietresten

Projectnaam Projectcode Beschrijver: Boormethode: Boordiameter:

Vinkeveen, Herenweg 54 16090015 J. Rap Edelman/Guts 7cm/15cm/3cm

X-coordinaat Y-coordinaat Z-coordinaat

124,231 469,722 -1.7 m NAP

Opmerking:

Toplaag bemonsterd

[-Mv]

Textuur Gr

70 130 200

Vkm Vkm Vkm

G1 -

Org

VAM plr

2 -

2 3 3

Boorpuntnummer

Boordatum: CIS-code: GWS Gt GWS na boring

Kleur

DOZWBR BR BR

Laaggrens

Consist.

S G EB

ZSL ZSL ZSL

30

Landgebruik Bodemkaart Geom. kaart

-

M50

-

30-9-2016 4015764100

o/r Ca

-

-

Fe

-

GW

30 -

Hor

-

gazon bebouwd 2M47: ontgonnen veenvlakte met petgaten

M

Lith.

0 BOV/GEM 70 HV - HV

Bijzonderheden

zeer puinrijk, grof puin overwegend houtresten overwegend rietresten

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14443981/1