Bijlage 5 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Herenweg 54 Vinkeveen 05-12-2023
Tekst van het document
Buro SRO B.V. ’t Goylaan 11 3525 AA Utrecht Telefoon: 030-2679198
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Bestemmingsplan ‘Herenweg 54, Vinkeveen’ opdrachtgever:
Architekten- en ingenieursbureau H.W. van der Laan b.v.
datum:
5 december 2023
betreft:
Herenweg 54, Vinkeveen
1I N L E I D I N G 1.1
AANLEIDING
Initiatiefnemer is voornemens om op het perceel een nieuwe woning te realiseren. Tevens wordt op de onderhavige percelen een watergang doorgetrokken, om de doorvaart te verbeteren. Dit past niet geheel binnen het huidige bestemmingsplan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Voorliggende vormvrije m.e.r.-beoordeling is onderdeel van deze bestemmingsplanprocedure. In de vormvrije m.e.r.-beoordeling is beoordeeld of de ontwikkeling mogelijk kan leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen.
1.2 WAAROM EEN VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel bij het nemen van besluiten gekoppeld aan een plan of besluit, zoals een bestemmingsplan of omgevingsvergunning. De m.e.r.procedure is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- of besluitvorming mee te nemen en mee te laten wegen. De wettelijke eisen ten aanzien van m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. Hierin wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn, dit zijn activiteiten uit de zogenaamde D-lijst van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Voor activiteiten die in onderdeel D van het Besluit m.e.r. zijn genoemd, maar waarbij de omvang van het betreffende plan of besluit onder de drempelwaarden ligt dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. In een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt er, net als bij een m.e.r.-beoordeling getoetst of er mogelijke belangrijke milieugevolgen op kunnen treden door het betreffende plan of besluit. Initiatiefnemer is voornemens om aan het oosten van de kern van Vinkeveel één woning te realiseren. Het realiseren van woningen is een activiteit als bedoeld onder D11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r.: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met in begrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.
De drempelwaarde van kolom 2, die gelijk is aan een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aangesloten gebied van 2.000 of meer woningen en een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer, wordt niet overschreden. Dit betekent dat er volstaan wordt met een vormvrije m.e.r.-beoordeling.
In juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r) in werking getreden. In het gewijzigde Besluit m.e.r. staat de procedure voor de vormvrije m.e.r.beoordeling. Voor een aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, zal door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opgesteld moeten worden. Na het indienen van de aanmeldingsnotitie dient het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.beoordelingsbesluit te nemen. Het uitgangspunt is dat er in principe geen m.e.r.-procedure doorlopen hoeft te worden, tenzij het bevoegd gezag bepaald dat er sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden. Vervolgens moet de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen.
1.3 TOETSEN VAN ACTIVITEITEN IN EEN VORMVRIJE M.E.R-BEOORDELING In de voorliggende aanmeldingsnotitie komen de volgende aspecten, zoals opgenomen in bijlage III bij de mer-richtlijn (richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PbEU 2012, L 26)) terug, welke afzonderlijk van elkaar worden behandeld. 1. kenmerken van de projecten; 2. plaats van de projecten; 3. kenmerken van de potentiële effecten.
pagina 2 van 10
2K E N M E R K E N VA N H E T P R O J E C T 2.1 OMVANG VAN HET PROJECT De initiatiefnemer heeft het voornemen om een nieuwe woning op het perceel naast Herenweg 54 te realiseren. Hiervoor wordt de aanwezige schuur gesloopt en komt ook de functie als botenstalling te vervallen. Verder is de gemeente voornemens om de aanwezige watergang ten oosten van de toekomstige woning door te trekken over het perceel van de beoogde ontwikkeling en over het perceel van Herenweg 54.
2.2 CUMULATIE MET ANDERE PROJECTEN Het project is een op zichzelf staande ontwikkeling. Er is geen relatie met andere ontwikkelingen. In de omgeving zijn, voor zover bekend, geen andere ontwikkelingen. Derhalve is er geen sprake van cumulatie van effecten van andere projecten.
2.3 GEBRUIK VAN NATUURLIJKE HULPBRONNEN Voor de bouw worden de reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal (hout, beton, metaal, etc.). Er zijn geen andere natuurlijke hulpbronnen in het gebied aanwezig die invloed ondervinden van de voorgenomen activiteit. Verder komt bij de sloop van de bestaande bebouwing sloopafval vrij. Dit afval wordt conform geldende wet- en regelgeving afgevoerd. Voor het doortrekken van de watergang moeten bomen gekapt worden. Hiervoor geldt door de omvang van de bosschages een herplantingsplicht. Er zijn geen bijzondere effecten ten aanzien van natuurlijke hulpbronnen in het gebied.
2.4 PRODUCTIE VAN AFVALSTOFFEN Als gevolg van het project zal er een toename van de productie van afvalstoffen ontstaan. Deze afvalstoffen komen voort uit afval uit de bouwfase. In lijn met de landelijke tendens ten aanzien van het scheiden van afval zal ook het afval van de bedrijven in toenemende mate gescheiden worden afgevoerd. Dit resulteert in een kleinere hoeveelheid stoffen die feitelijk als afvalstoffen gezien moeten worden. De toename van de productie van afvalstoffen leidt tot een toename van de afvoerfrequentie of een andere wijze van afvoeren. De milieugevolgen hiervan zijn van een beperkte omvang. Bij de bouw van de woning en aanleg van de infrastructuur wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van duurzaam en waar mogelijk circulaire materialen. Hiermee wordt de productie van afval zoveel mogelijk voorkomen. Er zijn daarom geen bijzondere kenmerken betreffende dit aspect.
pagina 3 van 10
2.5 VERONTREINIGING EN HINDER Met het voorgenomen initiatief worden geen bedrijven of inrichtingen gerealiseerd die mogelijk kunnen leiden tot verontreinig van de bodem en of het grondwater. Hinder wordt voorkomen door de bouwwerkzaamheden zoveel mogelijk gedurende kantoortijden plaats te laten vinden. De omgeving zal hierdoor minimale hinder ondervinden van geluid- en trillingsoverlast. In de omgeving van het projectgebied zijn onder andere woningen aanwezig, waardoor de toekomstige invulling passend is in de omgeving en geen hinder op zullen leveren. Er zijn geen bijzondere kenmerken ten aanzien van verontreiniging en hinder.
2.6 HET RISICO VAN ONGEVALLEN, MET NAME GELET OP DE GEBRUIKTE STOFFEN OF TECHNOLOGIEËN
De stoffen of technologieën die toegepast worden bij de bouwwerkzaamheden brengen geen verhoogd risico op ongevallen, anders dan de gebruikelijke risico’s bij bouwwerkzaamheden, met zich mee. Het project heeft geen betrekking op het mogelijk maken van een Bevi-inrichting binnen het projectgebied, er wordt namelijk een woning gerealiseerd. Er zijn geen bijzondere kenmerken ten aanzien van dit aspect.
pagina 4 van 10
3P L A AT S VA N H E T P R O J E C T Voorafgaand aan de gewenste wijziging dient onderzocht te worden of er sprake is van een aantasting van wettelijk beschermde natuurwaarden of dat het initiatief een negatieve invloed heeft op het omliggende milieu in de omgeving.
3.1 PLAATS VAN DE ACTIVITEIT De ontwikkeling vindt plaats in de rand van de kern van Vinkeveen. Het projectgebied is gelegen aan/ in de Vinkeveense plassen en meerdere legakkers met ook recreatieve verblijven. Ten westen van het gebied loopt de Herenweg, met lintbebouwing met woningen, voorzieningen, bedrijven en recreatie. Het projectgebied omvat delen van de kadastrale percelen 5344, 5841 en 5844, welke kadastraal bekend zijn onder de kadastrale gemeente Vinkeveen, secties E en A. De oppervlakte is circa 3.750 m². Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het projectgebied weer.
Begrenzing projectgebied (bron: Google Maps)
pagina 5 van 10
3.2 BESTAAND GRONDGEBRUIK Het overgrote deel van het projectgebied is onverhard en groen (gras met enkele bomen). Het oostelijke deel omvat opgaand groen (bosschages). Op het perceel bevindt zich een schuur van ongeveer 100 m², die vooral gebruikt wordt voor onderhoud van boten. Verder is op het perceel sprake van botenstalling. Het perceel is enkel bereikbaar door middel van een brug vanaf het naastgelegen perceel, Herenweg 54.
3.3 RELATIEVE RIJKDOM AAN EN KWALITEIT EN REGENERATIEVERMOGEN VAN DE NATUURLIJKE HULPBRONNEN VAN HET GEBIED
De locatie bevindt zich niet in beschermde natuurgebieden of in een gebied waar milieunormen worden overschreden, zoals Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland of Bijzonder Provinciale Landschap. Er zijn dus geen effecten ten aanzien van natuurlijke hulpbronnen.
3.4 OPNAMEVERMOGEN VAN HET NATUURLIJKE MILIEU Ten aanzien van het opnamevermogen van het natuurlijke milieu zijn Natura 2000-gebieden in de omgeving van belang. In de bouw- en gebruiksfase kunnen effecten ten aanzien van Natura 2000-gebied optreden door een toename in stikstofdepositie. De potentiële effecten op kwetsbare gebieden worden in hoofdstuk 4 nader toegelicht.
pagina 6 van 10
4K E N M E R K E N VA N D E P OT E N T I Ë L E E F F E C T E N Bij aanzienlijke potentiële effecten van het project moet in het bijzonder de samenhang tussen de criteria genoemd in de punten 1 en 2 in overweging worden genomen. Bij de besluitvorming is het daarmee mogelijk het milieueffect mee te wegen als één van de belangen. Middels gespecialiseerde onderzoeken zijn in het kader van het bestemmingsplan de belangrijkste effecten ten aanzien van aspecten als: ecologie, water, geluid, luchtkwaliteit en bodem in kaart gebracht. Aan de hand van deze onderzoeken kan het effect van het project ingeschat worden en een gewogen oordeel gegeven worden of er sprake is van een significant negatief effect. Navolgend worden de belangrijkste resultaten van de relevante milieuaspecten uiteengezet. Water In de huidige situatie is het projectgebied grotendeel onverhard. Verharding zal beperkt toenemen in het westelijke deel van het projectgebied. De beoogde locatie van de woning is per plaatse van de bestaande bebouwing. Hierdoor neemt de verharding minimaal toe. Vanaf de Herenweg wordt een nieuwe inrit richting de woning aangelegd, alsmede enkele parkeerplaatsen. Door het doortrekken van de watergang is wordt toename van verharding meer dan genoeg gecompenseerd. Het afvalwater zal worden aangesloten op het bestaande rioolsysteem.
Het hemelwater wordt afgevoerd door infiltratie in de bodem en/of via het oppervlaktewater. Gelet op de voorgaand beschreven maatregelen wordt er voldaan aan diverse eisen voor het aspect water. Daarmee worden er geen significant negatieve effecten verwacht voor het watersysteem. Bodem Op basis van de resultaten van Verkennend bodemonderzoek kan geconcludeerd worden dat de locatie heterogeen is verontreinigd. Binnen de onderzoekslocatie is meer dan 25 m³ sterk verontreinigde grond aanwezig is. Er is sprake van een geval van een ernstige, spoedeisende bodemverontreiniging. Er is zowel een onaanvaardbaar humaan als een (hypothetisch) ecologisch risico aanwezig. In de huidige functie is er mogelijk ook sprake van een ecologisch risico. Om dit risico vast te stellen is aanvullend onderzoek nodig. Gelet op het voorgaande dienen er saneringsmaatregels en mogelijk een aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Als er sprake blijkt te zijn van een huidig risico leidt het saneren van de gronden tot positieve milieugevolgen. Geluid Met het voorliggende plan wordt een woning gerealiseerd. Woningen veroorzaken zelf geen geluidbelasting. In het kader van de Wet geluidshinder is een woning juist een gevoelig object. Om die reden is er voor het initiatief een akoestisch onderzoek wegerkeer uitgevoerd. Hierbij zijn geen overschrijdingen van de voorkeursgrensvoorwaarde geconstateerd.
Gelet op het voorgaande zijn er geen nadelige milieugevolgen vanuit het aspect geluid.
pagina 7 van 10
Luchtkwaliteit De voorgenomen ontwikkeling betreft het toevoegen van één woning ten opzichte van de huidige planologische situatie. De ontwikkeling kan derhalve, gezien de beperkte omvang, aangemerkt worden als een NIBM-project. Toetsing van het aspect luchtkwaliteit is op grond van artikel 4 van de Regeling NIBM niet noodzakelijk. Het project draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Derhalve kan gesteld worden dat er geen nadelige milieugevolgen zijn vanuit het aspect luchtkwaliteit. Ecologie Om aan te tonen wat de effecten van het plan op beschermde soorten en gebieden van de Wet natuurbescherming zijn, is een ecologische quickscan uitgevoerd. Daaruit blijkt dat de beoogde ruimtelijke ingrepen niet leiden tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent gebiedsbescherming en soortbescherming in het kader van de Wet natuurbescherming. Maar ten aanzien van houtopstanden geldt dat er een meldingsplicht is in het kader van de Wet natuurbescherming en een herplantingsplicht. Verder dienen enkele algemene maatregelen te worden getroffen ten aanzien van de algemene zorgplicht, foeragerende vleermuizen en algemene broedvogels. Er kan geconcludeerd worden dat er geen negatieve cumulatieve natuureffecten optreden. Milieuzonering Met de beoogde ontwikkeling wordt een nieuwe woning mogelijk gemaakt.
In het kader van bedrijven en milieuzonering is onderzoek gedaan naar de gevolgen van nabijgelegen bedrijven op de nieuwe gevoelige bestemming. Uit dit onderzoek blijkt dat er in de omgeving van het projectgebied meerdere niet-woonfuncties zijn toegelaten, maar dat hierbij steeds (ruimschoots) voldaan wordt aan de richtafstanden uit de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering'. Gelet op het voorgaande zijn er geen belangrijke nadelige milieugevolgen vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering. Externe veiligheid In de directe nabijheid van het projectgebied komen geen risicovolle inrichtingen, buisleidingen of transportroutes voor gevaarlijke stoffen voor. Om deze reden is er geen verder onderzoek nodig voor de beoogde ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling bevat daarnaast geen nieuwe risicobronnen conform het Bevi. Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen gezien het bovenstaande uitgesloten worden. Archeologie Het projectgebied is gelegen in een gebied met een hoge archeologische verwachting op het aantreffen van archeologische resten. Derhalve is er een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Op basis van archeologisch bureau- en veldonderzoek wordt geadviseerd om de archeologische verwachting van het projectgebied bij te stellen naar laag. In het onderzochte gebied is een toemaakdek uit de 17e eeuw-21e eeuw aangetroffen waar aardewerk en puin in is gevonden.
Er zijn geen cultuurlagen of ophooglagen uit de middeleeuwen waargenomen. Om deze reden is er geen vindplaats uit de middeleeuwen aangetroffen. Gelet op het voorgaande worden er geen belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht ten aanzien van het aspect archeologie. pagina 8 van 10
Verkeer en parkeren De effecten van het verkeer en parkeren zijn bekeken. Gezien de aard en schaal van de beoogde ontwikkeling levert de verwachte verkeersgeneratie geen problemen op. Voor het realiseren van de nodige parkeerplaatsen is voldoende ruimt beschikbaat op het perceel. Het aspect verkeer en parkeren leidt niet tot significant negatieve milieueffecten.
pagina 9 van 10
5C O N C L U S I E Op basis van deze aanmeldingsnotitie kan de conclusie getrokken worden dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van kenmerken en locatie van het plan die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Tevens blijkt uit de getoetste milieuaspecten dat er geen significant negatieve effecten optreden, dan wel dat deze effecten met mitigerende maatregelen worden beperkt en./of de benodigde vergunningen worden verkregen. De beoogde ontwikkeling naast Herenweg 54 leidt niet tot significant negatieve milieueffecten. Het volgen van een m.e.r.-procedure zal niet leiden tot een andere conclusie en is niet benodigd voor deze ontwikkeling.
pagina 10 van 10