Bijlage 4a - Algemene toelichting
Tekst van het document
Bijlage bij modelaanbiedingsbrief college aan de raad Toelichting op ontwerp-wijziging regeling ODRU inhoudelijk incl. proces besluitvorming
Inleiding Per 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen gewijzigd. Deze wijziging heeft als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden in relatie tot gemeenschappelijke regelingen te versterken. Deels bevat de wetswijziging bepalingen die per 1 juli 2022 direct in werking zijn getreden, deels bepalingen die in een wijziging van de tekst van de gemeenschappelijke regeling ODRU moeten worden opgenomen. De verplicht op te nemen onderdelen zijn vrij uit te werken verplichte bepalingen in de regeling. Ter voorbereiding van dit voorstel tot wijziging van de regeling ODRU is overleg gevoerd met de directeuren van de vijf grote gemeenschappelijke regelingen binnen de regio Utrecht, te weten de VRU, de RUD Utrecht, de GGDrU en AVU. Het streven is om voor de gemeenten in de regio Utrecht zoveel mogelijk op dezelfde basis te werken.
Inhoudelijke toelichting op ontwerp-wijziging regeling ODRU Algemeen De ODRU vindt het belangrijk de betrokkenheid van raden vooral te vergroten op inhoud, en niet alleen te beperken tot het terrein van financiën (eigenaarschap). Daarin kan voorzien worden in de praktische werkwijze van de ODRU en AB leden in het informatieverkeer tussen ODRU en raad. Als uitgangspunt is gehanteerd dat in de regeling ODRU alleen wijzigingen worden opgenomen die wettelijk noodzakelijk zijn. Op die manier blijft de regeling ODRU zo flexibel mogelijk. Dat gezegd hebbende, zijn er toch enkele bovenwettelijke mogelijkheden opgenomen. Het bestuur van de ODRU wil de betrokkenheid van de raden bij de kadernota behouden. Tevens kan zowel het dagelijks als het algemeen bestuur besluiten dat bij een bepaalde ontwikkeling of onderwerp nadere betrokkenheid van burgers, colleges en/of raden noodzakelijk is.
Zienswijze kadernota De wetgever beoogt de raden meer invloed te geven. In dat kader heeft de wetgever het toch niet nodig geacht om een verplichte zienswijze op de kadernota van de gemeenschappelijke regeling op te nemen. Het bestuur van de ODRU vindt dat de huidige werkwijze van de ODRU en de betrokkenheid van gemeenten, zowel ambtelijk als bestuurlijk, goed past bij de doelen van de Wet en de raden de gewenste invloed geeft. Voorstel is om de huidige praktijk (met één aanpassing) voort te zetten. Aan de raden wordt een reactie op de ontwerp-kadernota gevraagd, met een termijn van acht weken. Het algemeen bestuur stelt (in december) de kadernota, eventueel aangepast, met kennisneming van de reacties van de raden, vast. De raden krijgen (in tegenstelling tot huidige praktijk) geen separate reactie op de zienswijzen, maar zien het resultaat terug in de ontwerpbegroting, waarop zij een recht zienswijze hebben. Dit draagt bij aan efficiency. Onderstaand een toelichting op de bepalingen die per 1 juli 2022 zijn ingegaan (directe werkende bepalingen) en de bepalingen die voor 1 juli 2024 in de regeling ODRU moeten zijn opgenomen (verplichte bepalingen). Tot slot is een technische wijziging opgenomen, die noodzakelijk is om aan de wet te kunnen voldoen.
Direct werkende bepalingen De volgende onderdelen: de zienswijze van de gemeenteraad bij het treffen, wijzigen, uittreden of beëindigen van een regeling, de bevoegdheid om een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen, de actieve informatieplicht, het recht van onderzoek, de onderzoeksmogelijkheden van lokale
rekenkamer(commissie)s en de wijziging van de begrotingscyclus zijn per 1 juli 2022 direct in werking getreden. Het recht van onderzoek en onderzoeksmogelijkheden lokale rekenkamers Deze wettelijke bepalingen vergen geen opname in de tekst van de regeling. Initiatiefrecht gemeenschappelijke adviescommissie De raden hebben een initiatiefrecht om een gemeenschappelijke adviescommissie van raadsleden in te stellen, die het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling van advies dient, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten kan voorbereiden of deze raden van advies kan voorzien. Dit initiatief ligt bij de raden, de ODRU onderneemt zelf geen actie hierin. De overige direct werkende bepalingen zijn opgenomen in de (besluitvormings)processen van de ODRU en zijn verwerkt in voorliggend voorstel. Zienswijze begroting en begrotingswijzigingen (wijziging begrotingscyclus) De wetgever heeft de termijn voor het indienen van een zienswijze op begroting en begrotingswijzigingen verlengd naar twaalf weken. Tevens heeft de wetgever het besluitvormingsproces aangescherpt. De regeling ODRU is daarop aangepast. Teneinde te kunnen bijdragen aan het terugdringen van administratieve lasten en bestuurlijke druk (efficiency) wordt voortaan voor een begrotingswijziging waarbij geen wijziging wordt gebracht in de bijdragen van gemeenten geen zienswijze gevraagd.
Zienswijze m.b.t. gemeenschappelijke regeling De wetgever heeft een extra stap ingevoegd. De wetgever geeft de raad de mogelijkheid een zienswijze in te dienen bij een ontwerpregeling. De raad kan zijn opvatting binnen acht weken kenbaar maken. Na verwerking van de zienswijzen van de raden, wordt aan de colleges van de deelnemende gemeenten om instemming gevraagd. Het college heeft (conform reeds voor 1 juli 2022 bestaande wettekst) voor instemming toestemming nodig van de raad. Actieve informatieplicht Deze is verwerkt in het voorstel. Niet alleen is gekeken naar de gemeentewet, maar ook naar de Wet Open Overheid (WOO). ODRU publiceert op dit moment reeds op de website agendabundels AB, en publiceert informatie op eigen Publicatieblad (overheid.nl). Daar komen straks bij de agenda en besluitenlijst van het dagelijks bestuur.
Verplichte onderdelen in GR Zienswijze op bepaalde bestuursbesluiten Betreft de mogelijkheid voor raden om een zienswijze te geven op bepaalde bestuursbesluiten. Bij een uitvoeringsorganisatie als de ODRU houdt het algemeen bestuur toezicht op het financiële beheer van de organisatie, stelt een bedrijfsplan en beleidsplannen, alsmede de begroting en jaarstukken vast. Het dagelijks bestuur voert het dagelijks bestuur van de organisatie, beheert de inkomsten en uitgaven van de organisatie en stelt de regels vast voor de ambtelijke organisatie. De colleges en raden sturen niet de bedrijfsvoering en interne organisatie aan, maar bepalen wel welk beleid de gemeente wil voeren, en welke taken zij neerleggen bij de ODRU. De invloed van de raad gaat dus niet zozeer over HOE de Omgevingsdienst de taken uitvoert, maar wel WAT de Omgevingsdienst aan taken uitvoert (de ‘output’). Er is geen standaardzienswijze voor raden op bestuursbesluiten opgenomen, maar zowel het dagelijks bestuur als algemeen bestuur kunnen kiezen voor het betrekken van de raad. Dit is conform de huidige praktijk. Burgerparticipatie De ODRU is een uitvoeringsorganisatie. Burgerparticipatie ligt meer voor de hand bij het bepalen van het beleid, dat bij de gemeenten zelf ligt.
Voorstel is om de inspraak via de gemeenten te laten lopen, waarna de inbreng door de gemeente kan worden meenomen naar de ODRU in de opdrachtverlening, een project of een zienswijze. Burgerparticipatie zal worden gebruikt als dat wettelijk is voorgeschreven of het algemeen bestuur dat besluit.
Evaluatie van de GR De wetgever stelt verplicht om een bepaling over evaluatie van de regeling op te nemen. Doel is om periodiek stil te staan bij het functioneren van de regeling. Voorgesteld is om dit periodiek, doch tenminste eenmaal per zes jaar te laten plaatsvinden. Deze frequentie draagt bij aan het voorkomen van administratieve lasten en bestuurlijke druk, en draagt bij aan de doelstelling van de wetgever. Uittredingsbepalingen In de regeling ODRU zijn de wettelijk verplichte bepalingen met betrekking tot uittreding opgenomen. Daarbij is de procedure voor uittreding verhelderd. Tevens is het verwarrende begrip “gedeeltelijke uittreding” vervangen door “taak-of urenvermindering”.
Technische reparatie Per 1 januari 2020 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking getreden. Om te kunnen deelnemen aan organisaties zoals de door de VNG opgerichte werkgeversorganisatie van samenwerkende verbanden (WSGO), en aan te sluiten bij de CAO, en eventuele pensioenstichtingen in de toekomst, is het noodzakelijk dat in de regeling ODRU een bepaling wordt opgenomen dat het algemeen bestuur, na zienswijze door de raden, kan besluiten tot oprichting of deelneming in een stichting of vereniging. Aangesloten is bij de tekst van de wet.
Planning besluitvorming wijziging regeling ODRU In het schema op de volgende pagina is het proces en de planning weergegeven om tot een gewijzigde regeling ODRU te komen.