CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Rapportage monitor resultaatsafspraken DRV 2022-2023

Gemeenteraad 24 april 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Tussentijdse evaluatie Jeugdbeleidsplan 2020-20265.191 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Monitor resultaatsafspraken VVE 2023 Gemeente De Ronde Venen

Anke Suijkerbuijk Laurens Steerneman Walter de Wit Debbie Kooij

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ......................................................................................................................................... 5 1.1 Resultaatafspraken VVE gemeente De Ronde Venen ................................................................. 5 1.2 Opzet en uitvoering van de monitor ........................................................................................... 5 1.3 Leeswijzer .................................................................................................................................... 6

2.

Bereik en registratie voor- en vroegschoolse educatie ................................................................... 7 2.1 Bereik VE ...................................................................................................................................... 7 2.2 Registratie in het basisonderwijs ................................................................................................. 8

3.

Ouderbetrokkenheid ..................................................................................................................... 9 3.1 Ouderactiviteiten of -programma’s ............................................................................................... 9 3.2 Bereik van ouders ........................................................................................................................ 9 3.3 Opbrengsten .............................................................................................................................. 10 3.4 Knelpunten ................................................................................................................................ 10 3.5 Ouderactiviteiten of -programma’s in het verleden.................................................................. 11

4

Educatieve kwaliteit (de ‘E’ van VVE) ........................................................................................... 12 4.1 CLASS observaties ...................................................................................................................... 12 4.2 Aandachtspunten ...................................................................................................................... 12

5

Conclusies en aanbevelingen ....................................................................................................... 15 5.1 Conclusies .................................................................................................................................. 15 5.2 Aanbevelingen ........................................................................................................................... 16

Monitor resultaatafspraken VVE 2023- gemeente De Ronde Venen

1.

5

Inleiding

Ieder kind verdient gelijke kansen op een mooie toekomst. Met het onderwijsachterstandenbeleid proberen we in Nederland achterstanden te verminderen die het gevolg zijn van factoren in de thuissituatie van kinderen (met name de sociaal-emotionele omstandigheden). De voor- en vroegschoolse educatie (VVE) is hier een onderdeel van. De voorschoolse educatie is bedoeld voor peuters tussen de 2,5 en 4 jaar en wordt gefinancierd door de gemeente vanuit de GOAB-middelen. De vroegschoolse educatie heeft betrekking op de groepen 1 en 2 van de basisscholen die hiervoor achterstandsmiddelen van het Rijk ontvangen via het schoolbestuur.

1.1

Resultaatafspraken VVE gemeente De Ronde Venen

Begin 2014 hebben de gemeente, schoolbesturen en voorscholen afspraken opgesteld met betrekking tot de gewenste resultaten van VVE. In 2019 zijn deze geëvalueerd en aangepast. Het betreft afspraken over onder andere: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

De gemeentelijke definitie van de voorschoolse doelgroep. Deze is wat anders dan de landelijke definitie (net als in de meeste gemeenten); De rol van de JGZ in het indiceren van deze doelgroep; Dat er voor alle VVE-geïndiceerde peuters een VVE-plek is; ‘Warme’ overdracht die plaats vindt van de voorschool naar de vroegschool; Dat basisscholen registreren in het leerlingadministratiesysteem welke leerlingen een VVE-indicatie hebben; Ouderbeleid op voor- en vroegscholen: goede informatie, intakes en stimulering om ook thuis VVE-activiteiten aan te bieden; Het verkleinen van de taalachterstand van kinderen en het meten hiervan; Het aanbieden van goede educatieve kwaliteit;

Op hoofdlijnen gaat het erom zoveel mogelijk doelgroepkinderen voorschoolse educatie te bieden van een goede kwaliteit.

Sinds enkele jaren wordt de voortgang gemonitord. Voor u ligt de monitorrapportage over het schooljaar 2022-2023. Het gaat om een beperkte ‘tussenmeting’, geen herhaling van de vorige metingen, omdat er landelijk nieuwe regelgeving aankomt en een herhaling van voorgaande metingen te weinig meerwaarde zou hebben. Daarom hebben we in overleg met de gemeente de focus gelegd op enkele relevante lokale thema’s: ▪ Bereik van de Voorschoolse Educatie; ▪ Registratie VVE kinderen op de basisscholen; ▪ Ouderbetrokkenheid VVE/onderwijsachterstandenbeleid (OAB); ▪ Educatieve kwaliteit in de VVE.

1.2

Opzet en uitvoering van de monitor

De ‘Monitor resultaatafspraken VVE – 2023’ kende de volgende stappen: 1. Voorbereiding Alle (voor)scholen hebben een kort bericht ontvangen over de monitor, de gewijzigde aanpak en de bijbehorende werkzaamheden.

6

Oberon

2.

Bereik VVE in beeld krijgen In de gemeente De Ronde Venen is de GGDrU verantwoordelijk voor het afgeven van de VEindicaties. Via de GGDrU zijn gegevens aangeleverd over het aantal VE-geïndiceerde kinderen die op teldatum 1 september 2023 tussen de 2,5 en 4 jaar oud waren (dus geboren tussen 1 september 2019 en 1 maart 2020). Daarnaast zijn gegevens aangeleverd van het aantal geïndiceerde kinderen die volgens de GGDrU geplaatst zijn op een VE-groep en de reden waarom ze eventueel niet geplaatst zijn. Deze gegevens zijn via de mail geverifieerd bij de voorscholen. Registratie VVE kinderen op de basisscholen In de gemeente De Ronde Venen is afgesproken dat scholen in hun leerlingadministratie bijhouden welke leerlingen een VVE-indicatie hebben. Om dit te verifiëren hebben we met alle scholen telefonisch contact gehad en hen gevraagd of ze dit doen en zo nee, wat de reden is dat ze dit niet doen. Ouderbetrokkenheid bevragen Om de ouderbetrokkenheid in kaart te brengen is een digitale vragenlijst uitgezet onder de voorscholen en de VVE-scholen. Er is gekozen om alleen de VVE-scholen te benaderen omdat we ons in de monitor richten op de betrokkenheid van ouders van doelgroepkinderen. De vragenlijst is ingevuld over 6 basisscholen en 7 voorscholen. De gegevens zijn aangevuld met interviews met de bibliotheek en de gemeente.

Educatieve kwaliteit meten Alle (voor)scholen hebben een aanbod gekregen om deel te nemen aan een CLASS observatie. CLASS staat voor Classroom Assessment Scoring System. Deze observaties hebben twee doelen. Ten eerste zijn ze bedoeld om feedback te geven op locatieniveau op de kwaliteit. Ten tweede geven ze zicht op de kwaliteit van de VVE gemeentebrede en de mogelijkheden om hierover in gesprek te gaan met elkaar. In totaal hebben we 7 CLASS observaties uitgevoerd (3 peutergroepen en 4 kleutergroepen). Dit is in aanvulling op de 7 CLASS observaties die er tijdens de vorige monitor 2022 zijn uitgevoerd. Inspiratiebijeenkomst De uitkomsten uit bovenstaande onderdelen (2 tot en met 5) stonden centraal in een inspiratiebijeenkomst op 11 oktober 2023. Met vertegenwoordigers van VE-scholen, voorscholen en de gemeente is onder leiding van Oberon doorgesproken over de resultaten en zijn goede voorbeelden uit de gemeente gepresenteerd en besproken. Rapportage Op basis van alle verzamelde informatie is een concept rapport opgesteld. In dit rapport staan de thema’s bereik VVE, registratie VVE kinderen op basisscholen, ouderbetrokkenheid en educatieve kwaliteit centraal. Het concept rapport is besproken met de opdrachtgever.

3.

4.

5.

6.

7.

1.3

Leeswijzer

De resultaten uit de monitor zijn verwerkt in deze rapportage. In hoofdstuk 2 staat het bereik VVE centraal. We laten zien hoeveel VVE geïndiceerde kinderen tussen de 2,5 en 4 jaar er zijn op peildatum 1 september 2023 en in hoeverre de basisscholen VVE-kinderen registreren in hun leerling administratie. In hoofdstuk 3 is aandacht voor de ouderbetrokkenheid en in hoofdstuk 4 staat de educatieve kwaliteit centraal. We sluiten af met een samenvatting van de belangrijkste conclusies en een aantal aanbevelingen voor de toekomst in hoofdstuk 5.

Monitor resultaatafspraken VVE 2023- gemeente De Ronde Venen

2.

7

Bereik en registratie voor- en vroegschoolse educatie

Gemeenten zijn vrij om een eigen definitie voor doelgroepkinderen te hanteren. Net als de meeste gemeenten in Nederland heeft De Ronde Venen ervoor gekozen een iets andere definitie te hanteren dan het CBS, waardoor ook kinderen met ontwikkelingsstoornissen en sociaal emotionele problematiek in aanmerking komen om deel te nemen aan de voorschoolse educatie. In de gemeente worden door een arts of verpleegkundige van het consultatiebureau (JGZ) kinderen geïndiceerd als doelgroepkind wanneer ten minste een de volgende kenmerken van toepassing is: ▪ De ouders van het kind zijn lager opgeleid 1; ▪ Het kind heeft een taalachterstand; ▪ Thuis wordt geen Nederlands gesproken; ▪ Er is sprake van sociaal emotionele problematiek en/of er vindt weinig ontwikkelingsstimulering plaats waardoor (een risico op) een taal- of ontwikkelingsachterstand ontstaat. In dit hoofdstuk staat het bereik van de voorschoolse educatie (VE) centraal. We laten zien hoeveel VVE geïndiceerde kinderen tussen de 2,5 en 4 jaar er zijn op 1 september 2023 en hoeveel kinderen met een VVE-indicatie uiteindelijk op de VE-peuteropvang zitten. Daarnaast laten we zien hoe het staat met de registratie van VVE-kinderen in de administratie van basisscholen.

2.1

Bereik VE

Eenmaal geïndiceerd als doelgroepkind, blijft het kind een doelgroepkind ongeacht de ontwikkeling die deze doormaakt. Om het bereik van de kinderen die in aanmerking komen voor de voorschoolse educatie te meten heeft de GGDrU onderzocht hoeveel kinderen een indicatie hebben. Door dit te vergelijken met het aantal kinderen dat deelneemt aan de voorschoolse educatie kunnen we het bereik bepalen. In onderstaande tabel is voor het totaal aantal peuters tussen de 2,5 – 4 jaar op peildata 1 september 2022 en 1 september 2023 opgenomen hoeveel van hen een indicatie heeft voor de VVE en ook daadwerkelijk deelneemt. Tabel 1. Indicatie en deelname voorschoolse educatie (aantallen) 1-9-2022

1-9-2023

Totaal aantal peuters

704

695

Indicaties VE

67

81

Deelname aan VE

42

66

63%

81%

Geen deelname

15 19%

Redenen geen deelname

1

(Speciale) KDV/behandelgroep

14

Gastouder

1

Ouders hebben maximaal basisonderwijs (tot en met het dertiende levensjaar) of (voortgezet) speciaal onderwijs-zmlk gehad, of maximaal lager beroepsonderwijs/voorbereidend beroepsonderwijs, praktijkonderwijs of voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs of basis- of kaderberoepsgerichte leerweg gedaan, of maximaal twee jaar onderwijs gedaan in een andere schoolopleiding in het voortgezet onderwijs aansluitend op het basisonderwijs.

8

Oberon

Tabel 1 laat zien dat er tussen 1 september 2022 en 1 september 2023 een stijging is van het aantal indicaties VE. Deze conclusie dient echter met enige voorzichtigheid getrokken te worden, omdat de peildata van 1 september 2022 en 1 september 2023 momentopnames zijn. De GGDrU geeft aan gemiddeld jaarlijks ongeveer evenveel indicaties af te geven. De kinderen komen uit verschillende wijken en postcodegebieden. De meeste kinderen met een indicatie komen uit Mijdrecht en meer specifiek postcodegebied 3641. Verder komen relatief veel kinderen uit Abcoude, Vinkeveen en Wilnis.

2.2

Registratie in het basisonderwijs

We hebben de basisscholen gevraagd (19) om aan te geven of zij in hun administratie registreren of een kind een VVE indicatie heeft. Alle scholen zijn bereikt. Tabel 3. Registratie VVE leerlingen (aantallen) Registratie VE leerlingen

Ja

Nog niet2

Gedeeltelijk

Nee

12

1

2

4

De meeste scholen registreren welke kinderen een VVE indicatie hebben. Van de scholen die de VE leerlingen niet registreren zijn er drie die geen VVE school zijn. Eén VVE school registreert niet, als reden geven ze hiervoor dat de school er niets mee doet.

2

Ze gaan dit alsnog doen met terugwerkende kracht

Monitor resultaatafspraken VVE 2023- gemeente De Ronde Venen

3.

9

Ouderbetrokkenheid

Ouderbetrokkenheid is een belangrijke randvoorwaarde voor de effectiviteit van de voor- en vroegschoolse educatie. Ouders die betrokken zijn leveren een grotere bijdrage aan de ontwikkeling van hun kind. Ouderbetrokkenheid is niet altijd vanzelfsprekend. Een deel van de ouders heeft hierbij ondersteuning nodig van de opvang of het onderwijs. In dit hoofdstuk laten we zien hoe het met de ouderbetrokkenheid in de gemeente De Ronde Venen is gesteld.

3.1

Ouderactiviteiten of -programma’s

Alle voorscholen en nagenoeg alle basisscholen voeren op dit moment één of meerdere ouderactiviteiten of -programma’s uit om ouders te ondersteunen bij taalstimulering, cognitieve stimulering of andere schoolondersteuning in hun gezinssituatie. Twee scholen geven aan momenteel geen ouderactiviteiten of -programma’s aan te bieden, waarvan één school opmerkt dat ze sinds kort een VVE school zijn geworden en dat ze hun weg hierin nog moeten vinden. De gemeente geeft aan de scholen hierbij te gaan ondersteunen. De meeste (voor)scholen ondersteunen ouders door het organiseren van inloopmomenten voor ouders of door educatief materiaal mee te geven voor thuis (zie tabel 4). Twee scholen bieden ook andere ouderactiviteiten of -programma’s aan. De eerste school werkt met thema brieven met taalonderdelen als het nazeggen van 4-9 woordzinnen, woorden in stukken klappen, rijmen, analyse-synthese. De andere school bespreekt met ouders welke activiteiten gestimuleerd kunnen worden, waarbij ouders tips ontvangen voor mogelijkheden om deze thuis uit te voeren. Dit kan inhouden dat materiaal tijdelijk wordt meegegeven. Tabel 4. Ouderactiviteiten of -programma’s die (voor)scholen momenteel (juni 2023) uitvoeren (aantallen) Voorschool (n=8)

School (n=6)

Thema-avonden

0

1

Inloopmomenten voor ouders

7

3

Meegeven van educatief materiaal voor thuis

7

3

VVE-thuis

0

0

Pageturner

0

0

Verteltassen

0

0

Anders

1

1

Geen ouderactiviteiten of -programma’s

0

2

3.2

Bereik van ouders

We hebben de voor- en basisscholen die de ouderactiviteiten of -programma’s aanbieden gevraagd in welke mate het lukt om de gezinnen te bereiken, die dit het meest kunnen gebruiken. Scholen geven bij de meeste activiteiten aan dat doelgroep-ouders (best) goed worden bereikt. Voor enkele activiteiten is aangegeven dat doelgroep-ouders soms worden bereikt. Eén school gaf hierbij als toelichting: “Wanneer ouders de taal zelf niet machtig zijn is het lastig om hen met materialen thuis aan de slag te laten gaan.”

10

Oberon

Figuur 1. Mate waarin het voor- en basisscholen lukt om de gezinnen te bereiken die dit het meest kunnen gebruiken (aantallen) Meegeven van educatief materiaal voor thuis (n=10)

1

Inloopmomenten voor ouders (n=10)

2

Thema-avonden (n=1)

2 0

3.3

Soms

1

7

1

Anders (n=2)

Nooit

9

1

2

Redelijk goed

3

4

5

(Best) goed

6

7

8

9

10

Weet ik niet

Opbrengsten

Voor- en basisscholen geven veelal aan dat ze door de ouderactiviteiten of -programma’s soms opbrengsten zien bij ouders. In de toelichting geeft één school hierbij aan: “Bereik is redelijk goed, geen zicht op wat ouders ermee doen.”. Figuur 2. Mate waarin voor- en basisscholen opbrengsten zien bij doelgroep-ouders (aantallen) Meegeven van educatief materiaal voor thuis (n=10)

8

1

1

Inloopmomenten voor ouders (n=10)

8

1

1

Thema-avonden (n=1)

1

Anders (n=2)

1 0

Nooit

3.4

Soms

Redelijk goed

1 1

2

3

4

(Best) goed

5

6

7

8

9

10

Weet ik niet

Knelpunten

Bij de uitvoering van ouderactiviteiten of -programma’s ervaren de meeste voor- en basisscholen knelpunten. Bij het meegeven van educatief materiaal ervaren voor- en basisscholen dat ouders thuis niet zelf aan de slag kunnen met het materiaal en dat, hoewel het meegeven van het materiaal soepel verloopt, er geen zicht is op de toepassing thuis. Bij de inloopmomenten voor ouders worden de beschikbare tijd en Nederlandse taalbeheersing van ouders als knelpunten genoemd, hiernaast geeft één school aan: “Ouders vinden het zelf nog moeilijk om contact te maken en ontwijken dit moment.” Bij de thema-avonden wordt als knelpunt benoemd dat ouders niet komen.

Monitor resultaatafspraken VVE 2023- gemeente De Ronde Venen

11

Figuur 3. Aanwezigheid knelpunten bij de uitvoering van de ouderactiviteiten of -programma’s (aantallen) Meegeven van educatief materiaal voor thuis (n=10)

8

2

Inloopmomenten voor ouders (n=10)

8

2

Thema-avonden (n=1)

1

Anders (n=2)

1

1

0 1 2 Ja, er zijn knelpunten, namelijk

3.5

3

4

5 6 7 8 Nee, er zijn geen knelpunten

9

10

Ouderactiviteiten of -programma’s in het verleden

We hebben voor- en basisscholen gevraagd of er in het verleden andere ouderactiviteiten of -programma’s gebruikt werden om ouders te ondersteunen bij taalstimulering, cognitieve stimulering of andere schoolondersteuning, in hun gezinssituatie. Eén school geeft aan dat ze in het verleden gebruik hebben gemaakt van het programma Taalmaatje van de bibliotheek, maar dat ze zijn gestopt met dit programma door onvoldoende vrijwilligers. Hiernaast gaf deze school aan dat het redelijk goed lukte om met Taalmaatjes de gezinnen te bereiken die dit het meest konden gebruiken en dat ze redelijk goede opbrengsten zagen bij deze ouders. Vrijwel alle voor- en basisscholen geven aan dat ze belangstelling hebben om het aanbod aan ouders te versterken3. Eén locatie gaf aan dit niet te willen, omdat ze al genoeg doen en één locatie geeft aan dit nog niet te weten.

Voor- en basisscholen willen het aanbod aan ouders op verschillende wijze versterken, onder andere door ervoor te zorgen dat ouders thuis met Logo 300 kunnen werken, het organiseren van een ouderavond, het meegeven van een brief aan ouders met tips per thema, ondersteuning in gezinssituaties, het versterken van leesonderwijs door ouders te stimuleren thuis meer te lezen met de kinderen, ouder-kind activiteiten, trainingen (voor PM’ers) over gelijkwaardige gesprekken met ouders, Alert 4 You en trainingen voor ouders over positief opvoeden.

3

Eén locatie heeft deze vraag niet ingevuld.

12

Oberon

4

Educatieve kwaliteit (de ‘E’ van VVE)

Het daadwerkelijk aanbieden van een rijk taal- en cognitief stimulerend aanbod aan doelgroepkinderen is van groot belang om achterstanden te bestrijden. In het algemeen scoort VVE in Nederland hier matig op, zo blijkt uit zowel landelijke Inspectierapportages als uit het vele landelijke onderzoek (een 3+ op een schaal van 1 t/m 7). In het kader van de ‘Monitor resultaatafspraken VVE – 2023 zijn er begin schooljaar 2023-2024 drie peutergroepen en vier kleutergroepen in de gemeente De Ronde Venen geobserveerd volgens het Classroom Assesment Scoring System4, oftewel CLASS instrument (dat ook voor landelijke metingen wordt gebruikt). In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste conclusies van de observaties opgenomen. De groepen waarin geobserveerd is hebben een uitgebreid persoonlijk feedback verslag ontvangen met de bevindingen van de observatie per dimensie, geïllustreerd met voorbeelden en tips. In de bijlage is

4.1

CLASS observaties

In de bijlage worden de uitkomsten van de CLASS observaties beschreven. Samengevat geeft dit het volgende beeld: De resultaten van de meting laten zien dat zowel de peuter- als kleutergroepen binnen het domein emotionele ondersteuning gemiddeld hoog scoren. Dit betekent dat het alle groepen over het algemeen goed lukt om emotionele ondersteuning te bieden aan de kinderen. Dit geldt voor de kleutergroepen over het algemeen ook voor het domein groepsorganisatie, waar gemiddeld een hoog-midden score is geobserveerd. Voor de peutergroepen is dit domein niet geobserveerd. Voor het domein educatieve ondersteuning zien we gemiddeld een laag-midden score voor zowel de peutergroepen als de kleutergroepen, met enige verschillen tussen groepen. Dat wil zeggen dat in de ene groep meer voorbeelden zijn geobserveerd van hoe pedagogisch medewerkers en leerkrachten het leren en de ontwikkeling van kinderen ondersteunen, leerbevorderende feedback geven en taalontwikkeling stimuleren dan in de andere groep. Deze verschillen tussen groepen laten zien dat er op het gebied van educatieve ondersteuning mogelijkheden zijn om van (en met) elkaar te leren en zo gezamenlijk de educatieve kwaliteit te versterken.

4.2

Aandachtspunten

De belangrijkste aandachtspunten voor het domein educatieve ondersteuning zijn hieronder samengevat aangevuld met voorbeelden uit de observaties van peuter- en kleutergroepen uit De Ronde Venen. Deze aandachtspunten gelden voor nagenoeg alle peuter- en kleutergroepen waar een CLASS observatie heeft plaatsgevonden.

4

Pianta, R. C., La Paro, K. M., & Hamre, B. K. (2008). Classroom Assessment Scoring System: Manual Pre-K & Manual Toddler. Baltimore, MD, US: Paul H Brookes Publishing. La Paro, K. M., Hamre, B. K., & Pianta, R. C. (2012). Classroom assessment scoring system: Manual Toddler. Baltimore, MD, US: Paul H Brookes Publishing.

Monitor resultaatafspraken VVE 2023- gemeente De Ronde Venen

13

Aandachtspunten peutergroepen domein educatieve ondersteuning ▪ Faciliteren van leren en ontwikkeling De pedagogisch medewerkers kunnen vaker moeilijkere vragen stellen die de kinderen aanzetten tot nadenken, zoals “Waar komen de blaadjes vandaan?” of “Waarom vallen de blaadjes van de bomen?”. De pedagogisch medewerkers kunnen ook proberen om routines meer te gaan gebruiken als leermogelijkheden door bijvoorbeeld kinderen tijdens het fruit eten te vragen waarom het belangrijk is om fruit te eten of tijdens het handen wassen te vragen waarom ze zeep nodig hebben. Kinderen zullen hierop misschien niet altijd direct een antwoord (in de vorm van taal) kunnen geven, maar worden wel aan het denken gezet. Er liggen kansen voor pedagogisch medewerkers om meer vervolgvragen te stellen en vaker activiteiten te verbinden aan het dagelijks leven van de kinderen of aan eerdere leerervaringen. Als er een boek over dieren wordt gelezen, kunnen pedagogisch medewerkers bijvoorbeeld vragen welke dieren de kinderen thuis hebben. Op één van de groepen werden er paddenstoelen geknutseld voor het thema herfst. Tijdens het knutselen kunnen pedagogisch medewerkers verwijzen naar een boek dat ze eerder hebben gelezen over de herfst of eerdere activiteiten binnen dit thema.

▪ Kwaliteit van feedback De pedagogisch medewerkers kunnen proberen om vaker algemene feedback (zoals “goed zo”) af te wisselen of aan te vullen met feedback die geïndividualiseerd is voor specifieke kinderen of contexten. De pedagogisch medewerkers gaven hier al enkele voorbeelden van zoals: “4 kaarsjes, wat kan jij al goed tellen”, “dat heb je netjes gekleurd” en “Wat mooi, wat een mooie kleuren, groen en rood”. Bij het geven van feedback kunnen pedagogisch medewerkers ook aandacht besteden aan de prestaties van kinderen en hun inspanningen erkennen door specifieke opmerkingen te maken over hun werk. Dit helpt kinderen om geïndividualiseerde erkenning en kennis te krijgen van de acties die het kind hebben geholpen om de taak te volbrengen. Toen bijvoorbeeld een meisje haar tekening liet zien gaf een pedagogisch medewerker aan: “Ja, heel mooi”, hierbij kunnen pedagogisch medewerkers bijvoorbeeld aangeven: “Wat heb je goed het water met de verf gemengd, zodat je kon schilderen. Wat een mooi huis heb jij getekend”. Er liggen nog kansen voor pedagogisch medewerkers om vaker gebruik te maken van scaffolding. Dit is het bieden van verbale en non-verbale ondersteuning om kinderen een concept te helpen begrijpen, een vraag te laten beantwoorden of een activiteit te volbrengen. Pedagogisch medewerkers kunnen meer kansen creëren om kinderen feedback te geven.

Dit kan bijvoorbeeld door meer heen-en-weer uitwisselingen te creëren door het stellen van vervolgvragen of door kinderen uitdagendere opdrachten te geven, waarvoor scaffolding nodig is. ▪ Stimuleren van taalontwikkeling Om de taalontwikkeling van kinderen te bevorderen kunnen pedagogisch medewerkers proberen om meer heen-en-weer uitwisselingen te creëren en vaker talige uitingen van kinderen te herhalen en/of uitbreiden. Tijdens de observaties hoorde ik hier al enkele voorbeelden van, zoals: “[Kind] Kijk! [PM’er] Ja kijk, allemaal stukjes kiwi” en “[Kind] Mol, [PM’er] Ja dat is een Mol en die eet een worm”. Pedagogisch medewerkers kunnen proberen vaker gebruik te maken van zelf- en parallelle ‘praat’. Hier hoorde ik gedurende de observaties al verschillende voorbeelden van, zoals: “Ik geef hem terug aan M., die was ermee aan het spelen”, “Kijk eens, nu gaat de komkommer ook op de schaal, wat krijgen we veel kleuren” en “Zie je dat? M. geeft Puck een banaan”.

14

Oberon

Aandachtspunten kleutergroepen domein educatieve ondersteuning ▪ Conceptontwikkeling Er liggen kansen in het bevorderen van het hogere orde denken van kinderen. Dit kan door veel open (door)vragen te stellen die de kinderen aanzetten tot nadenken en door discussies en activiteiten te gebruiken die kinderen aanzetten tot redeneren, vergelijken en evalueren. Daag kinderen regelmatig uit om na te denken over het hoe en waarom van leren (“Hoe kunnen we dit probleem oplossen” of “Waarom valt de toren om?”). Richt hun aandacht op het proces van het genereren van oplossingen voor een probleem in plaats van alleen het juiste antwoord te krijgen of geïsoleerde feiten te memoriseren (“Welke kleur is dit?” of “Welke letter is dit?”). Leerkrachten kunnen kinderen vaker kansen bieden om creatief te zijn en/of hun eigen hun eigen ideeën toe te passen. Dit kan bijvoorbeeld door met de kinderen te brainstormen of door kinderen vooraf te laten nadenken (plannen) over de aanpak van een activiteit. Probeer ook om kinderen te helpen met het maken van plannen over hoe ze hun tijd besteden of een taak uitvoeren door vragen te stellen zoals: “Waar wil je mee beginnen” of “Vertel eens hoe jullie samen hieraan gaan werken. Welke taken hebben jullie?”.

Leerkrachten kunnen proberen om vaker verbindingen te maken tussen de activiteiten in de klas, eerdere leerervaringen en de eigen leefwereld van kinderen door bijvoorbeeld te verwijzen naar iets wat papa/mama thuis ook doet of heeft. Op één van de groepen werd er een verhaaltje gelezen over de postbode. Hierbij zouden leerkrachten bijvoorbeeld kunnen vragen: “Wie heeft er wel eens brief op de bus gedaan?”, “Van wie krijgen jullie post?” of “Wat moet je doen om een brief te posten?”. ▪ Kwaliteit van feedback Leerkrachten kunnen vaker algemene feedback (zoals “Heel goed”) aanvullen met specifieke feedback voor het kind of de context. De leerkrachten gaven hier al enkele mooie voorbeelden van, zoals: “Goed verteld, bedankt voor je verhaal” en “Goed verteld M, goed dat je nu Nederlands gaat praten in de kring”. Probeer het gedrag of antwoord van kinderen niet alleen te bekrachtigen, maar help kinderen precies te begrijpen wát ze goed hebben gedaan en waarom. Daardoor leren ze hoe ze iets een volgende keer succesvol kunnen aanpakken, hiernaast helpt het andere kinderen die mogelijk niet zeker wisten of het antwoord juist was. Leerkrachten kunnen proberen om vaker leerbevorderende feedback te geven.

Dat kan bijvoorbeeld door vaker verdiepende feedback-loops (heen- en weer uitwisselingen) te laten plaatsvinden waarin een leraar reageert op de opmerking, actie of prestatie van een leerling door met de leerling in een voortdurende heen-en-weer-uitwisseling te gaan, met de bedoeling hem of haar te helpen ideeën echt te begrijpen of tot het juiste antwoord te komen. Ook aanmoediging, geven van aanvullende informatie en scaffolding (visuele en verbale hints) zijn vormen om kinderen specifieke feedback te geven, en daarmee het leren en de betrokkenheid bij hun taak te vergroten. Leerkrachten kunnen ook aan leerlingen vragen om hun antwoorden, acties en denken toe te lichten, ongeacht of deze juist zijn. ▪ Stimulering van taalontwikkeling Er zijn mogelijkheden voor groei in het stimuleren van zoveel mogelijk taaluitingen door de kinderen zelf (“Vertel eens..” of “Waarom denk je dat?)”, gecombineerd met het aanbieden van veel taaluitingen door de leerkrachten en het aanbieden van gevorderd taalgebruik d.m.v. nieuwe woorden en begrippen. Hiernaast kunnen leerkrachten zich richten op het herhalen en uitbreiden van taaluitingen van kinderen. Hierdoor kunnen leerkrachten aanvullende informatie en juiste grammatica aanbieden. Als een jongetje bijvoorbeeld aangeeft: “Die die jongen geven mij zijn bootje”, kan de leerkracht antwoorden: “Ja, N. gaf je zijn bootje”.

Leerkrachten kunnen ook meer gebruik maken van zelfpraat of parallelle praat, waarbij ze hun eigen handelingen of die van een kind benoemen, zoals “Ik geef jullie allemaal een strook om te plakken” en “Ik zie dat je veel boeken in het winkeltje hebt en ze zijn allemaal verschillend van dikte”.

Monitor resultaatafspraken VVE 2023- gemeente De Ronde Venen

5

15

Conclusies en aanbevelingen

In dit hoofdstuk vatten we de belangrijkste conclusies samen en geven we een aantal aanbevelingen voor de toekomst.

5.1

Conclusies

Bereik van de Voorschoolse Educatie en registratie van doelgroepkinderen ▪ Een meerderheid (81%) van de VE-geïndiceerde peuters neemt daadwerkelijk deel aan de Voorschoolse Educatie (66 van de 81 kinderen). ▪ De meeste VE-peuters en OAB-kleuters wonen in Mijdrecht, andere wijken waar veel kinderen vandaan komen zijn Abcoude, Vinkeveen en Wilnis. ▪ De meeste scholen registreren de VVE kinderen. Drie van de vier scholen die dit niet doen hebben geen VVE kinderen. Eén school zal de registratie met terugwerkende kracht doen. Eén VVE school registreert niet omdat er op school niets mee wordt gedaan. Ouderbetrokkenheid ▪ Vrijwel alle voor- en basisscholen organiseren activiteiten voor of programma’s waarmee ze ouders ondersteunen bij de ontwikkeling van hun kind. Met name gericht op taal. In de meeste gevallen doen de (voor)scholen dit door organiseren van inloopmomenten of door educatief materiaal mee te geven. ▪ Het lukt de meeste (voor)scholen goed om de ouders te bereiken, zo melden ze. Vanwege de taalbarrière is het soms lastig voor ouders om thuis met hun kind te oefenen. ▪ De meeste (voor)scholen geven aan ‘soms’ resultaten te zien van de ouderactiviteiten of programma’s. ▪ De voor- en basisscholen ervaren als knelpunten dat ze geen zicht hebben op de uitvoering door de ouders thuis en beschikbare tijd en taalbeheersing van de ouders.

▪ Vrijwel alle voor- en basisscholen willen het aanbod aan ouders versterken. Educatieve kwaliteit ▪ Het aanbieden van een rijk taal- en cognitief stimulerend aanbod aan doelgroepkinderen is van groot belang om VVE-effecten te boeken. In het algemeen scoort VVE in Nederland hier matig op, zo blijkt uit zowel landelijke Inspectierapportages als uit het landelijke onderzoek (een 3+ op een schaal van 1 t/m 7). Hoge scores van een 5 (of hoger), komen in Nederland nog weinig voor. ▪ Bijzonder is dat in De Ronde Venen zowel afgelopen schooljaar als dit schooljaar een flink aantal scholen en voorscholen heeft deelgenomen aan het CLASS-onderzoek binnen de lokale monitor en daadwerkelijk onderzoekers op de werkvloer heeft toegelaten om het peuter- en kleuter-aanbod te laten observeren. Vorig schooljaar betrof dit 4 voorscholen en 3 kleutergroepen, dit schooljaar 3 voorscholen en 4 kleutergroepen. Uit deze observaties zien we de volgende resultaten terug: o Zowel de peuter- als kleutergroepen in De Ronde Venen scoren hoog op emotionele ondersteuning, dit betekent dat het over het algemeen goed lukt om emotionele ondersteuning te bieden aan de kinderen. o Voor de kleutergroepen is ook voor het domein groepsorganisatie gemiddeld een hoog-midden score geobserveerd. (Voor de peutergroepen wordt dit domein niet geobserveerd.)

16

Oberon

o

5.2

Voor het domein educatieve ondersteuning is gemiddeld een laag-midden score voor zowel de peutergroepen als de kleutergroepen geobserveerd, met verschillen tussen de groepen. Dit komt overigens overeen met de landelijke gemiddelden op dit domein. Zie de CLASS bijlage voor een uitgebreidere beschrijving van de CLASS observaties. Alle geobserveerde locaties hebben een persoonlijk feedbackverslag ontvangen.

Aanbevelingen

Bereik van de Voorschoolse Educatie en registratie van doelgroepkinderen Zet de aandacht voor het bereik door. De deelname vertoont een stijgende lijn en de redenen om niet deel te nemen zijn bekend. Ouderbetrokkenheid De kunst bij ouderprogramma’s, zo leert het vele wetenschappelijke onderzoek, is om goed verbinding met ouders te leggen en activiteiten/ondersteuning/een programma op maat te gaan bieden. De meeste laaggeletterde ouders bijvoorbeeld worden niet ondersteund door hen boeken of talig onderwijsmateriaal voor thuis aan te bieden. Biedt op maat bruikbare ondersteuning. Onderzoek of de beschikbare ouderkind programma’s die onafhankelijk van de thuistaal kunnen worden uitgevoerd een aanvulling zijn op het huidige aanbod en geef ruimte aan ouders om kinderen te helpen in hun thuistaal. Educatieve kwaliteit De uitgevoerde CLASS observaties hebben geholpen om sterke en minder sterke kanten van de kwaliteit realistisch in beeld te krijgen. De educatieve kwaliteit, van groot belang voor met name de taal- en cognitieve ontwikkeling van kinderen, scoort gemiddeld matig (net als het gemiddelde in Nederland). Daar zijn stappen in te maken. Door deel te nemen aan de CLASS metingen hebben de deelnemers hier inzicht en toelichting op gekregen. De deelnemende voorscholen en scholen hebben concrete adviezen ontvangen hoe hieraan te werken.

Zie paragraaf 4 voor een beschrijving van deze adviezen, bedoeld voor het deelnemende personeel op de betreffende locaties. Om de educatieve kwaliteit verder te versterken richting ‘goed’, kan een aanvullende gezamenlijke ’Kwaliteitsimpuls’ helpen, voor met name de zwaardere locaties. Het plan van aanpak hiervoor dient nauw samen met het VVE-veld te worden opgesteld en kan de volgende ingrediënten bevatten: ▪ Een Leernetwerk VVE voor coördinatoren inrichten van scholen en voorscholen, waarin heel concreet wordt besproken wat wordt bedoeld met educatieve kwaliteit, wat een rijke kwaliteit inhoudt, hoe die is te bereiken en dergelijke. Een lerend netwerk. Met kennisinput, uitwisseling, onderlinge bezoeken e.d. ▪ Bijspijker- of tutoringachtige aanvullingen voor kinderen met een mindere taalontwikkeling. In het verleden zijn hiervoor klassenassistenten, bekostigd door de gemeente, ingezet. Wanneer dit opnieuw wordt opgestart zal dit vanuit de scholen moeten komen. Tot slot Met de ingezette acties op het gebied van het bereik is de deelname in beeld. Nu de educatieve kwaliteit in de ve in kaart is gebracht kan hierop er vooruitgang worden geboekt. De voorschoolse organisaties, besturen en het personeel zelf zijn verreweg het best op de hoogte van wat er al is gedaan, wat er al gepland staat en wat past bij de eigen context.

Blijf als gemeente betrokken en zet daarbij het bereik en de kwaliteit van de voorschoolse educatie centraal. Zet hierbij in op wetenschappelijk bewezen programma’s.

Postbus 1423, 3500 BK Utrecht t 030 230 60 90 info@oberon.eu | www.oberon.eu

Utrecht, december 2023 In opdracht van Gemeente De Ronde Venen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13947969/1