Bijlage 4 TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d - Molmlaan_CSW, Wilnis bijlagen motivering
Tekst van het document
26/30
Figuur 4.1 Bruto plancapaciteit De Ronde Venen (bron: Woondeal 2022-2030).
Figuur 4.2 De belangrijkste woningbouwlocaties De Ronde Venen (Bron: Woondeal 2022-2030).
WONINGBEHOEFTE-ONDERZOEK U10 – UTRECHT De regio U10 staat voor een grote en complexe opgave om de komende twintig jaar de groeiende woningbehoefte adequaat te faciliteren. Het consumentgerichte bouwprogramma weerspiegelt zoveel mogelijk de ‘zuivere’ woningbehoefte zonder zich al te veel te laten leiden door praktische en beleidsmatige beperkingen en afspraken. Hiervoor is er in de gemeente De Ronde Venen behoefte aan 3.680 woningen. Ook blijkt dat er een aanzienlijke behoefte is aan betaalbare koopwoningen. Het gaat om een diverse groep die in dit segment een woning zoekt: starters, doorstromers binnen de kopsector en doorstromers uit een huurwoning. Alleenstaanden en jonge huishoudens (<35 jaar) vormen grote groepen.
27/30
Figuur 4.3 Totaal kwantitatief bouwprogramma per gemeente (bron: Primos 2024 in woningbehoefte onderzoek U10).
4.3
Conclusie behoefte wonen
Beoogde ontwikkeling draagt naast het toevoegen van een deel van de woningbouwopgave, ook bij aan een kwalitatieve behoefte. Er worden 22 betaalbare (grondgebonden) koopwoningen mogelijk gemaakt. Hiermee voorziet de beoogde ontwikkeling in de behoefte en past het binnen lokale, regionale en provinciale beleidskaders.
28/30
Bijlage 1 Begrippenlijst BESTEDINGEN Bestedingen zijn uitgaven van Nederlandse huishoudens/consumenten, aan goederen en diensten.
BESTEDINGSPOTENTIEEL Het totaal aan detailhandelsbestedingen die door inwoners van een bepaald gebied gedaan kunnen worden. Dit wordt berekend door het inwonertal te vermenigvuldigen met gemiddelde (landelijke) besteding per hoofd van de bevolking, gecorrigeerd naar inkomenssituatie in het betreffende gebied.
BRUTO VLOEROPPERVLAK (BVO) Bebouwd oppervlak van een ruimte of een groep van ruimten is de oppervlakte, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen. Meten vindt plaats op basis van NEN 2580.
DAGELIJKSE GOEDEREN Artikelen gericht op voedings- en genotmiddelen en persoonlijke verzorging. In de praktijk wordt een onderscheid gemaakt in supermarkten, speciaalzaken en drogisterijen.
DETAILHANDEL Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan de uiteindelijke gebruiker of verbruiker.
DISTRIBUTIEPLANOLOGISCH ONDERZOEK Een marktruimteberekening waarbij vraag en aanbod met elkaar worden geconfronteerd in een bepaald marktgebied. Met een dpo worden de ontwikkelingsmogelijkheden van het detailhandelsaanbod onderzocht.
GROOTSCHALIGE CONCENTRATIE Concentratie van 5 of meer verkooppunten in de detailhandel met een gemiddelde omvang per winkel van minimaal 500 m² wvo (bijvoorbeeld op woonboulevards).
GROOTSCHALIGE DETAILHANDELSVESTIGING (GDV) Winkel met een ondergrens van 1.500 m² bedrijfsvloeroppervlak.
HOOFDWINKELCENTRUM Een hoofdwinkelcentrum is het grootste winkelgebied, met de hoogste verzorgingsgraad in de woonplaats.
KOOPKRACHTAFVLOEIING Het percentage van de bevolking dat buiten de eigen gemeente, regio of provincie aankopen doet.
KOOPKRACHTBINDING Het percentage van de bevolking dat in de eigen gemeente, regio of provincie aankopen doet.
KOOPSTROMEN De mate waarin consumenten in een aankoopplaats bepaalde artikelen koopt (detailhandelsbestedingen), naar plaats van herkomst.
29/30
NIET-DAGELIJKSE GOEDEREN Alle artikelen die niet behoren tot de dagelijkse goederen. De Locatus-branches Mode & Luxe, Vrije Tijd, In/Om Huis en Overige Detailhandel vallen hier onder.
VLOERPRODUCTIVITEIT Totale omzet in de branche gedeeld door het totale aantal m2 winkelvloeroppervlakte in de branche.
OMNI-CHANNEL Het gebruik van verschillende kanalen (fysieke winkel, website, sociale media, krantadvertentie) om tot een voor de klant afgestemde ervaring te komen.
ONDERSTEUNEND WINKELCENTRUM Naast één centraal winkelgebied kunnen in een plaats een of meerdere ondersteunende winkelcentra worden onderscheiden. Hieronder worden gerekend: winkels in buurt- en wijkwinkelcentra en binnenstedelijke winkelstraten.
PERIFERE DETAILHANDELSVESTIGING (PDV) Detailhandel op locaties buiten reguliere winkelcentra, bijvoorbeeld bedrijventerreinen. Dergelijke locaties worden doorgaans benut voor detailhandel in volumineuze artikelen c.q. detailhandelsvestigingen die een groot winkeloppervlak nodig hebben.
VERSPREIDE BEWINKELING Alle verkooppunten die buiten een van de andere genoemde winkelgebieden vallen, worden tot de verspreide winkels gerekend.
WINKEL Met een winkel wordt een fysiek verkooppunt bedoeld.
WINKELGEBIED Een winkelgebied is een cluster met ten minste vijf winkels.
WINKELVLOEROPPERVLAKTE (WVO) Winkelvloeroppervlakte is het aantal vierkante meters van een winkel dat voor de consument zichtbaar is/ toegankelijk is.
30/30
Bijlage 2 Historisch bodemonderzoek
documentkenmerk: 2502245SA-01, versie 0
Historisch onderzoek (conform NEN 5725) Molmlaan en CSW-terrein te Wilnis (2502245SA-01, versie 0)
documentkenmerk: 2502245SA-01, versie 0
Historisch onderzoek (conform NEN 5725)
in opdracht van Rho adviseurs T.a.v. de heer de Jong Weena 505 3013 AL ROTTERDAM betreffende locatie Molmlaan en CSW-terrein te Wilnis documentkenmerk 2502245SA-01 versie 0 vestiging Nuenen datum 30 juli 2025
opgesteld door:
gecontroleerd door:
S. (Silvan) Allard
T.J.J. (Tom) Buijs
Projectleider bodem
Projectleider bodem
Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies. Op dit rapport is een disclaimer van toepassing; zie https://www.tritium.nl/bodem-disclaimer/
Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid T.
088 44 02 900
E.
info@tritium.nl
I.
www.tritium.nl
KvK-nr.
17108024
Tritium Advies is gevestigd in:
Breda >> Nuenen >> Rijkevoort
documentkenmerk: 2502245SA-01, versie 0
Inhoudsopgave pagina Samenvatting 1.
Inleiding
1
2.
Vooronderzoek
2
2.1
Locatiegegevens
2
2.2
Eerder uitgevoerd onderzoek
6
2.3
Terreinverkenning
7
2.4
Bodemopbouw
7
2.5
Conclusies vooronderzoek
8
2.5.1 Molmlaan
8
2.5.2 CSW-terrein
9
Bijlagen Bijlage 1:
Situatietekening(en)
Bijlage 2:
Foto’s onderzoekslocatie Molmlaan
Bijlage 3:
Foto’s onderzoekslocatie CSW-terrein
documentkenmerk: 2502245SA-01, versie 0
1. Inleiding In opdracht van Rho adviseurs heeft Tritium Advies een historisch onderzoek uitgevoerd op de locatie Molmlaan en CSW-terrein te Wilnis. Aanleiding voor het historisch onderzoek is de toekomstige verplaatsing van de supermarkt aan de Molmlaan naar het huidige parkeerterrein van Combinatie Sportclub Wilnis. Tevens wordt de huidige bebouwing van de sportverenging gesloopt en elders op het terrein gerealiseerd. Doel van het onderzoek is het verzamelen van relevante (bodem)informatie over de onderzoekslocatie. Op basis van de verzamelde informatie wordt beoordeeld of in het verleden verdachte activiteiten hebben plaatsgevonden op de locatie en in de directe omgeving en of de locatie verdacht is op het voorkomen van bodemverontreiniging. Tevens worden eerder uitgevoerde bodemonderzoeken beoordeeld. Op basis van de verzamelde informatie wordt bepaald of het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk is. Indien dat het geval is, wordt op basis van de verzamelde informatie de onderzoekshypothese inclusief onderzoeksstrategie voor een te verrichten verkennend bodemonderzoek opgesteld. Voor de locatie wordt aangegeven welke gebieden al dan niet voldoende zijn onderzocht, uitgaande van onder andere de geldigheid van de onderzoeken, de huidige regelgeving omtrent asbestonderzoeken, onderzoek naar PFAS en het tussentijds gebruik van de locatie.
Tritium Advies heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk advies- en onderzoeksbureau.
pagina 1 van 9
documentkenmerk: 2502245SA-01, versie 0
2. Vooronderzoek Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725:2023. De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in de volgende tabel. Voor het vooronderzoek is gebruik gemaakt van de gegevens die zijn aangeleverd door de opdrachtgever. De overige geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2.1: overzicht geraadpleegde bronnen tijdens vooronderzoek vooronderzoek type
“aanleiding A” opstellen hypothese milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van bodemonderzoek
categorie
bron
geraadpleegd datum
contactpersoon
16-07-2025
n.v.t.
internet kadastrale gegevens
kadastralekaart.com
actuele terreinsituatie
BAG Viewer - Kadaster Slagboom en Peeters Luchtfotografie Google Maps
historische gegevens
Topotijdreis
bodeminformatie
Bodemloket DINOloket
28-07-2025
Grondwatertools WKO tool Nederland
16-07-2025
Omgevingsdienst regio Utrecht overig locatiegegevens
opdrachtgever
10-06-2025
Dhr. M. de Jong
2.1 Locatiegegevens Op basis van de geraadpleegde bronnen, is een overzicht opgesteld van de locatiegegevens. Het overzicht is weergegeven in de volgende tabellen. De ligging van de locatie is weergegeven in figuur 2.1 en 2.2. Tabel 2.2: overzicht onderzoekslocatie Molmlaan actuele locatiegegevens adres straat
Molmlaan
huisnummer
2, 6 t/m 6A, 8 t/m 8C, 10 t/m 12
plaats
Wilnis
kadastraal gemeente
Wilnis
sectie
A
nummer(s)
2755, 2756, 2757, 3685, 3686, 3990, 4194, 5226 (ged.)
locatie oppervlak
totaal circa 4.425 m2
bebouwd circa 1.710 m2
huidig gebruik
enkele bedrijven (supermarkt, bakker, restaurant) met parkeerplaats en aanliggende groenvoorziening, wonen.
pagina 2 van 9
documentkenmerk: 2502245SA-01, versie 0
Tabel 2.3 (vervolg): overzicht onderzoekslocatie Molmlaan actuele locatiegegevens locatie geplande werkzaamheden
bebouwing blijft gedeeltelijk bestaan (gedeelte met daarin woningen en daaronder bedrijfsfuncties). Overige bebouwing wordt gesloopt en herontwikkeld naar appartementen.
voormalig gebruik
Van oudsher kent de onderzoekslocatie een gebruik als weiland. Vanaf de eind jaren ‘60 ziet de onderzoekslocatie en de directe omgeving een ontwikkeling in wegenstructuur en wordt de eerste bebouwing gerealiseerd. In de begin jaren ’80 is vermoedelijk geen bebouwing aanwezig op de onderzoekslocatie, de directe omgeving ziet wel een verdere ontwikkeling in bebouwing en wegenstructuur. In het jaartal 1991 wordt de bebouwing op de locatie gerealiseerd. In de jaren ’90 tot aan heden wordt de directe omgeving verder bebouwd tot de huidige situatie herkenbaar is.
toekomstig gebruik
Appartementen complex met parkeerplaats, groenvoorziening en gedeeltelijk bedrijfsfunctie
dempingen, ophogingen,
Op de locatie is vermoedelijk een gedempte watergang(en) aanwezig.
bijmengingen met puin bodembedreigende activiteiten
tank (ondergronds) (verwijderd/buiten gebruik), ligging en opgeslagen stof zijn onbekend,
en calamiteiten
vetafscheiders
PFAS
In december 2021 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ van toepassing verklaard. Door het wijdverbreide gebruik en door emissies en incidenten worden poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) inmiddels in Nederland (en breder in de wereld), niet alleen bij puntbronnen, maar ook als diffuse verontreinigingen in bodem, grondwater en oppervlaktewater aangetoond. Derhalve zijn de bovengrond (tot 1,0 m-mv) en geroerde bodems verdacht op PFAS.
asbestaspecten toepassing
Het is vooralsnog onbekend of op de locatie asbesthoudende materialen zijn toegepast.
terreinsituatie bebouwing
bedrijfsruimtes (restaurant, supermarkt, bakker), woning
maaiveld
verhard, plaatselijk onverhard
verhardingen
bebouwing:
vermoedelijk beton
overig:
klinkers, tegels
omgeving gebruik belendende percelen
wonen met tuin, openbaar gebied (weg, trottoir, en groenvoorzieningen), watervoorziening
Een situatietekening is weergegeven in bijlage 1. Foto’s van de onderzoekslocatie zijn toegevoegd in bijlage 2. De ligging van de locatie is weergegeven in de volgende figuur.
pagina 3 van 9
documentkenmerk: 2502245SA-01, versie 0
Figuur 2.1: luchtfoto onderzoekslocatie Molmlaan
Tabel 2.4: overzicht onderzoekslocatie CSW-terrein actuele locatiegegevens adres straat
Pieter Joostenlaan
huisnummer
7
plaats
Wilnis
kadastraal gemeente
Wilnis
sectie
A
nummer(s)
2802, 3968, 4788 (ged.)
locatie oppervlak
totaal circa 121.400 m2
bebouwd circa 820 m2
huidig gebruik
sportvereniging met parkeerplaatsen
geplande werkzaamheden
Sloop van de bestaande bebouwing, bouw van een nieuw clubhuis tussen bestaande voetbalvelden. Ter plaatse van voorgaande bebouwing wordt een parkeerplaats gerealiseerd. Ter plaatse van voorgaande parkeerplekken wordt een supermarkt gerealiseerd.
voormalig gebruik
Van oudsher kent de onderzoekslocatie een gebruik als weiland. Vanaf de jaren ’60 ziet de directe omgeving een ontwikkeling in wegenstructuur en wordt de eerste bebouwing gerealiseerd. Deze ontwikkelingen zetten zicht voort in de begin jaren ’80. Vanaf de eind jaren ’80 worden de sportvelden, sportvereniging en parkeergelegenheid gerealiseerd. De directe omgeving ziet eveneens ontwikkeling in wegenstructuur en bebouwing vanaf de eind jaren ’80 tot aan de eind jaren ’90. De huidige bestaande bebouwing op de onderzoekslocatie werd gerealiseerd in de jaartallen 2006, 2007, 2008 en 2024 (BAG viewer).
toekomstig gebruik
gebruik als bijeenkomstfunctie (sportvereniging), bedrijfsfunctie (supermarkt) met
dempingen, ophogingen,
Op de locatie zijn vermoedelijk meerdere gedempte watergang(en) aanwezig
aanliggende groenvoorziening en parkeergelegenheden. bijmengingen met puin bodembedreigende activiteiten en calamiteiten
op de locatie is een kunstgrasveld aanwezig. De bodem rondom het veld is echter volledig betegeld en het veld is omheind met bebording, waardoor de bodem niet belast kan worden met kunstgraskorrels.
pagina 4 van 9
documentkenmerk: 2502245SA-01, versie 0
Tabel 2.5 (vervolg): overzicht onderzoekslocatie CSW-terrein actuele locatiegegevens locatie PFAS
In december 2021 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ van toepassing verklaard. Door het wijdverbreide gebruik en door emissies en incidenten worden poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) inmiddels in Nederland (en breder in de wereld), niet alleen bij puntbronnen, maar ook als diffuse verontreinigingen in bodem, grondwater en oppervlaktewater aangetoond. Derhalve zijn de bovengrond (tot 1,0 m-mv) en geroerde bodems verdacht op PFAS.
asbestaspecten toepassing
Het is vooralsnog onbekend of op de locatie asbesthoudende materialen zijn toegepast.
terreinsituatie bebouwing
bijeenkomstruimte, tribune, kleedkamers, opslagruimte
maaiveld
verhard, onverhard (sportveld, groenvoorziening)
verhardingen
bebouwing:
vermoedelijk beton, asfalt
overig:
tegels, klinkers
omgeving gebruik belendende percelen
basisschool, tennisvereniging, openbare ruimte (weg, fietspad, groenvoorziening, watervoorziening)
Een situatietekening is weergegeven in bijlage 1. Foto’s van de onderzoekslocatie zijn toegevoegd in bijlage 3. De ligging van de locatie is weergegeven in de volgende figuur. Figuur 2.2: luchtfoto onderzoekslocatie CSW-terrein
pagina 5 van 9
documentkenmerk: 2502245SA-01, versie 0
Voor de bodem verontreinigende activiteiten ter plaatse van de Molmlaan geldt dat de voormalig aanwezige tank is verwijderd. De opgeslagen stof en exacte datum van verwijdering zijn niet bekend. Uit het onderzoek van Inpijn-Blokpoel (13 december 2006) blijkt dat op de locatie wel drie vetafscheiders aanwezig zijn.
2.2 Eerder uitgevoerd onderzoek Op de onderzoekslocatie zijn eerder de in de volgende tabel vermelde bodemonderzoeken uitgevoerd. Voor zover relevant voor het onderzoek zijn de gegevens weergegeven in dit hoofdstuk. Voor de volledige gegevens wordt verwezen naar de desbetreffende rapportages. Tabel 2.6: eerder uitgevoerd onderzoek nr. Molmlaan 1.
documentkenmerk:
verkennend bodemonderzoek uitbreiding winkelcentrum Molmlaan te Wilnis,
2284
Molmlaan 2 (winkelcentrum), Grondslag milieukundig adviesbureau, 29-011996
aanleiding
de opdrachtgever wenst inzicht in de milieukundige kwaliteit van het grond en grondwater ter plaatse van Molmlaan (winkelcentrum) in verband met de toekomstige uitbreiding van de toenmalige bebouwing
doelstelling
het doel van het onderzoek was het na gaan in hoeverre activiteiten van het verleden mogelijk ter plaatse verontreiniging van de grond en/of het grondwater hebben veroorzaakt.
zintuiglijke waarnemingen
plaatselijk op een diepte van 0,8 tot 1,1 m-mv zijn grindsporen waargenomen
analyse resultaat
grond
BG:
>AW: PAK en minerale olie >AW: EOX
OG: grondwater conclusie
>AW: EOX >S: chroom en fenol index
de onderzoeksresultaten vormden geen aanleiding voor het uitvoeren van een nader bodemonderzoek en/of bodemsanering. Milieukundig gezien was er geen aanleiding om niet tot uitbreiding van het winkelcentrum over te gaan.
2.
3.
documentkenmerk:
verkennend bodemonderzoek, Molmlaan 2 (winkelcentrum), Grondslag
2682
milieukundig adviesbureau, 02-09-1996
zintuiglijke waarnemingen
geen bijzonderheden. Grondsoort: zand
analyse resultaat
grond
>AW: minerale olie, koper, lood, nikkel, zink, PAK
grondwater
niet geanalyseerd
conclusie
wel geschikt voor beoogd doel, geen bezwaar tegen voorgenomen bebouwing.
bijzonderheden
de verhoging van minerale olie wordt deels veroorzaakt door aanwezige humuszuren
documentkenmerk:
verkennend bodemonderzoek, Molmlaan 2 (winkelcentrum), Inpijn-Blokpoel,
MB-6536
13-12-2006
aanleiding
aanleiding voor het onderzoek was de voorgenomen uitbreiding van het aanwezige
zintuiglijke waarnemingen
plaatselijk zijn er heterogeen verspreid bodemvreemde bijmengingen gevonden met
en bijzonderheden
verschillende gradaties puin. Deze bijmengingen bevonden zich op een diepte van 0,00 –
winkelpand
0,90 m-mv. Bij elke vet-afscheider is één boring geplaatst. De grond is echter opgemengd met overige locaties. analyse resultaat
conclusie
grond
>AW<T: PAK, EOX
grondwater
>S<T: Zware metalen
locatie geschikt voor beoogd doel
pagina 6 van 9
documentkenmerk: 2502245SA-01, versie 0
CSW-terrein 4.
documentkenmerk:
verkennend bodemonderzoek, Pieter Joostenlaan 3 (voormalig) (huidig Pieter
5148.96
Joostenlaan 7), Van Dijk Geo- en Milieutechniek BV, 10-06-1996
analyse resultaat
grond
geen verontreinigingen
grondwater
>T: kwik
herbemonstering
<S: kwik >S: chroom en zink
conclusie
geschikt voor beoogd doel
2.3 Terreinverkenning Een terreinverkenning is uitgevoerd de datum 21 juli 2025 door de heer S. Allard om relevante (bodem)informatie te verzamelen over de onderzoekslocatie. Aan de hand van de verzamelde informatie wordt beoordeeld of vermoedelijk verdachte activiteiten plaatsvinden of gevonden hebben in het verleden. Met de verzamelde gegevens wordt geconcludeerd of dat de locatie verdacht is op het voorkomen van bodemverontreiniging. De resultaten van de terreinverkenning hebben dan ook geen aanleiding gegeven tot het verdenken van de onderzoekslocatie op het voorkomen van een bodemverontreiniging.
2.4 Bodemopbouw In de volgende tabel is een overzicht opgenomen van de regionale bodemopbouw en de geohydrologische situatie. Tabel 2.7: bodemopbouw en geohydrologie bodemopbouw maaiveldhoogte
-5.4 m+NAP
deklaag
dikte
3,9 m
samenstelling
complexe eenheid bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei, veen en weinig grof zand.
1e watervoerende pakket
dikte
4,5 m
samenstelling
zandige eenheid hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei, grof zand, sporen klei, veen en grind.
doorlatendheid
matig
stijghoogte
-6,3 m+NAP
stromingsrichting
noordelijk
geohydrologie freatisch grondwater
pagina 7 van 9
documentkenmerk: 2502245SA-01, versie 0
waterhuishouding oppervlaktewater
Molmlaan: 60m ten westen en 76m ten noorden van de onderzoekslocatie (middelpunt) is een waterkanaal aanwezig. CSW-terrein: Het gehele CSW terrein is direct gelegen aan een sloot/waterkanaal met uitzondering op het noordelijk deel van de onderzoekslocatie dat aan de tennisvereniging grenst.
grondwaterbeschermingsbied /
De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied of een boringsvrije zone.
boringsvrije zone grondwateronttrekking
Het is onbekend of op de onderzoekslocatie of de directe omgeving grondwateronttrekking plaats vind.
2.5 Conclusies vooronderzoek 2.5.1
Molmlaan
Uit het vooronderzoek blijkt het volgende. Op grond van beschikbare gegevens en de terreinverkenning wordt de onderzoekslocatie als ‘verdacht’ beschouwd. Aangenomen wordt dat de grond en het grondwater als gevolg van het langdurig gebruik als winkelcentrum met bijbehorende voorzieningen verontreinigd is met parameters uit het standaard NEN-pakket. Op de locatie is vermoedelijk bodemvreemd materiaal aanwezig (puin). Verder blijkt uit het vooronderzoek dat op de locatie in het verleden een watergang aanwezig is geweest. Voormalige watergangen zijn verdacht op het toepassen van verontreinigd dempingsmateriaal. Derhalve wordt deze opgenomen als verdachte deellocatie. Verder worden de vet-afscheiders als verdachte deellocatie opgenomen. Op basis van het vooronderzoek worden de in de volgende tabel vermelde hypotheses onderscheiden. deel-
omschrijving
afmeting
gehele locatie
2
hypothese
motivatie
A
verdachte stoffen 1)
locatie 4.425 m
verdacht
langdurig gebruik als winkelcentrum met
NEN-parameters
bijbehorende voorzieningen, bodemvreemd
asbest
materiaal aanwezig B
voormalige
1 st.
verdacht
mogelijk verontreinigd dempingsmateriaal
3 st.
verdacht
langdurig gebruik, lekkage
watergang C
NEN-parameters en asbest (bij puin)
vetafscheiders
minerale olie en vetten
Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring verdachte stoffen: NEN- parameters
:
pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en minerale olie) en NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie).
pagina 8 van 9
documentkenmerk: 2502245SA-01, versie 0
Aanbevelingen Op basis van de bevindingen van het vooronderzoek, in combinatie met de onderstaand weergegeven punten, wordt aanbevolen om de bodemkwaliteit ter plaatse van de verdachte locatie vast te leggen middels een verkennend bodemonderzoek. •
De gedateerdheid van de eerder op locatie uitgevoerde onderzoeken;
•
De toenmalige aangetoonde verontreinigingen;
•
Het langdurig gebruik als winkelcentrum met bijbehorende voorzieningen;
•
De voormalige watergang mogelijk verontreinigd met dempingsmateriaal;
•
De voorgenomen herontwikkeling en functiewijziging van de onderzoekslocatie.
2.5.2
CSW-terrein
Uit het vooronderzoek blijkt het volgende. Op grond van het bekende voorgaande onderzoek en de terreinverkenning wordt de onderzoekslocatie als ‘onverdacht’ beschouwd. Echter blijkt dat er in het verleden meerdere watergangen op de locatie aanwezig zijn geweest. Voormalige watergangen zijn verdacht op het toepassen van verontreinigd dempingsmateriaal. Derhalve worden deze gedempte watergangen opgenomen als verdachte deellocatie. Op basis van het vooronderzoek worden de in de volgende tabel vermelde hypotheses onderscheiden. deel-
omschrijving
afmeting
gehele locatie
2
hypothese
motivatie
A
verdachte stoffen 1)
locatie 121.400 m
onverdacht
geen aanwijzing voor
geen
verontreiniging B
voormalige
3 st.
watergang(en)
verdacht
mogelijk verontreinigd dempingsmateriaal
NEN-parameters en asbest (bij puin)
Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring verdachte stoffen: NEN- parameters
:
pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en minerale olie) en NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie).
Aanbevelingen Op basis van de bevindingen van het vooronderzoek, in combinatie met de voorgenomen functiewijziging van de onderzoekslocatie, wordt aanbevolen de bodemkwaliteit ter plaatse van de verdachte locaties vast te leggen middels een verkennend bodemonderzoek.
pagina 9 van 9
documentkenmerk: 2502245SA-01, versie 0
Bijlage 1:
Situatietekening(en)
documentkenmerk: 2502245SA-01, versie 0
Bijlage 2:
Foto’s onderzoekslocatie Molmlaan
Documentkenmerk 2502245SA-01, versie 0
Foto 1, Steegje ten zuidwesten van de onderzoekslocatie
Foto 2, Steegje ten zuidwesten van de onderzoekslocatie
Foto 3, Steegje ten zuidwesten van de onderzoekslocatie
Pagina: 1
Documentkenmerk 2502245SA-01, versie 0
Foto 4, Voetpad ten oosten van de Jumbo
Foto 5, Voetpad ten oosten van de Jumbo
Foto 6, Zuidkant Jumbo
Pagina: 2
Documentkenmerk 2502245SA-01, versie 0
Foto 7, Binnenpleintje en parkeergelegenheid
Foto 8, Binnenpleintje en parkeergelegenheid
Foto 9, Binnenpleintje en parkeergelegenheid
Pagina: 3
Documentkenmerk 2502245SA-01, versie 0
Foto 10, Berging en laadplaats Jumbo
Foto 11, Afval- en glasbakken noodzijde
Foto 12, Noordwestelijke zijde, achterkant aanwezige Restaurants/winkels
Pagina: 4
Documentkenmerk 2502245SA-01, versie 0
Foto 13, Noordwestelijke zijde, groenstrook
Foto 14, Noordelijke zijde, parkeergelegendheid
Foto 15, Overdekt gedeelte centraal van de onderzoekslocatie
Pagina: 5
documentkenmerk: 2502245SA-01, versie 0
Bijlage 3:
Foto’s onderzoekslocatie CSW-terrein
Documentkenmerk 2502245SA-01, versie 0
Foto 1, parkeerplaats
Foto 2, parkeerplaats
Foto 3, parkeerplaats
Pagina: 1
Documentkenmerk 2502245SA-01, versie 0
Foto 4, parkeerplaats
Foto 5, Parkeerplaats en stoep gelegen aan terrein
Foto 6, Voormalig geplaatste peilbuis
Pagina: 2
Documentkenmerk 2502245SA-01, versie 0
Foto 7, parkeerplaats
Foto 8, Doorgang openbare weg naar onderzoekslocatie
Foto 9, Overzicht parkeerplaats
Pagina: 3
Documentkenmerk 2502245SA-01, versie 0
Foto 10, Vermoedelijk riool putten
Foto 11, Overzicht onderzoeksterrein
Foto 12, Gedeeltijk kleedkamer gebouw en het voetbalveld
Pagina: 4
Documentkenmerk 2502245SA-01, versie 0
Foto 13, Gedeeltijk kleedkamer gebouw en het voetbalveld
Foto 14, voetbalveld
Foto 15, Voetpad naast kleedkamers en kantine
Pagina: 5
Documentkenmerk 2502245SA-01, versie 0
Foto 16, Overzichtsfoto voetbalveld en tribune
Foto 17, Overzichtsfoto voetpad naast kantine en terras
Foto 18, Wandelpad naast het veld en tribune
Pagina: 6
Documentkenmerk 2502245SA-01, versie 0
Foto 19, Tribune vanaf de zuidkant
Foto 20, Grasveld gelegen ten zuiden van voetbalveld
Foto 21, Voetpad liggend ten zuiden van hoofdveld
Pagina: 7
Documentkenmerk 2502245SA-01, versie 0
Foto 22, Voetpad ten oosten van hoofdveld
Foto 23, Voetpad ten oosten van hoofdveld
Foto 24, Opberg plek ten plaatse van het meest oostelijke gebouw
Pagina: 8
Documentkenmerk 2502245SA-01, versie 0
Foto 25, Overzichtsfoto ten noorden van het hoofdveld
Foto 26, Opberg plek ten plaatse van het meest oostelijke gebouw
Foto 27, Afvalcontainers tussen kleedkamer gebouw en het meest oostelijke gebouw
Pagina: 9
Documentkenmerk 2502245SA-01, versie 0
Foto 28, Overzichtsfoto voetpad ten noorden van het hoofdveld
Foto 29, Doorloop tussen kleedkamergebouwen
Foto 30, Voetpad voor kantine gebouw
Pagina: 10
Documentkenmerk 2502245SA-01, versie 0
Foto 31, Ruimte achter kleedkamer gebouw
Pagina: 11
Bijlage 3 Ecologische quickscan Molmlaan-locatie
Molmlaan (Jumbo) te Wilnis Toetsing in het kader van de natuurwetgeving
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2025-159
Molmlaan (Jumbo) te Wilnis Toetsing in het kader van de natuurwetgeving
D. Overduin
2025
Opdrachtgever Rho Adviseurs
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
G&G-rapport QS2025-159
Versie
Datum
Gecontroleerd door
V1
29 juli 2025
S.J. Gutker de Geus
Titel: Projectcode bureau Projectleiding: Veldwerk en uitwerking: Opdracht: Contactpersonen: Akkoord voor uitgave: Paraaf:
Molmlaan (Jumbo) te Wilnis QS2025-159 T.S. van der Meer D. Overduin Rho Adviseurs M. De Jong Teamleider Van der Goes en Groot
De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdrachtgever. Bij wijziging van plannen, werkperioden, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn. De bevindingen die zijn beschreven in onderliggende ecologische beoordeling worden over het algemeen gedurende een periode van drie jaar na de verschijningsdatum van dit rapport als geldend gezien, mits omstandigheden in het beschreven gebied niet te sterk zijn gewijzigd. Ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot; opdrachtgever vrijwaart Ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever hierboven aangegeven en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v.
druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Het Ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB).
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Heulweg 28
Hazenkoog 35-A
2288 GN Rijswijk
1822 BS Alkmaar
www.vandergoesengroot.nl
Inhoud 1
2
3 4
5
6
Inleiding
7
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
7 7 8 8 9
Aanleiding voor het onderzoek Doel van het onderzoek Ligging van het plangebied Werkzaamheden Leeswijzer
Methode
10
2.1 2.2
10 11
Soorten Gebieden
Aanwezige biotopen Aanwezige beschermde soorten
12 14
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
14 14 14 15 16 16 18 19
Planten Vissen Amfibieën Vogels Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Overige fauna Conclusie beschermde soorten
Effectbeoordeling en maatregelen
20
5.1 5.2 5.3
20 21 22
Vogels Vleermuizen Conclusie effectbeoordeling
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving
23
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6
23 23 23 24 24 25
Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Weidevogelleefgebied Houtopstanden Overige relevante wetgeving Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving
Molmlaan (Jumbo) te Wilnis QS2025-159
5/45
7
8
Zorgplicht
26
7.1 7.2
26 27
Passende preventieve maatregelen Passende ontwikkelingsmaatregelen
Conclusies
28
8.1 8.2 8.3
28 29 29
Beschermde soorten Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving Zorgplicht
9 Aanbevolen en geraadpleegde literatuur 10 Bijlagen
30 32
Molmlaan (Jumbo) te Wilnis QS2025-159
6/45
1
Inleiding
1.1
Aanleiding voor het onderzoek Er bestaan plannen de Jumbo aan de Molmlaan te Wilnis naar (een deel van het terrein van) Combinatie Sportclub Wilnis (CSW) te verplaatsen, op ongeveer 200 meter afstand. Wilnis ligt in de gemeente De Ronde Venen in de provincie Utrecht. De bebouwing in het plangebied wordt (ten dele) gesloopt en er komt nieuwbouw voor in de plaats. Voor de ontwikkelingen op het terrein van CSW is separaat een quickscan uitgevoerd door Van der Goes en Groot (OVERDUIN, 2025). Het is mogelijk dat binnen het plangebied soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Omgevingswet (hierna Ow) of dat het plan gevolgen heeft voor nabijgelegen beschermde gebieden. Onder de Ow geldt een algemeen verbod om zonder omgevingsvergunning bepaalde activiteiten te mogen verrichten (zie Bijlage 1), waaronder een ‘flora- en faunaactiviteit’ (zie Bijlage 1.2.7). In opdracht van Rho adviseurs heeft Ecologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Van der Goes en Groot in het kader van de huidige natuurwetgeving een quickscan uitgevoerd om dit nader te onderzoeken. Het onderzoek heeft bestaan uit een bronnenstudie en een veldbezoek. Een quickscan is een momentopname die soms slechts in beperkte mate uitsluitsel geeft over de afwezigheid van soorten. Dit onderzoek betreft geen volledige veldinventarisatie.
Mochten er door de plannen effecten te verwachten zijn op beschermde soorten die mogelijk aanwezig zijn en niet zijn uit te sluiten vanwege tijdstip van het veldbezoek of niet inspecteerbare delen van het plangebied, dan wordt een nader onderzoek geadviseerd.
1.2
Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het mogelijke voorkomen van beschermde soorten in het kader van de Ow. Tevens wordt onderzocht of de plannen negatieve effecten op dergelijke soorten en/of op beschermde gebieden kunnen veroorzaken en wordt de specifieke zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1) gerelateerd tot de plannen besproken. Op grond van het onderzoek wordt geadviseerd omtrent te nemen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of te beperken en de noodzaak een omgevingsvergunning beschermde soorten aan te vragen. Een uitgebreide beschrijving van de getoetste wetgeving is te vinden in Bijlage 1.
Molmlaan (Jumbo) te Wilnis QS2025-159
7/45
1.3
Ligging van het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het plangebied aangegeven. Het plangebied betreft een woonwinkelcentrum en bevindt zich in de dorpse omgeving van Wilnis. Het plangebied wordt omsloten door woonwijken. Op 100 meter afstand ten noorden loopt de Driehuizerdwarstocht, een brede watergang. Op ruim 2 kilometer afstand ten zuiden van het plangebied ligt Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. Figuur 1 De ligging van het plangebied (rood omlijnd).
1.4
Werkzaamheden De lage bebouwing in het plangebied zal worden gesloopt. Op de locatie waar de te slopen bebouwing staat wordt nieuwbouw gerealiseerd. De hogere bebouwing, waar woningen bovenin zitten, blijft bestaan. De ecologisch gevoelige werkzaamheden zullen bestaan uit sloop van bebouwing met benodigd hak-, breek- en zaagwerk, het verwijderen van de vegetatieve toplaag, het vergraven van de bodem, het opbrengen van grond en het kappen en rooien van bomen en struiken. Daarbij kunnen dieren en planten beschadigd, verwond, verdrukt of gedood worden. Ook kunnen verblijfplaatsen van dieren of groeiplekken van planten beschadigd of vernield worden. Bij de uitvoering van de werkzaamheden kan door geluid, trillingen en licht verstoring optreden van (beschermde) soorten.
Molmlaan (Jumbo) te Wilnis QS2025-159
8/45
1.5
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft de aanwezige biotopen in het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt aangegeven welke soorten aanwezig (kunnen) zijn binnen en nabij het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden van het werk en welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn. Hoofdstuk 6 beschrijft of- en welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied. In hoofdstuk 7 wordt aangegeven of soorten, waarvoor de specifieke zorgplicht van toepassing is, in het plangebied verwacht worden en wordt beoordeeld of passende maatregelen genomen moeten worden. Ten slotte bevat hoofdstuk 8 de conclusies. Hoofdstuk 9 geeft een overzicht van de gebruikte en aanbevolen literatuur. In de bijlage is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunningsaanvraag.
Schets van de toekomstige inrichting.
Molmlaan (Jumbo) te Wilnis QS2025-159
9/45
2
Methode Hieronder wordt aangegeven hoe is onderzocht welke soorten te verwachten zijn binnen het plangebied. Speciale aandacht is uitgegaan naar díe beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, specifieke maatregelen moeten worden getroffen of een vergunning moet worden aangevraagd bij werkzaamheden in het kader van dit plan. Daarnaast is gekeken of het plangebied tot een beschermd natuurgebied behoort of dat dergelijke gebieden aanwezig zijn in de nabijheid van het plangebied.
2.1
Soorten Bronnenstudie Op basis van literatuurgegevens en informatie, samengebracht in bijvoorbeeld de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF) is onderzocht in hoeverre (beschermde) soorten in het verleden zijn aangetroffen in en rond het plangebied. Voor het onderzoek van de NDFF is het kilometerhok onderzocht waarbinnen het plangebied ligt en de acht daaromheen gelegen kilometerhokken, rekening houdend met relevante, overeenkomstige biotopen tussen plangebied en omgeving. In de database is gericht gezocht naar gegevens van beschermde (vogel-) soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen of naar soorten die niet provinciaal zijn vrijgesteld. Voor de bronnenstudie worden alle waarnemingen van de afgelopen tien jaar meegenomen (2015-2025). Vervolgens is een interpretatie gedaan met betrekking tot de aard, de waarde en de relevantie van de waarnemingen (bijvoorbeeld foeragerend, overwinterend, trekkend, overvliegend of verblijvend). Ook is gekeken naar de onderzoeksinspanning, de (verwachte) volledigheid van de waarnemingen en de kans dat de situatie ter plaatse veranderd is. Er is in de NDFF niet gericht gezocht naar vogelsoorten met niet-jaarrond beschermde nesten, provinciaal vrijgestelde soorten en in het geheel niet te verwachten soorten zoals zeezoogdieren of zoutwatervissen.
Met andere vogels moet, in algemene zin, wél rekening gehouden worden (zie ook Bijlage 1.2.5). Potenties voor vrijgestelde soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren die mogelijk voorkomen in het plangebied, worden kort genoemd. Naar Rode lijst-soorten (waarvoor de specifieke zorgplicht geldt) is gericht gezocht binnen het gehele plangebied. Op basis van de aanwezige biotopen wordt in hoofdstuk 0 een inschatting gemaakt of dergelijke soorten voor kunnen komen in het plangebied. Voor deze soorten worden afhankelijk van de situatie passende aanbevelingen gedaan. Voor alle hierboven genoemde soortgroepen geldt, net als voor alle andere soorten, onverminderd de algemene zorgplicht welke wordt besproken in hoofdstuk 7 en Bijlage 1.1.1. Naast het onderzoek van de NDFF zijn relevante verspreidingsatlassen en eventueel andere literatuur en websites geraadpleegd om de ecologische vereisten van soorten in samenhang met de verspreiding te bekijken.
Molmlaan (Jumbo) te Wilnis QS2025-159
10/45
Potentiebeoordeling Het plangebied is op 28 juli 2025 bezocht om de aanwezige biotopen binnen het plangebied en de directe omgeving daarvan te beschrijven en eventuele incidentele waarnemingen te doen van beschermde flora en fauna (voor zover waarneembaar). Bij het veldbezoek is voor de potentiebeoordeling tevens gericht gezocht naar verblijfsporen zoals keutels, plukresten en braakballen. Daarnaast zijn bijvoorbeeld eventueel aanwezige materialen gekeerd en zijn eventueel aanwezige spleten en holtes, zover mogelijk, oppervlakkig geïnspecteerd. Naast de aandacht voor beschermde waarden, is ook gelet op invasieve soorten die voorkomen op de ‘Unielijst’ van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA; https://www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten). Deze invasieve exoten zijn op de Unielijst geplaatst omdat ze in delen van de EU schade toebrengen (of dat in de toekomst waarschijnlijk zullen gaan doen) aan de biodiversiteit en/of ecosysteemdiensten. De waargenomen soorten worden genoemd (Hoofdstuk 4) maar er worden geen nadere aanbevelingen gedaan of beleid uitgezet ten aanzien van deze soorten. Verwerking Met behulp van analyses en expertkennis is op basis van de verzamelde gegevens en de aangetroffen biotopen, een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en nabij het plangebied.
De aangetroffen biotopen binnen het plangebied worden onderverdeeld in typeringen. Op grond van de plannen is een korte effectbeoordeling gemaakt van de plannen op de te verwachten soorten. Als negatieve gevolgen niet op voorhand uit te sluiten zijn, wordt aangegeven of specifieke of passende maatregelen moeten en kunnen worden genomen en/of een vergunning dient te worden aangevraagd.
2.2
Gebieden Aan de hand van Provinciale of gemeentelijke informatie, toegankelijk via internet, is bekeken of het plangebied gelegen is in andere relevante beschermde gebieden, zie bijvoorbeeld: https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/ Als dit het geval is, wordt bekeken of negatieve effecten te verwachten zijn en of nadere toetsing noodzakelijk is.
Molmlaan (Jumbo) te Wilnis QS2025-159
11/45
3
Aanwezige biotopen In dit hoofdstuk worden de aanwezige biotopen beschreven zoals deze in het veld zijn getypeerd: bebouwing en groenstructuren. Bebouwing De bebouwing binnen het plangebied betreft een woon-winkelcentrum. Het grootste deel, dat bestaat uit één bouwlaag, is opgebouwd uit bakstenen muren, metaal en afgeplatte puntdaken, bedekt met bitumen. Deze bebouwing beschikt over spouwmuren. Verspreid over de gevelmuren zijn open stootvoegen aanwezig. Een groot deel van de openstootvoegen, maar niet allemaal, is afgesloten met stootvoegroosters. Verder zijn kieren, (boor)gaten en spleten aanwezig aan alle zijden van het gebouw. In het noordenwesten is zijn woningen aanwezig boven winkels. Dit gedeelte, dat behouden blijft in de plannen, bestaat uit drie bouwlagen en heeft zadeldaken, bedekt met dakpannen. Er is een overhangende dakrand, afgewerkt met boeidelen. De dakpannen liggen strak en lopen door bijna tot in de dakgoten. Er zijn geen openingen waargenomen onder de dakpannen van de woningen.
Impressies van de lage bebouwing, die voornemens gesloopt zullen worden.
Impressies van de hogere bebouwing, die voornemens blijven staan.
Molmlaan (Jumbo) te Wilnis QS2025-159
12/45
Groenstructuren In het zuidwesten van het plangebied staan twee eiken en een conifeer, geflankeerd door enkele struiken. In het zuidoosten is een perk aanwezig gevuld met Spierstruik en enkele kleine sierbomen. Er werden geen grote nesten of opvallende holtes en spleten waargenomen in de aanwezige bomen binnen het plangebied. Overig Binnen het plangebied ontbreken open oppervlaktewateren.
Impressies van de groenstructuren. Links zijn de eiken en de coniferen zichtbaar in het zuidwesten van het plangebied, rechts de sierperken in het zuidoosten van het plangebied.
Molmlaan (Jumbo) te Wilnis QS2025-159
13/45
4
Aanwezige beschermde soorten In dit hoofdstuk worden de beschermde soorten beschreven per soortgroep. In de beschrijving wordt per soortgroep eerst aangegeven welke soorten (volgens opgave van de NDFF en literatuur) in het verleden of tijdens het afgelegde veld-bezoek zijn aangetroffen. Vervolgens wordt vermeld welke soorten op grond van aanwezige biotopen te verwachten zijn en welke gebruiksfuncties het plangebied kan hebben voor deze soorten.
4.1
Planten Aangetroffen soorten In het verleden is Wilde Ridderspoor waargenomen in de omgeving van het plangebied (NDFF 2015-2025). De soort wordt genoemd als ‘andere soort’ (zie Bijlage 1.2.1). Er zijn geen waarnemingen van de soorten bekend binnen het plangebied (NDFF 2015-2025). Potentie plangebied Wilde ridderspoor groeit op matig voedselrijke, kalkhoudende zandige klei en is te vinden op graanakkers en ruderale, omgewerkte terreinen. In het plangebied wordt geen beschermde flora verwacht vanwege het ontbreken van geschikt biotoop voor de genoemde soorten. Tevens wordt het plangebied te intensief beheerd en is het te voedselrijk om geschikt te zijn voor beschermde plantensoorten. Ook is de bodem te veel gestoord en gewoeld.
4.2
Vissen Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde vissoorten waargenomen (NDFF 2015-2025). Potentie plangebied In het plangebied is geen potentie voor beschermde vissen aanwezig vanwege het ontbreken van wateren.
4.3
Amfibieën Aangetroffen soorten In de omgeving van het plangebied zijn in het verleden Rugstreeppad en Alpenwatersalamander waargenomen (NDFF 2015-2025). Rugstreeppad is beschermd onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1). Alpenwatersalamander wordt genoemd als ‘andere soort’ (zie Bijlage 1.2.1). De Rugstreeppad werd op 300 meter afstand ten noorden van het plangebied roepend gehoord (NDFF 2015-2025). De polders in de omgeving van Wilnis bieden waarschijnlijk geschikt voortplantingswater.
Molmlaan (Jumbo) te Wilnis QS2025-159
14/45
In de omgeving van het plangebied is in het verleden verder Alpenwatersalamander één keer Alpenwatersalamander aangetroffen (NDFF 2015-2025). Het plangebied ligt ver buiten het natuurlijke verspreidingsgebied (https://www.verspreidingsatlas.nl/amfibieën) van deze soort en het betreft daarom waarschijnlijk uitgezette of aangevoerde exemplaren. In het plangebied zelf zijn geen waarnemingen bekend van deze soorten. Potentie plangebied In het plangebied is geen voortplantingswater aanwezig voor amfibieën. In het plangebied is wél geschikt landbiotoop aanwezig dat buiten de voortplantingsperiode kan worden benut door algemene soorten amfibieën zoals Gewone pad. De dieren kunnen wegkruipen tussen vegetatie, bladerhopen, onder opgeslagen materialen, stronken, takken of in verlaten muizenholen en dergelijke. Deze soorten zijn beschermd onder de Ow maar ze zijn in Utrecht ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2. Het plangebied is niet geschikt voor de Rugstreeppad, ondanks dat de soort in het verleden in de omgeving werd aangetroffen.
Het plangebied ligt niet in de directe nabijheid van geschikt voortplantingswater, ligt geïsoleerd door dichte bebouwing, drukke wegen en brede watergangen en er is geen geschikte vorstvrije, droge en vergraafbare zanderige bodem aanwezig die buiten de voortplantingsperiode als landbiotoop kan worden benut door deze soort. Als in het plangebied graafwerkzaamheden plaatsvinden of zand wordt opgebracht, is het niet te verwachten dat Rugstreeppadden het gebied kunnen intrekken. Het plangebied is te veel geïsoleerd door dichte bebouwing, drukke wegen en brede watergangen en de soort moet daarom te veel ongunstig biotoop passeren om het plangebied te bereiken.
4.4
Vogels Alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd. Het bevoegd gezag maakt onderscheid tussen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten, soorten met jaarrond beschermde nesten (ingedeeld in vier categorieën) en de zogenaamde ‘categorie 5-soorten’ (zie verder Bijlage 1.2.5). Aangetroffen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden enkele vogelsoorten waargenomen: Kokmeeuw, Turkse Tortel, Kauw en Merel. Potentie plangebied soorten met niet-jaarrond beschermde nesten In het plangebied kunnen enkele algemene bos- en struweelvogels tot broeden komen zoals Houtduif, Merel, Roodborst, Winterkoning en Heggenmus. In de bebouwing kunnen categorie 5-soorten broeden als Koolmees en Pimpelmees. Aangetroffen soorten met jaarrond beschermde nesten In de omgeving van het plangebied zijn in het verleden Huismus, Gierzwaluw en verschillende roofvogels, uilen en overige vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten vastgesteld (NDFF 2015-2025). De Huismus en Gierzwaluw broeden in de nabije woonwijken op ongeveer 50 meter van het plangebied. De overige waarnemingen van soorten met jaarrond beschermde nesten betroffen overvliegende vogels zonder binding met het plangebied of de omgeving daarvan.
Molmlaan (Jumbo) te Wilnis QS2025-159
15/45
Potentie soorten met jaarrond beschermde nesten Omdat geen geschikte bebouwing en bomen aanwezig zijn en geen sporen of grote nesten werden waargenomen, wordt uitgesloten dat vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het plangebied. De Huismus broedt in bebouwing en bouwt nesten onder dakpannen of golfplaten met onderbetimmering, in kieren en gaten in muren en op spantconstructies. Het ontbreekt in de onderzochte bebouwing aan dergelijke voor de soort geschikte openingen. De Huismus wordt daarom niet broedend verwacht in het plangebied. De waargenomen kieren in de bebouwing zijn te smal om toegang te bieden tot nestlocaties voor de soort. De dakpannen van de hogere bebouwing, waar niet aan gewerkt wordt, zijn bovendien gesloten en de onderste rij dakpannen hangt laag in de dakgoten. De Gierzwaluw broedt in stedelijke bebouwing onder dakpannen, randpannen, loodslabben of achter boeidelen. De Gierzwaluw wordt in het plangebied niet verblijvend verwacht vanwege het ontbreken van dergelijke geschikte nestlocaties. De waargenomen kieren in de bebouwing zijn te smal om toegang te bieden tot nestlocaties voor de soort. Het is mogelijk dat het plangebied incidenteel wordt gebruikt als onderdeel van het leefgebied van in de buurt vastgestelde vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zoals Huismus, Sperwer en Ransuil.
Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten.
4.5
Grondgebonden zoogdieren Aangetroffen soorten In de omgeving van het plangebied zijn in het verleden Haas, Konijn en kleine marterachtigen (Bunzing en Hermelijn) waargenomen (NDFF 2015-2025). De beschermde, niet vrijgestelde soorten worden genoemd als ‘andere soort’ (zie Bijlage 1.2.1). De meeste waarnemingen van de beschreven soorten werden buiten de bebouwde kom van Wilnis gedaan op minimaal 300 meter afstand van het plangebied (NDFF 2015-2025). De soorten zijn nooit in de directe omgeving van het plangebied waargenomen. Potentie plangebied Het is mogelijk dat in het gebied enkele (kleine) zoogdieren voorkomen zoals Egel en verschillende algemene soorten (spits)muizen. Deze soorten zijn beschermd onder de Ow maar ze zijn in Utrecht ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1. Het plangebied biedt nauwelijks schuilmogelijkheden zoals dichte begroeiing en dekking waar beschermde, niet vrijgestelde, grondgebonden zoogdieren gebruik van kunnen maken. Ook ontbreekt gunstig jachtgebied met veel prooidieren (muizen). Tevens zijn er rond de bebouwing vaak mensen (en huisdieren) aanwezig zodat noodzakelijke rust voor de dieren ontbreekt.
4.6
Vleermuizen Vleermuizen kunnen op zeer duidelijk te onderscheiden manieren van een leefgebied gebruik maken. Belangrijke gebruiksfuncties zijn verblijfplaats, foerageergebied of (deel van) een vliegroute.
Molmlaan (Jumbo) te Wilnis QS2025-159
16/45
De manier waarop vleermuizen een gebied gebruiken kan door het jaar verschillen, een gebouw of een boom kan bijvoorbeeld tijdelijk gebruikt worden als verblijfplaats maar in andere delen van het jaar ongebruikt blijven. Alle soorten vleermuizen, evenals verblijfplaatsen en essentiële foerageergebieden en vliegroutes zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1). Aangetroffen soorten In de omgeving van het plangebied zijn 6 soorten vleermuizen vastgesteld (NDFF 20152025). Het betreft Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger, Rosse vleermuis, Meervleermuis en Tweekleurige vleermuis. De meeste waarnemingen betroffen foeragerende en langsvliegende exemplaren. Van de Gewone dwergvleermuis is op 300 meter afstand van het plangebied een kraamkolonie met minimaal 66 individuen vastgesteld (NDFF 2015-2025). Van Meervleermuis is op 3 kilometer afstand van het plangebied een kraamkolonie met minimaal 172 individuen vastgesteld (NDFF 2015-2025). Potentie verblijfplaatsen Als potentie voor verblijfplaatsen niet is uit te sluiten dan dient gericht nachtelijk onderzoek plaats te vinden om eventuele precieze verblijflocaties vast te stellen.
De bekende waarnemingen (bijvoorbeeld uit de NDFF) zijn niet volledig en geven daarom geen uitsluitsel en tijdens de quickscan zijn achterliggende holtes die kunnen dienen als verblijfplaats, niet verder te inspecteren of te onderzoeken. Tevens is gebruik door vleermuizen in het verleden hiermee niet uit te sluiten. De waargenomen gaten, kieren en spleten in de muren van de bebouwing geven mogelijk toegang tot voor vleermuizen geschikte holtes om te verblijven. Te denken valt aan gebouwbewonende soorten als Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger, Meervleermuis en Gewone grootoorvleermuis. Vanwege de aanwezigheid van een groot zomerverblijf van Meervleermuis binnen 10 kilometer afstand van het plangebied en een kraamverblijf van Meervleermuis binnen 6 kilometer afstand van het plangebied kunnen zomer- en kraamverblijven en satellietverblijven van deze soort niet op voorhand worden uitgesloten (NGB, 2025). Overige soorten Andere soorten vleermuizen zoals Kleine dwergvleermuis, Baardvleermuis en Tweekleurige vleermuis zijn zeldzaam of worden op voorhand niet verwacht in de onderzochte bebouwing. Deze soorten dienen tijdens vervolgonderzoek (zie §5.3) wel te worden meegenomen. Als tijdens het vleermuisonderzoek indicatieve waarnemingen worden gedaan van deze soorten, moeten bezoekrondes en bezoektijden worden aangepast conform het geldende onderzoeksprotocol.
Indien er indicaties zijn dat een van deze soorten (verblijvend) aanwezig is, kan door het onderzoek hier op af te stemmen, het eventuele voorkomen van deze soorten volledig in beeld worden gebracht.
Molmlaan (Jumbo) te Wilnis QS2025-159
17/45
De gaten, kieren en spleten met potentie voor verblijvende vleermuizen bevinden zich in spouwmuren. De potentie bevindt zich verspreid over alle gevels van de bebouwing. Gezien de aard van de bebouwing is tijdelijk verblijf in de zomer en in de paarperiode van de Gewone dwergvleermuis het meest waarschijnlijk. Er worden gezien de beperkte buffering van de aanwezige holtes geen (massa-) winterverblijven verwacht. Laat in het najaar aanwezige vleermuisverblijven zouden gedurende warme periodes in de winter wél gebruikt kunnen worden door actieve vleermuizen die nog niet in diepe winterrust verkeren.
Spleten en gaten in de spouwmuren (rode pijlen) van de bebouwing geven mogelijk toegang tot voor vleermuizen geschikte achterliggende ruimtes.
Potentie foerageergebied Het plangebied is geschikt voor foeragerende vleermuizen. De aanwezige luwe plekken kunnen zorgen voor concentraties van insecten waardoor vleermuizen worden aangetrokken. Potentie vliegroute Gezien de ligging, de vorm en de grootte van het plangebied en het ontbreken van lijnvormige elementen zoals bomenrijen, doorlopende watergangen of brede rietkragen kan geen sprake zijn van een belangrijke functie als vliegroute voor vleermuizen.
4.7
Overige fauna Aangetroffen soorten Er zijn waarnemingen bekend van Ringslang (reptielen) in de omgeving van het plangebied (NDFF 2015-2025). De soort wordt genoemd als ‘andere soort’ (zie Bijlage 1.2.1). Potentie plangebied Het plangebied is niet geschikt voor overige beschermde fauna in verband met het ontbreken van geschikt biotoop. In het plangebied ontbreekt geschikt habitat voor de Ringslang. Er zijn plaatselijk geen geschikte natte terreindelen met begroeide oeverzones en hopen riet, maaisel of aangespoeld materiaal waar Ringslang kan jagen en zich kan voortplanten.
Molmlaan (Jumbo) te Wilnis QS2025-159
18/45
4.8
Conclusie beschermde soorten Op grond van §4.1 t/m §4.7 zijn beschermde, niet vrijgestelde soortgroepen te verwachten die staan weergegeven in Tabel 4-1 In de tabel wordt onderscheid gemaakt tussen de aangetroffen soortgroepen in en nabij het plangebied en de potenties daarvoor binnen het plangebied. Ook wordt onderscheid gemaakt tussen mogelijk (incidentele) aanwezigheid en gebruik als essentieel leefgebied (zoals vaste verblijfplaatsen). In hoofdstuk 5 wordt uiteengezet welke gevolgen voor deze soortgroepen worden verwacht door het uitvoeren van de plannen.
Tabel 4-1 Eerder volgens literatuuropgave vastgestelde soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten in/nabij het plangebied (kolom 2), mogelijk (incidenteel) voorkomende beschermde, niet vrijgestelde soorten in het plangebied (kolom 3) en verwachte voorkomen van essentieel leefgebied van beschermde, niet vrijgestelde soorten binnen het plangebied met verwachte beschermde functie (kolom 4).
Beschermde, niet vrijgestelde soorten
Planten Vissen Amfibieën Broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten Broedvogels met jaarrond beschermde nesten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Overige beschermde fauna
Molmlaan (Jumbo) te Wilnis QS2025-159
Aangetroffen nabij het plangebied (literatuur en veldbezoek)
Mogelijk aanwezig in plangebied
Mogelijk beschermde functie aanwezig binnen het plangebied
NDFF nee NDFF veldbezoek, NDFF NDFF
nee nee nee ja
nee nee nee niet-jaarrond beschermde nesten
incidenteel
nee
nee NDFF NDFF
nee ja nee
nee verblijfplaatsen, foerageergebied nee
19/45
5
Effectbeoordeling en maatregelen Door het plan kunnen verschillende negatieve effecten optreden in het plangebied. Deze mogelijke effecten zijn onder te verdelen in tijdelijke effecten tijdens de aanleg en effecten als gevolg van de aanwezigheid van de nieuwe situatie. De te verwachten soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten worden in dit hoofdstuk besproken. Ze zijn samengevat in de derde kolom van Tabel 4-1. De aanwezigheid van deze soortgroepen kan van invloed zijn op de verdere procedure. De (negatieve) effecten die kunnen optreden bij de werkzaamheden worden onderzocht. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren. Voor andere soortgroepen met niet beschermde of vrijgestelde soorten geldt altijd de specifieke zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1).
5.1
Vogels Vogelnesten kunnen worden vernield bij ecologisch gevoelige werkzaamheden zoals het kappen en rooien van bomen en struiken, sloop van bebouwing, diverse graafwerkzaamheden of het verwijderen van de vegetatieve toplaag. Soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Men dient activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats te doen vinden, dus niet van grofweg 1 maart tot 1 september. Deze periode is afhankelijk van bijvoorbeeld het weer en de aanwezige soorten, ieder aanwezig actief nest is beschermd ongeacht de periode van het jaar. Als onverhoopt buiten deze periode broedende vogels aanwezig zijn, dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten wordt de periode van februari t/m augustus gezien als de gevoelige periode. Wanneer in het broedseizoen gewerkt gaat worden is het mogelijk voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen nesten aanwezig zijn. Hierbij mogen geen mogelijke nestplaatsen van jaarrond beschermde vogels ongeschikt of ontoegankelijk worden gemaakt.
‘Categorie 5’-soorten Gezien de aanwezige biotopen in de nabijheid van het plangebied zullen de (mogelijk) aanwezige vogelsoorten die genoemd worden als ‘categorie 5’-soort (Koolmees en Pimpelmees), kunnen uitwijken naar alternatief leefgebied. Er gelden geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die een jaarrond beschermde status van nesten van deze soorten rechtvaardigen. Overigens geldt ook voor deze soorten dat activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats moeten vinden. Soorten met jaarrond beschermde nesten Voor het mogelijk incidentele gebruik van het plangebied door vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uit de omgeving van het plangebied (Huismus, Sperwer en Ransuil), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel
Molmlaan (Jumbo) te Wilnis QS2025-159
20/45
vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken.
5.2
Vleermuizen Verblijfplaatsen Bij de sloop van de bebouwing zouden vaste rust- of verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen beschadigd of vernield kunnen worden. Het is derhalve noodzakelijk om vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van deze soorten. Hierbij dient ook de naaste omgeving van het plangebied betrokken te worden. Aanbevolen wordt algemene gebouwbewonende soorten (Gewone- en Ruige dwergvleermuis en Laatvlieger) te onderzoeken. Tevens moeten kraamverblijven van Meervleermuis alsmede de verblijven van grootoorvleermuis in de initiële onderzoeksopzet worden betrokken. Omdat het plangebied binnen een straal van zes kilometer van een bekend kraamverblijf en tien kilometer van een groot zomerverblijf van Meervleermuis is gelegen, dienen kraamverblijven en satellietverblijven meegenomen te worden in de onderzoeksopzet. Als tijdens het vleermuisonderzoek aanwijzingen worden gevonden voor de aanwezigheid van andere soorten dan aanvankelijk verwacht, dient de onderzoeksstrategie te worden aangepast en verder toegespitst op deze nieuwe bevindingen. Als uit het vervolgonderzoek blijkt dat verblijvende vleermuizen aanwezig zijn dienen vervangende en geschikte verblijfplaatsen te worden aangeboden. Er is dan tijdelijke compensatie en permanente compensatie noodzakelijk.