CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8.2 Was wordt lijst Verordening Parkeerbelastingen 2024

Gemeenteraad 12 oktober 2023, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordeningen Lokale heffingen 20242.066 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening 2023 Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2023 Geldend van 24-12-2022 t/m heden Intitulé Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2023 De raad van de gemeente De Ronde Venen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, gelet op: artikel 225 van de Gemeentewet;

Concept Verordening 2024

Was

Wordt

de vigerende parkeerverordening; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2023 Artikel 1. Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2023 2024 2024 Geldend van …...-2023 t/m heden 24-12-2022 …...-2023 Intitulé Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2023 2024 2024 De raad van de gemeente De Ronde Venen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders (raadsvoorstel nr…...van ….december 2023); gelet op: de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h en 225 artikel 225 van de Gemeentewet; de artikelen 156, eerste en tweede van de Gemeentewet; lid, aanhef en onderdeel h en 225 van de Gemeentewet; de vigerende parkeerverordening; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2023 2024 2024 Artikel 1. Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a. autodate: het herhaald en opeenvolgende gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan een huishouden. b. - houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven; c. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990; d. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

a. autodate: het herhaald en opeenvolgende gezamenlijk gebruik van huishouden. motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan een huishouden; b. houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven; c. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990; d. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

huishouden;

e. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten e. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden. wettelijk voorschrift is verboden. Artikel 2. Belastbaar feit Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ wordt de volgende belastingen geheven:

Artikel 2. Belastbaar feit Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden de volgende belastingen wordt geheven:

worden

a. een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij deze verordening aangewezen plaats, tijdstip en wijze;

a. een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een voertuig op een bij deze verordening bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen aangewezen plaats gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

b. een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende b. een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze. vergunning aangegeven plaats en wijze. Artikel 3. Belastingplicht Artikel 3. Belastingplicht 1. De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van 1. De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd. degene die het voertuig heeft geparkeerd. 2. Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede 2. Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: aangemerkt: a. degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft a. degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; gegeven de belasting te willen voldoen; b. zolang geen voldoening van de belasting als genoemd in artikel 2, b. zolang geen voldoening van de belasting als genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat dien verstande dat I. als er voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst I.

als er voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst geparkeerd;" wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;" motorvoertuig heeft geparkeerd; II. als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan II. als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. motorvoertuig heeft geparkeerd. 3. De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven 3.

De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. 4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van 4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd. degene die de vergunning heeft aangevraagd. Artikel 4. Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak Artikel 4. Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak 1. Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in 1. Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt op het parkeerterrein “Achterbos” te artikel 2, onderdeel a, bedraagt op het parkeerterrein “Achterbos” te Vinkeveen, € 5,45 per dag. Vinkeveen, € …. per dag. 2.

Voor de toepassing van lid 1 wordt een gedeelte van een dag voor een 2. Voor de toepassing van lid 1 wordt een gedeelte van een dag voor een volle dag gerekend. volle dag gerekend. 3. Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, 3. Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedraagt € 45,35. onderdeel b, bedraagt € …..

motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats conform modelverordening VNG

geparkeerd;

Artikel 5. Wijze van heffing Artikel 5. Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze. van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.

en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften. conform modelverordening VNG

2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. van voldoening op aangifte. Artikel 6. Ontstaan van de belastingschuld Artikel 6. Ontstaan van de belastingschuld 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren. aanvang van het parkeren. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Artikel 7. Termijnen van betaling Artikel 7. Termijnen van betaling 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend 3. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. 3. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald. Artikel 8. Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

verleend

verleend.

Artikel 8. Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen Artikel toegevoegd conform modelverordening VNG

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit. Artikel 8. Kosten De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 67,70 Artikel 9. Kwijtschelding Bij de invordering van de parkeerbelasting wordt geen kwijtschelding verleend

Artikel 9. Kosten De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € .... Artikel 10. Kwijtschelding Ter zake de parkeerbelasting, zoals bedoeld in deze verordening, wordt geen kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 verleend.

artikel 8

artikel 9

artikel 9 Bij de invordering van de parkeerbelasting wordt geen kwijtschelding verleend

artikel 10 Ter zake de parkeerbelasting, zoals bedoeld in deze verordening, wordt geen kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 verleend. - conform modelverordening VNG

Artikel 10. Overgangsrecht

Artikel 11. Overgangsrecht

artikel 10

artikel 11

De ‘Verordening parkeerbelastingen 2022’ wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11 tweede lid genoemde datum van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

De ‘Verordening parkeerbelastingen 2023’ wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid genoemde datum van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 11. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 12. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening parkeerbelastingen 2023.

Artikel 12. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. Artikel 13. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening parkeerbelastingen 2024.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 20 december 2022. De voorzitter, De griffier,

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]. De voorzitter, De griffier,

2022/ artikel 11

20 december 2022

2023/ artikel 12

2023

2024

2023

2024

[datum]

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13132533/1