Bijlage 8 - Archeologisch booronderzoek
Tekst van het document
Bureau voor Archeologie Rapport 1068 Proostdijerdwarsweg 12, Waverveen, gemeente De Ronde Venen: een inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase
2
Colofon titel:
Bureau voor Archeologie Rapport 1068. Proostdijerdwarsweg 12, Waverveen, gemeente De Ronde Venen: een inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase
auteur:
F. Roodenburg (KNA prospector)
autorisatie:
A. de Boer (KNA senior prospector)
datum:
9 juli 2021
ISSN:
2214-6687
© Bureau voor Archeologie Koningsweg 244 Utrecht T 030 245 18 95 E info@bureauvoorarcheologie.nl I https://www.bureauvoorarcheologie.nl
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
3
Administratieve gegevens Projectnummer
2021020501
Provincie
Utrecht
Gemeente
De Ronde Venen
Plaats
Waverveen
Toponiem
Proostdijerdwarsweg 12
Naam
Recreatieterrein De Wilgenborgh
Centrum locatie (m RD)
122.150; 472.080 (x; y)
Omvang plangebied
50.190 m2
Omvang onderzoeksgebied booronderzoek 19.800 m2 Kadastrale gegevens
gemeentecode: Waverveen, sectie: B, nummer(s): 2348, 2349, 2543, 2544
ARCHIS onderzoeksmeldingsnummer
4990754100 (ABU); 5076995100 (ABO)
Soort onderzoek
een inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase
Opdrachtgever
BWZ Ingenieurs
Uitvoerder
Bureau voor Archeologie
Kaartblad
31E
(RO) kader onderzoek
Bestemmingsplanwijziging
Periode van uitvoering veldwerk
02-06-2021 en 23-06-2021
Bevoegde overheid
Gemeente De Ronde Venen
Deskundige namens bevoegde overheid
Omgevingsdienst Regio Utrecht, P. de Boer
Status goedkeuring bevoegde overheid
Onbekend
Beheerder en plaats van documentatie
Digitale documentatie: ARCHIS en E-Depot Vondstdocumentatie: geen vondsten
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
4
Figuur 1: Het onderzoeksgebied (kaartbeeld) met plangebied (rood; www.opentopo.nl).
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
5
Inhoudsopgave 1 2 3 4 5 6 7 8
Samenvatting...............................................................................................7 Inleiding.......................................................................................................8 1.1 Doelstelling en vraagstelling.................................................................8 1.2 Gespecificeerde verwachting................................................................9 Methode.....................................................................................................12 Resultaten met bodemkundige en geologische interpretatie......................13 Archeologische interpretatie......................................................................15 4.1 Vergelijking met archeologisch onderzoek uit de omgeving................16 Waardestelling en Selectieadvies..............................................................17 Conclusie...................................................................................................18 Advies........................................................................................................20 Literatuur...................................................................................................21 Figuren......................................................................................................22 Bijlage 1:
Boorbeschrijvingen.....................................................................32
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
6
Lijst met Figuren Figuur 1: Het onderzoeksgebied (kaartbeeld) met plangebied (rood; www.opentopo.nl)........................................................................................4 Figuur 2: Archeologische advieskaart uit het voorgaande bureauonderzoek (Boer 2021)......................................................................................................... 22 Figuur 3: Onderzoeksgebied (rood) en plangebied (blauw)................................23 Figuur 4: Analyse van kreekruggen en de resultaten van booronderzoek (Schute 2003).........................................................................................................
24 Figuur 5: Boorpuntenkaart..................................................................................25 Figuur 6: Schematische weergave van boorprofielen..........................................26 Figuur 7: Top van het Pleistocene niveau in boring 11........................................27 Figuur 8: Top van het Pleistocene niveau in boring 16........................................27 Figuur 9: Top van het Pleistocene niveau in boring 107......................................28 Figuur 10: Hoogte-reliëfkaart (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018)............29 Figuur 11: Luchtfoto met plangebied (blauw) en onderzoeksgebied (rood).........30 Figuur 12: Locaties onderzoeken uit ARCHIS 3 ten opzichte van het onderzoeksgebied (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2021)..............31
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
7
Samenvatting Bureau voor Archeologie heeft een inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd voor herinrichting van recreatieterrein Wilgenborgh aan de Proostdijerdwarsweg 12 te Waverveen. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische resten bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocol 4003. In het plangebied worden graafwerkzaamheden uitgevoerd ten behoeve van uitbreiding van recreatieterrein Wilgenborgh. In het plangebied zijn 22 boringen gezet met einddieptes die tussen 200 en 400 cm -mv liggen. Uit het booronderzoek blijkt dat de bodem in het plangebied voornamelijk bestaat uit slappe zwak tot matig siltige grijze klei die als kwelderafzettingen zijn geïnterpreteerd. In één van de 22 boringen (boring 4) is sterk siltige klei met schelpmateriaal aanwezig dat als kreekafzettingen geïnterpreteerd kan worden. Het patroon van een langgerekte laagte (kreekgeul) en naastliggende oevers dat op luchtfoto’s en AHN herkenbaar is, blijkt in het veld op basis van textuur niet te onderscheiden van de omringende kwelderafzettingen. Het betreft waarschijnlijk een smalle kreek aan het uiteinde van een krekenstelsel dat relatief snel ‘verdronken’ is in het veenmoeras dat daarna is ontstaan.
De kans dat in het plangebied een kreekoever aanwezig is die gebruikt kan zijn voor menselijke bewoning wordt als klein ingeschat. Het Pleistocene niveau ligt tussen 330 en 380 cm -mv (-985 en -956 cm NAP). Er is geen sprake van bodemvorming in de Pleistocene afzettingen wat erop wijst dat de top van het pakket niet of relatief kort aan de oppervlakte heeft gelegen. Er is daarom waarschijnlijk geen sprake van een stabiel loopvlak dat door jagers-verzamelaars kan zijn gebruikt als verblijfplaats. De kans op archeologische resten uit het Paleolithicum en Vroeg Mesolithicum wordt daarom als klein ingeschat. Bureau voor Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente De Ronde Venen.
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
8
1
Inleiding Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch booronderzoek uitgevoerd voor herinrichting van recreatiegebied Wilgenborgh aan de Proostdijerdwarsweg 12 te Waverveen. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging. De ligging van het plangebied is weergegeven in fig. 1. In het plangebied is een ontwikkeling met grondwerkzaamheden voorzien. Daardoor worden mogelijk archeologische resten verstoord. Voor de beoogde ontwikkeling is in juni 2021 een bureauonderzoek uitgevoerd (zie hoofdstuk 1.2 van dit rapport) waarbij een gespecificeerde archeologische verwachting is opgesteld.1 Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat in een deel van het plangebied een mogelijk archeologisch niveau aanwezig is dat door de beoogde ingreep vergraven zou kunnen worden. Het betreft het niveau met kreekafzettingen. De vermoedelijk verbreiding van dit niveau is weergegeven in fig. 2. Naar aanleiding is een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd om de aard en intactheid van dit niveau nader te onderzoeken. Het onderzoeksgebied is weergegeven in fig. 3. Het onderzoek is uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000,2 in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1), in het bijzonder het hoofdstuk ”protocol 4003 inventariserend veldonderzoek overig”.
Het veldonderzoek is uitgevoerd volgens specificatie “VS03 Uitvoeren booronderzoek”. Het onderzoek is gerapporteerd volgens specificatie “VS05 Opstellen standaardrapport IVO - O/P”. Met de bevindingen wordt aan het einde van het rapport een advies gegeven hoe bij het project rekening kan worden gehouden met archeologische waarden.
1.1
Doelstelling en vraagstelling Het doel van het veldonderzoek is het controleren en verfijnen van de archeologische verwachting zodat een beslissing genomen kan worden over hoe met eventuele archeologische waarden rekening moet worden gehouden bij de voorgenomen werkzaamheden. Het veldonderzoek is uitgevoerd als booronderzoek (IVO – O) en betreft de verkennende fase. Met het verkennende veldonderzoek wordt inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd. Deze methode is toegepast omdat nog onvoldoende informatie over de bodemopbouw beschikbaar is om te kunnen beslissen of en welk type karterend onderzoek eventueel uitgevoerd kan worden. Het onderzoek richt zich op de zone in het plangebied met kreekafzettingen waar bodemingrepen plaats zullen vinden.
1 2
Boer 2021 https://www.kiwa.nl/upload/certificate/00094278.pdf
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
9 De volgende onderzoeksvragen zijn in dit onderzoek gebruikt: Verkennend booronderzoek: 1.
2.
Wat is de aard (geologisch en bodemkundig) en intactheid (verstoringen) van het bodemprofiel? a)
Is sprake van kreekafzettingen (bedding/oever/restgeul)? Zo ja, wat is de verbreiding en mate van rijping?
b)
Wat is de diepteligging van de top van de Pleistocene afzettingen?
c)
Wat is de aard en intactheid (laagovergang en bodemhorizonten) van de top van het Pleistoceen?
Zijn potentiële archeologische niveaus aanwezig, en zo ja, wat is de aard, diepteligging en verbreiding daarvan?
Eindoordeel: 3.
Indien (mogelijk) archeologische waarden aanwezig zijn: d) Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? e) Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische waarden?
4.
1.2
Indien vervolgonderzoek wordt geadviseerd: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt?
Gespecificeerde verwachting Het plangebied ligt aan het einde van de laatste ijstijd in een gedurende het Pleistoceen door vlechtende rivieren gevormd landschap. Hogere delen in dit landschap kunnen zijn gebruikt door jagers-verzamelaars. In het Vroeg Mesolithicum vindt door vernatting van het landschap veengroei plaats (Basisveen) dat ongunstig is voor permanente bewoning. Door verdere klimaatverandering komt het plangebied in een intergetijdengebied te liggen waarbij kreekoevers en -ruggen bewoond kunnen zijn door Neolithische boeren. Na sluiting van de kust in het Laat Neolithicum wordt het gebied opnieuw een veenmoeras (Hollandveen). Dit veen wordt in de Late Middeleeuwen ontgonnen en vanaf de 16e eeuw vindt grootschalige turfwinning plaats. Hierdoor komt het plangebied onder water te staan. Het wordt aan het einde van de 19e eeuw drooggelegd. Daarna is het in gebruik als agrarisch gebied (voornamelijk weilanden). De verwachting wordt als volgt gespecificeerd: Niveau 1: Het Pleistoceen niveau: 1: Datering Paleolithicum en Vroeg Mesolithicum.
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
10 2: Complextype Archeologische resten uit de periode van jagers-verzamelaars gerelateerd aan bewoning (kampen), economie (jacht en visvangst, vervaardiging gereedschappen), rituelen en begravingen. 3: Omvang Archeologische resten gerelateerd aan bewoning uit de periode van de jagersverzamelaars kunnen worden beschouwd als vlakelementen met variabele omvang (klein tot groot). Sommige complextypen kunnen zich ook als puntelementen manifesteren (begravingen, depots). 4: Diepteligging Circa 3 meter beneden maaiveld (-8,7 m NAP). 5: Gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit) Het Pleistocene niveau is waarschijnlijk gedurende het Vroeg Mesolithicum overgroeid geraakt door Basisveen dat als een beschermende laag heeft gefungeerd. Het Pleistocene niveau, en bijbehorende archeologische resten, is daarom waarschijnlijk goed geconserveerd. Vanwege de ligging beneden de laagste grondwaterstand kunnen organische archeologische resten goed zijn bewaard. Over de gaafheid en conservering van eventuele sporen en artefacten zijn verder geen nadere gegevens bekend. 6: Locatie Hele plangebied. 7: Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken): Archeologische resten kenmerken zich door een spreiding van artefacten als bot-, houtskool en vuursteenfragmenten. Eventueel is een sporenniveau aanwezig, bijvoorbeeld van haardkuilen. 8: Mogelijke verstoringen Geen.
Niveau 2: Kreekrug en -oeverafzettingen van het Laagpakket van Wormer 1: Datering Midden Mesolithicum tot en met het Neolithicum. 2: Complextype Archeologische resten uit de periode van landbouwsamenlevingen en staatssamenlevingen gerelateerd aan bewoning, economie, infrastructuur, rituelen en begravingen. 3: Omvang Archeologische resten gerelateerd aan bewoning uit de periode van de jagersverzamelaars en eerste boeren kunnen worden beschouwd als vlakelementen met variabele omvang (klein tot groot). Sommige complextypen kunnen zich ook Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
11 als puntelementen manifesteren (begravingen, depots) of als lijnelementen (wegen, watergangen, percelering). 4: Diepteligging Direct onder de bouwvoor, of mogelijk onder een dunne laag (rest veen). Naar schatting is dit niveau binnen 50 cm aanwezig. 5: Gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit) De kreekoevers en -ruggen zijn oorspronkelijk goed geconserveerd onder een pakket Hollandveen. Het veen is echter grotendeels afgegraven. Kreekafzettingen zijn daardoor op veel plaatsen aan de oppervlakte komen te liggen door ontginning. Waar kreekoevers en -ruggen dicht aan of aan de oppervlakte liggen kunnen deze zijn geëgaliseerd waarbij archeologische resten verloren zijn gegaan. De grondwatertrap is II. Dit betekent dat de conservering van organische archeologische resten (zoals hout, textiel, leer en bot) dieper dan 80 cm onder maaiveld (de maximale gemiddeld laagste grondwaterstand) goed kan zijn. De conservering van organische artefacten die boven dit niveau liggen kan door de (periodiek) zuurstofrijke en droge condities slecht zijn. Over de gaafheid en conservering van eventuele sporen en artefacten zijn verder geen nadere gegevens bekend. 6: Locatie Archeologische resten kunnen aanwezig zijn op plaatsen waar zich kreekoevers hebben ontwikkeld (fig. 2).
7: Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken): Archeologische resten kenmerken zich door een spreiding van artefacten zoals houtskool-, aardewerk-, vuursteen- en botfragmenten. Eventueel is een sporen niveau aanwezig (haardkuilen en paalkuilen). 8: Mogelijke verstoringen De top van het bodemprofiel is mogelijk verstoord door agrarisch gebruik.
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
12
2
Methode De werkwijze in het veld was als volgt: Boortype:
7 cm Edelmanboor (onverzadigde bovengrond tot ca. 1 m -mv) en 3 cm guts en 4 cm zuigerboor (diepere lagen).
Aantal boringen:
22.
Boordiepte:
Twaalf boringen zijn tot 200 cm -mv gezet, vier tot 300 cm -mv, één tot 360 cm -mv, zes tot 400 cm -mv en één tot 460 cm -mv.
Grid:
De boringen zijn verspreid in het plangebied geplaatst.
Waarnemingswijze: Het sediment is met de hand bemonsterd en met het blote oog onderzocht door het te versnijden en te verbrokkelen. De opgeboorde grond is systematisch uitgelegd op een plastic zeil. Representatieve uitgelegde boorprofielen zijn gefotografeerd. Classificatie bodemtextuur en archeologische indicatoren: De opgeboorde grond is beschreven op basis van de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1 (ASB 1.1), dit omvat NEN 5104.3 Locatie bepaling X en Y: De X en Y coördinaten van de boringen zijn bepaald door middel van een GPS met een nauwkeurigheid van 2 m. Hoogte bepaling: De Z coördinaat is na afloop van het veldwerk bepaald aan de hand het AHN.4 De gegevens zijn digitaal in het veld geregistreerd. Het veldwerk is uitgevoerd op 02 juni 2021 en 23 juni 2021 door F. Roodenburg (KNA Prospector) en C. de Jong (junior Prospector). Voorgaand aan het veldwerk is een plan van aanpak opgesteld. Het Plan van Aanpak is geregistreerd in ARCHIS3.
3 4
Bosch 2008; Nederlands Normalisatie Instituut 1989 Kadaster en PDOK 2014
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
13
3
Resultaten met bodemkundige en geologische interpretatie De locaties van de boringen zijn in fig. 5 weergegeven. De boorgegevens staan in Bijlage 1. Met de gegevens is een schematische doorsnede gemaakt. Deze is weergegeven in fig. 6. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Er zijn geen vondsten verzameld. Het grondwater stond tijdens het onderzoek tussen 50 en 90 cm -mv. Op basis van de textuur, kleur en bijmengingen kunnen de volgende pakketten worden onderscheiden, van onder naar boven: Pakket 1: Pleistocene afzettingen Kalkloos zwak siltig matig fijn zand. Het pakket is grijsbruin of bruingrijs van kleur. Het pakket is aanwezig in boorprofielen 8, 11, 16, 18, 19, 102 en 107. Het is mogelijk ook aanwezig in boorprofiel 2 maar er bleef geen monster in de guts achter. De dikte van het pakket is niet bepaald omdat de onderzijde van het pakket beneden de einddieptes van de boringen ligt. De top van het pakket ligt tussen 330 en 380 cm -mv (-985 en -956 cm NAP). De bovenste twee tot vijf centimeter van het pakket is humeus en donker gekleurd, waarschijnlijk door veenvorming aan het begin van het Holoceen. Op basis van de diepteligging is het pakket als het Pleistocene niveau geïnterpreteerd. Wegens de fijne textuur en afronding van de korrels betreft het waarschijnlijk dekzand. Pakket 2: Basisveen Bruin mineraalarm veen.
Het pakket is aanwezig in 14 van de 22 boorprofielen (nummers 2, 5, 6, 7, 8, 11, 12, 13, 16, 17, 18, 19, 102 en 107). Het pakket is waarschijnlijk in het hele plangebied aanwezig maar de top van het pakket is niet in alle boringen bereikt. De top van het pakket ligt tussen 130 en 270 cm -mv (875 en -753 cm NAP). De onderzijde van het pakket is bereikt in boorprofielen 102, 107, 8, 11, 16, 18 en 19. Het pakket is 120 tot 215 cm dik en ligt scherp op pakket 1. Het veen is meestal zwak amorf en compact. Op basis van de draderige structuur is het veen voornamelijk als zeggeveen geïnterpreteerd. Plaatselijk bevat het veen veel rietresten en is het als rietveen geïnterpreteerd. Wegens ligging op het Pleistocene zand van pakket 1 is het pakket als Basisveen geïnterpreteerd. Pakket 3: Kwelderafzettingen Zwak tot matig siltige matig slappe tot zeer slappe grijze klei. Het pakket is in alle boorprofielen aanwezig. De onderzijde van het pakket is niet in alle boringen bereikt. Het pakket is 90 tot 240 cm dik. De top van het pakket ligt tussen 20 en 110 cm -mv (-729 en -616 cm NAP). De bovenste 50 cm van het pakket bevat plaatselijk roestvlekken en gele concreties. Het pakket bevat plaatselijk plantenresten en schelpmateriaal. Het pakket is kalkloos behalve in lagen met schelpmateriaal. Het pakket bevat plaatselijk venige lagen (pakket 4).
De textuur en veenlagen wijzen erop dat het waarschijnlijk kwelderafzettingen van het Laagpakket van Wormer betreffen die in een laag en nat milieu zijn ontstaan.
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
14 Pakket 4: Hollandveen Bruin overwegend mineraalarm veen. Plaatselijk manifesteert het pakket zich als dunne lagen grijsbruin en kleiig veen in de kwelderafzettingen van pakket 3. Het pakket is aanwezig in 15 van de 22 boorprofielen (nummers 1, 2, 7, 8, 9, 10, 11, 13, 14, 16, 17, 18, 19, 102 en 107). De dikte van het pakket heeft een brede range: 5 tot 160 cm dik. De top van het pakket ligt tussen 20 en 145 cm -mv (-742 en -639 cm NAP). Het veen in het pakket heeft vaak een draderige structuur waardoor het waarschijnlijk zeggeveen betreft. Op basis van ligging op en tussen de kwelderafzettingen van pakket 3 is het pakket jonger dan het Basisveen van pakket en wordt daarom tot het Hollandveen gerekend. Pakket 5: Kreekafzettingen Sterk siltige kalkrijke grijze klei met roestvlekken en schelpmateriaal. Het pakket is alleen aanwezig in boorprofiel 4. Het pakket is 45 cm dik. De top van het pakket ligt op 25 cm -mv (-601 cm NAP). Het pakket is slecht te onderscheiden van de kwelderafzettingen van pakket 3 en kenmerkt zich voornamelijk door de aanwezigheid van kalkrijke afzettingen nabij de oppervlakte. Het pakket ligt tevens hoger ten opzichte van de overige kwelderafzettingen. Het is daarom mogelijk dat het hier kreekafzettingen van het Laagpakket van Wormer betreft. Pakket 6: Bouwvoor Donker grijsbruin sterk amorf kleiig veen en humeuze matig tot sterk siltige klei.
Het pakket is 20 tot 60 cm dik. In het pakket bevinden zich plaatselijk lagen met roest, kleibrokjes en fragmenten baksteen. Het pakket is in alle boorprofielen aanwezig. De top van het pakket ligt aan het maaiveld tussen -643 en -576 cm NAP. Het pakket maakt een omgewerkte indruk. Het betreft waarschijnlijk een restant van het Hollandveen dat na sluiting van de kust in het Neolithicum is ontstaan en in de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd is ontgonnen en verveend. Het pakket is waarschijnlijk geroerd door het weiden van veen en beworteling van planten en is daarom als bouwvoor geïnterpreteerd. Pakket 7: Opgebrachte grond In boorprofiel 8 is een pakket zwak siltig kalkrijk zand aanwezig van 25 cm dik. De top van het pakket ligt aan het maaiveld op -618 cm NAP. Dit is opgebracht zand voor de parkeerplaats.
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
15
4
Archeologische interpretatie In het plangebied geldt de voornaamste archeologische verwachting voor resten uit het Paleolithicum en Vroeg Mesolithicum in het Pleistocene niveau en resten uit het Midden Mesolithicum tot en met het Neolithicum op kreekrug- en oeverafzettingen van het Laagpakket van Wormer. Het Pleistocene niveau (pakket 1) werd volgens de gespecificeerde verwachting op circa drie meter beneden maaiveld verwacht. Het pakket blijkt 30 tot 80 cm dieper te liggen dan verwacht. De top van het niveau vertoont geen sporen van bodemvorming (fig. 7, 8 en 9). Dit wijst erop dat de top van het pakket niet of relatief kort aan de oppervlakte heeft gelegen. Er is daarom waarschijnlijk geen sprake van een stabiel loopvlak dat door jagers-verzamelaars kan zijn gebruikt als verblijfplaats. De kans op archeologische resten uit het Paleolithicum en Vroeg Mesolithicum wordt daarom als klein ingeschat. Het Basisveen, de kwelderafzettingen en het Hollandveen (pakketten 2, 3 en 4) zijn gevormd in een nat intergetijdenmilieu. De kans dat hierin archeologische resten aanwezig zijn wordt als klein ingeschat. Uit hoogtegegevens en luchtfoto’s blijkt overtuigend dat door het plangebied kreken hebben gelopen (fig. 10 en 11). Echter, alleen in boorprofiel 4 zijn afzettingen aangetroffen die tot de kreekafzettingen gerekend kunnen worden.
De afzettingen zijn niet ontkalkt en er is geen aanwijzing voor aanwezigheid van een archeologische laag. Omdat de kreekafzettingen op slechts één plek zijn herkend verschillen de afzettingen wat betreft textuur weinig van de kwelderafzettingen. De afzettingen zijn niet gerijpt en mogelijk na hun vorming snel ‘verdronken’ in het veenmoeras dat zich daarna heeft ontwikkeld. Het betreft waarschijnlijk smalle kreken die in een laag energetisch milieu zijn ontwikkeld. De kans dat archeologische resten aanwezig zijn wordt als klein ingeschat.
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
16
4.1
Vergelijking met archeologisch onderzoek uit de omgeving In 2003 is een archeologisch booronderzoek uitgevoerd waarbij boringen langs de rand van het onderzoeksgebied zijn gezet (fig. 4 en zaak 2056747100 in fig. 12). Ter hoogte van boringen 52 zijn kreekafzettingen aanwezig en ter hoogte van boringen 53, 64 en 65 liggen oeverafzettingen. Van het onderzoek uit 2003 zijn geen boorstaten beschikbaar waardoor de lithologie van specifieke boorpunten niet kan worden vergeleken. Er is wel een algemene beschrijving beschikbaar: De kreek- en met name oeverafzettingen onderscheiden zich van kwelderafzettingen door een hogere zandigheid en sterkere aanwezigheid van ijzeroxidatie. De afzettingen zijn dikker dan één meter en bevatten mangaanconcreties en plantenresten.5 De afzettingen die tijdens het huidige onderzoek zijn aangetroffen zijn 45 cm dik, sterk siltig, kalkrijk en bevatten een spoor roestvlekken. Nergens in het huidige onderzoeksgebied is zandige klei aangetroffen. De resultaten van het huidige onderzoek komen sterker overeen met die van een booronderzoek uit 2016 op 800 meter ten westen van het plangebied (locatie 5, Groot Mijdrecht, zaak 4008109100). De verschillen in textuur tussen locaties naast en op de kreekrug zijn minimaal. De kreekrug bestaat uit slappe zwak tot matig siltige grijze klei en is nauwelijks te onderscheiden van de omliggende komklei.
De rug ligt waarschijnlijk aan de rand of uiteinde van het krekensysteem waardoor de oeverwallen van de kreek klein zijn en waarschijnlijk grotendeels onder water hebben gestaan waardoor het weinig mogelijkheden biedt voor menselijk gebruik. Het is waarschijnlijk dat dit in het huidige plangebied ook het geval is, des te meer omdat het plangebied verder oostwaarts ligt richting de rand of het uiteinde van het krekenstelsel.
5
Schute 2003
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
17
5
Waardestelling en Selectieadvies Conform KNA 4.1 vormen een waardestelling (VS06) en selectieadvies (VS07) van vindplaatsen onderdeel van een standaardrapport (VS05). Er zijn echter geen vindplaatsen aangetroffen. Er is daarom geen waardestelling mogelijk en er is geen selectieadvies opgesteld.
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
18
6
Conclusie 1.
Wat is de aard (geologisch en bodemkundig) en intactheid (verstoringen) van het bodemprofiel? De top van het bodemprofiel bestaat uit een venige bouwvoor bestaande uit een restant kleiig Hollandveen van 20 tot 60 cm dik. Hieronder liggen kwelderafzettingen afgewisseld met lagen Hollandveen op Basisveen. Onder het Basisveen liggen Pleistocene afzettingen. a)
Is sprake van kreekafzettingen (bedding/oever/restgeul)? Zo ja, wat is de verbreiding en mate van rijping? Kreekafzettingen in de vorm van kalkrijke sterk siltige klei zijn in één boring (nummer 4) herkend in het zuidwesten van het plangebied. De kreekafzettingen blijken hier slecht te onderscheiden van de kwelderafzettingen door het zeer geringe verschil in textuur. In het gehele plangebied bestaan de afzettingen van het Laagpakket van Wormer uit slappe ongerijpte grijze klei. Het patroon van langgerekte laagtes (kreekgeulen) en naastliggende oevers dat op luchtfoto’s en het AHN herkenbaar is, betreft waarschijnlijk een smalle kreek in het uiteinde of rand van een krekenstelsel die zich heeft ontwikkeld in een laag energetisch en nat milieu.
b)
Wat is de diepteligging van de top van de Pleistocene afzettingen? De top van het Pleistocene niveau ligt tussen 330 en 380 cm -mv (-985 en -956 cm NAP).
c)
Wat is de aard en intactheid (laagovergang en bodemhorizonten) van de top van het Pleistoceen? Het Basisveen gaat scherp over in het Pleistocene niveau. De bovenste twee tot vijf centimeter van het niveau is humeus door veenvorming. Er is alleen een C-horizont aanwezig en er is geen sprake van bodemvorming. Het zand is matig fijn en afgerond waardoor het als dekzand is geïnterpreteerd.
2.
Zijn potentiële archeologische niveaus aanwezig, en zo ja, wat is de aard, diepteligging en verbreiding daarvan? De top van het Pleistocene niveau is een potentieel archeologisch niveau. Er is echter geen sprake van bodemvorming waardoor waarschijnlijk geen sprake van een stabiel loopvlak dat gebruikt kan zijn door jagersverzamelaars als verblijfplaats. De kans op archeologische resten uit het Paleolithicum en Vroeg Mesolithicum wordt daarom als klein ingeschat. De kreekafzettingen worden op basis van de gespecificeerde verwachting beschouwd als potentieel archeologisch niveau. De afzettingen in het onderzoeksgebied zijn wat betreft textuur zwak ontwikkeld. Er is geen sprake van rijping of een ontkalkt niveau. Het betreft waarschijnlijk een smalle kreek aan de rand of uiteinde van een krekenstelsel die waarschijnlijk snel is ‘verdronken’ in het veenmoeras. De kans op archeologische resten wordt als klein ingeschat.
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
19 Eindoordeel: 3.
Indien (mogelijk) archeologische waarden aanwezig zijn: a) Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? De kans dat archeologische resten door de beoogde ingrepen wordt verstoord wordt als klein ingeschat. b) Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische waarden? n.v.t.
4.
Indien vervolgonderzoek wordt geadviseerd: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt?
n.v.t.
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
20
7
Advies Bureau voor Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente De Ronde Venen.
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
21
8
Literatuur Actueel Hoogtebestand Nederland. 2018. ‘AHN3’. Digitale Hoogtekaart. https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/. Boer, A. de. 2021. ‘Proostdijerdwarsweg 12, Waverveen, gemeente De Ronde Venen: een bureauonderzoek en cultuurhistorische quickscan’. 1023. Bureau voor Archeologie Rapport. Bureau voor Archeologie. Bosch, J.H.A. 2008. ‘Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1: Op basis van de Standaard Boor Beschrijvingsmethode versie 5.2’. 2008-U-R0881/A. Deltares-rapport. Kadaster, en PDOK. 2014. ‘AHN2 en 3 - WCS service’. http://nationaalgeoregister.nl. Nederlands Normalisatie Instituut. 1989. Geotechniek: classificatie van onverharde grondmonsters. Delft: Nederlands Normalisatie-instituut. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 2021. ‘Archis3 - Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed’. https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/login. Schute, I.A. 2003. ‘Strategisch Groenproject De Venen, deelgebied Groot Mijdrecht-Noordoost Gemeente De Ronde Venen Een Aanvullende Archeologische Inventarisatie’. RAAP rapport 827. Amsterdam: RAAP Archeologisch Adviesbureau.
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
22
Figuren vervalt
Eenheid Omschrijving Zone met kreekafzettingen.
Advies Vermijd graafwerkzaamheden. Indien graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm -mv wordt aanbevolen verkennend booronderzoek uit te voeren.
Figuur 2: Archeologische advieskaart uit het voorgaande bureauonderzoek (Boer 2021). Onder de advieskaart met als achtergrond de analyse van Schute (2003), en in roze de ligging van kreekruggen zoals die nu op het AHN3 zichtbaar is. De “kreekrug” die met een pijl is gemarkeerd is nu in geen enkel kaartbeeld terug te vinden. De gele zone omvat daarom deze “kreekrug” niet.
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
23
Figuur 3: Onderzoeksgebied (rood) en plangebied (blauw).
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
24
Figuur 4: Analyse van kreekruggen en de resultaten van booronderzoek (Schute 2003). De paarse lijn geeft aan waar de fossiele kreken volgens bureauonderzoek uit juni 2021 liggen (Boer 2021).
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
25
(en 102)
(en 107)
Figuur 5: Boorpuntenkaart.
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
Figuur 6: Schematische weergave van boorprofielen.
27
350 cm -mv
345 cm -mv
Basisveen
Humeuze top Pleistoceen
Pleistoceen dekzand
Figuur 7: Top van het Pleistocene niveau in boring 11.
330 cm -mv 332 cm -mv
Basisveen
Humeuze top Pleistoceen
Pleistoceen dekzand
Figuur 8: Top van het Pleistocene niveau in boring 16.
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
28
365 cm -mv 370 cm -mv
Basisveen
Humeuze top Pleistoceen
Pleistoceen dekzand
Figuur 9: Top van het Pleistocene niveau in boring 107.
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
29
Figuur 10: Hoogte-reliëfkaart (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018). De interpretatie van de ligging van de fossiele kreken is weergegeven met ellipsen. Het onderzoeksgebied is weergegeven met een rode lijn en het plangebied met een witte lijn.
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
30
Figuur 11: Luchtfoto met plangebied (blauw) en onderzoeksgebied (rood). Locaties van kreekruggen zijn weergegeven met ellipsen.
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
31
Figuur 12: Locaties onderzoeken uit ARCHIS 3 ten opzichte van het onderzoeksgebied (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2021).
Bureau voor Archeologie Rapport 1068
Waverveen Proostdijerdwarsweg 12
Bijlage 1: Boorbeschrijvingen nr.
grens (cm - grond bijmenging mediaan kleur mv)
kalk
nieuwvormingen
interpretatie
boortype
overig
boven onder 1
grondwaterstand tijdens boring: 70 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
40 veen
zwak kleiig
bruin
kalkloos spoor bouwvoor roestvlekken
7cm- Edelman matig amorf; spoor kleibrokjes; basis geleidelijk
40
55 veen
mineraalarm
donkergrijsbruin
kalkloos
Hollandveen
7cm- Edelman matig amorf; basis scherp
55
100 klei
zwak siltig
grijs
kalkloos
kwelderafzettingen 7cm- Edelman slap; spoor plantenresten; basis geleidelijk
100
140 klei
zwak siltig
grijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
slap; basis geleidelijk
140
200 klei
zwak siltig
grijs
kalkrijk
kwelderafzettingen 3cm- Guts
zeer slap; spoor schelpmateriaal
2
grondwaterstand tijdens boring: 50 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
35 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
bouwvoor
7cm- Edelman sterk amorf; basis scherp
35
45 klei
zwak siltig
grijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
matig slap; spoor plantenresten; basis geleidelijk; gele concreties
45
60 klei
matig siltig
grijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
slap; basis geleidelijk
60
115 klei
zwak siltig
grijs
kalkrijk
kwelderafzettingen 3cm- Guts
slap; spoor schelpmateriaal; basis scherp
115
125 veen
sterk kleiig
grijsbruin
kalkloos
Hollandveen
basis scherp
125
220 klei
zwak siltig
grijs
kalkrijk
kwelderafzettingen 3cm- Guts
zeer slap; spoor schelpmateriaal; basis geleidelijk
220
260 klei
zwak siltig
grijs
kalkrijk
kwelderafzettingen 3cm- Guts
zeer slap; weinig schelpmateriaal; basis scherp
260
380 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
Basisveen
3cm- Guts
basis scherp; basisveen; compact; zwak amorf; iets draderig, mogelijk veenmosveen en zeggeveen
380
460 niet besch reven
3cm- Guts
guts loopt leeg, zand gevoeld; mogelijk Pleistoceen niveau; restant zand dat in de guts achterblijft is bruingrijs en kalkrijk
3cm- Guts
nr.
grens (cm - grond bijmenging mediaan kleur mv)
kalk
nieuwvormingen
interpretatie
boortype
overig
boven onder 3
grondwaterstand tijdens boring: 90 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
35 veen
sterk kleiig
grijsbruin
kalkloos spoor bouwvoor roestvlekken
7cm- Edelman zwak amorf; spoor kleibrokjes; basis scherp; omgewerkte grond
35
50 klei
matig siltig
grijs
kalkloos spoor bouwvoor roestvlekken
7cm- Edelman slap; spoor plantenresten; basis geleidelijk; omgewerkte grond
50
55 klei
matig siltig
grijs
kalkloos spoor kwelderafzettingen 3cm- Guts roestvlekken
weinig gele vlekken; slap; spoor plantenresten; basis geleidelijk; omgewerkte grond
55
75 klei
matig siltig
grijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
spoor plantenresten; basis geleidelijk
75
105 klei
matig siltig
donkergrijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
slap; basis geleidelijk
105
200 klei
zwak siltig
grijs
kalkrijk
kwelderafzettingen 3cm- Guts
zeer slap; spoor schelpmateriaal
4
grondwaterstand tijdens boring: 60 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
25 klei
sterk siltig; zwak humeus
donkergrijsbruin
kalkloos
bouwvoor
25
50 klei
sterk siltig
grijs
kalkrijk
spoor kreekafzettingen roestvlekken
3cm- Guts
spoor schelpmateriaal; basis geleidelijk
50
70 klei
sterk siltig
grijs
kalkrijk
spoor kreekafzettingen roestvlekken
3cm- Guts
spoor schelpmateriaal; basis geleidelijk
70
160 klei
matig siltig
grijs
kalkrijk
kwelderafzettingen 3cm- Guts
basis scherp
160
170 klei
matig siltig; sterk humeus
donkerbruingrijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
spoor plantenresten; basis scherp; venig laagje
170
200 klei
zwak siltig
grijs
kalkrijk
kwelderafzettingen 3cm- Guts
spoor schelpmateriaal
5
7cm- Edelman spoor zwarte vlekken; basis geleidelijk; omgewerkte grond
grondwaterstand tijdens boring: 40 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
50 klei
matig siltig; sterk humeus
grijsbruin
kalkloos spoor bouwvoor roestvlekken
7cm- Edelman spoor donker-bruine vlekken; spoor plantenresten; basis scherp; omgewerkte grond
nr.
grens (cm - grond bijmenging mediaan kleur mv)
kalk
nieuwvormingen
interpretatie
boortype
overig
boven onder 50
75 klei
matig siltig
grijs
kalkloos spoor kwelderafzettingen 3cm- Guts roestvlekken
slap; basis geleidelijk
75
260 klei
zwak siltig
grijs
kalkrijk
kwelderafzettingen 3cm- Guts
zeer slap; spoor schelpmateriaal; basis scherp
260
300 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
Basisveen
zwak amorf; basisveen
3cm- Guts
6
grondwaterstand tijdens boring: 60 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
40 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
bouwvoor
7cm- Edelman sterk amorf; basis scherp
40
90 klei
matig siltig; matig humeus
grijsbruin
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
weinig plantenresten; basis geleidelijk; venige klei
90
140 klei
matig siltig
grijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
spoor plantenresten; basis geleidelijk
140
230 klei
zwak siltig
grijs
kalkrijk
kwelderafzettingen 3cm- Guts
spoor zwarte vlekken; basis geleidelijk
230
270 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
Basisveen
basis scherp; kleilaagjes
270
275 klei
zwak siltig
grijs
kalkrijk
kwelderafzettingen 3cm- Guts
275
300 veen
mineraalarm
grijs
kalkloos
Basisveen
3cm- Guts
7
8
basis scherp
3cm- Guts grondwaterstand tijdens boring: 50 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg
0
30 veen
zwak kleiig
grijsbruin
kalkloos
bouwvoor
7cm- Edelman spoor zwarte vlekken; sterk amorf; basis scherp; omgewerkte grond; spoor baksteen: oranjerode baksteenkruimels
30
50 klei
matig siltig
bruingrijs
kalkloos spoor kwelderafzettingen 7cm- Edelman basis geleidelijk; omgewerkte grond; gele brokjes roestvlekken
50
70 klei
matig siltig
bruingrijs
kalkloos spoor kwelderafzettingen 3cm- Guts roestvlekken
slap; basis geleidelijk
70
120 klei
matig siltig
bruingrijs
kalkrijk
kwelderafzettingen 3cm- Guts
slap; spoor schelpmateriaal; basis geleidelijk
120
125 veen
sterk kleiig
grijsbruin
kalkloos
Hollandveen
basis scherp
125
200 klei
zwak siltig
grijs
kalkrijk
kwelderafzettingen 3cm- Guts
3cm- Guts
zeer slap; spoor schelpmateriaal grondwaterstand tijdens boring: 50 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg
nr.
grens (cm - grond bijmenging mediaan kleur mv)
kalk
nieuwvormingen
interpretatie
boortype
overig
boven onder 0
25 zand
zwak siltig
matig fijn bruingrijs
kalkrijk
opgebrachte grond 7cm- Edelman matig kleine spreiding; zand hoekig; basis scherp; opgebrachte grond
25
60 veen
zwak zandig
bruin
kalkloos
bouwvoor
60
70 klei
zwak siltig
bruingrijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
basis scherp
70
105 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
Hollandveen
basis scherp
105
200 klei
zwak siltig
grijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
spoor zwarte vlekken; spoor plantenresten; basis geleidelijk
200
225 klei
zwak siltig; zwak humeus
donkerbruingrijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
basis geleidelijk
225
250 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
Basisveen
3cm- Guts
rietveen; basis scherp; basisveen
250
300 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
Basisveen
3cm- Guts
zeggeveen; basis scherp; basisveen
300
345 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
Basisveen
3cm- Guts
zeggeveen; basis scherp; basisveen; houtbrokjes
345
350 zand
zwak siltig
matig fijn grijsbruin
kalkloos
Pleistocene afzettingen
3cm- Guts
matig kleine spreiding; zand afgerond; Pleistocene niveau;
350
400 niet besch reven
3cm- Guts
guts loopt leeg
7cm- Edelman sterk amorf; spoor plantenresten; basis scherp
3cm- Guts
9
grondwaterstand tijdens boring: 50 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
20 klei
matig siltig; zwak humeus
donkergrijsbruin
kalkloos
bouwvoor
7cm- Edelman basis geleidelijk
20
50 klei
matig siltig
bruingrijs
kalkloos
kwelderafzettingen 7cm- Edelman basis geleidelijk
50
80 klei
matig siltig
grijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
basis geleidelijk
80
145 klei
zwak siltig
grijs
kalkrijk
kwelderafzettingen 3cm- Guts
spoor schelpmateriaal; basis scherp
145
155 veen
zwak kleiig
grijsbruin
kalkloos
Hollandveen
basis scherp
155
200 klei
zwak siltig
grijs
kalkrijk
kwelderafzettingen 3cm- Guts
3cm- Guts
slap; spoor schelpmateriaal
nr.
grens (cm - grond bijmenging mediaan kleur mv)
kalk
nieuwvormingen
interpretatie
boortype
overig
boven onder 10
grondwaterstand tijdens boring: 60 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
35 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
bouwvoor
7cm- Edelman sterk amorf; basis scherp
35
65 veen
sterk kleiig
bruingrijs
kalkloos
Hollandveen
3cm- Guts
65
150 klei
zwak siltig
grijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
spoor zwarte vlekken; slap; spoor plantenresten; basis geleidelijk
150
200 klei
zwak siltig
grijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
zeer slap
11
basis geleidelijk
beschrijver: F. Roodenburg 0
40 veen
zwak kleiig
donkergrijsbruin
kalkloos
bouwvoor
7cm- Edelman sterk amorf; basis scherp; omgewerkte grond
40
65 klei
matig siltig; zwak humeus
bruingrijs
kalkloos
kwelderafzettingen 7cm- Edelman slap; weinig plantenresten; basis scherp
65
100 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
Hollandveen
100
120 klei
zwak siltig
blauwgrijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
spoor donkergele vlekken; zeer slap; spoor plantenresten; basis scherp
120
130 klei
zwak siltig; matig humeus
donkerbruingrijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
basis geleidelijk
130
250 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
Basisveen
3cm- Guts
rietveen; basis geleidelijk
250
345 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
Basisveen
3cm- Guts
zeggeveen; basis scherp; zwak amorf
345
350 zand
zwak siltig; zwak humeus
matig fijn donkerbruingrijs
kalkloos
Pleistocene afzettingen
3cm- Guts
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp; onderin zwart laagje
350
390 zand
zwak siltig
matig fijn bruingrijs
kalkloos
Pleistocene afzettingen
3cm- Guts
matig kleine spreiding; zand afgerond; dekzand
390
400 niet besch reven
3cm- Guts
zand gevoeld guts loopt leeg
3cm- Guts
basis scherp
nr.
grens (cm - grond bijmenging mediaan kleur mv)
kalk
nieuwvormingen
interpretatie
boortype
overig
boven onder 12
grondwaterstand tijdens boring: 60 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
50 veen
sterk kleiig
donkergrijsbruin
kalkloos
bouwvoor
7cm- Edelman basis geleidelijk; omgewerkte grond
50
60 veen
sterk kleiig
donkergrijsbruin
kalkloos
bouwvoor
3cm- Guts
60
110 klei
zwak siltig; zwak humeus
bruingrijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
slap; weinig plantenresten; basis geleidelijk
110
130 klei
zwak siltig
grijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
zeer slap; basis scherp
130
160 klei
zwak siltig; matig humeus
donkergrijsbruin
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
weinig plantenresten; basis geleidelijk
160
200 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
Basisveen
basis scherp; omgewerkte grond
3cm- Guts
13
beschrijver: F. Roodenburg 0
25 veen
zwak kleiig
donkergrijsbruin
kalkloos
bouwvoor
7cm- Edelman basis scherp; omgewerkte grond
25
50 klei
matig siltig
grijs
kalkloos
kreekafzettingen
7cm- Edelman spoor donkergele vlekken; spoor plantenresten; basis geleidelijk; gele concreties
50
60 klei
matig siltig
grijs
kalkloos
kreekafzettingen
7cm- Edelman spoor donkergele vlekken; matig slap; spoor plantenresten; basis geleidelijk
60
80 klei
matig siltig; zwak humeus
bruingrijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
slap; weinig plantenresten; basis scherp
80
120 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
Hollandveen
rietveen; basis scherp
120
155 klei
zwak siltig
grijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
spoor plantenresten; basis geleidelijk
155
190 klei
zwak siltig; matig humeus
grijsbruin
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
weinig plantenresten; basis geleidelijk; veenlagen
190
200 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
Basisveen
rietveen
3cm- Guts
3cm- Guts
nr.
grens (cm - grond bijmenging mediaan kleur mv)
kalk
nieuwvormingen
interpretatie
boortype
overig
boven onder 14
grondwaterstand tijdens boring: 30 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
30 veen
zwak kleiig
donkergrijsbruin
kalkloos
bouwvoor
7cm- Edelman sterk amorf; basis scherp; omgewerkte grond
30
50 klei
matig siltig
bruingrijs
kalkloos
kreekafzettingen
7cm- Edelman spoor zwarte vlekken; spoor plantenresten; basis geleidelijk; gele concreties
50
60 klei
matig siltig
bruingrijs
kalkloos
kreekafzettingen
3cm- Guts
spoor zwarte vlekken; spoor plantenresten; basis geleidelijk; gele concreties
60
130 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
Hollandveen
3cm- Guts
zeggeveen; basis scherp; draderige structuur,
130
140 klei
zwak siltig; matig humeus
donkerbruingrijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
basis scherp
140
180 klei
zwak siltig
grijs
kalkrijk
kwelderafzettingen 3cm- Guts
zeer slap; basis geleidelijk; geband
180
200 klei
zwak siltig
grijs
kalkrijk
kwelderafzettingen 3cm- Guts
slap; spoor plantenresten
15
grondwaterstand tijdens boring: 50 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
40 veen
zwak kleiig
donkergrijsbruin
kalkloos
bouwvoor
40
55 klei
matig siltig
bruingrijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
basis geleidelijk; gele concreties
55
95 klei
matig siltig
grijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
slap; basis geleidelijk
95
140 klei
matig siltig
grijs
kalkrijk
kwelderafzettingen 3cm- Guts
slap; basis geleidelijk
140
200 klei
matig siltig
grijs
kalkrijk
kwelderafzettingen 3cm- Guts
slap; spoor plantenresten
16
7cm- Edelman sterk amorf; basis scherp
grondwaterstand tijdens boring: 50 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
30 veen
sterk kleiig
donkergrijsbruin
kalkloos
bouwvoor
7cm- Edelman basis scherp; omgewerkte grond
30
50 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
Hollandveen
7cm- Edelman zeggeveen; basis scherp
nr.
grens (cm - grond bijmenging mediaan kleur mv)
kalk
nieuwvormingen
interpretatie
boortype
overig
boven onder 50
90 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
Hollandveen
3cm- Guts
zeggeveen; basis scherp
90
110 klei
matig siltig
grijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
zeer slap; basis geleidelijk
110
170 klei
matig siltig
grijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
zeer slap; spoor plantenresten; basis geleidelijk
170
200 klei
matig siltig
grijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
zeer slap; basis scherp
200
330 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
Basisveen
3cm- Guts
zeggeveen; basis scherp; zwak amorf; draderig, plaatselijk rietresten
330
332 zand
zwak siltig
matig fijn zwart
kalkloos
Pleistocene afzettingen
4cmZuigerboor
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp
332
350 zand
zwak siltig
matig fijn bruingrijs
kalkloos
Pleistocene afzettingen
4cmZuigerboor
matig kleine spreiding; zand afgerond; spoor plantenresten; basis geleidelijk
350
360 zand
zwak siltig
matig fijn grijs
kalkloos
Pleistocene afzettingen
4cmZuigerboor
matig kleine spreiding; zand afgerond; spoor plantenresten; basis geleidelijk
17
beschrijver: F. Roodenburg 0
10 veen
zwak kleiig
bruin
kalkloos
bouwvoor
7cm- Edelman sterk amorf; basis scherp; omgewerkte grond
10
20 veen
zwak kleiig
donkergrijsbruin
kalkloos
bouwvoor
7cm- Edelman sterk amorf; basis scherp; omgewerkte grond
20
60 klei
matig siltig
grijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
matig slap; basis geleidelijk
60
110 klei
zwak siltig
grijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
slap; basis geleidelijk
110
130 veen
sterk kleiig
grijsbruin
kalkloos
Hollandveen
basis geleidelijk
130
175 klei
zwak siltig
blauwgrijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
175
200 veen
zwak kleiig
bruin
kalkloos
Basisveen
18
3cm- Guts
slap; basis scherp
3cm- Guts grondwaterstand tijdens boring: 50 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg
0
20 veen
mineraalarm
grijsbruin
kalkloos
bouwvoor
7cm- Edelman sterk amorf; basis scherp
20
50 veen
mineraalarm
donkerbruin
kalkloos
Hollandveen
7cm- Edelman basis geleidelijk
nr.
grens (cm - grond bijmenging mediaan kleur mv)
kalk
nieuwvormingen
interpretatie
boortype
overig
3cm- Guts
matig amorf; basis scherp
boven onder 50
110 veen
mineraalarm
donkerbruin
kalkloos
Hollandveen
110
170 klei
zwak siltig
grijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
zeer slap; spoor plantenresten; basis scherp
170
180 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
Hollandveen
3cm- Guts
basis scherp
180
200 klei
zwak siltig; zwak humeus
bruingrijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
basis scherp
200
360 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
Basisveen
3cm- Guts
zeggeveen; basis scherp; Basisveen
360
370 zand
zwak siltig
matig fijn grijsbruin
kalkloos
Pleistocene afzettingen
3cm- Guts
matig kleine spreiding; zand afgerond; Pleistoceen niveau;
370
400 niet besch reven
3cm- Guts
guts loopt leeg; zand gevoeld;
19
grondwaterstand tijdens boring: 50 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
45 veen
mineraalarm
donkerbruin
kalkloos
bouwvoor
7cm- Edelman sterk amorf; basis scherp
45
80 veen
mineraalarm
donkerbruin
kalkloos
Hollandveen
3cm- Guts
basis geleidelijk
80
100 veen
zwak kleiig
donkergrijsbruin
kalkloos
Hollandveen
3cm- Guts
basis geleidelijk
100
180 klei
zwak siltig
bruingrijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
weinig plantenresten; basis geleidelijk; groenig
180
200 klei
zwak siltig
grijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
spoor plantenresten; basis geleidelijk
200
350 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
Basisveen
3cm- Guts
zeggeveen; basis scherp; basis veen
350
360 zand
zwak siltig
matig fijn bruingrijs
kalkloos
Pleistocene afzettingen
3cm- Guts
matig kleine spreiding; zand afgerond; Pleistoceen niveau;
360
400 niet besch reven
Guts
guts loopt leeg; zand gevoeld;
nr.
grens (cm - grond bijmenging mediaan kleur mv)
kalk
nieuwvormingen
interpretatie
boortype
overig
boven onder 20
grondwaterstand tijdens boring: 50 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
40 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
bouwvoor
7cm- Edelman sterk amorf; spoor kleibrokjes; basis scherp; omgewerkte grond
40
65 klei
matig siltig
grijs
kalkloos spoor kwelderafzettingen 3cm- Guts roestvlekken
spoor zwarte vlekken; spoor plantenresten; basis geleidelijk; gele concreties
65
100 klei
zwak siltig
grijs
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
slap; basis geleidelijk
100
160 klei
zwak siltig
grijs
kalkrijk
kwelderafzettingen 3cm- Guts
zeer slap; basis geleidelijk
160
190 klei
matig siltig; zwak humeus
grijsbruin
kalkloos
kwelderafzettingen 3cm- Guts
matig slap; basis scherp
190
200 klei
zwak siltig
grijs
kalkrijk
kwelderafzettingen 3cm- Guts
slap
102
grondwaterstand tijdens boring: 70 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
30 veen
sterk kleiig
grijsbruin
kalkloos
bouwvoor
7cm- Edelman basis scherp; omgewerkte grond
30
45 klei
matig siltig
bruingrijs
kalkloos
kwelderafzettingen 7cm- Edelman matig slap; basis geleidelijk; veel gele concreties
45
80 klei
matig siltig
bruingrijs
kalkloos weinig kwelderafzettingen 7cm- Edelman matig slap; basis geleidelijk roestvlekken
80
125 klei
matig siltig
grijs
kalkrijk
kwelderafzettingen 3cm- Guts
basis scherp
125
135 veen
mineraalarm
grijsbruin
kalkloos
Hollandveen
basis scherp
135
230 klei
matig siltig
grijs
kalkrijk
kwelderafzettingen 3cm- Guts
slap; spoor schelpmateriaal; basis geleidelijk
230
270 klei
matig siltig
grijs
kalkrijk
kwelderafzettingen 3cm- Guts
zeer slap; spoor schelpmateriaal; basis geleidelijk; zwakker siltig dan bovenliggende laag
270
380 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
Basisveen
Guts
zeggeveen; basis scherp
380
395 zand
zwak siltig
matig fijn grijs
kalkloos
Pleistocene afzettingen
3cm- Guts
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp
395
400 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
Basisveen
3cm- Guts
3cm- Guts
nr.
grens (cm - grond bijmenging mediaan kleur mv)
kalk
nieuwvormingen
interpretatie
boortype
overig
boven onder 107
grondwaterstand tijdens boring: 60 (cm -mv) beschrijver: F. Roodenburg 0
25 klei
sterk siltig; zwak humeus
donkergrijsbruin
kalkloos
bouwvoor
7cm- Edelman basis scherp; omgewerkte grond
25
60 klei
matig siltig
bruingrijs
kalkloos
kwelderafzettingen 7cm- Edelman basis geleidelijk; veel gele concreties
60
130 klei
matig siltig
groen
kalkrijk
kwelderafzettingen 3cm- Guts
spoor schelpmateriaal; basis scherp
130
135 veen
mineraalarm
grijsbruin
kalkloos
Hollandveen
sterk amorf; basis scherp
135
230 klei
matig siltig
grijs
kalkrijk
kwelderafzettingen 3cm- Guts
spoor schelpmateriaal; basis scherp
230
365 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
Basisveen
3cm- Guts
zeggeveen; basis scherp
365
370 zand
zwak siltig; zwak humeus
matig fijn donkerbruingrijs
kalkloos
Pleistocene afzettingen
3cm- Guts
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp
370
400 zand
zwak siltig
matig fijn bruingrijs
kalkloos
Pleistocene afzettingen
3cm- Guts
matig kleine spreiding; zand afgerond; dekzand
3cm- Guts
Coördinaten van de boringen: nr.
X (m RD)
Y (m RD)
Z (cm NAP)
1
122057
472074
-627
2
122087
472042
-605
3
122058
472031
-602
4
122105
472020
-576
5
122082
472014
-593
6
122139
472008
-611
7
122060
471996
-591
8
122110
471987
-618
9
122088
471967
-597
10
122140
471965
-612
11
122240
472152
-623
12
122212
472138
-622
13
122241
472117
-624
14
122222
472100
-621
15
122233
472074
-611
16
122214
472052
-628
17
122243
472031
-625
18
122214
472009
-619
19
122244
471988
-615
20
122215
471966
-605
102
122087
472042
-605
107
122060
471996
-591