CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6.2 Was wordt lijst Verordening Toeristenbelasting 2024

Gemeenteraad 12 oktober 2023, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordeningen Lokale heffingen 20243.155 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening 2023

Was

Wordt

Verordening op de heffing en invordering van de toeristenbelasting 2023

Concept Verordening 2024 Verordening op de heffing en invordering van de toeristenbelasting 2024

2023

2024

Geldend van 24-12-2022 t/m heden Intitulé Verordening op de heffing en invordering van de toeristenbelasting 2023

Geldend van …. 2023 t/m heden Intitulé Verordening op de heffing en invordering van de toeristenbelasting 2024

24-12-2022

…. 2023

2023

2024

De raad van de gemeente De Ronde Venen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders,

De raad van de gemeente De Ronde Venen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders,

gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van de toeristenbelasting 2023

gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van de toeristenbelasting 2024

2023

2024

Artikel 1. Definities Artikel 1. Definities 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: a. Vakantieonderkomens: recreatiewoningen, chalets, stacaravans en a. Vakantieonderkomens: recreatiewoningen, chalets, stacaravans en andere (delen van) verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens, die andere (delen van) verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens, die hoofdzakelijk bestemd zijn als vakantieverblijf en andere recreatieve hoofdzakelijk bestemd zijn als vakantieverblijf en andere recreatieve doeleinden; doeleinden; b. Mobiel kampeeronderkomen: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan b.

Mobile kampeeronderkomens: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen bestemd zijn dan een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; doeleinden; c. Kampeerterrein: terrein of terreingedeelte, geheel of gedeeltelijk c.

Kampeerterrein: terrein of terreingedeelte, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van mobiele onderkomens en/of tot het plaatsen of geplaatst houden van mobiele onderkomens en/of vakantieonderkomens geheel of nagenoeg geheel ten behoeve van recreatief vakantieonderkomens geheel of nagenoeg geheel ten behoeve van recreatief nachtverblijf; nachtverblijf; d. Arrangement: periodes in het belastingjaar zoals weergegeven in artikel d. Arrangement: periodes in het belastingjaar zoals weergegeven in artikel 6, lid 4 en 5. 6, lid 4 en 5. Artikel 2. Belastbaar feit Artikel 2. Belastbaar feit Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel 3. Belastingplicht Artikel 3.

Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot het houden van 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf als bedoeld in artikel 2. verblijf als bedoeld in artikel 2. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

4. De belastingplichtige die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf als bedoeld in artikel 2, in hem daartoe ter beschikking staande ruimten, dan wel ter beschikking staande terreinen kan ter zake van elk van die ruimten en/of terreinen afzonderlijk in de heffing worden betrokken.

artikel is vervallen - conform modelverordening VNG

Artikel 4. Vrijstellingen Artikel 4. Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: a. van degene die verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 4 van de a. van degene die verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders; Wet toetreding zorgaanbieders; b. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de b. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de artikel 1 Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verblijf houdt als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; c. van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd; d.

van degene die tijdelijk als minderjarige in de gemeente verblijft als deelnemer aan een door een school, vereniging, scoutinggroep of andere vorm van een door een vrijwilligersorganisatie georganiseerde groepsreis en de meerderjarige begeleiders.

c. van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd; d. van degene die tijdelijk in de gemeente verblijft als deelnemer aan een door een school vallend onder de Wet op het voortgezet (speciaal) onderwijs (WVO) van een in het kader van het onderwijs georganiseerde groepsreis, alsmede van degene die verblijft als deelnemer aan een door een vereniging, scoutinggroep of andere vorm van een door een vrijwilligersorganisatie georganiseerde groepsreis.

Artikel 5 . Maatstaf van heffing Artikel 5 . Maatstaf van heffing 1. De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het 1. De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten dat zij overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten dat zij verblijf houden. verblijf houden. 2. In afwijking van het eerste lid, wordt met toepassing van artikel 6, lid 3, 2. In afwijking van het eerste lid, wordt met toepassing van artikel 6, lid 3, de belasting geheven naar een vast bedrag per arrangement. de belasting geheven naar een vast bedrag per arrangement. 3. Op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedaan verzoek wordt 3. Op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedaan verzoek wordt de maatstaf van heffing als bedoeld in het tweede lid vastgesteld op het de maatstaf van heffing als bedoeld in het tweede lid vastgesteld op het werkelijk aantal overnachtingen als bedoeld in het eerste lid, als blijkt dat dit werkelijk aantal overnachtingen als bedoeld in het eerste lid, als blijkt dat dit resulteert in een lager aanslagbedrag. resulteert in een lager aanslagbedrag. Artikel 6. Belastingtarief Artikel 6. Belastingtarief 1.

Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 3,00 voor 1. Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € …. voor accommodaties die in eigendom en/of exploitatie zijn bij de verblijfgever en accommodaties die in eigendom en/of exploitatie zijn bij de verblijfgever en door de verblijfgever ter beschikking worden gesteld aan de verblijfhouder. door de verblijfgever ter beschikking worden gesteld aan de verblijfhouder. 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief per persoon per overnachting € 1,65 in accommodaties die in eigendom/bezit zijn bij de verblijfhouder en door de verblijfhouder zelf worden meegebracht, geplaatst en gebruikt.

2. In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief per persoon per overnachting € …. in accommodaties die in eigendom/bezit zijn bij de verblijfhouder en door de verblijfhouder zelf worden meegebracht, geplaatst en gebruikt.

artikel 2

Deze tekst is in lijn gebracht met de tekst in de Verordening Watertoeristenbelasting

3. In afwijking van het eerste lid kan de belasting voor het houden van verblijf op een kampeerterrein, in mobiele kampeeronderkomens, stacaravans of vakantieonderkomens, die gedurende de gehele arrangementsperiode geheel of nagenoeg geheel worden gebruikt door dezelfde persoon of personen, bij de aangifte gebruik worden gemaakt van de in lid 4 en 5 opgenomen tarieven per arrangement.

3. In afwijking van het eerste lid kan de belasting voor het houden van verblijf op een kampeerterrein, in mobiele kampeeronderkomens, stacaravans of vakantieonderkomens, die gedurende de gehele arrangementsperiode geheel of nagenoeg geheel worden gebruikt door dezelfde persoon of personen, bij de aangifte gebruik worden gemaakt van de in lid 4 en 5 opgenomen tarieven per arrangement.

4. Het tarief bedraagt, per arrangement, met betrekking tot accommodaties die in eigendom en/of exploitatie zijn bij de verblijfgever en door de verblijfgever ter beschikking worden gesteld aan de verblijfhouder:

4. Het tarief bedraagt, per arrangement, met betrekking tot accommodaties die in eigendom en/of exploitatie zijn bij de verblijfgever en door de verblijfgever ter beschikking worden gesteld aan de verblijfhouder:

a.

Bij een arrangement met verblijf van 4 weken tot 3 maanden: € 465,00;

a.

Bij een arrangement met verblijf van 4 weken tot 3 maanden: € ….;

b. c. d.

Bij een arrangement met verblijf van 3 tot 6 maanden: € 700,00; Bij een arrangement met verblijf van 6 tot 9 maanden: € 840,00; Bij een arrangement met verblijf van 9 tot 12 maanden: € 935,00.

b. c. d.

Bij een arrangement met verblijf van 3 tot 6 maanden: € ….; Bij een arrangement met verblijf van 6 tot 9 maanden: € ….; Bij een arrangement met verblijf van 9 tot 12 maanden: € …..

5. Het tarief bedraagt, per arrangement, met betrekking tot accommodaties die in eigendom/bezit zijn bij de verblijfhouder en door de verblijfhouder zelf worden meegebracht, geplaatst en gebruikt:

5. Het tarief bedraagt, per arrangement, met betrekking tot accommodaties die in eigendom/bezit zijn bij de verblijfhouder en door de verblijfhouder zelf worden meegebracht, geplaatst en gebruikt:

a.

Bij een arrangement met verblijf van 4 weken tot 3 maanden: € 205,00;

a.

Bij een arrangement met verblijf van 4 weken tot 3 maanden: € ….;

b. c. d.

Bij een arrangement met verblijf van 3 tot 6 maanden: € 305,00; Bij een arrangement met verblijf van 6 tot 9 maanden: € 370,00; Bij een arrangement met verblijf van 9 tot 12 maanden: € 410,00.

b. c. d.

Bij een arrangement met verblijf van 3 tot 6 maanden: € ….; Bij een arrangement met verblijf van 6 tot 9 maanden: € ….; Bij een arrangement met verblijf van 9 tot 12 maanden: € …..

Artikel 7. Belastingjaar Artikel 7. Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8. Wijze van heffing Artikel 8. Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 9. Aanslaggrens Artikel 9. Aanslaggrens Een belastingaanslag wordt niet opgelegd als het aantal overnachtingen, Een belastingaanslag wordt niet opgelegd als het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, tijdens het belastingjaar minder waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, tijdens het belastingjaar minder dan tien heeft belopen. dan tien heeft belopen. Artikel 10. Termijnen van betaling Artikel 10. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de tweede termijn twee dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de tweede termijn twee maanden later. maanden later. 2.

De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de 2. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 11. Aanmeldingsplicht Artikel 11. Aanmeldingsplicht 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen heffingsambtenaar. aangewezen heffingsambtenaar.

2. De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor de belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand aan het belastingjaar in de heffing van de toeristenbelasting betrokken is.

2. De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor de belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand aan het belastingjaar in de heffing van de toeristenbelasting betrokken is.

Artikel 12. Registratieplicht 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is verplicht per belastingjaar een nachtverblijfsregister bij te houden. 2. De vorm van het nachtverblijfregister is vrij, maar bevat tenminste met betrekking tot een ieder aan wie gelegenheid tot overnachten wordt verschaft, de volgende gegevens: a. naam, adres en woonplaats van de (hoofd)persoon die overnacht;

Artikel 12. Registratieplicht 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is verplicht per belastingjaar een nachtverblijfsregister bij te houden. 2. De vorm van het nachtverblijfregister is vrij, maar bevat tenminste met betrekking tot een ieder aan wie gelegenheid tot overnachten wordt verschaft, de volgende gegevens: a. naam, adres en woonplaats van de (hoofd)persoon die overnacht;

b. c. d.

aantal van het gezin of de groep waarmee men reist; datum van aankomst en datum van vertrek; het aantal overnachtingen ter zake waarvan belasting verschuldigd is.

b. c. d.

aantal van het gezin of de groep waarmee men reist; datum van aankomst en datum van vertrek; het aantal overnachtingen ter zake waarvan belasting verschuldigd is.

3. De verplichting als bedoeld in de voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van de vaste tarieven van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 6, lid 3 van deze verordening. In dit geval is de in het eerste lid genoemde verplichting beperkt tot de in het tweede lid onder sub a en c genoemde gegevens tezamen met de aanduiding (naam of nummer) van de standplaats waar wordt overnacht. 4. Voor zover op grond van andere wet- of regelgeving geen langere 3. Voor zover op grond van andere wet- of regelgeving geen langere lid 4 / 5 jaar termijn geldt, geldt voor het nachtverblijfregister een bewaartermijn van 5 termijn geldt, geldt voor het nachtverblijfregister een bewaartermijn van 7 jaar. jaar. Artikel 13. Aangifteplicht Artikel 13. Aangifteplicht 1.

De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, indien De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, indien hij hij niet binnen vier weken na afloop van het belastingjaar een uitnodiging niet binnen vier weken na afloop van het belastingjaar een uitnodiging heeft heeft ontvangen tot het doen van aangifte, binnen twee weken na afloop van ontvangen tot het doen van aangifte, binnen twee weken na afloop van deze deze termijn schriftelijk aan de aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel termijn schriftelijk aan de aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 231, 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, tot een uitnodiging tot tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, tot een uitnodiging tot het het doen van aangifte te verzoeken. doen van aangifte te verzoeken.

artikel is vervallen - in strijd met het wetboek van Strafrecht.

lid 3 / 7 jaar

lid nummer vervallen

2. De gemeente behoudt zich te allen tijde het recht voor alsnog een artikel is vervallen - staat reeds in uitnodiging tot het doen van aangifte te verzenden, dan wel, bij gebrek aan de AWR een (tijdige) aangifte door belastingplichtige, de grondslag voor de berekening van de toeristenbelasting te schatten en de belasting middels een ambtshalve aanslag op te leggen. 3. Indien beschikbaar zal de grondslag voor de aanslag als bedoeld in het artikel is vervallen - staat reeds in voorgaande lid tenminste gelijk zijn aan de grondslag van het voorgaande de AWR belastingjaar. Artikel 14. Kwijtschelding Artikel 14. Kwijtschelding Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend. Ter zake de toeristenbelasting, zoals bedoeld in deze verordening, wordt geen Bij de invordering van deze Ter zake de toeristenbelasting, kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 verleend. belasting wordt geen kwijtschelding zoals bedoeld in deze verordening, verleend. wordt geen kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 verleend.

Artikel 15. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Dit artikel is vervallen

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor de heffing en de invordering van de toeristenbelasting. Artikel 16. Inwerkingtreding en citeertitel

Dit artikel is vervallen

1. De ‘Verordening toeristenbelasting 2022’ wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 15. Overgangsrecht

Artikel 16. Inwerkingtreding en citeertitel

De ‘Verordening toeristenbelasting 2023’ wordt ingetrokken met ingang van 2022/ "derde lid" de in het tweede lid van artikel 16 genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 16. Inwerkingtreding

2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023.

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. Artikel 17. Citeertitel

Artikel 15. Overgangsrecht conform modelverordening VNG lid nummer vervallen / 2023/ tweede lid van artikel 17

Artikel 16. Inwerkingtreding conform modelverordening VNG lid 2

lid 1

lid 3 / 2023

4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening toeristenbelasting 2023.

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening toeristenbelasting 2024. 2023

lid 2 / 2024 Artikel 17. Citeertitel - conform modelverordening VNG 2024

Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 20 december 2022.

Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van [datum].

[datum]

voorzitter griffier

voorzitter griffier

20 december 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13132548/1