CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Archeologisch vooronderzoek

Gemeenteraad 4 juli 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan De Meijert Noord & Zuid5.615 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport 6346

DR. J. VAN DER HAARLAAN 2-4 TE MIJDRECHT E. van der Laan & M. Bakker

Dr. J. van der Haarlaan 2-4 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen Een bureauonderzoek

E. van der Laan & M. Bakker

Colofon ADC Rapport 6346 Dr. J. van der Haarlaan 2-4 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen Een bureauonderzoek Auteur(s): E. van der Laan & M. Bakker In opdracht van: Burgland Real Estate B.V. © ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, 19 maart 2024 Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Status rapportage: versie 1.0 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Autorisatie: E. van der Laan

ISSN 1875-1067

ADC ArcheoProjecten Nijverheidsweg-Noord 114 3812 PN Amersfoort Tel. 033-299 81 81 E-mail info@archeologie.nl

Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding en administratieve gegevens 2 Bureauonderzoek 2.1 Doelstelling en vraagstelling 2.2 Methode 2.3 Resultaten 2.4 Gespecificeerde verwachting en conclusie 3 Aanbeveling Literatuur Geraadpleegde websites Lijst van afbeeldingen en tabellen

5 7 10 10 10 10 25 26 27 28 29

Tabel 1. Overzicht van de verschillende perioden

Samenvatting In opdracht van Burgland Real Estate B.V. heeft ADC ArcheoProjecten in december 2023 - februari 2024 een bureauonderzoek uitgevoerd naar de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden op de locatie Dr. J. van der Haarlaan 2-4 te Mijdrecht. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen sloop van het sportcomplex van de tennisvereniging De Meijert en op de huidige gronden van het sportcomplex woningen te realiseren. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Hieruit komt naar voren dat de diepere ondergrond van het plangebied bestaat uit dekzand dat is afgedekt door een dunne laag basisveen. Het dekzandlandschap heeft een middelhoge tot hoge verwachting voor het laat paleolithicum en mesolithicum. De top van deze door de wind afgezette zanden ligt in de directe omgeving van he t plangebied vermoedelijk op een diepte van circa 8,5 tot 10,5 m –NAP. De hoogteligging van en het reliëf binnen dit dekzandoppervlak zijn echter slechts globaal bekend. Indien intact, bevinden mogelijk aanwezige archeologische resten zich in de top van het dekzand. Voor landschappelijke zones met een sterke (ecologische) gradiënt - zoals dekzandruggen - geldt een hoge archeologische verwachting voor (paleolithische-mesolithische) seizoenskampen en meervoudig bezochte kampen met een dichte strooiing van vuursteenmateriaal.

Voor overige zones (vlakkere delen, of kleine kopjes binnen het dekzandlandschap) geldt een middelhoge archeologische verwachting voor kleinere, eenfasige nederzettingslocaties. Wel kunnen plaatselijk kleine (jacht- )kampementjes of specifieke vindplaatstypen voorkomen (graven, rituele deposities, e.d.) Het plangebied maakte gedurende het Neolithicum deel uit van een getijdenlandschap. Aan eventuele geul(oever)afzettingen wordt een middelhoge verwachting voor resten uit het Neolithicum toegeschreven. Deze verwachting hangt samen met de aanname dat kreekruggen en oeverwallen van actieve kreken, vanwege hun hogere ligging in het landschap, aantrekkelijk waren voor bewoning. Een archeologisch niveau zal zich manifesteren als een gerijpte kleilaag met archeologische indicatoren zoals houtskool, vuursteen en visbot. Op basis van de ligging in een droogmakerij worden sporen van na de Bronstijd tot aan de drooglegging niet meer verwacht. Wel kunnen de verkavelingssloten van na de inpoldering worden aangetroffen. Op grond van de aanwezigheid van bebouwing en inrichting als sportcomplex moet rekening worden gehouden met (sub)recente verstoringen. ADC ArcheoProjecten adviseert om een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van een verkennend booronderzoek.

Het doel van dit onderzoek is de bodemopbouw en de aard, omvang en diepte van eventuele verstoringen in kaart te brengen. Aan de hand van de gegevens van het veldonderzoek kan de gespecificeerde verwachting worden aangevuld. De werkzaamheden dienen voorafgaand aan het veldwerk te worden vastgelegd in een Plan van Aanpak (PvA).

5

Afb. 1.

Locatie van het plangebied

6

1

Inleiding en administratieve gegevens In opdracht van Burgland Real Estate B.V. heeft ADC ArcheoProjecten in december 2023 – februari 2024 een bureauonderzoek uitgevoerd naar de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden op de locatie Dr. J. van der Haarlaan 2-4 te Mijdrecht (afb. 1 en afb. 2).

Afb. 2.

Detailkaart van het plangebied

De aanleiding voor het onderzoek is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan. Gemeenten dienen bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden. Hieronder vallen zowel reeds bekende archeologisch waardevolle gebieden als gebieden waarvoor een (verhoogde) archeologische verwachting geldt. Deze waarden krijgen een archeologische (mede)bestemming, die wordt vermeld in de toelichting van een bestemmingsplan, wordt begrensd in de verbeelding (plankaart) en wordt voorzien van regels die zijn gekoppeld aan een vergunningenstelsel. Het plangebied ligt in een gebied waar een gemeentelijk archeologisch beleid is vastgesteld (afb. 3). Het plangebied bestaat uit twee delen, deelgebied A in het noorden en deelgebied B in het zuiden. Op grond van het archeologisch beleid valt deelgebied A in een zone die is aangemerkt als archeologisch waardevol categorie 5. Hier is archeologisch onderzoek verplicht bij ingrepen groter dan of gelijk aan 2000 m2 en dieper dan 30 cm –mv. Deelgebied B valt in categorie 7 en hiervoor is geen archeologisch onderzoek nodig.1

1

Van Heeringen et al. 2017

7

Omdat de voorgenomen plannen deze vrijstellingsgrenzen overschrijden, dient de initiatiefnemer een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden.

Afb. 3.

Plangebied op een uitsnede van de herziene archeologische beleidskaart van de gemeente De Ronde Venen (naar Van Heeringen et al. 2017)

In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Gemeenten kunnen hierop aanvullende uitvoeringskaders vaststellen. De gemeente De Ronde Venen heeft voor zover bekend geen aanvullende uitvoeringskaders vastgesteld voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek binnen het plangebied, noch zijn deze voor dit project afzonderlijk opgesteld. Voor dit onderzoek zijn daarom enkel de protocollen van de vigerende KNA gevolgd.

8

De volgende administratieve gegevens zijn van toepassing: opdrachtgever:

Burgland Real Estate B.V. Postbus 696 2700 AR Zoetermeer Een bureauonderzoek Slopen van een sportcomplex en realiseren van nieuwbouw woningen. Dr. J. van der Haarlaan 2-4 Mijdrecht De Ronde Venen Utrecht Gemeente De Ronde Venen, sectie C, nummer 614 31B (1:25.000) Deelgebied A: 5885 m2 Deelgebied B: 2325 m2 Totaal: 8210 m2 Deelgebied A 118.700; 469.141 (N) 118.700; 469.078 (O) 118.728; 469.032 (Z) 118.770; 469.096 (W)

Fase(n) AMZ-cyclus: aanleiding: locatie: plaats: gemeente: provincie: kadastrale gegevens: kaartblad: oppervlakte plangebied:

coördinaten:

Deelgebied B 118.711; 469.022 (N) 118.736; 484.991 (O) 118.697; 468.953 (Z) 118.670; 468.978 (W) Gemeente De Ronde Venen Naam: Dhr. M. Sybrandy Adres: Postbus 250 Plaats: 3640 AG Mijdrecht Tel: 0297-291845 E-mail: m.sybrandy@derondevenen.nl Naam: Omgevingsdienst regio Utrecht De heer M. van de Glind Adres: Postbus 13101 Plaats: 3507 LC Utrecht Tel: 088-0225131 Ja (14-03-2024) 5490353100 001931 E. van der Laan & M. Bakker E. van der Laan december 2023 – februari 2024 ADC ArcheoProjecten bv, Amersfoort

bevoegde overheid met contactgegevens:

deskundige namens de bevoegde overheid met contactgegevens:

goedkeuring rapport door bevoegde overheid: Archis-zaaknummer: ADC-projectcode: auteur(s): autorisatie: periode van uitvoering: beheer en plaats documentatie:

9

2

Bureauonderzoek 2.1

Doelstelling en vraagstelling

Het bureauonderzoek vormt de eerste stap in het vaststellen van de archeologische waarde van het gebied. Het doel van bureauonderzoek is het aan de hand van bestaande bronnen verwerven van informatie over bekende en/of verwachte archeologische waarden in het plangebied, om daarmee te komen tot een gespecificeerde, archeologische verwachting. Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: • Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting? • Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?

2.2

Methode

Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 Landbodems, protocol 4002 Bureauonderzoek. Tijdens het bureauonderzoek worden diverse bronnen geraadpleegd, wat leidt tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. De gespecificeerde verwachting kan worden beschouwd als de conclusie van het bureauonderzoek, omdat hierin wordt aangegeven of archeologische waarden in het plangebied worden verwacht. Als dit het geval is, zal zo mogelijk de aard, de omvang, de diepteligging en de datering van deze waarden worden beschreven. Indien relevant zal de omvang worden weergegeven op een kaart.

2.3

Resultaten

2.3.1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied, beschrijving huidig gebruik en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van Mijdrecht. Deelgebied A wordt in het noordwesten begrensd door een sloot en in het zuidoosten door de Doctor J. van der Haarlaan. In het noordoosten en het zuidwesten heeft deelgebied A geen fysieke begrenzing. Deelgebied B wordt in het zuidwesten door een sloot begrensd en in het noordoosten door de Doctor J. van der Haarlaan. In het noordwesten en het zuidoosten heeft deelgebied B geen fysieke begrenzing. Het plangebied is momenteel in gebruik als sportcomplex van de tennisvereniging De Meijert. De noordoostelijke helft van deelgebied A is momenteel bebouwd. Het betreft een tennishal die is gebouwd in 1981.2 Het zuidwestelijke deel van deelgebied A bestaat uit tennisbanen. Rondom de tennisbanen is sprake van een smalle groenstrook. Tussen de tennisbanen in en ten zuiden van de sporthal is sprake van oppervlakteverharding. Deelgebied B is grotendeels in gebruik als tennisbaan. Rondom de tennisbanen is sprake van een groenstrook en in het uiterste noordoosten is een strook voorzien van oppervlakteverharding (afb 4.).

2

bagviewer.kadaster.nl

10

Afb. 4.

Luchtfoto van het plangebied

Op basis van de opgevraagde gegevens met betrekking tot de milieuhygiënische situatie in het plangebied kan worden geconcludeerd dat er geen ernstige bodemverontreinigingen bevindt. De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met kobalt, zink, cadmium en kwik. De ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met kwik en lood.3 In het kader van het onderzoek zijn geen gegevens met betrekking tot de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen opgevraagd bij het KLIC. Van het plangebied zelf zijn onvoldoende archeologische en aardkundige gegevens beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over de archeologische verwachting. Daarom zijn tevens gegevens betrokken uit de directe omgeving. Het onderzoeksgebied kan worden gedefinieerd als het noordwestelijke deel van de polder, de derde bedijking binnen een straal van circa 2,3 km rond het plangebied. De begrenzing van deze zone is gebaseerd op het gegeven dat hierbinnen sprake is van voldoende informatie om een uitspraak te doen over de archeologische verwachting die representatief is voor het plangebied. In het plangebied zijn de volgende ingrepen gepland: Het sportcomplex ‘De Meijert’ wordt gesloopt en op de huidige gronden worden appartementencomplexen gerealiseerd (afb. 5.). In deelgebied A worden twee appartementencomplex gerealiseerd met een gezamenlijke omvang van circa 1400 m2.

Het grote appartementencomplex zal bestaan uit vier woonlagen waar vierendertig wooneenheden worden gerealiseerd. Het kleinere appartementencomplex zal bestaan uit één

3

L.H.A. Knoop & A.M; R.B.A.M. Dankers & D.D.C.A. Bijl 2023.

11

woonlaag waar 8 wooneenheden worden gerealiseerd. Daarnaast worden in totaal drie parkeerstroken aangelegd in dit deelgebied. In deelgebied B wordt een appartementencomplex gebouwd met een omvang van circa 950 m 2. Het complex zal bestaan uit vijf woonlagen waar eenenveertig appartementen worden gebouwd. Het zuidwestelijke deel van dit deelgebied wordt ingericht als parkeerterrein. De consequentie van de voorgenomen ontwikkeling kan zijn dat eventuele aanwezige waardevolle archeologische resten in de ondergrond worden aangetast.

Afb. 5.

Impressie beeld van de woningen die worden gerealiseerd. (Beeldkwaliteitsplan De Meijert Mijdrecht)

12

2.3.2 Beschrijving van de aardwetenschappelijke waarden De volgende aardwetenschappelijke informatie is bekend van het plangebied: aan of nabij het maaiveld gelden de volgende aardwetenschappelijke gegevens (zie tabel 2): Tabel 2. Aardwetenschappelijke informatie in het plangebied Bron

Informatie

Geologische kaart van Nederland 20214

Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer (kaarteenheid o*)

Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 Deelgebied A:Getij-inversierug (7B71), (landsdekkende, digitale versie)5 Deelgebied B: niet gekarteerd, bebouwde kom, aangrenzende eenheid: vlakte van getij-afzettingen (7M72) Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (landsdekkende, digitale versie)6

Tochteerdgrond: klei (kaartcode: pMo80), moerige eerdgronden met een moerige bovengrond of moerige tussenlagen op niet-gerijpte zavel of klei (kaartcode: Wo).

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4)7

-4,40 m tot -4,60 t.o.v. NAP

In het plangebied bevindt zich waarschijnlijk een opeenvolging van de volgende lithostratigrafische eenheden (zie tabel 3): Tabel 3. Lithostratigrafische opeenvolging Lithostratigrafische eenheid

Gemiddelde diepte -5,55 Omschrijving m t.o.v. NAP8

Laagpakket van Wormer 0,0 – 10 m Basisveen Laag

10 – 10,5 m

Laagpakket van Wierden Dieper dan 10,5 m

4

DINOloket.nl

5

Alterra 2008.

6

Alterra 2014.

7

ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer.

8

Dinoloket.nl/ondergrondgegevens; B31B0578

Ouderdom / periode

wad/kwelderafzetting

Bronstijd/ IJzertijd/ Neolithicum

veen

Mesolithicum / Neolithicum

eolisch (dek)zand

Paleo-/Mesolithicum

13

Afb. 6.

Het plangebied op de geologische kaart 2021 (DINOloket.nl)

14

Afb. 7.

Het plangebied op de geomorfologische kaart 2008 (Alterra)

15

Afb. 8.

Het plangebied op de bodemkaart van Nederland (Alterra 2014)

16

Afb. 9.

Het plangebied op de kaart van het actueel hoogtebestand Nederland (AHN3)

Geologie en geomorfologie Het plangebied ligt in het Hollands veen- en kleigebied. Gedurende de laatste ijstijd, het Weichselien, werd op grote schaal een pakket fijn tot matig grof zand afgezet, ook wel dekzand genoemd. Deze afzettingen behoren tot het Laagpakket van Wierden, onderdeel van de Formatie van Boxtel. Op basis van de gegevens uit het ondergrondmodel GeoTOPv1.6 ligt de top van het pleistocene oppervlak op circa 10 m -NAP. Ten gevolge van de postglaciale zeespiegelstijging en de daarmee samenhangende grondwaterstijging werd het gebied drassiger en ontstonden er moerassen. Hierdoor ontstond de Basisveen Laag (onderdeel van de Formatie van Nieuwkoop en zo genoemd omdat deze de basis vormt van het Holocene pakket). Deze laag komt in een groot gedeelte van West-Nederland in de ondergrond voor. Met het stijgen van de zeespiegel raakte een groot gedeelte van Nederland overstroomd. Er ontstond een brak- en zoutwatermilieu waarin overwegend kleiige en zandige sedimenten werden afgezet. Deze afzettingen rekent men tot het Laagpakket van Wormer. De afzetting vond voornamelijk plaats tijdens het Atlanticum en het Subboreaal. 9 In de omgeving van het plangebied ontstond in deze periode een systeem van brede en smalle geulen en kreken.

De geulen en kreken stonden via grotere systemen in direct contact met de Noordzee en er zullen dan ook getijdenbewegingen (eb en vloed) merkbaar zijn geweest. Hoewel het gebied dus in contact stond met de zee zal het water niet zout zijn geweest. Vermoedelijk vond vanuit het oosten namelijk 9

Zagwijn1986.

17

aanvoer van zoet water plaats waardoor er een brak tot zoet milieu heerste. Door de aanvoer van zand en klei en door periodieke overstromingen vond opslibbing plaats. Langs de kreken en geulen ontstonden hierdoor oeverwallen die ook bij hoog water nog droog bleven. Uit archeologisch onderzoek is bekend dat deze oeverwallen werden bezocht door mensen. Tijdens de vorming van de het Laagpakket van Wormer, vormden zich aan de kust strandwallen, de Oude Duin- en Strandafzettingen. Tegen het eind van het Atlanticum waren de strandwallen voor een groot deel van Nederland aaneengesloten en steeg bovendien de zeespiegel minder snel dan voorheen. Het gebied achter de strandwallen raakte minder vaak overstroomd, waardoor de vegetatie zich ongestoord kon ontwikkelen. Aanvankelijk bestond deze vegetatie vooral uit riet en zegge. Later ging zich in het gebied een bosvegetatie ontwikkelen, gedomineerd door Alnus (els) en Salix (wilg). Dit alles resulteerde in een dik veenpakket, het Hollandveen Laagpakket, behorende tot de Formatie van Nieuwkoop. Op veel plaatsen ging de veenontwikkeling zo ver, dat zich boven op dit eutrofe veen, oligotroof veenmosveen ging vormen. De uitgestrekte veenmoerassen werden ontwaterd door lokale veenstroompjes en kleine riviertjes, zoals de Amstel, de Drecht en de Kromme Mijdrecht (op circa 3 km ten westen en 2,5 km ten zuidwesten van het plangebied).

In de Late Middeleeuwen kwam de veenvorming in het onderzoeksgebied ten einde. Door natuurlijke ontwatering, als gevolg van de steeds verder uitbreidende Zuiderzee, en een droger klimaat, verdroogde het veenoppervlak en werd het gebied beter toegankelijk. Vanaf de late 10e of 11e eeuw trokken de eerste boeren het veen in en werd de omgeving van het plangebied vanuit de veenriviertjes, die als ontginningsbasis dienden, grootschalig ontgonnen. Vanaf de ontginningsbases werden korte sloten het veen in gegraven tot waar dit overging in een geleidelijk oplopend plateau (veenkussen). Hierdoor kon het veen verder ontwaterd worden. Gaandeweg ontstond een geheel nieuw landschap van regelmatige sloten en kavels. Als gevolg van de grootschalige ontginningen was ook de waterhuishouding ingrijpend veranderd. Door het inklinken van het veen daalde de bodem. De maaivelddaling ging uiteindelijk zo ver dat het veen niet langer ontwaterd kon worden en de grond te nat werd voor akkerbouw.10 Noodgedwongen moest men overstappen op veeteelt. Vanaf het begin van de ontginningen werd op kleine schaal veen ontgraven ten behoeve van de turfwinning.11 In de 16e en 17e eeuw was turf de belangrijkste brandstof in het houtarme Holland. Door de bevolkingstoename werd het veen dan ook op grote schaal uitgebaggerd, gedroogd en als turf verkocht aan met name Amsterdam.

Gevolg was wel dat grote stukken land veranderden in plassen, sloten zich verbreedden en meren al maar groter werden. Omdat de veenafslag door golfwerking een bedreiging voor het omliggende gebied vormde, werden de plassen later drooggelegd. Zo ontstonden in de periode 1852-1877 de droogmakerijen van Mijdrecht. Het veen in de droogmakerijen is vrijwel volledig verdwenen waardoor het Laagpakket van Wormer weer aan het oppervlak ligt. Echter, kan er nog veen worden aangetroffen in de bedijking en kan het nog lokaal aanwezig zijn in de polder. Bodem Op de Bodemkaart van Nederland 1:50.000 ligt deelgebied A voor de helft in een zone met tochteerdgronden, waar de bouwvoor uit klei bestaat. Tochteerdgronden zijn gronden met een minerale eerdlaag boven de ongerijpte ondergrond. De zuidelijke helft van deelgebied A en geheel deelgebied B in bevindt zich in een zone met moerige (dus zeer natte) eerdgronden met een moerige bovengrond of moerige tussenlagen op niet-gerijpte zavel of klei. Moerige gronden komen vooral voor op de overgang van veengronden naar zeekleigronden.12

10

Kloosterman et al. 2011.

11

Van Zijverden 2006.

12

de Bakker & Schelling 1989.

18

De grondwatertrap bedraagt IIIa. Dit betekent dat het grondwater zich bij een gemiddeld hoge grondwaterstand (GHG) op circa 22 cm -mv bevindt en bij gemiddeld lage grondwaterstand (GLG) op een diepte van 84 cm -mv.13 Uit de boorstaten van in het plangebied uitgevoerde milieukundige boringen14 blijkt dat de natuurlijke ondergrond uit klei bestaat. De bovenste 50 cm bestaat uit zand klei of veen. Dit is vermoedelijk het resultaat van bouwactiviteiten van het sportcomplex. 2.3.3 Beschrijving van bekende archeologische waarden Op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente uit 2017 heeft (de omgeving van) het plangebied een middelhoge verwachting gekregen. Deze verwachting is gebaseerd op de ligging van het plangebied in een zone waar binnen het Laagpakket van Wormer een uitgebreid krekenstelsel aanwezig is dat niet wordt afgedekt door Hollandveen en dus vrijwel aan het oppervlak ligt. Op de verwachtingskaart is er plaatse van het plangebied een indicatieve ligging van dit krekenstelsel opgenomen.

De locatie van de geulvertakkingen, de breedte van de oeverwallen en de mogelijkheid voor menselijke bewoning zijn echter niet voldoende nauwkeurig in kaart gebracht waardoor deze als indicatief moeten worden beschouwd.15 Op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) staat op circa 380 m ten oosten van het plangebied één terrein geregistreerd van zeer hoge archeologische waarde (afb. 10. ).Het betreft AMK terrein 11917; een terrein van hoge archeologische waarde. Het betreft de dorpskern van Mijdrecht, een langgerekte ontginningskern, daterend uit de late Middeleeuwen. Het plangebied ligt echter buiten deze ontginningskern in de ‘Polder de Derde Bedijking’. Dit betreft een droogmakerij waar het veen is afgegraven waardoor de kans klein is dat hier archeologische resten kunnen worden aangetroffen die met de dorpskern geassocieerd kunnen worden. In het Archeologisch Informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Archis3.1, staan binnen het onderzoeksgebied (het noordwestelijke deel van de polder de derde bedijking binnen een straal van circa 2,3 km rond het plangebied) enkele vondstlocaties en archeologische onderzoeken geregistreerd (tabel 4 en tabel 5). Tabel 4. Archeologische vondstlocaties in het onderzoeksgebied Archis 3.1 Archis3.1 zaakidentificatie vondstlocatie

Omschrijving

Datering16

2871201100

1064796

Aardewerk, handgevormd; vuursteen afslag; hout/houtskool

PALEONEOL

2871242100

1064798

Vuursteen afslag

NEOMNEOL

2871218100

1064799

Vuursteen

NEOM

13

dinoloket.nl/ondergrondmodellen/kaart

14

Dankers & D.D.C.A. Bijl 2023.

15

Schrijvers & Van Heeringen 2016

16

Voor een verklaring van de afkortingen, zie tabel 1.

19

Afb. 10. Het plangebied op de AMK met onderzoeksmeldingen en vondstlocaties uit Archis3.1 (RCE 2023)

20

Tabel 5. Archeologische onderzoeken uitgevoerd in het onderzoeksgebied Archis 3 zaakidentificatie

Soort onderzoek Resultaat

5445041100

Booronderzoek

2146202100

Bureauonderzoek Het rapport is nog niet gepubliceerd in Archis en Nog onbekend en inventariserend op datastations. veldonderzoek

4003768100

Bureauonderzoek en cultuurhistorische quickscan

Het onderzoek heeft drie verschillende archeologische niveaus aangetoond, namelijk de top van het dekzand op -8 m NAP (of dieper), top van kwelder- en kreekafzettingen tussen ongeveer -5 en -6 m NAP en de top van het veen. Sinds de Late Middeleeuwen wordt in de top van het veen gewoond langs de ontginningsassen.

4008077100

booronderzoek

Het betreft een geo-archeologisch onderzoek Intactheid van de naar de ligging van de getijdenkreken aan- of afwezigheid behorende tot het Laagpakket van Wormer in van kreken en vijf polders rond Mijdrecht dat in het kader van oeverwallen de actualisatie van de beleidskaart in 2016 is vaststellen.18 uitgevoerd. De variatie van binnen de gemeente aanwezige kreekruggen is relatief groot en varieert van enkele kreken met een breedte, van oeverwal tot oeverwal, van meer dan 100 of zelfs 200 meter, tot kreekruggen die niet breder zijn dan 20 meter. Het booronderzoek heeft uitgewezen dat op locaties is 4 en 5, aan de ‘rand’ van het systeem, sprake is van een kreek van zeer beperkte omvang, ontwikkeld in laagenergetisch, lagunair gebied, waardoor de kleine oeverwallen van deze kreek nauwelijks in korrelgrootte verschillen van de omliggende komklei. Dergelijke oeverwallen, in dit geval opgebouwd uit matig slappe tot slappe klei, hebben grotendeels onder water gelegen, en bieden daardoor weinig mogelijkheden voor gebruik door de mens. Locaties 1, 2 (die binnen het huidige onderzoeksgebied is gelegen)en 3 zijn hoger gelegen en meer gerijpt. De top van de oeverwal is in de bouwvoor opgenomen. Gezien de landschappelijke omstandigheden zijn deze oeverwallen meer geschikt geweest voor (ten minste kortstondig) gebruik door de mens in de prehistorie.

5260531100

Bureauonderzoek, De kreekruggen hebben een middelhoge tot Landschappelijke hoge archeologische verwachting en dienen en nader te worden onderzocht. Cultuurhistorische en Archeologische waarden.

17

De Boer 2016.

18

Schrijvers & Heeringen 2016.

19

van Waveren & de Moor 2023.

Advies

Het rapport is nog niet gepubliceerd in Archis en Nog onbekend op datastations.

21

Geadviseerd wordt bij graafwerkzaamheden ondieper dan 30 cm en een oppervlak kleiner dan 50m2 geen archeologisch onderzoek uitvoeren.17

Vervolgonderzoek bij graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en een oppervlak groter dan 50m2.19

Uit de uitgevoerde onderzoeken in het onderzoeksgebied blijkt dat resten van bewoning uit het Neolithicum kunnen worden verwacht op en naast de kreekrug. 2.3.4 Beschrijving van de historische situatie, mogelijke verstoringen en bouwhistorische waarden Het gebied “De Ronde Venen” betreft het oostelijke aan het stroomgebied van de Vecht aansluitende deel van het gebied tussen Amstelland en Rijnland. Dit gebied werd in 953 door de Duitse keizer Otto I in 953 aan de bisschop van Utrecht geschonken.20 In 1085 schonk de Bisschop Koenraad van Utrecht het gebied De Ronde Venen ter ontginning aan het kapittel van Sint Jan en de heer van Abcoude. De ontginning ving aan vanaf de oevers van de bestaande riviertjes. De rivier de Angstel vormde de basis voor de eerste ontginningen in de West-Vechtse ontginningen, met de Demmerikse Kade als achtergrens. Het grote veenkussen van de Ronde Venen werd ontgonnen vanaf de veenriviertjes de Kromme Mijdrecht, de Drecht, de Waver en de Winkel en vanaf de gegraven Ennipwetering en de Veenkade-Demmerikse Kade. Vanaf hier werd radiaal ontgonnen naar het hoger gelegen centrale punt. De ontginning van het gebied was omstreeks 1300 voltooid.21 Op de ‘Nieuwe Kaart van den Lande van Utrecht’, die is gemaakt eind 17e eeuw door Bernard de Roy is de historische kern van Mijdrecht afgebeeld.

De Dorpsstraat en de hoek naar de Bozenhoven, alsmede de Kerkvaart, zijn op deze kaart te herkennen. Het plangebied ligt in het onbebouwde gebied ten westen van Mijdrecht. Vanaf het eind van de 16e eeuw nam de vraag naar turf sterk toe. Door de toegenomen veenwinning ontstonden in de 18e eeuw grote veenplassen. In de 19e eeuw werden deze weer drooggemaakt toen een verveningsvergunning werd gekoppeld aan een verplichting tot bedijking en droogmaking. Na de aanleg van zware ringdijken werd begonnen met het wegpompen van het water. De Eerste Bedijking was een feit in 1845, de Tweede Bedijking in 1856 en de Derde Bedijking in 1874. Het plangebied werd gedurende de Derde Bedijking drooggelegd en bevindt zich op circa 100 meter ten zuiden van de Ringdijk derde bedijking. Op de kadastrale minuut uit het begin van de 19e eeuw is te zien dat het plangebied nog bestond uit water en dat door deelgebied A een smalle strook rietland liep (afb. 11). Op de bonnekaarten uit het einde van de 19e eeuw is zichtbaar dat het plangebied is ingepolderd en wordt doorkruist door noordoost – zuidwest georiënteerde sloten (afb 12 b-c). Op de topografische kaart uit 1975 (afb. 12d) is de situatie in het plangebied niet veranderd. Ten noorden van deelgebied A is een zuiveringsinstallatie gerealiseerd.

Rond 1981 wordt in het plangebied het sportcomplex gerealiseerd, waar in 2007 een bijgebouw is gerealiseerd en in ca 2005 worden er meerdere gebouwen gerealiseerd ten noordwesten en ten zuiden van het plangebied (afb. 12e-f).22 Tabel 6. Overzicht van de historische situatie Bron

Jaartal

Historische situatie

Kadastrale minuut (afb. 11)

1811-1832

Het plangebied bestaat uit water en deelgebied A werd doorkruist door een smalle strook rietland.

Bonnekaart24 (afb. 12b)

1876

De polder derde bedijking is drooggelegd en in gebruik als akkerland.

Bonnekaart (afb. 12c)

1891

Situatie ongewijzigd, maar het landgebruik is veranderd van akkerland naar grasland.

23

20

https://www.proosdijlanden.nl/index.php/publicaties/geschiedenis

21

Van Heeringen et. al. 2017

22

Blijdenstijn 2015; bagviewer.kadaster.nl

23

Beeldbank.cultureelerfgoed.nl

24

Bureau militaire verkenningen uit 1876 en 1891

22

Bron

Jaartal

Historische situatie

Topografische kaart (afb. 12d)

1975

Ten noorden van het noordelijke plangebied is bebouwing zichtbaar van een zuiveringsinstallatie

Topografische kaart (afb. 12e)

1981

Dan wordt het sportcomplex gerealiseerd met de tennisvelden in het plangebied.

Topografische kaart (afb. 112)

2018

Uitbouw van het sportcomplex tot huidige situatie

25

Afb. 11. Het plangebied op de Kadastrale minuut uit 1811 - 1832 (hisgis.nl)

25

topotijdreis.nl

23

Afb. 12. Het plangebied (rode lijn) op de bonnekaart (Bureau militaire verkenningen) en de topografische kaart uit verschillende perioden (topotijdreis.nl)

24

2.4

Gespecificeerde verwachting en conclusie

De eerste, voor het bureauonderzoek opgestelde onderzoeksvraag “Zijn in het plangebied archeologische waarden aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting?” kan als volgt worden beantwoord: De diepere ondergrond van het plangebied bestaat uit dekzand dat is afgedekt door een dunne laag basisveen. Het dekzandlandschap heeft een middelhoge tot hoge verwachting voor het laat paleolithicum en mesolithicum. De top van deze door de wind afgezette zanden ligt in de directe omgeving van het plangebied vermoedelijk op een diepte van circa 8,5 tot 10,5 m –NAP. De hoogteligging van en het reliëf binnen dit dekzandoppervlak zijn echter slechts globaal bekend. Indien intact, bevinden mogelijk aanwezige archeologische resten zich in de top van het dekzand. Voor landschappelijke zones met een sterke (ecologische) gradiënt - zoals dekzandruggen - geldt een hoge archeologische verwachting voor (paleolithische-mesolithische) seizoenskampen en meervoudig bezochte kampen met een dichte strooiing van vuursteenmateriaal. Voor overige zones (vlakkere delen, of kleine kopjes binnen het dekzandlandschap) geldt een middelhoge archeologische verwachting voor kleinere, eenfasige nederzettingslocaties.

Wel kunnen plaatselijk kleine (jacht- )kampementjes of specifieke vindplaatstypen voorkomen (graven, rituele deposities, e.d.) Het plangebied maakte gedurende het Neolithicum deel uit van een getijdenlandschap. Aan eventuele geul(oever)afzettingen wordt een middelhoge verwachting voor resten uit het Neolithicum toegeschreven. Deze verwachting hangt samen met de aanname dat kreekruggen en oeverwallen van actieve kreken, vanwege hun hogere ligging in het landschap, aantrekkelijk waren voor bewoning. Een archeologisch niveau zal zich manifesteren als een gerijpte kleilaag met archeologische indicatoren zoals houtskool, vuursteen en visbot. Op basis van de ligging in een droogmakerij worden sporen van na de Bronstijd tot aan de drooglegging niet meer verwacht. Wel kunnen de verkavelingssloten van na de inpoldering worden aangetroffen. Op grond van de aanwezigheid van bebouwing en inrichting als sportcomplex moet rekening worden gehouden met (sub)recente verstoringen. De beantwoording van de tweede onderzoeksvraag “Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?” is als volgt: Om de kans op de aanwezigheid van archeologische resten te bepalen is vooral het verwerven van inzicht in de bodemopbouw en de mate van intactheid daarvan van belang.

Geadviseerd wordt daarom een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uit te voeren .

25

3

Aanbeveling ADC ArcheoProjecten adviseert om een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van een verkennend booronderzoek. Het doel van dit onderzoek is de bodemopbouw en de aard, omvang en diepte van eventuele verstoringen in kaart te brengen. Aan de hand van de gegevens van het veldonderzoek kan de gespecificeerde verwachting worden aangevuld. De werkzaamheden dienen voorafgaand aan het veldwerk te worden vastgelegd in een Plan van Aanpak (PvA).

26

Literatuur Alterra, 2008: Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000; Landsdekkend digitaal bestand. Alterra, 2014: Bodemkaart van Nederland 1:50.000; Landsdekkend digitaal bestand. Bakker, H. de, J. Schelling, D.J. Brus & C. van Wallenburg, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland : de hogere niveaus. Wageningen. Blijdenstijn, R., 2015: Tastbare tijd 2.0, cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht. Utrecht. Boer, A. de, 2016: Bureau voor Archeologie Rapport 331. De Ronde Venen, De Ronde Venen, gemeente De Ronde Venen: een archeologisch bureauonderzoek en cultuurhistorische quickscan. Utrecht Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNO-rapport NITG 05-043-A). Bosch, J.H.A., H. Kok, 1994: Toelichting bij de geologische kaart van Nederland 1:50.000. Blad Gorinchem West (38W). Rijks Geologische Dienst, Haarlem. Bureau Militaire Verkenningen, JAARGANG(EN)): BLADNAAM, blad NR, 1:25.000. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik & A.H. Geurts, 2012: Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. Utrecht. Heeringen, R.M. van, R. Schrijvers, C.A. Visser & W.J. Weerheijm, 2017: Herziening van de archeologische beleidskaart van de gemeente De Ronde Venen 2016. Vestigia Rapport V1385. Amersfoort.

Kadaster, 1832: Kadastrale kaart 1811-1832 minuutplan Mijdrecht, sectie C, blad 01 Normalisatie-Instituut, Nederlands, 1989: Geotechniek, classificatie van onverharde grondmonsters NEN 5104. Delft. Knoop, L.H.A., A.M. Otting, 2023: Verkennend bodemonderzoek, volgens nen 5740 De Meijert te Mijdrecht. Alpen aan den Rijn R.B.A.M. Dankers., D.D.C.A. Bijl, 2023: Verkennend (bodem)onderzoek volgens nen 5760 en crow210 Doctor J. van der Haarlaan 3 te Mijdrecht. Alphen aan de Rijn Schrijvers, R., R.M. van Heeringen, 2016: Geo-archeologisch onderzoek naar de ligging van getijdekreken behorende tot het Laagpakket van Wormer in vijf polders rond Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen. Amersfoort SIKB, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Gouda. Stouthamer, E., Cohen, K., & W. Hoek, 2015: Vorming van het land geologie en geomorfologie. Utrecht TNO, 2013: Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond, versie 2013. van Waveren, A.M.I., J., de Moor, 2023: Kadeverbetering Derde bedijking West, Gemeente De Ronde Venen. Bureauonderzoek (BO) Landschappelijke, Cultuurhistorische en Archeologische waarden. Amersfoort Wullink, A.J, 2016: Transect-rapport 899: Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, IVO Verkennende en Karterende Fase, Mijdrecht, Hoofdweg 85C, Gemeente De Ronde Venen (UT). Utrecht

27

Geraadpleegde websites https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ https://maps.bodemdata.nl https://archis.cultureelerfgoed.nl/ https://bagviewer.kadaster.nl https://easy.dans.knaw.nl https://www.bodemloket.nl https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens https://www.kadaster.nl/ https://www.ruimtelijkeplannen.nl https://www.topotijdreis.nl https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/

28

Lijst van afbeeldingen en tabellen Afb. 1. Afb. 2. Afb. 3. Afb. 4. Afb. 5. Afb. 6. Afb. 7. Afb. 8. Afb. 9. Afb. 10. Afb. 11. Afb. 12.

Tabel 1. Tabel 2. Tabel 3. Tabel 4. Tabel 5. Tabel 6. Tabel 7.

Locatie van het plangebied Detailkaart van het plangebied Plangebied op een uitsnede van de herziene archeologische beleidskaart van de gemeente De Ronde Venen (naar Van Heeringen et al. 2017) Luchtfoto van het plangebied Impressie beeld van de woningen die worden gerealiseerd. (Beeldkwaliteitsplan De Meijert Mijdrecht) Het plangebied op de geologische kaart 2021 (DINOloket.nl) Het plangebied op de geomorfologische kaart 2008 (Alterra) Het plangebied op de bodemkaart van Nederland (Alterra 2014) Het plangebied op de kaart van het actueel hoogtebestand Nederland (AHN3) Het plangebied op de AMK met onderzoeksmeldingen en vondstlocaties uit Archis3.1 (RCE 2023) Het plangebied op de Kadastrale minuut uit 1811 - 1832 (hisgis.nl) Het plangebied (rode lijn) op de bonnekaart (Bureau militaire verkenningen) en de topografische kaart uit verschillende perioden (topotijdreis.nl) Overzicht van de verschillende perioden Aardwetenschappelijke informatie in het plangebied Lithostratigrafische opeenvolging Archeologische vondstlocaties in het onderzoeksgebied Archeologische onderzoeken uitgevoerd in het onderzoeksgebied Overzicht van de historische situatie Gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14175874/1