CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 - Bijlage 2 toelichting - Verkennend bodemonderzoek

Gemeenteraad 1 februari 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan De Hoef Oostzijde 67a te De Hoef22.464 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

Mees Ruimte & Milieu | De Hoef Oostzijde 67a te De Hoef

Pagina | 24

Opdrachtgever

:

Menhir Vastgoed

Postbus of adres

:

Herenweg 182

Postcode + plaats

:

3648 CP Wilnis

Datum

:

1 september 2022

Rapportnummer

:

M22025-RAP-01

Status

:

Definitief

Adviesbureau

:

Kwinfra B.V.

Postadres

:

Helderseweg 54 g-h

Postcode+plaats

:

1817 BB Alkmaar

Telefoon

:

072

Website

:

www.kwinfra.nl

E-mail

:

info@kwinfra.nl

Opgesteld door:

De heer T. Schilder

Handtekening: Gecontroleerd door: Handtekening:

De heer M.V. Oortwijn

751 3930

RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK De Hoef Oostzijde 67A te De Hoef

SAMENVATTING De Hoef Oostzijde 67A te De Hoef De Hoef, sectie C, nummer 8917 (deels) Circa 930 m² Erf met schuur Voorgenomen herontwikkeling Vastleggen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater)

Verkennend bodemonderzoek Verkennend onderzoek asbest in grond Verdacht NEN 5740+A1:2016 VED-HE-NL) NEN 5707+C2:2017 strategie verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming

De zintuiglijk schone bovengrond veen is licht verontreinigd met diverse zware metalen. De resten baksteen en sporen puin houdende bovengrond veen is licht verontreinigd met diverse zware metalen en PAK. De uiterst puinhoudende bovengrond zand is licht verontreinigd met kobalt, lood, nikkel, zink, minerale olie en PAK. De sporen puin houdende ondergrond veen is licht verontreinigd met kobalt, koper, kwik, lood en zink. De zintuiglijk o.a. plaatselijk resten en sporen puinhoudende bovengrond zand is niet verontreinigd met OCB. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. In de uiterst puinhoudende bovengrond zand ter hoogte van de bestaande schuur (G14, G16, G17 en G18) wordt de (helft van de) interventiewaarde voor asbest overschreden. De aangetoonde verontreinigingen kunnen vermoedelijk gerelateerd worden aan de aangetroffen zintuiglijke bijmengingen en/of de bekende regionaal verhoogde achtergrondwaarden (toemaakdek). Gezien de aangetoonde verontreinigingen wordt de hypothese verdacht bevestigd. In verband met de aangetoonde (helft van de) interventiewaarde overschrijdingen met asbest in de grond is formeel een nader onderzoek asbest in grond conform de NEN5707 benodigd.

Echter, gezien de reeds aangetoonde gehalten aan asbest en de (aanzienlijk) hoeveelheid aangetroffen plaatmateriaal in de grond van de inspectiegaten is een nader onderzoek ons inziens in dit geval niet zinvol. Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten kan reeds worden geconcludeerd dat ter plaatse van de onderzoekslocatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest in de grond. In verband met de voorgenomen herontwikkeling op de locatie wordt geadviseerd alle asbesthoudende grond te ontgraven en af te voeren naar een erkende verwerker/acceptant.

Rapport: M22025-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek De Hoef Oostzijde 67A te de Hoef

2

Sanering van een geval van ernstige bodemverontreiniging dient gemeld te worden middels de uitvoering van een BUSoegd gezag Wbb. Uit een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt verder dat de grond grotendeels als klasse Industrie wordt geclassificeerd en deels als klasse Achtergrondwaarde. De asbesthoudende grond wordt (indicatief) als niet toepasbaar geclassificeerd.

Rapport: M22025-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek De Hoef Oostzijde 67A te de Hoef

3

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING

5

1.1 1.2

Kwaliteitsborging Leeswijzer

5 5

2.

VOORONDERZOEK

6

2.1 2.2

Locatiebeschrijving Historische informatie

6 6

2.2.1 Bodem belastende activiteiten 2.2.2 Bodeminformatie 2.2.3 Bodemkwaliteitskaart 2.2.4 Demping/ophoging/halfverharding/funderingslaag (asbest) 2.2.5 Bodemopbouw

6 7 7 7 8

2.3 2.4

Onderzoeksopzet (hypothese en strategie) Terreinverkenning

3.

VELDWERKZAAMHEDEN EN LABORATORIUMONDERZOEK

10

3.1

Veldonderzoek

10

3.1.1 Zintuiglijke waarnemingen 3.1.2 Veldwaarnemingen asbest 3.1.3 Afwijkingen op vigerende protocollen

9 9

10 11 12

3.2

Monsterselectie laboratorium

12

4.

INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN

13

4.1 4.2 4.3 4.4

Toetsingskader Grond Grondwater Asbest

13 13 14 14

5.

CONCLUSIES EN ADVIES

16

6.

REFERENTIES

17

BIJLAGEN Bijlage 1: Regionale ligging en situatietekening Bijlage 2: Boorstaten met zintuiglijke waarnemingen Bijlage 3: Toetsingskader Bijlage 4: Analyse- en toetsingsresultaten grond Bijlage 5: Analyse- en toetsingsresultaten grondwater Bijlage 6: Analysecertificaten en berekening asbest Bijlage 7: Verklaring onafhankelijkheid

Rapport: M22025-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek De Hoef Oostzijde 67A te de Hoef

4

1.

INLEIDING

In opdracht van Menhir Vastgoed is door Kwinfra B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie De Hoef Oostzijde 67A te de Hoef. Aanleiding voor de uitvoering van een bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling op het perceel en de daarmee samenhangende aanvraag van een Omgevingsvergunning. Doel van het verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest) is het vaststellen van de huidige milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Wij streven naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Grond- en grondwatermonsters worden steekproefsgewijs genomen. Lokale afwijkingen in de bodem kunnen daarom niet worden uitgesloten. Ook is het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname. Na de uitvoering van het onderzoek kan de kwaliteit van bodem (grond en grondwater) beïnvloed worden door onder andere het bouwrijp maken van een terrein, de aanvoer/toepassing van grond van buiten de onderzoekslocatie zonder kwaliteitsgegevens of door de verspreiding van een verontreiniging via het grondwater vanaf een naburig terrein(deel). De onderzoeksresultaten hebben daarom een beperkte geldigheidsduur.

1.1

Kwaliteitsborging

Het veldwerk is uitgevoerd volgens de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek" en de bijbehorende protocollen 2001, 2002 en 2018. Kwinfra B.V. is hiervoor door Normec Certification gecertificeerd. De veldwerkers staan geregistreerd bij Rijkswaterstaat Leefomgeving. Tussen Kwinfra B.V. (zusterbedrijven of het moederbedrijf) en de opdrachtgever is op geen enkele juridische, financiële, personele of andere wijze een relatie die de onafhankelijkheid van het resultaat van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek beïnvloedt. De analyses van de grondmengmonsters en het grondwatermonster zijn uitgevoerd een RvA geaccrediteerd laboratorium.

1.2

Leeswijzer

In hoofdstuk 1 is de inleiding met kwaliteitsborging weergegeven. Het vooronderzoek met de onderzoeksopzet is beschreven in hoofdstuk 2. Het uitgevoerde veld- en laboratoriumonderzoek is beschreven in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 zijn de analyseresultaten getoetst en besproken. De conclusies met eventueel advies zijn beschreven in hoofdstuk 5. Tot slot zijn in hoofdstuk 6 enkele referenties weergegeven.

Rapport: M22025-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek De Hoef Oostzijde 67A te de Hoef

5

2.

VOORONDERZOEK

Voor aanvang van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek conform de NEN 5725:2017 uitgevoerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is de hypothese opgesteld met een daarbij behorende onderzoeksstrategie waarmee de hypothese getoetst is. In het vooronderzoek is relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. In onderstaande tabel zijn de geraadpleegde bronnen weergegeven en is aangegeven of hier relevante informatie is aangetroffen.

Bron:

Bronvermelding:

Website Omgevingsdienst Regio Utrecht

https://www.odru.nl/geoloket/

Vigerende bodemkwaliteitskaart

Nota bodembeheer regio Noordwest-Utrecht (Documentcode: ZT69-1/14-022.907

Ja

Website PDOK/BAG viewer

pdokviewer.pdok.nl

Ja

Website kadaster

www.kadaster.nl www.topotijdreis.nl

Ja

Google Earth Pro

www.google.nl/intl/nl/earth/

Ja

Dino loket

www.dinoloket.nl

Ja

Archief Kwinfra

Diverse onderzoeken

Geen informatie bekend

2.1

Geschikte informatie: Ja

Locatiebeschrijving

Locatie Oppervlakte Kadaster Coördinaten Huidig gebruik Toekomstig gebruik

: De Hoef Oostzijde 67A de Hoef : circa 930 m² : gemeente Mijdrecht, sectie C, nummer 8917 (deels) : X: 115.913 / Y: 468.166 : Erf met schuur : Wonen met tuin

De onderzoekslocatie betreft een erf met een schuur en heeft een oppervlakte van circa 930 m². Het noordelijk deel van het terrein is verhard met asfalt. De schuur is aanwezig ter plaatse van het zuidelijk deel van de locatie. Het terrein rondom de schuur is grotendeels onverhard/braakliggend. De regionale ligging en situatietekening van de onderzoekslocatie zijn opgenomen in bijlage 1.

2.2

Historische informatie

Over de locatie is bekend dat er in het verleden een vergunning voor kwekerij voor vaste planten is verleend. De bestaande schuur deed in het verleden dienst als kantine en kantoor. Daarnaast waren in de schuur een afsluitbare gifkast en een acculaadinrichting aanwezig. Ten noordoosten van de onderzoekslocatie waren betonnen dompelbakken aanwezig, inclusief een afvoer voor het gebruikte water. Ten noordoosten van de bestaand schuur lag mogelijk een bovengrondse opslagtank voor propaangas (2.500 liter), welke reeds is verwijderd. Ten noordoosten van het bestaande woonhuis was in het verleden een wagenschuur aanwezig. In de wagenschuur was onder andere een bovengrondse opslagtank met gasolie (1.200 liter) in een lekbak aanwezig en waren opstelplaatsen voor tractoren. De gasolietank is reeds verwijderd en lag op circa 40 meter ten oosten van onderhavige onderzoekslocatie.

Rapport: M22025-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek De Hoef Oostzijde 67A te de Hoef

6

Op basis van informatie van de Omgevingsdienst Regio Utrecht is in het verleden deels ter plaatse van de onderzoekslocatie het onderstaand bodemonderzoek uitgevoerd: Verkennend bodemonderzoek De hoef Oostzijde 67A-78, onbekende auteur, onbekend rapportnummer, november 1993. Uit het bekende analysecertificaat van Omegam Amsterdam (Project BB, projectcode MOCOOS 16281, referentienummer 4430073, d.d. 9 november 1993) blijkt dat einigd is met minerale olie. Opgemerkt wordt dat dit de gemeten waarde betreft en de analyseresultaten niet zijn omgerekend naar standaard bodem. Verder is in de directe nabijheid van de locatie het onderstaande bodemonderzoek uitgevoerd: Indicatief Bodemonderzoek Oostzijde 74 De Hoef, Geo-Logic, rapportnummer 66-331/422, september/november 1992. Uit het rapport blijkt dat de bovengrond licht verontreingd is met lood en PAK. De ondergrond is licht verontreinigd met koper en PAK en matig verontreinigd met lood. Het grondwater is niet verontreinigd met de geanalyseerde parameters.

Volgens de bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart van Nota bodembeheer regio Noordwest-Utrecht (Documentcode: ZT69-1/14-022.907) van Omgevingsdienst regio Utrecht heeft de onderzoekslocatie de bodemfunctieklasse industrie. De boven- en ondergrond liggen in de bodemkwaliteitszone Zone E, Toemaakdek DRV 1. De ontgravingsklasse voor de bovengrond betreft naar verwachting klasse wonen. De ontgravingsklasse van de ondergrond betreft naar verwachting klasse achtergrondwaarde. Volgens hierboven genoemde bodemkwaliteitskaart ligt de onderzoekslocatie in de zogenaamde toemaakgronden waar vanaf de veertiende eeuw met stadsvuil, vermengd met zand, slib en stalmest werd gedempt en opgehoogd (o.a. haardas, bagger, puin, keukenafval en straatafval, scherven, sintels, slakken, glas, pijpenkoppen en munten). Over het algemeen is de bodem binnen deze zone sterk verontreinigd met lood, matig verontreinigd met koper en licht verontreinigd met zink.

Voor zover bekend zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie geen (asbest)verdachte dempings-/ophoog/halfverhardings-/funderingslagen aanwezig. De onderzoekslocatie is derhalve (vooralsnog) onverdacht op de aanwezigheid van asbest. Verder zijn voor zover bekend op de onderzoekslocatie geen gedempte sloten aanwezig.

Rapport: M22025-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek De Hoef Oostzijde 67A te de Hoef

7

Voor de algemene bodemopbouw is informatie geraadpleegd uit het Dinoloket welke is weergegeven in onderstaande figuur.

De locatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied en/of waterwingebied. Er bevinden zich in de nabijheid van de onderzoekslocatie geen grondwateronttrekkingen die de stromingsrichting van het grondwater ter plaatse kunnen beïnvloeden.

Rapport: M22025-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek De Hoef Oostzijde 67A te de Hoef

8

2.3

Onderzoeksopzet (hypothese en strategie)

Op basis van de verkregen resultaten uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie verdacht op de aanwezigheid van bodem verontreinigende stoffen. Ten behoeve van de onderzoeksopzet is een onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie uit de NEN 5740+A1:2016 (VED-HE-NL) aangehouden. Naar aanleiding van het aantreffen van asbestverdachte puinbijmengingen, een asbestverdachte beschoeiing, een beschadigde dakgoot en asbesthoudend plaatmateriaal op het maaiveld bij uitvoering van de terreininspectie is aanvullend een verkennend onderzoek asbest in grond uitgevoerd volgens de NEN 5707+C2:2017 strategie verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming. Met ingang van 13 december 2021 is het (geactualiseerde) Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie van kracht. Hierin zijn o.a. toepassingsnormen opgenomen met betrekking tot het hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Dit houdt onder meer in dat bij afvoer van grond vanaf de onderzoekslocatie naar een erkende verwerker/acceptant deze aanvullend onderzocht dient te zijn op PFAS-verbindingen. Op onderhavige onderzoekslocatie wordt naar verwachting geen grond afgevoerd, derhalve zijn er geen aanvullende analyses van PFAS in grond uitgevoerd.

2.4

Terreinverkenning

Ten behoeve van het vooronderzoek is door een medewerker van de Kwinfra B.V. op 7 maart 2022 een terreinverkenning uitgevoerd. De terreinverkenning is direct voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk uitgevoerd door de heer P. de Ruijter. Uit de terreinverkenning is naar voren gekomen dat langs de sloot aan de west- en zuidzijde van de onderzoekslocatie een asbestverdachte beschoeiing aanwezig is, bestaande uit golfplaten. Naast de beschoeiing is op het maaiveld plaatselijk asbestverdacht plaatmateriaal (meetpunt 10) aangetroffen. Verder zijn op de bestaande schuur asbestverdachte golfplaten aanwezig, waarbij de dakgoot ter plaatse van de noordelijke en zuidoostelijke hoek beschadigd is.

Rapport: M22025-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek De Hoef Oostzijde 67A te de Hoef

9

3.

VELDWERKZAAMHEDEN EN LABORATORIUMONDERZOEK

3.1

Veldonderzoek

De boringen en inspectiegaten zijn verricht met de gangbare boorsystemen (edelmanboor, gutsboor, riverside boor, zuigerboor, schep e.d.). Het veldwerk is door de heer P. de Ruijter uitgevoerd op d.d. 7 maart en 6 april 2022. Op d.d. 16 maart 2022 is het grondwater door de heer P. de Ruijter bemonsterd. In onderstaande tabel zijn de verrichte veldwerkzaamheden weergegeven.

Werkzaamheden Boring tot circa 1,0 m-mv

Aantal 6

Coderingen 02, 03, 04, 06, 07, 08

Boring tot circa 1,5 m-mv

1

01

Boring tot circa 2,0 m-mv

1

09

Peilbuis

1

05

Vindplaats asbestverdacht materiaal op maaiveld

1

10

Gaten (0,3m x 0,3m tot onderzijde verdachte laag1)

8

G11 t/m G18

De opgeboorde en opgegraven grond is zintuiglijk beoordeeld op de bodemkundige samenstelling en eventueel aanwezige verontreinigingen. De opgegraven grond is uitgespreid en visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. De peilbuis is direct na plaatsing afgepompt voor het verwijderen van eventueel aanwezig sediment en circa 1 week na plaatsing bemonsterd voor laboratoriumonderzoek. Tijdens de grondwaterbemonstering is het grondwater zintuiglijk beoordeeld en zijn de zuurgraad (pH), elektrische geleidbaarheid (Ec) en troebelheid (NTU) bepaald. De locaties van de boringen, gaten en de peilbuis zijn weergegeven op de situatietekening in bijlage 1, blad 2 van 2.

De profielbeschrijvingen met de bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn verwerkt tot boorstaten. Deze boorstaten zijn opgenomen in bijlage 2. Op basis van de verrichte boringen kan de lokale bodemopbouw als volgt worden omschreven. De bodem bestaat tot circa 0,5 m-mv wisselend uit zand en veen. Vanaf circa 0,5 m-mv tot de maximale boordiepte van 2,0 m-mv worden veenlagen aangetroffen. Ten tijde van de uitvoering van de veldwerkzaamheden is het grondwater op circa 0,50 m-mv vastgesteld. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijke waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een mogelijk verontreiniging van de bodem. Een overzicht van de zintuiglijke waarnemingen is opgenomen in de tabel op de volgende pagina.

Rapport: M22025-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek De Hoef Oostzijde 67A te de Hoef

10

Boring/gat 01

Diepte (m mv) 0,08 0,50

Grondsoort Veen

Bijmenging/waarneming Resten puin

0,50

1,00

Veen

Sporen puin

02

0,12

0,50

Veen

Resten baksteen

03

0,25

0,50

Veen

Sporen puin

07

0,00

0,50

Zand

Uiterst puinhoudend

08

0,14

0,50

Veen

Resten baksteen

G11

0,00

0,50

Veen

Resten plastic, sporen glas, sporen puin

G12

0,00

0,50

Veen

Sporen plastic

G13

0,00

0,50

Veen

Spikkels plastic, sporen puin

G14

0,00

0,20

Zand

Uiterst puinhoudend, asbestverdacht materiaal

G15

0,00

0,30

Zand

Matig puinhoudend

0,30

0,50

Veen

Sporen puin

G16

0,00

0,40

Zand

Uiterst puinhoudend, asbestverdacht materiaal

G17

0,00

0,20

Zand

Uiterst puinhoudend

G18

0,00

0,40

Zand

Uiterst puinhoudend, asbestverdacht materiaal

Ter plaatse van boring 03 is direct onder het asfalt een dunne laag puingranulaat aangetroffen. In het veld zijn de zuurgraad (pH), de geleidbaarheid (EC) en de troebelheid (NTU) van het bemonsterde grondwater bepaald. In onderstaande tabel zijn de gegevens van de veldmetingen van het grondwater weergegeven.

Peilfilter

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH

EC (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

Zintuiglijke waarnemingen

05

1,00

0,42

7,0

2600

180

Matig helder

2,00

Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn geen aanwijzingen voor de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen waargenomen. De gemeten zuurgraad en elektrische geleidbaarheid zijn voor grondwater als normaal te beschouwen. De gemeten troebelheid van het grondwater uit de peilbuis is groter dan de norm voorschrijft (norm < 10 ntu). Opgemerkt wordt dat de voorpompprocedure met de langzaamste snelheid is uitgevoerd. Aangezien de detectiegrens van de organische parameters zelf niet is verhoogd, wordt aangenomen dat de verhoogde troebelheid niet heeft geleid tot verhoogde analysewaarden en kunnen de analyseresultaten derhalve als representatief worden beschouwd.

Bij de maaiveldinspectie is plaatselijk naast de asbestverdachte beschoeiing asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen. In de opgeboorde en opgegraven grond zijn asbestverdachte (puin)bijmengingen aangetroffen. In de opgegraven grond van inspectiegaten 14, 16 en 18 zijn daarnaast asbestverdachte materialen aangetroffen en bemonsterd. De inspectie-efficiëntie is geschat op circa 90%.

Rapport: M22025-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek De Hoef Oostzijde 67A te de Hoef

11

Opgemerkt wordt dat voor de op asbest geanalyseerde mengmonsters MMAsb01 en MMAsb03 de aangeleverde monsterhoeveelheid niet voldoet aan de eis conform de NEN5898. De analyseresultaten dienen daarom als indicatief te worden beschouwd. Ten aanzien van grondmengmonster MM05 is de conserveringstermijn overschreden naar aanleiding van een verlate opdrachtverlenging aan het laboratorium. Verder zijn geen afwijkingen op de uitvoeringsvoorschriften (BRL-SIKB 2000, protocol 2001, 2002, 2018 en NENnormen).

3.2

Monsterselectie laboratorium

Vier grond(meng)monsters zijn geanalyseerd op de parameters uit het standaard NEN pakket grond bestaande uit: voorbehandeling AS3000; humus en lutum; (zware) metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK); polychloorbifenylen (PCB); minerale olie. Een grondmengmonster is geanalyseerd op organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Het grondwater is geanalyseerd op het standaard NEN pakket grondwater, bestaande uit: voorbehandeling AS3000; (zware) metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEX, inclusief naftaleen en styreen); vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen; minerale olie. Zes mengmonsters van de puinhoudende grond zijn (deels indicatief) geanalyseerd op asbest conform de NEN5898. Eén mengmonster van het aangetroffen puingranulaat onder het asfalt is (indicatief) geanalyseerd op asbest middels een asbest quickscan. Het op het maaiveld aangetroffen asbestverdacht plaatmateriaal is geanalyseerd op asbest middels een analyse asbest in plaatmateriaal. Drie verzamelmonsters van het in de inspectiegaten aangetroffen asbestverdachte plaatmateriaal zijn geanalyseerd op asbest middels een analyse verzamelmonster asbest.

Van de toplaag onder de beschadigde dakgoot van de schuur is een SEM analyse uitgevoerd van de fijne fracties asbest.

Rapport: M22025-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek De Hoef Oostzijde 67A te de Hoef

12

4.

INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN

4.1

Toetsingskader

De uitkomsten van de chemische analyses van de grond en het grondwater zijn getoetst aan de toetsingsnormen uit de circulaire bodemsanering 2013 en de regeling bodemkwaliteit. Toetsing heeft plaatsgevonden met behulp van het door de overheid beschikbaar gestelde programma BoToVa (Bodem Toets & Validatieservice) versie 3.1.0 (grond) en 2.1.0 (grondwater). De interventiewaarden voor grond zijn bodemtype-afhankelijk en gebaseerd op standaardbodem met lutum percentage van 25% en een organisch stof percentage van 10%. Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem worden de gemeten gehalten middels een bodemtypecorrectie omgerekend naar de standaardbodem. Voor grondwater zijn de streef- en interventiewaarden voor zowel anorganische als voor organische verbindingen onafhankelijk gesteld van de grondsoort. Voor eventuele verontreiniging van grond en/of grondwater worden de volgende categorieën onderscheiden: voldoet aan achtergrondwaarde: geen overschrijding achtergrond-/streefwaarde verontreiniging/verhoging: overschrijding achtergrond-/streefwaarde sterke verontreiniging/verhoging: overschrijding interventiewaarde Het resultaat van de asbest in grondanalyses en asbest in puinanalyse zijn getoetst aan de interventiewaarde voor asbest uit de Circulaire bodemsanering 2013 welke is vastgesteld op 100 mg/kg d.s.

(concentratie serpentijnasbest vermeerdert met 10 maal de concentratie aan amfiboolasbest). Bij het aantreffen van puin in de grond is de bodem asbestverdacht (brief IL&T, asbestonderzoek bij puin(resten)) en is een onderzoek conform de NEN5707 dan wel NEN5897 benodigd. Indien uit een verkennend bodemonderzoek NEN5707/NEN5897 een gehalte aan asbest < de helft van de interventiewaarde wordt aangetoond, dan is de verwachting dat geen asbest boven de interventiewaarde aanwezig is op de locatie. In bijlage 3 is een beschrijving gegeven van het toetsingskader waaraan de resultaten zijn getoetst.

4.2

Grond

De analyse- en toetsingsresultaten van de grond zijn opgenomen in bijlage 4. In onderstaande tabel zijn de toetsingsresultaten van de geanalyseerde grond(meng)monsters weergegeven.

(Meng)monster

Boringen

Bodemlaag

Zintuiglijke waarnemingen

>AW

>T

>I

Bbk

MM01

01, 02, 03, 08

0,08 - 0,50

Veen

Resten baksteen, sporen puin

Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn, PAK

-

-

IND

M02

07

0,00 - 0,50

Zand

Uiterst puinhoudend

Co, Pb, Ni, Zn, Min. olie, PAK

-

-

IND

MM03

04, 05, 06, 09

0,00 - 0,50

Veen

-

Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn

-

-

IND

M04

01

0,50 - 1,00

Veen

Sporen puin

Co, Cu, Hg, Pb, Zn

-

-

IND

MM05

01, 03, 06, 08

0,08 - 0,50

Zand

Resten/sporen puin, resten baksteen

-

-

-

AW

Diepte (m-mv)

Verklaring >AW >T

: geen zintuiglijke waarnemingen/geen overschrijdingen : concentratie Achtergrondwaarde : concentratie Tussenwaarde

Rapport: M22025-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek De Hoef Oostzijde 67A te de Hoef

13

>I Zware metalen PAK Min. olie AW IND

4.3

: concentratie > Interventiewaarde : cadmium (Cd), kobalt (Co), koper (Cu), kwik (Hg), lood (Pb), molybdeen (Mo), nikkel (Ni) en zink (Zn) : polycyclische aromatische koolwaterstoffen : minerale olie : achtergrondwaarde : industrie

Grondwater

De analyse- en toetsingsresultaten van het grondwater zijn opgenomen in bijlage 5. Uit de toetsingsresultaten blijkt dat het grondwater licht verontreinigd is met barium.

4.4

Asbest

De analysecertificaten asbest in grond, plaatmateriaal en SEM analyses zijn opgenomen in bijlage 6. De analyseresultaten van asbest in plaatmateriaal zijn opgenomen in de onderstaande tabel.

Monster

Asbpl01 (10) MPL01 G14 (0-20) MPL02 G16 (0-40) MPL03 G18 (0-40)

Soort

Type Asbest en Percentage

Serpentijn Chrysotiel Amosiet Materiaal 10-15% maaiveld Cement, 10-15% vlakke plaat Cement, 10-15% vlakke plaat Cement, 10-15% vlakke plaat

Hecht-

Crocidoliet -

Amfibool Anthophylliet -

Tremoliet -

Actinoliet -

Gebonden Ja

-

-

-

-

Ja

-

-

-

-

Ja

2-5%

-

-

-

Ja

Uit bovenstaande tabel blijkt dat het aangetroffen plaatmateriaal op het maaiveld en in de grond van inspectiegaten G14 en G16 analytisch 10-15% aan chrysotiel bevat. Het plaatmateriaal aangetroffen in de grond van inspectiegat G18 bevat 10-15% chrysotiel en 2-5% crocidoliet. Al het aangetroffen plaatmateriaal is hechtgebonden. De asbestberekeningen voor het totaal gehalte aan asbest ter plaatse van G14, G16 en G18 zijn opgenomen in bijlage 6. De (berekende) totaal gehalten aan asbest in grond en deels puin zijn weergegeven in de tabel op de volgende pagina.

Rapport: M22025-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek De Hoef Oostzijde 67A te de Hoef

14

Mengmonster, boring/gat, (matrix)

1

Traject in m-mv

Concentratie asbest (mg/kg d.s.) Fractie Fractie (<20 mm) (>20 mm) Serpentijn Amfibool asbest asbest 0,0 <16,4 0,0

Totaal (gewogen)1

Overschrijding Interventiewaarde (= 100 mg/kg d.s)

<16,4

Nee

MMAsb01 01, 03 (veen)

0,08-1,0

MMAsb02 03 (puin)

0,15-0,25 0,0

<0,1

<0,1

<0,1

Nee

MMAsb03 14, 17 (zand)

0,0-0,2

0,0

75

0,0

75

Nee

MMAsb04 14 (zand)

0,0-0,2

14.545

21

0,0

14.566

Ja

MMAsb06 16 (zand)

0,0-0,4

10.791

1.700

110

13.591

Ja

MMAsb06 18 (zand)

0,0-0,4

6.211

1.700

110

9011

Ja

MMAsb07 15 (zand)

0,0-0,3

0,0

8,0

0,0

8,0

Nee

MMAsb08 11, 12, 13 (veen)

0,0-0,5

0,0

<0,4

0,0

<0,4

Nee

totaal gewogen gehalte aan asbest is concentratie serpentijn en 10 maal de concentratie amfibool

Uit bovenstaande tabel blijkt dat ter plaatse van inspectiegaten G14, G16, G17 en G18 de (helft van de) interventiewaarde voor asbest in grond wordt overschreden. Opgemerkt wordt dat grondmengmonster MMAsb05 (zintuiglijk schone ondergrond veen) niet is geanalyseerd in het laboratorium ten behoeve van een asbestanalyse daar de aangetoonde verontreiniging met asbest in de grond te relateren is aan de aangetroffen asbesthoudende materiaaldelen en bodemvreemde (puin)bijmengingen. Verder is tussen de asbesthoudende zandlagen en onderliggende zintuiglijk schone veenlagen een afscheidend worteldoek aanwezig. Uit de uitgevoerde SEM analyse van de toplaag (MMAsb03) gelegen onder de kapotte dakgoot aan de noord- en zuidoostzijde van de bestaande schuur (G14 en G17) blijkt dat analytisch geen respirabele asbestvezels zijn aangetoond.

Rapport: M22025-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek De Hoef Oostzijde 67A te de Hoef

15

5.

CONCLUSIES EN ADVIES

Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten kan een oordeel worden gegeven over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie. De zintuiglijk schone bovengrond veen is licht verontreinigd met diverse zware metalen. De resten baksteen en sporen puin houdende bovengrond veen is licht verontreinigd met diverse zware metalen en PAK. De uiterst puinhoudende bovengrond zand is licht verontreinigd met kobalt, lood, nikkel, zink, minerale olie en PAK. De sporen puin houdende ondergrond veen is licht verontreinigd met kobalt, koper, kwik, lood en zink. De zintuiglijk o.a. plaatselijk resten en sporen puinhoudende bovengrond zand is niet verontreinigd met OCB. In de uiterst puinhoudende bovengrond zand ter hoogte van de bestaande schuur (G14, G16, G17 en G18) wordt de (helft van de) interventiewaarde voor asbest overschreden. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. De aangetoonde verontreinigingen kunnen vermoedelijk gerelateerd worden aan de aangetroffen zintuiglijke bijmengingen en/of de bekende regionaal verhoogde achtergrondwaarden (toemaakdek). Gezien de aangetoonde verontreinigingen wordt de hypothese verdacht bevestigd. In verband met de aangetoonde (helft van de) interventiewaarde overschrijdingen met asbest in de grond is formeel een nader onderzoek asbest in grond conform de NEN5707 benodigd.

Echter, gezien de reeds aangetoonde gehalten aan asbest en de (aanzienlijk) hoeveelheid aangetroffen plaatmateriaal in de grond van de inspectiegaten is een nader onderzoek ons inziens in dit geval niet zinvol. Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten kan reeds worden geconcludeerd dat ter plaatse van de onderzoekslocatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest in de grond. In verband met de voorgenomen herontwikkeling op de locatie wordt geadviseerd alle asbesthoudende grond te ontgraven en af te voeren naar een erkende verwerker/acceptant. Sanering van een geval van ernstige bodemverontreiniging dient gemeld te worden middels de uitvoering van een BUS-mel bij de het bevoegd gezag Wbb. Op basis van het verhoogde gehalte lood in de grond wordt gewezen op de risico s uit de folder let op lood van de Provincie Utrecht: Lood kan een risico vormen als je het inslikt. Vooral jonge kinderen tot en met 6 jaar zijn gevoelig voor lood. Dat komt doordat lood effect heeft op de hersenen en de hersenen bij jonge kinderen nog in ontwikkeling zijn. Daarnaast kunnen jonge kinderen meer lood binnenkrijgen doordat zij vaker vieze handen (met verontreinigde grond) in hun mond stoppen en hun darmen meer lood opnemen. Er zijn al diverse maatregelen uitgevoerd om de hoeveelheid lood in het milieu te verminderen.

Toch komt lood nog voor in de bodem en is het mogelijk om direct met lood in de bodem in contact te komen. Uit een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt verder dat de grond grotendeels als klasse Industrie wordt geclassificeerd en deels als klasse Achtergrondwaarde. De asbesthoudende grond wordt (indicatief) als niet toepasbaar geclassificeerd.

Rapport: M22025-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek De Hoef Oostzijde 67A te de Hoef

16

6. [1]

[2] [3] [4] [5]

REFERENTIES NEN 5740/A1:2016 nl, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Publicatiedatum: februari 2016. NEN 5725:2017, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek Publicatiedatum: oktober 2017. Circulaire bodemsanering 2013, Staatcourant Nr. 16675, 27 juni 2013. Besluit bodemkwaliteit (Bbk) op 1 januari 2008 is de eerste fase van het Besluit bodemkwaliteit in werking getreden. NEN 5707+C2:2017 nl, Bodem Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, Nederlands Normalisatie-instituut, december 2017.

Rapport: M22025-RAP-01 Verkennend bodemonderzoek De Hoef Oostzijde 67A te de Hoef

17

BIJLAGE 1.

REGIONALE LIGGING EN SITUATIETEKENING

BIJLAGE

de Hoef Oostzijde 67 te De Hoef Verkennend bodem- en asbestonderzoek De heer Joustra 22025 1:10000 22 maart 2022

BIJLAGE 2.

BOORSTATEN MET ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN

BIJLAGE

Pagina 1 / 3

Boring:

01

Boring:

02

Datum:

7-3-2022

Datum:

7-3-2022

Boormeester:

Peter de Ruijter

Boormeester:

Peter de Ruijter

Referentievlak:

maaiveld

Referentievlak:

maaiveld

0 8

0 1 - 4044596AA

50

50

asfalt Volledig asfalt, Kernboor Veen, sterk kleiïg, resten puin, donker bruinzwart, Edelmanboor Veen, sterk kleiïg, sporen puin, donker bruinzwart, Edelmanboor

2 - 4043955AA 100

100

0

Veen, bruinzwart, Kernboor

0

asfalt

12

Volledig asfalt, Kernboor

1 - 4043991AA 50

50

Veen, sterk kleiïg, resten baksteen, donker bruinzwart, Edelmanboor Veen, sterk kleiïg, donker bruinzwart, Edelmanboor

2 - 4043997AA 100

100

3 - 4022679AA 150

150

Boring:

03

Boring:

04

Datum:

7-3-2022

Datum:

7-3-2022

Boormeester:

Peter de Ruijter

Boormeester:

Peter de Ruijter

Referentievlak:

maaiveld

Referentievlak:

maaiveld

0

0

15 25

2 - 4043992AA 50

50

3 - 4043968AA

asfalt Volledig asfalt, Kernboor Volledig puin, Kernboor Veen, sterk kleiïg, sporen puin, donker bruinzwart, Edelmanboor

50

Boring:

06

Datum:

7-3-2022

Datum:

7-3-2022

Boormeester:

Peter de Ruijter

Boormeester:

Peter de Ruijter

Referentievlak:

maaiveld

Referentievlak:

maaiveld

GWS:

50

Veen, sterk kleiïg, donker zwartbruin, Edelmanboor

1 - 4044001AA

Veen, sterk kleiïg, donker zwartbruin, Edelmanboor

2 - 4043989AA 100

100

Veen, sterk kleiïg, donker zwartbruin, Edelmanboor

3 - 4043999AA 150

200

150

4 - 4044009AA

170

220

Projectcode: 22025

Veen, zwak kleiïg, donker zwartbruin, Edelmanboor Veen, Edelmanboor

5 - 4044005AA

Projectnaam: De Hoef

Veen, sterk kleiïg, donker bruinzwart, Edelmanboor

0

0

beton

15

Volledig beton, Kernboor

1 - 4044606AA 50

50

50

50

Veen, zwak kleiïg, donker roestzwart, Edelmanboor Veen, zwak kleiïg, donker roestzwart, Edelmanboor

2 - 4044580AA 100

Veen, sterk kleiïg, donker bruinzwart, Edelmanboor

100

100

groenstrook

Volledig asfalt, Kernboor

2 - 4044004AA

05

0

asfalt

16

50

Boring:

0

0

1 - 4043970AA

Veen, sterk kleiïg, donker bruinzwart, Edelmanboor 100

100

0

100

Pagina 2 / 3

Boring:

07

Boring:

08

Datum:

7-3-2022

Datum:

7-3-2022

Boormeester:

Peter de Ruijter

Boormeester:

Peter de Ruijter

Referentievlak:

maaiveld

Referentievlak:

maaiveld

Opmerking:

Maaiveld bedekt met boomsnippers

0

0

groenstrook Zand, matig siltig, matig humeus, uiterst puinhoudend, Graven

1 - 4044466AA

Veen, zwak kleiïg, donker bruinzwart, Guts

2 - 4022694AA 100

100

beton

14

Volledig beton, Kernboor

50

50

100

100

09

Boring:

10

Datum:

7-3-2022

Datum:

7-3-2022

Boormeester:

Peter de Ruijter

Boormeester:

Peter de Ruijter

Referentievlak:

maaiveld

Referentievlak:

maaiveld

GWS:

50

0

Veen, sterk kleiïg, donker bruinzwart, Edelmanboor

1 - 4044528AA

0

Veen, zwak kleiïg, resten baksteen, donker roestzwart, Edelmanboor Veen, zwak kleiïg, donker roestzwart, Edelmanboor

2 - 4044616AA

Boring:

0

0

1 - 4044588AA 50

50

0

1 - 0004565AG

0 1

groenstrook Hark, Asbestverdacht plaatje MV

50

50

Veen, sterk kleiïg, donker bruinzwart, Edelmanboor

2 - 4022681AA 100

100

Veen, donker bruinroest, Guts 3 - 4044530AA 150

150

Veen, donker bruinroest, Guts 4 - 4044529AA 200

200

Boring:

G11

Boring:

G12

Datum:

6-4-2022

Datum:

6-4-2022

Boormeester:

Peter de Ruijter

Boormeester:

Peter de Ruijter

Referentievlak:

maaiveld

Referentievlak:

maaiveld

GWS:

50

GWS:

50

0

0

50

50

Projectnaam: De Hoef Projectcode: 22025

Veen, sterk kleiïg, resten plastic, resten wortels, sporen glas, sporen puin, donker bruinzwart, Graven

0

0

50

50

Veen, sterk kleiïg, resten wortels, sporen plastic, donker bruinzwart, Graven

Pagina 3 / 3

Boring:

G13

Boring:

G14

Datum:

6-4-2022

Datum:

6-4-2022

Boormeester:

Peter de Ruijter

Boormeester:

Peter de Ruijter

Referentievlak:

maaiveld

Referentievlak:

maaiveld

GWS:

50 Opmerking:

Maaiveld bedekt met boomsnippers

0

0

Veen, sterk kleiïg, spikkels plastic, sporen puin, donker bruinzwart, Graven 50

50

0

0

20 21

50 70

groenstrook Zand, matig siltig, matig humeus, uiterst puinhoudend, sterk asbestverdacht materiaal houdend, resten wortels, Graven Volledig worteldoek, Graven Veen, sterk kleiïg, donker bruinzwart

Boring:

G15

Boring:

G16

Datum:

6-4-2022

Datum:

6-4-2022

Boormeester:

Peter de Ruijter

Boormeester:

Peter de Ruijter

Referentievlak:

maaiveld

Referentievlak:

maaiveld

Opmerking:

Maaiveld bedekt met boomsnippers

Opmerking:

Maaiveld bedekt met boomsnippers

0

0

30 31 50

50

groenstrook Zand, matig siltig, matig humeus, matig puinhoudend, Graven

0

0

40 41

Volledig worteldoek, Graven Veen, zwak kleiïg, sporen puin, donker bruinzwart, Graven

50

60

G17

Boring:

G18

Datum:

6-4-2022

Datum:

6-4-2022

Boormeester:

Peter de Ruijter

Boormeester:

Peter de Ruijter

Referentievlak:

maaiveld

Referentievlak:

maaiveld

Opmerking:

Maaiveld bedekt met boomsnippers

Opmerking:

Maaiveld bedekt met boomsnippers

0 20

groenstrook Zand, matig siltig, matig humeus, uiterst puinhoudend, Graven

0

50

Zand, matig siltig, matig humeus, uiterst puinhoudend, sterk asbestverdacht materiaal houdend, resten wortels, Graven Volledig worteldoek, Graven Veen, zwak kleiïg, donker bruinzwart, Guts

Boring:

0

groenstrook

0

groenstrook

40 41

Zand, matig siltig, matig humeus, uiterst puinhoudend, resten asbestverdacht materiaal, Graven

60

Volledig worteldoek, Graven Veen, zwak kleiïg, donker bruinzwart, Graven

Projectnaam: De Hoef Projectcode: 22025

BIJLAGE 3.

TOETSINGSKADER

BIJLAGE

Toelichting toetsingskader bodemonderzoek De verkregen analyseresultaten van het bodemonderzoek zijn conform het huidige overheidsbeleid getoetst aan de streefwaarde voor grondwater en interventiewaarden bodemsanering, zoals deze zijn vastgelegd in bijlage 1 van de Circulaire bodemsanering 2013 (geldend vanaf 1 juli 2013) en de toetsingswaarden zoals vastgelegd in het Besluit bodemkwaliteit (geldend vanaf 24 mei 2016) en de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit (geldig vanaf 30 november 2018).

Circulaire bodemsanering 2013 De toetsingswaarden uit de circulaire bodemsanering 2013 dienen voor de beoordeling van de chemische kwaliteit van grond en grondwater waarbij de onderstaande categorieën worden onderscheiden. -/streefwaarde (niet verontreinigd)

:

Betreft het ijkpunt voor de milieukwaliteit op lange termijn, uitgaande van

-/streefwaarde (licht verontreinigd)

:

> tussenwaarde (matig verontreinigd)

:

Formeel heeft de tussenwaarde geen status in de Circulaire bodemsanering 2013. De tussenwaarde wordt gebruikt als toetsingskader voor de noodzaak tot het verrichten van nader onderzoek naar de aard en omvang van een aangetoonde verontreiniging. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek dient te worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat. Voor grond betreft dit het rekenkundig gemiddelde van de AW-waarde en de I-waarde van een verontreinigde stof. Voor grondwater betreft dit het rekenkundig gemiddelde van de S-waarde en de I-waarde van een verontreinigende stof.

> interventiewaarde (sterk verontreinigd)

:

Betreft overschrijding van het verontreinigingsniveau waarbij formeel middels nader onderzoek vastgesteld dient te worden of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Indien de interventiewaarde wordt overschreden is sprake van een vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor de mens, dier en plant.

verwaarloosbaar zijn, wordt overschreden

De achtergrondwaarden en interventiewaarden voor grond zijn bodemtype-afhankelijk en gebaseerd op standaardbodem met lutum percentage van 25% en een organisch stof percentage van 10%. Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem worden de gemeten gehalten middels een bodemtypecorrectie omgerekend naar de standaardbodem.

Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging indien voor ten minste één stof (uitgezonderd asbest) de gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m 3 bodemvolume in het geval van bodemverontreiniging, of 100 m 3 poriënverzadigd bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. Er kunnen gevallen zijn waarbij de interventiewaarde niet wordt overschreden en toch sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. In bijlage 2 zijn dergelijke gevoelige situaties beschreven in stap 1 van het saneringscriterium. Ook in het geval van verontreinigingen met stoffen waarvoor geen interventiewaarde is afgeleid kan sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. Voor specifieke situaties kan het bevoegd gezag in overleg treden met het RIVM.

Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. Artikel 37 Wbb heeft tot doel vast te stellen of sprake is van een zodanig risico bij een directe relatie met gebruik van de bodem en daarmee met de functie. Als aan het gebruik binnen de aanwezige of toekomstige functie Sanering van een verontreiniging is spoedeisend wanneer bij een geval van ernstige verontreiniging actuele humane, bodemverontreiniging wordt gebruik gemaakt van het computermodel Sanscrit dat beschikbaar is via www.sanscrit.nl.

Als op grond van artikel 37 Wbb is vastgesteld dat niet met spoed hoeft te worden gesaneerd, geldt geen termijn voor het uitvoeren van een sanering. Er kunnen wel (langjarige) beheermaatregelen worden opgelegd, bijvoorbeeld als monitoring van de verspreiding van een grondwaterverontreiniging gewenst is. Dat betekent dat sanering van het geval van ernstige verontreiniging veelal plaatsvindt als nieuwe ontwikkelingen, zoals bouwactiviteiten of herinrichting van een locatie of gebied, daartoe aanleiding geven. Als er op of in een ernstig verontreinigde bodem bouwactiviteiten plaatsvinden waardoor de verontreiniging wordt verminderd of verplaatst, is op grond van artikel 28 Wbb melding verplicht aan het bevoegd gezag. Er moet een (deel)saneringsplan worden opgesteld of een melding worden gedaan in het kader van het Besluit uniforme saneringen (BUS; art. 39b lid 3 Wbb) voordat de beoogde handelingen worden uitgevoerd. Er gelden specifieke procedures voor goedkeuring van het (deel)saneringsplan en om vast te stellen dat de BUS-melding in overeenstemming is met het BUS. Verder wordt opgemerkt dat de zorgplicht zoals vastgelegd in artikel 13 van de Wet bodembescherming van toepassing is op (nieuwe) bodemverontreinigingen die zijn ontstaan na 1 januari 1987.

Dit houdt in dat (direct) maatregelen dienen te worden genomen om de ontstane bodemverontreiniging zoveel mogelijk ongedaan te maken.

Toetsingskader asbest Voor asbest geldt dat zodra er grond aanwezig is met gehalten aan asbest boven de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. (gewogen; concentratie serpentijn + 10x concentratie amfibool), onafhankelijk van het volume, er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Op basis van het Milieuhygiënisch saneringscriterium bodem, protocol asbest opgenomen in bijlage 3 van de circulaire dan te worden bepaald of er sprake is van onaanvaa van de bodemverontreiniging met asbest. Opgemerkt wordt dat bij asbest in (water)bodem, grond en baggerspecie toepassing op historische asbest verontreinigingen (die zijn voor 1993 ontstaan) in (water)bodem, grond en baggerspecie, die niet op basis van de zorgplicht gesaneerd dienen te worden. Bij het aantreffen van puin in de grond is de bodem asbestverdacht (brief IL&T 26 januari 2017), asbestonderzoek bij puin(resten) en is een onderzoek conform de NEN5707 dan wel NEN5897 benodigd. Indien uit een verkennend bodemonderzoek NEN5707/NEN5897 een gehalte aan asbest < de helft van de interventiewaarde wordt aangetoond, dan is de verwachting dat geen asbest boven de interventiewaarde aanwezig is op de locatie. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht.

Tijdelijk handelingskader PFAS. Met ingang van 13 december 2021 is het (geactualiseerde) Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie van kracht. De analyseresultaten PFAS dienen hieraan getoetst worden. Het handelingskader is gericht op het aantreffen in het milieu van de stoffen perfluoroctaanzuur (PFOA), perfluoroctaansulfonaat (PFOS) en HFPO-DA (GenX). Deze stoffen behoren tot de stofgroep poly- en perfluoralkylstoffen (stofgroep PFAS), een stofgroep die uit ruim 6000 stoffen bestaat. PFAS worden al decennia gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS aangetoond dat ze toxisch zijn, voor de meeste PFAS moet dit nog onderzocht worden. Door het wijdverbreide gebruik van PFAS wordt PFAS in Nederland, en breder in Europa, inmiddels niet alleen bij puntbronnen, maar diffuus verspreid in het milieu aangetroffen. In het handelingskader zijn o.a. toepassingsnormen opgenomen met betrekking tot het hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie.

Dit houdt onder meer in dat bij afvoer van grond vanaf de onderzoekslocatie naar een erkende verwerker/acceptant deze aanvullend onderzocht dient te zijn op PFAS-verbindingen. De toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau zijn opgenomen in de onderstaande tabel (gehalten in µg/kg d.s.). PFAS

PFOA

PFOS

GenX

Toepasbaar op land

< 1,4 1,4 - 3 >3

< 1,9 1,9 - 7 >7

< 1,4 1,4 - 3 >3

<1,4 1,4 - 3 >3

Vrij m.u.v. grondwaterbeschermingsgebieden Wonen en industrie, Landbouw en natuur als PFAS < lokale achtergrondwaarde Reiniging of stort

Op de waarden uit deze tabel hoeft (tot 10% organische stof) geen bodemtypecorrectie te worden toegepast. Indien specifieke beleidsregels van een gemeente van toepassing zijn dan dienen de verkregen PFAS resultaten hier eveneens aan getoetst te worden.

Toetsingskader Besluit en Regeling bodemkwaliteit

Teneinde een uitspraak te kunnen doen over de indicatieve verwerkingsmogelijkheden van vrijkomende grond en/of baggerspecie worden de verkregen analyseresultaten indicatief getoetst aan het vigerende Besluit- en Regeling bodemkwaliteit. De achtergrondwaarden en maximale waarden voor de bodemkwaliteitsklassen Wonen en Industrie voor de bodem waarop grond of baggerspecie wordt toegepast zijn weergegeven in tabel 1 van Bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. De maximale waarden voor de kwaliteitsklassen A en B voor de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam waarop grond of baggerspecie wordt toegepast zijn opgenomen in tabel 2 van bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. De te onderscheiden generieke kwaliteitsklassen van de grond of baggerspecie zijn weergegeven in onderstaand overzicht. Kwaliteitsklasse wonen

:

Indien deze de achtergrondwaarden overschrijdt en de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse wonen niet overschrijdt.

Kwaliteitsklasse industrie

:

Indien deze de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse wonen overschrijdt en de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse industrie niet overschrijdt.

Kwaliteitsklasse A

:

Indien deze de achtergrondwaarden overschrijdt en de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse A niet overschrijdt.

Kwaliteitsklasse B

:

Indien deze de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse A overschrijdt en de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse B (= interventiewaarde) niet overschrijdt.

Grond of baggerspecie die de interventiewaarden overschrijdt, wordt niet in een kwaliteitsklasse ingedeeld. Artikel 4.10.2. Vaststellen kwaliteitsklassen bodem 1. Voor het vaststellen van de kwaliteitsklasse van de bodem wordt een correctie op de gemeten gehalten voor lutum en organisch stof uitgevoerd volgens de rekenregels in onderdeel III van bijlage G van de regeling. 2.

De bodem wordt uitgedrukt in de kwaliteitsklasse wonen, indien de rekenkundige gemiddelden van de gehalten van de gemeten stoffen in de bodem of in de bodemkwaliteitszone de achtergrondwaarden overschrijden, maar niet de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse wonen.

3.

De kwaliteit van de bodem overschrijdt niet de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse wonen, indien ten opzichte van de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse wonen: a. bij meting van ten minste 7 stoffen maximaal 2 stoffen verhoogd zijn; b. bij meting van ten minste 16 stoffen maximaal 3 stoffen verhoogd zijn; c. bij meting van ten minste 27 stoffen maximaal 4 stoffen verhoogd zijn; d. bij meting van ten minste 37 stoffen maximaal 5 stoffen verhoogd zijn.

4.

Een verhoging als bedoeld in het tweede lid bedraagt per stof ten hoogste de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen voor die stof, vermeerderd met de daarvoor geldende achtergrondwaarde en de gehalten van alle verhoogde stoffen de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse industrie niet overschrijden.

5.

De bodem wordt uitgedrukt in de kwaliteitsklasse industrie, indien de rekenkundige gemiddelden van de gehalten van de gemeten stoffen in de bodem of in de bodemkwaliteitszone de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse wonen overschrijden, maar niet de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse industrie.

Artikel 4.10.3: Vaststellen kwaliteitsklassen van de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam 1. Voor het vaststellen van de kwaliteitsklasse van de bodem onder oppervlaktewater wordt een correctie op de gemeten gehalten lutum en organisch stof uitgevoerd volgens de rekenregels in onderdeel III van bijlage G van de regeling. 2.

De bodem of oever van een oppervlaktewater wordt uitgedrukt in kwaliteitsklasse A, indien de rekenkundige gemiddelden van de gehalten van de gemeten stoffen in de bodem of in de bodemkwaliteitszone de achtergrondwaarden overschrijden, maar niet de maximale waarden voor kwaliteitsklasse A.

3.

De bodem onder oppervlaktewater wordt uitgedrukt in kwaliteitsklasse B, indien de rekenkundige gemiddelden van de gehalten van de gemeten stoffen in de bodem of in de bodemkwaliteitszone de maximale waarden voor kwaliteitsklasse A overschrijden, maar niet de maximale waarden voor kwaliteitsklasse B.

Artikel 4.11.1: Maximale waarden voor het verspreiden van baggerspecie 1. Tabel 1 van bijlage B van de regeling. bevat de maximale waarden voor: a. het verspreiden van baggerspecie over het aangrenzende perceel; b. het verspreiden van baggerspecie in zoet oppervlaktewater; c. het verspreiden van baggerspecie in zout oppervlaktewater, en d. het tijdelijk opslaan van baggerspecie op percelen gelegen naast de watergang waaruit de baggerspecie afkomstig is. 2.

Bij de toetsing aan de maximale waarden, bedoeld in het eerste lid, onder c, mogen de gehalten van de gemeten stoffen voor ten hoogste twee niet-prioritaire stoffen hoger zijn dan de maximale waarden, waarbij de verhoging per stof ten hoogste 50 % ten opzichte van de maximale waarde voor verspreiding van baggerspecie in zout water bedraagt.

3. Artikel 4.12.1 Maximale emissiewaarden bij grootschalige toepassingen 1. Bij grootschalige toepassingen als bedoeld in artikel 63 van het besluit, overschrijdt de emissie van de grond of baggerspecie niet: a. de maximale emissiewaarden, bedoelt in tabel 1 van bijlage B, indien het toepassing op of in de bodem betreft; b. de maximale emissiewaarden, bedoeld in tabel 2 van bijlage B, indien het toepassingen op of in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam betreft. 2.

Aan het eerste lid, aanhef en onderdeel a, wordt voldaan, indien de rekenkundig gemiddelde gehalte aan gemeten stoffen in de grond of baggerspecie de emissietoetswaarden, bedoeld in tabel 1 van bijlage B niet overschrijden.

3.

Aan het eerste lid, aanhef en onderdeel b, wordt voldaan, indien: a. de rekenkundig gemiddelde gehalten van de gemeten stoffen in de grond of baggerspecie de emissietoetswaarden, bedoeld in tabel 2 van bijlage B, niet overschrijden of b. de toepassing zich onder het waterniveau bevindt en is gelegen binnen het beheergebied van de waterkwaliteitsbeheerder waarvan de baggerspecie afkomstig is.

BIJLAGE 4.

ANALYSE- EN TOETSINGSRESULTATEN GROND

BIJLAGE

Kwinfra B.V. T.a.v. mevrouw M. Bonke Helderseweg 54g-h 1817 BB ALKMAAR

Uw kenmerk : 22025-De Hoef Ons kenmerk : Project 1324407 Validatieref. : 1324407_certificaat_v1 Opdrachtverificatiecode : IDXU-XHYY-SWAN-SAJY Bijlage(n) : 2 tabel(len) + 3 oliechromatogram(men) + 2 bijlage(n)

Amsterdam, 22 maart 2022 Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften. Ik wijs u erop dat het analyse-certificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,

Ing. J. Tukker Manager productie

Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.

Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckebachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland

T +31-(0)20-597 66 80 CSOmegam@eurofins.com www.eurofins.nl

IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654

Tabel 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1324407 : 22025-De Hoef : Kwinfra B.V.

Uw Monsterreferenties 7098857 = MM01 01 (8-50) 02 (16-50) 03 (25-50) 08 (14-50) 7098858 = M02 07 (0-50) 7098859 = MM03 04 (16-50) 05 (0-50) 06 (15-50) 09 (0-50) Opgegeven bemonsteringsdatum Ontvangstdatum opdracht Startdatum Monstercode Uw Matrix

: : : : :

Monstervoorbewerking S AS3000 (steekmonster) S gewicht artefact S soort artefact S voorbewerking AS3000

g

07/03/2022 11/03/2022 11/03/2022 7098857 Grond uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd

07/03/2022 11/03/2022 11/03/2022 7098858 Grond uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd

07/03/2022 11/03/2022 11/03/2022 7098859 Grond uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd

Algemeen onderzoek - fysisch S droge stof % S organische stof (gec. voor lutum) % (m/m ds) S lutumgehalte (pipetmethode) % (m/m ds)

46,6 23,4 13,2

73,5 7,1 <1

49,6 26,6 7,8

Anorganische parameters - metalen S barium (Ba) mg/kg ds S cadmium (Cd) mg/kg ds S kobalt (Co) mg/kg ds S koper (Cu) mg/kg ds S kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds S lood (Pb) mg/kg ds S molybdeen (Mo) mg/kg ds S nikkel (Ni) mg/kg ds S zink (Zn) mg/kg ds

220 0,84 25 110 0,70 270 3,0 24 260

130 0,29 6,2 19 0,08 62 < 1,5 15 130

220 0,54 11 83 0,75 220 2,4 20 190

Organische parameters - niet aromatisch S minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds

300

160

180

< 0,05 0,46 0,39 2,8 1,5 1,9 1,5 1,4 0,82 0,67 11

< 0,05 1,1 0,78 3,1 1,5 1,5 1,1 1,3 0,97 0,85 12

< 0,05 0,25 0,12 0,69 0,16 0,39 0,33 0,17 0,22 0,17 2,5

< 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 0,005

< 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 0,002 0,001 < 0,001 0,006

< 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 0,005

Organische parameters - aromatisch S S S S S S S S S S S

naftaleen fenantreen anthraceen fluoranteen benzo(a)antraceen chryseen benzo(k)fluoranteen benzo(a)pyreen benzo(ghi)peryleen indeno(1,2,3-cd)pyreen som PAK (10)

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

Organische parameters - gehalogeneerd S S S S S S S S

PCB -28 PCB -52 PCB -101 PCB -118 PCB -138 PCB -153 PCB -180 som PCBs (7)

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: IDXU-XHYY-SWAN-SAJY

Ref.: 1324407_certificaat_v1

Tabel 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1324407 : 22025-De Hoef : Kwinfra B.V.

Opmerkingen m.b.t. analyses Opmerking(en) algemeen De volgende informatie is indien van toepassing verstrekt door de opdrachtgever: Project omschrijving, Monsterreferentie(s), Opgegeven bemonsteringsdatum, Matrix, Monsterdiepte, Potnr (Barcode), Veldgegevens, Veldwaarnemingen en Bemonsteringsdata. De opgegeven bemonsteringsdatum kan van invloed zijn op de geldigheid van de resultaten. Organische stof gehalte (gecorrigeerd voor lutum en vrij ijzer in de vorm van Fe2O3) Het organische stofgehalte is gecorrigeerd voor het in het analysecertificaat gerapporteerde lutumgehalte. Indien het lutumgehalte niet is gerapporteerd is de correctie uitgevoerd met een lutumgehalte van 5,4% (gemiddeld lutumgehalte Nederlandse bodem, AS3010/AS3210, prestatieblad organische stofgehalte in grond/waterbodem). Indien het vrij ijzergehalte is bepaald en groter is dan 5 % m/m, is bij de berekening van het organische stof gecorrigeerd voor dat gehalte aan vrij ijzer. Sommatie van concentraties voor groepsparameters De sommatie is uitgevoerd volgens AS3000 paragraaf 2.5.2 en bijlage 3. Uw referentie Monstercode

: :

MM01 01 (8-50) 02 (16-50) 03 (25-50) 08 (14-50) 7098857

Opmerking bij het monster:

-

Het organisch stof gehalte kan het rendement van de ontsluiting (destructie) van de elementanalyse beïnvloed hebben.

Uw referentie Monstercode

: :

MM03 04 (16-50) 05 (0-50) 06 (15-50) 09 (0-50) 7098859

Opmerking bij het monster:

-

Het organisch stof gehalte kan het rendement van de ontsluiting (destructie) van de elementanalyse beïnvloed hebben.

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: IDXU-XHYY-SWAN-SAJY

Ref.: 1324407_certificaat_v1

Oliechromatogram 1 van 3

OLIE-ONDERZOEK Monstercode Uw project omschrijving Uw referentie Methode

: 7098857 : 22025-De Hoef : MM01 01 (8-50) 02 (16-50) 03 (25-50) 08 (14-50) : minerale olie (florisil clean-up)

OLIECHROMATOGRAM

oliefractieverdeling OLIEFRACTIEVERDELING 1) 2) 3) 4)

fractie > C10 - C19 fractie C19 - C29 fractie C29 - C35 fractie C35 -< C40

5% 31 % 51 % 13 %

minerale olie gehalte: 300 mg/kg ds

Minerale olie Interpretatie: raadpleeg voor de typering van de oliesoort de OMEGAM oliebibliotheek. De hoogte van de signalen is geen maat voor de concentratie van de olie in het monster. (Het chromatogram heeft een variabele schaalindeling) Bij een minerale olie gehalte kleiner dan de rapportagegrens worden geen oliefracties weergegeven. Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: IDXU-XHYY-SWAN-SAJY

Ref.: 1324407_certificaat_v1

Oliechromatogram 2 van 3

OLIE-ONDERZOEK Monstercode Uw project omschrijving Uw referentie Methode

: 7098858 : 22025-De Hoef : M02 07 (0-50) : minerale olie (florisil clean-up)

OLIECHROMATOGRAM

oliefractieverdeling OLIEFRACTIEVERDELING 1) 2) 3) 4)

fractie > C10 - C19 fractie C19 - C29 fractie C29 - C35 fractie C35 -< C40

6% 39 % 38 % 17 %

minerale olie gehalte: 160 mg/kg ds

Minerale olie Interpretatie: raadpleeg voor de typering van de oliesoort de OMEGAM oliebibliotheek. De hoogte van de signalen is geen maat voor de concentratie van de olie in het monster. (Het chromatogram heeft een variabele schaalindeling) Bij een minerale olie gehalte kleiner dan de rapportagegrens worden geen oliefracties weergegeven. Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: IDXU-XHYY-SWAN-SAJY

Ref.: 1324407_certificaat_v1

Oliechromatogram 3 van 3

OLIE-ONDERZOEK Monstercode Uw project omschrijving Uw referentie Methode

: 7098859 : 22025-De Hoef : MM03 04 (16-50) 05 (0-50) 06 (15-50) 09 (0-50) : minerale olie (florisil clean-up)

OLIECHROMATOGRAM

oliefractieverdeling OLIEFRACTIEVERDELING 1) 2) 3) 4)

fractie > C10 - C19 fractie C19 - C29 fractie C29 - C35 fractie C35 -< C40

3% 25 % 60 % 12 %

minerale olie gehalte: 180 mg/kg ds

Minerale olie Interpretatie: raadpleeg voor de typering van de oliesoort de OMEGAM oliebibliotheek. De hoogte van de signalen is geen maat voor de concentratie van de olie in het monster. (Het chromatogram heeft een variabele schaalindeling) Bij een minerale olie gehalte kleiner dan de rapportagegrens worden geen oliefracties weergegeven. Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: IDXU-XHYY-SWAN-SAJY

Ref.: 1324407_certificaat_v1

Bijlage 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1324407 : 22025-De Hoef : Kwinfra B.V.

Barcodeschema's

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13616534/1