Bijlage 6 Vormvrije m.e.r. De Meijert Noord & Zuid
Tekst van het document
Notitie betreft:
Woningbouw De Meijert Noord & Zuid te Mijdrecht Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
datum: referentie:
12 december 2023 KvdN/IKa/DvdH/O 16870-10-NO-001
van:
MSc I.H. Kalverboer
1 Inleiding
In de huidige situatie is ter plaatse van de Dr. J. van der Haarlaan 2-4 te Mijdrecht sprake van een sporthal. Het voornemen bestaat om dit gebouw te slopen, en op de huidige gronden van de tennisvereniging woningen te realiseren. De beoogde ontwikkeling maakt onderdeel uit van de locatie 'De Meijert'. Door het samenvoegen van een tweetal tennisverenigingen komt er ruimte vrij voor woningbouw ter plaatse van deze locatie. Onderhavig plan ziet toe op de realisatie van zowel grondgebonden woningen als appartementen. Aan de orde is de realisatie van maximaal 8 grondgebonden woningen en een tweetal woongebouwen met in totaal 90 appartementen. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling planologisch juridisch mogelijk te maken, zal een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. Voor activiteiten die belangrijke milieugevolgen kunnen hebben, is het verplicht een procedure voor de milieueffectrapportage (m.e.r.-procedure) te doorlopen en een milieueffectrapport (MER) op te stellen. Voor de beoogde ontwikkeling bestaat deze directe verplichting, vanwege de aard, omvang en locatie, niet. Wel dient er voor de beoogde ontwikkeling een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld te worden waarmee de milieueffecten inzichtelijk worden gemaakt. Het voorliggende document vormt de aanmeldingsnotitie ten behoeve van de vormvrije m.e.r.-beoordeling.
2 De vormvrije m.e.r.-beoordeling 2 .1 Wa aro m e en vor mvr ij e m. e. r . -b eo ord el ing ?
Op grond van de Wet milieubeheer is het voor projecten die mogelijk grote gevolgen kunnen hebben voor het milieu verplicht een procedure voor de milieueffectrapportage (m.e.r.-procedure) te doorlopen. De m.e.r.-procedure is bedoeld om de milieubelangen ten aanzien van bepaalde plannen en besluiten expliciet bij besluitvorming mee te wegen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen "m.e.r.-plichtige activiteiten" waarvoor een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld en "m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten" waarbij in de vorm van een m.e.r.--beoordeling moet worden afgewogen of significante negatieve gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Indien deze niet kunnen worden uitgesloten, dient alsnog een MER opgesteld te worden.
peutz bv, postbus 696, 2700 ar zoetermeer, +31 85 822 87 00, info@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, voorwaarden volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015
O 16870-10-NO-001 1
De beoogde ontwikkeling valt in het Besluit m.e.r. onder één van de categorieën waarvoor afgewogen dient te worden of er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plicht. De beoogde ontwikkeling valt in het kader van een stedelijk ontwikkelingsproject in het Besluit milieueffectrapportage in de D-lijst onder D11.2. "De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen”. Hierbij zijn drempelwaarden opgenomen vanaf wanneer een stedelijk ontwikkelingsproject een milieueffectrapportage behoeft. Er is sprake van een m.e.r.-(beoordelings)plicht in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: • een oppervlakte van 100 hectare of meer; • een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat of; • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer. Deze drempelwaarden worden in de voorliggende situatie niet overschreden. De beoogde ontwikkeling betreft een gebied kleiner dan 100 hectare. Bovendien is er sprake van de realisatie van maximaal 98 woningen, en een kleine oppervlakte aan bedrijvigheid. Dit betekent dat er dus geen directe m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Echter, de ondergrens zoals deze in het Besluit m.e.r. wordt genoemd, is niet leidend daar de potentiële effecten in relatie tot de kenmerken en de locatie van een project moeten worden beoordeeld.
Volgens een uitspraak van het Europese Hof kunnen ook beneden de grens relevante milieueffecten optreden. In gevallen waar een initiatief mogelijkerwijs onder de activiteiten valt, zoals genoemd in de ‘C-lijst’ of ‘D-lijst’ in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage, maar waar de omvang kleiner is dan de drempelwaarden zoals vermeld in het besluit, moet daarom een zogenoemde vormvrije m.e.r.--beoordeling worden opgesteld. Om inzicht te geven in potentiële milieueffecten is daarom deze aanmeldingsnotitie in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. 2 .2 Do e l a anme ldingsn ot i ti e
Het doel van de aanmeldingsnotitie is het in beeld brengen van de aard en omvang van het voornemen en de omvang van de milieueffecten van het voornemen en of deze zodanig zijn dat een m.e.r.-procedure (waaronder het opstellen van een MER) een toegevoegde waarde heeft op de besluitvorming. Op basis hiervan kan het bevoegd gezag beoordelen of zij voor de beoogde ontwikkeling een m.e.r.-procedure nodig acht. 2 .3 P ro c edur e en in houd e li j ke ve re is ten
In het Besluit m.e.r. wordt de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is moet door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld. Vervolgens dient het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden. Bij het opstellen van de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt aandacht besteed aan alle criteria die zijn opgenomen in Bijlage III bij de Europese richtlijn 'betreffende de O 16870-10-NO-001 2
milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'. Drie hoofdcriteria staan hierbij centraal: • de kenmerken van het project; • de plaats van het project; • de kenmerken van de potentiële effecten. 3 Kenmerken en plaats van het project
Het plangebied is gelegen aan de Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht. Het plangebied is ten westen van het dorpscentrum van Mijdrecht gesitueerd. In figuur 1.1 wordt de ligging van het plangebied weergegeven. Sprake is van een tweetal te ontwikkelen locaties. In de omgeving van het plangebied is in hoofdzaak sprake van sportvoorzieningen en woonfuncties. f1
Ligging plangebied (bron luchtfoto: Google Earth)
Gezien de sterke vraag naar woningen in de regio, worden ter plaatse van De Meijert meerdere woningbouwontwikkelingen gerealiseerd. Aan de orde is de realisatie van grondgebonden woningen appartementen. Sprake zal zijn van maximaal 8 grondgebonden woningen. Daarnaast zullen twee woongebouwen worden gerealiseerd met respectievelijk 43 en 47 appartementen. Tevens wordt voorzien in parkeergelegenheid. Door een mix aan typen woningen wordt ruimte geboden aan een diverse doelgroep (jong, oud, gezin en alleenstaand), hetgeen de leefbaarheid ten goede komt. De beoogde woningen binnen De O 16870-10-NO-001 3
Meijert zullen aansluiten op de woningbehoefte van Mijdrecht. Dit betekent dat er nadrukkelijk aandacht wordt besteed aan de betaalbaarheid van de woningen. 4 Potentiële milieueffecten 4 .1 G elu id
De beoogde ontwikkeling kent een verkeersaantrekkende werking, welke mogelijk een effect heeft op het geluid in de omgeving. De totale toename van de verkeersgeneratie als gevolg van de beoogde ontwikkeling, ten opzichte van de huidige situatie, bedraagt maximaal 428 motorvoertuigen per weekdagetmaal1. De ontsluiting van de beoogde ontwikkeling vindt plaats via de Dr. J. van der Haarlaan. Een deel van het verkeer zal via het noordoosten, en een deel zal via het zuidwesten De Meijert binnenrijden en verlaten. Hiermee wordt het verkeer al in enige mate verdeeld over beide richtingen, eveneens wordt dit verdeeld over de dag. De Dr. J. van der Haarlaan betreft al een doorgaande weg, waarbij een dergelijke toename naar verwachting verwaarloosbaar zal zijn op het geluid in de omgeving. Bovendien is – wat geluidbronnen in het kader van de Wet geluidhinder betreft - geen sprake van een geluidbelaste locatie. Wel is sprake van een ligging nabij tennis- en padelbanen. Hier zullen de nodige maatregelen worden getroffen om te komen tot een aanvaardbaar woonen leefklimaat voor de beoogde woningen binnen het plangebied. Deze maatregelen zullen mogelijk ook een gunstig effect hebben voor de bestaande woningen. 4 .2 G eur
De beoogde ontwikkeling gaat niet gepaard met een geuremissie en heeft derhalve geen relevante invloed op de geur in de omgeving. 4 .3 L uc ht kwa li t ei t
Door de realisatie van de beoogde ontwikkeling is sprake van een verandering van het aantal verkeersbewegingen, met een effect op de luchtkwaliteit tot gevolg. De verkeersgeneratie als gevolg van de beoogde ontwikkeling bedraagt maximaal 428 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal. Met behulp van de NIBM-tool is beoordeeld of de beoogde ontwikkeling leidt tot een in betekende mate bijdrage aan de luchtkwaliteit. Figuur 8 geeft de uitkomst van de gevolgen voor de luchtkwaliteit weer, waaruit blijkt dat ook de verkeersgeneratie als gevolg van de beoogde ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Hierbij is als worst-case benadering uitgegaan van 5% vrachtverkeer. Naar verwachting zal dit percentage lager zijn aangezien vrachtverkeer voor woongebieden doorgaans verwaarloosbaar is.
1
Op basis van CROW-kencijfers is de verkeersgeneratie bepaald. Hiervoor is aangesloten op de gemiddelde kencijfers voor een locatie in de rest van de bebouwde kom in een weinig stedelijke gemeente. Voor tussen/hoekwoningen (koop) geldt daarbij een kencijfer van 7,4 verkeersbewegingen per woning, voor midden/goedkope appartementen (huur) geldt een kencijfer van 4,1 verkeersbewegingen per woning. Voor het totaal van 98 woningen is sprake van maximaal 428 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal. O 16870-10-NO-001 4
F1
Uitkomst NIBM-tool
Gezien voorgaande kan gesteld worden dat de beoogde ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties van de luchtkwaliteit bepalende verbindingen in de omgeving van het plangebied. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de heersende generieke achtergrondconcentraties van NO2 ,PM10, PM2,5 inzichtelijk gemaakt. Ter plaatse van het plangebied is ter plaatse van de meest nabijgelegen beoordelingspositie in 2021 (conform data van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit) sprake van een concentratie van 11,5 μg/m3 voor NO2, 16,3 μg/m3 voor PM10 en 9,1 μg/m3 voor PM2,5,. In 2030 wordt conform de monitoringsronden een concentratie van 8,3 μg/m3 voor NO2, 14,3 μg/m3 voor PM10 en 7,2 μg/m3 voor PM2,5 geprognosticeerd. Ter plaatse van het plangebied wordt aldus ruimschoots aan de geldende grenswaarden conform de Wet milieubeheer voldaan. 4 .4 B od em
Het toekomstige gebruik van de gronden heeft geen negatieve effecten voor de bodemkwaliteit tot gevolg. Bovendien blijkt uit bodemonderzoek dat de bodemkwaliteit passend is voor het beoogde gebruik. 4 .5 A rc heo log i e
Ter plaatse van het plangebied is een archeologische verwachtingswaarde aan de orde. Afhankelijk van de omvang en diepte van bodemingrepen is mogelijk sprake van vergunningplicht. In het bestemmingsplan zijn hiertoe regels opgenomen ter bescherming van mogelijk aanwezige archeologische waarden. Voorafgaand aan de beoogde ontwikkeling zal bovendien nader archeologisch onderzoek uitgevoerd worden. Hiermee worden negatieve effecten voorkomen.
O 16870-10-NO-001 5
4 .6 Wa t er
Door ruimtelijke ontwikkelingen kan het functioneren van het watersysteem onder druk komen te staan. Hiertoe is de mogelijke impact van de beoogde ontwikkeling op de waterhuishoudkundige situatie nader beschouwd. De beoogde ontwikkeling heeft naar verwachting geen negatief effect op het lokale watersysteem. In de huidige situatie is reeds bebouwing gesitueerd ter plaatse van het plangebied, en is het terrein reeds grotendeels verhard. Er is thans geen sprake van oppervlaktewater ter plaatse van het plangebied. Wel zijn rondom het plangebied een aantal primaire watergangen gesitueerd. Er zullen echter geen wijzigingen plaatsvinden aan deze wateren. Verharding leidt tot een versnelde afvoer van hemelwater naar het oppervlaktewatersysteem. De versnelde afvoer kan problemen geven in het peilgebied of het benedenstroomse peilgebied en door peilstijgingen kan wateroverlast ontstaan. Bij aanleg van verhard oppervlak, waarvan versnelde afvoer en lozing naar oppervlaktewater plaatsvindt, moet daarom worden gecompenseerd. Voor toenames van verhard oppervlakte tot 1.000 m2 in stedelijk gebied en 5.000 m2 in landelijk gebied, geldt echter geen vergunningplicht. Het plangebied is thans grotendeels verhard. Deels is hierbij sprake van halfverharding. Middels de beoogde ontwikkeling vindt naar verwachting geen significante toename aan verharding plaats.
Er zal voldoende ruimte worden geboden voor groen. De verharding binnen het plangebied zal mogelijk eveneens halfverharding betreffen. Ook ingeval er wel sprake is van enige toename van verharding ter plaatse van het plangebied zal deze toename de omvang van 1.000 m2 niet overschrijden. Het plangebied is namelijk voor een groot deel thans reeds verhard. Hiermee is geen sprake van een vergunningplicht. Op basis van de Keur is ingeval van een toename aan verhard oppervlak in eerste aanleg een compensatie met een omvang van 10% van de uitbreiding van het verhard oppervlak benodigd. Indien sprake is van een toename zal dit gecompenseerd moeten worden. Daarnaast zal nader onderbouwd moeten worden op welke wijze voorzien wordt in het opvangen van de piekbelasting van hemelwater. De piekbelasting dient ter plaatse van het plangebied opgevangen te worden, en waar mogelijk zoveel mogelijk in de bodem te worden geïnfiltreerd. In de verdere planuitwerking wordt nader beschouwd wat de meest optimale oplossing is voor de beoogde ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling zal verder geen negatieve invloed op de waterhuishouding en de afvalwaterketen hebben. De beoogde ontwikkeling zal bovendien op zorgvuldige wijze worden aangesloten op het rioleringsstelsel. Binnen de gemeente wordt het afvalwater gescheiden ingezameld. Er dient dan ook een gescheiden rioolstelsel te worden aangelegd.
Het huishoudelijk afvalwater moet met een aparte leiding worden aangesloten op het gemeentelijke vuilwater riool. Het hemelwater komend vanaf daken en wegen moet met een apart stelsel rechtstreeks worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. Voor de eisen van een openbaar rioleringsstelsel wordt verwezen naar de LIOR. Om vervuiling van het O 16870-10-NO-001 6
oppervlaktewater tegen te gaan mogen geen uitlogende stoffen (zoals koper, zink, lood etc.) in het plan (dak- en gevelbedekking, dakgoten etc.) worden toegepast. Het vuilwaterriool van de nieuwe woonwijk kan niet lozen op het nabijgelegen bestaande rioleringsstelsel. Er zal een persleiding aangelegd moeten worden naar de kruising nabij de Lidl. Hiertoe zal ruimte gereserveerd worden voor het rioolgemaal. Dit gemaal dient goed bereikbaar te zijn voor een vrachtwagen. In het kader van toekomstbestendigheid zal rekening gehouden moeten worden met het bieden van voldoende waterbergend vermogen. Ook ingeval van een extreme bui zal wateroverlast voor bewoners en omwonenden immers zoveel mogelijk worden voorkomen. In de ontwerpfase zal nader worden uitgewerkt hoe dit in het plan ondervangen wordt. Uiteindelijk is het immers van belang dat sprake is van toekomstbestendige en kwalitatief hoogwaardige bebouwing. Resumerend kan gesteld worden dat de beoogde ontwikkeling naar verwachting geen verslechtering van het watersysteem als gevolg heeft. In het kader van de watertoetsprocedure voor het bestemmingsplan zal nog verder vooroverleg plaatsvinden met het waterschap, waarmee nader wordt afgestemd op welke wijze de waterbelangen veilig worden gesteld. 4 .7 E xt ern e vei lig heid
Het voornemen omvat de realisatie van kwetsbare objecten, zoals gedefinieerd in wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Er is geen sprake van het ontplooien van een risicovolle activiteit. In de nabije omgeving van het plangebied zijn bovendien geen relevante risicobronnen gelegen. De beoogde ontwikkeling heeft aldus geen effect op de externe veiligheid. 4 .8 N at uur StIkstofdepositie
Met de beoogde ontwikkeling vindt er een verandering plaats van de emissie van stikstofhoudende verbindingen als gevolg van de verkeersgeneratie van de functies binnen het plangebied. Tevens zal sprake zijn van bouwwerkzaamheden die gepaard gaan met de emissie van stikstof. Door Peutz is onderzoek uitgevoerd naar de stikstofdepositie ter plaatse van de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden ten gevolge van de beoogde ontwikkeling. Hieruit volgt dat er geen sprake is van een relevante toename (> 0,00 mol N/ha/jaar) van de stikstofdepositie ter plaatse van voor stikstof gevoelige Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie als gevolg van zowel de gebruiksfase als sloop-/aanlegfase van de beoogde ontwikkeling. Hiermee is aldus geen sprake van een significant negatief effect op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden.
O 16870-10-NO-001 7
Flora en fauna
In 2021 is door Eco Reest voor het gehele te herontwikkelen gebied 'De Meijert' een quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming uitgevoerd. Op basis van literatuuronderzoek en een veldbezoek is getoetst of wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming. Uit de quickscan volgt dat negatieve effecten voor beschermde soorten vooralsnog niet kunnen worden uitgesloten. Voor een aantal soorten betekent dit dat hier rekening mee gehouden kan worden bij de werkzaamheden (o.a. door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren). Voor gebouwbewonende vleermuizen is echter nader onderzoek benodigd. Sprake is van geschikte bebouwing en bomen met holtes die mogelijk als verblijfplaats voor vleermuizen kunnen gelden. Opgemerkt wordt dat uit het onderzoek tevens volgt dat binnen De Meijert, alsmede nader onderzoek plaats dient te vinden naar de rugstreeppad en vogels met jaarrond beschermde nesten. Dit ziet echter niet direct toe op de gronden binnen het plangebied. Uit de quickscan volgt dat nader onderzoek uitgevoerd moet worden naar de mogelijke betekenis van het plangebied voor vleermuizen. Vleermuizen genieten een strikte bescherming onder de Wet natuurbescherming. Daarom is in 2023 door ABO-Milieuconsult B.V. in een tweetal onderzoeken onder andere nader onderzocht of sprake is van de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen.
Daarbij is eveneens rekening gehouden met de sloop van de huidige bebouwing ter plaatse van het plangebied. Hieruit volgt dat in het plangebied geen verblijfplaatsen voor vleermuizen zijn vastgesteld. Uit nader onderzoek volgt wel dat binnen De Meijert sprake is van een essentieel leefgebied voor de sperwer. Het kappen van bodem, en overige werkzaamheden, kunnen het leefgebied van de sperwer verstoren. In dat geval is sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming. Het essentieel leefgebied van de sperwer bevindt zich niet binnen De Meijert Noord of De Meijert Zuid. Ook is sprake van overige ontwikkelingen binnen De Meijert die dichter op dit gebied zijn gesitueerd. Bij de uitvoering van de werkzaamheden zal op zorgvuldige wijze worden gehandeld zodat een verstoring van het leefgebied van de sperwer wordt voorkomen, en dat een overtreding van de Wet natuurbescherming niet aan de orde is. Tot slot wordt opgemerkt dat de algemene zorgplicht te allen tijde in acht zal worden genomen. Flora en fauna mag niet onnodig vernield, verstoord of gedood worden. Dit zal in acht worden genomen. 4 .9 T r il ling en
Door een ligging nabij het spoor of industriële activiteiten kunnen mensen mogelijk hinder ervaren door trillingen. Tevens kunnen trillingen schade aan gebouwen veroorzaken. In voorliggende situatie is echter geen sprake van relevante bronnen welke kunnen leiden tot trillingshinder. Hiermee zijn negatieve effecten ten aanzien van trillingen uitgesloten.
O 16870-10-NO-001 8
4 .10 V er kee r en par ker en
De beoogde ontwikkeling, en het gehele gebied De Meijert, wordt ontsloten middels één ontsluitingsroute vanaf de Doctor J. van der Haarlaan. Deze weg kent voldoende capaciteit om een toename aan verkeer als gevolg van de beoogde ontwikkeling te kunnen opvangen. Dit zal dan ook niet tot negatieve effecten voor de omgeving leiden. Binnen het plangebied zal tevens ruimte voor parkeren worden geboden. In de omgeving van het plangebied is bovendien sprake van een overcapaciteit aan parkeerplaatsen. Om te voorkomen dat er te veel parkeerplaatsen gerealiseerd worden, en dit hiermee ten koste gaat voor ruimte voor bijvoorbeeld groen, wordt tevens gebruik gemaakt van deze restcapaciteit in de omgeving. Met name langs de Dr. J. van der Haarlaan is thans sprake van een overcapaciteit. Voor het gehele gebied zal op integrale wijze worden afgestemd hoe de parkeerproblematiek wordt voorkomen. Er zal zorg worden gedragen dat voldoende parkeerplaatsen voor zowel fiets als auto worden gerealiseerd. 4 .11 M og el ij ke eff e ct en d oor cumul a ti e
Het kan bij projecten zo zijn dat er effecten optreden die op zich geen belemmering vormen, maar die in combinatie met effecten van andere, nabijgelegen projecten toch significant kunnen zijn. Daarom moet ook worden beschouwd of er mogelijke significante effecten zijn in cumulatie met andere projecten. De beoogde ontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor het milieu. In voorliggende situatie is ook geen sprake van mogelijke significante effecten in geval van cumulatie met andere projecten binnen De Meijert of diens verdere omgeving. 4 .12 C onc lus ie
In deze aanmeldingsnotitie zijn de mogelijke effecten van de beoogde ontwikkeling nader inzichtelijk gemaakt. Aangezien de impact op de beschouwde omgevingsaspecten beperkt van aard is treden er geen nadelige gevolgen op voor het milieu. Er zal een goed woon- en leefklimaat worden gerealiseerd ter plaatse van het plangebied, waarbij geen sprake is van significant negatieve effecten voor diens omgeving.
Deze notitie bevat 9 pagina’s.
O 16870-10-NO-001 9