CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5J - Bijlage 8 Toelichting - Bodemonderzoek

Politieke commissie 22 mei 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119, De Hoef’14.744 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ACTUALISATIE - BODEMONDERZOEK DE HOEF OOSTZIJDE 119 DE HOEF GROENEHART CAMPING NOVEMBER 2023

opdrachtgever

Groenehart Camping De Hoef Oostzijde De Hoef info@groenehartcamping.nl

Projectnummer

23-3054

versie:

1

datum:

6 november 2023

LINGE MILIEU BV | BODEMONDERZOEK & ADVIES | POPPELENBURGERSTRAAT 52 | 4191 zt | GELDERMALSEN | THE NETHERLANDS T 0345 - 57 0 272

|

INFO@LING EMIL IEU.NL

|

WWW.LINGEMILIEU.NL

|

KVK TIEL 3023355 8

opgesteld door: Arjan Vlasblom Hierbij verklaar ik, Nico Verweij, het veldwerk in De Hoef uitgevoerd te hebben volgens BRL SIKB 2000 en bijbehorend protocol 2001, in okt 2023, onafhankelijk van opdrachtgever of eigenaar

1

1. Inleiding

1

2. Vooronderzoek

2

2.1 2.2

Historie en actuele situatie Bodemopbouw

3 3

3. Opzet en invulling van het onderzoek

4

3.1 3.2 3.3

Onderzoekstrategie Veldwerk onderzoek Zintuiglijke waarnemingen, chemisch onderzoek

4. Analyse, toetsing en interpretatie 4.1 4.2

5

Analyseresultaten grond Analyseresultaten asbest

Conclusie en aanbevelingen 5.1 5.2

Conclusies Betrouwbaarheid

bijlagen bijlage A: algemene toelichting onderzoek bijlage B1 analyseresultaten NEN 5740 grond bijlage B2 resultaten asbest bijlage C: boorstaten bijlage D1 kadasterkaart, historische gegevens bijlage D2 informatie Omgevingsdienst, eerder onderzoek bijlage E: situatieschets

1 bodemonderzoek De Hoef Oostzijde 119, camping, nov '23

4 5 5

6 6 7

9 9 10

1. Inleiding In oktober 2023 is in opdracht van de GroeneHart Camping te De Hoef actualisatie-bodemonderzoek uitgevoerd op het terrein aan De Hoef Oostzijde 119 in De Hoef, gemeente De Ronde Venen.

Op de locatie staat een boerderij met camping. Kadastrale gegevens van de locatie zijn Mijdrecht C, nummer 8112 en 4854. Aanleiding voor het onderzoek zijn de voorgenomen verbouwing van een stal naar appartementen en de bestemmingswijziging van een deel van de locatie. In september 2017 is verkennend bodemonderzoek door Linge Milieu BV uitgevoerd op het terrein uitgevoerd, met rapport-nr 17-2159. Aanleiding was een bestemmingswijziging. Het onderzoek is ingediend bij omgevingsdienst Utrecht. De ODRU heeft de volgende opmerkingen: Het onderzoek is te gedateerd om te kunnen gebruiken voor een bestemmingswijziging of vergunning en moet geactualiseerd worden. Omgevingsdienst heeft aangegeven dat er vermoedelijk een asbest-druppelgootlijn aanwezig is. Dat is onverharde bodem onder een asbest-dakrand zonder dakgoot. Onder de betreffende dakrand hangt echter een deugdelijke dakgoot. Van een druppelgootlijn is dus geen sprake. Omgevingsdienst Utrecht heeft opgemerkt dat lood een aandachtstof is in de regio, specifiek voor plaatsen waar kinderen spelen. De bovengrond is bij onderhavig onderzoek op lood geanalyseerd. Een deel van het terrein krijgt een andere bestemming. Dat terrein was niet betrokken bij het vorig onderzoek. Het betreft een locatie ten westen van de camping met een oppervlak van 2.500 m², kadastrale gegevens zijn Mijdrecht C 4854.

Er zijn 24 boringen over de locatie verdeeld, tot een diepte van maximaal 1.2 m-mv. De boringen op het campingterrein staan onder andere rond de stal die verbouwd gaat worden tot appartementen. Het grondwater stond op het moment van het onderzoek op 0.4 m-mv. De grond is geanalyseerd op het NEN 5740-pakket. Het grondwater was in 2017 schoon en is nu niet betrokken bij het onderzoek. Linge Milieu is een onafhankelijk bureau dat als erkend bureau is aangewezen door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Linge Milieu is geen eigenaar van het perceel in De Hoef of anderszins betrokken bij het terrein aan de Oostzijde via de eigen organisatie. Voorwaarde voor de onafhankelijkheid is verder dat er geen zakelijke connecties bestaan tussen de monsternemer (Linge Milieu) en de opdrachtgever. Een dergelijke relatie tussen de camping GroeneHart en Linge Milieu is er niet. Dit project is uitgevoerd onder certificaat volgens BRL SIKB 2000, certificaatnummer VB-051/8. Het veldwerk is uitgevoerd conform het BRL-protocol 2001, waarvoor Linge Milieu volgens het procescertificaat veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek is gecertificeerd.

In hoofdstuk 2 zijn de resultaten van het vooronderzoek gegeven, dat vooraf is gegaan aan het veldwerk. Er wordt daarbij een korte samenvatting gegeven van de huidige situatie. Hoofdstuk 3 behandelt de opzet en uitvoering van het onderzoek. In hoofdstuk 4 en 5 tenslotte worden de resultaten getoetst en worden conclusies aan de resultaten verbonden.

1

2. Vooronderzoek 2.1

Historie en actuele situatie De onderzoekslocatie betreft het perceel De Hoef Oostzijde 119 De Hoef. Kadastrale gegevens van het terrein zijn Mijdrecht C, nummer 8112 en 4854, postcode is 1426 AJ. Een kadasterkaart is opgenomen in bijlage D1. Voor het historisch onderzoek zijn gegevens gebruikt van omgevingsdienst Utrecht. Verder zijn oude kaarten, luchtfoto's, eerder onderzoek en gegevens van de opdrachtgever gebruikt. De historische gegevens zijn opgenomen in bijlage D. Algemene gegevens boerderij De boerderij is gebouwd in 1978. Voor die tijd bestond het terrein uit weiland. Langs de zuidkant van het terrein staat een lange stal (ook 1978) met een oppervlak van 530 m². Deze gaat verbouwd worden tot appartementen, net als met de stal langs de noordkant is gebeurd. Op het dak van de stal ligt asbest. Onder de dakranden is een deugdelijke, goed onderhouden dakgoot aanwezig. Deze voert het water via regenpijpen af naar de sloot langs het perceel. Een foto van de dakgoot is opgenomen in bijlage D1. Het dak gaat voor de verbouwing naar appartementen verwijderd worden. De indeling van het terrein is met enkele foto's terug te vinden in de tekening in bijlage D en E. In bijlage E zijn vijf luchtfoto's opgenomen, uit 2005, 2015, 2017, 2021 en 2023.

Er zijn in deze periode geen wijzigingen in de bebouwingsituatie of het bodemgebruik te zien, met één opmerking: het oppervlak aan verharding (beton en klinkers) voor de bebouwing is in de loop der tijd groter geworden. Dit is parkeerterrein voor de campinggasten. Conclusie van het vooronderzoek: Na het onderzoek van 2017 (zie onder) zijn er geen activiteiten uitgevoerd op het terrein die een risico geweest kunnen zijn voor eventuele nieuwe bodemverontreiniging.

Eerder onderzoek Het campingterrein heeft bij omgevingsdienst Utrecht als bodemlocatie-code AA0736000173. Er is tweemaal eerder onderzoek op het perceel uitgevoerd. Een overzicht: In 2014 is onderzoek uitgevoerd voor de realisatie van de appartementen aan de noordkant van het terrein. De bodemkwaliteit rond het gebouw was geen belemmering voor de bestemmingswijziging en verbouwing. In november 2017 is verkennend onderzoek door Linge Milieu BV uitgevoerd, met rapport-nr 172159. Opdrachtgever was Romstad BV. De tekst en tekening van het onderzoek zijn opgenomen in bijlage D2. Een samenvatting van de resultaten: I. Er zijn 15 boringen en peilbuis rond de opstallen van de boerderij en camping gezet, met als

aandachtspunten en tank en een gedempte sloot. II. In twee boringen is voor koper de interventiewaarde overschreden. Dat was in de bovengrond

van boring 1 en de ondergrond van boring 2. Deze boringen stonden aan de voorzijde van de middelste stal. In de omgeving van boring 1 en 2 stonden vier boringen waarin koper maximaal licht verhoogd was. In het rapport is opgemerkt dat het volume aan sterk verontreinigde grond waarschijnlijk kleiner is dan 25 m³. III. In twee mengmonsters grond was PAK boven de interventiewaarde verhoogd. Er zijn acht

grondmonsters individueel op PAK geanalyseerd. In vier is een overschrijding van de interventiewaarde voor PAK vastgesteld, met als hoogste gehalte 65 mg/kg ds. Het PAK is

2 bodemonderzoek De Hoef Oostzijde 119, camping, nov '23

gerelateerd aan de freesasfalt-halfverharding die op het betreffende deel van het terrein lag. Voor PAK was het volume aan sterk verontreinigde grond vermoedelijk wel groter dan 25 m³. IV. Asbest is zowel visueel als analytisch niet aangetroffen in 2017. V. Het grondwater was schoon. Alleen voor barium werd de streefwaarde overschreden.

Algemene gegevens perceel C 4854 Het perceel Mijdrecht C 4854 ligt direct langs De Hoef Oostzijde en heeft een oppervlak van 2.500 m². De contouren zijn aangegeven op tekening en luchtfoto in bijlage E. Het voornemen is dit terrein te betrekken bij de camping. Er is voor de bestemmingswijziging geen grondverzet nodig. De locatie heeft sinds medio jaren '80 een bestemming als natuur en recreatie, genaamd De Kandelaar. Langs de kant van de openbare weg ligt een dam. Deze bestaat aan de zuidkant uit zand met wat schelpen. De noordkant is geasfalteerd. Voor de volledigheid is het zand op asbest geanalyseerd. Een foto van de dam is opgenomen in bijlage D1.

Bodemkwaliteitskaart, PFAS en japanse duizendknoop Voor De Hoef is een bodemkwaliteitskaart beschikbaar. De lintbebouwing langs de Oostzijde ligt in een niet schone zone met industrie-kwaliteit voor de bovengrond. De kaart is opgenomen in bijlage D2. De grond van het terrein aan de Oostzijde is net als de rest van Nederland verdacht voor PFAS. Onderzoek naar PFAS is relevant als er grond van het terrein moet worden afgevoerd. Er is geen japanse duizendknoop waargenomen op het terrein.

2.2

Bodemopbouw Het onderzoeksterrein ligt op de tijdens het Holoceen gevormde gronden, die worden gerekend tot de Westlandformatie. De oorspronkelijke bodem ter plaatse bestaat uit klei en veen. De bovengrond rond de bebouwing van de camping is in de meeste boringen zandig tot 0.5 á 1.0 m-mv. De bodem daar onder bestaat uit humeuze klei. Er is bij het veldwerk alleen licht puin in de bovengrond aangetroffen. Het bestaat voornamelijk uit steenachtig (onverdacht) materiaal zoals baksteen. Visueel is nergens asbest waargenomen in of op de bodem. De bodem van het kadastrale perceel C-4854 bestaat uit klei, overgaand in veen op 0.5 m-mv. Er is geen puin van betekenis waargenomen in deze grond. De dam naar het terrein toe bestaat uit zand. Het zand bevat wat schelpen, maar verder geen bodemvreemd materiaal. Het maaiveld van het terrein rond de opstallen van de camping bevindt zich op 1.4 meter onder NAP. Voor het kadastrale perceel C 4854 is dat 1.6 meter -NAP. Ten tijde van het onderzoek stond het grondwater op circa 0.4 m-mv. De stromingsrichting van het freatisch grondwater is westelijk. De locatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied.

3 bodemonderzoek De Hoef Oostzijde 119, camping, nov '23

3. Opzet en invulling van het onderzoek 3.1

Onderzoekstrategie Bij het opstellen van de onderzoeksstrategie is de NEN 5740 (Strategie bij verkennend onderzoek) als richtlijn gehanteerd. Het aantal boringen en de locaties ervan is afgestemd op het doel van het onderzoek; het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit in het kader van de bestemmingswijziging van de locatie. Het grondwater is niet betrokken bij het onderzoek. Het was in 2017 schoon en voor het kadastrale perceel C-4854, waar bestemmingswijziging voor wordt aangevraagd, is de kwaliteit van het grondwater weinig relevant. Ook daar is het grondwater onverdacht en er gaat geen grondverzet plaatsvinden. Voor de toekomstige gebruikers is de kwaliteit van het grondwater ook niet relevant.

3.2

Veldwerk onderzoek Voorafgaand aan het veldwerk is een KLIC-melding gedaan en is het terrein geïnspecteerd. De boringen en bemonstering van de bodem zijn uitgevoerd volgens het BRL-protocol 2001. Het veldwerk is uitgevoerd op 30 oktober 2023, door Nico Verweij, erkend veldwerker voor het protocol. Zie ook www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu. Er zijn 24 boringen geplaatst. De locaties van de boringen zijn terug te vinden in de schets in bijlage E. De boringen zijn als volgt over de locatie verdeeld.

3.3

locatie

boringen

camping, appartementen grasland bestemmingswijziging C-4584

B1 - 12 B101 - 112

Zintuiglijke waarnemingen, chemisch onderzoek Bij alle boringen is de grond zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen en verdachte afwijkingen. De oorspronkelijke bodem ter plaatse bestaat uit klei en veen. De bovengrond rond de bebouwing van de camping is in de meeste boringen zandig tot 0.5 á 1.0 m-mv. Het zand is siltig, matig fijn en grijsbruin van kleur. De bodem onder het zand bestaat uit humeuze klei. Er is alleen licht puin in de grond aangetroffen. Het bestaat voornamelijk uit steenachtig (onverdacht) materiaal zoals baksteen. Visueel is nergens asbest waargenomen in of op de bodem. De bodem van het kadastrale perceel C 4854 bestaat uit klei, overgaand in veen op 0.5 m-mv. Er is geen puin van betekenis waargenomen in deze grond. De dam naar het terrein toe bestaat uit zand. Het zand bevat wat schelpen, maar verder geen bodemvreemd materiaal. Op basis van de doelstelling van het onderzoek en de bodemopbouw zijn vijf mengmonsters van de bovengrond samengesteld. Het zand is voor de volledigheid op asbest geanalyseerd. Daar is een mengmonster voor samengesteld van 20 grepen, totaal 12.9 kg. Tabel 2 is een overzicht van de monsters en analyses.

4 bodemonderzoek De Hoef Oostzijde 119, camping, nov '23

tabel 2: boringen en analyses nr

boringen

m-mv

NEN analyses

1 2 3

B1, 2 en 7 B3, 4, 5 en 6 B9, 10 en 11

zandig kleiig, sporen puin zand

0.0 - 0.5 0.0 - 0.5 0.0 - 0.5

NEN 5740 grond NEN 5740 grond NEN 5740 grond

4 5

B101, 102, 104 en 105 B106-109 en 111-112

klei klei

0.0 - 0.5 0.0 - 0.5

NEN 5740 grond NEN 5740 grond

6

mm dam, zand

zand

0.5

NEN 5897 asbest grond

NEN-pakket grond AS3000 - droge stof, lutum en organische stof, - zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), - PAK (10VROM) en PCB´s en olie.

5 bodemonderzoek De Hoef Oostzijde 119, camping, nov '23

4. Analyse, toetsing en interpretatie 4.1

Analyseresultaten grond De analysecertificaten en toets zijn opgenomen in bijlage B. De toets is uitgevoerd conform de BoToVasystematiek (Bodem Toets & Validatieservice). In de tabel zijn de naar standaard bodem omgerekende gehaltes opgenomen. De locaties van de boringen zijn terug te vinden in bijlage E. tabel 3 : analyses en toets grond (mg/kg ds), stand.bodem boring m-mv puin

B1, 2 en 7 B3-6 0-50 0-50 sporen

9-11 0-50 -

org.stof (%) dr.stof (%) lutum (%)

7.1 73 10.9

4.5 76.3 10.6

6.3 77.6 7.8

zw metalen barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK 10VROM PCB´s olie C10-40

43.3 0.46 100 -

-

0.29 73 -

indicatief

wonen

AW

AW

TW IW

wonen industr 101, 102, 104, 105 106-109, 111, 112 0-50 0-50 -

0.6 6.8

1.2

4.3

40 115 0.15 0.8 50 290 530 1.5 96 35 67 140 430 720 1.5 21

54 0.83 210 88

190 4.8 530 100

200 6.8

AW

15.7 61.2 12.5

27.2 60.1 18.5

0.68 77 1.0 228 5.1 42 240 -

46 1.6 187 1.6 -

industrie

industr

- : geen overschrijding van de achtergrondwaarde,

: lichte verhoging, overschrijding van de achtergrondwaarde (AW), : matige verhoging, overschrijding van de tussenwaarde (TW).

De bovengrond rond de (toekomstige) appartementen-blokken aan De Hoef Oostzijde is licht verontreinigd met koper, kwik en lood. Indicatief is deze grond AW- of wonen-kwaliteit. Dat past bij de bestemming van het terrein. In de bovengrond van het kadastrale perceel C-4854 zijn meerdere metalen boven de achtergrondwaarde verhoogd. Indicatief is deze grond industrie-kwaliteit. Dat komt overeen met de gegevens van de bodemkwaliteitskaart. De licht verhoogde gehaltes zijn geen risico voor de volksgezondheid.

Lood Lood kan ook bij gehaltes onder de interventiewaarde een risico voor de volksgezondheid vormen. Het metaal is een risico voor de ontwikkeling van hersenen van kleine kinderen. In het Handelingskader Diffuus lood in de bodem, Provincie Utrecht zijn toetsingscriteria voor lood opgenomen die gebaseerd zijn op kleine kinderen. Het criterium gaat uit van een achterstand of verlies van maximaal drie IQ-punten. Bij speelplaats kan daar sprake van zijn bij loodgehaltes vanaf 260 mg/kg ds. De kwaliteit van de bovengrond van een speelplaats is volgens de notitie voldoende als het gemiddelde loodgehalte niet boven de 100 mg/kg ds ligt. Grond met loodgehaltes hoger dan 390 mg/kg ds moet als niet geschikt voor speelplaats worden gekwalificeerd. Bij gehaltes tussen de 100 en 390 mg/kg ds wordt de bodemkwaliteit als matig beoordeeld voor een bestemming als speelplaats. In het handelingskader is opgenomen dat er altijd gestreefd moet worden naar gehaltes onder de 100 mg/kg ds. Bij gehaltes boven de 390 mg/kg ds is actie nodig. Dat kan variëren van voorlichting tot het afraden van het gebruik van het terrein als speelplaats.

6 bodemonderzoek De Hoef Oostzijde 119, camping, nov '23

Over de loodgehaltes op het terrein aan De Hoef Oostzijde kan het volgende worden opgemerkt I. Het hoogst gemeten loodgehalte rond de appartementenblokken is 100 mg/kg ds. Voor het perceel

C-4854 is dat 228 mg/kg ds. II. De bovengrond van het grasland C-4854 is matig geschikt voor een bestemming als kinderspeel-

plaats. Het onverharde terrein rond de appartementen-blokken voldoet aan de criteria voor voldoende geschikt voor speelplaats. Voor de volledigheid : Bij het onderzoek in november 2017 zijn koper en PAK sterk verhoogd aangetroffen in de bovengrond aan de voorzijde van het terrein. Deze verontreiniging zal ongewijzigd nog aanwezig zijn.

4.2

Resultaten asbest Voor het asbest-onderzoek is een mengmonster samengesteld van de zandige dam naar het kadastrale perceel C-4854. Er is bij de analyse onderscheid gemaakt in hecht-gebonden en niet-hechtgebonden asbest. Het laatste bestaat uit losse vezels en is de meest risicovolle. Het hecht-gebonden asbest is plaatmateriaal, waarvan losse vezels vrijkomen als het bewerkt wordt (zagen, snijden). tabel 4 : Analyseresultaten en toetsing grond (mg/kg ds) omschrijving monster

m-mv

aantal deeltjes gewogen gehalte visueel asbest gewicht asbest tot, gewogen < 20 mm <20 mm >20 mm > 20 mm, mg mg/kg ds

mm dam , B-4854

0.5

nul

<0.5 mg/kg ds

neen

-

<0.5 mg/kg ds

Asbest mm, < 20 mm Het lab heeft geen asbest kleiner dan 20 mm aangetoond in het mengmonster. Ook in de fijne fractie, vezels kleiner dan 0.5 mm, is niets waargenomen door het lab. Asbest mm, >20 mm Er is visueel nergens asbest waargenomen

7 bodemonderzoek De Hoef Oostzijde 119, camping, nov '23

5

Conclusie en aanbevelingen In oktober 2023 is in opdracht van de GroeneHart Camping te De Hoef actualisatie-bodemonderzoek uitgevoerd op het terrein aan De Hoef Oostzijde 119 in De Hoef, gemeente De Ronde Venen. Kadastrale gegevens van het perceel zijn Mijdrecht C, nummer 8112 en 4854. Op de locatie staat een boerderij met camping. Aanleiding voor het onderzoek zijn de voorgenomen verbouwing van een stal naar appartementen en de bestemmingswijziging van een deel van de locatie. In september 2017 is bodemonderzoek door Linge Milieu BV uitgevoerd op het terrein uitgevoerd, met rapport-nr 17-2159. Aanleiding was een bestemmingswijziging. Het onderzoek is ingediend bij omgevingsdienst Utrecht. De ODRU heeft aangegeven dat het onderzoek te gedateerd is om te kunnen gebruiken voor een bestemmingswijziging of vergunning voor de verbouwing. Een deel van het terrein krijgt een andere bestemming. Dat terrein was niet betrokken bij het vorig onderzoek. Het betreft een locatie ten westen van de camping met een oppervlak van 2.500 m², met kadastrale gegevens Mijdrecht C-4854. Er zijn 24 boringen over de locatie verdeeld, tot een diepte van maximaal 1.2 m-mv. De boringen op het campingterrein staan onder andere rond de stal die verbouwd gaat worden tot appartementen. Het grondwater stond op het moment van het onderzoek op 0.4 m-mv. De grond is geanalyseerd op het NEN 5740pakket.

5.1

Conclusies De oorspronkelijke bodem ter plaatse bestaat uit klei en veen. De bovengrond rond de bebouwing van de camping is in de meeste boringen zandig tot maximaal 1.0 m-mv. Het zand is siltig en matig fijn. De bodem onder het zand bestaat uit humeuze klei. Er is alleen licht puin in de grond in de boringen rond de twee blokken met appartementen aangetroffen. Het bestaat voornamelijk uit steenachtig materiaal zoals baksteen. Visueel is nergens asbest waargenomen in of op de bodem. De bodem van het kadastrale perceel C-4854 bestaat uit klei, overgaand in veen op 0.5 m-mv. Er is geen puin van betekenis waargenomen in deze grond. De dam naar het terrein toe bestaat uit zand. Het zand bevat wat schelpen, maar verder geen bodemvreemd materiaal.

Grond De bovengrond rond de (toekomstige) appartementen-blokken aan De Hoef Oostzijde is licht verontreinigd met koper, kwik en lood. Indicatief is de grond AW- of wonen-kwaliteit. Dat past bij de bestemming van het terrein. In de bovengrond van het kadastrale perceel C-4854 zijn meerdere metalen boven de achtergrondwaarde verhoogd. Indicatief is deze grond industrie-kwaliteit. Dat komt overeen met de gegevens van de bodemkwaliteitskaart.

Conclusie, aanbevelingen De licht verhoogde gehaltes in de bovengrond zijn geen risico voor de volksgezondheid en geen belemmering voor de verbouwing van de stal aan de zuidkant van het terrein tot appartementen en een bestemmingswijziging van het terrein. Omdat er geen tussenwaarden worden overschreden is er geen aanleiding voor verder onderzoek. Bevoegd gezag bij de beoordeling van de resultaten van het onderzoek in relatie tot de verbouwplannen en bestemmingswijziging is Omgevingsdienst Utrecht, Gemeente De Ronde Venen.

8 bodemonderzoek De Hoef Oostzijde 119, camping, nov '23

5.2

Betrouwbaarheid Linge Milieu streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Het onderhavig onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden en Kwalibo. De resultaten van het onderzoek zijn echter gebaseerd op een beperkt aantal boringen en analyses. Het in De Hoef uitgevoerde bodemonderzoek is een momentopname. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht dienen te worden bij het gebruik van de resultaten van dit rapport.

9 bodemonderzoek De Hoef Oostzijde 119, camping, nov '23

bijlage A: Toelichting onderzoek Toetsing van de analyseresultaten wordt uitgevoerd met behulp van de Botova-systematiek (Bodem Toets & Validatieservice). Deze richtlijn is van kracht sinds 1 november 2013.

achtergrondwaarde De achtergrondgehaltes voor Nederlandse bodems of detectielimiet van de toegepaste analysemethode. De achtergrondwaarden worden beschouwd als indicatieve concentratieniveaus, waarboven wel en waaronder geen sprake is van aantoonbare verontreiniging. De achtergrondwaarden zijn afhankelijk gesteld van het organische stof- en lutum(klei)gehalte.

criterium voor nader onderzoek, tussenwaarde In het kader van de Wet bodembescherming wordt nader onderzoek wenselijk geacht als er sprake kan zijn van een ernstig gevaar voor vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant of dier heeft. Als het gehalte van één of meer stoffen het criterium voor nader onderzoek overschrijdt, wordt aangenomen dat in principe sprake kan zijn van dergelijk risico. Of dit inderdaad het geval is, wordt vastgesteld in het nader onderzoek. Overigens kan afhankelijk van de situatie, ook gehalten lager dan dit criterium een nader onderzoek gewenst zijn.

interventiewaarde De interventiewaarden zijn het gehalte aan verontreiniging in grond of grondwater waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehaltes boven de interventiewaarde zijn sprake zijn van ernstige bodemverontreiniging. De interventiewaarden zijn vastgesteld voor grond, slib en grondwater en gelden voor land- en waterbodems. Voor de interventiewaarden geldt dat zowel ze humaan- als ecotoxicologisch onderbouwd zijn. Verder geldt dat ze gedimensioneerd zijn, om in geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient het gemiddelde aangetroffen gehalte minimaal 25 m 3 grond of 100 m3 grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarden. De waarden zijn afhankelijk van het organisch stof- en lutumgehalte. Als een geval van ernstige verontreiniging vastgesteld is, moet saneringsonderzoek uitgevoerd te worden.

Veldwerk Ruimtelijke verdeling boringen/peilbuizen Als er sprake is van onverdacht terrein worden de boringen ruimtelijk verdeeld. Van een verdachte locatie is sprake als er op die plaats activiteiten plaatsvinden of in het verleden plaats hebben gevonden, die kunnen leiden tot verontreiniging, ofwel als in de toekomst activiteiten gaan worden uitgevoerd die tot verontreiniging kunnen leiden. Het aantal boringen is afhankelijk van de oppervlakte van de locatie en van de mogelijke verspreiding van verontreiniging. Soms wordt gekozen voor een gecombineerde onderzoeksstrategie: de bodemkwaliteit voor het gehele terrein wordt bepaald volgens de strategie voor een onverdacht of homogeen verdacht terrein, terwijl verdachte locaties apart worden onderzocht. Bemonstering Meestal worden boringen handmatig gezet met een zogenaamde edelmanboor. In andere gevallen wordt gebruik gemaakt van een puin- of pulsboor. Soms is een verharding aanwezig die niet tijdelijk verwijderd kan worden: in beton- of asfalt worden met een diamantboor gaten geboord om de ondergrond te kunnen bereiken. Regelmatig komt het voor dat losse verhardingsmaterialen zijn aangebracht (met name puin). Om die reden moeten boringen soms (gedeeltelijk) worden uitgevoerd met een slagguts, een ramguts of een compressorhamer. In één of meer boorgaten worden peilbuizen geplaatst om grondwatermonsters te kunnen nemen.

Peilbuizen zijn PVC of HDPE buizen die over een lengte van één of twee meter zijn geperforeerd. Het filterdeel wordt zo afgesteld dat grondwater van een specifieke diepte wordt bemonsterd. In het veld wordt van elke onderscheiden bodemlaag een grondmonster genomen, met dien verstande dat afwijkende of verontreinigde bodemlagen apart worden bemonsterd. De maximale laagdikte per monster is

50 cm. De grondmonsters worden verpakt in glazen potten die volledig worden gevuld en worden afgesloten met neopreen deksels. De monsters worden gekoeld bewaard. Voor het verkrijgen van een representatief grondwatermonster wordt de peilbuis gespoeld, direct na plaatsing en voorafgaand aan de bemonstering. Bemonstering vindt in principe plaats na minimaal een week standtijd. Zintuiglijk onderzoek In het veld wordt grond opgeboord en grondwater opgepompt. De resultaten van het zintuiglijk onderzoek worden opgenomen in het rapport. Mede op basis van deze resultaten wordt beslist welke monsters op welke chemische stoffen worden geanalyseerd. Het zintuiglijk onderzoek is te splitsen in: Lithologisch onderzoek, waarbij de opgeboorde grondsoorten worden geclassificeerd. Dit is onder andere nodig omdat de natuurlijke achtergrondconcentraties van stoffen verschillen per grondsoort. Ook de adsorptie van stoffen aan bodemdeeltjes en daarmee de snelheid van verspreiding van verontreinigingen varieert met de grondsoort. Onderzoek naar verontreiniging, waarbij waarneembare afwijkingen in of aan het bodemmateriaal worden beschreven. Hierbij wordt gezocht naar zichtbaar bodemvreemd materiaal zoals puin en afval, en naar geuren van bodemvreemd materiaal, zoals olie en oplosmiddelen. Waarnemen minerale olie en vluchtige aromaten De eigenschappen van olie kunnen sterk variëren.

Zogenoemde zware oliën (lange koolstofketens) zijn niet of slecht te ruiken. Bij twijfel wordt vaak gebruik gemaakt van de 'oliepan-methode'. Daarbij wordt de grond verkruimeld in een schaal met water. Het verschijnen van een oliefilm op het water is een teken dat er olie in de grond aanwezig kan zijn. Dit kan dan worden gecontroleerd met een analyse.

Chemisch onderzoek Als bij het zintuiglijk onderzoek geen afwijkingen worden aangetroffen in de grond, mogen mengmonsters worden samengesteld, van maximaal tien monsters. Voor analyse op mengmonsters wordt gekozen om zoveel mogelijk informatie te verkrijgen tegen relatief beperkte analysekosten. Het risico hierbij is dat in het mengmonster een lichte/matige/sterke verontreiniging wordt aangetroffen, waarbij niet duidelijk is of alle monsters in dezelfde mate zijn verontreinigd, ofwel dat één of enkele monsters relatief sterk zijn verontreinigd. Indien een dergelijke situatie optreedt, dan worden in principe de individuele monsters van waaruit dat mengmonster was samengesteld, geanalyseerd op de betreffende stof. Op die manier wordt vastgesteld hoe de verontreiniging is verdeeld over de monsters. In principe wordt overgegaan op het uitsplitsen van mengmonsters als de tussenwaarde wordt overschreden. ls er sprake is van een onverdacht terrein, dan worden minimaal twee grondmengmonsters en één grondwatermonster geanalyseerd. Dit zijn de zogeheten NEN-analysepakketten. Als er sprake is van aandachtspunten waarbij bekend is om welke verontreinigende stoffen het gaat, of indien het onderzoek wordt uitgevoerd om de nulsituatie te bepalen, worden de betreffende monsters onderzocht op de relevante stoffen.

In het kader van het chemisch onderzoek worden in het algemeen monsters die tijdens het zintuiglijk onderzoek als afwijkend zijn beoordeeld, niet gemengd. Wel wordt met mengmonsters gewerkt indien een homogene afwijkende laag wordt aangetroffen, bijvoorbeeld een puinhoudende verhardingslaag. Grondwatermonsters worden in principe nooit gemengd. Voor het chemisch onderzoek worden de grond- en grondwatermonsters aangeleverd bij een onafhankelijk STERLAB laboratorium.

    

 

     













     



 















































































































































































































 





























 



 

 

 

 











  



         

 

        

  

    

 

     













































 











     

 

























































































































 

 

 

 









  



         

 

        



 

VA   

   

 



























































































































         

    

  











































































































































 



























 



         

    

  

project Certificaat toets Versie

Fractie < 2 µm Organische stof Metalen Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Lood (Pb) Zink (Zn) Minerale olie olie totaal C10-40 PCB PCB (som 7) (factor PAK PAK 10-VROM

GW GSSD AW T I > AW

De hoef oostzijde (23-3054) 2023155932 BoToVa T12 kwaliteit van grond volgens Wbb 2.0.24

B1, 2 en 7 (0-50 GW GSSD toets

GW

B3-6 (0-50 GSSD toets

10.9 7.1

10.6 4.5

GW

AW B9-11 (0-50 GSSD toets

I

555 6.8 102 115 18.1 95.8 67.5 290 430

920 13 190 190 36 190 100 530 720

7.8 6.3

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

51 0.22 4.7 31 0.38 <1.5 11 80 74

93.6 0.276 8.37 43.3 0.461 1.05 18.4 100 111

> AW > AW > AW -

30 <0.20 5.1 13 0.070 <1.5 11 22 53

56 0.193 9.24 19.5 0.0867 1.05 18.7 28.7 83.8

-

42 <0.20 5.4 23 0.23 <1.5 8.1 55 52

94.3 0.187 11.6 35.3 0.293 1.05 15.9 72.9 87.9

mg/kg ds

42

59.2

-

<35

54.4

-

<35

38.9

mg/kg ds

0.0049

0.0069

-

0.0049

0.0109

-

mg/kg ds

0.39

0.395

-

0.41

0.414

-

Gemeten waarde Gestandaardiseerde meetwaarde Streefwaarde of AW Tussenwaarde Interventiewaarde <= Achtergrondwaarde > achtergrondwaarde

T

190 0.6 15 40 > AW 0.15 1.5 35 > AW 50 140 -

190 2600 5000

0.0049 0.00778

-

0.02 0.51

1

0.38

-

1.5

40

0.379

20.8

    

 

     







     

















 























































































































































































 

 



   



 

  



         

 

        

  

    

 

     



















































     

 































































































 

 



   

  



         

 

        



 

 

VA   

   



 





















































































































         

    

  

  





         

    

  

















































































































































































 



         

    

  

project Certificaat toets Versie

De hoef oostzijde (23-3054) 2023155923 BoToVa T12 kwaliteit van grond volgens Wbb 2.0.24

B101-105 (0-50 GW GSSD toets Fractie < 2 µm Organische stof Metalen Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Lood (Pb) Zink (Zn) Minerale olie olie totaal C10-40 PCB PCB (som factor 0.7 PAK PAK 10-VROM

12.5 15.7

B106-109, 111, 112 (0-50 GW GSSD toets

AW

T

I

920 13 190 190 36 190 100 530

wonen industr

18.5 27.2

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

440 0.71 8.9 68 1.00 5.1 27 210 190

737 0.682 14.6 76.7 1.12 5.1 42 228 240

> AW > AW > AW > AW > AW > AW > AW

79 0.25 7.6 54 1.6 1.6 16 210 72

100 0.178 9.53 45.8 1.56 1.6 19.6 187 68.9

> AW > AW > AW > AW -

190 0.6 15 40 0.15 1.5 35 50 140

555 6.8 102 115 18.1 95.8 67.5 290 430

mg/kg ds

42

26.8

-

91

33.5

-

190

2600

mg/kg ds

0.0049

0.0031

-

0.0049

0.0018

-

0.02

0.51

1

mg/kg ds

1.1

0.701

-

0.74

0.269

-

1.5

20.8

40

GW GSSD AW T I

Gemeten waarde Gestandaardiseerde meetwaarde Streefwaarde of Achtergrondwaarde Tussenwaarde Interventiewaarde

> AW

<= Achtergrondwaarde > achtergrondwaarde

1,2 30 54 0,3 3 70 100 200

1,2 35 54 0,83 88 210 200

    

 

     























































































































































































     



  



 











  



         

 

      

 

VA

   

 

 









 









         

    



  

 





         

    











































 



         

    



Tabel 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1638323 : 2023155924-23-3054 : Eurofins Analytico B.V.

Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum

: 7965098 : mm A, dam perceel C-4854, Dam mm1: 0-50 : 30/10/2023

Asbestonderzoek Initialen analist Analysedatum

: I.V. : 03-11-2023

Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898 (S). Massa aangeleverde monster : Droge massa aangeleverde monster : Percentage droogrest : Type zeving : zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal

zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal

massa zeeffractie (gram) 9461,0 241,3 315,3 120,7 183,6 443,0 0,0 10764,9

12890 10995 85,3 nat

g g m/m %

percentage massa percentage zeeffractie onderzocht onderzocht (m/m %) (gram) (m/m %) 87,9 12,9 0,14 2,2 56,0 23,21 2,9 111,6 35,39 1,1 120,7 100,00 1,7 183,6 100,00 4,1 443,0 100,00 0,0 0,0 100,00 100,0 927,8

asbest totaal gehalte ondergrens bovengrens asbest (mg/kg ds) (mg/kg ds) (mg/kg ds) 0,0 0,0 0,2 0,0 0,0 0,6 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,5 0,0 0,9

Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen

aantal asbest (deeltjes) n.v.t. 0 0 0 0 0 0 0

massa asbest-houdend materiaal (mg) n.v.t. 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

serpentijn asbest gehalte ondergrens bovengrens asbest (mg/kg ds) (mg/kg ds) (mg/kg ds) 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,5

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,1 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,4

gehalte asbest (mg/kg ds)

amfibool asbest ondergrens bovengrens (mg/kg ds) (mg/kg ds)

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,1 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,4

: Geen : Geen

Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. De bepalingsgrens is bepaald voor de zeeffracties kleiner dan 4 mm. De totale bepalingsgrens is verkregen door de bepalingsgrenzen van de afzonderlijke zeeffracties te sommeren. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. Gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond

Serpentijn asbest 0,0 0,0 0,0

Amfibool asbest 0,0 0,0 0,0

totaal afgerond 0,0 0,0

Gewogen concentratie (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie) is: <0,5 mg/kg ds De gewogen asbestconcentratie wordt berekend uit de niet-afgeronde gehalten aan serpentijn en amfibool asbest. De weergegeven resultaten zijn afgerond. Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie <0,5 mm: - : geen asbest waargenomen

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: VBJT-BSXM-SRVD-UHLG

Ref.: 1638323_certificaat_v1

Tabel 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1638323 : 2023155924-23-3054 : Eurofins Analytico B.V.

Opmerkingen m.b.t. analyses Opmerking(en) algemeen De volgende informatie is indien van toepassing verstrekt door de opdrachtgever: Project omschrijving, Monsterreferentie(s), Opgegeven bemonsteringsdatum, Matrix, Monsterdiepte, Potnr (Barcode), Veldgegevens, Veldwaarnemingen en Bemonsteringsdata. De opgegeven bemonsteringsdatum kan van invloed zijn op de geldigheid van de resultaten. Asbest Individuele monsters van dit project zijn als asbest verdacht gekwalificeerd. De analysedeelmonsters zijn met beschermende maatregelen in het laboratorium in behandeling genomen. Opmerking bij project:

- Eurofins Omegam heeft het asbestonderzoek in dit/deze monster(s) uitgevoerd volgens de NEN 5898, en zoals beschreven in een aparte bijlage als onderdeel van dit analysecertificaat. Voor de analyseresultaten van het asbestonderzoek geldt dat Eurofins Omegam de analyse heeft uitgevoerd in de monsters die de opdrachtgever, zoals deze staan vermeld in de koptekst van dit analysecertificaat, zelf heeft genomen of laten nemen en aan Eurofins Omegam heeft aangeboden. Eurofins Omegam draagt geen verantwoordelijkheid inzake de herkomst en representativiteit alsmede de veiligheid tijdens de monsterneming.

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: VBJT-BSXM-SRVD-UHLG

Ref.: 1638323_certificaat_v1

Bijlage 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1638323 : 2023155924-23-3054 : Eurofins Analytico B.V.

Barcodeschema's Monstercode Uw referentie

uw monsterref.

uw diepte

uw barcode

7965098

Dam mm1

0-.5

1868232MG

mm A, dam perceel C-4854, Dam mm1: 0-50

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: VBJT-BSXM-SRVD-UHLG

Ref.: 1638323_certificaat_v1

0

01 1

50

t uin / cm t ov m aaiveld 0 zand, m at ig fijn, st erk silt ig, neut raal grijs, edelm an v een, st erk kleiig, donker bruin, edelm an

-80

t y pe g r on db or in g dat um 3 0 -1 0 -2 0 2 3 boorm eest er N ico v e r w e ij x 1 17 0 1 4.6 3 y 4 66 8 7 6.1 5

0

03 1

50 t y pe g r on db or in g dat um 3 0 -1 0 -2 0 2 3 boorm eest er N ico v e r w e ij x 1 17 0 4 6.8 9 y 4 66 8 9 0.4 1

weiland / cm t ov m aaiveld 0 klei, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal grijs, bruin, sporen bakst een, edelm an

-50

get ekend conform

02 1

50 t y pe g r on db or ing dat um 3 0 -1 0 -2 0 2 3 boorm eest er N ico v e r w e ij x 1 17 0 1 4.2 8 y 4 66 8 9 0.5 9

0

D e h oe f oost zijd e 2 3 -3 0 5 4 N EN 5 1 0 4

-40 -50

1 50

t uin / cm t ov m aaiveld 0 zand, m at ig fijn, st erk silt ig, neut raal grijs, edelm an v een, st erk kleiig, donker bruin, edelm an

04

weiland / cm t ov m aaiv eld 0 klei, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal grijs, bruin, sporen bakst een, edelm an v een, zw ak kleiig, donker bruin, edelm an

100 t y pe g r on db or ing dat um 3 0 -1 0 -2 0 2 3 boorm eest er N ico v e r w e ij x 1 17 0 5 3.7 6 y 4 66 9 0 5.6 6

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code

-40

0

-50

-100

0

05 1

50

weiland / cm t ov m aaiveld 0 klei, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal grijs, bruin, sporen bakst een, edelm an donk er bruin, edelm an

100 t y pe g r on db or in g dat um 3 0 -1 0 -2 0 2 3 boorm eest er N ico v e r w e ij x 1 17 0 6 5.4 3 y 4 66 9 0 6.8 0

0

-100

07 1

50 t y pe g r on db or in g dat um 3 0 -1 0 -2 0 2 3 boorm eest er N ico v e r w e ij x 1 17 0 5 0.5 1 y 4 66 9 9 6.6 5

-50

gras / cm t ov m aaiv eld 0 zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an

-50

0

06 1

50 t y pe g r on db or ing dat um 3 0 -1 0 -2 0 2 3 boorm eest er N ico v e r w e ij x 1 17 0 7 5.5 6 y 4 66 9 2 3.1 5

0

1

t y pe g r on db or ing dat um 3 0 -1 0 -2 0 2 3 boorm eest er N ico v e r w e ij x 1 17 0 3 6.2 7 y 4 66 9 8 5.5 2

onderzoek project code get ekend conform

D e h oe f oost zijd e 2 3 -3 0 5 4 N EN 5 1 0 4

gras / cm t ov m aaiveld 0 zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an klei, zwak silt ig, donker bruin, grijs, edelm an

100

bodem profielen sch a a l 1 :5 0

-50

08

50

weiland / cm t ov m aaiv eld 0 klei, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal grijs, bruin, sporen bakst een, edelm an

donker bruin

-50

-80

-120

0

09 1

50 t y pe g r on db or in g dat um 3 0 -1 0 -2 0 2 3 boorm eest er N ico v e r w e ij x 1 17 0 1 7.8 5 y 4 66 9 6 5.2 9

0

-50

101 1

50

gras / cm t ov m aaiv eld 0 zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an

gras / cm t ov m aaiv eld 0 klei, zwak silt ig, m at ig grindig, zw ak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an v een, zw ak kleiig, donker bruin, v eenboor

100 t y pe g r on db or in g dat um 3 0 -1 0 -2 0 2 3 boorm eest er N ico v e r w e ij x 1 16 9 0 9.8 6 y 4 66 9 5 7.0 9

-100

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

-50

D e h oe f oost zijd e 2 3 -3 0 5 4 N EN 5 1 0 4

0

10 1

50 t y pe g r on db or ing dat um 3 0 -1 0 -2 0 2 3 boorm eest er N ico v e r w e ij x 1 17 0 2 5.6 6 y 4 66 9 7 1.7 1

0

-50

102 1

50

gras / cm t ov m aaiveld 0 zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an

gras / cm t ov m aaiveld 0 klei, zwak silt ig, m at ig grindig, zw ak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an v een, zw ak kleiig, donker bruin, veenboor

100 t y pe g r on db or ing dat um 3 0 -1 0 -2 0 2 3 boorm eest er N ico v e r w e ij x 1 16 9 0 7.4 6 y 4 66 9 7 0.6 8

-50

-100

0

103

gras / cm t ov m aaiv eld 0 klei, zwak silt ig, m at ig grindig, zw ak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an

50

v een, zw ak kleiig, donker bruin, v eenboor 100 t y pe g r on db or in g dat um 3 0 -1 0 -2 0 2 3 boorm eest er N ico v e r w e ij x 1 16 8 9 9.3 6 y 4 66 9 7 5.3 1

0

1

gras / cm t ov m aaiv eld 0 klei, zwak silt ig, m at ig grindig, zw ak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an

-50

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

104 1

50 t y pe g r on db or ing dat um 3 0 -1 0 -2 0 2 3 boorm eest er N ico v e r w e ij

gras / cm t ov m aaiveld 0 klei, zwak silt ig, m at ig grindig, zw ak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14060639/1