Bijlage 5 - Toekomstvisie 2040 SGL
Tekst van het document
Toekomstvisie 2040 Recreatieschap Stichtse Groenlanden en (aanliggend) Staatsbosbeheer
Rapport 8 januari 2025
Inhoudsopgave 1.
Inleiding en leeswijzer
2
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Doel van de toekomstvisie Totstandkoming visie De opbouw van de visie
2 2 3 4
2.
Opgaven
6
3.
Visie en strategie
9
3.1 Visie 3.2 Strategie
9 11
4.
15
Recreatiezonering
4.1 Wat is (het doel van) recreatiezonering? 4.2 De vier zones 4.3 Huidige situatie zonering en gewenste zonering
15 15 16
5.
Uitwerkingen per cluster
19
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
Cluster 1 – Utrecht Zuid-Zuidoost Cluster 2 – Utrecht Noord Cluster 3 – Utrecht West Cluster 4 – Utrecht Zuid-Zuidwest Cluster 5 – Vinkeveense Plassen Cluster 6 – Gebieden langs de Lek Cluster paden en routes Gebiedsoverstijgende thema’s
20 25 30 34 39 44 50 52
6.
Financiën
54
6.1 Financiële situatie Stichtse Groenlanden 6.2 Financiële situatie Staatsbosbeheer 6.3 Ontwikkeling van kosten voor beheer en investeringen 6.4 Financiële ‘knoppen om aan te draaien’ 6.5 Overzicht financiële consequenties per cluster
54 55 57 58 62
Bijlage 1 Overzicht gebieden per cluster
64
Bijlage 2 Overzicht huidige en gewenste zonering
67
Aangeboden aan Stichtse Groenlanden en Staatsbosbeheer 8 januari 2025 Projectnummer (Bureau BUITEN) 2024-2147
Auteurs Anneke van Mispelaar Daphne van der Veer Nynke Meeske Martijn Noordermeer Isabella Hol Daniel Barrero
1
1. Inleiding en leeswijzer De recreatie- en natuurgebieden van Recreatieschap Stichtse Groenlanden (SGL) en Staatsbosbeheer (SBB) zijn van essentieel belang voor de gezondheid van mensen, voor planten en dieren en om ons voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering. Meer dan vier miljoen bezoekers1 maken jaarlijks gebruik van de ca. 3.100 hectare recreatie- en natuurgebieden rond de stad Utrecht. Het Recreatieschap en Staatsbosbeheer hebben behoefte aan een nieuwe toekomstvisie tot 2040 voor deze gebieden. Voor u ligt de visie voor alle terreinen rond de stad Utrecht van het Recreatieschap Stichtse Groenlanden en Staatsbosbeheer samen. 1.1 Aanleiding In de samenwerkingsovereenkomst tussen Recreatieschap Stichtse Groenlanden en Staatsbosbeheer is afgesproken om de gebieden van Recreatieschap Stichtse Groenlanden en de aanliggende gebieden van Staatsbosbeheer en hun routestructuren in samenhang verder te ontwikkelen. Daarom wordt er gewerkt aan een gezamenlijke toekomstvisie 2040. Daarnaast lopen de bestaande ontwikkelplannen van het recreatieschap binnenkort af. Het recreatieschap wil graag kunnen inspelen op toekomstige kansen en ontwikkelingen, zoals de toenemende behoefte aan groene recreatieruimte, en de (beperkte) beschikbare middelen optimaal benutten.
De toekomstvisie gaat over de gebieden van Recreatieschap Stichtse Groenlanden en de aanliggende gebieden van Staatsbosbeheer (zie hiervoor de overzichtskaart op pagina 5). In totaal is dit ongeveer 3.100 hectare: 1.780 hectare in beheer bij Staatsbosbeheer en 1.310 hectare bij Recreatieschap Stichtse Groenlanden (waarvan 806 ha SGL-A en 506 ha SGL-B). Ruimtelijk zijn de gebieden ingedeeld in 6 clusters. Onderstaande tabel en bijlage 1 geven daarvan een overzicht. Tabel 1: Overzicht oppervlakte gebieden per cluster (hectare) Cluster
SBB
SGL-A
SGL-B
Totaal
Cluster 1: Utrecht Zuid-Zuidoost
183,6
103,9
287,5
Cluster 2: Utrecht Noord
809,5
220,6
1030,1
Cluster 3: Utrecht West
16,4
73,2
89,6
Cluster 4: Utrecht Zuid-Zuidwest
176,8
84,6
261,4
Cluster 5: Vinkeveense Plassen
409,9
Cluster 6: Gebieden langs de Lek
186,4
324,0
1.782,6
806,3
Totaal
506,0
915,9 510,4
506,0
3.094,9
1.2 Doel van de toekomstvisie De toekomstvisie tot 2040 geeft de koers weer hoe de gebieden en routestructuren toekomstbestendig te ontwikkelen en te beheren, om zo goed mogelijk aan te sluiten bij de verwachtingen en wensen voor recreatief gebruik, in samenhang met integrale opgaven. Een integrale benadering draagt bij aan een verbeterde ruimtelijke kwaliteit, efficiënter beheer en kostenbesparingen door een meer coherente aanpak van onderhoud en ontwikkeling en een optimale balans in recreatievoorzieningen en natuurbehoud. De toekomstvisie vormt een bestuurlijk handelingskader om transparante en voorspelbare keuzes te kunnen maken.
1 Bron: Bezoekersonderzoek recreatiegebieden Utrecht, 2023
2
In de toekomstvisie wordt de gewenste ontwikkeling van de gebieden geschetst, gericht op het verbinden van de recreatievraag van gebruikers en het aanbod in gebieden. Dit heeft hiermee verschillende doelen: • Het scheppen van handelingsperspectief voor Recreatieschap Stichtse Groenlanden en Staatsbosbeheer. • Richting geven aan de ontwikkelingen de komende 15 jaar. • Efficiënt inrichten van beheer en onderhoud. • Aangeven aan de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling waar het schap zich de komende jaren op gaat richten. De toekomstvisie bestaat uit twee onderdelen: a. Zes gebiedspaspoorten en een paspoort voor routes en paden, die een overzicht geven van de stand van zaken van de gebieden, de huidige kwaliteiten, knelpunten/issues/risico’s, kansen, en richtinggevende uitspraken voor de (clusters van) gebieden en routestructuren. De analyse in de paspoorten vormt de gezamenlijke basis voor de toekomstvisie. b. De toekomstvisie tot 2040 voor de gebieden en routestructuren van het Recreatieschap en Staatsbosbeheer. Focus van de toekomstvisie In deze visie omschrijven we de ontwikkelrichtingen vanuit het perspectief van recreatie en natuur. Kansen voor integrale ontwikkeling (bijvoorbeeld voor erfgoed en landschap) worden benoemd, maar voor meer informatie verwijzen wij naar de achterliggende stukken waarin die opgaven aan bod komen (zie hiervoor de gebiedspaspoorten).
De grootschalige uitbreiding van groen voor natuur en recreatie is onderwerp van Groen Groeit Mee, de provincie, de individuele gemeenten en GIOS. De toekomstvisie gaat in hoe vanuit Stichtse Groenlanden en Staatsbosbeheer bijgedragen wordt aan voldoende en toekomstbestendig recreatiegroen. 1.3 Totstandkoming visie Voor het opstellen van de visie hebben Bureau BUITEN en Feddes/Olthof Landschapsarchitecten samengewerkt met medewerkers van de gemeenten, Staatsbosbeheer, provincie en andere stakeholders. Belangrijke bouwstenen voor de visie zijn: • Gebiedsbezoeken aan alle clusters en de meeste gebieden, samen met vertegenwoordigers van het Recreatieschap, Staatsbosbeheer en enkele gemeenten; • Bureau-onderzoek waarbij veel achtergronddocumenten, plannen, visies en studies van gemeenten, provincie, het Recreatieschap en Staatsbosbeheer zijn geraadpleegd (zie de bronnenlijsten in de gebiedspaspoorten); • Gesprekken met beheerders, BOA’s en andere betrokkenen bij de verschillende gebieden; • De inbreng van stakeholders, gemeenten, provincie, het Recreatieschap en Staatsbosbeheer over de gebiedspaspoorten en de conceptvisie, opgehaald tijdens drie bijeenkomsten (1 digitaal en 2 fysiek in september en november) en de drie schriftelijke rondes waar op de (tussen)stukken gereageerd is.
De geschetste ontwikkelrichtingen zijn (naast bovenstaande inbreng) gebaseerd op de expertise en het advies van Bureau BUITEN en Feddes/Olthof Landschapsarchitecten, waarbij is voortgebouwd op bestaande plannen, trajecten en visies voor de gebieden. Er heeft voor de visie op dit regionale schaalniveau geen participatie plaatsgevonden met andere belanghebbenden zoals omwonenden en ondernemers. Dit is aan de orde bij de uitwerking van de visie in concrete plannen. Voor de begeleiding van het traject was regelmatig contact met de projectleider en de kerngroep vanuit Stichtse Groenlanden en Staatsbosbeheer, en deelnemers van het Recreatieschap (provincie en gemeenten). Medewerkers van Staatsbosbeheer hebben intern gezamenlijk gekeken naar de gebieden
3
van Recreatieschap Stichtse Groenlanden en Staatsbosbeheer, waardoor er meer uitwisseling en synergie is ontstaan.
1.4 De opbouw van de visie Voor de zes cluster zijn er gebiedspaspoorten, en er is een paspoort voor de paden en routes. Dit zijn zeven separate documenten met informatie over de huidige situatie en achtergronden en ze zijn afzonderlijk zijn te raadplegen. Dit document vormt samen met de gebiedspaspoorten één geheel. In dit document gaan we in op: 1. De opgaven (hoofdstuk 2) die volgen uit de analyse van kansen en knelpunten binnen de clusters en gebieden. De inventarisatie van kansen en knelpunten per gebied is te vinden in de gebiedspaspoorten. 2. De visie en strategie met daarbij ontwikkelrichtingen hoe om te gaan met de opgaven (hoofdstuk 3). 3. Informatie over de toepassing van recreatiezonering, als één van de middelen om gebieden en routestructuren toekomstbestendig te ontwikkelen en te beheren (hoofdstuk 4). 4. Een visiehoofdstuk met duidelijke richtingen per cluster (hoofdstuk 5). 5. Financiële implicaties van de visie op hoofdlijnen (hoofdstuk 6).
4
5
2. Opgaven In de gebiedspaspoorten zijn voor de clusters met bijbehorende deelgebieden kansen en knelpunten verzameld. Uit de analyse hiervan komen een aantal kansen en knelpunten telkens naar voren. Deze knelpunten leiden tot vijf opgaven. Hierna lichten we deze opgaven toe.
Toenemende en veranderende recreatiebehoefte
Beperkte middelen voor beheer en investeringen
Realiseren/versnellen van bestaande ambities en plannen voor de gebieden
Creëren van overzicht (zonering) en sturen op variatie en balans
Rekening houden met klimaatverandering
1. Er is een toenemende en veranderende recreatiebehoefte • De behoefte aan groenblauwe recreatieruimte neemt toe door de groei van het aantal inwoners en toenemende behoefte. Tot 2040 neemt het aantal woningen in de regio toe met ruim 100.0002. • De gebieden bieden veel verschillende aanknopingspunten voor belevingen op het gebied van natuur, erfgoed, ondernemerschap, bewegen, sporten en ontspanning. Wel zijn sommige gebieden ‘onbeduidend’ of verouderd; de inrichting is niet aangepast aan de wensen van de recreanten van nu en de toekomst. Zo is er bijvoorbeeld meer behoefte aan bewegen en sporten in de buitenlucht, zelf (re)creëren in het groen, en aan horeca en activiteiten. Landschap, biodiversiteit, erfgoed en ondernemerschap bieden kansen om beleving en identiteit van de gebieden te versterken. • Recreatie is steeds meer actief: fietsen, wandelen, varen en andere vormen van routegebonden recreatie nemen toe. Daarnaast vindt er diverser recreatiegedrag plaats (bijv. hardlopen, suppen, zwemmen in open water, racefietsen, bootcampen, et cetera) waardoor de scheidslijn tussen recreatie, bewegen en sport dunner wordt. Het feit dat recreatie steeds meer actief is, is goed met het oog op het gezondheidseffect van recreatie, maar het brengt ook uitdagingen met zich mee.
Het vraagt om bredere fietspaden, meer wandel- en fietsverbindingen en meer mogelijkheden voor de (kleine) waterrecreatie. De ambitie van het UPLG om groenblauwe dooradering van het landelijk gebied te benutten helpt bij het realiseren van onverharde paden en (kleine) waterrecreatie. Verharde paden voor wandelen en fietsen zijn in aanleg en beheer relatief prijzige voorzieningen, maar hebben een grote recreatieve impact. • De verschillende gebruikers van de natuur- en recreatiegebieden, waaronder fietsers, wandelaars, sporters en mensen die hun hond uitlaten, hebben effect op natuur en de beleving. Een deel van de recreanten gebruikt de gebieden (inclusief het water), zonder rekening te houden met de gebruiksregels, de natuur en anderen. Dit zorgt voor regiobrede knelpunten: er is beperkte capaciteit voor handhaving en er is vandalisme en overlast in veel van de gebieden. Dit maakt dat er duidelijke toegangs- en gedragsregels voor alle verschillende gebruikers nodig zijn. Zie ook paragraaf 5.8. 2. Er zijn beperkte middelen voor beheer en investeringen • De middelen voor beheer en investeringen in natuur- en recreatiegebieden staan onder druk (zie ook hoofdstuk 6.1 en 6.2). Ook het uitbreiden van recreatiegebieden zorgt voor meer 2
Bron: Utrecht10.nl
6
• •
beheer- en onderhoudskosten waarvoor eerst budget gevonden moet worden, voordat de plannen hiervoor gemaakt kunnen worden. Er bestaan geen nationale of provinciale investeringsprogramma’s voor recreatie. Hoewel het maatschappelijk belang van groen breed wordt onderschreven, blijft het vinden van financiële middelen voor investeren in en beheren van recreatie en groen een grote opgave. Om ‘groen en blauw’ echt mee te laten groeien met de bevolkingsontwikkeling moet de opgave onderdeel zijn van het reguliere investeringsproces in (integrale) gebiedsontwikkelingen. Het programma Groen Groeit Mee verbindt de brede waarde van groen en blauw aan geldstromen en mechanismen om samen te investeren in (recreatief) groen en water.
3. Creëren van overzicht (zonering) en sturen op variatie en balans • Het ontbreekt op dit moment aan een duidelijk overzicht van samenhang tussen de verschillende gebieden van Recreatieschap Stichtse Groenlanden en Staatsbosbeheer. Daarnaast is het op dit moment in sommige gebieden te druk, terwijl er in andere gebieden juist nog ruimte is voor recreatieve ontwikkeling en meer recreanten. Het op grotere schaal kijken naar de gebieden maakt het mogelijk om meer vraaggericht te werken en daarmee beter in te spelen op de behoeften van de recreant. Zonering dient hierbij als waardevol middel om overzicht te creëren en te zorgen voor een betere balans in de verschillende gebieden. • Een aantal gebieden liggen geïsoleerd voor gebruikers, waardoor ze minder worden bezocht. De vraag is of bezoek hier wel noodzakelijk en passend is. Omdat deze gebieden wel beheerd moeten worden en hier kosten mee gemoeid gaan is dit een opgave. • In sommige gebieden is er een sterke scheiding zichtbaar tussen recreatie en natuur, en tevens is er weinig variatie tussen gebieden die dicht bij elkaar liggen. Om te voldoen in de veranderende recreatiebehoefte is variatie, beleving en balans belangrijk. Hier kan op ingezet worden met behulp van zonering, en de strategie om op sommige plekken te intensiveren en op sommige plekken te extensiveren (zie ook hoofdstuk 3). 4.
Realiseren van bestaande ambities en plannen voor de gebieden • Voor verschillende deelgebieden zijn er plannen met duidelijke ambities opgesteld, maar een groot deel van deze plannen komen maar langzaam van de grond. Het is belangrijk deze plannen en ontwikkelingen te versnellen en daadwerkelijk te realiseren, met het oog op de recreatiebehoefte in verband met woningbouw in de toekomst. Commercieel en sociaal ondernemerschap biedt kansen om recreatiewaarde en beleving van de gebieden te versterken. De exploitatie-inkomsten zijn noodzakelijk om de stijgende beheerkosten te dekken. • Daarnaast zijn er ook verschillende trajecten in het landelijk gebied en de stedelijke regio die gepaard gaan met de nodige kansen en bedreigingen. Voorbeelden van bedreigingen zijn de grotere druk op de bestaande gebieden als er samen met het rood (nieuwe woningbouw) geen uitbreiding van (recreatief) groen gerealiseerd wordt en er geen middelen zijn voor investering en beheer van bestaand (recreatief) groen. Groen Groeit Mee, de plannen voor het opvangen van toekomstige vraag vanuit de A12 zone/Groot Merwede en Rijnenburg, het UPLG en het project Sterke Lekdijk zijn voorbeelden van trajecten waar verschillende gebieden op kunnen aanhaken en recreatieontwikkeling kunnen koppelen aan andere doelen. Denk daarbij aan het versterken van de groenblauwe dooradering en het realiseren van waterberging.
• De voortgang in het realiseren van ambities en plannen is mede afhankelijk van samenwerking met andere actoren, zoals gemeenten, provincies, waterschappen en private partijen. Verschillende belangen, besluitvormingstrajecten en beschikbare middelen bij deze partijen kunnen vertraging veroorzaken of extra afstemming vereisen om gezamenlijke doelen te bereiken. Dit brengt de nodige uitdagingen met zich mee. • De beoogde inkomsten uit de plannen blijven door de vertraging achter bij de verwachtingen, wat de uitvoerbaarheid van het totaalpakket onder druk zet. Het benutten van alternatieve financieringsbronnen en creatieve samenwerkingen is noodzakelijk om financiële tekorten te overbruggen en projecten voort te zetten.
7
5. Rekening houden met klimaatverandering • Het klimaat is in verandering, met een toename van langdurige periodes van warmte en droogte als gevolg. De gevolgen van het veranderende klimaat op de buitenruimte zijn divers. In versteende omgevingen is vanwege de toenemende warmte steeds vaker sprake van hittestress. Groene omgevingen kunnen hier een positieve bijdrage aan leveren. • De klimaatopgaven zorgen ook voor een stijging van beheerkosten van natuur- en recreatiegebieden. Een voorbeeld hiervan is de laagveenproblematiek rond de Hollandsche Kade, wat het snoeien en baggeren vermoeilijkt en de beheerkosten beïnvloedt. Bij het ontwikkelen van de deelgebieden is het essentieel om rekening te houden met duurzame en klimaatadaptieve maatregelen die de beheerkosten op lange termijn kunnen beperken. • Klimaatadaptieve maatregelen bieden ook kansen voor recreatieve ontwikkeling en het vergroten van biodiversiteit. Denk aan het inzetten van waterbergingen die tegelijkertijd dienen als recreatieve plassen, het aanleggen van bloemrijke graslanden en bermen, voedselrijke waterzones, het versterken van groenblauwe dooradering en gebruik en beheer van paden en terreinen i.v.m. bereikbaarheid en begaanbaarheid (ook voor evenementen). In de gebiedspaspoorten is per cluster en per deelgebied aangegeven welke uitdagingen en knelpunten spelen.
Hieruit volgt wat de voornaamste opgaven zijn per cluster. Zie hoofdstuk 5 en de gebiedspaspoorten voor de samenvatting van de kansen, bedreigingen en opgaven per cluster.
8
3. Visie en strategie 3.1 Visie Recreatieschap Stichtse Groenlanden en Staatsbosbeheer dragen bij aan een gezonde, toegankelijke en inclusieve leefomgeving voor de inwoners van de provincie Utrecht door beheer en ontwikkeling van natuur- en recreatiegebieden, en de bijbehorende routes en paden. In de gebieden en op de routes en paden vinden recreanten ruimte voor sport, bewegen, ontspanning, ontmoeting en ontplooiing en zijn daarom belangrijk voor een gezonde leefomgeving. Daarnaast zijn de natuur- en recreatiegebieden van groot belang voor biodiversiteit en klimaatadaptatie. Met de gedeelde waarde van natuur- en recreatiegebieden van Recreatieschap Stichtse Groenlanden en Staatsbosbeheer dragen zij bij aan een gezonde leefomgeving, biodiversiteit en klimaatadaptatie (zie figuur 3.1). Figuur 3.1 De waarden van de natuur- en recreatiegebieden en routes en paden van Recreatieschap Stichtse Groenlanden en Staatsbosbeheer
gezonde leefomgeving
klimaatadaptatie
biodiversiteit
De natuur- en recreatiegebieden, en routes en paden van Recreatieschap Stichtse Groenlanden en Staatsbosbeheer zijn belangrijk voor een gezonde leefomgeving, biodiversiteit en klimaatadaptatie
In 2040 zal de U10 regio naar verwachting 100.000 extra woningen tellen om de groei van inwoners te kunnen faciliteren. In de leefomgeving van de bestaande en nieuwe Utrechters spelen de natuur- en recreatiegebieden van Recreatieschap Stichtse Groenlanden en Staatsbosbeheer een belangrijke rol. De te behouden en ontwikkelen kernwaarden van de gebieden van het Recreatieschap en Staatsbosbeheer zijn: • een variatie aan landschappen en (cultuurhistorische) belevingen om te voldoen aan de recreatieve behoeften van inwoners; • een variatie aan extensieve en intensieve inrichting: van natuurgebieden met bijzondere soorten planten en dieren, tot intensieve recreatiegebieden met verschillende voorzieningen voor bewegen, ontmoeting en ontspanning, aansluitend bij de verschillende leefstijlen; • een variatie aan inrichtingselementen en exploitatievormen, van zowel publieke als maatschappelijke waarde en met ruimte voor maatschappelijk en ondernemersinitiatief.
9
Variatie aan landschappen en (cultuurhistorische) beleving
Variatie aan extensieve en intensieve inrichting
Variatie aan inrichtingselementen en exploitatievormen
10
3.2 Strategie De opgaven waar Recreatieschap Stichtse Groenlanden en Staatsbosbeheer mee te maken hebben zijn fors. Daarom is het belangrijk keuzes te maken in beheer en ontwikkeling, met het oog op enerzijds het lange termijn perspectief waarin groen meegroeit met het aantal woningen en anderzijds de korte en middellange termijn waarin beschikbare budgetten (te) krap zijn in relatie tot instandhouding van het bestaande aanbod. Voor deze keuzes hebben we de volgende uitgangspunten voor beheer en toekomstige ontwikkeling van de gebieden en routes geformuleerd: 1. Inrichting en beheer sluiten aan bij de recreatiebehoefte. Gezien de groeiende recreatievraag is het van belang dat de gebieden voor recreatie beschikbaar blijven. Hierbij is wel meer variatie in inrichting, beheer en exploitatie mogelijk. 2. Natuurinclusieve inrichting en beheer en bescherming van bepaalde natuurwaarden door middel van recreatiezonering (zie hoofdstuk 4). Door een robuuste inrichting voor de verschillende doelen en bescherming van een planmatige en regionale aanpak, gaan natuur en recreatie goed samen. Door afstemming over ontwikkelingen en beheer wordt synergie in de uitvoering gerealiseerd. 3. Inclusiviteit en openbaar toegankelijkheid bij inrichting en exploitatie.
Gebieden zijn zoveel mogelijk openbaar en kosteloos toegankelijk zodat ze bijdragen aan de gezonde leefomgeving van de inwoners uit de regio. Alleen voor extra voorzieningen en toezicht wordt een beperkte toegangsprijs gerekend. Hierbij wordt duurzame mobiliteit gestimuleerd. 4. Samenwerking met deelnemers in het Recreatieschap en andere overheidspartners bij ontwikkeling van gebieden, inrichting en beheer. De projectleiding en financiering van ontwikkeling vraagt maatwerk, waarbij effectiviteit (waaronder beperking van risico’s) en realisatie van koppelkansen centraal staan, denk aan koppelkansen vanuit Groen Groeit Mee en UPLG. Voorafgaand aan een ontwikkeling (uitbreiding van een gebied, of een andere inrichting) moet duidelijk zijn of voor realisatie, de koppelkansen en het beheer voldoende budget beschikbaar komt. Beheer en ontwikkeling door Stichtse Groenlanden moet financieel gedekt zijn door de deelnemers in het Recreatieschap. 5. Samenwerking met commerciële en maatschappelijke organisaties bij ontwikkeling, exploitatie en beheer van gebieden. Exploitaties zijn geen doel op zich, maar wel noodzakelijk om de financiële dekking van ontwikkelingen en beheer te waarborgen. Daarnaast dragen exploitaties ook bij aan de recreatiewaarde en variatie van belevingen, zoals hiervoor omschreven.
De inkomsten van exploitaties komen ten goede aan instandhouding, ontwikkeling en het gebruik van de gebieden.
11
Keuzes voor de toekomst Voor de toekomst is het van belang de natuur- en recreatiewaarden van de gebieden te optimaliseren binnen de beschikbare budgetten, onder andere door te sturen op variatie en balans en samenhang met de omgeving. Hierbinnen zijn meerdere keuzes te maken: • het recreatief gebruik extensiveren of intensiveren (horizontale as) • de ontwikkeling als beheerders van de gebieden zelf initiëren en uitvoeren, of dat aan derden overdragen (verticale as)
Figuur 3.2 Mogelijke ontwikkelrichtingen
III III
I
IV IV
II II
Horizontale as: intensiveren en extensiveren van gebieden Intensiveren is het meer intensief inrichten en/of beheren van de gebieden voor recreatie, bijvoorbeeld met meer paden, picknickbankjes en sport- en speelvoorzieningen. Hierdoor komen er meer recreatiemogelijkheden, verbetert de kwaliteit van de recreatie-ervaring en de capaciteit van een gebied. Hierdoor zullen de kosten wel omhooggaan. Extensiveren is het minder intensief inrichten en/of beheren van de recreatiegebieden. Dit houdt in dat de focus ligt op diversificatie van natuur (extensiever maaibeheer) en minder recreatieve voorzieningen. Dit kan kostenbesparingen in het beheer opleveren. De combinatie van extensiveren en intensiveren zorgt voor meer variatie in de uitstraling van gebieden, waarbij de capaciteit van recreatie toereikend blijft. Er kunnen zo ook meer geleidelijke overgangen gecreëerd worden tussen natuur- en recreatiegebieden. Verticale as: zelf of door een derde partij ontwikkelen en/of beheren Deze as richt zich op de keuze wie de ontwikkeling of het beheer gaan uitvoeren. Het is goed om een bewuste strategische afweging te maken wie een gebied ontwikkelt of beheert, met het oog op doelbereik en doelmatigheid. De keuze die gemaakt wordt, kan per gebied verschillend zijn, afhankelijk van bijvoorbeeld integraliteit, realiseren van koppelkansen en risicobeheersing of beschikbaarheid van medewerkers.
Zelf ontwikkelen of beheren betekent dat Stichtse Groenlanden en Staatsbosbeheer zelf de verantwoordelijkheid voor het proces en de uitvoering dragen. Hierbij kan natuurlijk wel worden samengewerkt met andere partijen. De risico’s zoals onzekerheid over een planologische procedure of realiseren van draagvlak, en de financiële consequenties hiervan, liggen in dat geval ook bij Stichtse Groenlanden of Staatsbosbeheer. Bij ontwikkeling of beheer door een derde partij worden er afspraken gemaakt met een gemeente, ondernemer of andere partij voor ontwikkeling of beheer. Dit betekent dat verantwoordelijkheden voor beheer en of ontwikkeling overgedragen worden naar een andere partij. Dit kan gunstig zijn omdat het gebied een andere functie krijgt, of omdat een andere partij beter toegerust is om bijvoorbeeld het participatieproces te trekken in het geval van een ontwikkeling. Ook het beheer overdragen aan een derde partij kan slim zijn, bijvoorbeeld omdat de kosten lager worden, of omdat de functie beter past bij
12
een andere organisatie. Wanneer een derde partij wordt betrokken bij ontwikkeling of beheer kan het eigendom bij Stichtse Groenlanden of Staatsbosbeheer blijven, of worden overgedragen (beiden zijn mogelijk). Deze twee keuzes leiden tot vier mogelijke richtingen: I. Recreatie intensiveren en zelf ontwikkelen en beheren. Een gebied wordt voor recreatie verder ontwikkeld en daarmee geïntensiveerd. In deze ontwikkelrichting initiëren Recreatieschap Stichtse Groenlanden of Staatsbosbeheer de ontwikkeling zelf en behouden ze het eigendom en beheer. Dit geldt bijvoorbeeld voor Laagraven en Nieuw Wulven. Binnen deze richting is benutten van koppelkansen vanuit bijvoorbeeld waterberging en UPLG een mogelijkheid, maar wordt de initiatie en ontwikkeling door het Recreatieschap of Staatsbosbeheer zelf gedaan. II. Recreatie intensiveren waarbij een derde partij de ontwikkeling of het beheer uitvoert. In deze ontwikkelrichting wordt recreatie verder ontwikkeld en daarmee geïntensiveerd. Echter, hier is de ontwikkeling daarvan in handen van een derde partij, denk aan een ondernemer, een gemeente of een andere groen- of natuurorganisatie.
Dit geldt bijvoorbeeld voor Oortjespad en plas Eend, waar er concrete plannen voor intensiveren zijn, waarvan investering en beheer door de exploitant wordt opgepakt, of voor Nedereindse Park waar de gemeente de ontwikkeling trekt, en het beheer bij het Recreatieschap blijft. III. Recreatie extensiveren en zelf ontwikkelen en beheren. In deze ontwikkelrichting krijgt een gebied een andere balans, waarbij de nadruk minder op recreatie komt te liggen. Recreatie wordt geëxtensiveerd en de inrichting en/of het beheer van de gebieden wordt minder intensief. Recreatieschap Stichtse Groenlanden en/of Staatsbosbeheer realiseren deze ontwikkeling zelf of gezamenlijk, bijvoorbeeld vanuit het beheer. Dit geldt bijvoorbeeld voor delen van ’t Waal oost en west. IV. Recreatie extensiveren waarbij een derde partij initiatief neemt. In deze ontwikkelrichting komt de nadruk minder te liggen op recreatie, en wordt recreatie geëxtensiveerd. In dit geval ligt de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling en (eventueel) toekomstig beheer bij een andere partij. Het is ook mogelijk dat het eigendom van het gebied bij een andere partij komt (maar dit is geen automatisme). Deze strategie geldt bijvoorbeeld voor De Leyen en Heulse Waard.
Overzicht opgaven en ontwikkelrichting per cluster In de gebiedspaspoorten hebben we op basis van het overzicht van kansen, knelpunten en opgaven, richtinggevende uitspraken geformuleerd. Hieronder vindt u daarvan een samenvattend overzicht Cluster
Opgave
Ontwikkelrichting
Samenwerking SBB en SGL
Cluster 1: Utrecht ZuidZuidoost
Opvangen van de groeiende Recreatie intensiveren recreatiebehoefte, creëren en zelf ontwikkelen van een betere balans in het cluster en in samenhang met de andere (gemeentelijke) groengebieden. Ontwikkelen van de plannen voor het opvangen van toekomstige vraag, het realiseren van verbindingen en ontwikkelen van identiteit voor gebieden.
Nauwe samenwerking in ontwikkeling en beheer tussen SGL- en SBBterreinen. In de samenwerking op korte termijn richten op Groen Groeit Mee en de Bossenstrategie. Het GGM proces loopt door, maar planvorming gaat verder binnen kader GGM KRLL. SGL kan ondersteuning geven aan Staatsbosbeheer bij de exploitatie van de Forten van de NHWL.
Cluster 2: Utrecht Noord
Opvangen van de groeiende Voornamelijk recreatie recreatiebehoefte en intensiveren en zelf realiseren/versnellen plannen ontwikkelen (m.u.v. de en ambities deelgebieden Leyen: extensiveren door derde partij)
Samenwerking tussen SGL en SBB noodzakelijk voor een goede zonering en efficiënt beheer. Intensievere groene recreatie nabij de stad positioneren als beschermende schil tegen de stadsrand. Hier vangen SBB en SGL gezamenlijk de groeiende recreatiebehoefte op.
13
Cluster 3: Utrecht West
Up-to-date krijgen, houden en Recreatie intensiveren Samenwerking tussen SGL en SBB ligt eventueel ontwikkelen van en zelf en door anderen in dit cluster minder voor de hand het recreatie-aanbod. ontwikkelen (m.u.v. Grutto). Doordat deze regio uitgestrekt is, en het areaal beperkt, is het van belang te focussen en allianties te sluiten. Opvangen van de groeiende recreatiebehoefte.
Cluster 4: Utrecht ZuidZuidwest
Ontwikkelen van de plannen Recreatie intensiveren voor het opvangen van en zelf ontwikkelen toekomstige vraag vanuit de A12 zone/Groot Merwede en Rijnenburg, het realiseren van verbindingen en ontwikkelen van identiteit voor gebieden. Opvangen van de groeiende recreatiebehoefte.
Samenwerking tussen SGL en SBB vooral op het verbinden van de Nedereindse Park met de Hollandsche IJssel. SGL kan SBB ondersteunen in de exploitatie van de rode gebieden in de Noordwesthoek.
Cluster 5: Vinkeveense Plassen
Aanbrengen van meer variatie Recreatie intensiveren in beheer en uitstraling van en extensiveren en zelf de eilanden, versterking van ontwikkelen de biodiversiteit en op lange termijn grote financiële opgave in stand houden/herstellen zandeilanden en legakkers. Ontwikkelen van plannen Marickenland en extensiveren van veenweidegebied polder Demmerik.
Samenwerking tussen SGL en SBB gericht op het laten beleven van de ontginningsgeschiedenis van het gebied. SBB kan SGL helpen de hoge natuurwaarden in de Vinkeveense plassen te behouden en ontwikkelen. SGL kan SBB/gemeente helpen bij de exploitatie van de speelnatuur bij Marickenland.
Cluster 6: Zoneren en beter op elkaar Gebieden langs afstemmen van recreatie en de Lek natuur.
Recreatie intensiveren en extensiveren en zelf ontwikkelen (m.u.v. Heulse Waard)
Samenwerking gericht op zonering van de recreatie voor optimale beleving en opvang van groeiende recreatiebehoefte en extensivering voor goede bescherming van kwetsbare natuurwaarden.
Cluster 7: Paden Opvangen van groeiende en Alle vier de richtingen en routes veranderende recreatiebehoefte i.r.t. beperkt budget. Verbindingen maken en versterken. Up-todate houden van de routenetwerken.
Samenwerking voor beheer van vrij liggende fiets- en wandelpaden gericht op efficiënt beheer. Samenwerking SBB en SGL met het routebureau voor optimaliseren routenetwerken en integreren SBB routes in de netwerken. SGL is namens deelnemers opdrachtgever van het Routebureau.
Deze ontwikkelrichtingen helpen Stichtse Groenlanden en Staatsbosbeheer bij het maken van keuzes en deze uit te leggen binnen de eigen organisaties en aan externen. Hierbij kunnen echter ook andere factoren een rol spelen, zoals lange contracten met exploitanten of gemeenten, waardoor keuzes ook anders kunnen uitvallen.
14
4. Recreatiezonering Recreatiezonering is één van de instrumenten om inzicht te creëren in de balans van meer en minder intensieve recreatie. Voor de toekomstvisie 2040 maken we gebruik van recreatiezonering. We benutten hiervoor een aanpak die al eerder voor Staatsbosbeheergebieden is ontwikkeld3. 4.1 Wat is (het doel van) recreatiezonering? Zonering is een methode die ingezet kan worden om gebieden en routestructuren toekomstbestendig te ontwikkelen en te beheren. Het wordt gebruikt voor het inrichten en beheren van recreatie- en natuurgebieden voor verschillende typen bezoekers, waarbij de unieke kenmerken van het gebied centraal staan. Zonering is een hulpmiddel en geen doel op zichzelf. Recreatiezonering is nodig omdat het steeds drukker wordt in natuurgebieden, en we iedereen een passende beleving willen bieden wanneer zij de natuur in trekken. Maar wel op zo’n manier dat verschillende recreantengroepen elkaar en de natuur in hun waarde laten, en daarmee de verstoring van de natuur te beperken waar dat nodig is. Recreatiezonering helpt bij het krijgen van inzicht en verbeteren van de balans. Het is daardoor van invloed op inrichting en beheer van gebieden. Het helpt daarmee om recreatief gebruik van recreatiegroen en natuur in goede banen te leiden.
Recreatiezonering helpt bij het nadenken over welke recreatievormen, recreatievoorzieningen en activiteiten waar wel en niet passen. Zo kunnen weloverwogen keuzes gemaakt worden ten gunste van recreatie en natuur. 4.2 De vier zones Een onderdeel van de zoneringsaanpak is het werken met vier verschillende zones waar recreatie en natuur in verschillende verhoudingen ‘gemixt’ worden. Dit verschilt van een recreatiegerichte aanpak (zone A) tot een natuurgerichte aanpak (zone D). Behalve enkele uitzonderingen is altijd sprake van combinatie van recreatie en natuur. De zone geeft een beeld van (gewenste) inrichting, beheer en gebruik. Het volgende schema en de tabel geven een korte uitleg van de vier zones. Figuur 4.1 De vier zones van de zonering
3
Zie hiervoor ook deze webpagina: www.staatsbosbeheer.nl/5-vragen-over-zonering.
15
4.3 Huidige situatie zonering en gewenste zonering In het kader van deze toekomstvisie is voor ieder deelgebied, en voor heldere ruimtelijke eenheden, in kaart gebracht welke zone op dit moment geldt en welke zonering in de toekomst gewenst is. • •
De huidige zonering wordt bepaald op basis van het inrichtings- en beheerniveau en de intensiteit van gebruik. De gewenste zonering komt tot stand door te kijken naar kwetsbare natuurwaarden (recreatiegevoelige habitats), verschillende gebruikers en vormen van recreatie, en de ligging nabij woon- en recreatiekernen ten opzichte van andere groen- en natuurgebieden. Nabij een recreatieve hotspot (zone A), liggen idealiter zone B en C gebieden, zodat in kwetsbare gebieden (zone D) minder recreanten komen.
De gewenste zonering is anders dan de huidige zonering. Om meer recreanten te kunnen opvangen zijn meer intensievere gebieden gewenst. Voor andere gebieden is een meer extensiever gebruik voor recreatie logisch, ook vanuit het oogpunt van beheerkosten. Verschillende gebruikers in een gebied, vragen ook om een heldere zonering om mogelijke onderlinge overlast te voorkomen en ieders behoeften te respecteren. Tijdens de derde werkbijeenkomst is het gesprek gevoerd over de gewenste zonering. Figuur 4.2 en bijgevoegde kaarten per cluster (hoofdstuk 5) geeft een overzicht van de gewenste zonering per deelgebied weer met daarbij kansen voor een toekomstige gebiedsentree en ontwikkelingen die reeds in gang zijn gezet (zie voor deze ontwikkelingen de gebiedspaspoorten). In hoofdstuk 5 en in de gebiedspaspoorten is aangegeven waar intensivering of extensivering aan de orde kan zijn, wat vervolgens aanleiding is om de huidige zonering aan te passen. Goed om te benoemen is het feit dat de huidige en gewenste zonering is gemaakt op basis van de grenzen van de deelgebieden (duidelijke ruimtelijke eenheden). Soms was het mogelijk om binnen een deelgebied op de kaart onderscheid te maken tussen de verschillende zones, maar over het algemeen is
16
de zonering op een hoog schaalniveau in kaart gebracht. Het aanbrengen van een zonering binnen een specifiek deelgebied, is gewenst wanneer een gebied wordt (her)ingericht of ontwikkeld. Het kan voorkomen dat deze zonering dan ook invloed heeft op het hondenbeleid in een gebied. In aanvulling daarop kan het zijn dat er bepaalde paden tijdens het broedseizoen afgesloten worden, dit is onderdeel van recreatiezonering. De tabel in bijlage 2 en de tabellen per cluster (hoofdstuk 5) geven de huidige en gewenste zonering weer. In de tabellen zijn een aantal deelgebieden grijs gemarkeerd. Dit zijn deelgebieden die wel zijn meegenomen in de zonering, maar niet in de analyse, gebiedspaspoorten en visie (deze vallen buiten de scope van de initiële opdracht). Gedurende het proces zijn deze gebieden toegevoegd, zodat we een meer complete zonering konden maken.
17
Figuur 4.2 Overzichtskaart gewenste zonering
18
5. Uitwerkingen per cluster Voor de zes verschillende clusters (zie kaart hieronder) en het cluster paden en routes gaan we in op de opgaven, strategie en ontwikkelinrichtingen. We doen hier uitspraken over: • Zonering en gebiedsentrees • Identiteit • Verbindingen • Biodiversiteit • Financiële consequenties
19
5.1 Cluster 1 – Utrecht Zuid-Zuidoost Opgaven De belangrijkste opgaven in dit cluster zijn het ontwikkelen van de plannen voor het opvangen van toekomstige vraag (samen met andere stakeholders), het realiseren van verbindingen en ontwikkelen van identiteit voor gebieden. In dit gebied speelt een grote woningbouwopgave, bijvoorbeeld de A12-zone. Hiermee gepaard gaat ook de groeiende behoefte aan ruimte om te recreëren. Specifiek de Laagravense Plassen en Polder en Regiowout moeten daarom meer voor recreatie benut worden, wat intensivering van inrichting en gebruik betekent. Hierdoor kan de groeiende vraag opgevangen worden, en wordt bijgedragen aan het ontlasten van Amelisweerd (waar het op dit moment vaak te druk is). Hierbij wordt aangesloten op het Groen Groeit Mee planproces Kromme Rijn Linie Landschap. In de visie hebben we hierop geanticipeerd, maar de planvorming is nog in ontwikkeling. Ook Nieuw Wulven is een belangrijk gebied om meer recreanten op te vangen en de druk op Amelisweerd af te leiden. Door de realisatie van horecagelegenheid “de Wereld van Weelde” zal dit gebied in de toekomst intensiever gebruikt gaan worden. Voor de Waterlinie-elementen (o.a. de forten 't Hemeltje, Rijnauwen en Vechten) ligt er een opgave om deze onderling beter te verbinden en het verhaal van het Waterlinielandschap beleefbaar te maken.
Strategie In het schema liggen de gebieden vooral in de rechterbovenhoek, gericht op intensivering van recreatief gebruik door Stichtse Groenlanden en Staatsbosbeheer gezamenlijk. Dit vergroot de opvangcapaciteit en versterkt de balans. Voor de forten is er geen specifieke strategie. Hier ligt de focus voornamelijk op het versterken van de beleving en onderlinge verbinding. Ontwikkelrichtingen Zonering en gebiedsentrees • Ontwikkel in Heemstede-Noord een nieuwe gebiedsentree voor Laagraven (zie ook vogelvlucht). Indien dit op gebied van het Recreatieschap plaatsvindt, kan dat zorgen voor exploitatie-inkomsten. • Ontwikkel recreatie in de groengebieden van Laagraven altijd samen met landschappelijke ontwikkelingen zoals natuurinclusieve landbouw en groenblauwe dooradering. Hiermee worden koppelkansen vanuit UPLG en Groen Groeit Mee benut en wordt een gebied toegankelijker en recreatief aantrekkelijker. • Intensiveer recreatiemogelijkheden bij de Laagravense noordplas en ontwikkel dit tot een aantrekkelijk landschapspark met ruimte voor biodiversiteit en waterberging. • Benut het Regiowout voor recreatie door meer voorzieningen en verbindingen (paden en rustplekken) te realiseren naar de omliggende deelgebieden. • Ontwikkel de recreatievoorzieningen in Nieuw Wulven en ontwikkel dit gebied als entree (lopend project). Deze entree wordt hiermee een intensieve zone.
Maak nog meer verbindingen, o.a. naar Fort Vechten (bijv. een boerenlandpad). Overweeg (op termijn) een tweede kleinschalige entree aan de noordzijde van Nieuw Wulven om de verbinding te maken met fort Vechten en mogelijk exploitatie-inkomsten te realiseren. Belangrijk hierbij is om voor de inrichting af te stemmen met de entree aan de zuidkant, om te voorkomen dat deze met elkaar concurreren.
20
Gebieden
Opp. (ha)
Zonering nu
Zonering gewenst
Toelichting
B
Een intensievere recreatieve inrichting evt. in combinatie met waterberging
B
Een intensievere recreatieve inrichting
Laagraven noordplas (SGL)
24,3 C
Laagraven zuidplas (SGL)
17,3 A
Regiowout (SGL)
5,7 C
Waijensedijk (SGL)
4,8 C
Golfclub de Utrechtse (SGL)
32,4 A
Heemstede Noord (SGL)
19,4 C
A en B
Ontwikkelen gebiedsentree en intensiveren recreatieve inrichting
Nieuw Wulven (SBB)
106,3 B
A rondom paviljoen en speelbos, C in NNN
Nieuw Wulven kan ingezet worden om de druk op Amelisweerd te verlagen door nieuwe recreatieve voorzieningen te realiseren.
Fort ’t Hemeltje (SBB)
7,7 B
Fort Rijnauwen (SBB)
31,3 B
Fort Vechten (SBB)
38,3 B
Kan vanuit exploitatie-oogpunt ook worden afgestoten, maar vanuit GGM-oogpunt niet. Optie is om er een rustpunt van te maken.
De grijs gemarkeerde gebieden in de tabellen zijn gedurende het proces toegevoegd, zodat we een meer compleet overzicht van oppervlakten en zonering konden maken. Deze zijn geen onderdeel van de gebiedspaspoorten en visie, maar wel meegenomen in de zonering.
Identiteit • Versterk de identiteit van Laagravense Polder en Plassen: duurzame landbouw, waterberging en cultuurhistorie in combinatie met recreatie en evenementen. • Verbind de forten en onderdelen van het Waterlinielandschap met elkaar (zie ook vogelvlucht). Benut de forten en het bijbehorende linielandschap voor ontwikkeling van de identiteit (belevingswaarde) van het recreatie-aanbod en als ‘stapstenen’ in de verbindingen tussen de gebieden in dit cluster. Vertel het verhaal van de Hollandse Waterlinies. • Vertel het verhaal van de Romeinse Limes in dit gebied. • Ontwikkel Heemstede Noord met een exploitant. Verbindingen • Lobby voor het slechten van de infrastructuur-barrières van de A27 (Houten-Heemstede) en de A12 (Lunetten-Laagraven, Amelisweerd-Fort Vechten en Nieuw-Wulven). • Lobby voor de verbinding van de forten, Laagraven en Nieuw-Wulven met Lunettenpark en groenaanbod in Maarschalkerweerd. • Ondersteun initiatieven voor verbetering van de combinatie groen en recreatie in oost-west richting bij de spoorlijn Houten. Biodiversiteit • Versterk Nieuw Wulven als toekomstbestendig bos door aanliggende bosuitbreiding en biedt ruimte voor een piekwaterberging en natuur. • Versterk de natuur in bestaande en nog in te richten gebieden door inrichting en beheer, bijvoorbeeld door natuurvriendelijke oevers, bos en kruidenrijke graslanden met extensief maaibeheer.
21
Financiële consequenties De geadviseerde richtingen gaan gepaard met financiële veranderingen: • Door agrariërs in te zetten voor beheer in de te ontwikkelen gebieden van Laagraven ontstaat een gevarieerder beeld, en krijgen de boeren in het gebied mogelijkheden voor een nieuw verdienmodel in combinatie met duurzame landbouw. Dit sluit ook goed aan bij de identiteit van het gebied en kan mogelijk besparing opleveren voor het beheer door het Recreatieschap. Denk bijvoorbeeld aan ontwikkeling van voedselbossen en stadslandbouw, passend binnen UPLG. • Een commerciële exploitatie bij Heemstede Noord en het paviljoen in Nieuw-Wulven zorgt voor exploitatie-inkomsten. • Maak afspraken over recreatie in combinatie met maatschappelijke of particuliere initiatieven. Dit kan het recreatieve aanbod uitbreiden en mogelijk besparingen opleveren in het beheer door het Recreatieschap of Staatsbosbeheer. • Maak afspraken met het Waterschap over waterberging om een bijdrage in aanlegkosten en beheerkosten te realiseren. • Door koppeling van paden met groenblauwe dooradering (in het kader van UPLG) kan een bijdrage aan aanleg, en mogelijk ook voor een deel beheer gerealiseerd worden.
22
Figuur 5.1 Gewenste zonering cluster 1
23
Figuur 5.2 Vogelvlucht cluster 1
5.2 Cluster 2 – Utrecht Noord Opgaven De belangrijkste opgaven in dit gebied zijn het realiseren van de gemaakte plannen voor het opvangen van de toekomstige vraag (samen met andere stakeholders), binnen de (financiële) mogelijkheden. Vanwege de woningbouwopgave in de omgeving, moeten de gebieden in dit cluster ingezet worden voor intensivering van inrichting en gebruik. Dit geldt vooral voor Maarsseveense Plassen en Noorderpark-Ruigenhoek. Er ligt een opgave om het vrije deel aan de oostzijde van de Maarsseveense Plassen recreatief te versterken om zo meer recreanten te kunnen opvangen. Specifiek voor Noorderpark-Ruigenhoek staan er verschillende ambities en plannen op stapel om het gebied in totaliteit te verbeteren en de toekomstige vraag op te vangen. Bij de Leyen heerst de vraag of er voldoende aanloop is om het gebied verder te ontwikkelen/te intensiveren, daarom is het advies om te kijken of de Leyen geëxtensiveerd kan worden. In verband met de groeiende recreatievraag is het belangrijk om dan elders in de omgeving een gebied te intensiveren. Strategie In dit cluster geven we prioriteit aan de gebieden waar je kunt intensiveren (gezamenlijk door Stichtse Groenlanden en Staatsbosbeheer) en waar structurele inkomstenverhoging hand in hand gaat met de unieke kwaliteiten van het linielandschap.
In onze visie worden de gebieden in dit cluster meer als één geheel beheerd, wat met name van belang is voor NoorderparkRuigenhoek, inclusief Gagelbos en -polder. Dit functioneert door de ogen van de recreant als één gebied. Ontwikkelrichtingen Zonering en gebiedsentrees • Ontwikkel heldere en uitnodigende ingangen (bijvoorbeeld bij Noorderpark-Ruigenhoek en Ruigenhoekse Polder, zie hiervoor ook de vogelvlucht) naar de verschillende gebieden, verbeter de bereikbaarheid (i.v.m. de rondweg) en stimuleer duurzame mobiliteitsvormen. • Ontwikkel een nieuwe inrichting van het Buitengebied Maarsseveense Plassen (het oostelijke deel) waarmee de verschillende gebruiksgroepen beter over het gebied worden verspreid. Bij Strandbad Maarsseveen (het westelijke deel) zijn ontwikkelmogelijkheden voorzien. • Pas recreatiezonering toe op de gebieden in Noorderpark-Ruigenhoek en Ruigenhoekse Polder. • De plannen voor De Leyen komen moeizaam van de grond. De Leyen is een gebied met een gebrek aan attractiewaarde en er komen relatief weinig bezoekers. De focus ligt hier op natuurbeleving en minder voor recreatie. Laat de ontwikkelingsambitie hier los en benut het voor extensieve recreatie. Elders in het cluster kan een ander (minder geïsoleerd gelegen) gebied voor intensievere recreatie benut worden om de groeiende recreatievraag op te vangen.
• Focus in de N2000 gebieden zoals Molenpolder op natuurgerichte ontwikkeling en extensieve recreatie gericht op natuurbeleving vanuit goed ingerichte routes: fysiek afscheiden van functies, veilig en rondgaand. Dat vraagt ruimte en een aanpak over eigendomsgrenzen heen. Zoek de koppeling met groenblauwe dooradering (UPLG). • Ontwikkel vanuit de recreatiezonering beleid voor bezoek met honden en zorg voor goede inrichting gericht op ruimte en scheiden van functies (dit is een thema dat over alle clusters heen gaat, maar hier nadrukkelijk aan de orde is).
Gebieden
Opp. (ha)
Zonering nu
Zonering gewenst
Toelichting
De Leyen (SGL)
4,0 B
C of D
Extensiveren naar natuur
Ruigenhoekse polder (SGL/SBB)
69,1 A en B
A
Intensiveren
Buitengebied Maarsseveense plassen (SGL)
89,2 B
Strandbad Maarsseveen (SGL)
30,9 A
Maarsseveense kleine plas (SGL)
27,4 B
Fort Ruigenhoek (SBB)
7,9 B
Noorderpark-Ruigenhoek (SGL/SBB)
165,3 A en B
A
Intensiveren
Molenpolder (SBB)
129,7 D
Maarsseveense Zodden (SBB)
16,3 D
Bethunepolder (SBB)
223,4 D
Fort Tienhoven (SBB)
2,1 B
Westbroekse Zodden (SBB)
217,3 D
Kerkeindse polder (SBB)
47,5 D
De grijs gemarkeerde gebieden in de tabellen zijn gedurende het proces toegevoegd, zodat we een meer compleet overzicht van oppervlakten en zonering konden maken. Deze zijn geen onderdeel van de gebiedspaspoorten en visie, maar wel meegenomen in de zonering.
Identiteit • Versterk het groenblauwe imago van het gehele Noorderpark-Ruigenhoek. De aanwijzing van een zwemwaterlocatie in de Ruigenhoekse polder past hierbij. Functies die meer verharding en of verdichting van de ondergrond vragen, zijn op lange termijn ongewenst vanwege klimaatverandering. • Benut de forten en het bijbehorende Waterlinielandschap voor ontwikkeling van de identiteit (belevingswaarde van de cultuur en evenementen) van het recreatie-aanbod. Verbindingen • Optimaliseer de bestaande recreatieve verbinding tussen Fort Blauwkapel en de Maarsseveense Plassen door nieuwe (vrij liggende) fiets- en wandelpaden aan te leggen, die de nieuwe recreatieve ruggengraat vormt (zie vogelvlucht). • Investeer in een fijnmaziger wandelnetwerk om meer bezoekers op te vangen (onder meer enkele oost-west verbindingen in Noorderpark-Ruigenhoek). • Versterk de (recreatieve) verbindingen tussen gebieden en met de steden door te zorgen voor veilige, rondgaande en goed ingerichte paden en routes over eigendomsgrenzen heen. Biodiversiteit • Investeer in de groenblauwe dooradering van het cluster als motor voor natuur en recreatie in de gebieden. • Behoud een open (recreatieve) inrichting tussen de verschillende recreatieve deelgebieden (bijv. extensieve graslanden met paden). Ze zorgen voor landschappelijke variatie en vormen waardevolle doorkijkjes tussen stad en land.
26
Financiële consequenties De geadviseerde richtingen gaan gepaard met financiële veranderingen: • Het harmoniseren van het beheer van verschillende gebieden in Noorderpark-Ruigenhoek (Recreatieschap Stichtse Groenlanden en Staatsbosbeheer) kan leiden tot efficiënter gebruik van middelen. Het behoud van inkomsten uit verschillende exploitatievormen (zoals evenementen) blijft essentieel bij het ontstaan van nieuwe natuurwaarden. • Het uitwerken van zonering en samenhangend beheer van de gebieden kan uniformiteit bevorderen en bijdragen aan structurele kostenbesparingen. • Extensiveren van de Leyen resulteert in een bescheiden kostenbesparing. Intensivering van andere delen van het cluster (zwemwaterlocatie Noorderpark-Ruigenhoek, nieuwe recreatieve ontwikkeling buitengebied Maarsseveen, etc.) zorgt voor een structurele kostenverhoging. • De commerciële ontwikkeling bij de zuidelijke entree van Strandbad Maarsseveen draagt bij aan een jaarrond aantrekkelijk gebied met structurele inkomsten. • Aanwijzing van een eventuele zwemwaterlocatie bij Noorderpark-Ruigenhoek zal substantiële beheerkosten met zich meebrengen. Mogelijk kan daarbij ook een exploitatie gerealiseerd worden.
27
Figuur 5.3 Gewenste zonering cluster 2
Figuur 5.4 Vogelvlucht cluster 2
5.3 Cluster 3 – Utrecht West Opgaven De belangrijkste opgaven in dit cluster zijn het up-to-date krijgen, houden en ontwikkelen van recreatieaanbod. Doordat deze regio uitgestrekt is en het areaal beperkt, is het van belang te focussen en allianties te sluiten. Ook in dit cluster speelt de opgave van een groeiende vraag naar recreatieruimte. Strijkviertel, Oortjespad (en plas Eend) en Haarrijnse Plas liggen verspreid van elkaar, maar hebben potentie om te fungeren als kerngebieden om aan de recreatievraag te voldoen. Tegelijkertijd zijn er een aantal gebieden die onbeduidende functies hebben en geïsoleerd liggen. Om focus aan te brengen kan bij deze gebieden ingezet worden op extensieve recreatie of eventuele afstoting. In dit cluster ligt er dus een opgave om enerzijds de intensiveren en anderzijds te extensiveren. Strategie In dit cluster ligt de prioriteit op intensiveren, waarbij verschillende manieren van uitvoering toegepast worden. De focus ligt op het intensiveren van de gebieden Strijkviertel, Oortjespad (en plas Eend) en Haarrijnse plas (door Stichtse Groenlanden) zodat drie kerngebieden in de regio ontstaan. We adviseren deelgebied Hampoort te intensiveren in samenwerking met Natuurmonumenten en bij Grutto in te zetten op extensivering of het gebied te transformeren/af te stoten.
Ontwikkelrichtingen Zonering en gebiedsentrees • Bij intensivering van Strijkviertel is het belangrijk om te kiezen voor een integrale benadering in samenhang met de stedelijke ontwikkeling en omgeving. Recent is de beoogde exploitant voor de ontwikkeling afgehaakt. Toch is het vanwege de (strategisch belangrijke) zwemwaterfunctie van belang dit gebied te behouden en voor recreatie te intensiveren. Zwemwater is een expertise van Stichtse Groenlanden, en daarom is het van belang dat zij nauw betrokken blijven bij dit gebied. • Zet voor het gebied Oortjespad (en plas Eend) in op recreatieve ontwikkeling waarin het volledige gebied (zwemplas tot en met kinderboerderij) een heldere zonering krijgt met horeca en recreatief programma. Door de publieke bijdrage komt de investering en beheer bij de exploitant te liggen. Zet ook in op een betere aanhechting met het omliggende landschap. • Het (kleine) deelgebied Grutto kan geëxtensiveerd worden. Inrichting en beheer kunnen meer in lijn worden gebracht met dat van de (Staatsbosbeheer) natuurgebieden in de omgeving. Er is in dit gebied (volgens het omgevingsplan) de bouw van een kleine horecalocatie toegestaan. Verken samen met de gemeente de mogelijkheden om deze ‘bouwclaim’ eraf te halen en eventueel elders een ontwikkeling mogelijk te maken (op een meer logische plek).
• Bij de Hampoort is een ontwikkeling voorzien waardoor dit gebied naar recreatiezone A transformeert. Gebieden
Opp. (ha)
Zonering nu
Strijkviertel (SGL)
20,2 B
Haarrijnse Plas (SGL)
8,5 A
Hampoort (SGL)
6,0 B
Zonering gewenst
Toelichting
A
Intensiveren in samenhang met stedelijke ontwikkeling in omgeving
A
Hampoort kan intensiever ingericht worden voor recreatie, en meegaan in
de gebiedsontwikkeling rond Haarzuilens (Natuurmonumenten).
De Bijleveld (SBB)
16,4 B en D
Oortjespad en plas Eend (SGL)
19,5 A
Grutto (SGL)
2,6 B
Dit gebied zal nog intensiever worden door investering van exploitant C
Grutto komt in aanmerking voor extensivering, waardoor zone C beter passend is.
De grijs gemarkeerde gebieden in de tabellen zijn gedurende het proces toegevoegd, zodat we een meer compleet overzicht van oppervlakten en zonering konden maken. Deze zijn geen onderdeel van de gebiedspaspoorten en visie, maar wel meegenomen in de zonering.
Identiteit • Voor Hampoort geldt een gebrek aan samenhang en programma en de huidige functie en inrichting sluiten niet aan op de potentie van het gebied. Ontwikkel het gebied in samenhang met andere gebiedsprocessen en overweeg overname door een derde partij om ontwikkeling en beheer te optimaliseren. Laat Hampoort meegaan in de gebiedsontwikkeling rond Haarzuilens. Ontwikkel fiets-, wandel-, en kanoverbindingen in nauwe samenhang met het gebiedsproces van Natuurmonumenten. Overweeg overname van het gebied door Natuurmonumenten om de ontwikkeling te versnellen en toekomstig beheer effectiever te maken. Verbindingen • Overweeg de instandhouding van de fietsroute Hollandsche Kade tussen Kamerik-Maarssen en Kockengen. Deze is door de laagveenproblematiek niet toekomstbestendig. • Ontwikkel verbindingen in combinatie met groenblauwe dooradering (sluit aan op UPLG). Overweeg of het ontwikkelen en beheren van de verbindingen door een derde partij gedaan kan worden, gezien de structurele beheerlasten die het met zich meebrengt. Biodiversiteit • Verbeter de zwemwaterkwaliteit en de ecologische potentie van de plas van Strijkviertel. • Herstel en realiseer bij de ontwikkeling van Hampoort de ecologische waarden door herstel van de beekloop en ontwikkeling van hooilanden. Financiële consequenties De geadviseerde richtingen gaan gepaard met financiële veranderingen.
Deze consequenties zijn als volgt: • Het extensiveren van recreatiegebied Grutto levert een kostenbesparing op. Deze middelen kunnen ingezet worden bij intensivering van andere gebieden in het cluster. • Het ontwikkelen van Hampoort in samenhang met de ontwikkelingen door Natuurmonumenten draagt bij aan een efficiënter proces en lagere ontwikkelkosten. Eventueel kan Natuurmonumenten het beheer overnemen, als dat voor synergie zorgt. De beheerkosten worden door intensievere inrichting van dit gebied wel hoger. • De ontwikkelingen bij Strijkviertel kunnen exploitatie-inkomsten genereren, waardoor een intensievere inrichting van het gebied mogelijk is.
31
Figuur 5.5 Gewenste zonering cluster 3
Figuur 5.6 Vogelvlucht cluster 3
5.4 Cluster 4 – Utrecht Zuid-Zuidwest Opgaven In dit cluster spelen de volgende belangrijke opgaven: • Het ontwikkelen van de plannen voor het opvangen van huidige en toekomstige vraag (onder meer de ca. 25.000 geplande woningen bij Rijnenburg), samen met andere stakeholders. • Het realiseren van verbindingen tussen gebieden (b.v. verbinding Rijnenburg-IJsselstein en vanaf Nieuwegein naar de deelgebieden). • Ontwikkeling van identiteit voor de deelgebieden Nedereindse Park en Plas, IJsselbos en IJsselsteinse bos. In deze deelgebieden is meer beleving gewenst, omdat ze op dit moment wat onbeduidend zijn en een focus missen. • Voor Rijnenburg is dit jaar (2024) de programmatische verkenning vastgesteld, voor Nedereindse Park en Plas wordt een toekomstbeeld opgesteld en de Hollandsche IJssel is een voorbeeldgebied in Groen Groeit Mee. Strategie In dit schema liggen de gebieden vooral in de rechterbovenhoek, het intensiveren van het recreatief gebruik door Stichtse Groenlanden en Staatsbosbeheer gezamenlijk. Daarbij is het van belang om in te spelen op de verschillende transitieopgaven: stedelijke ontwikkelingen in de omgeving, dijkversterking, energietransitie, waterberging en landbouwtransitie. Ontwikkelrichtingen Zonering en gebiedsentrees • Ontwikkel in het gebied rondom de Noordwesthoek een nieuwe gebiedsentree (zie vogelvlucht), met daarbij (commerciële) voorzieningen.
• De Noordwesthoek is nu nog landbouwgebied en wordt een gebied voor intensieve recreatie. Het is daarom nu nog zone C, maar in de toekomst wordt dit B en delen A. De ruimtelijke verdeling wordt duidelijk als de plannen uitgewerkt worden. • De noordelijke zone van Nedereindse Park en Plas wordt beschouwd als uitloopgebied van Rijnenburg voor de toenemende vraag naar recreatieruimte. De zonering wijzigt deels naar zone A met een meer recreatief intensief gebruik (na 2035). Op de zoneringskaart is zone B aangegeven voor de toekomst, maar de delen A en C zijn nog niet aan te geven op kaart omdat de plannen niet in detail zijn uitgewerkt. • Het rivierbed van de Hollandsche IJssel is een belangrijke plek voor natuur en waterberging. Er is behoefte aan het ontwikkelen van een nieuwe (natuurlijke) zwemwaterlocatie. Onderzoek daarvoor de mogelijkheden om te voorzien in een behoefte aan recreatie in het groen. • Ook in dit cluster is een recreatiezonering op een lager schaalniveau nodig dan nu is ingetekend. Dit in verband met de noodzaak tot het scheiden van recreatiestromen (wandelen en fietsen), scheiden van functies (natuur en recreatie), het beheer van de paden, veiligheid, et cetera.
Gebieden
Opp. (ha)
Zonering nu
IJsselbos (SBB)
26,6 B en C
IJsseloevers (SBB)
1,9 C
Nedereindse Park en Plas (SGL)
84,6 A en B
IJsselsteinse bos zuid (SBB)
24,7 B
IJsselsteinse bos noord (SBB)
23,3 B
Noordwesthoek Hollandsche IJssel (SGL)
56,8 C
IJsseldijk noord (SBB)
10,0 C
IJsseldijk zuid (SBB)
22,0 C
Uiterwaarden (SBB)
11,6 C
Zonering gewenst
Toelichting
Met name de noordelijke zone wordt A door intensivering
B en delen A
Dit gebied wordt ontwikkeld als intensief recreatiegebied
De grijs gemarkeerde gebieden in de tabellen zijn gedurende het proces toegevoegd, zodat we een meer compleet overzicht van oppervlakten en zonering konden maken. Deze zijn geen onderdeel van de gebiedspaspoorten en visie, maar wel meegenomen in de zonering.
Identiteit • Om identiteit toe te voegen aan de Nedereindse Park en Plas wordt de plas ontwikkeld als fiets- en wandelgebied met verschillende voorzieningen, met een focus op sport en spel. Het ontwikkelen van kunst of een andere blikvanger, en verbetering van de biodiversiteit dragen in dit deelgebied bij aan het verbeteren van de beleving en identiteit. • Versterk de gebiedsidentiteiten en beleving door deze te koppelen aan het nabije landschap; het rivierlandschap van de Lek, de stroomruggen van de Hollandsche IJssel en het agrarische veenweidelandschap. Verbindingen • Zet de Hollandsche IJssel in als recreatieve, doorlopende structuur door het jaagpad verder uit te breiden als wandelpad (zie hiervoor ook de vogelvlucht). • Ontwikkel de IJsselwetering/Marrepad als heldere fietsverbinding tussen de verschillende deelgebieden. • Zorg voor fijnmazige noord-zuid en zuid-noord verbindingen voor de fietser en wandelaar tussen de Hollandsche IJssel en Rijnenburg. Dit sluit aan op de (nog te ontwikkelen) groenstructuren van Lopikerwaard. Biodiversiteit • Ontwikkel het IJsselbos als waardevolle ecologische stapsteen tussen Park Oudegein en de uiterwaarden- en riviernatuur van de Lek, en behoud het daarmee als extensief natuurgebied. • Zet in op versterking van de biodiversiteit rondom de Nedereindse plas.