Bijlage 7.2 Was wordt lijst Verordening Watertoeristenbelasting 2024
Tekst van het document
Verordening 2023
Concept verordening 2024
Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting 2023 Geldend van 24-12-2022 t/m heden Intitulé Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting 2023 De raad van de gemeente De Ronde Venen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting 2023 Artikel 1. Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden; b. lengte: de lengte over alles;
Was
Wordt
Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting 2024 2023 2024 Geldend van ….. 2023 t/m heden Intitulé Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting 2024 2023 2024 De raad van de gemeente De Ronde Venen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting 2024 2023 2024 Artikel 1. Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden; b. lengte: de lengte over alles; c. vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college een gedeelte water / gedurende c.
vaste ligplaats: een gedeelte water, dat naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen een periode van ten minste een een ligplaats die / gedurende het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ten een seizoen - conform van een vaartuig en die ter beschikking wordt gesteld voor eenzelfde vaartuig gedurende een maand anker leggen van een zelfde vaartuig gedurende een periode van ten minste een maand; modelverordening VNG seizoen; d. etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur; d. etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur; e. maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen; e. maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen; f. seizoen: het tijdvak van 1 april tot en met 31 oktober; f. seizoen: het tijdvak van 1 april tot en met 31 oktober; g. schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt; g. schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt; h. Weekendschip: een vaar- of drijftuig, dat uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen, of h.
Weekendschip: een vaar- of drijftuig, dat uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen, of blijkens zijn constructie en/of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd tot woon- of blijkens zijn constructie en/of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd tot woon- of nachtverblijf van één of meer personen, ongeacht of het blijvend, dan wel tijdelijk feitelijk als nachtverblijf van één of meer personen, ongeacht of het blijvend, dan wel tijdelijk feitelijk als zodanig wordt gebruikt. zodanig wordt gebruikt. Artikel 2. Belastbaar feit Artikel 2. Belastbaar feit Onder de naam 'watertoeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het Onder de naam 'watertoeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden houden van verblijf op vaartuigen die aanwezig zijn in wateren binnen de gemeente tegen een van verblijf op vaartuigen die aanwezig zijn in wateren binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, door personen die niet als ingezetene met een adres in de vergoeding in welke vorm dan ook, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel 3. Belastingplicht Artikel 3. Belastingplicht 1.
Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf als bedoeld in artikel 2 door het ter beschikking stellen van ligplaatsen of vaartuigen. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf, is belastingplichtig: a. de schipper, b. de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig, of c. degene die werkelijk verblijf houdt aan boord van een vaartuig. Artikel 4. Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: 1. door degenen die verblijf houden aan boord van: a. een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt voor verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; b. kano's, roei- en volgboten; c. motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter; d. een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt.
1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf als bedoeld in artikel 2 door het ter beschikking stellen van ligplaatsen of vaartuigen. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf, is belastingplichtig: a. de schipper, b. de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig, of c. degene die werkelijk verblijf houdt aan boord van een vaartuig. Artikel 4. Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: 1. door degenen die verblijf houden aan boord van: a. een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt voor verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; b. kano's, roei- en volgboten; c. motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter; d. een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt.
2. waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting en toeristenbelasting;
2. waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting en toeristenbelasting;
3. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.
3. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; 4. van degene die tijdelijk in de gemeente verblijft als deelnemer aan een door een school vallend onder de Wet op het voortgezet (speciaal) onderwijs (WVO) van een in het kader van het onderwijs georganiseerd zeilkamp, alsmede van degene die verblijft als deelnemer aan een 4. van scholieren vallend onder de Wet op het voortgezet (speciaal) onderwijs (WVO) die in het door een vereniging, scoutinggroep of andere vorm van een door een vrijwilligersorganisatie kader van het onderwijs in groepsverband deelnemen aan zeilkampen en de begeleiders. georganiseerd zeilkamp. Artikel 5. Maatstaf van heffing Artikel 5. Maatstaf van heffing 1. De belasting wordt geheven naar het aantal verblijven in het belastingtijdvak. Het aantal 1. De belasting wordt geheven naar het aantal verblijven in het belastingtijdvak.
Het aantal verblijven wordt gesteld op de som van het aantal etmalen dat elke in artikel 2 bedoelde verblijven wordt gesteld op de som van het aantal etmalen dat elke in artikel 2 bedoelde persoon verblijf heeft gehouden. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van persoon verblijf heeft gehouden. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een een etmaal voor een vol etmaal gerekend. etmaal voor een vol etmaal gerekend. 2. In afwijking van het eerste lid, wordt met toepassing van artikel 6, lid 2, de belasting 2. In afwijking van het eerste lid, wordt met toepassing van artikel 6, lid 2, de belasting geheven naar een vast bedrag per vaste ligplaats. geheven naar een vast bedrag per vaste ligplaats. 3. Op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedaan verzoek wordt de maatstaf van 3. Op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedaan verzoek wordt de maatstaf van heffing als bedoeld in het tweede lid vastgesteld op het werkelijk aantal verblijven als bedoeld heffing als bedoeld in het tweede lid vastgesteld op het werkelijk aantal verblijven als bedoeld in in het eerste lid, als blijkt dat dit resulteert in een lager aanslagbedrag. het eerste lid, als blijkt dat dit resulteert in een lager aanslagbedrag. Artikel 6. Belastingtarief Artikel 6. Belastingtarief 1. Het tarief bedraagt per persoon per verblijf € 1,65. 1.
Het tarief bedraagt per persoon per verblijf € ….. 2. In afwijking van het eerste lid kan het aantal verblijven als bedoeld in artikel 5 lid 2 2. In afwijking van het eerste lid kan het aantal verblijven als bedoeld in artikel 5 lid 2 aangegeven worden naar vaste tarieven per vaste ligplaats zoals aangegeven in lid 3. aangegeven worden naar vaste tarieven per vaste ligplaats zoals aangegeven in lid 3. 3. Het tarief bedraagt, per vaste ligplaats, met betrekking tot: 3. Het tarief bedraagt, per vaste ligplaats, met betrekking tot: a. Een vaartuig met een oppervlakte van ten hoogste 15m2: € 79,20; a. Een vaartuig met een oppervlakte van ten hoogste 15m2: € ...; b. Een vaartuig met een oppervlakte van meer dan 15m2 maar niet meer dan 25m2: € b. Een vaartuig met een oppervlakte van meer dan 15m2 maar niet meer dan 25m2: € ….; 118,80; c. Een vaartuig met een oppervlakte van meer dan 25m2: € 158,40; c. Een vaartuig met een oppervlakte van meer dan 25m2: € ….; d. Een weekendschip: € 396,00. d. Een weekendschip: € ….. Artikel 7. Belastingtijdvak Artikel 7. Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het seizoen. Het belastingtijdvak is gelijk aan het seizoen. Artikel 8. Wijze van belastingheffing Artikel 8. Wijze van belastingheffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 9. Aanslaggrens Artikel 9.
Aanslaggrens Een belastingaanslag wordt niet opgelegd als het aantal verblijven, waartoe gelegenheid wordt Een belastingaanslag wordt niet opgelegd als het aantal etmalen dat gelegenheid tot verblijf is of is gegeven, tijdens het belastingjaar minder dan tien heeft belopen. of wordt gegeven, tijdens het belastingtijdvak minder dan tien zal of heeft belopen.
Artikel 10. Termijnen van betaling Artikel 10. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de tweede termijn twee maanden later. tweede termijn twee maanden later. 2. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde 2. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. termijnen. Artikel 11. Aanmeldingsplicht Artikel 11. Aanmeldingsplicht
Deze tekst is in lijn gebracht met de tekst in de Verordening (land)Toeristenbelasting
etmalen dat gelegenheid tot verblijven, waartoe gelegenheid verblijf is of wordt gegeven / wordt of is gegeven / minder minder dan tien zal of heeft dan tien heeft conform modelverordening VNG
1. De belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de heffingsambtenaar.
1. De belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de heffingsambtenaar.
2. De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor de belastingplichtige die 2. De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor de belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand aan het belastingjaar in de heffing van de met betrekking tot het jaar voorafgaand aan het belastingjaar in de heffing van de watertoeristenbelasting betrokken is. watertoeristenbelasting betrokken is. Artikel 12. Registratieplicht Artikel 12. Registratieplicht 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is verplicht per belastingjaar een 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is verplicht per belastingjaar een verblijfsregister bij te houden. verblijfsregister bij te houden. 2. De vorm van het verblijfregister is vrij, maar bevat tenminste met betrekking tot een 2. De vorm van het verblijfregister is vrij, maar bevat tenminste met betrekking tot een ieder ieder aan wie gelegenheid tot verblijven wordt verschaft, de volgende gegevens: aan wie gelegenheid tot verblijven wordt verschaft, de volgende gegevens: a.
Naam en woonplaats van de (hoofd)persoon die verblijft, of naam van het vaartuig;
a.
Naam en woonplaats van de (hoofd)persoon die verblijft, of naam van het vaartuig;
b. aantal van het gezin of de groep waarmee men verblijft; c. datum van aankomst en datum van vertrek; d. het aantal verblijven ter zake waarvan belasting verschuldigd is. 3. De verplichting als bedoeld in de voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van het vaste tarief van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 6, lid 2 van deze verordening. In dit geval is de in het eerste lid genoemde verplichting beperkt tot de in het tweede lid onder sub a en c genoemde gegevens tezamen met de aanduiding (naam of nummer) van de ligplaats waar wordt verbleven.
b. c. d.
aantal van het gezin of de groep waarmee men verblijft; datum van aankomst en datum van vertrek; het aantal verblijven ter zake waarvan belasting verschuldigd is.
4. Voor zover op grond van andere wet- of regelgeving geen langere termijn geldt, geldt voor het verblijfregister een bewaartermijn van 5 jaar. Artikel 13. Aangifteplicht 1. De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, indien hij niet binnen vier weken na afloop van het belastingjaar een uitnodiging heeft ontvangen tot het doen van aangifte, binnen twee weken na afloop van deze termijn schriftelijk aan de aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, tot een uitnodiging tot het doen van aangifte te verzoeken.
artikel vervallen - in strijd met wetboek van Strafrecht 3. Voor zover op grond van andere wet- of regelgeving geen langere termijn geldt, geldt voor lid 4 / 5 jaar het verblijfregister een bewaartermijn van 7 jaar. Artikel 13. Aangifteplicht De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, indien hij niet binnen vier weken na afloop van het belastingjaar een uitnodiging heeft ontvangen tot het doen van aangifte, binnen twee weken na afloop van deze termijn schriftelijk aan de aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, tot een uitnodiging tot het doen van aangifte te verzoeken.
2. De gemeente behoudt zich te allen tijde het recht voor alsnog een uitnodiging tot het doen van aangifte te verzenden, dan wel, bij gebrek aan een (tijdige) aangifte door belastingplichtige, de grondslag voor de berekening van de toeristenbelasting te schatten en de belasting middels een ambtshalve aanslag op te leggen.
artikel vervallen - Is reeds opgenomen in de AWR
3. Indien beschikbaar zal de grondslag voor de aanslag als bedoeld in het voorgaande lid tenminste gelijk zijn aan de grondslag van het voorgaande belastingjaar. Artikel 14. Kwijtschelding Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 15. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor de heffing en de invordering van de toeristenbelasting.
lid 3 / 7 jaar
artikel vervallen - Is reeds opgenomen in de AWR Artikel 14. Kwijtschelding Ter zake de watertoeristenbelasting, zoals bedoeld in deze verordening, wordt geen kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 verleend.
Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Ter zake de watertoeristenbelasting, zoals bedoeld in deze verordening, wordt geen kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 verleend. conform modelverordening VNG
Artikel vervallen artikel vervallen
Artikel 16. Inwerkingtreding en citeertitel 1. De ‘Verordening watertoeristenbelasting 2022’ wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 15. Inwerkingtreding en citeertitel 1. De ‘Verordening watertoeristenbelasting 2023’ wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening toeristenbelasting 2023.
2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening toeristenbelasting 2024.
Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 20 december 2022.
Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van [datum].
voorzitter griffier
voorzitter griffier
Artikel 16
20 december 2022
Artikel 15
2022
2023
2023 2023
2024 2024
[datum]