Bijlage 5 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
Tekst van het document
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
“Vinkeveen, Baambrugse Zuwe 167”
Oktober 2024
Definitief
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Vinkeveen, Baambrugse Zuwe 167 BJZ.nu
AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING “VINKEVEEN, BAAMBRUGSE ZUWE 167”
Naam: Datum: Versie: Opsteller:
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling “Vinkeveen, Baambrugse Zuwe 167” Oktober 2024 Definitief BJZ.nu
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
1
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Vinkeveen, Baambrugse Zuwe 167 BJZ.nu
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING .................................................................................... 3 HOOFDSTUK 2 KENMERKEN VAN HET VOORNEMEN ................................................... 6 HOOFDSTUK 3 BESCHRIJVING VAN DE MILIEUEFFECTEN .............................................. 9 HOOFDSTUK 4 CONCLUSIE ................................................................................ 14
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Vinkeveen, Baambrugse Zuwe 167 BJZ.nu
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
Voorliggende aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling heeft betrekking op een herontwikkelingslocatie ten noordoosten van de kern Vinkeveen. De ligging van het plangebied in Vinkeveen en de directe omgeving wordt in afbeelding 1 weergegeven. De rode ster geeft respectievelijk de locatie van het plangebied weer.
Afbeelding 1
Ligging projectgebied (Bron: PDOK)
Aan de Baambrugse Zuwe 167 te Vinkeveen, bevindt zich hotel en café-restaurant de Plashoeve. Het betreft een locatie met veel historie. Inmiddels is het terrein van de Plashoeve en omliggend terrein echter verouderd en vervuild. De gebouwen zijn slecht onderhouden en het terrein oogt rommelig. Initiatiefnemer is daarom voornemens het terrein te herontwikkelen, zodat er sprake is van een grote impuls in de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid. Deze herontwikkeling betreft niet enkel het terrein van de Plashoeve zelf, maar ook het omliggende terrein van de jachthaven met steigers, de ligplaatsen, boothuizen en het parkeerterrein. Concreet gaat het om de realisatie van 18 appartementen. De recreatieappartementen en de jachthaven blijven aanwezig. Wel wordt de jachthaven omgezet naar een private jachthaven. Het initiatief is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Om die reden is een herziening van het bestemmingsplan vereist. Vanuit het ruimtelijke spoor (bestemmingsplanprocedure) is een vormvrije toets aan het Besluit Milieueffectrapportage noodzakelijk. In dit document worden de milieueffecten van deze ontwikkeling beschouwd. Eerst wordt een nadere toelichting op de M.e.r.-beoordeling gegeven.
M.e.r.-beoordeling De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in de integrale ruimtelijke afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: • Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. • Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (plan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het plan genoemd is in kolom 3 (plannen). BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Vinkeveen, Baambrugse Zuwe 167 BJZ.nu • Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (plan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het plan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. In voorliggend geval gaat het om directe eindbestemmingen en is sprake van een besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving.
Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. Voorliggende ontwikkeling is niet als activiteit opgenomen in de C-lijst van het Besluit MER. In de D-lijst de volgende activiteit opgenomen: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het realiseren van 18 appartementen ter plaatse van het projectgebied is als een stedelijk ontwikkelingsproject aan te merken, waardoor toetsing aan de drempelwaarden dient plaats te vinden. De drempelwaarden zijn ten aanzien van de hiervoor genoemde activiteit als volgt: 1. 2. 3.
een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
In voorliggend geval is geen sprake van het realiseren van meer dan 2.000 woningen. Van een directe m.e.r.plicht is dan ook geen sprake. Desalniettemin dient, gelet op de aard en omvang van het project, wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. Voorliggende aanmeldnotitie voorziet hierin. Inhoud en doel van de vormvrije m.e.r.-beoordeling Inhoudelijk gaat de vormvrije m.e.r.-beoordeling in op de mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief. Deze belangrijke nadelige gevolgen worden beoordeeld aan de hand van de selectiecriteria opgesomd in Bijlage III van de EEG-richtlijn Milieueffectbeoordeling, die drie hoofdthema’s noemt: • • •
De kenmerken van de activiteit; De plaats van de activiteit (ligging en samenhang met andere activiteiten (cumulatie)); De kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben.
Het doel van de notitie is om op objectieve wijze informatie over mogelijke, relevante milieugevolgen van het project te verzamelen en te presenteren. Betrokken partijen Bij het project zijn diverse partijen betrokken, waaronder de gemeente De Ronde Venen, provincie Utrecht en waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Voor het vaststellen van het bestemmingsplan is de gemeenteraad van De Ronde Venen het bevoegd gezag. Daarnaast wordt de provincie Utrecht, het waterschap Amstel, Gooi en Vecht en eventueel andere vooroverlegpartners gedurende het proces bij het project betrokken en zal het bestemmingsplan in het kader van het wettelijk vooroverleg (artikel 3.1.1. Bro) naar deze partijen worden toegezonden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Vinkeveen, Baambrugse Zuwe 167 BJZ.nu Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het voornemen beschreven. Daarbij komen aanleiding, achtergronden en uitgangspunten aan bod. Hoofdstuk 3 gaat in op de mogelijke milieueffecten van het project. In hoofdstuk 4 wordt bij wijze van samenvatting de beoordeling gedaan van de omstandigheden van het voornemen. Hierin wordt tevens de conclusie van de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Vinkeveen, Baambrugse Zuwe 167 BJZ.nu
HOOFDSTUK 2
KENMERKEN VAN HET VOORNEMEN
Dit hoofdstuk gaat in op de voorgenomen ontwikkeling, de projectlocatie en eventuele (samenhangende) ontwikkelingen in de omgeving waarmee rekening dient te worden gehouden. Voorgenomen ontwikkeling Het plan gaat uit van de realisatie van in totaal 18 wooneenheden, bestaande uit drie appartementengebouwen (18 appartementen). Het gaat om luxe appartementen (woonoppervlakte circa 160 m2) in het koopsegment. De appartementengebouwen komen haaks op de Baambrugse Zuwe en worden gebouwd in de rooilijn van de bestaande bebouwing langs deze straat. In de volgende afbeeldingen zijn impressies van de gewenste situatie weergegeven.
Afbeelding 2
Schetsvoorstel nieuwe situatie (Bron: Mulleners + Mulleners)
Locatiekenmerken Het projectgebied ligt in het lint langs de Baambrugse Zuwe te Vinkeveen. De ligging van het projectgebied ten opzichte van de directe omgeving is in afbeelding 1 reeds weergegeven. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen De ontwikkeling van de voorziene activiteiten legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Tijdens het bouw- en woonrijp maken en de sloop van de nu aanwezige gebouwen is grondverzet nodig. Tijdens de gebruiksfase zullen elektriciteit en water nodig zijn. De woningen zullen gasloos gebouwd worden, conform de Wet Voortgang Energietransitie. De productie van afvalstoffen betreffen voor de beoogde woningen uitsluitend de huishoudelijke afvalstoffen. Deze worden zoveel mogelijk gescheiden om nuttige afvalstoffen op eenvoudige wijze te kunnen inzamelen en vervolgens verwerken/recyclen. Er is geen sprake van de productie van gevaarlijk afval. De afvalstoffen zullen conform de daarvoor van toepassing zijnde regelementen worden afgevoerd. Bovendien wordt de huidige problematiek qua afvalverzameling met dit plan opgelost. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Vinkeveen, Baambrugse Zuwe 167 BJZ.nu
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Vinkeveen, Baambrugse Zuwe 167 BJZ.nu Verontreiniging en hinder In de aanlegfase kan sprake zijn van tijdelijke verkeers- en geluidhinder van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden op locatie. Het gaat dan om geluid en stof vanuit de bouwplaats en bouwverkeer van en naar het projectgebied. Vanwege de ligging, de omvang van de ontwikkeling en de geschatte tijdsduur, is er geen noodzaak om verkeer tijdelijk om te leiden, met de daarbij behorende effecten. Na afronding van de bouwwerkzaamheden zal de genoemde tijdelijke hinder volledig vervallen. Het aspect tijdelijke hinder leidt niet tot mogelijk belangrijke milieugevolgen. In de gebruiksfase zullen ten gevolge van de woonfunctie geen nadelige effecten op het milieu en de omgeving plaatsvinden. Zoals in hoofdstuk 3 wordt geconstateerd is er geen sprake van een onevenredige aantasting van beschermende natuurgebieden en/of het woon- en leefklimaat ter plaatse. Verder is via de AERIUS-berekening de stikstofdepositie in de gebruiksfase onderzocht voor zowel de aanlegals gebruiksfase onderzocht. Uit de berekening volgt in de gebruiksfase geen depositiewaarde hoger dan 0,00 mol/ha/. Risico op ongevallen, specifiek met gevaarlijke stoffen of technologieën De beoogde ontwikkeling zorgt niet voor een toename van risico’s voor de omgeving.
Er worden geen gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Vinkeveen, Baambrugse Zuwe 167 BJZ.nu
HOOFDSTUK 3
BESCHRIJVING VAN DE MILIEUEFFECTEN
Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling zijn de mogelijk negatieve milieueffecten van het voornemen relevant. Zoals in het vorige hoofdstuk is aangegeven, gaat het om een de bouw van 18 appartementen. Relevante milieuaspecten zijn verkeer, geluid, luchtkwaliteit, water, bodem en ecologie waaronder ook specifiek de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. In dit hoofdstuk worden de te verwachten (tijdelijke) effecten per aspect beschreven. Verder wordt ingegaan op tijdelijke hinder als gevolg van de ontwikkeling. Voor een aantal van deze aspecten zijn onderzoeken uitgevoerd. De conclusies van deze onderzoeken zijn samengevat in onderstaande alinea’s. Verkeer De gemeentelijke parkeernota geeft geen cijfers ten aanzien van de verkeersgeneratie. Hiertoe is daarom aansluiting gezocht bij het CROW. Ook in dit geval is er sprake van een minimum en maximum (bandbreedte). Er is van het gemiddelde uitgegaan. In de volgende tabel is het één en ander visueel uitgewerkt.
Verkeersgeneratie Functie Koop, appartement, duur Totaal
Aantal 18
Verkeersbewegingen per weekdagetmaal 7,4 bewegingen per eenheid
Totaal 133,2 133,2
Tabel 3.3 Verkeersgeneratie (Bron: BJZ.nu)
Zoals in de tabel weergegeven zorgt de ontwikkeling voor een verkeersgeneratie van 133,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Echter komen het hotel, de botenloodsen, restaurant en de jachthaven te vervallen. Uitgaande van een 1 sterren-hotel met 14 kamers (Bron: parkeeronderzoek 2018) geldt voor het hotel een verkeersgeneratie van 12,7 bewegingen per 10 kamers, maakt dit in totaal 17,78 verkeersbewegingen. Voor de jachthaven geldt op basis van de gegevens (matig stedelijk, rest bebouwde kom) een verkeersgeneratie van 26,6 parkeerplaatsen per 100 ligplaatsen. In dit geval maakt dat een verkeersgeneratie van 37,24 verkeersbewegingen op basis van 140 ligplaatsen. Voor de botenloodsen en het restaurant zijn geen kencijfers bekend. Wanneer ook deze verkeersgeneratie komt te vervallen maakt dit een totale nieuwe verkeersgeneratie van (133,2 -37,24 – 17,78) van 78,18 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Opgemerkt wordt dat de vermindering van het restaurant hierin niet is meegenomen, aangezien voor deze functie geen kencijfers beschikbaar zijn. Deze extra verkeersbewegingen kunnen eenvoudig worden afgewikkeld via de Baambrugse Zuwe in met name noordelijke richting. Er wordt met het plan voorzien in een veilige ontsluiting op de Baambrugse Zuwe.
Via de noordelijke richting wordt het verkeer via de Vinkenkade afgewikkeld op de A2, waar het verkeer in het heersende verkeersbeeld opgaat. De Baambrugse Zuwe is van voldoende capaciteit om de extra verkeersgeneratie te kunnen verwerken. Met inachtneming van vorenstaande leidt het aspect ‘verkeer’ niet tot significante nadelige milieueffecten. Bodem Met het initiatief wordt er geen activiteit uitgevoerd die zorgt voor een aantasting van de kwaliteit van de bodem. Het aspect bodem leidt niet tot belangrijke nadelige milieueffecten. Geluid De woningen betreffen geen nieuwe geluidsbelastende objecten. Ook de toename aan verkeer zorgt niet voor een onevenredige geluidbelasting, gezien deze toename relatief beperkt is. Bovendien verdwijnt met dit plan de caféfunctie, waarvan door omwonenden overlast werd ervaren. Er is dan ook sprake van een verbetering. De met de ontwikkeling gepaard gaande leefgeluiden zijn inherent aan de woonfunctie en zorgen niet voor een onevenredige geluidbelasting. Het aspect geluid leidt niet tot mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Vinkeveen, Baambrugse Zuwe 167 BJZ.nu Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).
Besluit niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Beoordeling De ontwikkeling gaat uit de realisatie van een 18 appartementen. In dit geval is de NIBM tool uitgevoerd op basis van de verkeersgeneratie zoals onder ‘Verkeer’ omschreven. In onderstaande tabel is dit weergegeven. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling in niet betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Het aandeel vrachtverkeer is op 2% gezet. Dit betreft het vrachtverkeer ten behoeve van vuilnisdiensten en overige hulpdiensten.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Vinkeveen, Baambrugse Zuwe 167 BJZ.nu Met inachtneming van vorenstaande leidt het aspect ‘luchtkwaliteit’ niet tot significante nadelige milieueffecten. Water Waterkwantiteit Op basis van artikel 2.3 van de Keur geldt een vergunningplicht bij het toevoegen van verhard oppervlak. Onder de 1.000 m2 verharding wordt een vrijstelling afgegeven. De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in het toevoegen van 1.000 m2 aan verhard oppervlak. Het huidige terrein is immers nagenoeg volledig verhard. Er zal sprake zijn van een afname aan verharding. De ontwikkeling valt daarmee onder de vrijstelling van het AGV. Waterkwaliteit en waterafvoer Het plangebied grenst aan de Vinkeveense Plassen. De Vinkeveense Plassen zijn aangemerkt als een KRWlichaam. Dit houdt in dat de kwaliteit van het water van groot belang is voor Waternet. Na een afstemmingsoverleg met Waternet (uitvoerende instantie van AGV) blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling in voldoende mate rekening houdt met het KRW-lichaam. Bij de totstandkoming van het project worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper en zink, zo veel mogelijk vermeden / niet toegepast, zodat schoon hemelwater hier niet mee in aanraking kan komen. Zo heeft de ontwikkeling geen negatief effect op de (grond)waterkwaliteit ter plaatse. De hemelwaterafvoer zal worden afgekoppeld van de afvalwaterafvoer.
Daarnaast wordt onderzocht of het afvalwater aangesloten kan worden op het gemeentelijk rioleringsstelsel. Hemelwater wordt waar mogelijk eerst vastgehouden in het gebied voordat het wordt afgevoerd. Er is voldoende ruimte binnen het plangebied beschikbaar om hierin te voorzien. Beschermde gebieden De projectlocatie is niet in of binnen een beschermingszone van een (primaire) waterkering of watergang gelegen. Dit is eveneens te zien op onderstaande afbeelding. Grondwaternorm In het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) is het gemeentelijk grondwaterbeleid voor nieuwe ontwikkelingen vastgesteld. Wat betreft woningbouw worden de volgende normen gesteld: • • •
woning zonder kruipruimte- drooglegging van 50 cm; woning met kruipruimte - drooglegging van 90 cm. Bij de onderhavige ontwikkeling wordt met deze normen rekening gehouden.
Afvalwaterketen en riolering Volgens de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw verplicht een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen, om te zorgen dat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: • • • •
hemelwater vasthouden voor benutting; (in)filtratie van afstromend hemelwater; afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI.
Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem moet bij het Waterschap een vergunning worden aangevraagd op grond van de Keur. Voorbeelden hiervan zijn bij het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. Hier is geen sprake van. Met inachtneming van vorenstaande aanbevelingen leidt het aspect ‘water’ niet tot belangrijke nadelige milieueffecten.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Vinkeveen, Baambrugse Zuwe 167 BJZ.nu Ecologie Gebiedsbescherming Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het plangebied ligt niet binnen of nabij een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft ‘Botshol’ en ligt op een afstand van 2,5 kilometer van het plangebied. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitats die daar aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is, danwel of uitbreiding of een verbetering nodig is. Niet alleen activiteiten binnen een Natura 2000-gebied maar ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd. Gezien de mogelijke externe werking van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, is het van belang om te toetsen of de realisatie van de beoogde ontwikkeling conflicteert met de waarden waarvoor dit gebied is aangewezen.
Hiervoor is in elk geval een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. In dit geval is daarom een stikstofberekening uitgevoerd 1. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de gebruiksfase blijkt dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningplichtig Soortbescherming Wat betreft de soortbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. In 2021 heeft er een actualiserend onderzoek plaatsgevonden 2. Hierna wordt op de belangrijkste conclusies ingegaan.
Op basis van deze quickscan kan het volgende worden geconcludeerd: • Op de onderzochte locatie kan niet worden uitgesloten dat er jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels aanwezig zijn; • Op de onderzochte locatie kan worden uitgesloten dat er vaste verblijfplaatsen zoals holen en burchten van grondgebonden zoogdieren aanwezig zijn; • Op de onderzochte locatie kan niet worden uitgesloten dat er vaste verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn; • De onderzochte locatie is mogelijk een belangrijk foerageerbied voor vleermuizen en vervult ook een mogelijk onmisbaar onderdeel van een vliegroute voor vleermuizen • De onderzochte locatie ligt midden in het NNN en de geplande werkzaamheden zijn van dien aard dat de kernwaarden van het NNN kunnen worden aangetast; Op basis van deze quickscan wordt het volgende geadviseerd:
1
Stikstofberekening Baambrugse Zuwe 167, oktober 2024, BJZ.nu
2
Quickscan ecologie, Alcedo Natuurprojecten, juni 2021
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Vinkeveen, Baambrugse Zuwe 167 BJZ.nu •
•
Laat aanvullend onderzoek op basis van kennisdocumenten en vleermuisprotocol 2021 uitvoeren voor de volgende soorten: huismus, boerenzwaluw, huiszwaluw, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, watervleermuis en meervleermuis; Laat in verband met de ligging van de locatie binnen het NNN een Nee-tenzij-toets-NNN uitvoeren;
Er is een nader onderzoek uitgevoerd naar de volgende soorten: Huismus, boerenzwaluw, huiszwaluw, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, watervleermuis en meervleermuis; Voor de vleermuis en de huismus is een ontheffing nodig. Deze ontheffing kan worden verkregen en zal worden vergezeld met een activiteitenplan waarin wordt aangegeven hoe en op welke wijze er mitigerende maatregelen zullen worden genomen. Het aspect 'ecologie' vormt, mits deze ontheffing wordt verkregen, daarmee geen belemmering. De ontheffing is in februari 2024 verkregen. Met inachtneming van de te nemen mitigerende maatregelen worden significante nadelige effecten ten aanzien van ecologie voorkomen. Cumulatie Cumulatie van effecten treedt op wanneer werkzaamheden in direct omliggende gebieden vergelijkbare effecten veroorzaken met de hierboven beschreven effecten en in dezelfde periode worden uitgevoerd. In de omgeving van het projectgebied zijn geen (grootschalige) ontwikkelingen gepland/bekend welke in vergelijkbare mate effecten veroorzaken als de voorgenomen ontwikkeling. Cumulatie is daarom niet aan de orde.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Vinkeveen, Baambrugse Zuwe 167 BJZ.nu
HOOFDSTUK 4
CONCLUSIE
Dit hoofdstuk dient als samenvatting van de conclusies van de hoofdstukken 2 en 3. In dit hoofdstuk wordt de voorgenomen activiteit aan onderstaande criteria getoetst en een eindafweging gemaakt. 1. De kenmerken van de activiteit; 2. De plaats van de activiteit; 3. De samenhang met andere activiteiten (cumulatie); 4. De kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben. Kenmerken van de activiteit Het voornemen betreft het realiseren van 18 appartementen in het bebouwingslint langs de Baambrugse Zuwe. Bij de kenmerken van de activiteit dient in het bijzonder in overweging te worden genoemd: • De omvang van het project; • hinder. Omvang De ontwikkeling is gelet op de schaal van het project zeer gering van omvang. Het voornemen past in het streven naar passende vervolgfuncties voor binnenstedelijke locatie en behoud van de vitaliteit en sociaaleconomische kwaliteit van de kern Vinkeveen. Geconcludeerd wordt dat dit project ver beneden de drempelwaarden van de m.e.r.- plicht blijft. Hinder Eventuele hinder kan ontstaan ten aanzien van de aspecten ecologie en water. Deze hinder kan door mitigerende en compenserende maatregelen worden beperkt. Hier wordt hierna nader op ingegaan. Plaats van de activiteit Het projectgebied is geheel binnen grondgebied van de gemeente De Ronde Venen gelegen op een herstructureringslocatie.
Het gaat om een locatie die gelet op de reeds aanwezig bebouwing in de omgeving al onderdeel is van het bestaand bebouwd gebied. De voorgenomen activiteit is niet gelegen in beschermd gebied in het kader van waterhuishouding of natuur. Samenhang met andere activiteiten ter plaatse Er vinden in de directe omgeving van het projectgebied geen andere (grootschalige) ontwikkelingen plaats met vergelijkbare milieueffecten waarmee rekening dient te worden gehouden. Kenmerken van de belangrijke nadelige milieugevolgen Voor de beoordeling van eventuele belangrijke nadelige milieugevolgen van de voorgenomen activiteit moet, daar waar opportuun, rekenschap worden gegeven aan de volgende zaken: • • • •
Het bereik van het effect (geografische zone en de grootte van de getroffen bevolking); Het grensoverschrijdende karakter van het effect; De waarschijnlijkheid van het effect; De duur, frequentie en de onomkeerbaarheid van het effect.
Uit hoofdstuk 3 is gebleken dat de ontwikkeling op de relevante milieuaspecten bodem, archeologie, verkeer, geluid, luchtkwaliteit, water, bodem en stikstof geen belangrijke structurele nadelige en onomkeerbare milieugevolgen met zich meebrengt. Voor ecologie is dit wellicht wel het geval, afhankelijk van de nog uit te voeren werkzaamheden. De ontwikkeling gaat wel gepaard met tijdelijke hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden, maar deze zullen na afronding volledig vervallen. Maatregelen ter vermindering van potentiële effecten (samenvattend) Milieueffecten van de ontwikkeling van het projectgebied kunnen niet geheel worden voorkomen. De mate waarin de milieueffecten optreden kan wel gemitigeerd worden. De milieueffecten zijn zodanig ingeschat dat met uitzondering van het aspect ecologie mitigerende maatregelen niet noodzakelijk worden geacht.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Vinkeveen, Baambrugse Zuwe 167 BJZ.nu Ecologie (mitigerend en compenserend) Tijdens de uitvoering van het voornemen kan flora en fauna hinder ondervinden. Door de geplande ingreep zullen geen beschermde grondgebonden zoogdieren in het geding komen of vaste voortplantings- en rustplaatsen permanent worden verstoord. Er is ontheffing nodig voor de vleermuis en de huismus. De ontheffing zal worden aangevraagd voordat met de sloop wordt aangevangen. Wel dienen er mitigerende maatregelen te worden genomen. Dit wordt uitgewerkt in een activiteitenplan die bij de ontheffingsaanvraag is gevoegd. Met inachtneming van de te nemen mitigerende maatregelen worden significante nadelige effecten ten aanzien van ecologie voorkomen. Voor de overige soorten geldt het volgende: Door buiten het broedseizoen te werken of maatregelen te treffen binnen het broedseizoen wordt eventuele hinder op natuur zoveel mogelijk beperkt. Werkzaamheden die leiden tot het beschadigen/vernielen van vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. Conclusie vormvrije m.e.r.-beoordeling De vormvrije m.e.r.-beoordeling maakt duidelijk dat de milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling beperkt zijn en dat er geen sprake is van een bijzondere omstandigheid die het opstellen van een plan-m.e.r. noodzakelijk maakt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15