Bijlage 5 -Toelichting
Tekst van het document
4.6
Water Bij een ruimtelijke ontwikkeling dienen waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze meegewogen te worden. De watertoets is hiervoor het toetsinstrument. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ontwikkeling en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. Dat
29
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
verkleint de kans op problemen zoals overstroming door onvoldoende veilige dijken, wateroverlast door onvoldoende bergingsmogelijkheden voor het hemelwater of een slechte waterkwaliteit. Het resultaat is een waterbestendige ontwikkeling. Maar het gaat niet alleen om het voorkomen van problemen. Ruimte voor water kan ook de ruimtelijke kwaliteit en de leefomgeving van mens en dier verbeteren. Nieuwe situaties moeten voldoen aan het principe van Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen: de hydrologische situatie dient minimaal gelijk te blijven aan de oorspronkelijke situatie. Het plangebied valt binnen het beheersgebied van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Waternet zorgt namens het waterschap voor schoon oppervlaktewater, veilige dijken en het waterpeil in de sloten en vaarten. Het beleid van AGV is verwoord in het Waterbeheerplan en diverse beleidsnota’s. In de keur van het waterschap zijn geboden en verboden opgenomen voor de bescherming van de functionaliteit van waterlopen en waterkeringen. De legger dient als basis voor de vergunningverlening door de waterbeheerder. Het waterschap hanteert het beleid dat bij het aanbrengen van meer dan 1.000 m² verharding in stedelijk gebied of meer dan 5.000 m² in landelijk gebied 10% daarvan gecompenseerd moet worden in de vorm van oppervlaktewater voor waterberging.
Door compensatie wordt voorkomen dat ernstige peilstijging optreedt door afstromend regenwater met wateroverlast tot gevolg. Er worden met de voorgenomen ontwikkeling gebouwen gesloopt en een parkeerplaats aangelegd. De parkeerplaats bestaat uit water doorlatend granulaat. Hierdoor heeft het plan een positieve bijdrage aan de waterhuishouding. Het hemelwater wordt afgevoerd naar de sloot en de appartementen worden aangesloten op het riool zodat via daar het afvalwater geloodst kan worden. Uit de landschappelijke inpassing volgt dat er knotwilgen langs de sloot worden gepland. Dit vermoeilijkt onderhoud van de sloot. De afstand tussen de knotwilgen zal echter dusdanig groot zijn, dat initiatiefnemer nog op de juiste wijze onderhoud kan verrichten aan de sloot en het blad hieruit kan verwijderen. Daarnaast ligt de planlocatie langs een regionale kering. Dit zorgt voor beperkingen voor het bouwen van bouwwerken en het uitvoeren van werkzaamheden. Op het talud wordt niet gebouwd. Ook worden er geen bomen en struiken gepland of gerooid binnen dit deel van het plangebied. De beoogde fruitboomgaard zal niet op het talud van de waterkering worden gepoot. Conclusie Het aspect water vormt derhalve geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige plan.
4.7
Externe veiligheid Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang te toetsen of risicobronnen in en/of in de nabijheid van het plangebied gevaarlijke situaties kunnen opleveren voor (beperkt) kwetsbare objecten. Daarvoor moeten de risico’s voor de bevolking in beeld worden gebracht die verbonden zijn aan gevaar veroorzakende activiteiten. Het aspect externe veiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag van of handelingen met
30
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen, transportroutes of buisleidingen. Daarvoor is verschillende wet- en regelgeving van toepassing: • Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); • Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de bijbehorende Regeling Basisnet; • Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb); Voor bedrijven is het Bevi van toepassing. Op grond van de wet- en regelgeving komt aan (beperkt) kwetsbare objecten bescherming toe met het oog op mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen. Risicocontouren Gemeente en provincie kunnen veiligheidsafstanden (plaatsgebonden risicocontour) en invloedsgebieden (groepsrisico) rond risicovolle inrichtingen of activiteiten (Bevi) bepalen op basis van berekende risico’s. Binnen de veiligheidsafstanden mogen geen (beperkt) kwetsbare objecten gelegen zijn of komen te liggen. Binnen invloedsgebieden dient het groepsrisico nader te worden verantwoord. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico is de berekende kans per jaar dat een persoon overlijdt als een rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op deze plaats permanent en onbeschermd verblijft.
Het plaatsgebonden risico wordt gebruikt om te toetsen of een risicovolle activiteit op een bepaalde plek plaats mag vinden en wat gebouwd mag worden in de directe omgeving ervan. Dit risico wordt weergegeven met een risicocontour. Deze geeft aan hoe groot in de omgeving de overlijdenskans is door een ongeval bij een risicobron: binnen de contour is het risico groter, daarbuiten is het risico kleiner. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico geeft de kans aan dat in één keer een groep mensen die zich in de omgeving van een risicosituatie bevindt, dodelijk door een ongeval wordt getroffen. Groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij het groepsrisico is het dan ook niet een contour die bepalend is, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. De verantwoording houdt in dat wordt onderbouwd of risico’s acceptabel zijn en welke maatregelen er worden genomen om de risico’s te verkleinen. Inrichtingen Uit de uitsnede van de kaart ‘veiligheidsinformatie milieubelastende activiteiten’ die op atlasleefomgeving te raadplegen is, volgt dat er in de omgeving van het plangebied enkele risicovolle inrichtingen aanwezig zijn. Het gaat in alle gevallen om propaantanks. De afstand tussen het plangebied en de propaantanks bedraagt 50 meter of meer.
31
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
•
Figuur 10: Uitsnede atlasleefomgeving kaart ‘veiligheidsinformatie milieubelastende activiteiten’
Er is geen sprake van PR 10-6 risicocontouren rondom de propaantanks, de veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit zijn van toepassing. Dit betekent voor betreffende tanks dat er tot (beperkt) kwetsbare objecten van andere inrichtingen een afstand van minimaal 15 meter dient te zijn (opslagtank met propaan > 5 m3 en < 13 m3, bevoorrading < 5 keer per jaar). De afstand tussen het plangebied en betreffende tanks voldoet gezien het bovenstaande ruimschoots aan deze minimaal benodigde afstand. Daarnaast is binnen het eigen plangebied tevens een propaantank aanwezig. Deze wordt niet verplaatst ten opzichte van de huidige situatie. De aanwezige propaantank heeft een inhoud van 8 m3 en wordt 4 tot 5 keer per jaar gevuld. De aanrijroute zal gelijk blijven aan de huidige situatie. Voor de propaantank binnen de eigen inrichting geldt op grond van het Activiteitenbesluit een minimale afstand van 7,5 meter (helft van 15 meter) op interne objecten. Ongeacht de functie van het gebouw. Aan de genoemde afstand wordt ruimschoots voldaan. Desondanks zullen er veiligheidsmaatregelen plaatsvinden rondom de propaantank. Buisleidingen In het kader van het bestemmingsplan is het aspect externe veiligheid onderzocht. Een toets aan de risicokaart ‘vervoer gevaarlijke stoffen – Buisleidingen’ heeft uitgewezen dat in de nabijheid van de ontwikkeling zich geen risicovolle inrichtingen bevinden.
Vervoer van gevaarlijke stoffen vindt niet in de directe omgeving van het plangebied plaats. De dichtstbijzijnde gasleiding is van de Gasunie en ligt op circa 1,5 km. Gelet op de afstand tot de buisleiding en de lage persoonsdichtheid, kan er vanuit worden gegaan dat ook met de realisatie van het kampeerterrein, de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden.
32
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
Circa 1,6 km
•
Figuur 11: Uitsnede atlasleefomgeving kaart ‘vervoer gevaarlijke stoffen – Buisleidingen’
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor dit plan.
4.8
Verkeer en parkeren Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op het aantal verkeersbewegingen en het aantal benodigde parkeerplaatsen in en/of rondom het plangebied. Het is daarom van belang om inzichtelijk te maken welke veranderingen er kunnen treden en of deze effect hebben op de verkeersafwikkeling en parkeerbehoefte. In dit geval is hiervoor gebruik gemaakt van CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ (december 2018). Daarnaast is een verkeersonderzoek opgesteld. Tot slot geldt sinds 19 januari 2024 het Mobiliteits- en verkeersveiligheidsplan 2023-2030. 4.8.1 Verkeersbewegingen In 2021 is door Bureau de Groot Volker een verkeersonderzoek en -advies opgesteld. Dit onderzoek is medio november 2023 geactualiseerd en in de zomer van 2024 nogmaals uitgevoerd. Het gehele onderzoek wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. Op deze plaats volstaat dan de conclusie van het meest recente onderzoek. Het onderzoek ziet op de huidige vergunde situatie. Op De Hoef Oostzijde is ter hoogte van huisnummer 119 een mechanische verkeerstelling
33
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
uitgevoerd. Op het wegvak tussen de Hoofdweg en de Schattekerkerweg zijn op een gemiddelde weekdag in het hoofdseizoen van 2024 258 motorvoertuigen geregistreerd. De verkeersgeneratie is berekend voor de huidige en voor toekomstige functies binnen het onderzoeksgebied. Hiervoor is gebruik gemaakt van de kengetallen voor verkeergeneratie die zijn uitgegeven door het CROW. De berekende hoeveelheid verkeer is vervolgens verdeeld over de ontsluitingswegen. Door de functie veranderingen nemen de intensiteiten op De Hoef Oostzijde toe van 258 motorvoertuigen per etmaal in de huidige situatie naar 356 motorvoertuigen per etmaal in de toekomstige situatie. De Hoef Oostzijde is een zogenaamde erftoegangsweg type 2 met een capaciteit van circa 800 tot 1000 motorvoertuigen per etmaal. Ter voorkoming van bermschade worden bij de huidige verhardingsbreedte een intensiteit van circa 350-400 motorvoertuigen per etmaal aanbevolen. Met de berekende hoeveelheid van 356 motorvoertuigen per etmaal worden hierbij geen problemen verwacht. 4.8.2 Parkeren Door het beëindigen van de (voormalige) varkenshouderij in het plangebied vervalt in de beoogde nieuwe situatie de bijbehorende parkeerbehoefte. Door de overgang naar een volwaardige recreatieve bestemming zal hiermee de parkeerbehoefte toenemen. Uitgangspunt is dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
Waar deze bestaand aanwezig is, heeft de in het plangebied voorgenomen ontwikkeling wat de bedrijfswoning betreft geen effect op het aantal benodigde parkeerplaatsen. Hoogseizoen De gemeente de Ronde Venen heeft parkeernormen vastgesteld. Deze normen bevatten echter geen kencijfer voor de parkeerbehoefte van de functie vakantieappartement. Wel is hierin voor de functie bungalowpark (huisjescomplex) een parkeerkencijfer gegeven per bungalow. Voor een bungalowpark, gelegen in buitengebied komt het kencijfer neer op gemiddeld aantal van 2,1 parkeerplaatsen per bungalow. Er zijn 21 recreatieve nachtverblijven in de gewenste ontwikkeling. Dat betekent dat er gemiddeld 44,1 parkeerplaatsen voor benodigd zijn. Voor een kampeerterrein geldt een gemiddeld aantal parkeerplaatsen van 1,2 per standplaats. Dat betekent dat er gemiddeld 48 parkeerplaatsen benodigd zijn. De woning heeft een parkeernorm van 2,4. Dit komt neer op 94,5 parkeerplaatsen totaal. Laagseizoen In het laagseizoen worden de 21 recreatieve nachtverblijven ook verhuurd. Dat betekent dat er ook gemiddeld 44,1 parkeerplaatsen voor benodigd zijn in het laagseizoen. De aanwezige groepsruimtes zullen in het laagseizoen eens per week worden verhuurd als multifunctionele ruimte. Er kan hierbij niet worden aangesloten bij bestaande parkeernormen van de gemeente de Ronde Venen.
Beide ruimtes samen hebben een vloeroppervlak van 135 m2. Voor de functie restaurant/feestzaal zijn alleen kengetallen voor het bepalen van de parkeervraag beschikbaar. Volgens het CROW wordt voor deze functie een parkeervraag van circa 15 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo aangehouden (niet stedelijke omgeving). Dit komt neer op 21 parkeerplekken. Voor deze functie wordt aangenomen dat de turnover maximaal 1 keer per dag is. De functie restaurant/feestzaal op deze locatie wijkt af van die
34
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
van een doorsnee zelfstandig restaurant om deze reden kan niet volledig worden aangesloten bij de kengetallen uit de CROW. Voor de verhuur van de zalen in het laagseizoen wordt uitgegaan van een worst case scenario waar bij de parkeernorm van de discotheek wordt aangesloten. Deze bedraagt 20,8 per 100 m2. Inclusief de parkeernorm van de woning komt de parkeerbehoefte neer op maximaal 95,6 parkeerplaatsen. Hierbij kan geconcludeerd worden dat de totaal beschikbare parkeerplaatsen volstaan voor de behoefte. Conclusie Er worden 96 parkeerplaatsen gerealiseerd. Zie hiervoor bijlage 3. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde normen.
4.9
Duurzaamheid Duurzaamheid is een integraal onderdeel van de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Duurzaam bouwen staat voor het ontwikkelen en beheren van de gebouwde omgeving met respect voor mens en milieu. Gezondheids- en milieuaspecten zijn in alle fasen van de inrichting, de bouw en het gebruik van de gebouwde omgeving van belang. Er wordt gestreefd naar duurzame ontwikkeling, lage milieubelasting, energieneutrale bebouwing en behoud en versterken van de kwaliteit van de gebouwde omgeving. De Ronde Venen zet zich om vanaf 2050 een klimaatneutrale gemeente te zijn. Onder klimaatneutraal verstaat de gemeente dat alle activiteiten en processen op het gemeentelijk grondgebied geen bijdrage meer leveren aan klimaatverandering in de vorm van CO2uitstoot. Dit wil de gemeente bereiken met verschillende projecten. Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt aandacht besteed aan duurzaamheid. Allereerst stopt initiatiefnemer met een intensieve veehouderij. Daarnaast heeft initiatiefnemer enkele asbestdaken reeds verwijderd en zal in de toekomst overige astbestdaken verwijderen en zonnepanelen aanschaffen om zelfvoorzienend te zijn. Daarnaast wordt een bestaande varkensschuur omgebouwd tot recreatieappartementen en goed geïsoleerd. Er wordt veel gebruik gemaakte van natuurlijke en duurzame materialen in de vorm van hekwerken, speeltoestellen, picknickplekken en waterdoorlatende tegels.
De speeltoestellen worden voornamelijk geconcentreerd op het campingterrein op de noordwestzijde. Conclusie Het plan voldoet aan besteed in voldoende mate aandacht aan het onderwerp duurzaamheid.
4.10
Vormvrije M.E.R. beoordeling Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor voor die activiteiten het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of verrichten van een m.e.r.-beoordeling nodig is. Welke activiteiten m.e.r.(beoordelings)plichtig zijn, is in regelgeving vastgelegd met het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r. benoemt de activiteiten, plannen en besluiten ten aanzien waarvan het opstellen van een
35
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
m.e.r. verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waar een m.e.r.-beoordeling voor moet worden verricht. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op een ontwikkeling, waarbij de (voormalige) varkenshouderij ter plaatse van het plangebied beëindigd wordt en wordt omgeschakeld naar een volledige recreatieve bestemming. Op de D-lijst onder categorie D 10 lid d. geldt voor het onderdeel ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van permanente kampeer- en caravanterreinen’ een drempelwaarde van 250.000 bezoekers of meer per jaar, een oppervlakte van 25 hectare of meer, 100 ligplaatsen of meer of een oppervlakte van 10 hectare in een gevoelig gebied. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt ruimschoots onder deze drempels gebleven. Desondanks is er een vormvrije m.e.r. – beoordeling opgesteld. Conclusie Voor dit bestemmingsplan is een vormvrije m.e.r. – beoordeling opgesteld.
36
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
Hoofdstuk 5. Uitvoerbaarheid 5.1
Economische uitvoerbaarheid Het plan betreft een particulier initiatief, waarvan alle kosten en risico’s voor rekening van de initiatiefnemer komen. De initiatiefnemer, die eigenaar van de betreffende woning en de gronden is, fungeert als financiële drager. Eventuele planschade komt eveneens voor rekening van de initiatiefnemer. Voor het overige zijn er geen gemeentelijke financiën met het plan gemoeid. Overeenkomstig de bepalingen in hoofdstuk 6 van de Wet ruimtelijke ordening is voor voorliggende ontwikkeling geen exploitatieplan noodzakelijk. Het kostenverhaal vindt immers plaats via leges.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2.1 Omgevingsdialoog De gemeente wil dat voor iedere ontwikkeling die wijziging of afwijking van het geldende bestemmingsplan vraagt, een omgevingsdialoog gehouden wordt. Dit om omwonenden in een vroegtijdig stadium bij ontwikkelingen te betrekken, zodat mogelijke wensen of opmerkingen te bespreken en verwerken zijn. Initiatiefnemer heeft zodoende in het kader van dit bestemmingsplan een omgevingsdialoog gehouden met omwonenden over de ontwikkeling die hij beoogt in het plangebied. Initiatiefnemer is langs de deuren geweest en vier omwonenden hebben aangegeven akkoord te zijn met de plannen. Een van de buren heeft aangegeven dit niet te zijn. Initiatiefnemer heeft daarom op 4 april 2022 met deze buren, inclusief gemeente en een onafhankelijke plattelandscoach een omgevingsdialoog gehouden in het kader van de participatie. De plattelandscoach heeft hier een verslag van gemaakt. Een afschrift hiervan is bijgevoegd als bijlage bij dit bestemmingsplan. Daarnaast heeft op 10 september 2024 nogmaals een participatieoverleg plaatsgevonden. Ook hiervan is een afschrift opgenomen als bijlage bij dit bestemmingsplan. 5.2.2 Vooroverleg Op deze herziening van het geldende bestemmingsplan is het wettelijk vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening van toepassing.
De gemeente heeft ten behoeve hiervan een concept van onderhavig plan toegezonden aan relevante overheden en instanties. Het waterschap heeft opmerkingen gemaakt welke het afvalwater, de knotwilgen en de regionale kering betroffen. De provincie Utrecht heeft opmerkingen gemaakt over de ruimtelijke kwaliteit. De veiligheidsdienst heeft een opmerking gemaakt betreffende de propaantank. Alle opmerkingen zijn in voorliggend bestemmingsplan verwerkt. 5.2.3 Formele procedure De gemeente brengt dit bestemmingsplan in procedure volgens het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit betekent dat het ontwerpplan voor een termijn van zes weken voor iedereen ter inzage heeft gelegen. Gedurende de terinzageperiode is er één zienswijze ingediend. Daarnaast heeft er in deze periode ook een inloopavond plaatsgevonden, hier is beperkt gehoor aan gegeven. De eventueel ingebrachte zienswijzen worden behandeld in de zienswijzenota. De eventuele wijzigingen t.o.v. het ontwerp zullen hierin worden verwoord.
37
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
Na vaststelling wordt het wijzigingsplan voor de tweede maal zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kan een ieder beroep instellen tegen het vaststellingsbesluit bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan er beroep worden ingesteld tegen de eventuele gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking. Gezien een ieder de mogelijkheid heeft om te reageren op het bestemmingsplan door het kenbaar maken van zienswijzen, wordt na afloop van de hierboven beschreven procedure het plan als maatschappelijk uitvoerbaar beschouwd.
38
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
Hoofdstuk 6. Juridische planbeschrijving 6.1
Algemeen Het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de planregels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van deze gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van het plangebied juridisch is vertaald.
6.2
Verbeelding De verbeelding geeft de bestemmingen van de gronden aan. In de planregels staat per bestemming en aanduiding vastgelegd wat de beperkingen en mogelijkheden van de gronden met de bestemming, zoals aangegeven op de verbeelding, zijn.
6.3
Planregels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. Hoofdstuk 1. Inleidende regels Dit zijn de inleidende bepalingen van de regels en hier komen de onderstaande artikelen in voor: • Artikel 1. Begrippen • Artikel 2. Wijze van meten In artikel 1 worden de definities gegeven van een aantal in de regels voorkomende begrippen. Hierbij is zoveel mogelijk aangesloten bij de begrippen zoals opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied-West’ van de gemeente De Ronde Venen zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 21 februari 2019. Hoofdstuk 2. Bestemmingsregels In dit hoofdstuk 2 staan de bepalingen voor de volgende bestemmingen: • Artikel 3. Agrarisch met waarden – Natuurwaarden • Artikel 4. Recreatie – Verblijfsrecreatie kampeerterrein • Artikel 5. Waarde - Archeologisch waardevol (verwachtings)gebied • Artikel 6. Waterstaat – Waterkering
39
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
Voor vrijwel het gehele plangebied geldt de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie kampeerterrein’. Binnen deze bestemming zijn maximaal 40 kampeerplaatsen, 18 appartementen en 3 trekkershutten toegestaan. De camping is in het hoogseizoen geopend. De appartementen en de trekkershutten kunnen het gehele jaar worden verhuurd. Permanente bewoning is niet toegestaan. Ondergeschikte horeca is binnen deze bestemming toegestaan en de verhuur van de multifunctionele recreatieruimtes zijn gemaximaliseerd. Daarnaast geldt ook voor een klein gedeelte de bestemming ‘Agrarisch met waarden Natuurwaarden’. Hier mogen enkel ruimtelijke ondergeschikte agrarische activiteiten ten behoeve van de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie kampeerterrein’ plaatsvinden. Daarnaast gelden de bestemmingen ‘Waarde - Archeologisch waardevol (verwachtings)gebied’ en ‘Waterstaat – Waterkering’. De bouw- en gebruiksregels behorende bij deze bestemmingen zijn opgenomen in artikel 3, 4, 5 en 6. Hoofdstuk 3. Algemene regels De algemene regels staan in hoofdstuk 3 van het bestemmingsplan. Ook hierbij is aangesloten bij de algemene regels uit bestemmingsplan ‘Buitengebied-West’ van de gemeente De Ronde Venen zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 21 februari 2019. • Artikel 7. Antidubbeltelregel • Artikel 8. Algemene bouwregels • Artikel 9. Algemene aanduidingsregels • Artikel 10.
Algemene afwijkingsregels • Artikel 11. Algemene wijzigingsregels • Artikel 12. Overige regels Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 bevat de laatste bepalingen van de bestemmingsregels: • Artikel 13. Overgangsrecht • Artikel 14. Slotregel
40
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
Bijlagen Bijlage 1: Situatietekening huidige situatie Bijlage 2: Situatietekening huidige bebouwing en gebruik Bijlage 3: Situatietekening gewenste situatie Bijlage 4: Situatietekening gewenste bebouwing en gebruik Bijlage 5.1: Toelichting landschappelijk inpassingsplan Bijlage 5.2: Tekening landschappelijk inpassingsplan Bijlage 5.3: Overzichtstekening landschappelijk inpassingsplan Bijlage 6: Aeriusberekeningen Bijlage 7: Quickscan flora en fauna Bijlage 8: Bodemonderzoek Bijlage 9.1: Verkeersonderzoek 2021 Bijlage 9.2: Verkeerstelling 2024 Bijlage 9.3: Verkeersonderzoek 2024 Bijlage 10: Verslag buurtparticipatie Bijlage 11: Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bijlage 12: Akoestisch onderzoek Bijlage 13: Nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen
41
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’
42
Toelichting bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119 te De Hoef’