Bijlage 5 Aanmeldnotitie MER bijlage bij bijlage 1
Tekst van het document
Aanmeldnotitie Aan: Van: Betreft: Datum: Auteur:
Het college van B&W van de gemeente De Ronde Venen A. van Vliet aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Oudhuijzerweg 41 te Wilnis 7 juni 2022 A. van Vliet, 06-53292022
Aanleiding De heer A. van Vliet is voornemens op de locatie Oudhuijzerweg 41 te Wilnis één woning te realiseren. De planlocatie is gelegen aan de Oudhuijzerweg 41 binnen het bestemmingsplan Kom Wilnis. De locatie wordt omsloten door de Oudhuijzerweg aan de zuidzijde, een bedrijfspand aan de oostzijde, woningen aan de west- en zuidwestzijde en de Ringvaart aan de noordzijde. Figuur 1 Uitsnede projectlocatie (bron: eigen fotografie)
Legenda plangebied
Ter plaatse van de projectlocatie geldt de beheers verordening Kom Wilnis, zoals deze op 27 juni 2013 door de gemeenteraad van de gemeente De Ronde Venen is vastgesteld.
1
Met deze beheers verordening Kom Wilnis is de feitelijke en planologische situatie vastgelegd. Dit houdt in dat de ruimtelijke structuur ongewijzigd blijft. Eventuele planologische ruimte die is toegestaan op grond van het bestemmingsplan Kom Wilnis 2000, is in deze beheer verordening overgenomen. Hiermee zijn de bestaande rechten gerespecteerd. Ingevolge het bepaalde in de beheers verordening geldt voor het perceel Oudhuijzerweg 41 op het gedeelte grenzend aan de Ringvaart de bestemming ‘woonschepenligplaats’ en op het overige gedeelte de bestemming ‘bedrijfsdoeleinden’. Aanpassing van deze bestemmingen vereist een nieuwe planprocedure volgens de Wro. Binnen de geldende bestemmingen voor de locatie is de bouw van een nieuwe woning niet toegestaan. Daarom wordt een nieuw bestemmingsplan voor de locatie voorbereid. Toetsingskader Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In het gewijzigde Besluit m.e.r. is de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Door het college van B&W van gemeente De Ronde Venen dient een afzonderlijk besluit genomen te worden of een vormvrije m.e.r.- beoordeling volstaat. In voorliggende aanmeldnotitie wordt gemotiveerd dat geen sprake is van aanzienlijke milieugevolgen, waardoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat. Voorgenomen ontwikkeling omvat de realisatie van een woning.
De realisatie van een woning kan worden aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject, welke is vermeld in bijlage D van het Besluit m.e.r. onder D 11.2. tabel1: relevant onderdeel D. Activiteiten, plannen en besluiten, ten aanzien waarvan de procedure als bedoeld in de artikelen 7.16 tot en met 7.20 van de wet van toepassing is D 11.2
Kolom 1 Activiteiten De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van bouw van winkelcentra of parkeerterreinen
Kolom 2 Kolom 3 Gevallen Plannen In gevallen waarin de De structuurvisie, bedoeld activiteit betrekking heeft op: in de artikelen 2.1, 2.2 en 1. een oppervlakte van 100 2.3 van de Wet ruimtelijke hectare of meer: 2 een ordening, en het plan, aaneengesloten gebied en bedoeld in artikel 3.1, 2.000 of meer woningen eerste lid, van die wet. omvat, of 3. Een bedrijfsoppervlakte van 200.000 m2 of meer
Kolom 4 Besluiten De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Weet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
Een stedelijk ontwikkelingsproject is m.e.r.-beoordeling plichtig wanneer de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Omdat er geen 2.000 of meer woningen worden gerealiseerd, is het plan niet rechtstreeks plan MER-, project m.e.r.- of m.e.r.-beoordeling plichtig. In de aanpassing van het Besluit m.e.r. d.d. 7 juli 2017, is geregeld dat ook voor projecten die zijn opgenomen in bijlage D, maar beneden de drempelwaarden vallen, een besluit moet 2
worden genomen of een MER nodig is. In dat kader wordt afgewogen of het plan – ondanks dat het ruim onder de drempelwaarde blijft – mogelijk toch belangrijke negatieve milieueffecten heeft, op basis van de eerdergenoemde omstandigheden. Dit is een vormvrije m.e.r.-beoordeling. De vorm van een ‘vormvrije m.e.r.’ is niet bepaald, maar de inhoud waar een m.e.r.beoordeling aan dient te voldoen is wel bepaald (Bijlage III van de Europese richtlijn 2011/92/EU). In de vormvrije m.e.r. dient de volgende inhoud te zijn vermeld: 1. Kenmerken van de projecten. 2. Plaats van de projecten. 3. Kenmerken van het potentiële effect. Systematiek Deze aanmeldnotitie is opgesteld om, vooruitlopend op de onderzoeklast die bij het bestemmingsplan hoort, een besluit te nemen over de noodzaak voor het opstellen en procedureel doorlopen van een milieueffectrapportage. Op basis van de relatieve omvang en de ligging van de projectlocatie kunnen uitspraken worden gedaan over het project in relatie tot de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. Op basis van ervaringen met soortgelijke projecten en een korte omgevingstoets zijn de kenmerken van het potentiële effect beschreven in termen van verkeersbewegingen en verwerking van bouwmaterialen. In het bestemmingsplan zal, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, een volledige toetsing aan de individuele milieuaspecten plaatsvinden. Beoordeling 1.
Kenmerken van het project De omvang van de voorgenomen ontwikkeling is klein. Het betreft de realisatie van slechts één vrijstaande woning in het bestaande lint aan de Oudhuijzerweg 41, met een maximale inhoud van 700 m3. De ontwikkeling sluit goed aan op de bestaande woningen, welke aan de Oudhuijzerweg zijn gevestigd. De toekomstige woning wordt via het bestaande rijpad op de Oudhuijzerweg ontsloten. De kenmerken van dit kleinschalige project rechtvaardigen geen MER. 2. Plaats van het project Het plangebied is gelegen aan de Oudhuijzerweg 41 te Wilnis. Het plangebied heeft in de huidige situatie nog een drietal opstallen die voorafgaande aan de bouw van een nieuwe woning zullen worden gesloopt. Wegens verzakking van de veenbodem en de aanwezigheid van loodvervuiling door toemaakdek in gedeelten van het perceel, zal de sloop en sanering door gecertificeerde bedrijven worden uitgevoerd. Daarbij is een saneringsproces afgesproken waarbij de vervuilde gedeelten zullen worden afgedekt met een laag schone grond die van buiten wordt aangevoerd. Er wordt geen vervuilde grond afgevoerd. Projecten die buiten een straal van 3 kilometer zijn gelegen van de dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden zijn niet vergunning plichtig in het kader van de Wet natuurbescherming.
In de regio Noordwest Utrecht zijn twee Natura 2000 gebieden die mogelijk beperkingen kunnen opleveren voor omliggende projecten: Botshol en de Nieuwkoopse plassen. De locatie van het onderhavige initiatief ligt echter op ruim 5 kilometer afstand van deze gebieden. Gezien de afstand en de beperkte omvang van de uit te voeren werkzaamheden 3
worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft hiernaar, gelet op de afstand tot de natuurgebieden, geen nadere toetsing uitgevoerd te worden. De voorgenomen ontwikkeling kan wel in beperkte mate uitstoot van stikstof veroorzaken. Ter beoordeling van de hoeveelheid stikstofuitstoot is, gelet op de grote afstand tot Natura 2000 gebieden en de kleinschaligheid van het project geen volledige Aeriusberekening uitgevoerd. Ook zonder deze berekening is goed te concluderen dat het rekenresultaat van een Aeriusberekening tot dezelfde conclusie zou leiden. Om niet onnodig externe kosten te maken is deze berekening niet in detail uitgevoerd. De te realiserende woning wordt zonder gasaansluiting aangelegd, maar er is wel sprake van extra gebruiksverkeer en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de sloop van de huidige opstallen, de terreinverhoging en de bouw van de woning. Alle verbrandingsprocessen waarbij fossiele brandstoffen en hitte zijn betrokken, leveren door oxidatie van vrije stikstof uit de lucht de gebonden stikstofoxiden No2 of No3. Tevens komt soms ammoniak vrij. Dit is van toepassing op de transportbewegingen en het gebruik van kranen op de bouwplaats. De gebonden stikstofmoleculen worden na verbranding luchtzijdig verspreid en slaan na verloop van tijd neer.
De gebonden moleculen werken na het neerslaan vervolgens bodemverrijkend en/of verzurend. De hoogste bijdrage van het project betreft de tijdelijke inzet en het tijdelijke effect van mobiele werktuigen en vrachtwagen voor aan- en afvoer van materialen. Deze tijdelijke effecten zijn vaak gemakkelijker op te vangen zijn door de natuurlijke fluctuaties binnen het natuurgebied of eventueel herstelbeheer, dan effecten van permanente activiteiten. Gelet op de grote afstand tot de Natura 2000 gebieden heeft dit geen invloed op de daar aanwezige habitat. De plaats van het project rechtvaardigt geen MER. 3. Kenmerken van het potentiële effect De voorgenomen ontwikkeling heeft geen belangrijke uitstraling van milieueffecten naar de omgeving. Te verwachten effecten hangen samen met de verkeer aantrekkende werking van het plan. De verkeersgeneratie van de bouw van een woning bedraagt maximaal 8 motorvoertuigen per etmaal. Dit is minimaal. Overige te verwachten effecten zijn in dit kader niet relevant. Derhalve kan geconcludeerd worden dat geen effecten aan de orde zijn die een MER rechtvaardigen.
4
Bij de toetsing aan de milieu- en omgevingsaspecten in het bestemmingsplan wordt nader ingegaan op de effecten van de ontwikkeling op het milieu en op de omgeving. Conclusie Gelet op de aard en relatieve omvang van het project, de plaats hiervan en de kenmerken van het potentiële effect kan op voorhand worden geconcludeerd dat met de voorgenomen ontwikkeling geen belangrijke negatieve milieugevolgen aan de orde zijn die een milieueffectrapportage rechtvaardigen. Verzoek Middels voorliggende aanmeldnotitie wordt het bevoegd gezag verzocht het besluit te nemen dat, gelet op bovenstaande, een vormvrij m.e.r.-beoordeling kan volstaan.
5