CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6. Bijlage bij motivering 3 - verkennend en aanvullend bodemonderzoek

Gemeenteraad 7 mei 2026, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling TAM-omgevingsplan Donkereind 5a 7, Vinkeveen11.236 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERKENNEND EN AANVULLEND BODEMONDERZOEK DONKEREIND 5A-7 TE VINKEVEEN

LAWIJN advies & management Rapportnr.: 24.5533-A2 mei 2025

Opdrachtgever Verstoep B.V. Opaalstraat 5 2872 ZR Schoonhoven Opdrachtnemer LAWIJN Advies & Management Dijnselburgerlaan 1-4a 3705 LP Zeist Telefoonnr. : 030 - 699 19 39 Telefaxnr. : 084 - 723 78 19 e-mail : info@lawijnadvies.nl Rapport Kenmerk Datum

: 24.5533-A2 : 12 mei 2025

Opsteller / projectleider dhr. ing. H. (Herman) van Wijngaarden

Kwaliteitscontrole: mw. drs. ing. F. (Erica) Broeder

KWALITEITSVERKLARING LAWIJN Advies & Management verricht bodemonderzoek conform BRL SIKB 2000. Het bedrijf is hiervoor gecertificeerd volgens ISO 9001 en BRL SIKB 2000 (Protocollen 2001, 2002 en 2018). De werkzaamheden zijn op basis van dit certificatieschema uitgevoerd door (een) erkende veldwerker(s). Er hebben geen afwijkingen op het certificatieschema plaatsgevonden. LAWIJN Advies & Management is op geen enkele manier gelieerd aan de opdrachtgever en/of eigenaar van de onderzochte locatie. De projectleider en veldwerker(s) verklaren dat de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd. Bij eventuele klachten op de uitvoering van de activiteiten binnen de reikwijdte van het kwaliteitsmanagementsysteem dient de opdrachtgever zich in eerste instantie te wenden tot LAWIJN Advies & Management en in tweede instantie tot de certificerende instelling. Versiebeheer A1- Initiële versie A2- Versie 2

Datum 31-01-2025 12-05-2025

Wijzigingen correctie situatie geplande nieuwbouw in tekening (bijlage 2)

Rapportnr.: 24.5533-A2, mei 2025 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Donkereind 5a-7 te Vinkeveen

INHOUD

blz.

1 INLEIDING............................................................................................................................................. 1 2 VOORONDERZOEK ............................................................................................................................. 2 2.1 Locatiegegevens ........................................................................................................................ 2 2.2 Historische gegevens ................................................................................................................. 3 2.3 Gegevens bodemonderzoek ...................................................................................................... 4 2.4 Bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................................... 5 2.5 Hypothese en onderzoeksstrategie ............................................................................................ 5 3 UITVOERING VELD- EN LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN....................................................... 7 3.1 Algemeen.................................................................................................................................... 7 3.2 Veldwerk .....................................................................................................................................

7 3.3 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen ............................................................................ 7 3.4 Monster- en analyseselectie....................................................................................................... 9 4 RESULTATEN EN INTERPRETATIE VAN HET ONDERZOEK ........................................................ 11 4.1 Algemene begrippen en toetsingskader................................................................................... 11 4.2 Grond........................................................................................................................................ 13 4.2.1 Verkennend onderzoek ................................................................................................ 13 4.2.2 Aanvullend onderzoek zware metalen ......................................................................... 14 4.2.3 Onderzoek asbest......................................................................................................... 16 4.3 Grondwater ............................................................................................................................... 17 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN................................................................................................

18 5.1 Conclusies ................................................................................................................................ 18 5.2 Aanbevelingen .......................................................................................................................... 19

Rapportnr.: 24.5533-A2, mei 2025 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Donkereind 5a-7 te Vinkeveen

TABELLEN

blz.

1. Overzicht voormalige bedrijfsactiviteiten, locatie Donkereind 5a-7. .................................................... 3 2. Overzicht slootdempingen, perceel Donkereind 5a-7.......................................................................... 4 3. Overzicht bodemonderzoeklocaties, omgeving perceel Donkereind 5a-7. ......................................... 4 4. Geohydrologisch overzicht................................................................................................................... 5 5. Onderzoekstrategie.............................................................................................................................. 6 6. Boringen en diepten van zintuiglijk waargenomen verontreinigingen.................................................. 8 7. Gegevens grondwater.......................................................................................................................... 8 8. Overzicht van grond(meng)monsters en analyses, verkennend onderzoek ....................................... 9 9. Overzicht toetsing gemeten analyseresultaten in grond, verkennend onderzoek............................. 13 10. Overzicht toetsing gemeten analyseresultaten zware metalen in grond, westelijk gedeelte locatie . 14 11. Overzicht toetsing gemeten analyseresultaten zware metalen in grond, oostelijk gedeelte locatie.. 15 12.

Overzicht toetsing gemeten analyseresultaten asbest (mg/kg d.s.) .................................................. 16 13. Overzicht toetsing gemeten analyseresultaten in grondwater ........................................................... 17 BIJLAGEN

1 Topografische kaart en kadastrale kaart met ligging onderzoekslocatie 2 Situatietekening onderzoekslocatie 3 Beschrijving boorprofielen 4 Analyserapporten 5 Toetsing analyseresultaten 6 Oude topografische kaarten 7 Historische bodeminformatie Omgevingsdienst regio Utrecht 8 Foto’s onderzoekslocatie

Rapportnr.: 24.5533-A2, mei 2025 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Donkereind 5a-7 te Vinkeveen

1

INLEIDING

Op de locatie Donkereind 5a-7 te Vinkeveen is in opdracht van Verstoep B.V. te Schoonhoven een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen van de NEN 5740 en de NEN 5707 / NEN 5897. De aanleiding voor het bodemonderzoek vormt de aanvraag van een omgevingvergunning voor de bouw van twee nieuwe woningen op de locatie. Het doel van het bodemonderzoek is aantonen of op de onderzoekslocatie sprake is van een bodemverontreiniging. Leeswijzer In het voorliggende rapport komt eerst het vooronderzoek met de onderzoekshypothese aan de orde. Vervolgens wordt de uitvoering van het bodemonderzoek beschreven. Ten slotte komen, na de presentatie van de resultaten van het onderzoek en een interpretatie van deze resultaten, de conclusies en aanbevelingen van het onderzoek aan bod.

Rapportnr.: 24.5533-A2, mei 2025 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Donkereind 5a-7 te Vinkeveen

1 / 19

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek is verricht volgens de NEN 5725 richtlijn, aan de hand van een locatiebezoek, informatie van de huidige eigenaar, en archiefgegevens van de gemeente De Ronde Venen / Omgevingsdienst regio Utrecht en de provincie Utrecht. In onderstaande paragrafen zijn de verkregen gegevens samengevat beschreven.

2.1

Locatiegegevens

Adres (postcode) Gemeente Kadastrale gegevens Eigenaar Gebruik Coördinaten Onderzocht oppervlakte

: Donkereind 5a-7, Vinkeveen (3645 TC) : De Ronde Venen : gemeente Vinkeveen, sectie G, nummers 353, 406, 677 : J. van Selm : voormalig agrarisch erf; woonhuis, schuren, erf, tuin : X - 123.720 Y - 467.900 2 : circa 3.000 m

In bijlage 1 zijn een topografische en kadastrale kaart met de ligging van de locatie opgenomen. Ligging en gebruik De locatie is gelegen in een agrarisch gebied / buitengebied aan de zuidzijde van Vinkeveen. De locatie is aan de westzijde ontsloten op de openbare weg (Donkereind). Aan de zijkanten wordt de locatie begrensd door een sloot. Onderstaand wordt een overzicht gegeven van het gebruik van de percelen in de omgeving. Noordzijde

watergang / woonboerderij (Donkereind 5 en 5b)

Oostzijde

weiland

Zuidzijde

weiland / woonboerderij (Donkereind 9)

Westzijde

openbare weg / woonkavel (Donkereind 7a)

Indeling locatie Het bestaande woonhuis / voormalige boerderij is gesitueerd op het noordwestelijk gedeelte van de locatie. Ten oosten van het woonhuis bevindt zich een voormalige hooiberg. Ten zuidoosten van het woonhuis bevinden zich twee oude stallen, een kleine berging en een oude werktuigenberging. Op het oostelijk gedeelte van de locatie bevindt zich een voormalige varkensstal. Onder de stal is een kelderruimte (mestopslag) aanwezig. Het erfgedeelte bij de voormalige boerderij en de hooiberg is verhard met beton en grind. De oprit en het overige gedeelte van het erf zijn verhard met een open puinverharding. Op het zuidwestelijk gedeelte van de locatie gaat de puinverhardinglaag geleidelijk over in onverhard terrein. In bijlage 2 is een situatietekening van de onderzoekslocatie opgenomen. Toekomstige inrichting Bij de voorgenomen herinrichting van de locatie zal ter plaatse van het oostelijke gedeelte van de locatie en het westelijk gedeelte van de locatie een nieuwe woning worden gerealiseerd (planlocatie). Locatie-inspectie Tijdens de locatie-inspectie zijn op de locatie geen verdachte plekken in de vorm van verzakkingen, plaatselijke ophogingen of brandplaatsen waargenomen. Ook zijn op het maaiveld geen asbestverdachte materialen waargenomen. In bijlage 8 zijn foto’s van de onderzoekslocatie opgenomen.

Rapportnr.: 24.5533-A2, mei 2025 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Donkereind 5a-7 te Vinkeveen

2 / 19

2.2

Historische gegevens

Historisch gebruik e e Op oude topografische kaarten uit de 19 en de 20 eeuw blijkt dat op de percelen in de omgeving van de onderzoekslocatie van oudsher bebouwing aanwezig is (lintbebouwing in agrarisch gebied). Op het e perceel ter hoogte van onderhavige onderzoekslocatie is reeds vanaf het einde van de 19 eeuw bebouwing zichtbaar. Volgens Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) dateren de bestaande woning en de oude stal op het westelijk gedeelte van de locatie uit 1902, en de oude stal en werktuigenberging op het zuidwestelijk gedeelte uit 1950. Volgens informatie van de eigenaar is de voormalige varkensstal op het oostelijk gedeelte van de locatie in 1978 gebouwd. Voor de terreinverharding op het erfgedeelte is in het verleden ondermeer gebruik gemaakt van vrijgekomen slooppuin van een oude varkensstal op het westelijk gedeelte van de locatie. Het onderhoud en het aanvullen van de erfverharding is nadien uitgevoerd met menggranulaat en fijnkorrelig duo mix. Op oude topografische kaarten wordt aan de zuidwestzijde van de locatie gecultiveerde grond of een kleine boomgaard weergegeven. Omdat op een topografische kaart uit 1948 reeds bebouwing zichtbaar is wordt het terreindeel in beginsel niet als verdacht aangemerkt voor organochloorbestrijdingsmiddelen.

Asbest Onderstaand wordt een overzicht gegeven van de aanwezige gebouwen en toegepaste bouwmaterialen binnen de planlocatie. Gebouw / onderdeel

Situering (NOZW)

Wanden

1 oude stal

noordwest baksteen

2 kleine berging

zuidwest

2 oude werktuigenberging zuidwest 3 voormalige varkensstal

oost

Bodem asbestverdacht beton/grind/onverhard nee

Dakbedekking

Dakgoten Terreinverharding omgeving

dakpannen

ja

hout

golfplaten, metaal nee golfplaten, metaal en hout / metaal nee vezelcement baksteen golfplaten ja

onverhard

nee ja, onverhard oostzijde beton/grind/onverhard nee

Vanwege het langdurige gebruik van de locatie, en de toepassing van puinverhardingmateriaal als terreinverharding bestaat voor de locatie tevens kans op historische diffuse verontreiniging met asbest. Bedrijfsactiviteiten en olietanks Onderstaand wordt een overzicht gegeven van de bekende (voormalige) bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de onderzoekslocatie, op basis van informatie uit het archief van de provincie Utrecht en de gemeente De Ronde Venen / Omgevingsdienst regio Utrecht. Tabel 1

Overzicht voormalige bedrijfsactiviteiten, locatie Donkereind 5a-7.

Datum vergunning

Vergunning / Activiteit

Toelichting / opmerkingen

21-03-1978

Hinderwetvergunning, varkens- en melkveehouderijbedrijf

-

10-03-1994

Wm-melding, melkrundveehouderij

28-09-1994

Wm-melding, varkenshouderij (telefonisch contact)

beëindiging melkrundveehouderij.

(vanaf 1992 afgebouwd) beëindiging varkenshouderij, uiterlijk in augustus 1995

Olietanks Voor zover bekend bij de eigenaar en gemeente De Ronde Venen / Omgevingsdienst regio Utrecht is ter plaatse van onderzoekslocatie, en in de directe omgeving, geen sprake van de aanwezigheid van (voormalige) ondergrondse olietanks. Voor de locatie is wel een voormalige bovengrondse dieselolietank bekend (inhoud: 600 liter). De tank stond opgesteld in een lekbak aan de noordzijde van de voormalige hooiberg, ten noorden van de planlocatie. Na de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten in 1995 is de voormalige dieselolietank verwijderd. Gelet op de afstand (> 10 meter) wordt ter plaatse van de planlocatie geen bodemverontreiniging verwacht ten gevolge van de voormalige bovengrondse tank. Rapportnr.: 24.5533-A2, mei 2025 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Donkereind 5a-7 te Vinkeveen

3 / 19

Activiteiten omgeving Ter plaatse van de aangrenzende percelen zijn, behalve agrarische activiteiten, geen andere specifieke (voormalige) bedrijfsactiviteiten bekend. Slootdempingen Op basis van oude topografische kaarten is op de locatie sprake van de aanwezigheid van twee voormalige sloten. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven. Tabel 2

Overzicht slootdempingen, perceel Donkereind 5a-7

Demping [ligplaats] Slootdemping 1 [westelijk gedeelte] Slootdemping 2 [westelijk gedeelte]

Ligging (richting)

Jaar / Periode Dempingmateriaal demping

Status / toelichting [bron]

noord-zuid

< 1948

onbekend

topografische kaart

oost-west

< 1948

onbekend

topografische kaart

Bij de eigenaar en de gemeente De Ronde Venen / Omgevingsdienst regio Utrecht is geen aanvullende informatie bekend met betrekking tot de aanwezigheid van slootdempingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. In bijlage 6 is een kopie van de topografische kaarten uit 1910, 1948, 1969 en 1981 opgenomen. 2.3

Gegevens bodemonderzoek

Bodemkwaliteitskaart Volgens de bodemkwaliteitskaart van de gemeente De Ronde Venen (werkgebied ODRU) ligt de onderzoekslocatie in zone ‘Toemaakdek De Venen I Bebouwing 3/3 (beleidszone: Bebouwing 3/3)’. Voor deze zone is bekend dat in de bovengrond diffuse licht verhoogde gehaltes cadmium, koper, kwik, nikkel, zink en PAK kunnen voorkomen, alsook licht tot matig verhoogde gehaltes lood. Voor de ondergrond zijn diffuse licht verhoogde gehaltes koper, kwik, lood, zink, kobalt, molybdeen en PAK bekend. De ontgravingklasse van de boven- en de ondergrond in de omgeving van de onderzoekslocatie betreft indicatief klasse Industrie. Volgens de bodemfunctieklassekaart van gemeente De Ronde Venen is de onderzoekslocatie ingedeeld in de zone ‘klasse Wonen'. Voorgaand bodemonderzoek In januari 2022 is op de locatie een historisch bodemonderzoek uitgevoerd, in verband met de voorgenomen herinrichting van het oostelijk gedeelte van de locatie (Lawijn, kenmerk 21.4660-A1). De verkregen historische informatie is gebruikt en geverifieerd tijdens onderhavig onderzoek. De milieuhygienische kwaliteit van de bodem op de locatie is destijds niet vastgesteld. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn meerdere bodemonderzoeklocaties bekend. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven. Tabel 3

Overzicht bodemonderzoeklocaties, omgeving perceel Donkereind 5a-7.

Locatienaam / adres 1

Donkereind, tracé 6 (openbare weg)

2 Donkereind 1

Ligging

Locatiecode

Verrichte onderzoeken, periode

west I

UT073600582

BUS melding, 2013

west II

UT073633247

verkennend en aanvullend onderzoek, BUS melding en evaluatie, periode 2013-2020

Status beoordeling / vervolg [verdachte activiteit] opstellen SP [ophooglaag, niet gespecificeerd] uitvoeren NO [openbare weg / geen vermelding]

Ten gevolge van de verontreinigingen ter hoogte van de openbare weg wordt geen verontreiniging verwacht ter plaatse van de onderzoekslocatie. De historische bodeminformatie van Omgevingsdienst regio Utrecht is in bijlage 7 opgenomen.

Rapportnr.: 24.5533-A2, mei 2025 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Donkereind 5a-7 te Vinkeveen

4 / 19

2.4

Bodemopbouw en geohydrologie

De geohydrologische opbouw van het gebied waarbinnen de locatie is gesitueerd, is in onderstaande tabel weergegeven. De gegevens zijn afkomstig van de Grondwaterkaart van Nederland, inventarisatierapport Utrecht, kaartblad 31 Oost (Dienst Grondwaterverkenning TNO, 1978). Tabel 4

Geohydrologisch overzicht

Typering Deklaag

Ligging in meters t.o.v. NAP

Lithologie

Formatie

-2

tot

-8

klei, veen, fijne zanden

Westland

1 watervoerend pakket

-8

tot

- 34

(grindhoudende) matig fijne tot grove zanden

Urk, Sterksel, Harderwijk

1e scheidende laag

- 34

tot

- 43

leem, klei

Kedichem

2e watervoerend pakket

beneden - 43 m

grindhoudende) matig fijne tot grove zanden

Kedichem, Harderwijk

e

De grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket heeft een west-noordwestelijke richting. Volgens de Omgevingsverordening van de provincie Utrecht (maart 2022) ligt de onderzochte locatie niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Kwetsbare gebieden (grondwater) Onderhavige locatie is niet gelegen in of in de nabijheid van een aangewezen kwetsbaar gebied voor grondwaterverontreiniging, betreffende een grondwaterbeschermingsgebied, een kader richtlijn water oppervlaktewaterlichaam en/of een gebied behorend bij Natuurnetwerk Nederland. 2.5

Hypothese en onderzoeksstrategie

Hypothese De puinhoudende bovenlaag op het oostelijk van de locatie is, afhankelijk van de herkomst en samenstelling van het materiaal, mogelijk verontreinigd met zware metalen, PCB, PAK, minerale olie en/of asbest. De kwaliteit van de bovenlaag van de afwateringzone onder de oostelijke dakrand van de oude werktuigenberging is, vanwege het ontbreken van een dakgoot, mogelijk aangetast met asbest en/of PCB. Het dempingmateriaal van de voormalige sloten op het middengedeelte van de locatie is, afhankelijk van de herkomst en samenstelling van het materiaal, mogelijk verontreinigd met zware metalen, PCB, PAK en/of minerale olie. Gerelateerd aan mogelijke bijmenging van bodemvreemde bestanddelen bestaat tevens kans op diffuse verontreiniging met asbest in de dempinglaag van de voormalige sloten. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is geen sprake van andere specifieke verdachte terreindelen op de onderzoekslocatie. Vanwege de ligging van de locatie binnen zone ‘Toemaakdek De Venen I Bebouwing 3/3 (beleidszone: Bebouwing 3/3)’ kunnen op de locatie diffuse verhoogde achtergrondgehaltes voor zware metalen en PAK worden gemeten. Vanwege het historische gebruik en de toepassing van puinhoudend materiaal als terreinverharding bestaat tevens kans op diffuse verontreiniging met asbest in de bovenlaag.

Onderzoeksstrategie Het onderzoek is opgezet naar de richtlijnen van de NEN 5740 en de NEN 5707 / NEN 5897, volgens de strategie voor diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE). Het onderzoek ter plaatse van de verdachte deellocaties is gericht op de verdachte bodemlagen en de potentieel verontreinigende stoffen. Het opgeboorde materiaal wordt per te onderscheiden laag bemonsterd, in trajecten van maximaal 0.5 meter. De boringen worden doorgezet tot 0.5 meter onder een zintuiglijk waarneembare verontreiniging. Vanwege de aanwezigheid van een mestkelder onder de voormalige varkensstal is het niet mogelijk om in de betreffende schuur boringen uit te voeren. In de overige schuren binnen de planlocatie is het wel mogelijk om boringen uit te voeren door de betonvloer, ten behoeve van het bodemonderzoek. Rapportnr.: 24.5533-A2, mei 2025 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Donkereind 5a-7 te Vinkeveen

5 / 19

Vanwege de voormalige aanwezigheid van een bovengrondse dieselolietank in de voormalige hooiberg, zal de peilbuis voor het onderzoek van het grondwater aan de noordzijde van de planlocatie worden geplaatst. Voorafgaand aan de inspectie- en monsterneming van de bodem zal een visuele inspectie van het maaiveld plaatsvinden. Aan de hand van de resultaten van de visuele inspectie kan aanleiding bestaan om de onderzoekstrategie aan te passen. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de uit te voeren werkzaamheden en analyses. Tabel 5

Onderzoekstrategie.

Terreindeel / onderdeel

Chemisch onderzoek

Veldwerk / Aantal boringen

Beton / tot 0.5 én tot 0.5 én met Grond peilbuis asfalt m -mv m -gws

Opmerkingen

Grondwater

Planlocatie, basis – algemene bodemkwaliteit (ca. 3.000 m2)

-

11 (*A)

2

1

4x STgr 4x LOS

1x STgw

3x analyse bovengrond, 1x analyse ondergrond, 1x analyse grondwater

Slootdempingen (ca. 400 m2)

-

-

6 (*B)

-

4x STgr 4x LOS

1x STgw

3 boringen per demping

Afwateringzone oostzijde oude werktuigenberging (ca. 5 m1)

-

2 (*C)

-

-

1x PCB 1x ASB 1x LOS

-

-

Verhard terrein oud erfgedeelte - westelijk (ca. 250 m2)

-

4 (*D)

-

-

1x ASB

-

-

Verhard terrein nieuw erfgedeelte - oostelijk (ca. 650 m2)

-

6 (*D)

-

-

1x ASB

-

-

mv / gws (*A) (*B) (*C) (*D) STgr STgw PCB ASB LOS

per slootdemping aparte analyse van boven- en onderlaag, onderzoek grondwater gecombineerd

maaiveld / grondwaterspiegel. boringen worden doorgezet tot 0.5 meter beneden terreinverharding. boringen worden doorgezet tot onderzijde slootdemping. ondiep inspectiegat (laagdikte 10 cm, basisafmeting 40 x 40 cm). inspectiegat (30 x 30 cm), gecombineerd met boringen algemene bodemkwaliteit. standaardpakket grond (NEN / SIKB): droge stof, 9 zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK-10 VROM), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie. standaardpakket grondwater (NEN / SIKB): 9 zware metalen, minerale olie (GC), vluchtige aromaten (styreen, benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), gechloreerde koolwaterstoffen, incl. vinylchloride. polychloorbifenylen (7). asbest in fijne fractie (< 20 mm), optioneel analyse grove fractie. lutum / organische stof.

De bij het vooronderzoek verzamelde informatie wordt gebruikt voor het verkrijgen van een adequate invulling van het veld- en laboratoriumonderzoek, en draagt bij aan de verklaring van de resultaten van het bodemonderzoek.

Rapportnr.: 24.5533-A2, mei 2025 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Donkereind 5a-7 te Vinkeveen

6 / 19

3 3.1

UITVOERING VELD- EN LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN Algemeen

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de geldende NEN- en NPR-normen bij bodemonderzoek (BRL2000). Bij het veldwerk is het opgeboorde materiaal beoordeeld op samenstelling, en is gelet op eventueel zintuiglijk waarneembare verontreinigingen. Het grondwater is eveneens zintuiglijk beoordeeld. 3.2

Veldwerk

Het veldwerk is uitgevoerd op 6 en 26 november door de voor BRL SIKB 2000 erkende boormeester J.R. den Boer. De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in totaal 24 boringen uitgevoerd op de locatie: - 8 boringen verspreid over het westelijk gedeelte van de planlocatie (nummers 1 t/m 8); - 3 boringen ter plaatse van slootdemping 1 (nummers 11 t/m 13); - 3 boringen ter plaatse van slootdemping 2 (nummers 14 t/m 16); - 2 boringen / inspectiegaten onder de dakranden van de oude werktuigenberging (nummers 17 en 18); - 8 boringen verspreid over het oostelijk gedeelte van de planlocatie (nummers 21 t/m 28). Het opgeboorde materiaal is bemonsterd in trajecten van circa 0.5 meter. De boringen in de bovengrond zijn verricht met een ongelakte Edelmanboor en een ongelakte grindboor. Voor de bemonstering van de ondergrond is gebruik gemaakt van een ongelakte Edelmanboor en een ongelakte guts. Voor het onderzoek op asbest zijn bij de boringen 2, 4, 5 en 6, 11 t/m 16 en 21 t/m 26 gaten gegraven (minimaal: 30 x 30 cm) voor inspectie van de boven- en de onderlaag op asbest, alsook twee ondiepe inspectiegaten onder de oostelijke dakrand van de oude werktuigenberging (nummers 17 en 18). Op het maaiveld van de onderzoekslocatie zijn visueel geen asbestverdachte bestanddelen waargenomen.

De plaatsen van de boringen / inspectiegaten worden weergegeven op de situatietekening in bijlage 2. Voor de bemonstering van het freatisch grondwater zijn boringen 6 en 12 verder uitgediept en afgewerkt met een peilbuis. Het filterdeel is omhuld met een nylon filterkous en gegloeid filtergrind. Het freatisch grondwater is bemonsterd op 26 november 2024. Voor de bepaling van de concentratie zware metalen is het grondwater in het veld gefiltreerd over een 0,45 µm filter en aangezuurd tot pH 2. 3.3

Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen

Grond De bovengrond van de locatie bestaat afwisselend uit sterk humeuze, matig tot sterk zandige klei en zwak tot matig kleiig veen. Plaatselijk is onder de betonverharding een dunne zandige laag aanwezig. In de ondergrond van 0.5 à 1.0 meter beneden maaiveld wordt overwegend mineraalarm tot zwak kleiig veen aangetroffen. De dempinglaag ter plaatse van de voormalige sloten bestaat uit zandig veen met zwakke tot sterke bijmenging van resten hout / riet en afval, en sporen slib. Voor een nadere beschrijving van de aangetroffen bodemlagen en de trajecten van monstername, wordt verwezen naar de boorbeschrijvingen in bijlage 3. De in milieuhygiënisch opzicht aan het bodemmateriaal zintuiglijk waargenomen bijzonderheden worden weergegeven in tabel 6, op de volgende pagina.

Rapportnr.: 24.5533-A2, mei 2025 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Donkereind 5a-7 te Vinkeveen

7 / 19

Tabel 6

Boringen en diepten van zintuiglijk waargenomen verontreinigingen

Boring / inspectiegat

Einddiepte Traject (m -mv) (m -mv)

Waargenomen bijzonderheden

01

2,00

0,00 - 0,30

zwak puinhoudend, sporen grind

02 *

1,00

0,00 - 0,30

sterk puinhoudend, sterk grindhoudend

03

1,80

0,20 - 0,50

zwak puinhoudend

0,50 - 0,80

sporen puin

04 *

2,00

0,10 - 0,50

zwak puinhoudend, sporen grind

05 *

2,00

0,10 - 0,50

uiterst puinhoudend, sporen grind

06 *

2,00

0,10 - 0,40

matig puinhoudend

07

1,90

0,00 - 0,40

sporen puin

08

2,00

0,00 - 0,60

zwak puinhoudend

11 *

2,00

0,40 - 0,80

sterk houthoudend, matig afvalhoudend, sporen slib en glas, zwakke oliewaarneming

12 *

1,80

0,10 - 0,60

matig houthoudend, matig afvalhoudend, sporen slib en plastic

0,60 - 1,00

zwak houthoudend, zwak afvalhoudend, sporen slib, zwakke oliewaarneming

0,10 - 0,30

matig puinhoudend

13 *

2,00

0,30 - 0,80

zwak puinhoudend

14 *

2,00

0,70 - 1,20

sterk houthoudend, sporen plastic

15 *

2,00

0,10 - 0,70

uiterst puinhoudend (pannenpuin)

0,70 - 1,20

zwak houthoudend

16 *

2,00

0,20 - 0,70

zwak puinhoudend, sporen grind, sporen hout

17 *

0,60

0,00 - 0,10

sporen puin, sporen grind

0,10 - 0,60

zwak puinhoudend, zwak houthoudend

18 *

0,60

21 *

2,00

22 *

1,00

23 *

1,00

0,00 - 0,10

zwak puinhoudend, sporen grind, sporen hout

0,10 - 0,60

sporen puin, sporen glas

0,00 - 0,30

uiterst puinhoudend, sporen grind

0,30 - 0,80

sporen puin

0,00 - 0,30

uiterst puinhoudend, sporen grind

0,30 - 0,80

sporen grind

0,00 - 0,30

uiterst puinhoudend, sporen grind

0,30 - 0,70

sporen puin

24 *

1,00

0,00 - 0,30

uiterst puinhoudend, zwak slakhoudend

25 *

1,00

0,00 - 0,30

uiterst puinhoudend

26 *

2,00

0,00 - 0,30

uiterst puinhoudend, sporen grind

*

inspectiegat

In het opgeboorde en geïnspecteerde materiaal uit de boven- en de ondergrond zijn visueel geen asbestverdachte bestanddelen waargenomen, behoudens bijmenging van puinresten. Grondwater In onderstaande tabel zijn de grondwatergegevens opgenomen. Tabel 7

Gegevens grondwater Peilbuis

Grondwaterstand

Zuurgraad

Geleidbaarheid (EC)

Troebelheid

Filtertraject (m-mv)

(m-mv)

(pH)

(mS/cm)

(NTU)

PB 06

1.0 - 2.0

0.38

7.1

1.40

16.4

PB 12

0.8 - 1.8

0.22

7.2

1.32

11.2

Nummer

Tijdens de monstername vertoonde het freatisch grondwater geen afwijkende geur of kleur. De gemeten zuurgraad (pH), elektrische geleidbaarheid (EC) en troebelheid (NTU) zijn voor grondwater in deze regio als normaal te beschouwen.

Rapportnr.: 24.5533-A2, mei 2025 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Donkereind 5a-7 te Vinkeveen

8 / 19

3.4

Monster- en analyseselectie

De fysische en chemische analyses zijn uitgevoerd door de milieulaboratoria Eurofins Analytico en Eurofins Omegam. Beide laboratoria zijn gecertificeerd door de ‘Raad voor Accreditatie’ (RvA). De voorbehandeling van de analysemonsters is uitgevoerd volgens AS3000. Grond In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de grond(meng)monsters welke ter analyse bij het laboratorium zijn aangeboden. Tabel 8

Overzicht van grond(meng)monsters en analyses, verkennend onderzoek

Monstercode

Deelmonsters 01 (0,00 - 0,30) 03 (0,20 - 0,50) 04 (0,10 - 0,50) 01 (0,30 - 0,70) 02 (0,30 - 0,70) 04 (0,50 - 1,00) 05 (0,50 - 1,00) 06 (0,40 - 0,90) 14 (0,70 - 1,20) 15 (0,70 - 1,20) 16 (0,70 - 1,20) 17 (0,00 - 0,10) 18 (0,00 - 0,10) 21 (0,30 - 0,80) 22 (0,30 - 0,80) 23 (0,30 - 0,70) 24 (0,30 - 0,60) 25 (0,30 - 0,80) 26 (0,30 - 0,80)

MM 1

MM 2

MM 3 MM 4 MM 5

MM 6

Analyses

Motivering / Opmerkingen

STgr, LOS

bepaling kwaliteit bovengrond c.q. bodemlaag onder terreinverharding, t.p.v. westelijk gedeelte planlocatie; sterk zandige klei, zwakke bijmenging puinresten, sporen grind

STgr, LOS

bepaling kwaliteit ondergrond t.p.v. westelijk gedeelte planlocatie; matig tot sterk zandige klei, zintuiglijk geen afwijkingen

STgr, LOS

bepaling kwaliteit geroerde onderlaag op terreindeel bij demping 2; veen, zwakke tot sterke bijmenging resten hout en riet, plaatselijk sporen plastic

PCB, LOS STgr, LOS

bepaling kwaliteit toplaag onder oostelijke dakrand oude werktuigenberging; matig zandig veen, zwakke bijmenging puinresten, sporen grind en hout bepaling kwaliteit bodemlaag onder terreinverharding t.p.v. oostelijk gedeelte planlocatie (westelijk deel); matig tot sterk zandige klei, bijmenging sporen puin en grind

STgr, LOS

bepaling kwaliteit bodemlaag onder terreinverharding t.p.v. oostelijk gedeelte planlocatie (oostelijk deel); zwak zandig veen, zintuiglijk geen afwijkingen

B6 (0.1-0.4)

06 (0,10 - 0,40)

STgr, LOS

bepaling kwaliteit zandige bovenlaag onder oude stal; matig siltig, fijn zand, matige bijmenging puinresten

B11 (0.4-0.8)

11 (0,40 - 0,80)

STgr, LOS

monster van geroerde dempinglaag, demping 1; zandig veen, matige tot sterke bijmenging resten hout en afval, sporen glas en slib, zwakke oliewaarneming

B12 (0.1-0.6)

12 (0,10 - 0,60)

STgr, LOS

monster van geroerde bovenlaag, demping 1; zandig veen, matige bijmenging resten hout en afval, sporen plastic en slib,

B12 (0.6-1.0)

12 (0,60 - 1,00)

STgr, LOS

monster van geroerde dempinglaag, demping 1; zandig veen, zwakke bijmenging resten hout en afval, sporen slib, zwakke oliewaarneming

B12 (1.3-1.8)

12 (1,30 - 1,80)

STgr, LOS

monster van bodemlaag aan onderzijde van voormalige sloot, demping 1; mineraalarm veen, zintuiglijk geen afwijkingen

B13 (0.3-0.8)

13 (0,30 - 0,80)

STgr, LOS

monster van geroerde dempinglaag, demping 1; sterk zandige klei, zwakke bijmenging puinresten

B16 (0.2-0.7)

16 (0,20 - 0,70)

STgr, LOS

monster van geroerde bovenlaag, demping 2; sterk zandige klei; zwakke bijmenging puinresten, sporen grind en hout

MM AG1

11 (0,40 - 0,80) 12 (0,10 - 0,60) 13 (0,30 - 0,80)

ASBgr

MM AG2

17 (0,00 - 0,10) 18 (0,00 - 0,10)

ASBgr

MM AP1

MM AP2

02 (0,00 - 0,30) 05 (0,10 - 0,60) 15 (0,10 - 0,60) 21 (0,00 - 0,30) 22 (0,00 - 0,30) 23 (0,00 - 0,30) 21 (0,00 - 0,30) 22 (0,00 - 0,30) 23 (0,00 - 0,30)

monsters van geroerde dempinglaag, demping 1; zwakke tot sterke bijmenging resten hout en afval, sporen slib, plaatselijk sporen glas en plastic, visueel geen asbestverdachte bestanddelen monsters van toplaag onder oostelijke dakrand oude werktuigenberging; zwakke bijmenging puinresten, sporen grind en hout, visueel geen asbestverdachte bestanddelen

ASBpu

monsters van oude verhardinglaag t.p.v. westelijk gedeelte planlocatie; uiterst tot sterk puin- en grindhoudend, visueel geen asbestverdachte bestanddelen

ASBpu

monsters van oude verhardinglaag t.p.v. oostelijk gedeelte planlocatie; uiterst puinhoudend, sporen grind, plaatselijk zwak slakhoudend, visueel geen asbestverdachte bestanddelen

STgr

Standaardpakket grond (NEN / SIKB)

ASBgr

Asbest fijne fractie in grond < 20 mm (NEN5898)

PCB

Polychloorbifenylen

ASBpu

Asbest fijne fractie in puin < 20 mm (NEN5898)

LOS

Lutum / Organische stof

Rapportnr.: 24.5533-A2, mei 2025 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Donkereind 5a-7 te Vinkeveen

9 / 19

Het standaardpakket-grond (NEN / SIKB) omvat de volgende analyses: droge stof, 9 zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK-10 VROM), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (GC). Naar aanleiding van de matig tot sterk verhoogde gehaltes koper, lood en zink in vier mengmonsters van de boven- en ondergrond (MM1, MM2, MM5 en MM6), is besloten de 14 grondmonsters uit de mengmonsters separaat te analyseren op droge stof, lutum, organische stof en zware metalen. Voor de bepaling van de verspreiding van de verontreiniging met zware metalen in de boven- en ondergrond zijn tijdens de tweede fase van het onderzoek, aanvullend 10 monsters van de boven- en ondergrond geanalyseerd op droge stof, lutum, organische stof en zware metalen. Voor een volledig overzicht van de geanalyseerde monsters bij het aanvullend onderzoek wordt verwezen naar het overzicht van de analyseresultaten in § 4.2.2. Grondwater De grondwatermonsters uit de peilbuizen PB6 en PB12 zijn geanalyseerd op het standaardpakketgrondwater (NEN / SIKB). Dit pakket omvat de volgende analyses: 9 zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn), minerale olie (GC), vluchtige aromaten & gechloreerde koolwaterstoffen, inclusief vinylchloride.

Rapportnr.: 24.5533-A2, mei 2025 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Donkereind 5a-7 te Vinkeveen

10 / 19

4 4.1

RESULTATEN EN INTERPRETATIE VAN HET ONDERZOEK Algemene begrippen en toetsingskader

Om de mate van verontreiniging van de grond en het grondwater te kunnen beoordelen, dienen de chemische analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters te worden getoetst aan normen zoals deze zijn vastgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet werkt door in vier AMvB’s met de regels voor het praktisch uitvoeren van de wet: het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Hiernaast zijn op basis van het Aanvullingbesluit bodem Omgevingswet de regels van de Regeling bodemkwaliteit 2022 van toepassing. De Interventiewaarden en Achtergrondwaarden voor grond zijn, respectievelijk, opgenomen als bijlage IIa van het Bal en als bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit 2022. De Signaleringsparameter voor grondwater is opgenomen als bijlage Vd van het Bkl. Voor aangewezen kwetsbare gebieden kunnen voor het grondwater regionaal Voorkeurswaarden worden gehanteerd, welke zijn vastgelegd in de provinciale Omgevingsverordening. Hiervoor gelden als basis de Omgevingswaarden (bijlage IV, Bkl), de Toetsingswaarden voor het infiltreren van water (bijlage XIX, Bkl) en de Standaardwaarden (bijlage XVIIIa, Bkl).

Normwaarde Landbouw/Natuur (LN) Wanneer het concentratieniveau kleiner of gelijk is aan de normwaarde klasse Landbouw/Natuur (landbodem) is sprake van een duurzame bodemkwaliteit waarbij de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier niet zijn verminderd. Indien geen concentratie-overschrijdingen worden aangetoond, wordt de bodem bestempeld als niet verontreinigd. Toetsingscriterium ten behoeve van nader onderzoek / Tussenwaarde (T) Het toetsingscriterium voor de noodzaak van een nader onderzoek is als volgt gedefinieerd: - in grond: de helft van de som van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde; - in grondwater: de helft van de Signaleringsparameter. Bij overschrijding van dit toetsingscriterium bestaat in principe een noodzaak tot nader onderzoek. Interventiewaarden (I) in grond / Signaleringsparameter (SP) en Voorkeurswaarde in grondwater De Interventiewaarden en de Signaleringsparameter geven het concentratieniveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige verminderingen of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier. De voorkeurswaarde geeft de grens aan tussen schoon en antropogeen beïnvloed grondwater.

Indien in de grond concentratie-overschrijdingen ten opzichte van de Interventiewaarde worden aangetoond, wordt de grond bestempeld als sterk verontreinigd. Indien in het grondwater concentratieoverschrijdingen ten opzichte van de Signaleringsparameter worden aangetoond, of ten opzichte van de Voorkeurswaarde, voor zover de verontreiniging in staat is de grondwaterkwaliteit van een aangewezen kwetsbaar gebied te beïnvloeden, wordt het grondwater bestempeld als verontreinigd. Asbest De interventiewaarde voor asbest is gelijk aan de maximale samenstellingswaarde uit de Regeling bodemkwaliteit, welke de hergebruiksmogelijkheden van de grond/puin bepaalt en is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. Deze asbestnorm is ook van toepassing voor bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat. De vastgestelde normwaarde geldt voor het gewogen asbestgehalte. De toetsing van het gewogen asbestgehalte dient op de volgende wijze te worden uitgevoerd: (10 x gehalte amfibool asbest) + (gehalte serpentijn asbest) = < 100 mg/kg d.s. Chrysotiel (wit asbest) betreft serpentijn asbest, de overige asbestsoorten zijn amfibolen (hoofdzakelijk amosiet en crocidoliet). Verkennend onderzoek asbest NEN 5707 Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde.

In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is.

Rapportnr.: 24.5533-A2, mei 2025 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Donkereind 5a-7 te Vinkeveen

11 / 19

Toelaatbare kwaliteit (grond) / Significante verontreiniging (grondwater) De Interventiewaarden en de Signaleringsparameter / Voorkeurswaarde zijn van belang om te bepalen of mogelijke risico’s ten gevolge van de verontreiniging optreden. Voor de uitvoering van werkzaamheden bij een bodemkwaliteit onder (of gelijk aan), of boven deze normwaarden gelden verschillende regels. Er is sprake van een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit indien voor tenminste één stof de gemiddel3 de gemeten concentratie van minimaal 25 m bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde. Voor asbest geldt dit zodra er grond aanwezig is met een concentratie boven de interventiewaarde. Deze regels (bruidsschat) zijn regulier onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Gemeenten krijgen tot eind 2031 de tijd om het tijdelijk deel van het omgevingsplan om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. De gemeente heeft hiervoor een bepaalde beleidsvrijheid, waarbij kan worden afgeweken van de algemene regels door maatwerk vast te stellen. Bij grondwaterverontreiniging dient middels een risicobeoordeling te worden vastgesteld of sprake is van: - niet-significante grondwaterverontreiniging; - significante grondwaterverontreiniging met bronaanpak op een natuurlijk moment; of - significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft.

 Voor nieuwe verontreinigingen ontstaan na 1 januari 1987 bestaat een zorgplicht op basis van artikel 13 Wet bodembescherming, of artikel 2.11 van het Bal voor verontreiniging ontstaan na 1 januari 2024. In al die situaties geldt het uitgangspunt dat de verontreiniging, voor zover redelijkerwijs mogelijk, moet worden beperkt of ongedaan moet worden gemaakt. Dan is het voor de toetsing relevant om de aangetoonde concentraties in het grondwater te vergelijken met de resultaten van: - een nulonderzoek bodem (indien van toepassing); - de kwaliteit van het grondwater in de omgeving; - de voormalige streefwaarden (SW) uit de Circulaire bodemsanering 2013, of - de detectiegrens De normwaarden voor zware metalen en organische verbindingen in de grond zijn afhankelijk van het percentage lutum en/of organische stof van de grond. Derhalve dienen de gemeten gehaltes in de grond hiervoor te worden gecorrigeerd (gestandaardiseerd gehalte). De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn als bijlage 4 aan het rapport toegevoegd. In bijlage 5 is de toetsing van de analyseresultaten opgenomen.

Rapportnr.: 24.5533-A2, mei 2025 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Donkereind 5a-7 te Vinkeveen

12 / 19

4.2

Grond

4.2.1

Verkennend onderzoek

Analyseresultaten In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de toetsing van de gemeten analyseresultaten van de grond. Tabel 9

Overzicht toetsing gemeten analyseresultaten in grond, verkennend onderzoek

Monstercode

Lutum (%)

Org. Stof (%)

Overschrijdingen

klasse BBK

> LN

>T

> IW

PAK (0,2)

Koper (0,81) Lood (0,64)

Zink (1,12)

Zink (0,32) PAK (0,26)

Koper (0,92)

Algemene bodemkwaliteit MM1; B1, 3, 4 (0.0-0.5)

5,5

Cadmium (0,01) Kwik (0,01) Kwik (0,01) 39,3 Lood (0,43) Molybdeen (-) Koper (0,03) Kwik (0,01) 54,4 Lood (0,39) Molybdeen (0,02)

MM2; B1, 2, 4, 5, 6 (0.3-1.0)

9,6

MM3; B14 t/m 16 (0.7-1.2)

7,5

MM4; B17, 18 (0.0-0.1) [*A]

5,2

36,1

MM5; B21 t/m 23 (0.3-0.8)

8,1

36,3

MM6; B24 t/m 26 (0.3-0.8)

8,3

45,2

06 (0,10 - 0,40)

4,0

10,2

25,4

Nikkel (0,2) Zink (0,29) PAK (0,03) PCB (0,01)

-

NT

-

Industrie

-

-

Industrie

-

-

(LN)

-

Industrie

-

Industrie

-

Industrie

Koper (0,37) Kwik (0,02)

Lood (0,4) Molybdeen (-)

Kwik (0,03) Nikkel (0,14) Kobalt (0,01) Koper (0,34) Kwik (0,03)

Molybdeen (-) Zink (0,35)

Cadmium (0,15) Kobalt (0,13) Kwik (0,02)

Molybdeen 0,03) PAK (0,44) Min. olie (0,25)

Kobalt (0,11) Kwik (0,02) Molybdeen (0,07) Cadmium (0,26) Kobalt (0,09) Kwik (0,03) Molybdeen (0,06) Kobalt (0,07) Kwik (-)

PAK (0,09) PCB (-) Min. olie (-)

Lood (0,63)

PAK (0,19) PCB (0,01) Min. olie (0,13)

Nikkel (0,87)

Zink (0,77)

Koper (0,7) Lood (0,73) Lood (0,89) Molybdeen 0,01) Nikkel (0,58) PAK (0,15) Zink (0,54)

Terreindeel voormalige sloten 11 (0,40 - 0,80)

2,3

41,6

12 (0,10 - 0,60)

7,0

42,4

12 (0,60 - 1,00)

5,3

31,7

12 (1,30 - 1,80)

4,6

62,3

13 (0,30 - 0,80)

6,2

19,4

B16 (0.2-0.7)

5,7

[*A] > LN > IW

Cadmium (0,01) Kobalt (0,12) Kwik (0,02) Cadmium (0,05) 18,0 Kobalt (0,11) Kwik (0,01)

Molybdeen (0,01) Nikkel (0,05)

-

-

Koper (0,6) Molybdeen (0,01) Nikkel (0,72) PAK (0,11) Zink (0,67) Molybdeen (0,01) Lood (0,95) PAK (0,3)

Koper (1,18) Lood (1,97) Nikkel (8,65) Zink (3,6) Koper (1,35) Nikkel (1,17) Zink (2,45) Koper (3,67) Lood (1,18) Zink (2,31) -

NT

NT

NT

Wonen

Lood (1,79)

NT

Koper (1,95) Nikkel (2,24) Zink (1,86)

NT

: enkel analyse op PCB. (0,01) : index (GSSD - LN) / (IW - LN). : overschrijding normwaarde Landbouw/Natuur. > T : overschrijding toetsingswaarde voor nader onderzoek. : overschrijding interventiewaarde.

Interpretatie De licht verhoogde gehaltes PAK en de licht tot sterk verhoogde gehaltes zware metalen in de mengmonsters van de boven- en ondergrond op het erfgedeelte (MM1, MM2, MM5, MM6) kunnen vermoedelijk worden gerelateerd aan de aangetroffen bodemvreemde bestanddelen (puinresten, sporen grind) en de aanwezigheid van toemaakdek op de locatie, c.q. het historische gebruik van de locatie. In het mengmonster van de toplaag onder de dakrand van de oude werktuigenberging is analytisch geen verontreiniging met PCB aangetoond (MM4).

Rapportnr.: 24.5533-A2, mei 2025 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Donkereind 5a-7 te Vinkeveen

13 / 19

Ook in de bovenlaag en de dempinglaag van de voormalige sloten (boringen 11 t/m 16) is een matige tot sterke verontreiniging met zware metalen aangetroffen. Tevens is overwegend sprake van een lichte verontreiniging met PCB en PAK. Ter plaatse van het zuidelijk gedeelte van demping 1 (boringen 11 en 12) is hiernaast een lichte verontreiniging met minerale olie aangetroffen. De licht verhoogde gehaltes zijn een bevestiging van de zintuiglijke waarnemingen. Op het terreindeel bij de voormalige sloten blijken de gemeten gehaltes zware metalen gemiddeld op een hoger niveau te liggen, dan op het overige gedeelte van de locatie. Op basis van de matig tot sterk verhoogde gehaltes zware metalen in de (meng)monsters van de bovenen de ondergrond, bestaat aanleiding voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek (zie paragraaf 4.2.2). 4.2.2

Aanvullend onderzoek zware metalen

Analyseresultaten In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de toetsing van de gemeten analyseresultaten voor koper, lood en zink in de boven- en ondergrond, in relatie tot de zintuiglijke waarnemingen. Tabel 10 Monstercode

Overzicht toetsing gemeten analyseresultaten zware metalen in grond, westelijk gedeelte locatie Lutum (%)

Org. Stof (%)

Overschrijdingen

Cadmium (0,21) Kobalt (0,06)

B01 (0.0-0.3) *

3,6

16,9

B01 (0.3-0.7) **

4,7

Cadmium (0,06) 17,2 Kobalt (0,08) Kwik (0,04)

B01 (1.2-1.5)

8,3

41,5

B01 (1.5-2.0)

6,8

43,4

B02 (0.3-0.7) **

20,3

33,7

B03 (0.2-0.5) *

8,4

29,0

B04 (0.1-0.5) *

8,8

23,6

B04 (0.5-1.0) **

8,8

64,9

B05 (0.5-1.0) **

11,4

49,6

B6 (0.1-0.4)

4,0

10,2

B06 (0.4-0.9) **

11,4

21,4

B07(0.0-0.4)

12,8

29,9

B08 (0.0-0.5)

12,1

B11 (0.0-0.4)

5,5

B13 (0.3-0.8)

6,2

B14 (0.0-0.5)

10,4

> LN >T > IW

klasse BBK

> LN

Cadmium (0,01) Kwik (0,01)

>T Kwik (0,02) Nikkel (0,1)

-

Molybdeen (-) Nikkel (0,49)

-

Molybdeen (0,01)

Koper (0,7) Lood (0,66) Zink (0,99) Koper (0,69) Zink (0,54)

-

Industrie

-

Wonen

-

Industrie

-

-

Wonen

-

-

Wonen

-

-

LN

-

Industrie

-

Industrie

Cadmium (0,05) Kwik (0,04)

Molybdeen (0,01) Nikkel (0,05)

-

Molybdeen (-) Nikkel (0,14)

-

Cadmium (0,24) 21,4 Kobalt (-) Kwik (0,03) Cadmium (0,33) 48,6 Kobalt (0,02) Koper (0,49) Cadmium (0,01) 19,4 Kobalt (0,12) Kwik (0,02) Koper (0,11) 39,6 Kwik (0,05) Lood (0,13)

Koper (0,5)

Lood (0,2) Molybdeen (0,01)

Molybdeen (0,01) PAK (0,15) Nikkel (0,09) Zink (0,15)

Kwik (0,01) Molybdeen (0,02) Nikkel (0,43) Molybdeen (0,01) PAK (0,11)

Lood (0,89) Nikkel (0,58) Zink (0,54) Lood (0,54)

Lood (0,68)

Rapportnr.: 24.5533-A2, mei 2025 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Donkereind 5a-7 te Vinkeveen

Koper (1,21) Zink (1,04) Lood (1,23) Koper (1,58) Zink (1,12) Lood (1,32) Zink (2,01)

NT

NT

NT Koper (0,6) Nikkel (0,72) Zink (0,67)

Molybdeen (0,01) Zink (0,05)

: overschrijding van de normwaarde Landbouw/Natuur. : overschrijding van de toetsingswaarde voor nader onderzoek. : overschrijding van de interventiewaarde.

NT

Industrie

Lood (0,44) Molybdeen (-) Molybdeen (-)

NT

-

Kobalt (0,01) Kwik (-) Kwik (0,01) Lood (0,22) Kwik (0,01) Lood (0,2) Koper (0,05) Kwik (0,01) Kobalt (0,02) Molybdeen (0,04) Kwik (-) Molybdeen (0,01) Kobalt (0,01) Koper (0,34) Kwik (0,03) Koper (0,31) Kwik (0,03) Molybdeen (-)

Zink (0,27)

> IW Koper (1,58) Lood (2,33) Zink (4,8) Koper (2,12) Lood (1,79) Zink (1,77)

-

Lood (1,79) NT

-

Industrie

* / **

: uitsplitsing MM1 / MM2.

(0,21)

: index (GSSD - LN) / (IW - LN).

14 / 19

Tabel 11 Monstercode

Overzicht toetsing gemeten analyseresultaten zware metalen in grond, oostelijk gedeelte locatie Lutum (%)

Org. Stof (%)

B21 (0.3-0.8) *

12,2

28,0

B21 (0.8-1.3)

5,7

59,4

B22 (0.3-0.8) *

9,3

B23 (0.3-0.7) **

Overschrijdingen > LN Koper (0,27) Kwik (0,03)

klasse BBK >T

> IW

Molybdeen (0,01)

-

Kobalt (0,01) Kwik (-)

Molybdeen (0,01)

-

29,2

Cadmium (0,02) Kwik (0,02)

Lood (0,38)

Koper (0,68)

12,4

31,2

Koper (0,37) Kwik (0,02)

Molybdeen (-) Zink (0,08)

Lood (0,65)

-

Industrie

B24 (0.3-0.6) **

9,7

32,1

Kwik (0,05)

Zink (0,37)

Koper (0,75) Lood (0,96)

-

Industrie

B25 (0.3-0.8) **

12,8

40,4

Koper (0,18) Kwik (0,02)

Lood (0,43) Molybdeen (-)

-

Industrie

B26 (0.3-0.8) **

12,2

36,7

Kwik (0,04)

Zink (0,49)

Koper (0,87) Lood (0,95)

-

Industrie

B27 (0.0-0.4)

14,1

39,8

Molybdeen (0,01) Zink (0,11)

Lood (0,66)

-

Industrie

B28 (0.0-0.5)

10,7

35,8

Koper (0,34) Kwik (0,03) Koper (0,18) Kwik (0,01) Molybdeen (-)

-

Industrie

> LN >T > IW

Nikkel (0,06) Zink (0,11)

: overschrijding van de normwaarde Landbouw/Natuur. : overschrijding van de toetsingswaarde voor nader onderzoek. : overschrijding van de interventiewaarde.

Lood (2,25) -

-

Zink (1,74)

NT Wonen NT

Lood (0,54)

* / **

: uitsplitsing MM5 / MM6.

(0,27)

: index (GSSD - LN) / (IW - LN).

Interpretatie Op basis van de resultaten van het verkennend en aanvullend onderzoek blijkt dat de sterke verontreiniging met zware metalen (met name lood, zink en koper) zich voornamelijk manifesteert in de boven- en de onderlaag op het terreindeel in de omgeving van de voormalige sloten. Ter plaatse van slootdemping 1 is de sterke verontreiniging aangetroffen tot de diepte 1.0 à 1.3 meter beneden maaiveld, en ter plaatse van slootdemping 2 tot een diepte van circa 0.7 meter beneden maaiveld. Op het westelijk gedeelte van de locatie heeft de sterke verontreiniging met zware metalen zich vanuit de slootdemping voornamelijk in zuidelijke richting verspreid, op het buitenterrein bij de oude machineberging (boringen 1, 7 en 8). Op basis van de bevindingen bij boring 1, heeft de sterke verontreiniging op het westelijk gedeelte van de locatie zich in vertikale richting verspreid tot in de laag matig kleiig veen, welke zich uitstrekt tot een diepte van 0.9 à 1.2 meter beneden maaiveld. In de boven- en de ondergrond onder de bestaande bebouwing (boringen 3 t/m 6) is ten hoogste een matige verontreiniging met zware metalen aangetoond. Ook in de bovenlaag op het oostelijk gedeelte van de locatie is een afname van de gemeten gehaltes zware metalen vanaf de slootdempingen zichtbaar.

Bij de boringen 21 en 22 aan de zijde van de slootdempingen zijn sterk verhoogde gehaltes lood en zink gemeten. Bij de boringen 23 t/m 28 zijn uitsluitend nog matig verhoogde gehaltes lood (en koper) gemeten. In de bovengrond ter plaatse van de onverharde terreinstrook aan de noordzijde van de voormalige varkensstal, zijn de gemeten gehaltes vergelijkbaar met de gemiddelde achtergrondgehaltes in zone ‘Toemaakdek De Venen I Bebouwing 3/3’ (boringen 27 en 28). Op basis van de bevindingen bij boring 21, beperkt de verspreiding van de sterke verontreiniging op het oostelijk gedeelte van de locatie zich in vertikale richting tot een diepte van circa 0.8 meter beneden maaiveld. Hieronder zijn uitsluitend nog licht verhoogde gehaltes kobalt, kwik en molybdeen gemeten (B21; 0.8-1.3 m).

Rapportnr.: 24.5533-A2, mei 2025 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Donkereind 5a-7 te Vinkeveen

15 / 19

Omvang verontreiniging zware metalen Op basis van de verkregen onderzoekresultaten bedraagt de verspreidingoppervlakte van de sterke verontreiniging met zware metalen in de grond ter plaatse van het westelijk gedeelte van de planlocatie, 2 inclusief de twee voormalige sloten, circa 525 m . Uitgaande van een gemiddelde laagdikte van 1.0 meter 3 bedraagt de omvang van de sterke verontreiniging circa 525 m . De verspreidingoppervlakte van de sterke verontreiniging op het oostelijk gedeelte van de locatie, in de 2 bodemlaag onder de puinverhardinglaag, bedraagt circa 250 m . Uitgaande van een gemiddelde laag3 dikte van 0.5 meter (traject: 0.3-0.8 m) bedraagt de omvang van de sterke verontreiniging circa 125 m . De gezamenlijke omvang van de sterke verontreiniging met zware metalen in de boven- en de ondergrond op het westelijk en het oostelijk gedeelte van de locatie, binnen de contouren van de planlocatie, 3 bedraagt hiermee derhalve circa 650 m . 4.2.3

Onderzoek asbest

Analyseresultaten De analyseresultaten van de grondmonsters zijn als bijlage 4 aan het rapport toegevoegd. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de gewogen asbestgehaltes in de grond, in mg/kg droge stof. Tabel 12

Overzicht toetsing gemeten analyseresultaten asbest (mg/kg d.s.)

Monster / inspectiegat

Aantal stukjes

Serpentijn grove fractie (mg/kg d.s.)

Amfibool

fijne fractie (mg/kg d.s.)

grove fractie (mg/kg d.s.)

fijne fractie (mg/kg d.s.)

Asbest, totaal gewogen (mg/kg d.s.)

Toetsing

MM AG1; GT11 t/m 13 (0.1-0.8)

-

-

<0,3

-

n.a.

<0,3

-

MM AG2; GT17, 18 (0.0-0.1)

-

-

47

-

n.a.

47

-

MM AP1; GT2, 5, 15 (0.0-0.6)

-

-

0,3

-

n.a.

0,3

-

MM AP2; GT21 t/m 26 (0.0-0.3)

-

-

2,2

-

n.a.

2,2

-

n.a.

: asbestgehalte < detectielimiet (niet aantoonbaar);

> +

: geen overschrijding van toetsingswaarde voor nader onderzoek. : overschrijding van toetsingswaarde voor nader onderzoek. : overschrijding van de interventiewaarde / restconcentratie norm.

Interpretatie In het mengmonster van de geroerde bovenlaag van de voormalige sloot (MM AG1) is analytisch geen verontreiniging met asbest geconstateerd. De analyseresultaten vormen een bevestiging van de visuele waarnemingen. In het geanalyseerde mengmonster van de toplaag van de afwateringzone onder de oostelijke dakrand van de oude werktuigenberging (MM AG2) is een lichte verontreiniging met asbest geconstateerd. Het gemeten gehalte voldoet aan de toetsingswaarde voor nader onderzoek. In de twee mengmonsters van de puinfunderinglaag op het westelijk gedeelte van de locatie en het oostelijk gedeelte van de locatie (MM AP1, MM AP2) is een licht verhoogd asbestgehalte gemeten. De gemeten gehaltes voldoen aan de toetsingswaarde voor nader onderzoek en de restconcentratienorm.

Rapportnr.: 24.5533-A2, mei 2025 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Donkereind 5a-7 te Vinkeveen

16 / 19

4.3

Grondwater

Analyseresultaten In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de toetsing van de gemeten analyseresultaten van het grondwater. Tabel 13 Monstercode PB6 PB12

SW >T > SP (0,04)

Overzicht toetsing gemeten analyseresultaten in grondwater Overschrijdingen > SW

>T

> SP

-

-

-

-

-

Barium (0,04) Tetrachlooretheen (0,01) Minerale olie (0.03)

: overschrijding van de streefwaarde. : overschrijding van de toetsingswaarde voor nader onderzoek. : overschrijding van de signaleringsparameter. : index (GSSD - SW) / (SP - SW)

Interpretatie In het grondwater uit peilbuis PB6, op het westelijk gedeelte van de locatie, aan de zijde van de voormalige bovengrondse dieselolietank, wordt voor geen van de onderzochte parameters een toetsingswaarde overschreden. De licht verhoogde concentraties tetrachlooretheen en minerale olie in het grondwatermonster uit peilbuis PB12, ter plaatse van de voormalige sloot, houden vermoedelijk verband met de samenstelling van het dempingmateriaal en de aangetroffen lichte verontreiniging met minerale olie. Ook voor de licht verhoogde concentratie barium in het grondwater bestaat mogelijk een relatie met de samenstelling van het dempingmateriaal. In de geanalyseerde monsters van het demping-/aanvulmateriaal waarin sterk verhoogde gehaltes lood, zink en/of koper zijn gemeten, is overwegend ook sprake van relatief hoge gehaltes voor barium.

Rapportnr.: 24.5533-A2, mei 2025 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Donkereind 5a-7 te Vinkeveen

17 / 19

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Op de locatie Donkereind 5a-7 te Vinkeveen is een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd, in verband met de aanvraag van een omgevingvergunning voor de bouw van twee nieuwe woningen op de locatie. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen van de NEN 5740 en de NEN 5707 / NEN5897. 5.1

Conclusies

Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd: ♦

In de bovenlaag van de locatie is sprake van een matige tot sterke verontreinigingsituatie met zware metalen, alsook een lichte verontreiniging met PAK. De sterke verontreiniging met zware metalen manifesteert zich voornamelijk in de omgeving van de twee voormalige sloten op het westelijk gedeelte van de planlocatie.

♦

Zintuiglijk is in de bovengrond op het westelijk gedeelte van de locatie zwakke tot matige bijmenging van puinresten waargenomen. In de bovenlaag op het oostelijk gedeelte van de locatie is een open puinverhardinglaag aanwezig. In de onderliggende laag is plaatselijk geringe bijmenging van sporen puin waargenomen.

♦

Met uitzondering van de parameter lood nemen de gehaltes zware metalen in de bovenlaag op het oostelijk gedeelte van de locatie geleidelijk af tot lichte verontreinigingen. De diffuse matige verontreiniging met lood ter plaatse van de onverdachte terreinstrook aan de noordoostzijde van de planlocatie kan vermoedelijk worden gerelateerd aan de aanwezigheid van toemaakdek op de locatie.

♦

In de omgeving van de voormalige sloten op het westelijk gedeelte van de locatie strekt de sterke verontreiniging met zware metalen zich uit tot een diepte van 0.7 à 1.3 meter (gemiddeld circa 1.0 meter). Onder de aanwezige bebouwing op het westelijk gedeelte van de locatie zijn ten hoogste matige verontreinigingen met zware metalen aangetroffen. De omvang van de sterke verontreiniging 3 met zware metalen in de grond op het westelijk deel van de locatie wordt geschat op circa 525 m .

♦

Onder de terreinverharding op het oostelijk gedeelte van de locatie strekt de sterke verontreiniging zich uit tot een diepte van circa 0.8 meter (gemiddeld traject: 0.3-0.8 meter; boringen 21 en 22). De omvang van de sterke verontreiniging met zware metalen in de grond op het oostelijk deel van de 3 locatie wordt geschat op circa 125 m .

♦

Bij het onderzoek op asbest is in de aanwezige puinverhardinglaag op zowel het oostelijk als het westelijk gedeelte van de locatie, een lichte verontreiniging met asbest geconstateerd. In de geroerde dempinglaag van slootdemping 1 op het westelijk gedeelte van de locatie is, zowel visueel als analytisch, geen verontreiniging met asbest aangetoond.

♦

In de toplaag van de druppelzone onder de oostelijke dakrand van de oude werktuigenberging is analytisch geen verontreiniging met PCB geconstateerd. Het gemeten asbestgehalte in de toplaag van de druppelzone voldoet aan de toetsingswaarde voor nader onderzoek en hergebruiknorm voor asbest.

♦

In het grondwater op het terreindeel bij de twee slootdempingen zijn lichte verontreinigingen met minerale olie en tetrachlooretheen en barium aangetroffen. In het grondwater is geen verontreiniging met koper, lood en zink aangetoond. Op basis hiervan wordt de aangetroffen sterke verontreiniging met zware metalen in de grond als niet mobiel beschouwd.

Rapportnr.: 24.5533-A2, mei 2025 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Donkereind 5a-7 te Vinkeveen

18 / 19

5.2

Aanbevelingen

Op basis van de omvang van de sterke verontreiniging met zware metalen (koper, lood en zink) in de boven- en de ondergrond ter plaatse van de planlocatie is sprake van een overschrijding van het 3 volumecriterium voor toelaatbare bodemkwaliteit (omvang >25 m ). Volgens de richtlijnen van het Besluit kwaliteit leefomgeving dienen bij een overschrijding van de waarde voor toelaatbare bodemkwaliteit sanerende of andere beschermende maatregelen te worden getroffen. Voor de uitvoering van werkzaamheden op of in de bodem ter plaatse van terreindelen met sterke verontreiniging dient een saneringsplan/-melding te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag, ter beoordeling van de voorgestelde saneringsmaatregelen. Indien bij de herinrichting van de locatie in de bodem zal worden gegraven en (verontreinigde) grond vrijkomt, dient aanvullend een melding ingevolge het Besluit activiteiten leefomgeving te worden verricht. Omdat sprake is van een immobiele verontreiniging bestaat in beginsel de mogelijkheid om een sanering uit te voeren middels het aanbrengen van een leeflaag (van grond) of een afdeklaag (verhardinglaag). Indien bij de herinrichting van de locatie licht verontreinigde grond of verhardingsmateriaal zal vrijkomen, buiten de contouren van de sterke verontreiniging, dient er rekening mee te worden gehouden dat hiervoor beperkte hergebruikmogelijkheden bestaan.

De toepassingsmogelijkheden voor dit materiaal op een andere locatie dienen te worden bepaald aan de hand van de voorwaarden van het Besluit bodemkwaliteit en/of Bodemkwaliteitskaart van de gemeente De Ronde Venen (werkgebied ODRU).

12 mei 2025 Behandeld door:

ing. H. van Wijngaarden, Lawijn Advies & Management.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16726816/1