Bijlage 5. Bijlage bij motivering 2 - ecologische quickscan
Tekst van het document
QUICKSCAN Wet Natuurbescherming
QUICKSCAN Omgevingswet Flora & Fauna Zuidbroek 138 Bergambacht
Donkereind 5a & 7 te Vinkeveen Update-V3, november 2025
IN OPDRACHT VAN
QUICKSCAN Omgevingswet, onderdeel flora en fauna Donkereind 5a & 7 te Vinkeveen
R.J.S. Terlouw
COLOFON:
© Bui-TeGewoon | groenprojecten ◊ publicatie 2025/38 Bergambacht, november 2025 In opdracht van : Verstoep BV-Schoonhoven Disclaimer: De inhoud van dit rapport is met uiterste zorg samengesteld. De informatie in dit document wordt aangeboden zonder enige garantie. BUI-TEGEWOON | groenprojecten sluit alle aansprakelijkheid uit voor enigerlei directe of indirecte schade, van welke aard dan ook, die voortvloeit uit of verband houdt met het gebruik van dit document. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt door middel van drukwerk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder schriftelijke toestemming van BUI-TEGEWOON | groenprojecten en de opdrachtgever, noch zonder toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
INHOUDSOPGAVE 1]
Inleiding en doel
3.
2]
Locatie plangebied
4.
3]
Doel en centrale vraagstelling
5.
4]
Criteria 4.1. Algemene criteria 4.2. Reikwijdte
5. 5. 5.
5]
Werkwijze
6.
6]
Voorgenomen ontwikkeling
7.
7]
Bureaustudie & veldonderzoek 7.1. Beschermde natuurwaarden 7.2. Raadpleging NDFF 7.3. Raadpleging overige bronnen 7.4. Locatie bezoeken
8. 8. 9. 9. 9.
8]
Beoordeling soortgroepen, beschermde soorten en –situaties 8.1. Algemeen 8.2. Habitat 8.3. Soorten en omstandigheden
13 13. 14. 14.
9]
Conclusies
16.
BIJLAGEN. 1.
Verantwoording ecologische deskundigheid – Bui-TeGewoon | groenprojecten
1
2
1]. Inleiding en doel Voor de locatie Donkereind 5a & 7 te Vinkeveen worden voorbereidingen getroffen voor het slopen van een aantal opstallen en de herbouw van een woning. Voorafgaand aan een ruimtelijke procedure is ecologische informatie nodig om de voorgenomen ontwikkeling te onderbouwen. Hiervoor is het noodzakelijk om een QuickScan Wet Natuurbescherming op te stellen. De QuickScan moet inzicht geven in het mogelijk voorkomen van beschermde natuurwaarden op de te ontwikkelen locatie, alsmede of het ontwikkelingsplan effecten heeft op beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van de voorgenomen maatregel. Wanneer het aannemelijk is dat er beschermde soorten en/of situaties aanwezig zijn kan aanvullend onderzoek noodzakelijk blijken alvorens ontheffing kan worden aangevraagd. Bij ruimtelijke ontwikkeling geldt dit voor soorten die zijn geplaatst in tabel 1 (beschermingsregiem soorten vogelrichtlijn), tabel 2 (beschermingsregiem soorten habitatrichtlijn) of tabel 3 (beschermingsregiem andere soorten) van de Wet Natuurbescherming of soorten en situaties die anderszins een vergelijkbare beschermde status hebben. Voor de verstoring of aantasting van beschermde natuurwaarden kan een ontheffing ex. artikel 3.3 van de Wet Natuurbescherming nodig zijn.
Een QuickScan Wet Natuurbescherming heeft een verkennend karakter, dit houdt in dat bij mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten aanvullend onderzoek noodzakelijk kan zijn in de activiteit periode van de soort. Voor sommige soorten zijn hiertoe meerdere bezoeken noodzakelijk en/of is onderzoek in een vastgestelde periode van het jaar vereist. In opdracht van Verstoep Bouwadvies-Architectuur-Ontwikkeling B.V. heeft Bui-TeGewoon| groenprojecten een QuickScan Wet natuurbescherming opgesteld in oktober 2020 (Terlouw R.J.S. – BTG.RAPP.2020/54). Naar aanleiding van gesprekken met de gemeente is het plan aangepast. Op basis hiervan is een nieuw ontwikkelplan opgesteld. Aansluitend is de QuickScan Wet natuurbescherming aangepast in oktober 2021(Terlouw R.J.S. – BTG.RAPP.2021/66). In november 2023 heeft een eerste update van de QuickScan plaatsgevonden omdat de actualiteit van de basis van de QuickScan (2020) de houdbaarheidstermijn van drie jaar naderde (Terlouw R.J.S. – BTG.RAPP.2021/66-V2 dd okt 2023). Inmiddels zijn er nieuwe ontwikkelingen. De vergunning is als afzonderlijke procedure inmiddels afgerond voor de voormalige stal aan de oostzijde van het perceel. Dit deel van het plangebied kan derhalve vervallen. Voor het westelijke projectgebied zijn inhoudelijk geen wijzigingen voorzien. Wel zijn inmiddels beleidswijzigingen opgetreden.
Naast het van kracht worden van de Omgevingswet, heeft provincie Utrecht een aantal zoogdiersoorten toegevoegd aan de beschermde soorten die in de eerdere versies van de QuickScan niet zijn beoordeeld. Omgevingsdienst Utrecht heeft naar aanleiding van het gebruiken van de QuickScan Wet natuurbescherming uit 2023 verzocht om aanvullende informatie voor de soorten haas, konijn en kleine marterachtigen toe te voegen aan de eerdere versie. Daarnaast heeft de Omgevingsdienst vastgesteld dat na oplevering van de QuickScan uit 2023 de soort ringslang in de nabijheid van de projectlocatie is aangetroffen. Ook voor deze soort dient een beoordeling aan de QuickScan te worden toegevoegd. Om de nieuwe situatie in beeld te brengen heeft een vervolgbezoek plaatsgevonden om de situatie voor de soorten waarvoor de Omgevingsdienst om aanvullende informatie heeft gevraagd toe te voegen aan de QuickScan. Daarnaast is de tekst waar relevant aangepast van Wet Natuurbescherming naar Omgevingswet onderdeel flora en fauna. De informatie van de opstallen waarvoor inmiddels de vergunningprocedure is afgerond uit de rapportage gehaald. De onderhavige rapportage geeft de resultaten van deze aanpassingen alsmede een algehele update weer.
3
2]. Locatie plangebied Donkereind 5a & 7 te Vinkeveen. De projectlocatie is kadastraal bekend Vinkeveen sectie G nummers ged. De locatie valt in zijn geheel binnen kilometerhokken met nummer 123-467 en is gelegen ten zuiden van de gemeente Vinkeveen grenzend aan polder Donkereind. De projectlocatie is weergegeven in onderstaand topografisch en kadastraal kaartbeeld.
Figuur 1. Ligging plangebied en kadastrale situatie
Donkereind 5a & 7 te Vinkeveen betreft een locatie van een boerderij met tweede woning, een hooiberg en een aantal schuren en stallen. De schuur met aangrenzende overkapping en de aanbouw aan de tweede woning zullen worden gesloopt, waarna een nieuwe woning zal worden gerealiseerd. De boerderij, de oorspronkelijke tweede woning en de hooiberg blijven gehandhaafd. De locatie ligt ten zuiden van de kern van Vinkeveen in de polder Donkereind. Een luchtfoto is opgenomen als figuur 2.
Figuur 2. Luchtfoto projectgebied (bron: Google earth)
4
3] Doel en centrale vraagstelling De QuickScan Flora en Fauna i.r.t. de Omgevingswet wordt uitgevoerd om te bepalen of de geplande ontwikkeling passend kan worden uitgevoerd, of eventueel aanvullend onderzoek noodzakelijk is en welke mitigerende maatregelen eventueel moeten worden toegepast om tot een passende uitvoering te kunnen komen. De centrale vraagstelling is vierledig en luidt als volgt: Zijn er voldoende ecologische gegevens beschikbaar omtrent het voorkomen van (zwaarder) beschermde flora en fauna in het projectgebied; Is er in het gebied habitat aanwezig waar (zwaarder) beschermde soorten voor kunnen komen; Heeft de voorgenomen ontwikkeling effect op beschermde gebieden in de invloedsfeer van het projectgebied; Zijn de beoogde werkzaamheden en maatregelen passend binnen de Wet natuurbescherming uitvoerbaar. 4] Criteria 4.1. Algemene criteria Op de onderhavige QuickScan zijn de volgende criteria van toepassing: Het onderzoek dient onafhankelijk te worden uitgevoerd. Bui-TeGewoon | groenprojecten verklaart geen belangen te hebben bij de uitkomst van het onderhavige onderzoek; Het onderzoek dient onafhankelijk te worden uitgevoerd. Bui-TeGewoon | groenprojecten verklaart geen belangen te hebben bij de uitkomst van het onderhavige onderzoek; Het onderzoek dient te worden uitgevoerd door een deskundige ecoloog die voldoet aan de hiervoor gestelde criteria.
Het onderhavige onderzoek is uitgevoerd door Bui-TeGewoon | groenprojecten, de heer R.J.S. Terlouw. Terlouw heeft ruim 30 jaar ervaring in verschillende functies als ecoloog en als regiohoofd terreinbeheer bij een natuur beherende organisatie (bijlage 1); Gegevens gebruikt ten bate van het onderzoek dienen objectief te zijn verkregen en uit betrouwbare bronnen voort te komen; De kwaliteit van het onderzoek dient aan de hand van de rapportage te kunnen worden beoordeeld door het bevoegd gezag; Omtrent de uitkomsten van het onderzoek dient begrijpbaar voor opdrachtgever en/of gebruiker te worden gerapporteerd; Dit onderzoek is maximaal drie jaar geldig na de opleverdatum. 4.2. Reikwijdte In deze Quick Scan Flora en Fauna wordt getoetst aan de soortbescherming en gebiedsbescherming van de Omgevingswet. Daarnaast is getoetst of er negatieve effecten zijn te verwachten op beschermde gebieden. Soortbescherming Onderzocht ius of mogelijk verbodsbepaling uit de Omgevingswet met betrekkking tot Flora en Fauna worden overtreden bij uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden. De toetsing vindt plaats op vogelrichtlijnsoorten, habitatrichtlijnsoorten en andere soorten uit de omgevingswet en of de provinciale Omgevingsverordening alsmede het zorgplichtartikel flora en Fauna (art.11.27 Bal).
Gebiedsbescherming Er wordt onderzocht of er negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde gebieden. In de Omgevingswet gaat dat om Natura 2000-gebieden of bijzondere nationale gebieden. Daarnaast wordt rekening gehouden met provinciaal beleid zoals het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de provinciale verordening belangrijke weidevogelgebieden en strategische reservering natuur. Een wat grotere afstand tussen projectgebied en beschermd gebied betekent niet altijd dat negatieve effecten per definitie uitgesloten kunnen worden. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een negatief effect op soorten die buiten een beschermd gebieden verblijven, de zogenaamde externe werking. Indien negatieve effecten op beschermde gebieden niet uitgesloten kunnen worden, is vervolg onderzoek nodig, zoals een ‘voortoets’ of ‘NNN-toetsing’. Deze nadere toetsing maakt geen onderdeel uit van deze Quick Scan. Ook het aanvragen van een vergunning maakt geen onderdeel uit van de Quick Scan Flora en Fauna.
5
Beoordeling Indien negatieve effecten op beschermde soorten of gebieden niet uitgesloten kunnen worden, wordt in eerste instantie beoordeeld of deze kunnen worden gemitigeerd of gecompenseerd, Ook wordt beoordeeld of effecten kunnen worden voorkomen door de werkzaamheden onder een ecologisch protocol uit te voeren, bijvoorbeeld door fasering of aangepaste werkwijze. Hiervoor worden indien relevant adviezen verstrekt die ter beoordeling kunnen worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Indien aanvullend onderzoek noodzakelijk wordt geacht wordt dit vermeldt, de criteria waaraan dit dient te voldoen worden hierbij benoemd. Eventueel nadere onderzoek maakt geen onderdeel uit van de onderhavige Verkenning Wet Natuurbescherming. Ook het aanvragen van een ontheffing maakt hier geen onderdeel van uit. 5]. Werkwijze Ten bate van de Quick Scan heeft zowel een bureauonderzoek als locatieonderzoek plaatsgevonden. Nadat een opdracht tot QuickScan is verkregen wordt in een oriënterend gesprek met bewoner en/of opdrachtgever de voorgenomen ontwikkeling verkend en worden plandocumenten als aanwezige bouw- en inrichtingstekeningen ingezien. Aansluitend vindt een bureaustudie plaats waarbij het gebied topografisch wordt verkend aan de hand van topografische atlassen, de websites “OpenTopo” en “Google Earth”.
Gelet wordt op aanwezige gebieden, elementen en habitats als kleine landschapselementen, watergangen, en structuren als bijvoorbeeld bomenrijen, die aanwijzingen kunnen geven voor mogelijk gebiedsgebruik door fauna. Aan de hand van de bodemkaart en de website van het waterschap worden o.a. drooglegging, vigerend waterpeil en bodemsituaties beoordeeld. Speciale aandacht wordt besteed aan de aanwezigheid van mogelijk ingraafbare bodem als stroomruggen en zandopduikingen, die bijvoorbeeld in verband met het voorkomen van rugstreeppad kunnen worden gebracht en gebieden met een geringe drooglegging of extensief grondgebruik die habitat kunnen bieden aan beschermde flora en fauna. Om te kunnen bepalen of de voorgenomen werkzaamheden effect kunnen hebben op beschermde natuurgebieden, wordt gekeken of het projectgebied planologisch beschermd is en of er beschermde gebieden rond het projectgebied aanwezig zijn. De ligging wordt bepaald door gebruik te maken van de kaartmachines van het ministerie van Economische Zaken m.b.t. wettelijk beschermde gebieden en het raadplegen van de websites van de provincie Zuid-Holland. Om het mogelijk voorkomen van flora en fauna te beoordelen wordt bij aanvang standaard het NDFF geraadpleegd.
Naast de NDFF data wordt via verschillende zoekfuncties gericht gezocht naar mogelijke inventarisaties en rapportages van natuur en landschap uit het recente verleden. De website waarneming.nl wordt gecheckt op vermelde waarnemingen van soorten uit de Habitaten Vogelrichtlijn alsmede Rode lijst soorten voor een periode tot vijf jaar terug. Verspreidingsatlassen van gegevens verzamelende organisaties worden geraadpleegd waarbij er rekening mee wordt gehouden dat de onderzoeksperiode van deze atlassen, voorafgaand aan publicatie, veelal leidt tot gegevens ouder dan 5 jaar die in sommige situaties als onvoldoende recent moeten worden beoordeeld. In diverse archieven en zoekmachines is gezocht naar relevante informatie met betrekking tot natuur en landschap in de afgelopen vijf jaar. De resultaten worden benut voor het opstellen van een checklist met mogelijk aanwezige beschermde soorten en/of situaties. De op deze wijze verkregen lijst van mogelijk aanwezige soorten wordt vergeleken met de vermelde aantallen per soortgroep uit de NDFF. Bovenstaande activiteiten leidt tot de definitieve lijst met mogelijk aanwezige soorten en habitats die als checklist wordt gehanteerd bij het locatiebezoek.
Op basis van de volgens bovenstaande systematiek opgestelde lijst van (mogelijk) aanwezige soorten wordt een locatiebezoek gepland en uitgevoerd waarbij rekening wordt gehouden met tijdens het bureauonderzoek gevonden specifieke aandachtsvelden. Het terreinbezoek wordt opgesplitst in twee delen. In het eerste deel wordt de feitelijke situatie van het projectgebied en de aanwezige habitat gekarteerd. Hierbij worden (indien aanwezig) aantekeningen gemaakt van breedte en diepte van watergangen, aanwezige vegetatietypen waarbij, indien relevant, ook de kruidenrijkdom van graslanden, de botanische kwaliteit van oevervegetaties en de aanwezigheid van watervegetaties wordt beoordeeld. Aanwezigheid van bomen en houtopstanden en hier binnen eventuele aanwezigheid van holte bomen (als mogelijke verblijfplaats voor fauna), grote (jaarrond beschermde) nesten of lijnvormige structuren (migratieroutes voor vleermuizen) worden eveneens geregistreerd.
6
Nadat het projectgebied is verkend op basis van de aanwezige habitat wordt een tweede ronde door het projectgebied gemaakt. Tijdens deze rondgang wordt op voor beschermde soorten geschikt beoordeelde locaties/habitats, gericht de habitat beoordeeld en naar aanwijzingen van de aanwezigheid van soorten gezocht. Opstallen en kunstwerken voor zover aanwezig worden gecheckt op muurplanten, holten en aanwezige nesten (bijv. voor huismussen geschikten daken, boerenzwaluwen onder bruggen, etc.) en bereikbare ruimten (plafonds/spouwmuren) en/of mestsporen van bijvoorbeeld vleermuizen. Houtopstanden worden gecheckt op (jaarrond) beschermde nesten en geschiktheid als broedhabitat. Holte bomen worden met een spiegellamp of boomcamera gecontroleerd. Indien watergangen onderdeel uitmaken van de ontwikkelingslocatie wordt de geschiktheid voor beschermde soorten visueel beoordeeld. Indien watergangen waarin mogelijk beschermde soorten aanwezig kunnen zijn tot het projectgebied behoren, wordt met behulp van een standaard steeknet een eerste proefbemonstering uitgevoerd conform de hiervoor geldende protocollen van RAVON (amfibieën & vissen) en mollusken (Stichting Anemoon). Hierbij worden o.a. specifiek geschikte habitats voor beschermde vissoorten en bijvoorbeeld platte schijfhoren bemonsterd.
Van gevonden schijfhorenslakken wordt thuis een monster met behulp van een binoculair (10-30x) gedetermineerd om eventuele aanwezigheid van bijvoorbeeld platte schijfhoorn vast te kunnen stellen. Graslanden en oevervegetaties worden beoordeeld op de geschiktheid voor beschermde plantensoorten en als broedhabitat. Indien soorten als bijvoorbeeld ringslang, rugstreeppad, vleermuizen, groene glazenmaker, waterspitsmuis, etc. mogelijk voorkomen op de ontwikkelingslocatie kan aanvullend onderzoek worden geadviseerd. Wanneer het voorkomen van beschermde soorten of situaties wordt aangetoond of niet valt uit te sluiten, worden afhankelijk van de bevindingen voorstellen opgesteld voor aanvullend onderzoek of de aanvraag van een vergunning flora en fauna activiteit. Ook kan het treffen van mitigerende maatregelen of uitvoering volgens een ecologisch werkprotocol worden geadviseerd. Dit kan zowel gericht zijn op soorten, situaties als het type van de werkzaamheden. 6]. Voorgenomen ontwikkeling Vanuit de opdrachtgever, Verstoep B.V., is de voorgenomen ontwikkeling toegelicht. Onderstaande informatie is hierbij verkregen: “De bestaande boerderij en het uit steen opgetrokken deel van de tweede woning blijven behouden evenals de hooiberg. De grote stal de oostelijk gelegen schuur zullen worden gesloopt.
Daarnaast zal een compensatie woning worden gebouwd en zullen twee bijgebouwen worden opgericht. Er worden geen watergangen gedempt. De voorgenomen ontwikkeling is weergegeven in figuur 3.
Figuur 3. Te amoveren en bouwplan Donkereind 5a & 7 te Vinkeveen
7
7]
Bureaustudie en veldonderzoek 7.1] Beschermde natuurwaarden
• Omgevingswet, onderdeel Flora en Fauna De Omgevingswet regelt de bescherming van natuurgebieden in Nederland. Het gaat daarbij om de bescherming van gebieden van nationaal belang (de Beschermde Natuurmonumenten) en van internationaal belang (Natura 2000). In een groot aantal gevallen overlappen de Beschermde Natuurmonumenten de gebieden die zijn aangewezen als Natura 2000-gebied. De waarden die behoren bij het Beschermd Natuurmonument zijn dan meegenomen in het Natura 2000 ontwerp of concept aanwijzingsbesluit. Beschermde Natuurmonumenten in de zin van de wet enigszins in de directe omgeving van de projectlocatie betreffen Botshol op 5030 meter in noordelijke richting, de Nieuwkoopse plassen op circa 5310 meter in westelijke richting en de Oostelijke Vechtplassen op 7530 meter in oostelijke richting (figuur 4). Alle nabij gelegen N2000-gebieden worden gerekend tot ’stikstof gevoelige natuur’. ➢ Op basis van de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, tussenliggende gebieden, wegen en waterwegen worden geen effecten verwacht op N2000 gebieden. • Nationaal Natuur Netwerk De meest nabij gelegen NNN-gebieden betreffen polder Demmerik en Marickenland op 450 meter in respectievelijk noordelijke en westelijke richting (figuur 4). NNN Polder Demmerik richt zich op Vochtig weidevogelgrasland, vochtig hooiland en kruiden- en faunarijkgrasland.
In NNN Marickenland wordt moerasnatuur in combinatie met Kruiden en faunarijkgrasland na gestreefd. Beide NNN gebieden worden van de projectlocatie gescheiden dor wegen met bebouwingslinten. De betreffende NNN gebieden hebben overwegend een beheertype wat een geringe verstoringsgevoeligheid kent. Alleen Vochtig weidevogelgrasland kan als verstoringsgevoelige natuur worden aangemerkt. De afstand tot het weidevogelgrasland is groter dan de te verwachten verstoringsafstand mede in relatie tot de tussenliggende wegen en bebouwing. Aard & omvang van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling wordt door ons beoordeeld als geen effect veroorzakend op de doelstellingen van genoemde NNN gebieden. • Begrenzing leefgebied open grasland Graslandgebieden direct ten oosten van de projectlocatie in polder Donkereind zijn door de provincie Utrecht begrenst als Weidevogelkerngebied. Binnen deze gebieden kunnen pakketten voor weidevogels en graslandnatuur worden gesloten door het Collectief Agrarisch Beheer (figuur 4). Polder Donkereind staat bekend als een goed weidevogelgebied met hoge dichtheden. De weidevogelpopulaties bevinden zich overwegend ten oosten van de Middenwetering door polder Donkereind in het centrale deel van de polder. Direct achter de bebouwing zijn geen weidevogel waarden aanwezig (Bron: Agrarisch Collectief Rijn, Vecht en Venen).
Geconstateerd is dat de weidevogelkernen zich op circa 500 meter achter het bebouwingslint bevinden. De voorgenomen activiteiten veroorzaken geen vergroting van het effectgebied op gebieden met een weidevogel doelstelling. Overige natuurdoelen van het leefgebied open grasland betreffen oever- en graslandvegetaties en zijn niet verstoringsgevoelig. Als gevolg van de aard en omvang van de werkzaamheden en de afstand tussen de projectlocatie en de weidevogelkern, wordt geen effect van de voorgenomen ontwikkeling op weidevogels of andere natuurdoelen verwacht.
8
Figuur 4. Ligging projectgebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden
7.2] Raadpelging NDFF Via het raadplegen van de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF) is beoordeeld welke informatie over het voorkomen van beschermde soorten aanwezig is en met welke volledigheid soorten in het gebied zijn onderzocht. De geleverde gegevens hebben betrekking op het voorkomen van soorten gedurende de periode 2020-2025. De NDFF raadpleging toont voor het merendeel van de tijdens de QuickScan rapportages uit 2021 en 2023 gevonden soorten geen nieuwe informatie. Alleen de soort ringslang is na de laatste raadpleging voor de QuickScan van 2023 als nieuwe soort bekend geworden uit het gebied. Per september 2024 zijn de soorten haas, konijn en kleine marterachtigen (bunzing-hermelijn en wezel) in de provincie Utrecht opgenomen in de lijst van (provinciaal) beschermde soorten. Van deze soorten zijn haas, bunzing, hermelijn en wezel in de nabijheid van de projectlocatie vermeld in de NDFF data. Voor deze soorten heeft een aanvullende beoordeling op de projectlocatie plaatsgevonden. 7.3.] Raadpleging overige bronnen Naast het raadplegen van de NDFF is de website Waarnemingen.nl bezocht en is gericht gezocht op voor het plangebied relevant geachte soorten voor de periode 01 januari 2021 tot heden.
Voor de soortgroepen broedvogels, zoogdieren, vleermuizen, vissen en amfibieën zijn de verspreidingskaarten op de websites van RAVON, SOVON, VZZ, Vleermuisnet & EIS-Nederland beoordeeld en zijn de verspreidingsatlassen van deze soorten geraadpleegd. Opgemerkt wordt dat de periode van gegevens verzamelen voor veel publicaties en atlassen langer dan vijf jaar terug is geweest. Via gerichte zoektermen is actief gezocht naar publicaties en rapporten met betrekking tot inventarisaties en soorten uit het gebied. Er werden geen specifiek op de projectlocatie en /of de direct aangrenzende locaties toegespitste rapporten of verslagen aangetroffen. 7.4.] Locatie bezoek De oorspronkelijke bezoekdata waren 29 september 2020 en 28 september 2021. Ten bate van de update heeft een aanvullend bezoek plaatsgevonden op 07 november 2023. Ten bate van de onderhavige rapportage aanpassingen heeft een locatie bezoek op 29 oktober 20225 plaatsgevonden. De bezoeken hebben allen zowel op de projectlocatie, in de opstallen als in de ruime omgeving hiervan plaatsgevonden.
9
Er is beoordeeld of in de ruime omgeving van de projectlocatie mogelijke effecten van het ontwikkelingsplan op natuurwaarden kunnen optreden. Aansluitend is de projectlocatie bezocht, waarbij de betrokken locatie en opstallen, zowel in- als uitwendig, zijn geïnspecteerd en beoordeeld op aanwezige of mogelijk aanwezige soorten en habitats. A – Opstallen Bij het beoordelen van de opstallen zijn deze van nummercode voorzien om de beschrijvingen te koppelen aan de individuele locaties. Deze nummercodering is weergegeven in figuur 5.
Figuur 5. Nummercodering betrokken opstallen t.b.v. beschrijvingen
Opstal 1 betreft een aanbouw aan de tweede bedrijfswoning op het erf. De aanbouw is opgetrokken uit hout op een betonnen voet van circa 0.30 centimeter boven maaiveld. Er is geen spouw of anderszins inkruipbare ruimte. Het dak bestaat uit kunststof dakpanplaat wat direct op dakbeschot is aangebracht. Er is geen onderkruipbare ruimte onder de golf van de dakplaat aanwezig. Ook andere inkruipbare ruimten zijn niet aanwezig. De opstal is rondom voorzien van betonbestrating in combinatie met grind. Aan de oostzijde is een smalle strook met grond waarin enkele vaste planten aanwezig zijn. Een foto registratie is weergegeven in figuur 6.
Figuur 6. Opstal 1, houten aanbouw tweede bedrijfswoning (op de voorgrond van linker foto de fietsenschuur, opstal 2)
10
Opstal 2 betreft een kleine fietsenschuur van circa 3 bij 3 meter. De schuur is geheel opgetrokken uit hout en rondom gesloten. Het dak bestaat uit kunststof dakpanplaat wat op een balklaag is aangebracht. De open ruimten van de golfplaat zijn afgedicht met een latconstructie zodat er geen dieren in de schuur kunnen komen. Aan de voorzijde is een bestrating met beton tegels aanwezig. Aan de andere zijde grenst het gazon direct aan de schuur. De schuur is geplaats op een gestorte betonplaat en niet toegankelijk vanuit de bodem. Een fotografische weergave is opgenomen als figuur 7.
Figuur 7. Opstal 2, schuur bij tweede bedrijfswoning
Opstal 3 Bestaat uit twee te onderscheiden delen. Het westelijke deel was niet in de QuickScan beoordeling uit 2020 betrokken, maar is in 2021 bij de update toegevoegd. Het betreft een gemetselde schuur met een pannen gedekt dak. De muur is enkel steens en heeft geen spouwen. Er zijn geen kieren of scheuren. Kozijnen sluiten strak aan op het metselwerk zonder inkruipbare spleten. De kopgevels zijn tegen de dak overgang voorzien van afsluitende cementranden. De nokpannen zijn eveneens van een cement afdichting voorzien. Via de dakgoot is de ruimte onder de pannen niet bereikbaar aan de westzijde is deze gesloten en aan de oostzijde sluiten de stalen dakplaten van de aanbouw de dakpan laag af voor invliegende de dieren. Er zijn geen beschadigde of scheef liggende dakpannen aanwezig die toegang kunnen bieden (figuur 8). Inpandig bestaat de opstal uit twee verdiepingen. De benedenverdieping is geheel gesloten en ontoegankelijk voor dieren. De bovenverdieping heeft geen plafond waar tussen zich dieren kunnen vestigen. Ook deze ruimte is geheel gesloten en niet toegankelijk. Alle ruimten zijn inpandig nagelopen op aanwezigheid van dieren en/of sporen die op recent verblijf door dieren wijzen. Er zijn geen sporen als vogel en/of vleermuismest, veertjes of anderszins aanwijzingen van (recent) verblijf door dieren aangetroffen.
Figuur 8. Impressie opstal 3
11
Aan de oostgevel van opstal 3 is een aanbouw aanwezig van staalplaat, die tegen de stenen schuur is geplaatst. Het heeft een open front aan de zuidzijde en de bodem is bestraat met betontegels. Er zijn geen in of onderkruipbare ruimten aanwezig die potentie hebben voor dieren (figuur 9). Er is een opslag van materialen als balk en haardhout, hekken en wat gereedschap. De opstal is geïnspecteerd er zijn geen nesten of nestrestanten van mussen en zwaluwen aangetroffen. Er zijn ook geen sporen van recent gebruik door dieren gevonden. De opbouw van staalplaat zal zowel voor broedvogels als voor vleermuizen leiden tot te sterke temperatuurschommelingen om een aantrekkelijke verblijf of voortplantingslocatie te beiden.
Figuur 9. Van stalen golfplaat aangebouwde bergruimte tegen gevel van opstal 3
Opstal 4 Opstal 4 betreft een houten schuur met aanbouw van stalen golfplaten aan de oostzijde en deels wanden van stalen golfplaten. De onderbouw bestaat deels uit beton. Het dak bestaat eveneens deels uit stalen golfplaten en deels uit asbest dakplaten die inmiddels zijn verwijderd. De schuur is leeg en verkeerd in slechte staat. De golfplaten aanbouw heeft een open front. Er zijn geen spouwen, funderingen of plafonds aanwezig die inkruipbaar zijn. De opstal zelf is toegankelijk voor dieren, door gaten en beschadigingen in de wanden en open ruimte tussen vloer en deuren. Inpandig zijn er vrijwel geen mogelijkheden voor vogels om nesten te bouwen. Als gevolg van het staalplaten dak zal de ruimte onder het dak bij zonnige periode zeer warm worden. In de winter kan de schuur daar en tegen erg koud worden en is gevoelig voor tocht. Tijdens de inspectie zijn er geen restanten van nesten, of anderszins sporen van gebruik door dieren aangetroffen. De ruimte is erg tochtig door de open frontzijde. Aan de oostzijde van Opstal 5 zijn twee zware, solitaire stamboom essen aanwezig. De bomen bevinden zich binnen de invloedsfeer van werkzaamheden aan opstal 5. De bomen zijn geïnspecteerd op holten, los hangende schors of uitgescheurde takken en (jaarrond beschermde) grote nesten. Deze waren niet aanwezig.
Figuur 11. Opstal 5. Oostgevel staalplaat, westgevel hout, asbest dak achterste deel reeds verwijderd. Foto links één van de beide zware essen
B] - Erf Het erf bestaat deels uit een verharding met gravel en deels uit grasvegetaties met een gazon beheer. In de grasvegetaties komen plaatselijk algemene kruiden voor. De grasvelden zijn ongeschikt voor beschermde soorten. Verspreid op het erf staan een aantal grote bomen. Het betreft een beuk, een paarden kastanje en meerdere essen. Bij de boerderij woning die blijft gehandhaafd zijn enkele grote kastanje bomen aanwezig en staan voor de woning twee fors uitgegroeide rode beuken. De beukenhagen die in 2023 nog aanwezig waren zijn inmiddels gerooid, ook is er een nieuwe toegangsbrug met beton pad aangelegd naar het erf, waardoor sierbeplanting en een deel van het gazon is verdwenen. De huidige aanwezige beplanting zal niet worden gerooid. Om te beoordelen of werkzaamheden verstoring kunnen veroorzaken op (jaarrond beschermde) nesten zijn alle aanwezige bomen en overige beplanting geïnspecteerd op de aanwezigheid van nesten en boomholten. Deze zijn niet aangetroffen. Binnen de projectlocatie is geen water betrokken.
12
Figuur 10. Foto impressie erflocatie
C] - Omgeving De projectlocatie is gelegen in de buurtschap Donkereind te Vinkeveen. Het betreft een rustige weg door het poldergebied met verspreid woningen, boerderijen en schuren in een open lint. Er is veel beplanting aanwezig op de verschillende erven, waaronder oudere bomen, knotwilgen en fruitbomen. De erffauna gemeenschap is rijk vertegenwoordigd. De omgeving biedt veel mogelijkheden voor vleermuizen. Er zijn gebouwen met kansrijke daken en opstallen met potentie voor verblijfslocaties. De weg Donkereind en de erven langs de weg bieden een rijke foerageer habitat voor vleermuizen. De bomenrijen bieden mogelijkheden voor vliegroutes. 8]
Beoordeling soortgroepen, beschermde soorten en situaties 8.1.] Algemeen In het projectgebied en de directe omgeving (beïnvloeding aspecten) worden op basis van uitgevoerd bronnenonderzoek, archiefmateriaal, de regionale ligging, de aanwezige habitats en het migratiegedrag van diersoorten, een aantal beschermde soorten of situaties mogelijk aanwezig geacht. Deze tijdens de QuickScan te onderzoeken soortgroepen en soorten zijn met een korte onderbouwing weergegeven in tabel 1 en vormde de basis voor het onderzoeksplan tijdens het locatie bezoek.
Vaatplanten Mossen Korstmossen Paddenstoelen Zoogdieren land vleermuizen Vogels broedvogels wintervogels Amfibieën Reptielen Vissen Dagvlinders Macronachtvlinders Micronachtvlinders Libellen Sprinkhanen/krekels Over. ongewervelden Algemene Zorgplicht
Onderzoek status NDFF
Check uitvoeren
redelijk niet niet onbepaald slecht slecht redelijk goed goed niet redelijk goed slecht slecht goed onbepaald niet
ja niet niet niet ja ja ja niet ja ja niet niet niet niet niet niet niet ja
Mogelijk aanwezige beschermde soorten en/of omstandigheden op basis van landschapstypen (laagveen en rivierengebied)
Let ook op muurplanten Geen wet NB soorten te verwachten Geen wet NB soorten te verwachten Geen wet NB soorten te verwachten Check op verblijfsplaatsen, betrek provinciaal aangewezen soorten Check op verblijfs-, paar-, voortplantings-, foerageer- en migratiehabitat Check opstallen en begroeiingen op broedvogels en beschermde nesten Let op overwinteringshabitat Sinds 2024 zijn waarnemingen van de ringslang in de omgeving gemeld Geen water in plangebied betrokken Geen habitat beschermde soorten aanwezig
Geen water in plan betrokken (larven) Geen geschikt habitat aanwezig Uitsluitend platte schijfhoren mogelijk, maar geen water in plan betrokken Vast onderdeel Omgevingswet vanuit art 11.27 Bal
Tabel 1. Onderzoeksplan bij locatie bezoek mogelijk aanwezige beschermde soorten en situaties
Op basis van deze analyse is tijdens het bureauonderzoek gericht gezocht naar aanvullende informatie en waarnemingen uit de periode 01-01-2015 tot heden via de website Waarneming.nl. Uit deze check is geen aanvullende informatie verkregen. Tijdens het locatiebezoek is, naast het totaal beeld, extra gelet op habitat en/of omstandigheden waarbij mogelijk aanwezige soorten uit deze soortgroepen zouden kunnen voorkomen.
13
8.2.] Habitat Zoals beschreven in paragraaf 7.2 tot 7.5 zijn onderstaande biotopen niet in het projectgebied aanwezig of worden niet door de voorgenomen ontwikkeling beïnvloed: Water gerelateerde fauna (vissen, larven libellen en amfibieën, platte schijfhoren) Graslanden, rietlanden en ruigten; Sprinkhanen (geen schrale en bloemrijke vegetaties aanwezig); Reptielen (geen reptielen bekend uit ruime omgeving); Dagvlinders, libellen (geen habitat aanwezig). ➢ Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling geen effect zal hebben op soorten uit bovengenoemde soortengroepen of die zijn gebonden aan genoemde habitats. De aanwezige habitat waar mogelijk effecten kunnen optreden bij de voorgenomen ontwikkeling op beschermde soorten en situaties vanuit de Omgevingswet onderdeel Flora en Fauna betreffen vaatplanten (muren), winterschuilplaatsen (amfibieën, vleermuizen, landzoogdieren), broedvogels (gebouwen) en vleermuizen (foerageer-, migratie-, paar-, verblijfs- & voortplantingshabitat). 8.3.] Soorten en omstandigheden In de onderhavige paragraaf worden alleen die soorten en omstandigheden nader beschreven die op basis van bovenstaande onderzoeken mogelijk aanwezig kunnen zijn, het betreft: Vaatplanten De muren van de betrokken opstallen bestaan zowel uit hout, metselwerk als staalplaat. Hier op / aan zijn geen muurplanten aangetroffen.
Het grootste deel van de directe omgevingen van de bestaat uit verharding, halverharding of grind. Op enkele plaatsen is binnen de effectzone van de voorgenomen werkzaamheden gras/gazon aanwezig. De grasland delen krijgen een gazon beheer en zijn alle kort gemaaid met een gesloten vegetatie. Lokaal zijn enige algemene kruiden aanwezig. Er zijn geen (beschermde) planten aangetroffen. ➢ Voor het projectgebied wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen vanuit het onderdeel vaatplanten zijn voor de voorgenomen ontwikkeling. Landzoogdieren Het terrein en de opstallen zijn niet geschikt voor zwaarder beschermde soorten landzoogdieren vanuit de Omgevingswet. Binnen de provincie Utrecht zijn naast deze soorten ook het haas, konijn en kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) aangewezen als beschermde soorten. Haas, bunzing en wezel zijn bekend uit de omgeving van het gebied. Hermelijn is op afstand (NNN Demmerik) vermeld. Het haas is een algemeen voorkomende soort in de aangrenzende polder Donkereind. Het haas heeft uitgestrekte graslanden als leefgebied, maar kan erven en buurtschappen passeren. De projectlocatie vormt geen essentieel leefgebied er zijn geen graslanden met dekking biedende vegetaties of anderzijds habitat onderdelen van het haas binnen de invloedsfeer van de projectlocatie aanwezig.
Bunzing en wezel kunnen beide voorkomen op erven wanneer er dekking biedende vegetaties, als struik- en bomenrijen, structuurrijke oevers, begroeide greppels, onderkruipbare materialen, grond holen (voor de wezel volstaan kleine holen van mol en veldmuis), of anderszins beschutting biedende structuren aanwezig zijn. Het erf heeft een opgeruimde uitstraling er zijn geen hopen organisch materiaal, steen, hout of rommelbulten of anderszins onderkruipbare ruimten aanwezig. De graslanden zijn kort gemaaid en bieden geen dekking beidende structuren, grondholen van mol en veldmuis zijn niet binnen de invloedsfeer van de projectlocatie aangetroffen. Aanloop structuren in de vorm van boom- of struikrijen/ vakken zijn niet aanwezig. Beoordeeld wordt dat de projectlocatie en haar ruime omgeving geen essentieel leefgebied voor kleine marterachtige heeft. Een incidentele passage kan niet worden uitgesloten, maar zal niet worden beïnvloed door de voorgenomen activiteit. Algemene soorten zoogdieren als muizen, bruine rat, mol en egel kunnen aanwezig zijn binnen de projectlocatie. ➢ Voor het projectgebied wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen vanuit het onderdeel landzoogdieren zijn voor de voorgenomen ontwikkeling, mits vanuit het zorgvuldigheidsartikel wordt gehandeld.
14
Vleermuizen Voor het atlasblok waarbinnen de projectlocaties is gelegen worden drie soorten vleermuizen gemeld in de NDFF documentatie. De omgevingshabitat is visueel beoordeeld als een goed foerageergebied en heeft geschikte vliegroutes langs de weg Donkereind. Ook het erf kan als foerageergebied worden benut. De boerderij die gehandhaafd blijft biedt enkele ruimten die mogelijk door vleermuizen kunnen worden benut. Er zijn geen daadwerkelijke waarnemingen van vleermuizen verricht. Desgevraagd gaf de bewoner aan zeer sporadisch een vleermuis te zien. Vleermuizen worden niet vaak en/of regelmatig waargenomen. De beoordeelde opstallen zijn allen ongeschikt als vleermuis verblijfplaats. Er is slecht in een enkele opstallen een toegankelijkheid. Deze opstallen hebben weinig tot geen aanhechtingsplaatsen. Toegankelijk inkruipbare ruimten zijn niet aanwezig. De half open opstallen zijn tochtig en niet vorstvrij. De staalplaten daken en wanden leiden tot ongunstige klimaat omstandigheden voor vleermuizen. Het erf grenzend aan de projectlocatie is beoordeeld als geschikt foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen. In het bijzonder de omgeving van de te handhaven boerderij met grote bomen biedt hiervoor ruimte. ➢ Voor de projectlocatie wordt geconcludeerd dat de opstallen ongeschikt zijn als verblijfslocatie voor vleermuizen.
Foerageerhabitat en vliegroutes zijn in de directe omgeving voornamelijk langs de weg Donkereind en rond de te handhaven boerderij aanwezig. ➢ Vanuit de Omgevingswet onderdeel flora en fauna is er geen belemmering voor het slopen van de voorgenomen opstallen. Om verstoring van vliegroutes en foerageerhabitat te voorkomen wordt bij voorkeur geen gebruik gemaakt van bouwplaats verlichting. Indien bouwplaats verlichting op enig moment noodzakelijk is dient met afgeschermde en naar beneden gerichte verlichting te worden gewerkt. Broedvogels en jaarrond beschermde nesten De projectlocatie is geïnspecteerd op de aanwezigheid en mogelijke vestigingshabitat voor broedvogels. Er werden geen restanten van nesten of sporen van gebruik door vogels aangetroffen. Enkele opstallen zijn toegankelijk voor vogels of hebben een open front. Er zijn inpandig echter zeer weinig mogelijkheden om een nest op of aan te vestigen. Niet kan worden uitgesloten dat zich vogels als witte kwikstaart, winterkoning, zwarte roodstaart, etc. vestigen. Slopen van de opstallen dient bij voorkeur buiten het broedseizoen plaats te vinden. Indien in het broedseizoen wordt gesloopt dient vooraf een broedvogelcheck te worden uitgevoerd. Huismussen in tegen stelling tot het bezoek van 2021 niet aangetroffen op het erf rond de te handhaven boerderij.
De huismussen lijken na het verwijderen van de beukenhaag onvoldoende beschermende beplanting te hebben. Daarnaast is water om te baden moeilijk bereikbaar door de aanwezige beschoeide oevers en zijn geen mogelijkheden voor zandbaden beschikbaar. De habitat voor de soort huismus wordt als matig tot slecht beoordeeld. De huismussen nestelen hier onder de dakpannen. De te slopen opstallen zijn als ongeschikt voor huismussen beoordeeld. Tijdens de inspectie zijn ook geen nestrestanten of anderszins sporen aangetroffen. ➢ Voor het projectgebied wordt geconcludeerd dat er geen ontheffing aanvraag voor het onderdeel broedvogels en jaarrond beschermde nesten noodzakelijk is, mits buiten het broedseizoen wordt gewerkt en of voorafgaand aan werkzaamheden een broedvogelcheck op de te bewerken locaties wordt uitgevoerd. Amfibieën Tijdens het veldbezoek is gelet op de aanwezigheid van geschikte habitat voor amfibieën. Er is geen water in het projectplan betrokken. Larvale stadia kunnen daardoor worden uitgesloten. De landhabitat is als ongeschikt beoordeeld voor amfibieën. Ingraafbare bodem of onderkruipbare funderingen, rommelhopen, etc. voor overwinteren zijn niet aanwezig. ➢ Geconcludeerd is dat er geen belemmeringen zijn van uit de soortgroep amfibieën met betrekking tot de voorgenomen werkzaamheden.
15
Reptielen Tijdens de voorgaande QuickScan Flora en Fauna is de ringslang niet beoordeeld. Als gevolg van recente waarnemingen van deze soort in de nabijheid van het projectgebied is tijdens het onderhavige update bezoek ook aandacht besteed aan de mogelijke aanwezigheid van de soort. Er worden geen water of oevers beïnvloed door de voorgenomen werkzaamheden. Ruige structuurrijke vegetaties waarin zich prooien van ringslangen kunnen bevinden zijn niet aanwezig binnen de projectlocatie en/of de directe omgeving. De projectlocaties zijn tenslotte beoordeeld op de aanwezigheid van overwinteringsplaatsen en/of locaties waar ei-afzetting door ringslangen kan plaats vinden. Er zijn geen in of onderkruipbare locaties die als overwinteringsruimte kunnen fungeren aangetroffen. Ook hopen organisch materiaal dat als broeihoop voor ringslangeieren kunnen dienen zijn niet aanwezig. Geconcludeerd is dat er geen leefgebied voor de soort ringslang aanwezig is binnen de projectlocatie of de invloedzone hiervan. ➢ Geconcludeerd is dat er geen belemmeringen zijn voor de soort ringslang met betrekking tot de voorgenomen werkzaamheden. Algemene zorgplicht voor wilde flora- en fauna Binnen de Omgevingswet geldt voor alle plant- en diersoorten een zorgplicht (artikel 11.27 Bal).
Voor de voorgenomen werkzaamheden worden geen andere situaties verwacht dan bij de beoordeling van soortgroepen en situaties is beschreven. Er is dan ook geen aanleiding om extra maatregelen vanuit de algemene zorgplicht te treffen anders dan hierboven vermeld. Wel is het steeds raadzaam om tijdens de bouwactiviteiten alert te zijn op de aanwezigheid van fauna en indien dieren worden gesignaleerd deze zorgvuldig te verplaatsen naar een veilige locatie in de omgeving en advies in te winnen bij een ecoloog. Als algemene beschermende en mitigerende maatregelen voor het onderhavige projectgebied worden de volgende onderdelen geadviseerd: ➢ Het steeds voorhanden hebben van enkele emmers of kuipen om eventueel aangetroffen dieren apart te kunnen zetten. Indien dieren tijdelijk worden opgeslagen dienen deze binnen maximaal één uur na de vondst te worden uitgezet op een geschikte locatie voor de soort buiten het projectgebied. De opgeslagen dieren in kuipen dienen op een beschutte en schaduwrijk plaats te worden bewaard; ➢ Het voorkomen of beperken van bouwplaats verlichting en indien dit noodzakelijk is het toepassen van een gerichte lichtbron met voorkoming van zij- of boven uitstraling; ➢ Het beperken van opslag van bouwmaterialen als grond, zand, etc. in hopen tijdens de bouwperiode.
Indien tijdelijk in depot plaatsen van zand- en/of grond noodzakelijk is dient vestiging van fauna te worden voorkomen door: • afschermen van opgeslagen grond en zand in depot met een amfibieënraster in de periode september - maart; ➢ Het vooraf laten uitvoeren van een broedvogelcheck indien sloopwerkzaamheden plaatsvinden in de periode begin maart-half juli; ➢ Het op afroep kunnen beschikken over een ecoloog bij aantreffen van mogelijk beschermde situaties m.b.t. de Omgevingswet, onderdeel flora en fauna. 9] Conclusie De ontwikkelingslocatie gelegen aan Donkereind 5a & 7 te Vinkeveen, gelegen op het kadastrale perceel Vinkeveen sectie G nummers 405 en 406 beide gedeeltelijk is zowel administratief als door middel van veldonderzoek beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde soorten en situaties in het kader van de Omgevingswet onderdelen Flora en Fauna en op de ligging ten opzichte van Beschermde Natuurgebieden. Het betreft een update op eerder uitgevoerd QuickScans Wet Natuurbescherming uit 2020, 2021 en 2023 naar aanleiding van planaanpassingen. De onderhavige update (2025) komt voort uit een aanpassing (verkleinen) van het projectgebied, het vigerend worden van de Omgevingswet per 2024 en het beschermd raken van de soorten haas, konijn en kleine marterachtigen als provinciaal beschermde soorten in de provincie Utrecht per september 2024.
Uit de onderhavige update is gebleken dat er geen wijzigingen zijn opgetreden ten opzichte van eerdere beoordeling met betrekking tot ligging en/of effecten van beschermde gebieden. De eerdere beoordelingen zijn nog steeds van toepassing.
16
M.b.t. soortbescherming leiden de ook na herbeoordeling op basis van de Omgevingswet onderdeel soortbescherming, voor de toegevoegde provinciaal beschermde soorten en voor de recent in de nabijheid aangetroffen soort ringslang niet tot de noodzaak van het aanvragen van een vergunning en of een specialistisch vervolgonderzoek, mits aan mitigerende en compenserende voorwaarden tijdens de uitvoering van de werkzaamheden wordt voldaan. De conclusies zijn onderstaand tabelmatig samengevat, aanbevelingen ten bate van preventieve of mitigerende maatregelen zijn bij de betreffende soortgroepen puntsgewijs weergegeven. Samenvattende tabel QuickScan Flora en Fauna Omgevingswet
Donkereind 5a & 7 te Vinkeveen Habitat geschikt
Ingreep verstorend
Nader onderzoek
Ontheffing
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee N.v.t.
Nee N.v.t.
Nee Nee
Nee Nee
- algemeen
Nee
Mogelijk
Nee
Nee
- jaarrond beschermd
Nee
Nee Mogelijk
Nee
Nee
- vliegroute
Nee
Nee
Nee
- foerageergebied
Nee
Nee
Nee
- kraamverblijven
Nee
- winterverblijven
Nee
Nee Nee
Nee Nee
Nee Nee
Grondgebonden zoogdieren
Nee
Nee
Nee
Nee
Amfibieën
Nee
Nee
Nee
Nee
Reptielen Vissen Vlinders & libellen Overige ongewervelden Algemene zorgplicht Wnb
Nee Nee N.v.t. Nee
Nee Nee N.v.t. Nee
Nee Nee Nee Nee
Nee Nee Nee Nee
Soortgroep (beschermde soorten) - algemeen Vaatplanten
- muurvegetaties Mossen & korstmossen Broedvogels
Mogelijk Vleermuizen
Algemene zorgplicht flora & fauna
Gebiedsbescherming Natura 2000 Programmatische aanpak Stikstof (PAS) Natuur Netwerk Nederland Weidevogelkerngebied
Ja
Opmerkingen
Voorafgaand aan uitvoeren van sloopwerken in de periode maartjuli een broedvogelcheck uitvoeren; Maak geen gebruik van bouwplaats verlichting. Indien dit alsnog noodzakelijk wordt geacht dient de verlichting naar beneden gericht en afgeschermd te worden
Algemene zorgplicht voor flora en fauna geldt voor alle in het wild levende planten en dieren in Nederland (art 11.27 Bal). Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient dan ook steeds rekening te worden gehouden met flora en fauna. Bij aantreffen van dieren dienen deze voorzichtig buiten de projectlocatie op een geschikte plaats te worden gebracht. Bij twijfel dient ecologisch advies te worden ingewonnen. Geadviseerd wordt relevante genoemde maatregelen onder de paragraaf algemene zorgplicht toe te passen.
Afstand tot
Ingreep verstorend
Vergunning plichtig
5030 m 5000 m 450 m 300 m
Nee n.v.t. Nee Nee
Nee Nee Nee Nee
Opmerkingen Meest nabij gelegen stikstof gevoelige natuur betreft N2000 Botshol (zie paragraaf 7.2)
Overige relevante zaken N.v.t.
Tabel 3. Samenvatting bevindingen QuickScan Omgevingswet, onderdeel Flora en Fauna Donkereind 5a & 7 Vinkeveen
17
BIJLAGEN BIJLAGE 1. Verantwoording ecologische deskundigheid - Bui-TeGewoon | groenprojecten Definitie deskundig ecoloog (Bron: Dienst Regelingen, van het Ministerie van Economische zaken). Het ministerie van Economisch zaken, verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soort specifieke ecologie. De ervaring en kennis moet zijn opgedaan doordat de deskundige: • Op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of • Op MBO niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt de Flora- en faunawet, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of • Als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau wat is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of • Zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, de Landschappen, Stichting Beheer Natuur en Landelijk Gebied; en/of •
Zich aantoonbaar actief inzet op het gebied voor soortenmonitoring en/of bescherming. Verantwoording deskundigheid Bui-TeGewoon, groenprojecten. De ecologische begeleiding namens de opdrachtgever is uitbesteed aan bureau Bui-TeGewoon | groenprojecten. Vanuit dit bureau zullen de werkzaamheden worden gecoördineerd en het ecologisch deel worden uitgevoerd door de heer R.J.S. Terlouw. Terlouw heeft specialisatie ontwikkeld in inrichting en beheer van natuur en landschap in het algemeen. Ten opzichte van flora en fauna heeft Terlouw kennis van vrijwel het gehele soortspectrum, waarbij specialisatie is ontwikkeld in vogels, amfibieën, zoogdieren en ongewervelden. Terlouw is aangesloten bij o.a. SOVON, Vogelbescherming Nederland, RAVON, VZZ, KNNV, EIS Nederland en Stichting Partner. Voor deze organisaties is hij actief als vrijwilliger, waarvan voor SOVON gedurende 26 jaar een districtscoördinatorschap is vervuld. Vanuit zijn basisprofessie als medewerker van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en een dienstverband van 22 jaar als regiohoofd bij de Stichting het Zuid-Hollands Landschap heeft hij vanaf 1988 kennis opgedaan m.b.t. natuurbeheer en inrichting van natuurterreinen. Sedert 2012 voert Terlouw een zelfstandig ecologisch advies- en onderzoeksbureau waarvoor inmiddels voor meer dan zestig opdrachtgevers opdrachten zijn uitgevoerd.
Administratieve taken rondom de ecologische begeleiding worden verzorgd door mevrouw A. Buisman van Bui-TeGewoon | groenprojecten. Buisman heeft ruim 12 jaar ervaring in administratie, verpachting, cartografie en bureaustudies in natuur en landschap gerelateerde projecten, die zijn opgedaan tijdens een dienstverband bij de Stichting Het ZuidHollands Landschap en bij Bui-TeGewoon | groenprojecten. Buisman is aangesloten en actief als vrijwillig inventarisatiemedewerker bij o.a. SOVON, voor welke organisatie zij 11 jaar als assistent districtscoördinator heeft opgetreden. Buisman is als mede-eigenaar verbonden aan Bui-TeGewoon | groenprojecten.
20
IN OPDRACHT VAN: