CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 bijlage 1 behorend bij toelichting - Vormvrije m.e.r.

Politieke commissie 15 november 2023, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Herenweg 116-1185.997 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Mer beoordeling Herenweg 116 en 118 Wilnis

1

Datum : 3 oktober 2023 Plan : Herenweg 116 en 118 Wilnis Versie :6 Opsteller : R. Bosman

2

Inhoud 1.

Inleiding .......................................................................................................................4

1.1

Aanleiding .................................................................................................................4

1.2

De m.e.r.-beoordeling ...............................................................................................5

1.3

Leeswijzer..................................................................................................................7

2

Kenmerken van het project ..........................................................................................8

2.1

Inleiding .....................................................................................................................8

2.2

Beschrijving project ..................................................................................................8

2.3

Omvang van het project ...........................................................................................8

2.4

Overige kenmerken van het project .........................................................................8

3

Plaats van het project................................................................................................. 10

3.1

Inleiding ................................................................................................................... 10

3.2

Het bestaande grondgebruik .................................................................................. 10

3.3

Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu ................................................... 11

4

Kenmerken van het potentiële effect......................................................................... 15

4.1

Inleiding ................................................................................................................... 15

4.2

Natuur ...................................................................................................................... 16

4.3

Verkeer..................................................................................................................... 17

4.4

Geluid ...................................................................................................................... 18

4.5

Luchtkwaliteit .......................................................................................................... 19

4.6

Externe veiligheid ................................................................................................... 20

4.7

Bodem...................................................................................................................... 22

5

Conclusie .................................................................................................................... 23 Gebruikte onderzoeken/bronnen ........................................................................... 25

3

1.

Inleiding 1.1

Aanleiding De nieuwe eigenaren van het perceel Herenweg 116 en 118 willen de bestaande bebouwing slopen en de vervuilde grond saneren. Het voornemen bestaat om op de locatie Herenweg 116 en 118 te Wilnis een woningbouwproject (verder: project) te realiseren bestaande uit een appartementengebouw met 15 sociale huurwoningen, een appartementengebouw met 8 middeldure huurappartementen en 26 vrijstaande woningen. De sociale wooneenheden zullen worden gebruikt voor jongeren en senioren. De nu voorgenomen ontwikkeling is niet mogelijk binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling alsnog mogelijk te maken, moet een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld.

Topografische kaart met aanduiding van het plangebied (rode markering)

In de toelichting van het bestemmingsplan moet de haalbaarheid van de ontwikkeling worden aangetoond en in dat kader vindt toetsing plaats aan de van toepassing zijnde wetgeving. Uit toetsing van de ontwikkeling aan de m.e.r.-wetgeving, blijkt dat het project is aan te merken als een activiteit als bedoeld in categorie D.11.2 in de bijlage van het Besluit m.e.r., namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het onderhavige project blijft onder de bij deze activiteit genoemde drempelwaarden, die in paragraaf 1.2 nader worden besproken. Vanwege het feit dat onder de drempelwaarden wordt gebleven, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Ook dient op basis van het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer een m.e.r.beoordelingsbesluit te worden genomen door het bevoegde gezag (college of raad) voorafgaand aan het in procedure brengen van het ontwerp-bestemmingsplan.

4

Het bevoegde gezag neemt de beslissing of, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit mogelijk voor het milieu kan hebben, een m.e.r. moet worden doorlopen. In het kader van het voorgaande is voorliggende vormvrije m.e.r. beoordeling opgesteld. Deze kan tevens worden gebruikt als aanmeldingsnotitie. Op basis van deze aanmeldingsnotitie kan het bevoegde gezag de gevolgen beoordelen van het project en de beslissing nemen of er een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is in het kader van dit project.

1.2

De m.e.r.-beoordeling Het instrument milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) is een hulpmiddel om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De wettelijke basis voor de m.e.r. is de Wet milieubeheer. In de uitvoeringswetgeving, het Besluit m.e.r., staat wanneer een m.e.r. of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt, de omvang ervan en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van een m.e.r.-plicht of een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven.

Schema m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r. (Bron: www.Infomil.nl)

Bovenstaande afbeelding laat zien dat wanneer een besluit over een activiteit die qua omvang boven de C-drempel blijft voor dat besluit een m.e.r.-plicht geldt. Tussen de C- en D-drempel geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Onder de D-drempel moet het bevoegde gezag via een vormvrije beoordeling nagaan of een formele m.e.r.beoordeling nodig is. In een m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegde gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Ook in de vormvrije m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegde gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Deze beoordeling is qua inhoud vormvrij. Als belangrijke nadelige gevolgen niet zijn uit te sluiten, dan moet de formele m.e.r.-beoordelingsprocedure worden doorlopen. Uiteraard kan ook direct voor een m.e.r. gekozen worden.

5

Sinds een recente wetswijziging, waarmee een herziening van de Europese m.e.r.richtlijn is geïmplementeerd, is ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling aan regels gebonden. De toetsingscriteria lagen al vast, maar nu zijn er ook procedureregels. Voorafgaand aan de besluitvorming over het besluit, moet een aanmeldingsnotitie worden ingediend bij het bevoegde gezag. Op grond van de inhoud van deze notitie moet het bevoegde gezag binnen zes weken gemotiveerd oordelen of voor de activiteit een MER moet worden opgesteld. Dit besluit hoeft niet openbaar te worden gemaakt. Wel zal in het ontwerp van het besluit de m.e.r. beoordelingsbeslissing moeten worden toegelicht. Voor plannen die een kader vormen voor een activiteit waarvoor op grond van de bijlage bij het Besluit m.e.r. een m.e.r. moet worden doorlopen dan wel een formele m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd moet een planMER worden opgesteld. Toetsing aan Besluit m.e.r. Onderhavig project past binnen een activiteit genoemd in bijlage onderdeel D van het Besluit m.e.r. Categorie D.11.2 betreft namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De drempelwaarde is als volgt geformuleerd: “in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. Een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°.

Een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of; 2 3°. Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m of meer.” 2

De locatie waar het project wordt gerealiseerd is in totaal circa 177.500 m (1,77 ha) groot. Gezien het voorgaande blijft onderhavige activiteit ver onder de drempelwaarde en is uitsluitend een vormvrije m.e.r.- beoordeling benodigd. Doel vormvrije m.e.r-beoordeling Het doel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is het geven van inzicht in de milieueffecten van de voorgenomen activiteit aan het bevoegde gezag. Er wordt in een vormvrije m.e.r.-beoordeling een antwoord gegeven op de vraag of er vanwege de uitvoering van de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. In voorliggend rapport wordt inzicht gegeven in de milieueffecten. Daarmee vormt dit rapport de benodigde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het rapport is de aanmeldingsnotitie waarmee aan het college van B&W een m.e.r.-beoordelingsbeslissing wordt gevraagd over het bijbehorende bestemmingsplan. Criteria voor toetsing In het voorliggende rapport wordt op de milieueffecten van het voornoemde project ingegaan waarbij, conform artikel 2, lid 5 van het Besluit m.e.r., ingezoomd wordt op de volgende onderdelen: − kenmerken van de activiteit; − plaats waar de activiteit wordt verricht; − kenmerken van de gevolgen van de activiteit.

6

Aan de hand van de behandeling van deze criteria wordt onderzocht of voor de ontwikkelingen al dan niet belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn.

1.3

Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk zijn de volgende hoofdstukken opgenomen : - Hoofdstuk 2 de kenmerken van het project; - Hoofdstuk 3 beschrijving van de plaats van het project; - Hoofdstuk 4 de kenmerken van het potentiële effect; - Hoofdstuk 5 een eindconclusie.

7

2 2.1

Kenmerken van het project Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het project besproken. De aard en de omvang van het project worden in beeld gebracht. Ook wordt gekeken naar overige aspecten: cumulatie, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en de risico op ongevallen.

2.2

Beschrijving project Het perceel Herenweg 116 en 118 heeft deels (ter plaatse van het kantoor- en bedrijfsgebouw, de betonnen plaat en de brede landtong) de bestemming Bedrijfsdoeleinden. Op het bedrijfsterrein zijn een kantoor, bedrijfsgebouw en een onderheide betonvloer aanwezig. De nieuwe eigenaren willen het project realiseren voor verschillende doelgroepen dat voldoet aan de uitgangspunten van de Woonvisie 2025 van de gemeente De Ronde Venen. In het beoogde project is een gebouw met sociale appartementen opgenomen bestaat uit een gebouw van twee geschakelde volumes met twee bouwlagen en een kap. Het beoogde gebouw voor de 8 middeldure huurappartementen bestaat uit een gebouw van drie bouwlagen en een plat dak. De vrijstaande woningen bestaan uit één bouwlaag met een kap.

2.3

Omvang van het project De oppervlakte van het totale gebied waar het project wordt gerealiseerd bedraagt 1,77 hectare. Het project beslaat in totaal 49 woningen.

2.4 2.4.1

Overige kenmerken van het project Cumulatie met andere projecten Cumulatie met andere projecten is niet aan de orde. Er wordt dus geen cumulatie verwacht met andere ontwikkelingen in de directe nabijheid van het plangebied.

2.4.2

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn. Naast natuurlijke grondstoffen, die in productieprocessen gebruikt worden, maken hulpbronnen (economische) activiteiten mogelijk (deze worden daarbij niet verbruikt).

8

De toetsing in deze paragraaf blijft beperkt tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen die binnen dan wel in de directe nabijheid van het projectgebied voorkomen. Tijdens de realisatie van de beoogde nieuwbouw wordt tijdelijk gebruikgemaakt van brandstof, elektriciteit, eventueel spoelwater en eventueel grond bij de graafwerkzaamheden. De precieze hoeveelheden en de te gebruiken bouwstoffen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken. De nieuwe functies binnen het project maken geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de directe nabijheid van het projectgebied. In het geheel legt het project hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. 2.4.3

Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder Tijdens de realisatie van de nieuwbouw wordt tijdelijk gewerkt met stikstof- en fijnstofemitterende materieel (machines, etc.). Hiernaast zullen de aanlegwerkzaamheden in beperkte mate gepaard gaan met afvalstoffen (zoals overtollig bouwmaterialen). Verder vindt er geen productie plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen. De nieuwe woningen hebben een beperkt verkeer aantrekkende functie. Er is daarom sprake van mogelijke effecten op het gebied van geluid, lucht en verkeer (bijvoorbeeld hinder, doorstroming, veiligheid).

2.4.4

Risico van ongevallen Onderhavig project vormt in algemene zin geen bijzonder risico voor de omgeving. Het project brengt geen wezenlijke risico’s met zich mee.

9

3 3.1

Plaats van het project Inleiding In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden, alsmede de eventuele kwetsbaarheid van dit gebied voor de voorgenomen activiteiten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het projectgebied zelf, maar ook naar de aangrenzende gebieden.

3.2

Het bestaande grondgebruik De locatie is gelegen in de bebouwde kom van Wilnis. Kenmerkend ter plaatse aan de noordzijde van de Herenweg zijn de diepe landtongen en de slotenstructuur van de Herenweg naar de Ringvaart. Aan de Herenweg 116 en 118 te Wilnis was vanaf 1935 tot eind jaren ’90 het bedrijf Voorbij’s Beton gevestigd. In de huidige situatie is alleen nog een kantoorgebouw, een bedrijfsgebouw, een onderheide betonplaat, een voormalig bedrijventerrein (op een landtong) en een landtong met grasland aanwezig. Delen van de bedrijfsgrond zijn verontreinigd en dienen gesaneerd te worden. Voor de voormalige bedrijfslocatie is in de afgelopen jaren een bouwplan ontwikkeld. De brede landtong wordt versmald en de smalle landtong wordt verbreed. Hierdoor kan in het midden van beide landtongen een éénrichtingsverkeer ontsluitingsweg worden gerealiseerd door aan de Ringvaartzijde tussen beide landtongen een brug te realiseren. Aan weerszijde van de ontsluitingsweg worden 26 kavels gemaakt voor 26 vrijstaande woningen.

10

Huidige situatie plangebied (bron: foto’s uit rapport Bureau Bleijerveld)

Globale begrenzing plangebied (rood kader) bron

3.3 3.3.1

Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu Inleiding Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is een analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Echter, behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig worden beschouwd, zijn er ook gebieden waar krachtens nationale en provinciale regels in het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling rekening mee dient te worden gehouden.

11

Het resultaat van de analyse wordt hieronder beknopt gepresenteerd. Wanneer er een grote relevantie is voor de in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling centraal staande ingrepen, wordt er een toelichting gegeven. 3.3.2

Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn In de navolgende tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de Richtlijn. Type gebied

Juridisch kader

Relevantie voor de activiteit

Wetlands

Conventie van Ramsar

In of in de directe nabijheid van het projectgebied zijn geen aangewezen Wetlands aanwezig.

Kustgebieden

Het projectgebied is niet gelegen in een kustgebied.

Berggebieden en bosgebieden

Wet natuurbescherming

Het projectgebied is niet gelegen in een bosgebied.

Reservaten en natuurparken: • Nationale Landschappen • Nationale Parken

Nationale Landschappen zijn benoemd in de Nota Ruimte; Nationale Parken zijn onderdeel van de NNN (voorheen EHS).

Het projectgebied ligt in een Nationaal Landschap (zie verder onder 1).

Speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn)

Wet natuurbescherming

In de ruime omgeving van het projectgebied ligt geen Natura 2000-gebied (zie verder onder 2).

Gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden

Europese milieurichtlijnen (o.a. kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, kaderrichtlijn Water)

Het projectgebied ligt niet in gebieden waar op basis van communautaire wetgeving reeds normen worden overschreden.

Gebieden met bevolkingsdichtheid

Provinciale verordening

Het projectgebied is niet gelegen in een gebied met hoge bevolkingsdichtheid.

hoge

Landschappen van • historisch belang • cultureel belang o beschermd stads- en dorpsgezicht • archeologisch belang

Het projectgebied ligt niet in een Nationaal Park.

Op basis van een eerder • Verdrag van Valletta uitgevoerd archeologisch • Monumentenwet onderzoek zijn in het • Gemeentelijk landschapsprojectgebied geen historische ontwikkelingsplan bouwwerken, monumentale panden of structuren met een cultuurhistorische of beeldbepalende waarde te benoemen.

12

1. Nationaal landschap In het verleden heeft het Rijk een aantal Nationale Landschappen aangewezen. Deze landschappen weerspiegelen samen de diversiteit en ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Het rijk laat het beleid ten aanzien van landschap op land over aan provincies en wil provincies meer ruimte geven bij de afweging tussen verstedelijking en landschap om zodoende meer ruimte te laten voor regionaal maatwerk. De provincies zijn verantwoordelijk voor de uitwerking van het beleid voor de nationale landschappen. Zij nemen een gedetailleerde begrenzing op in hun structuurvisies en werken daarin per nationaal landschap benoemde kwaliteiten uit. Het plangebied is gelegen in het Groene Hart. Dit gebied kent als kernkwaliteiten zeer open landschap, strokenverkaveling met waterland, en het veenweidekarakter. Doordat het plangebied reeds onderdeel uitmaakt van een bestaande woonkern en het plangebied en haar directe omgeving reeds tot ontwikkeling zijn gebracht, zijn de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap reeds blijvend verstoord. Bij de ontwikkeling van het plangebied hoeft en kan daarom geen rekening worden gehouden met de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap. Ook is een verdere aantasting niet te verwachten, waardoor het niet te verwachten is dat er een negatief milieueffect ontstaat op de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap. 2.

Natura 2000-gebied Natura 2000 is het netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie, die worden beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Deze richtlijnen geven aan welke typen natuur en welke soorten beschermd moeten worden. De lidstaten wijzen daarvoor speciale beschermingszones aan en moeten instandhoudingsmaatregelen nemen om deze gebieden te beschermen. Gezien dit feit is het zinvol de gevolgen voor de natuur in beeld te brengen.

Ligging Natura 2000-gebieden en plangebied (rood omcirkeld). (Bron: bureau Bleijerveld)

13

Het projectgebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Wel ligt ten zuidwesten, op een afstand van ongeveer 4,3 kilometer, het Natura 2000-gebied ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’. Op een grotere afstand ten zuidwesten ligt het Natura 2000-gebied ‘Botshol’. Dit gebied ligt op ongeveer 5,8 kilometer afstand. Het is niet op voorhand uit te sluiten dat met onderhavig project negatieve milieueffecten ontstaan op de Natura 2000-gebieden; dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht. 3.3.3

Toetsing overige gevoelige gebieden Naast de gebiedstypen die specifiek zijn genoemd in bijlage III van de Richtlijn, is getoetst aan de gevoelige gebieden op grond van overig nationale of provinciale wetgeving of beleid. Type gebied

Juridisch kader

Relevantie voor de activiteit

Natuurnetwerk Nederland (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur)

Provinciale verordening

Het projectgebied maakt geen

Weidevogelgebied en ganzenfoerageergebied

Provinciale verordening

Het projectgebied ligt niet in een beschermingsgebied voor weidevogels en ligt ook niet in de nabijheid van een dergelijk gebied

Stiltegebied

Wet milieubeheer Provinciale verordening

Het projectgebied is niet gelegen in een stiltegebied

Bodembeschermingsgebied

Provinciale verordening

Het projectgebied is niet

Grondwaterbeschermingsgebied

Provinciale verordening

gelegen in een bodembeschermingsgebied. Het projectgebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.

Gebied geschikt voor beschermde soorten

Wet natuurbescherming

deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

Het projectgebied is mogelijk geschikt voor beschermde soorten (zie verder onder 3).

3. Beschermde soorten In het projectgebied kunnen zich mogelijk beschermde dier- of plantensoorten bevinden, dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.

14

4 4.1

Kenmerken van het potentiële effect Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de activiteiten. In dit hoofdstuk gaat het om de interactie tussen beide voorgaande hoofdstukken. Hetgeen beschreven is over de kenmerken van het project en de plaats van het project zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader aan de orde worden gesteld. Voor alle thema’s geldt dat conform de Europese richtlijn gelet wordt op de duur, frequentie en onomkeerbaarheid van het effect. Tevens wordt aandacht besteed aan de mogelijke cumulatieve effecten op de diverse aspecten als gevolg van de komst van woningbouw. Hoofdstuk 2 laat zien dat het project de realisatie van 49 woningen betreft op de locatie Herenweg 116 en 118 te Wilnis. Dit is een ontwikkeling die zorgt voor de aantrekking van verkeer. Daarbij dient vermeld te worden dat ook de huidige bestemming van het perceel (“Bedrijfsdoeleinden”) er verkeer wordt genereerd. Hoofdstuk 3 laat zien dat de omgeving van het projectgebied een beperkt aantal kwetsbaarheden kent. Het plangebied is gelegen binnen een Nationaal landschap en in de ruime omgeving van het projectgebied bevindt zich een Natura 2000-gebied.

Nader te beoordelen aspecten Op basis van de voorgaande twee hoofdstukken worden de volgende milieuaspecten in dit hoofdstuk nader behandeld: - Natuur: het project kan leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde natuurgebieden (gebiedsbescherming) en op beschermde flora en fauna (soortenbescherming); - Verkeer: de nieuwe woonontwikkeling zal leiden tot een toename van het (gemotoriseerd) verkeer. Er zal nader worden beoordeeld of sprake is van negatieve (milieu-) effecten op het gebied van doorstroming en veiligheid; - Geluidshinder: het project heeft een verkeer aantrekkende werking en leidt dus mogelijk ook tot een toename van geluidshinder (door verkeer) op de omgeving; - Luchtkwaliteit: de toename van het verkeer kan leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit als gevolg van verkeer; - Externe veiligheid: de functies in onderhavig project leiden niet tot externe veiligheidseffecten. - Bodem: voor de realisatie van onderhavig project wordt de bodem gesaneerd. Het project bevat geen onderdelen die mogelijk bedreigend zijn voor de bodem. Aspecten waarbij op voorhand geen effecten zijn te verwachten Van de overige milieuaspecten wordt op basis van de beoordeling van de kenmerken het concrete project en de bestaande situatie zoals omschreven in de voorgaande hoofdstukken op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot betekenisvolle milieueffecten.

15

Om alle aspecten nog kort langs te lopen: ▪ Water: Er is met het project sprake van een toename van de bebouwing c.q. verharding. Er zijn evenwel binnen het project maatregelen genomen voor de berging en afvoer van hemelwater. De nieuwe functies zijn verder niet van dien aard, dat deze mogelijk gevolgen hebben voor de waterhuishouding of de kwaliteit van het oppervlakte- of grondwater. Ook is geen negatieve invloed op de veiligheid van de waterkeringen in de omgeving te verwachten. De gevolgen op de waterhuishouding zijn dus op voorhand zeer beperkt tot niet bestaand. ▪ Landschap en cultuurhistorie: Het plangebied heeft, met uitzondering van het eerder genoemde Nationaal Landschap, geen specifieke landschappelijke of cultuurhistorische kwaliteiten. Gelet op hetgeen in hoofdstuk 3 is beschreven zijn op voorhand zijn geen verstoringen te verwachten van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. ▪ Archeologie: Verstoring van archeologische waarden wordt niet verwacht omdat er voor de woningen niet dieper dan 30 cm. wordt gegraven. Er is derhalve geen archeologisch onderzoek uitgevoerd. ▪ Geurhinder: De functies in onderhavig project leiden niet tot geurhinder. De voorgaande aspecten worden daarom in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling niet nader besproken.

Opzet van de beoordeling De inhoud van de vormvrije m.e.r.-beoordeling zoals besproken in de navolgende paragrafen is met name gebaseerd op algemeen beschikbare informatie, aangevuld met onderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan.

4.2 4.2.1

Natuur Huidige situatie Het plangebied bevindt zich binnen de lintbebouwing van Wilnis behorende bij de gemeente De Ronde Venen, provincie Utrecht. Kenmerkend ter plaatse aan de noordzijde van de Herenweg zijn de diepe landtongen en de slotenstructuur van de Herenweg naar de Ringvaart. In de huidige situatie is alleen nog een kantoorgebouw, een bedrijfsgebouw, een onderheide betonplaat, een voormalig bedrijventerrein (op een landtong) en een landtong met grasland aanwezig.

4.2.2

Effecten ontwikkeling Gebiedsbescherming Door de Hedgehog company is op 14 juni 2022 (zie bijlage toelichting) een onderzoek stikstofdepositie uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat Natura 2000-gebieden op minimaal 4,13 kilometer zijn gelegen van het plangebied. Uit de berekeningen blijkt dat voor de gebruiksfase de nu gehanteerde grenswaarde van 0,00 mol/ha/j niet wordt overschreden. Het project zorgt hiermee niet voor effecten die direct of indirect een negatief gevolg kunnen hebben op instandhoudingsdoelstellingen van beschermde gebieden.

16

Verder maakt het plangebied geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Gezien voorgaande is geen sprake van negatieve milieueffecten op het gebied van de gebiedsbescherming. Soortenbescherming In het kader van de Wet natuurbescherming dient te worden nagegaan of vaste rusten verblijfplaatsen door de ingreep worden aangetast (verwijderd, ongeschikt gemaakt) of dieren opzettelijk worden verontrust. Als gevolg van het initiatief worden het kantoor, een bedrijfsgebouw en een betonnen verharding gesloopt. Er worden tevens sloten gedempt, sloten en insteekhavens gemaakt en er worden nieuwe woningen gerealiseerd. Dergelijke activiteiten kunnen negatieve effecten hebben op de flora en fauna. Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Wilnis en maakt geen deel uit van beschermde natuurgebieden. Rond Wilnis liggen onderdelen van de Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000-gebied. De afstand tot deze gebieden bedraagt respectievelijk 1,2 en 3,4 kilometer. Het project is relatief klein terwijl van de toekomstige woonbestemming nauwelijks grensoverschrijdende effecten zijn te verwachten. Mede op grond van de grote afstand tot beschermde natuurgebieden zijn negatieve effecten natuurgebieden op voorhand uit te sluiten.

De wettelijke verplichting geldt om onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de mogelijke effecten van de ruimtelijke ingreep daarop. Daartoe is door onderzoeksbureau Bureau Bleijerveld op 18 maart 2019 een quickscan ecologie uitgevoerd (zie bijlage toelichting). De conclusie voor de onderzochte soortgroepen is dat er in het plangebied geen algemene kleine zoogdieren en amfibieën te verwachten. Er moet rekening worden gehouden met broedvogels zonder vaste nestplaatsen. De twee bedrijfspanden zijn potentieel geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Van de overige soortgroepen is de aanwezigheid van beschermde soorten uit te sluiten. Uit onderzoek in het voorjaar van 2020 is geconstateerd dat er vleermuizen bij het kantoorgebouw zijn genesteld. Er zijn direct daarop, na overleg met de ecoloog, mitigerende maatregelen genomen door de plaatsing van een aantal nestkasten. Op 3 februari 2021 is een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd bij de provincie Utrecht. Op 1 juli 2021 is de ontheffing door provincie Utrecht verleend. Conclusie Gezien voorgaande is wat betreft zowel de gebiedsbescherming als de soortenbescherming geen sprake van negatieve milieueffecten.

4.3 4.3.1

Verkeer Huidige situatie Onderhavig projectgebied is deels bebouwd met een kantoor, een bedrijfsgebouw en een onderheide betonvloer. Het resterende deel is onbebouwd.

17

4.3.2

Effecten ontwikkeling Onderhavig project voorziet in de realisatie van 49 woningen. Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer die wordt gegenereerd bij een bepaalde 1

ontwikkeling, hanteert het CROW kencijfers voor wat betreft verkeersgeneratie. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (exclusief openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de betreffende voorziening toe rijdt en hiervan wegrijdt. Op basis van de parkeernota van de gemeente De Ronde Venen is het plangebied in Wilnis aan te merken als ‘weinig stedelijk’ en ‘rest bebouwde kom’. Door Bureau Volker de Groot is er een verkeersonderzoek opgesteld (zie bijlage toelichting). Daaruit komt naar voren dat het verkeer op de Herenweg kan worden afgewikkeld zonder negatieve effecten op het gebied van de doorstroming, verkeerafwikkeling of verkeersveiligheid. Gezien voorgaande worden wat betreft verkeer geen negatieve milieueffecten verwacht.

4.4 4.4.1

Geluid Huidige situatie De locatie is gelegen aan de Herenweg in Wilnis. De verkeersweg Herenweg valt i.v.m. het snelheidsregime buiten het toetsingskader van de Wet geluidhinder. Door adviesburo Van der Boom is een akoestisch onderzoek opgesteld. Daaruit blijkt dat de geluidbelasting door wegverkeer op de Burgemeester Padmosweg ten hoogste 35 dB bedraagt na aftrek van 5 dB ex art 110-g Wgh. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt daarmee niet overschreden. Er hoeft geen hogere waarde te worden aangevraagd voor de geluidbelasting door wegverkeer op de Burgemeester Padmosweg. De geluidbelasting door wegverkeer op de 30 km wegen (Herenweg) bedraagt ten hoogste 48 dB na aftrek van 5 dB ex art 110-g Wgh. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt daarmee niet overschreden. Conclusie Voor het project vormt wegverkeerslawaai van de Herenweg gezien voorgaande geen belemmering. Er zijn geen maatregelen noodzakelijk.

4.4.2

Effecten ontwikkeling In de toekomstige situatie zullen er maximaal 15 sociale huurappartementen, 8 middeldure huurappartementen en 26 vrijstaande woningen ter plaatse aanwezig zijn.

18

1

CROW, publicatie parkeernormen.

381,

Toekomstbestendig

parkeren.

Van

parkeerkencijfers

naar

Hierdoor zal er, na het verrekenen van de verkeersgeneratie van de bedrijfsbestemming, sprake zijn van de aantrekking van verkeer. Zoals in paragraaf 4.3 is omschreven zal verkeer via de Herenweg (30 km gebied) worden opgenomen in de gebiedsontsluitingsweg. Hierdoor is er geen sprake van een negatief milieueffect op het gebied van geluid.

4.5

Luchtkwaliteit

4.5.1

Huidige situatie Om inzicht te krijgen in de huidige luchtkwaliteit zijn de kaarten met de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide (NO 2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM2,5) bestudeerd. Deze kunnen daarna worden gerelateerd aan de wettelijke grenswaarden, aangezien deze een indicatie geven of sprake kan zijn van een slechte bestaande luchtkwaliteit. In de ‘Wet luchtkwaliteit’ (Titel 5.2 Wet milieubeheer) zijn wettelijke grenswaarden genoemd voor de betreffende stoffen; die bedragen voor de jaargemiddelde immissie3

3

concentraties 40 µg/m voor NO 2 en PM10 en 25 µg/m voor PM2,5. In onderstaande tabel zijn de achtergrondconcentraties weergegeven voor het plangebied. Zichtjaar

Concentraties wegen direct rondom het plangebied

2019 Grenswaarden

stikstofdioxide (NO2), jaargem. concentratie

fijnstof (PM10), jaargem. concentratie

Zeer fijnstof (PM2.5), jaargem. concentratie

14 μg/m3

18 μg/m3

11 μg/m3

3

25 μg/m3

40,0 μg/m

3

40 μg/m

Achtergrondwaarden stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM2,5) (Bron: Atlas leefomgeving)

Uit voorgaande tabel blijkt dat lokaal sprake is van deels een betrekkelijk hoge achtergrondconcentraties voor wat betreft stikstofdioxide (NO2). Deze ligt op circa 14 3

µg/m . De achtergrondconcentraties bij fijnstof (PM10) zijn evenwel gemiddeld: deze 3

ligt op 18 µg/m . 3

De achtergrondconcentratie zeer fijnstof (PM 2,5) ligt op circa 11 µg/m . In alle gevallen blijven de achtergrondwaarden evenwel nog steeds beneden de voornoemde grenswaarden.

19

4.5.2

Effecten ontwikkeling Onderliggend project voorziet in de ontwikkeling van in totaal 49 woningen. Uit de NIBM-berekening volgt dat de bijdrage NO2 en PM10 van het plan onder de NIBMgrens ligt. Dit betekent dat het initiatief niet in betekende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit.

Dat onderhavig project onder de NIBM-grens blijft, is een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit. Hiernaast geldt dat in de bestaande situatie de achtergrondconcentraties van de luchtverontreinigende stoffen onder de wettelijke grenswaarden liggen. Gezien de beperkte omvang van het plan kan worden verwacht dat ook met de planbijdrage deze nog steeds onder de wettelijke grenswaarden zullen liggen.

Dit is eveneens een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit. Voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit is er dus geen sprake van negatieve milieueffecten.

4.6 4.6.1

Externe veiligheid Huidige situatie

In het Bevi zijn grenswaarden en oriënterende of richtwaarden opgenomen voor het plaatsgebonden risico (PR). Voor het groepsrisico (GR) is een verantwoordingsplicht opgenomen. Hiermee worden de aan te houden afstanden tussen risicovolle inrichtingen en kwetsbare en beperkte objecten gewaarborgd. In het Bevi is aangegeven welke inrichtingen onder de reikwijdte van het besluit vallen.

20

Het gaat onder andere om LPG-tankstations, bedrijven waar meer dan 10.000 kilo (of liter) verpakte gevaarlijke stoffen met brandbare en giftige verbindingen in één opslagvoorziening aanwezig is, grote ammoniakkoelinstallaties en spoorwegemplacementen waar gerangeerd wordt met gevaarlijke stoffen. Ook bedrijven waarop het Besluit risico zware ongevallen 1999 (Brzo'99) van toepassing is, vallen ook onder de reikwijdte van het Bevi.

Uitsnede risicokaart omgeving Herenweg 116 en 118 (gele stip)

Transport via weg, water en spoor Voor de routering van gevaarlijke stoffen via weg, water en spoor is de Wet vervoer gevaarlijke stoffen van belang. Gemeenten mogen voor de zogenaamde routeplichtige stoffen gemeentelijke wegen binnen hun grenzen aanwijzen waarover deze gevaarlijke stoffen mogen worden vervoerd (en daarbuiten dus niet). Redenen voor routering zijn bijvoorbeeld het omzeilen van kwetsbare situaties als dichte bebouwing, een ziekenhuis of waterwingebied. De meeste provinciale wegen zijn geschikt om in de routering te worden opgenomen. Voorwaarde is wel dat door de gemeente aangewezen routes aansluiten op wegen waar het vervoer van gevaarlijke stoffen ook is toegestaan. Transport via buisleidingen Vanaf 1 januari 2011 regelt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en bijbehorende regeling de externe veiligheid rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Het Bevib sluit zoveel mogelijk aan bij het Bevi. Gezien de uitsnede van de risicokaart van de provincie Utrecht zijn er in de directe omgeving van het plangebied geen Bevi-inrichtingen aanwezig.

21

4.6.2

Effecten ontwikkeling Onderliggend project voorziet in de ontwikkeling van in totaal 49 woningen. Gezien de

risicokaart van de provincie Utrecht zijn er in de directe omgeving van het plangebied geen Bevi-inrichtingen aanwezig. Het aspect externe veiligheid levert derhalve geen belemmeringen op voor het project.

4.7 4.7.1

Bodem Huidige situatie

Uit de bodem- en grondwateronderzoeken die zijn uitgevoerd blijkt dat er gesaneerd moet worden. De verontreinigingssituatie van het plangebied is vastgelegd via diverse onderzoeken die bij de toelichting van het bestemmingsplan zijn toegevoegd. 4.7.2

Effecten ontwikkeling

Uit de bodemonderzoeksrapporten en het saneringsplan blijkt dat er gesaneerd moet worden. Op 29 augustus 2018 is een BUS melding ingediend waarvan op 4 september 2018 een ontvangstbevestiging is gestuurd. Met het uitvoeren van de saneringswerkzaamheden is inmiddels gestart. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Verder is zorgplichtartikel 13 van de Wet bodembescherming van toepassing bij het aanleggen en in gebruik hebben van de woningen. Het zorgplichtbeginsel verplicht degene die handelingen verricht waardoor de bodem kan worden verontreinigd of aangetast, alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om bodemverontreiniging te voorkomen dan wel de directe gevolgen te beperken en zo veel mogelijk ongedaan te maken Op deze wijze wordt geborgd dat er geen negatieve milieueffecten op het aspect bodem plaatsvinden.

22

5

Conclusie In voorliggend rapport is beoordeeld of als gevolg van de realisatie van een plan met 15 sociale huurappartementen, 8 middeldure huurwoningen en 26 vrijstaande woningen op de locatie Herenweg 116 en 118 te Wilnis belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer, zoals deze in hoofdstuk 4 aan bod zijn gekomen. Aspect Natuur (gebiedsbescherming)

Beoordeling milieueffecten Het uitgevoerde onderzoek stikstofdepositie wijst uit dat de nu gehanteerde grenswaarde van 0,00 mol/ha/j niet wordt overschreden voor zowel de gebruiks- als aanlegfase. Negatieve milieueffecten op Natura 2000-gebieden zijn daarom niet aan de orde.

Natuur (soortenbescherming)

De uitgevoerde quickscan natuur wijst uit dat wat betreft de meeste beschermde soorten geen negatieve effecten worden verwacht. Voor de aanwezige vleermuizen zijn mitigerende maatregelen genomen. De nieuwbouw wordt op meer dan 5 meter uit de bestaande bebouwing gesitueerd waardoor een negatief milieueffect op beschermde soorten niet te verwachten.

Verkeer

De nieuwe functie zorgt voor een verkeer aantrekkende werking die in het huidige verkeersbeeld kan worden opgenomen zonder negatieve effecten op het gebied van de doorstroming, verkeersafwikkeling of verkeersveiligheid. Gezien voorgaande worden wat betreft verkeer geen negatieve milieueffecten verwacht.

Geluid

Als gevolg van de nieuwe functie zal er sprake zijn van een verkeer aantrekkende werking. De toename van het verkeer is ruimschoots lager dan 40% en op basis van richtgetallen is er daarom geen sprake van een negatief milieu effect.

Lucht

Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten wat betreft luchtkwaliteit. Het project draagt ‘Niet in Betekenende Mate’ bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit en gezien de bestaande achtergrondconcentraties en de planbijdrage is geen sprake van een wezenlijke verslechtering.

Externe veiligheid

Onderliggend project voorziet in de ontwikkeling van in totaal 49 woningen. Gezien de risicokaart van de provincie Utrecht zijn er in de directe omgeving van het plangebied geen Bevi-inrichtingen aanwezig. Het aspect externe veiligheid levert derhalve geen belemmeringen op voor het project.

Bodem

Uit de bodemonderzoeksrapporten en het saneringsplan blijkt dat er gesaneerd moet worden. Op 29 augustus 2018 is een BUS melding ingediend waarvan op 4 september 2018 een ontvangstbevestiging is gestuurd. Met het uitvoeren van de saneringswerkzaamheden is inmiddels gestart. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

23

De uitkomst van de in voorgaande hoofdstukken uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen effect optreedt. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.

24

Gebruikte onderzoeken/bronnen Onderzoeken -

Quick scan Bureau Bleijerveld 19 maart 2020. Onderzoek stikstofdepositie Hedgehog company 14 juni 2022. Verkeersonderzoek Bureau de Groot Volker 10 juni 2022. Rapportage partijkeuring 2006 in situ toemaakdek Grondslag 18-09-2006 Briefrapport resultaten waterbodemonderzoek - Herenweg 116 en 118 Grondslag 19-11-2015 Asbestonderzoek Herenweg 116-118 te Wilnis Grondslag 12-4-2018 Grondwateronderzoek Herenweg 116-118 te Wilnis Grondslag 12-04-2018 Rapportage_Sanscrit_slootdemping_huidig 04-10-2018 Rapportage_Sanscrit_slootdemping_toekomstig met leeflaag 04-10-2018 Saneringsplan Herenweg 116-118 te Wilnis Grondslag rev 05-07-2018 Addendum Saneringsplan Herenweg 116-118 Grondslag 05-07-2018 BRIEFRAP-PCB en sleuf 7 Grondslag aanv PCB onderzoek en olie 03-07-2018 JK Z-18-635691 ontvangstbevestiging BUS melding Wilnis UT073601771

Bronnen -

Ruimtelijke plannen http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/

-

Atlas leefomgeving http://www.atlasleefomgeving.nl/kijken

-

Risicokaart www.risicokaart.nl

-

Publieke Dienstverlening op de kaart (PDOK) http://pdokviewer.pdok.nl/

-

Milieu-kenniscentrum Infomil http://www.infomil.nl/

-

CBS-Statline, statistische informatie http://statline.cbs.nl/Statweb/

-

Wetgeving, overheidsportal http://wetten.overheid.nl/zoeken

-

AERIUS Calculator, kaartbeeld Natura 2000 https://calculator.aerius.nl/calculator/

-

Natura 2000 http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx

-

KNAW https://easy.dans.knaw.nl/

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13392850/1