Bijlage 4: Rapport Energiemonitor De Ronde Venen
Tekst van het document
RAPPORT Energiemonitor De Ronde Venen
Klant:
Gemeente De Ronde Venen
Referentie:
BK5924-MI-RP-250515-1008
Status:
Definitief
Datum:
17 juni 2025
Projectgerelateerd
HASKONING NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Netherlands Mobility & Infrastructure
Trade register number: 56515154 Telefoon: +31 88 348 20 00 Fax: +31 33 463 36 52 Email: info@rhdhv.com Website: royalhaskoningdhv.com
Titel document: Referentie: Status: Datum: Projectnaam: Projectnummer: Auteur(s):
Energiemonitor De Ronde Venen BK5924-MI-RP-250515-1008 Definitief 17 juni 2025 Energiemonitor De Ronde Venen BK5924 Rolf van der Steen
Classificatie:
Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. Haskoning Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van Haskoning Nederland B.V. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 17 juni 2025
BK5924-MI-RP-250515-1008
ii
Inhoud 1.
Samenvatting
1
2.
Project energiemonitor De Ronde Venen
2
2.1
Behoefte aan kwantitatief inzicht
2
2.2
Onderzoek omvang opgave energieneutraal 2050
2
2.3
Stappen in cijfermatige onderbouwing
2
2.4
Uitgangspunten voor een objectief resultaat
3
3.
Ontwikkeling 2015 tot en met 2023 in goede richting
4
3.1
Totaal energieverbruik 608 TJ afgenomen van 2015 t/m 2023
4
3.2
Opwek hernieuwbare energie 178 TJ toegenomen van 2015 t/m 2023
5
3.3
Tekort opwek hernieuwbare energie 3.056 TJ in 2023
5
3.4
CO2-emissie als opmaat naar klimaatneutrale ambitie
6
4.
Prognose voor 2050 toont een flink tekort
8
4.1
Verwacht energieverbruik tussen 2.190 en 2.963 TJ in 2050
8
4.2
Potentieel hernieuwbare energie 691 tot 799 TJ in 2050
12
5.
Opgave voor 2050 is groot
15
5.1
Opgave 2050 is niet haalbaar met huidig beleid
15
5.2
Aanbevelingen
16
Bijlagen Bijlage 1 – Bronnenlijst Bijlage 2 – Definities
17 juni 2025
BK5924-MI-RP-250515-1008
iii
1.
Samenvatting
Gemeente De Ronde Venen zet zich in om te komen tot een klimaatneutrale en circulaire gemeente in 2050. Een belangrijk onderdeel van deze doelstelling is het realiseren van energieneutraliteit. De gemeente heeft behoefte aan kwantitatief inzicht van de opgave energieneutraal te zijn in 2050. Dit is stapsgewijs uiteengezet in een cijfermatige onderbouwing. De ontwikkeling van energieverbruik en de opwek van hernieuwbare energie gingen in de periode 2015 tot en met 2023 in de goede richting. Het totaal energieverbruik is 608 TJ afgenomen en komt uit op 3.379 TJ in 2023. De opwek van hernieuwbare energie is 178 TJ toegenomen en komt uit op 323 TJ in 2023. In het kader van de opgave energieneutraal is er nog steeds een tekort aan opwek hernieuwbare energie van 3.056 TJ in 2023. De prognose voor 2050 toont een flink tekort. Het verwacht energieverbruik in 2050 ligt tussen 2.178 en 2.946 TJ. Gemiddeld gezien is dat een afname van ongeveer 24% t.o.v. 2023. Het potentieel aan hernieuwbare energie in 2050 ligt tussen 691 en 799 TJ. Gemiddeld gezien is dat een toename van 131% t.o.v. 2023. De bandbreedte in deze toename ligt in het verschil tussen initiatieven ‘in beleid’ met een hoge zekerheid van realisatie en autonome ontwikkelingen met lage zekerheid van realisatie. De conclusie is dat de opgave voor energieneutraal zijn in 2050 groot is.
Gemiddeld is een energieverbruik van 2.576 TJ te verwachten tegenover 745 TJ duurzame opwek in 2050. Dat is bepaald niet energieneutraal. Om energieneutraliteit (eerder) te bereiken is naast huidige beleid additionele inzet van de gemeente op zowel besparing als opwek vereist.
17 juni 2025
CLICK HERE TO ENTER A DATE.
BK5924-MI-RP-250515-1008
1
2.
Project energiemonitor De Ronde Venen
2.1
Behoefte aan kwantitatief inzicht
Gemeente De Ronde Venen zet zich in om te komen tot een klimaatneutrale en circulaire gemeente in 2050. Een belangrijk onderdeel van deze doelstelling is het realiseren van energieneutraliteit. Om energieneutraliteit te bereiken moet de lokale productie van duurzame energie in 2050 (minimaal) net zo groot zijn als het energieverbruik in de gemeente.
2.2
Onderzoek omvang opgave energieneutraal 2050
De centrale onderzoeksvraag luidt: “Hoe groot is de opgave voor gemeente De Ronde Venen om in 2050 energieneutraal te zijn?” De hoofdvraag is te beantwoorden via de volgende deelvragen: • Wat is de huidige situatie; hoeveel energie wordt er nu verbruikt en duurzaam opgewekt in de gemeente? • Wat is de toekomstige situatie; hoeveel energie wordt er naar verwachting verbruikt en duurzaam opgewekt in de gemeente in 2050? • Hoe groot is de opgave om energieneutraal te zijn; wat is – op basis huidig beleid – het kwantitatieve verschil tussen verbruik en duurzame opwek in 2050? • Ligt de gemeente op koers om de opgave te bereiken; hoe verhoudt het verschil zich tot operationele en geplande maatregelen en projecten? Welke routes zijn denkbaar?
2.3
Stappen in cijfermatige onderbouwing
Om efficiënt en effectief te werken is gekozen voor een stapsgewijze aanpak. De focus ligt primair op een kwantitatieve en feitelijke onderbouwing van de onderzoeksvraag. Daartoe zijn gesprekken met de ambtelijk opdrachtgever gevoerd. De volgende stappen zijn doorlopen om tot deze rapportage te komen:
Data verzamelen en structuren Op basis van de hoofd- en deelvragen is informatie bij de gemeente opgevraagd, waaronder verwachte ontwikkelingen m.b.t. energievragers zoals opgenomen in de omgevingsvisie, actuele en te verwachten energieproductie van respectievelijk actieve en geplande hernieuwbare energieprojecten. Daarnaast is informatie verzameld uit openbare bronnen. Dit betreft onder andere gegevens over het huidige energieverbruik naar verbruiksvorm en sector uit de Regionale Klimaatmonitor (RVO) en verbruiksprognoses uit de meest recente Klimaat- en Energieverkenning (PBL). Alle bronnen zijn opgenomen in de bronnenlijst.
Data analyseren en prognosticeren De verzamelde data zijn verwerkt en omgezet tot informatieve diagrammen, waarmee inzicht is gecreëerd in de energiehuishouding binnen gemeente De Ronde Venen van 2015 tot en met 2023 en de betekenis voor de opgave in 2050. De analyse en prognose zijn getoetst en aangevuld door experts van Royal HaskoningDHV.
17 juni 2025
CLICK HERE TO ENTER A DATE.
BK5924-MI-RP-250515-1008
2
Rapportage opstellen en finaliseren De diagrammen en data zijn verwerkt in deze rapportage. De rapportage is op verschillende momenten beoordeeld door zowel opdrachtgever als interne experts. De reacties zijn verwerkt en hebben geleid tot deze eindrapportage.
2.4
Uitgangspunten voor een objectief resultaat
In deze rapportage is een aantal uitgangspunten gehanteerd waarmee objectiviteit, betrouwbaarheid, relevantie en consistentie gewaarborgd worden. Ten eerste is de analyse van historische ontwikkeling van energieverbruik en -opwek (hoofdstuk 3) gebaseerd op data van de Regionale Klimaatmonitor. Dit is de meest volledige en betrouwbare bron voor energie- en klimaatmonitoring in Nederland en daarmee dé landelijke norm als bron en qua methodiek. In de Regionale Klimaatmonitor wordt data uit verschillende officiële bronnen verzameld en gestructureerd (o.a. CBS, RVO en netbeheerders). Daarnaast is de analyse gebaseerd op de periode 2015 tot en met 2023. Het startjaar 2015 is gekozen vanwege gemeentelijke herindeling in dat jaar. 2023 is het eindjaar omdat er geen recentere data beschikbaar is. De data die gebruikt zijn in deze analyse, is opgehaald uit de Regionale Klimaatmonitor op 8 april 2025. Tot slot wordt voor toekenning van verbruik en opwek van energie de algemeen geldende methodiek gehanteerd (o.a. ook gehanteerd in de Regionale Klimaatmonitor en de Klimaat- en Energieverkenning). Hierbij wordt verbruik en opwek van energie altijd toegekend aan het gebied waarin de verbruiker of bron ligt1. Deze werkwijze is de algemeen geaccepteerde methodiek om verbruik en opwek van energie per gebied onafhankelijk en objectief te kwantificeren.
Hiermee is het mogelijk om verschillende gebiedsniveaus (gemeente, regio) in kaart te brengen en ook de integrale landelijke balans op te maken. In de omrekening van energieverbruik en -opwek van specifieke eenheden (zoals MWh voor elektriciteit en m3 voor aardgas) naar de uniforme eenheid (TJ) wordt gerekend volgens methodiek ‘eindgebruik’. Dat wil zeggen dat er geen rekening wordt gehouden met energieverliezen in de productie van (vermeden) energieverbruik, zoals in de methode ‘primair verbruik’.
1
Zie definitie in Rapportage hernieuwbare energie (klimaatmonitor.databank.nl)
17 juni 2025
CLICK HERE TO ENTER A DATE.
BK5924-MI-RP-250515-1008
3
3.
Ontwikkeling 2015 tot en met 2023 in goede richting
De ontwikkeling van het energieverbruik en de opwek van hernieuwbare energie beweegt in de periode van 2015 tot en met 2023 de goede kant op. Het energieverbruik daalt en de opwek van hernieuwbare energie stijgt. In 2023 is er nog wel een groot verschil tussen verbruik en opwek. In hoofdstuk 3 worden de ontwikkelingen nader toegelicht.
3.1
Totaal energieverbruik 608 TJ afgenomen van 2015 t/m 2023
Figuur 1 geeft de ontwikkeling weer van het energieverbruik voor gemeente De Ronde Venen van 2015 tot en met 2023. Hierbij wordt het energieverbruik uitgesplitst in de drie belangrijkste verbruiksvormen: • Verbruik van elektriciteit; • Verbruik van warmte; • Verbruik in verkeer en vervoer. In gemeente De Ronde Venen is het totale energieverbruik in de periode van 2015 tot en met 2023 gedaald met 608 TJ (van 3.987 naar 3.379 TJ). Dat is een gemiddelde afname van 76 TJ per jaar (gemiddeld 2% minder energieverbruik jaar-op-jaar).
Energieverbruik (TJ) 4.500
3.987
4.015
4.109
4.138
4.037 3.692
4.000
3.667
3.489
3.379
1.683
1.744
3.500 3.000
1.880
1.898
1.971
2.006
2.002
1.646
1.629
2.500 2.000 1.500
1.501
1.518
1.526
607
599
611
2015
2016
2017
1.522
1.455
1.452
1.448
1.229
1.075
610
580
594
591
576
560
2018
2019
2020
2021
2022
2023
1.000 500 -
Energieverbruik verkeer en vervoer (incl. auto(snel)wegen, excl. Elektr. verkeer) Warmteverbruik (aardgas en (hern.) warmte) Elektriciteitsverbruik, incl. zonnestroom 'achter de meter' Figuur 1 Energieverbruik 2015 tot en met 2023
In de grafiek valt het volgende op: • Tot 2018 was er een stijging in het totaal energieverbruik. Vanaf 2019 is er een daling waarneembaar. Op basis van de gehanteerde data is niet exact te zeggen in welke mate lokaal en/of bovenlokaal beleid hiervan de oorzaak zijn. Wel is bekend dat in 2018 het gemeentelijk beleid vastgesteld en ingezet is. • In 2020 is een relatief grote daling in totaal energieverbruik te zien; met name door afname in de verbruiksvorm verkeer en vervoer. Het is aannemelijk dat de COVID pandemie hier de oorzaak van is; • Energieverbruik door verkeer en vervoer heeft met 52% (1.744 TJ van totaal 3.379 TJ) in 2023 het grootste aandeel in het totale energieverbruik. Dit komt o.a. door aanwezigheid van de 17 juni 2025
CLICK HERE TO ENTER A DATE.
BK5924-MI-RP-250515-1008
4
snelweg A2 (6 km) in gemeente. In de methodiek wordt energieverbruik gebaseerd op de locatie waar het plaatsvindt. Uit data van Klimaatmonitor valt af te leiden dat de A2 voor ongeveer 50% van het energieverbruik van verkeer en vervoer zorgt. In 2023 bijvoorbeeld zorgt “wegverkeer (auto)snelwegen” voor 885 TJ van de 1.744 TJ verbruik voor verkeer en vervoer2.
3.2
Opwek hernieuwbare energie 178 TJ toegenomen van 2015 t/m 2023
Figuur 2 geeft de ontwikkeling weer van de opwek van hernieuwbare energie voor gemeente De Ronde Venen van 2015 tot en met 2023. Voor een eenduidige vergelijking met energieverbruik wordt ook de opwek van hernieuwbare energie weergegeven in de drie belangrijkste verbruiksvormen: • Hernieuwbare elektriciteit; • Hernieuwbare warmte; • Hernieuwbare energie in verkeer en vervoer (oplopende bijmengverplichting biobrandstof3). In gemeente De Ronde Venen is de opwek van hernieuwbare energie in de periode van 2015 tot en met 2023 toegenomen met 178 TJ (van 145 naar 323 TJ). Dat is een gemiddelde toename van 22 TJ per jaar (gemiddeld 11% meer energie opwek jaar-op-jaar).
Hernieuwbare energie (TJ) 350
300
300
262
260
274
228
250
106
172
200
145
138
56
45
58
59
74
31
34
39
54
2015
2016
2017
2018
150
120
97
50 0
78
71
66
85
93
2019
2020
2021
76
77
105
110 62
59
100
98
323
Hernieuwbare elektriciteit
Hernieuwbare warmte
Hernieuwbare energie in verkeer en vervoer
Totaal hernieuwbare energie
63
132
155
2022
2023
Figuur 2 Opwek hernieuwbare energie 2015 tot en met 2023
Enkele constateringen op basis van de grafiek: • Er is een stijging in opwek van duurzame energie. Daarbij valt het op dat in 2018 een relatief grote stijging zichtbaar is. Het is niet direct te herleiden wat hiervan de oorzaak is; • Het deel hernieuwbare elektriciteit is 155 TJ in 2023. In vergelijking met door gemeente verstrekte informatie m.b.t. opwek van hernieuwbare energie, komt dit goed overeen met de opwek uit initiatieven.
3.3
Tekort opwek hernieuwbare energie 3.056 TJ in 2023
Figuur 3 geeft de gecombineerde ontwikkeling van energieverbruik en opwek van hernieuwbare energie weer voor gemeente De Ronde Venen van 2015 tot en met 2023. De factoren ‘verbruik’ en ‘opwek’ zijn 2 3
https://klimaatmonitor.databank.nl Hoogte jaarverplichting | Verplichtingen Energie voor Vervoer 2022-2030 | Nederlandse Emissieautoriteit
17 juni 2025
CLICK HERE TO ENTER A DATE.
BK5924-MI-RP-250515-1008
5
bepalend voor de opgave ‘energieneutraal’, want die wordt bereikt als het verschil tussen de beide factoren nul is.
Energiebalans (TJ) 4.500
4.138
4.109
4.015
3.987
4.037
4.000
3.692
3.667
3.489
3.379
3.500 3.000
3.056
2.500 2.000 1.500 1.000 500
145
228
172
138
262
260
274
323
300
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
Totaal energieverbruik (aardgas, elektriciteit, stadswarmte, verkeer/vervoer, overige warmte) Totaal hernieuwbare energie Figuur 3 Energiebalans 2015 tot en met 2023
De grafiek geeft weer dat gemeente De Ronde Venen in 2023 nog lang niet energieneutraal is. Het verschil tussen het totaal energieverbruik en duurzaam opgewekte energie is 3.056 TJ in 2023. Het aandeel hernieuwbare energie in 2023 bedroeg 10%. Voor geheel Nederland is het aandeel 17% in 2023, in dit opzicht blijft De Ronde Venen achter bij het landelijk gemiddelde4.
3.4
CO2-emissie als opmaat naar klimaatneutrale ambitie
Gemeente De Ronde Venen zet zich in om te komen tot een klimaatneutrale en circulaire gemeente in 2050. Het realiseren van energieneutraliteit is een belangrijk onderdeel van deze doelstelling. In de eerste paragrafen van dit hoofdstuk is de huidige stand van zaken voor energieverbruik en hernieuwbare energie in kaart gebracht. Hiermee wordt bepaald of gemeente De Ronde Venen energieneutraal is. In de bredere ambitie klimaatneutraal gaat het om de uitstoot van broeikasgassen. Energieverbruik en opwekking zijn in feite inputgegevens, de uitstoot van broeikasgassen is de output die direct gekoppeld is aan klimaatverandering. Voor de ambitie klimaatneutraal geldt dat de uitstoot van alle broeikasgassen volledig wordt gereduceerd of gecompenseerd. Als vooruitblik daarop is hier de belangrijkste uitstoot van het energieverbruik, CO2emissie, opgenomen. De grafiek laat zien dat die opgave voornamelijk zal gaan om reductie van uitstoot door het verbruik van fossiele voertuigbrandstof, gevolgd door de uitstoot van CO2 door warmteverbruik (aardgas woningen). Figuur 4 geeft de CO2-emissies van het energieverbruik voor gemeente De Ronde Venen weer van 2015 tot en met 2023.
4
Energieverbruik uit hernieuwbare bronnen gestegen naar 17 procent | CBS
17 juni 2025
CLICK HERE TO ENTER A DATE.
BK5924-MI-RP-250515-1008
6
CO2-uitstoot (kton) 350
302
300
296
300 250
132
82
100 50
270 239
137
138
200 150
289
89
83 81
82
136
82
134
78
2016
116
78
78
229
123
66
212
124
57
75
71
58
46
47
40
31
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
0 2015
116
241
Verbruik fossiele voertuigbrandstof Warmteverbruik (aardgas en stadswarmte woningen) Elektriciteitsverbruik Figuur 4 CO2-emissies van het energieverbruik 2015 tot en met 2023
Uit de grafiek valt op te maken: • Overall is er een dalende trend in CO2-uitstoot; • De CO2-uitstoot ten gevolge van verbruik van elektriciteitsverbruik daalt het sterkst (-65%); • De CO2-uitstoot ten gevolge van fossiele voertuigbrandstof daalt het minst sterk (-6%). Na een flinke daling in 2020 (Corona) is hier de laatste jaren zelfs sprake van een lichte stijging; • In vergelijking met het verbruik (Figuur 1) is te zien dat de afname van CO2-uitstoot door fossiele brandstoffen (voertuigbrandstof en aardgas voor warmte) gelijk opgaat met de vermindering van verbruik. Voor elektriciteit geldt juist dat de hoeveelheid verbruik min of meer gelijk blijft tegenover een reductie in CO2-uitstoot. Verklaring is dat het aandeel hernieuwbare energie bij elektriciteit landelijk gezien fors is toegenomen in de laatste jaren, tot 40,9% in 2022. Het aandeel biobrandstof in benzine (E10) en diesel (B7) is de laatste jaren stabiel op 10%.
17 juni 2025
CLICK HERE TO ENTER A DATE.
BK5924-MI-RP-250515-1008
7
4.
Prognose voor 2050 toont een flink tekort
De prognose van het energieverbruik en hernieuwbare energie tot en met 2050 ontwikkelen zich in de goede richting. Uitgaande van huidig beleid en autonome ontwikkelingen is de verwachting dat het energieverbruik verder zal dalen en de opwek van hernieuwbare energie verder zal toenemen. Echter, er is in alle scenario’s (rekening houdend met bandbreedte) een tekort aan verwachte opwek om het verwachte energieverbruik te dekken. In hoofdstuk 4 wordt de prognose nader toegelicht.
4.1
Verwacht energieverbruik tussen 2.190 en 2.963 TJ in 2050
Figuur 5 geeft de prognose weer voor het energieverbruik van gemeente De Ronde Venen tot en met 2050.
Prognose verbruik (TJ) 4.000 3.500
3.379 3.379 3.379
3.337 3.168
2.963
3.178
3.000
2.880
3.019
2.576
2.500
2.592 2.190
2.000
Verwacht energieverbruik, onderen bovengrens Gemiddeld verwacht energieverbruik
1.500 1.000 500 Huidig
2030
2040
2050
Figuur 5 Prognose energieverbruik tot en met 2050
Voor de prognose is het huidig energieverbruik naar verbruiksvorm als uitgangspunt genomen. De verdeling in energieverbruik van verkeer en vervoer en het elektriciteits- en warmteverbruik dekt het totale energieverbruik en is goed te koppelen aan ontwikkelingen in sectoren. Om energieverbruik in de toekomst te kunnen ramen zijn ontwikkelingen in de twee grootste sectoren in kaart gebracht: Gebouwde Omgeving en Verkeer en Vervoer. Gebaseerd op het energieverbruik van 2023 dekken beide sectoren samen 86% van het energieverbruik. Voor andere sectoren is na onderzoek gebleken dat er onvoldoende betrouwbare informatie beschikbaar is om prognoses op te baseren (onder andere Industrie, energie, afval, water en Landbouw). Voor de sectoren Gebouwde Omgeving en Verkeer en Vervoer is onderzocht hoe de omvang van de sector en de efficiëntie van het energieverbruik binnen de sector zich naar verwachting zullen ontwikkelen. Hiervoor is gebruik gemaakt van openbaar beschikbare data voor autonome ontwikkelingen en van gegevens die verstrekt zijn door gemeente De Ronde Venen voor lokale ontwikkelingen. De prognoses voor 2030, 2040 en 2050 zijn berekend volgens de formule:
17 juni 2025
CLICK HERE TO ENTER A DATE.
BK5924-MI-RP-250515-1008
8
𝐻𝑢𝑖𝑑𝑖𝑔 𝑒𝑛𝑒𝑟𝑔𝑖𝑒𝑣𝑒𝑟𝑏𝑟𝑢𝑖𝑘 (𝑇𝐽) × 𝑉𝑒𝑟𝑎𝑛𝑑𝑒𝑟𝑖𝑛𝑔 𝑖𝑛 𝑜𝑚𝑣𝑎𝑛𝑔 (%) × 𝑉𝑒𝑟𝑎𝑛𝑑𝑒𝑟𝑖𝑛𝑔 𝑖𝑛 𝑒𝑓𝑓𝑖𝑐𝑖ë𝑛𝑡𝑖𝑒 (%) Hierbij is rekening gehouden met een toenemende onzekerheidsmarge. Voor prognoses ver in de toekomst zijn minder betrouwbare data beschikbaar en moeten (onderbouwde) aannames gemaakt worden. Dit resulteert in een bandbreedte met een boven- en ondergrens. Op basis van de te verwachten ontwikkelingen in de sectoren Gebouwde Omgeving en Verkeer en Vervoer zal het verwachte totale energieverbruik van gemeente De Ronde Venen in 2050 tussen 2.190 TJ en 2.963 TJ liggen. Gemiddeld gezien is dit een besparing van ongeveer 24% ten opzichte van de huidige situatie in 2023 (van 3.379 naar 2.576 TJ).
Gebouwde omgeving Voor prognoses van het energieverbruik van de verbruiksvormen elektriciteit en warmte tezamen zijn ontwikkelingen in de sector Gebouwde Omgeving als maatstaf gehanteerd. Gebaseerd op het energieverbruik van 2023 dekt dit 34% van het totaal verbruik. Aandeel verbruiksvormen elektriciteit en warmte t.o.v. totaal
Dekking sector Gebouwde Omgeving t.o.v. verbruiksvorm
Dekking totaal
48%
71%
34%
Voor de omvang van de gebouwde omgeving is een groei te verwachten. Zowel het aantal woningen als het oppervlak aan bedrijventerrein zal groeien t.o.v. de huidige situatie. Ramingen zijn gebaseerd op basis van data uit de omgevingsvisie verstrekt door de gemeente. Voor het aantal woningen is de toename geraamd op +16%, +25% en +28% (ten opzichte van 2023) in respectievelijk 2030, 2040 en 2050. Tot en met 2040 is de groei gebaseerd op de omgevingsvisie van de gemeente. Voor de periode van 2040 tot 2050 zijn in de omgevingsvisie geen plannen opgenomen. De raming voor die periode is opgesteld door de cijfers van de omgevingsvisie in verhouding tot de provinciale woningbouwveronderstellingen van CBS5 te extrapoleren. Voor de oppervlakte aan bedrijven is de groei geraamd op +4%, +8% en +13% (ten opzichte van 2023). De groei van deze uitsplitsing in woningen en bedrijven is naar rato van het huidige energieverbruik in de gebouwde omgeving verrekend. Wat betreft efficiëntie van de gebouwde omgeving is de verwachte autonome ontwikkeling dat woningen en bedrijven in de toekomst minder energie per eenheid nodig zullen hebben, onder andere door toepassing van betere isolatie en efficiëntere (elektrische) warmte- en koude-oplossingen. Als maatstaf hiervoor is informatie uit de Klimaat- en Energieverkenning 2024 (PBL) gehanteerd.
Voor de gebouwde omgeving wordt hierin een raming tot en met 2035 gegeven die gebaseerd is op “vastgesteld, voorgenomen en geagendeerd beleid”. Het rapport geeft waarden voor finaal energieverbruik door toepassing van wet- en regelgeving. Deze waarden zijn geëxtrapoleerd naar gemiddelde besparingen van -18%, -35% en -48% (ten opzichte van 2023) in totaal finaal energieverbruik in 2030, 2040 en 2050. Hierbij wordt aangenomen dat gemeente De Ronde Venen het algemeen beleid volgt. In de gebouwde omgeving wordt steeds vaker de overstap gemaakt van aardgas naar elektrische oplossingen (bijv. warmtepomp) voor het leveren van warmte. Hierdoor treedt er een verschuiving op in het energieverbruik; minder gasverbruik, meer elektriciteitsverbruik. Deze verschuiving is opgenomen in de ontwikkeling van efficiëntie; per eenheid (woning) is minder energie nodig voor dezelfde hoeveelheid warmte. Hoe de verdeling van de verbruiksvormen kwantitatief verschuift is niet onderzocht. 5
Woningbouwveronderstellingen op provinciaal niveau | CBS
17 juni 2025
CLICK HERE TO ENTER A DATE.
BK5924-MI-RP-250515-1008
9
In Tabel 1 zijn bovengenoemde ontwikkelingen m.b.t. de gebouwde omgeving doorgerekend naar een gecombineerde prognose voor energieverbruik in de verbruiksvormen elektriciteit en warmte. Hierbij zijn onzekerheidsmarges gehanteerd die aansluiten op bandbreedtes in de brondata. In de prognose is industrie en landbouw inbegrepen. In 2023 betrof dit 399 TJ van de 1635 TJ totaal voor elektriciteit en warmte (25%). Dit is inclusief gebouwgebonden en procesverbruik. Energieverbruik gebouwde omgeving Elektriciteit en warmte
2023
2030
2040
2050
Gemiddeld
TJ
1.635
1.496
1.275
1.049
Bovengrens
TJ
“
1.571
1.402
1.206
Ondergrens
TJ
“
1.421
1.147
891
Tabel 1 Prognose energieverbruik voor gebouwde omgeving, inclusief gebruik in industrie en landbouw
Verkeer en vervoer Voor prognose van energieverbruik in de verbruiksvorm verkeer en vervoer zijn ontwikkelingen in de sector Verkeer en Vervoer als maatstaf genomen. Gebaseerd op het energieverbruik van 2023 dekt dit 51% van het totaal verbruik. Aandeel verbruiksvorm verkeer en vervoer t.o.v. totaal
Dekking sector Verkeer en Vervoer t.o.v. verbruiksvorm
Dekking totaal
52%
98%
51%
De omvang van het verkeer en vervoer zal in de toekomst toenemen. Hiervoor is uitgegaan van data in de notitie Ontwikkeling Mobiliteit (PBL/CPB). Hierin worden scenario’s gegeven voor de procentuele ontwikkeling van hoeveelheid autoverkeer ten opzichte van 2014. Gecorrigeerd naar 2023 als index betreft het een toename van gemiddeld +10% in 2030 en +20% in 2040. Voor 2050 is een toename van 27% gehanteerd, dit ten opzichte van het jaar 2023. De efficiëntie van het verkeer en vervoer zal naar verwachting hoger worden. Er is sprake van een groeiend aandeel elektrisch aangedreven voertuigen in het totale wagenpark. Omdat elektrisch aangedreven voertuigen energie-efficiënter zijn dan voertuigen met een verbrandingsmotor resulteert dit in een overall energiebesparing. Voor de raming van de efficiëntie is informatie uit de Klimaat- en Energieverkenning 2024 (PBL) en het Dashboard Elektrisch Vervoer (RVO) gehanteerd. Op basis van deze rapportages is de gecombineerde ontwikkeling van het aandeel elektrische voertuigen en efficiëntie per voertuig bepaald. Daarmee is energiebesparing geraamd op -12% in 2030, -24% in 2040 en -32% in 2050, dit ten opzichte van het jaar 2023. Het groter wordende aandeel elektrische voertuigen zorgt voor een daling in energieverbruik. Door de verschuiving van type energiebron van fossiele- en biobrandstoffen naar elektriciteit zal ook de CO2uitstoot dalen.
In de definitie klimaatneutraal zal verkeer en vervoer ‘vanzelf’ verduurzamen omdat de CO2-uitstoot (naar verwachting sterk) zal dalen. In de definitie “energieneutraal” is er nog steeds energieverbruik, dat gecompenseerd moet worden met opwek van duurzame energie. Ook vanwege de toenemende elektrificatie zal een (groot) deel van het hier berekende verbruik uiteindelijk toegerekend moeten worden aan de verbruiksvorm elektriciteit.
17 juni 2025
CLICK HERE TO ENTER A DATE.
BK5924-MI-RP-250515-1008
10
In Tabel 2 zijn bovengenoemde ontwikkelingen m.b.t. verkeer en vervoer doorgerekend naar prognoses voor energieverbruik. Hierbij zijn onzekerheidsmarges gehanteerd die aansluiten op bandbreedtes in brondata.
Energieverbruik verkeer en vervoer Verkeer en vervoer
Huidig
2030
2040
2050
Gemiddeld
TJ
1.744
1.682
1.605
1.528
Bovengrens
TJ
“
1.766
1.765
1.757
Ondergrens
TJ
“
1.598
1.444
1.298
Tabel 2 Prognose energieverbruik verkeer en vervoer
Prognose zonder besparing Figuur 6 geeft de prognose weer voor het energieverbruik van gemeente De Ronde Venen tot en met 2050, met de veronderstelling dat er geen besparing plaatsvindt.
Prognose verbruik, zonder besparing (TJ) 4.500 4.000 3.500 3.000
3.654 3.379 3.379 3.379
3.798
3.480
3.866
3.452
3.362
3.306 3.107 2.857
2.500
2.000
Verwacht energieverbruik, onderen bovengrens
Gemiddeld verwacht energieverbruik
1.500 1.000 500 Huidig
2030
2040
2050
Figuur 6 Prognose energieverbruik zonder besparing
De prognose energieverbruik ‘zonder besparing’ gaat uit van een scenario waarin geen besparingsmaatregelen worden toegepast op bestaande gebouwde omgeving. Er wordt vanuit gegaan dat de bestaande woningbouw en bedrijven evenveel energie per woning of hectare verbruiken als in de huidige situatie (m.a.w. de efficiëntie-factor is achterwege gelaten). In de overige onderdelen van de prognose - nieuwe woningen en bedrijven en de ontwikkeling in verkeer en vervoer – is de efficiëntie wel doorberekend.
17 juni 2025
CLICK HERE TO ENTER A DATE.
BK5924-MI-RP-250515-1008
11
In vergelijking met de prognose energieverbruik (Figuur 5) geeft dit een grove indicatie van het effect wanneer er niet in lijn met het algemene beleid ingezet wordt op besparen. Dat is namelijk dat het gemiddeld verbruik min of meer gelijk blijft.
4.2
Potentieel hernieuwbare energie 691 tot 799 TJ in 2050
Figuur 7 geeft de prognose weer voor het potentieel aan hernieuwbare energie in gemeente De Ronde Venen tot en met 2050. In de prognose is voor alle bekende projecten en initiatieven de potentiële opbrengst per jaar vanaf verwachte jaar van ingebruikname in kaart gebracht.
Prognose hernieuwbaar (TJ) 900 799
770
800
745
730
700
691
600
691 Verwachte opwek (onder- en bovengens)
500 384 400 300
323 323
Gemiddelde verwachte opwek
361
323
339
2023
2030
200 100 2040
2050
Figuur 7 Prognose hernieuwbare energie tot en met 2050
In de prognose voor hernieuwbare energie is onderscheid gemaakt in de mate van invloed die de gemeente in beginsel heeft; enerzijds initiatieven die onderdeel zijn van het beleid en anderzijds autonome ontwikkelingen. Bij initiatieven in beleid zijn de plannen redelijk concreet en is aangenomen dat deze met redelijke zekerheid gerealiseerd zullen worden. De gezamenlijke potentiële opwek van deze initiatieven vormt de ondergrens van de prognose voor hernieuwbare energie. Dit potentieel is te zien door de stijging van de donkergroene balken vanaf 2040 in de grafiek. Bij autonome ontwikkelingen is er in het huidige gemeentelijk beleid geen sprake van of mogelijkheid tot stimulering dan wel realisatie van ontwikkelingen. De omvang voor de jaren 2030, 2040 en 2050 is gebaseerd op landelijke prognoses. De maximale opbrengst van deze initiatieven vormt de bovengrens van de prognose.
Huidige opwek Huidige opwek
2023
2024
Elektriciteit - Zon op (grote) daken
55 TJ
58 TJ
Elektriciteit - Zon op particuliere daken
77 TJ
90 TJ
17 juni 2025
CLICK HERE TO ENTER A DATE.
BK5924-MI-RP-250515-1008
12
Elektriciteit - Zon op land
0 TJ
0 TJ
Elektriciteit - Wind
23 TJ
23 TJ
Warmte
62 TJ
63 TJ
Verkeer en vervoer (biobrandstof)
106 TJ
105 TJ
Totaal
323 TJ
339 TJ
Tabel 3 Huidige opwek
Initiatieven in beleid Tabel 4 geeft een overzicht van initiatieven voor opwek van hernieuwbare energie ‘in beleid’. Potentieel initiatieven in beleid
Vanaf
Prognose
Elektriciteit - Zon op (grote) daken
2032
+ 34 TJ
Elektriciteit - Zon op land
2032
+ 318 TJ
Totaal
+ 352 TJ
Tabel 4 Initiatieven hernieuwbare energie 'in beleid'
Er zijn twee initiatieven bekend die met redelijke grote zekerheid bijdragen aan het potentieel voor hernieuwbare energie. Beide initiatieven gaan om zonne-energie. • Zon op (grote) daken: de gemeente geeft aan dat in 2024 hier 58 TJ gerealiseerd was (55 TJ in 2023) en dat er een uitbreiding te verwachten van 34 TJ. Vanwege netcongestie stimuleert de gemeente momenteel niet in dit initiatief. Daardoor is de verwachting dat de extra opbrengst rond 2032 beschikbaar is. • Zon op land: gemeentelijk beleid tot 2030 is gericht op extra opbrengst van 318 TJ. De opschorting van SDE+ vanaf 2026 heeft hier invloed op. Ook hier is de verwachting dat vanwege netcongestie dit potentieel in 2032 wordt gerealiseerd. De twee initiatieven zijn samen goed voor 352 TJ. Beperkende factoren voor realisatie van deze initiatieven zijn netcongestie en kosten voor teruglevering van energie. De som van de bekende huidige opwek in 2024 (339 TJ) en het totale potentieel aan hernieuwbare energie ‘in beleid’ (352 TJ) is 691 TJ en vormt de ondergrens vanaf 2040 in de prognose van hernieuwbare energie. Het RES bod van de gemeente voor 2030 is terug te lezen in de cijfers: • 92 TJ zonnepanelen op grote daken → 58 TJ gerealiseerd in 2024 (in tabel 3) + 34 TJ potentieel Zon op (grote) daken (in tabel 4); • 318 TJ zonnevelden in de zoekgebieden → 318 TJ potentieel Zon op land (in tabel 4).
Vormen van opwek die niet ingezet worden: • Wind: het opwekken van energie uit wind wordt momenteel uitgesloten; • Warmte: er is geen beleid op warmte uit bijvoorbeeld biomassa, geo- of zonthermie; • Groen gas: er is geen beleid voor produceren van groen gas.
17 juni 2025
CLICK HERE TO ENTER A DATE.
BK5924-MI-RP-250515-1008
13
Autonome ontwikkelingen Tabel 5 geeft een overzicht van autonome ontwikkelingen die mogelijk een bijdrage leveren aan opwek van hernieuwbare energie. Potentieel autonome ontwikkelingen
2030
2040
2050
Elektriciteit - Zon op particuliere daken
+ 9 TJ
+ 66 TJ
+ 166 TJ
Verkeer en vervoer (biobrandstof)
+ 36 TJ
+ 14 TJ
- 57 TJ
Totaal
+ 45 TJ
+ 80 TJ
+ 108 TJ
Tabel 5 Initiatieven hernieuwbare energie vanuit autonome ontwikkelingen
Naast de initiatieven die ‘in beleid’ van de gemeente liggen (Tabel 4) is er vanuit autonome ontwikkelingen ook extra opbrengst te verwachten op twee autonome ontwikkelingen: • Zonnepanelen op particuliere daken. Voor de raming van deze opbrengst is gebruik gemaakt van de Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050, waarin netbeheerders scenario’s opgesteld hebben voor het energiesysteem in 2050. Uit deze scenario’s zijn gemiddelde opbrengsten bepaald, die vervolgens naar rato van aantal woningen voor gemeente De Ronde Venen zijn vertaald naar extra opbrengsten t.o.v. huidige opbrengst. Dit komt uit op een extra opbrengst d.m.v. zon op woningen van 9, 66 en 166 TJ in resp. 2030, 2040 en 2050. • Hernieuwbare energie voor verkeer en vervoer (biobrandstof). De “opwek” betreft hier de bijmenging van biobrandstof in fossiele brandstoffen. Het verplichte minimum percentage bijmenging lag in 2023 rond 19%. De verwachting is dat dit percentage in de toekomst zal toenemen6. In combinatie met de toename van het totaal volume verkeer en vervoer is hiermee een stijging van de hoeveelheid biobrandstof (en dus “opwek”) te verwachten. Echter, vanwege elektrificatie is er tegelijkertijd een afnemend aandeel fossiele brandstof in verkeer en vervoer, waardoor ook het aandeel biobrandstof verkleint. De raming is dat het gebruik van biobrandstof in 2030 en 2040 nog een toename van resp.
36 en 14 TJ oplevert. In 2050 zal het aandeel fossiele brandstof dusdanig klein zijn dat de toename van biobrandstof door bijmenging en groter volume verkeer en vervoer niet meer opweegt tegen de afname door verschuiving naar elektriciteit. De “opwek” zal dan lager zijn dan in 2023, namelijk -57 TJ.
6
Zie Hoogte jaarverplichting voor Vervoer 2022-2030 | Nederlandse Emissieautoriteit
17 juni 2025
CLICK HERE TO ENTER A DATE.
BK5924-MI-RP-250515-1008
14
5.
Opgave voor 2050 is groot
5.1
Opgave 2050 is niet haalbaar met huidig beleid
Figuur 8 geeft de gecombineerde prognose voor energieverbruik en potentieel hernieuwbare energie weer tot en met 2050.
Prognose energiebalans (TJ) 4.000 3.500 3.000
3.379 3.379 3.379
3.337
3.168 2.963
3.178 2.880
3.019
2.576
2.500
2.592
2.000
2.190
1.500 799
770
1.000
Huidig
691
339
323
-
691
361
323
745
730
384
323
500
2030
2040
2050
Verbruik ondergrens
Verbruik bovengrens
Potentieel hernieuwbare energie, pijplijn
Potentieel hernieuwbare energie, lange termijn
Gemiddeld verwacht energieverbruik
Gemiddelde verwachte opwek
Figuur 8 Prognose energieverbruik en potentieel hernieuwbare energie gecombineerd
Vanwege de grote onzekerheidsmarge is het lastig harde uitspraken te doen voor 2050. Het is echter wel aannemelijk dat er in alle scenario’s een tekort aan duurzame opwek is. In 2050 is gemiddeld genomen het verbruik geraamd op 2.576 TJ en het potentieel hernieuwbare energie op 745 TJ. Aangezien het verbruik dan groter zou zijn dan de opwek is dat niet energieneutraal te noemen. Er is een gemiddeld te verwachten tekort van ruim 1.800 TJ. Daarbij is aangenomen dat: • Beide initiatieven ‘in beleid’ volgens verwachting doorgaan, zodat de extra 352 TJ bovenop de huidige opwek tussen 2030 en 2040 gerealiseerd wordt; • Daarnaast dat (minstens) de helft van de 108 TJ van het ‘autonome’ potentieel verwezenlijkt wordt; • De gemeente zich ook aan de verbruik-kant inzet om energiebesparing te realiseren, zodat het verbruik op (of onder) het verwachte gemiddelde van 2.576 TJ uitkomt.
17 juni 2025
CLICK HERE TO ENTER A DATE.
BK5924-MI-RP-250515-1008
15
5.2
Aanbevelingen
Samenvattend: om energieneutraliteit te bereiken is op hoofdlijnen een aantal oplossingsrichtingen te noemen: • Inzetten op energiebesparing en verduurzaming van woningen, bedrijven en eigen organisatie; het verbruik van energie terugdringen door preventie en besparende maatregelen, denk hierbij aan isoleren, inzetten van warmtepompen en zonneboilers; • Inzetten op realisatie van de geplande initiatieven voor hernieuwbare energie ‘in beleid’ vóór 2030, maar dit is lastig te realiseren door netcongestie; • Verkennen of heroverwegen van mogelijkheden voor ‘nieuw’ potentieel van hernieuwbare energie. Daarbij ook hernieuwbare energiebronnen anders dan zon overwegen. Denk bijvoorbeeld aan toepassing van windenergie en het uitfaseren van aardgas door toepassen van warmtenet; • Onderzoeken van nut, mogelijkheden en wenselijkheid van inzet energieopslag, zoals bijvoorbeeld batterij en hoge- en middentemperatuur opslag van warmte (respectievelijk HTO en MTO); • Onderzoek optimalisatie van energiemix, opwek- en verbruiksmomenten; inzetten van verschillende type bronnen van hernieuwbare energie, eventueel in combinatie met energieopslag kan leiden tot efficiëntere benutting van energie. • Inzetten op/ faciliteren van maximale energieprestatie voor gebouwen bij nieuwbouw van woningen en bedrijven (BENG). • Faciliteren elektrisch vervoer d.m.v.
slaadpalen; naast energiebesparing draagt elektrisch vervoer vooral bij aan de bredere ambitie klimaatneutraal door vermindering van CO2-uitstoot • “Slimme” oplossingen, waarbij de vraag naar elektriciteit gestuurd wordt, doorvoeren in de warmtetransitie en elektrisch vervoer, zodat de effecten van netcongestie verzacht worden. • Samen met bedrijven transitie naar energieneutraal nader verkennen, i.h.b. de grotere bedrijven die EED plichtig zijn. Dit betreft bedrijven die buiten het MKB vallen (op basis van fte, jaaromzet en totaalbalans). Deze grote bedrijven vallen in de sectoren industrie, landbouw of commerciële dienstverlening, welke in 2023 goed zijn voor resp. 6,3%, 5,5% en 7,6% van het energieverbruik. Hoe groot het aandeel van de grote bedrijven in de sectoren is, is niet bepaald.
17 juni 2025
CLICK HERE TO ENTER A DATE.
BK5924-MI-RP-250515-1008
16
Bijlage 1 – Bronnenlijst 1. Samengevatte informatie uit o.a. de Omgevingsvisie 2040 en de Bedrijventerreinenstrategie van gemeente De Ronde Venen, verstrekt door Ivar Dorst 2. Regionale Klimaat Monitor 3. Voorraad woningen en niet-woningen (CBS) 4. Klimaat- en Energieverkenning 2024 (PBL) 5. Dashboard Elektrisch Vervoer (RVO) 6. Notitie Ontwikkeling Mobiliteit (PBL-CBP) 7. Waarom de elektromotor qua efficiency de beste is (autoweek.nl) 8. Protocol Monitoring Hernieuwbare Energie (RVO) 9. CO₂-emissiefactoren (co2emissiefactoren.nl) 10. Feiten en cijfers SDE (RVO) 11. Klimaatneutrale mobiliteit in 2050 (PBL) 12. Ruimtelijke Verkenning 2023 - Scenario's voor de inrichting van Nederland in 2050 (PBL) 13. Kaarten bestuurlijke grenzen (Atlas Leefomgeving) 14. Rapportage Energie voor Vervoer in Nederland 2019 (Nederlandse Emissieautoriteit) 15. Hoogte jaarverplichting energie voor vervoer 2022-2030 (Nederlandse Emissieautoriteit) 16. Algemeen Energie voor Vervoer 2022-2030 (Nederlandse Emissieautoriteit) 17. Biobrandstoffen in Mobiliteit (natuurenmilieu.nl) 18. Woningbouwveronderstellingen op provinciaal niveau (CBS)
17 juni 2025
CLICK HERE TO ENTER A DATE.
BK5924-MI-RP-250515-1008
17
Bijlage 2 – Definities Bio-energie. Energie uit biomassa zoals hout(snippers), mest, bio-olie, organisch afval, biogas en groen gas (biogas opgewaardeerd tot aardgaskwaliteit). Biobrandstof betreft specifiek de energie uit biomassa die ingezet wordt in de vervoersector, zoals biodiesel, bio-ethanol, biogas en bio-butanol. Circulaire Economie. Een economisch systeem dat de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen maximaliseert en waarde-vernietiging minimaliseert. In de circulaire economie worden producten en materialen hergebruikt en behouden grondstoffen hun waarde. Duurzame of hernieuwbare energie. Energie (warmte, elektriciteit en brandstoffen) uit bronnen die hernieuwbaar zijn. Voorbeelden zijn zonne-energie, windenergie, aardwarmte, bio-energie en waterkracht. Energie uit afval wordt voor 54% aangemerkt als bio-energie omdat het afval voor een deel uit biomassa bestaat. Bij bio-energie komt CO2 vrij. Omdat deze CO2 niet fossiel maar kort cyclisch is, wordt niet bijgedragen aan de opwarming van de aarde. Energiebeleid. Beleid gericht op het besparen van energie en het gebruik van meer hernieuwbare energie. Energieneutraal. Situatie waarbij de vraag naar energie volledig gedekt wordt uit hernieuwbare bronnen. Er is geen fossiele energie meer nodig.
Er is geen CO2-uitstoot meer die bijdraagt aan het broeikasgaseffect en daarmee aan de temperatuurstijging van onze aarde. Finaal energieverbruik. Zoals gedefinieerd in de Energy Efficiency Directive (EED) is het energieverbruik door eindverbruikers in de sectoren industrie, gebouwde omgeving, landbouw en mobiliteit inclusief de internationale luchtvaart. Het gebruik van omgevingswarmte door warmtepompen telt volgens de EEDdefinitie niet mee in het finaal energieverbruik. Fossiele energie. Energie uit bronnen die eindig zijn en waarbij CO2 wordt uitgestoten die bijdraagt aan de opwarming van de aarde. Fossiele energiebronnen zijn aardgas, aardolie en steenkool. Klimaatbeleid. Beleid gericht op tegengaan gevolgen klimaatverandering (adaptatie) en het aanpakken van de oorzaken van klimaatverandering (mitigatie). Klimaatneutraal. Situatie waarbij geen broeikasgassen van niet hernieuwbare bronnen meer worden uitgestoten. Naast CO2 zijn dit bijvoorbeeld methaan (CH4) en lachgas (N2O) die vrijkomen in de landbouw. Kort cyclische CO2. CO2 dat vrijkomt bij het verbranden of verrotten van biomassa en die tot ongeveer 50 jaar daarvoor is vastgelegd bij de groei van biomassa. Per saldo neemt de CO2-concentratie in de atmosfeer hierdoor niet toe. Terajoule, afgekort TJ. Hoeveelheid energie waarmee in de energievisie wordt gewerkt.
Elke energiehoeveelheid, zoals m3 aardgas, kWh elektriciteit en liter benzine wordt omgerekend naar TJ. Bij de kWh elektriciteit wordt dit gedaan door het berekenen van de hoeveelheid brandstof die nodig is in een elektriciteitscentrale om deze kWh te produceren. Gerekend wordt met een gemiddeld rendement van de elektriciteitscentrale van 44,6% (in 2023).
17 juni 2025
CLICK HERE TO ENTER A DATE.
BK5924-MI-RP-250515-1008
18
Trias Energetica. Trias Energetica is een maatschappelijk breed gedragen stappenplan om op een duurzame manier met energie om te gaan. De drie stappen zijn: 1. Gebruik zo min mogelijk energie (bijvoorbeeld door isolatie) 2. Gebruik duurzame energie (bijvoorbeeld zonne- of windenergie) 3. Gebruik energie van uitputbare bronnen (aardgas, kolen) zo slim en schoon mogelijk
17 juni 2025
CLICK HERE TO ENTER A DATE.
BK5924-MI-RP-250515-1008
19