CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 RIN antwoorden op vragen CDA en CU-SGP

Commissie Ruimtelijke Zaken 16 februari 2022, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: a. Informatienota beantwoording vragen CDA en ChristenUnie – SGP Grondtransporten (21.30 uur)5.192 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 5 : RIN grondtransporten Bovendijk - Technische vragen CDA en CU-SGP

Aanleiding van de aanvraag: 1. Hoe zit het dan met de bodemdaling van de grond die geen eigendom is van de initiatiefnemer? Antwoord: Na opbrengen van de grond zal er mogelijk sprake zijn van een geringe overhoogte ten opzichte omliggende percelen. Dit heeft naar verwachting geen significante gevolgen voor de bodemdaling op die percelen. 2. Wat is het mogelijke uitstraaleffect naar de omgeving (het opbrengen van deze hoeveelheid grond geeft druk op de ondergrond, wat kan uitstralen naar omliggende percelen)? Is dat getoetst en beoordeeld en wat zijn de conclusies van dat onderzoek? Antwoord: Dit is niet onderzocht. 3. Wie heeft die bodemdaling en de mate van daling vastgesteld? Antwoord: Zie voorgaande vraag. 4. Welke controlerende rol heeft de gemeente daarin gespeeld? Antwoord: Zie voorgaande vraag. 5. Had i.p.v. opbrengen grond niet gekozen kunnen worden voor verlaging van het waterpeil? Antwoord: Het is aan de ondernemer te bepalen welke maatregelen hij wenst te nemen om zijn land beter geschikt voor het gebruik te maken. De gemeente heeft hierin geen afweging gemaakt. Ook is er nog geen beleid hoe om te gaan met de gevolgen van bodemdaling waaraan getoetst kan worden. Tijdpad: 6. Wanneer is de aanvraag voor deze omgevingsvergunning ingediend? Antwoord: 28 november 2020 (zie omgevingsvergunning). 7.

Bij wie is die ingediend? Antwoord: Bij de gemeente (zie omgevingsvergunning). 8. Wanneer was de aanvraag bij de gemeente bekend? Antwoord: Op 28 november 2020. 9. Waarom heeft het college de afweging gemaakt de raad (in lijn met de Nota aanlegwerken van 141-2020) niet te informeren en niet te raadplegen (zeker gezien de politieke gevoeligheid van dit onderwerp, de vele vragenrondes van o.a. CDA en CU-SGP en de diverse debatten in commissie en raad)? Antwoord: In het bestemmingsplan Buitengebied West staat duidelijk omschreven aan welke ruimtelijke aspecten moet worden getoetst bij een vergunningsaanvraag. De aanvraag is aan het bestemmingsplan getoetst en er is geen sprake van een afwijking van het bestemmingsplan. Omdat past binnen het bestemmingsplan is de afweging gemaakt dat het college en de raad niet geïnformeerd hoefde te worden. Achteraf had dit wel gemoeten. 10. Hoe is het overleg met Waternet over deze aanvraag gevoerd? En heeft Waternet hier al een vergunning voor verleend? Antwoord: Er is geen vergunning van Waternet nodig. Er heeft geen vooroverleg met Waternet plaatsgevonden. Vergunningverlening door de ODRU / bestuurlijke betrokkenheid: 11.

In welke mate is de gemeentelijk organisatie bij die vergunningsverlening (en de voorbereiding daarvan) betrokken geweest? Antwoord: De omgevingsvergunning is namens de gemeente (onder mandaat) verleend door de Omgevingsdienst Regio Utrecht) ODRU). De ODRU heeft deeladviezen uitgebracht voor de volgende aspecten: archeologie, bodem, ecologie en heeft de aanvraag getoetst aan het bestemmingsplan. De gemeente heeft de volgende onderdelen behandeld: bouwen, procedure bestemmingsplan en

Pagina 1 van 10

Bijlage 5 : RIN grondtransporten Bovendijk - Technische vragen CDA en CU-SGP

toets ontvankelijkheid aanvraag. De beschikking is opgesteld door een medewerker van de gemeente en ter ondertekening aangeboden aan de directeur van de ODRU. 12. In welke mate is het college van B&W van De Ronde Venen bij die vergunningsverlening betrokken geweest? Antwoord: Het college is niet betrokken geweest omdat er geen sprake is geweest van een afwijking of beleidsmatige afweging. Er kan een grote tijdspanne zitten tussen de aanvraag en de daadwerkelijke grondtransporten. Het college wordt geïnformeerd enige tijd voordat de grondtransporten daadwerkelijk plaatsvinden. 13. Welke collegeleden zijn portefeuille-technisch betrokken en wat is door elk van hen tot nog toe gedaan? Wij constateren dat dit soort dossiers kennelijk rouleren binnen het college omdat zowel mevrouw Schuurs, mevrouw Hagen, de heer Divendal en nu de heer Van Uden kennelijk eindverantwoordelijk zijn. Antwoord: De vergunningverlening is volledig ambtelijk afgehandeld. Vanwege de complexiteit van het dossier heeft het college op 11 januari 2021 besloten om wethouder Van Uden aan te stellen als coördinerend wethouder Grondtransporten. Hierover bent u al geïnformeerd. 14.

Op basis waarvan is de directeur van de ODRU bevoegd om uitsluitend namens de gemeente voor een dergelijke vergunning te tekenen? Antwoord: Op basis van het mandaatbesluit ODRU 2015 van de gemeente De Ronde Venen heeft de ODRU mandaat om te beschikken op aanvragen om een omgevingsvergunning, voor zover de uitvoering van de betreffende taak met de ODRU is overeengekomen. Omtrent het beschikken op aanvragen om omgevingsvergunningen zijn er werkafspraken gemaakt tussen de ODRU en de gemeente. De ODRU is niet uitsluitend bevoegd om een dergelijke vergunning te verlenen ofwel te voorzien van de benodigde handtekening. De gemeente als mandaatgever zijnde in dit geval behoudt zelf de bevoegdheid om de vergunning te verlenen of te weigeren. Wanneer een omgevingsvergunning wordt afgegeven wordt deze getekend door de directeur (of een andere functionaris) van de ODRU. 15. Nav de tekst onder Kernboodschap in de infonota van 30-11-2021: in hoeverre is de gemeente gedwongen medewerking te verlenen aan een dergelijk project en waarop is dat dan gebaseerd (waar staat dat / juridische basis)? Antwoord: het toepassen van grond is niet in afwijking van het bestemmingsplan. Wel moet conform het bestemmingsplan eerst een vergunning worden aangevraagd. Hierbij wordt conform het bestemminsplan enkel getoetst of landschapswaarden of het weidevogelkerngebied niet onevenredig worden aangetast.

Er zijn voor de werkzaamheden geen andere toestemmingen nodig. Ten aanzien van archeologie zijn randvoorwaarden gesteld waarbinnen de werkzaamheden moeten plaatsvinden. 16. Wat betekent (tekst in uw infonota van 30-11-2021): “een aanvraag tot ontheffing …is nog in behandeling bij de provincie Utrecht”? Antwoord: In het kader van de Verordening Natuur en landschap (2017) is een ontheffing nodig indien de grond met meer dan 10 cm wordt opgehoogd. Deze ontheffing is aangevraagd en inmiddels verleend. 17. Hoe kan daartegen bezwaar worden gemaakt op welke gronden door wie en welke rol heeft de gemeente daarin, gelet de (mogelijke) overlast (trillingen bij bewoners Bovendijk) die al gemeld wordt door college? Antwoord: Het is een openbare procedure waar iedereen op kan inspreken. De ontheffing is inmiddels verleend. Bij de vergunningverlening door de gemeente op grond van het bestemmingplan Buitengebied West wordt aan soortgelijke criteria getoetst als bij de procedure voor de ontheffing.

Pagina 2 van 10

Bijlage 5 : RIN grondtransporten Bovendijk - Technische vragen CDA en CU-SGP

18. Wat betekent (tekst in uw infonota van 30-11-2021): “Er is nog geen melding Besluit bodemkwaliteit ingediend”? Antwoord: De voorgenomen toepassing van grond is meldingsplichtig op grond van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). Er was op peildatum 10-1-2022, voor zover bij de ODRU bekend, nog geen Bbk-melding ingediend voor dit werk. 19. Wie dient zo’n melding in bij wie? Antwoord: In het Besluit bodemkwaliteit is niet geregeld wie de melding in moet dienen, maar wel waar een melding ingediend moet worden. Dat is bij het landelijk Meldpunt bodemkwaliteit. 20. Op basis waarvan wordt dan getoetst en een besluit genomen? Antwoord: Het gaat om een melding, dus er wordt geen besluit op genomen. De ODRU is door de gemeente gemandateerd om ingediende meldingen te behandelen. Er wordt getoetst of de grond voldoet aan de kwaliteit die ter plaatse van toepassing is toegestaan (zoals beschreven in onze Nota Bodembeheer) en of de bewijsmiddelen correct zijn. Als de grond niet de juiste kwaliteit heeft of de bewijsmiddelen onvoldoende zijn, mag de grond niet worden toegepast. De ODRU houdt daar toezicht op. 21. Kan de gemeente als (mogelijke) belanghebbende een zienswijze of bezwaar indienen? Is het college namens de gemeente dat wellicht van plan? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Nee, bij meldingen Besluit bodemkwaliteit zijn geen zienswijzen mogelijk.

Met betrekking tot de ontheffing verordening Natuur en landschap, zie antwoord op vraag 16 en 17. Leges: 22. In de infonota van 30-11-2021 stelt u dat de leges bepalingen in de nota aanlegwerken (basisbedrag en opslag gerelateerd aan omvang van het werk) op deze vergunning zijn toegepast; wat is het legesbedrag dat in rekening is gebracht en hoe is dat berekend? Antwoord: Er is een bedrag van € 61.731,35 in rekening gebracht. De aanvrager heeft in zijn aanvraag de projectkosten geschat op € 400.000,= . Op basis van de uit te voeren werkzaamheden heeft de gemeente de projectkosten geschat op ten minste € 1.360.000,=. Dit bedrag is uitgangspunt geweest bij het in rekening brengen van de leges. 23. Waarop is de opgave van 400.000m3 gebaseerd? (ter illustratie bij 25m3 per auto zijn 16.000 enkele vervoersbewegingen!!!!) Overigens; de te maken investeringen doen ons vermoeden dat uiteindelijk een veelvoud hiervan zal worden opgebracht, zoals we ook bij het eerdere project hebben gezien. Hoe sluit u dat uit? Antwoord: De hoeveelheid is berekend door de aanvrager. Het aantal van 400.000 m3 (losse m3, dat wil zeggen grond die net is aangebracht en nog moet inklinken) is genoemd in het memo van Bos Milieuadvies waarin de noodzaak tot ophoging wordt onderbouwd. Uit de hoeveelheidsberekeningen blijkt dat het gaat om 328.312 losse m3.

De vergunning betreft het instemmen met een toegestane ophoging van het perceel. De ODRU ziet namens de gemeente toe op het te realiseren profiel en hoogte van het maaiveld. Er wordt niet gehandhaafd op de hoeveelheid grond die wordt toegepast. De opgegeven hoeveelheden zijn indicatief. 24. De vergunning spreekt van een omvang van 400.000 m3. Indien de werkelijke omvang groter wordt, dient dan een nieuwe vergunning gevraagd te worden met aanvullende leges? Antwoord: De omgevingsvergunning is verleend voor het ophogen van de landbouwpercelen. In de omgevingsvergunning is geen voorschrift opgenomen ten aanzien van het volume van de aan te brengen grond op de percelen. Wanneer blijkt dat het volume van de aan te brengen grond meer is dan verwacht, is hier geen nieuwe omgevingsvergunning voor nodig.

Pagina 3 van 10

Bijlage 5 : RIN grondtransporten Bovendijk - Technische vragen CDA en CU-SGP

Nota Aanlegwerken 25. Is de ODRU op de hoogte van deze nota uit januari 2020? Zo ja, sinds wanneer, zo niet waarom niet? Antwoord: Nee. De nota heeft geen consequenties voor de vergunningverlening (behoudens de leges). De ODRU is wel op de hoogte over de problematiek van grondtransporten. De ODRU meldt grote grondtransporten bij de gemeente. Het is aan de gemeente om maatregelen te nemen om mogelijk negatieve effecten zo veel mogelijk tegen te gaan. 26. Is de nota toegepast op deze vergunningverlening? Antwoord: In de nota is een nieuwe aanpak bij aanlegactiviteiten opgenomen (H5). Deze aanpak wordt gevolgd. Deze aanpak heeft geen betrekking op de inhoudelijke vergunningverlening. De legesverordening is aangepast naar aanleiding van deze nota. 27. Zo ja, op welke wijze en met welke effecten is die nota toegepast? Antwoord: Zie vorige vraag. 28. In welke mate zijn de ervaringen met eerdere vergelijkbare werken gebruikt bij de vergunningverlening? Antwoord: Geen, bij de vergunningverlening kon alleen worden getoetst op effecten op het landschap en voor het weidevogelkerngebied. 29.

Beschouwt u de nota toepasbaar en effectief naar aanleiding van deze vergunningverlening? Antwoord: In de nota wordt geconcludeerd dat wanneer de aanlegactiviteit voldoet aan de in het bestemmingsplan gestelde eisen er naast de in het bestemmingsplan genoemde toetsingscriteria geen andere eisen gesteld kunnen worden. 30. Zo nee, welke verbeteringen zouden dan in de nota / het beleid doorgevoerd moeten worden? Antwoord: De nota is volledig en hoeft niet te worden aangepast. Met verkeersmaatregelen of met aanpassingen in bestemmingsplannen (en na invoering van de Omgevingswet in het omgevingsplan) kunnen grondtransporten wellicht beter gereguleerd worden. Deze mogelijkheden gaan wij verkennen. Inhoud van de vergunning: 31. In de infonota van 30-11-2021 wordt gesproken over een termijn van 10 jaar, in de vergunning van een periode van 2-3 jaar. Hoe moeten we dat begrijpen? Antwoord: Het aanbrengen van grond op de agrarische percelen gebeurt in een periode van maximaal 10 jaar. Het gebruik van de tijdelijke werkweg naar de Wilnisse Zuwe duurt 2-3 jaar. 32. Is er gesproken met initiatiefnemer over hoe de grondtransporten gaan plaatsvinden nadat de tijdelijk vergunning van 2-3 jaar is verlopen en de nog aan te leggen weg weer weggehaald moet worden? Antwoord: Het gebruik van de tijdelijke werkweg betreft een ander project (Wilnisse Zuwe).

Met de initiatiefnemer voor de ophoging van de weilanden gaan we in overleg over transportroutes van en naar de Bovendijk. 33. De vergunning betreft een omvang van 400.000 m3. Wat gebeurt er indien die omvang wordt overschreden of de aanvrager een grotere hoeveelheid grond wil verwerken? En hoe wordt dat bijgehouden? Antwoord: De hoeveelheid is een raming en is niet bepalend voor de vergunning. De hoogte van het maaiveld is bepalend. Er kan dus meer of minder grond nodig zijn. 34. In de vergunning staan een aantal voorwaarden (bv aanvullend archeologisch onderzoek); is aan die voorwaarden inmiddels voldaan? Welke rapportages zijn daarover beschikbaar voor de raad?

Pagina 4 van 10

Bijlage 5 : RIN grondtransporten Bovendijk - Technische vragen CDA en CU-SGP

Antwoord: Nee er is nog niet aan de voorwaarden voldaan. De voorwaarden zijn opgesteld naar aanleiding van vooraf uitgevoerd archeologisch vooronderzoek. Er zijn twee mogelijkheden om aan de voorwaarden te voldoen: 1. planaanpassing waardoor voor de delen met een middelhoge archeologische verwachting/waarde niet meer bedreigd zijn of, 2. aanvullend archeologisch onderzoek voor deze gebieden met als doel de aan- of afwezigheid van archeologische resten aan te tonen en in geval van aanwezigheid aanvullende stappen. Tot zover bekend heeft geen planaanpassing plaatsgevonden en is geen aanvullend vervolgonderzoek uitgevoerd dat de aan- of afwezigheid van archeologische resten aantoont. Zo lang er nog niet aan de voorwaarden is voldaan houdt de ODRU toezicht erop dat er nog geen grond wordt aangebracht. Vooraf aan de vergunningsverlening zijn twee archeologische vooronderzoeken uitgevoerd: Eerst een bureauonderzoek (Peeters, D. 2021, Plangebied Buitengebied-west (ter hoogte van Bovendijk 22) te Wilnis, gemeente De Ronde Venen; archeologisch vooronderzoek; een bureauonderzoek, Raap-Rapport 5030, 15-03-2021, RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., Weesp). Naar aanleiding van de resultaten is een verkennend booronderzoek (Peeters, D.

2021, Plangebied BuitengebiedWest (ter hoogte van Bovendijk 22) te Wilnis, gemeente De Ronde Venen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek), 05-05-2021, RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., Weesp.) uitgevoerd. Dit laatste onderzoek is opgenomen bij de stukken van de beschikking/vergunning (RAAPrap_5126_WILN2_20210505_boorbeschrijvingen_pdf.pdf d.d. 20-05-21). De rapportage van het bureauonderzoek staat de raad ook ter beschikking. De vervolgonderzoeken zijn nog niet ingediend. 35. Zo ja, hoe is getoetst of dat toereikend was en wat was de uitkomst daarvan? Antwoord: Dit was niet toereikend. Er zijn twee archeologisch vooronderzoeken uitgevoerd. De resultaten zijn getoetst aan de geldende regels die ook in de vergunning zijn opgenomen. Hiermee bleek nog niet voldaan te zijn aan de voorwaarden van de beschikking/vergunning omdat met deze rapporten onvoldoende de aan- of afwezigheid van archeologische waarden is aangetoond. De resultaten van beide onderzoeken zijn getoetst via de rapportages die opgesteld zijn door het adviesbureau. De rapportages van beide onderzoeken zijn in orde bevonden. Op basis van het bureauonderzoek was de verwachting dat er zones met een middelhoge archeologische verwachting binnen het plangebied aanwezig waren. Deze zones zijn met het daaropvolgende verkennende booronderzoek daadwerkelijk aangetoond.

In delen van het plangebied komen deze op slechts 15 cm onder het huidige maaiveld voor. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om de aan of afwezigheid van daadwerkelijke archeologische vindplaatsen aan te tonen. Omdat voor de ingreep het maaiveld ook 15 tot 30 cm verlaagd wordt zijn eventueel aanwezige archeologische resten hiermee direct bedreigd. Als gevolg van bodemwerking door het ophogen (zoals zetting) zijn er voor de ondiep gelegen archeologische resten ook indirecte bedreigingen door degradatie en aanverwante. Door het adviesbureau is aanbevolen vervolgonderzoek middels proefsleuven uit te voeren. Doel is de aan- of afwezigheid van archeologische vindplaatsen aan te tonen en deze gelijk te waarderen (o.a. op behoudenswaardigheid). De ODRU is het hier mee eens, maar heeft aanvullend geadviseerd dat voor de gebieden met een middelhoge verwachting de daadwerkelijke bedreiging nog nader gekarteerd moeten worden middels een nader verkennend booronderzoek. Dit is

Pagina 5 van 10

Bijlage 5 : RIN grondtransporten Bovendijk - Technische vragen CDA en CU-SGP

opgenomen in de voorwaarden van de beschikking/vergunning. Waar het archeologisch niveau (met in achtneming van een buffer) dieper ligt dan de ingrepen en indirecte gevolgen zoals zetting, kan mogelijk afgezien worden van verder onderzoek. Delen die binnen de verstoringsdiepte liggen dienen dan nader onderzocht te worden middels een proefsleuvenonderzoek en evt. vervolgstappen (afhankelijk van de resultaten van het proefsleuven onderzoek). Dit nader verkennend booronderzoek onderzoek naar de daadwerkelijk bedreigde zones en (indien noodzakelijk) eventuele vervolgstappen is nog niet uitgevoerd. 36. Zo nee, wanneer verwacht u dat wel aan die voorwaarden is voldaan? Antwoord: Er zijn twee mogelijkheden: 1. Indien planaanpassing plaatsvindt waardoor de ondergrond ter plaatse van de middelhoge archeologische verwachting niet afgegraven wordt; 2. Aanvullend archeologisch onderzoek moet uitgevoerd worden om te voldoen aan de voorwaarden. Dit dient te bestaan uit een aanvullend verkennend booronderzoek. Op basis van de resultaten dient een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd te worden. Indien hierbij daadwerkelijke behoudenswaardige vindplaatsen aangetoond te worden zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk. Pas als hieraan voldaan is, is ook aan de voorwaarden voldaan 37.

In dit project wordt aangegeven alleen schone grond te gebruiken; in hoeverre verlengt dat de uitvoering van het project en hoe gaat u grip krijgen en houden op deze voorwaarde? Antwoord: Er mag grond worden toegepast conform de eisen van onze nota bodembeheer (schone grond en grond uit dezelfde zone). Elke partij grond die wordt toegepast wordt gemeld bij het Meldpunt bodemkwaliteit. De ODRU toetst alle meldingen. 38. Er worden beperkende voorwaarden gesteld in het bestemmingsplan, zoals “landschapswaarden mogen niet onevenredig worden aangetast”. Wie bepaalt of dat wel of niet het geval is en op grond van welke objectieve criteria gebeurt dat (en waar zijn die criteria vastgelegd)? Antwoord: Die afweging is gemaakt bij de afhandeling van de vergunningsaanvraag. De motivatie staat in de vergunning. Na realisatie van de werkzaamheden zijn de gronden weer geschikt voor agrarisch gebruik en is er geen sprake van aantasting van het landbouwkerngebied of weidekerngebied. 39. Er staat in de kernboodschap in de infonota van 30-11-2021: “Als aan deze voorwaarden wordt voldaan KAN het werk doorgang vinden. Wat betekent hier KAN? Antwoord: Het is aan de initiatiefnemer wanneer en hoeveel grond wordt aangebracht. De initiatiefnemer is niet verplicht om grond aan te brengen. 40.

Hoe kan het dat deze omgevingsvergunning geen ruimtelijk besluit is waarvoor een goede ruimtelijke ordening nodig is? Antwoord: Dat is in het bestemmingplan Buitengebied West vastgelegd. 41. Hoe kan het dat niet getoetst kan worden aan bijv. overlast voor de omgeving? Antwoord: de activiteit is niet strijdig met het bestemmingsplan. Er hoeft daarom niet te worden getoetst of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Effect op wegen 42. Waarop is de verwachting gebaseerd dat de grond via de N212 wordt aangevoerd? Zijn er al afspraken gemaakt over aanvoerroutes en zo ja, dan vernemen we graag wat met wie welke afspraken vastgelegd zijn. Antwoord: Met de aanvrager moet nog overleg worden gevoerd over de transportroutes. Er zijn nog geen afspraken gemaakt. Onze voorkeursroute is via de N212 maar dat is uiteindelijk aan de initiatiefnemer. Wij gaan in overleg met de initiatiefnemer om een route overeen te komen die het minste schade en overlast tot gevolg heeft.

Pagina 6 van 10

Bijlage 5 : RIN grondtransporten Bovendijk - Technische vragen CDA en CU-SGP

43. In de infonota van 30-11-2021 geeft u aan dat de renovatie van de Bovendijk gepland is voor 2022. Wat is het effect van dit project op die planning? Gaat u het groot onderhoud uitstellen en zo ja voor hoe lang? Antwoord: De renovatie wordt niet uitgesteld maar wordt wellicht gefaseerd uitgevoerd. De raad wordt daar later verder over geïnformeerd. 44. In de infonota van 30-11-2021 geeft u aan te onderzoeken of maatregelen mogelijk zijn om schade aan de wegen te beperken: wat houden die onderzoeken en maatregelen in? Antwoord: We onderzoeken de mogelijkheden om het onderhoud aan (delen van) de Bovendijk in 2022/2023 uit te voeren, ondanks dat er grondtransporten plaatsvinden. Het onderzoek is erop gericht om tot maatregelen te komen, waarbij de grondtransporten niet over de vernieuwde weg plaatsvinden. Deze maatregelen bestaan bijvoorbeeld uit het instellen van vrachtwagenverboden en/of andere beperkingen. Deze beperkingen hebben echter ook gevolgen voor andere weggebruikers, bijvoorbeeld bedrijven aan de Bovendijk. We kijken ook naar de handhaafbaarheid hiervan. 45. In diezelfde passage staat de zin “Hiervoor moet een verkeersbesluit…..meegenomen” worden; welke andere belanghebbenden ziet u en wat zijn concreet die belangen en hoe vindt die afweging plaats (welke criteria)? Antwoord: zie voorgaande vraag. Dit is nog niet uitgewerkt. 46.

Welke heldere afspraken zijn gemaakt met de initiatiefnemer over schade die ontstaat aan het wegdek? Antwoord: Er zijn nog geen afspraken gemaakt. Dit onderwerp zal aan de orden komen bij het overleg met de initiatiefnemer. 47. Welk plan heeft de gemeente nu al om het genoemde negatieve effect op de kwaliteit van de weg tot nul te reduceren? Antwoord: In navolging op het antwoord op vraag 46 wil het college benadrukken dat zij alles in het werk stellen om afspraken te maken om de schade zoveel als mogelijk te beperken. Het college kan niet uitsluiten dat er schade aan de weg ontstaat. 48. Welke externe adviseurs gaat de gemeente inschakelen om eventuele schade (wegen en nevenschade) snel te kunnen vaststellen en daar claims voor in te dienen, die goed onderbouwd zijn? Antwoord: Dat is nog niet bekend. In elk geval zal een externe partij gevraagd worden de nulsituatie van de Bovendijk vast te leggen, zodra de renovatie van een wegvak is afgerond. 49. Hoe gaat u de veiligheid van fietsers garanderen bij de uitrit op de Bovendijk? (dode hoek van de vrachtwagens en laag liggend fietspad) Antwoord: De verkeersveiligheid van fietsers is een belangrijk aandachtspunt. Ook nu is er sprake van vrachtwagens die het laaggelegen fietspad kruisen. Bij de grondtransporten is er sprake van intensief vrachtverkeer.

De tijdelijke uitrit dient voorzien te zijn met bebording, waarbij het vrachtverkeer wordt gewaarschuwd voor het fietsverkeer. Ook het fietsverkeer dient met borden op de aanwezigheid van vrachtverkeer te worden gewezen. Verder toetsen wij deze uitrit op zichtbaarheid van fietsers (een locatie bij bomen is minder geschikt) en bochtstralen. Communicatie 50. U kiest ervoor het overleg met omwonenden te doen na het verlenen van de vergunning, hoe kunt u toch de input van de omwonenden meenemen in dit project? Antwoord: De procedure stond open voor bezwaar van omwonenden. Er is één bezwaar ontvangen. Zodra we de bewoners informeren, als meer details over het project bekend zijn, geven we hun ook de mogelijkheid hun zorgen, bewaren en eventuele oplossingen aan ons kenbaar te maken.

Pagina 7 van 10

Bijlage 5 : RIN grondtransporten Bovendijk - Technische vragen CDA en CU-SGP

51. Wat heeft de gemeente over dit project al gecommuniceerd met wie en wat heeft de gemeente precies met de initiatiefnemer over communicatie afgesproken? Antwoord: Er is nog geen communicatie met de bewoners geweest 52. Graag ontvangen we ook een schriftelijk feitenrelaas over de ambtelijke en bestuurlijke gesprekken en andersoortige communicatie met de initiatiefnemer waarin duidelijk wordt welke afspraken en voorwaarden wanneer gemaakt zijn. Antwoord: Er is nog geen overleg met de initiatiefnemer geweest. Als dat er komt zal de raad op de hoogte worden gehouden. Er is nog geen overleg geweest omdat uitvoeringsaspecten (zoals te kiezen routes, mogelijke overlast en schade aan wegen) geen toetsingscriterium zijn geweest in het vergunningenproces. Omdat er geruime tijd kan zitten tussen de vergunningsaanvraag (november 2020) en de daadwerkelijke transporten (2022 en verder) is ervoor gekozen het overleg korte tijd voor de aanvang van de transporten te laten plaatsvinden. 53. In de infonota van 30-11-2021 geeft u aan dat bewoners schriftelijk worden geïnformeerd en dat afspraken hierover nog gemaakt moeten worden. Had dit niet voor de vergunningverlening moeten gebeuren waardoor die afspraken onderdeel van de voorwaarden zouden zijn? Antwoord: Nee, bij de vergunning is alleen getoetst aan ruimtelijke aspecten die in het bestemmingsplan zijn genoemd.

Communicatie met bewoners vindt plaats korte tijd voordat de transporten plaats gaan vinden. 54. In hoeverre ziet het college hier voor zichzelf een actieve rol m.b.t. tijdige en transparante communicatie? Antwoord: Het is aan de transporteur dat bewoners tijdig en op een juiste wijze worden geïnformeerd. De gemeente volgt deze communicatie en zorgt voor afstemming van deze communicatie en de eigen communicatie over de renovatie van de Bovendijk. 55. Worden de bewoners expliciet op hun rechten gewezen en in hoeverre ziet het college voor zichzelf een rol om de bewoners te ondersteunen en bij te staan? Antwoord: De bewoners en het college hebben in deze specifieke situatie, aangaande overlast door grondtransporten, dezelfde belangen. De gemeente wil in overleg met de initiatiefnemer de overlast tot een minimum beperken. De gemeente heeft daarnaast ook de verantwoordelijkheid om iedere vergunning in behandeling te nemen en te toetsen aan bestaande regelgeving (in dit geval bestemmingsplan Buitengebied West) en deze vergunning te verlenen als het past binnen de bestaande regelgeving. 56. Van welke andere wegen worden bewoners “betrokken” en op welke wijze? Antwoord: dat is nog niet bekend omdat nog niet is vastgesteld welke transportroutes gevolgd worden. 57. Welke analyse van grondtransporten wordt bedoeld? Antwoord: de vaststelling welke transportroutes gaan worden gebruikt.

58. Het impliceert dat ook andere wegen te maken krijgen met overlast. Hoe kan dat en welke wegen zijn dat en waaruit bestaat die overlast voor hoe lang? Antwoord: De transportroutes zijn nog niet vastgesteld. De locatie waar de grond wordt toegepast kan vanuit verschillende richtingen worden benaderd. Welke route optimaal is hangt ook af van de locatie waar grond vandaan komt. Dat is nog niet bekend. Voor alle wegen geldt dat zwaar verkeer kan leiden tot overlast (geluid- en trillingshinder) en schade aan wegen. Ook voor overige wegen moet worden uitgesloten dat de transporten leiden tot onveilige situaties. 59. De gemeente is bij herhaling “niet sterk” tot “uitermate slecht” in communicatie met burgers (denk bv aan afvalcontainer kwestie). Waarom zou verondersteld kunnen worden dat het nu in deze situatie anders en dus veel beter zal zijn?

Pagina 8 van 10

Bijlage 5 : RIN grondtransporten Bovendijk - Technische vragen CDA en CU-SGP

Antwoord: Elke situatie is anders en vergt een communicatie op maat. Het college kijkt bij elke onderwerp hoe het best gecommuniceerd moet worden en wie welke rol daarin heeft. Ook in dit project heeft dit nadrukkelijk de aandacht van het college. Handhaving 60. Hoe vindt de handhaving en controle op het nakomen van de voorwaarden in de vergunning plaats? Antwoord: De handhaving en controle op het nakomen van de voorwaarden in de vergunning vindt plaats door de ODRU. De handhaving bestaat uit regelmatige fysieke en administratieve controles door toezichthouders van de ODRU. 61. Wat gebeurt er indien de voorwaarden niet worden nagekomen? Antwoord: Dan zal door de ODRU corrigerend en/of handhavend worden opgetreden waarbij het gemeentelijk handhavingsbeleid wordt gevolgd. 62. Worden bij niet nakomen sancties opgelegd en zo ja welke / wat is daarvan de omvang (bv van een last onder dwangsom en/of schorsing van de vergunning in een voorlopige voorziening)? Antwoord: Zoals vermeld in het antwoord onder I.2 zal bij het niet nakomen van de voorwaarden corrigerend en handhavend worden opgetreden waarbij het gemeentelijk handhavingsbeleid wordt gevolgd. De ernst en de aard van de overtreding alsmede het gedrag van de overtreder zijn dan bepalend voor de op te leggen sanctie.

Bijvoorbeeld het opleggen van een last onder dwangsom, bestuursdwang in de vorm van stilleggen van het werk en/of het opmaken van een proces-verbaal. De hoogte van de last onder dwangsom en/of boete is onder andere afhankelijk van de ernst van de overtreding en het daarmee verkregen economisch gewin. 63. Bij het vorige project (langs Heinoomsvaart) zijn de handhavingskosten zwaar onderschat; heeft u inmiddels een goede raming voor de kosten van handhaving gemaakt en hoe hoog schat u die in? Hoe kunnen die handhavingskosten worden verrekend/verhaald? Antwoord: Wij hebben geen raming van de kosten van toezicht gemaakt. De kosten van toezicht en handhaving op het werk kunnen niet worden verhaald of verrekend. Dit is namelijk een wettelijke taak van het bevoegd gezag en kan niet worden doorberekend aan de initiatiefnemer of vergunninghouder. 64. Kan de gemeente op enige wijze deze kosten verhalen op de initiatiefnemer, met name bij het niet nakomen van voorwaarden en afspraken? Antwoord: zie antwoord voorgaande vraag.

(On)herroepelijkheid van de vergunning Gezien de vele vragen die wij over deze vergunningverlening hebben en de vele onduidelijkheden die kennelijk nog niet goed zijn geregeld: 65. Waarom heeft de ODRU de aanvraag als ontvankelijk verklaard terwijl het deeladvies archeologie of nader onderzoek nog ontbreekt. Want in de motivering van de vergunning staat dat zonder deze planaanpassing of nader onderzoek wordt niet voldaan aan artikel 28.3.3. en kunnen de werkzaamheden niet plaatsvinden Antwoord: Aan de verleende omgevingsvergunning is het volgende voorschrift verbonden: “Overeenkomstig het bijgevoegde Deeladvies archeologie dient vóór uitvoering van het plan een archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden en aangeleverd te worden, indien planaanpassing niet mogelijk is in de zone waar kreekoevers/hoge kwelders worden verwacht. Geadviseerd wordt echter het plan aan te passen en de bodemingrepen te beperken tot alleen

Pagina 9 van 10

Bijlage 5 : RIN grondtransporten Bovendijk - Technische vragen CDA en CU-SGP

ophogen, dus zonder vooraf te ontgraven. ln het deel van het plangebied waar geen kreekoevers/hoge kwelders worden verwacht is geen archeologisch vervolgonderzoek nodig. 66. In hoeverre is de vergunning onherroepelijk of kunnen alsnog aanvullende voorwaarden aan de vergunning gesteld worden (bv over schadeverhaal, uitvoering, communicatie, controles, handhaving en boetes, etc…). Antwoord: Tegen de omgevingsvergunning is een bezwaarschrift ingediend. Op dit bezwaarschrift is nog geen besluit genomen. Als gevolg hiervan is de omgevingsvergunning niet onherroepelijk. Met het besluit het bezwaarschrift wordt op basis van de ingediende bezwaren een heroverweging gemaakt van het oorspronkelijke besluit om de omgevingsvergunning te verlenen.

Met betrekking tot het nog lopende project langs de Heinoomsvaart: 67. In hoeverre zijn alle activiteiten van dit eerdere grondtransportproject nu afgerond? Indien dat niet het geval is, wat moet er dan nog gebeuren? Antwoord: De activiteiten zijn nog niet afgerond. Op het zuidelijk deel van het traject moet het profiel nog gerealiseerd worden en moet een afdeklaag worden aangebracht. 68. Is door de opdrachtgever / uitvoerder aangegeven of de werkzaamheden inmiddels gereed zijn? Antwoord: zie voorgaande vraag. 69. Zo niet, wanneer wordt verwacht dat die wel gereed zijn Antwoord: binnen één jaar 70. In de vergunning zijn bepalingen opgenomen over het terugbrengen van zaken zoals bomen en sloten/watergangen: is inmiddels aan al die voorwaarden voldaan? Antwoord: nee, het werk is nog niet opgeleverd. 71. Zo niet, wanneer wordt verwacht dat dit wel het geval is? Antwoord: binnen één jaar 72. Wanneer en hoe gaat u controleren of volledig voldaan is aan op de naleving van de voorwaarden waaraan dat project moest voldoen volgens de gemaakte afspraken dan wel de eisen in de vergunning? Antwoord: bij de oplevering van het werk. 73. Wanneer gaat u controleren of de compensaties (zoals nieuwe sloten en herplant bomen) zijn uitgevoerd als bedoeld? Antwoord: zie voorgaande vraag. 74. Is de complete dijk nu voorzien van een schone teellaag? Hoe en door wie is dit vastgesteld? Antwoord.

Op het noordelijk deel is een afdeklaag aangebracht. Deze moet ten minste voldoen aan de kwaliteit klasse wonen. De opdrachtgever is verantwoordelijk voor het aanbrengen van grond met de juiste kwaliteit. De ODRU controleert dit.

Pagina 10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11109131/3