Bijlage 5.2 Was-wordt lijst Forensenbelasting 2024
Tekst van het document
Verordening 2023
Concept verordening 2024
Was
Wordt
Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2023 Geldend van 24-12-2022 t/m heden Intitulé Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2023
Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2024 Geldend van ….-....- 2023 t/m heden Intitulé Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2024
2023 24-12-2022
2024 ….-....- 2023
2023
2024
2023
2024
De raad van de gemeente De Ronde Venen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders,
De raad van de gemeente De Ronde Venen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders,
gelet op artikel 223 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2023
gelet op artikel 223 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2024
Artikel 1. Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet. Artikel 2. Belastbaar feit en belastingplicht 1. Onder de naam 'forensenbelasting' wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een of meerdere gemeubileerde woning(en) beschikbaar houden.
Artikel 1. Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet. Artikel 2. Belastbaar feit en belastingplicht 1. Onder de naam 'forensenbelasting' wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.
2.
2.
Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel 3. Vrijstellingen 1. Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft. 2.
een of meerdere een gemeubileerde woning gemeubileerde woning(en) conform modelverordening VNG
Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel 3. Vrijstellingen Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft.
Indien een belastingplichtige in het belastingjaar meer dan één gemeubileerde woning -elk gedurende meer dan 90 dagen- beschikbaar houdt in de gemeente, wordt geen belasting geheven ter zake van de woning(en) met de laagste waarde(n). Artikel 4. Maatstaf van heffing en belastingtarief Artikel 4. Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende- 1. De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelasting zaak-belastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning onroerendezaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de deel uitmaakt, voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt is woning deel uitmaakt, voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt vastgesteld. is vastgesteld.
Lid nummer verwijderd.
lid 2 laten vervallen conform modelverordening VNG
onroerendezaakbelasting
2.
In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken.
2.
In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken.
3.
In geval geen heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde.
3.
In geval geen heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde.
4.
De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet, met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast.
4.
De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet, met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast.
Artikel 5. Belastingtarief Artikel 5. Belastingtarief Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt 0,2094%. heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt …. %. Artikel 6. Belastingjaar Artikel 6. Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7. Wijze van heffing Artikel 7. Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8. Ontstaan van de belastingschuld Artikel 8. Ontstaan van de belastingschuld De belasting is verschuldigd op het moment dat de gemeubileerde De belasting is verschuldigd op het moment dat de gemeubileerde artikel 2 woning meer dan 90 dagen in het belastingjaar beschikbaar is gehouden woning meer dan 90 dagen in het belastingjaar beschikbaar is gehouden als bedoeld in artikel 2 als bedoeld in artikel 2. Artikel 9. Termijnen van betaling Artikel 9. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op een ma één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 10.000,00 en zolang de aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 10.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door een automatische betalingsincasso van de verschuldigde bedragen door een automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen opeenvolgende dat de aanslagen moeten worden betaald in negen opeenvolgende gelijke, met uitzondering van
kleine afrondingsverschillen, maandelijkse gelijke, met uitzondering van kleine afrondingsverschillen, maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een ma het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande 3. leden gestelde termijnen.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
artikel 2.
een maand later.
Artikel 10. Aanmeldingsplicht Artikel 10. Aanmeldingsplicht 1. De belastingplichtige als bedoeld in artikel 2, die voor de eerste maal een 1. De belastingplichtige als bedoeld in artikel 2, die voor de eerste maal een is verplicht om dat binnen gemeubileerde woning in de zin van artikel 1 beschikbaar houdt, is gemeubileerde woning in de zin van artikel 1 beschikbaar houdt, is een maand verplicht om dat binnen een maand te melden aan de heffingsambtenaar. verplicht om dat binnen een maand na de aanvang van het beschikbaar houden, te melden aan de heffingsambtenaar. 2.
De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor de belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand aan het belastingjaar in de heffing van de forensenbelasting betrokken is.
2.
is verplicht om dat binnen een maand na de aanvang van het beschikbaar houden,
De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor de belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand aan het belastingjaar in de heffing van de forensenbelasting betrokken is.
Artikel 11. Kwijtschelding Ter zake de belasting, zoals bedoeld in deze verordening, wordt geen kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 verleend. Artikel 12. Overgangsrecht De ‘Verordening forensenbelasting 2022’ wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 11. Kwijtschelding Ter zake de forensenbelasting, zoals bedoeld in deze verordening, wordt belasting geen kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 verleend. Artikel 12. Overgangsrecht De ‘Verordening forensenbelasting 2023’ wordt ingetrokken met ingang 2022 van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 13. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 14. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening forensenbelasting 2023.
Artikel 13. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. Artikel 14. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening forensenbelasting 2024.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 20 december 2022 De voorzitter, De griffier,
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum] . De voorzitter, De griffier,
forensenbelasting
2023
2023
2024
2023
2024
20 december 2022
[datum]