CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen

Politieke commissie 22 mei 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119, De Hoef’3.652 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BESTEMMINGSPLAN DE HOEF OOSTZIJDE 119, DE HOEF

Nota van zienswijzen & ambtshalve aanpassingen

1. Inleiding Toelichting Vanaf 16 december 2023 heeft het ontwerpbestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119, De Hoef’ gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Planologisch is er nu een agrarisch bedrijf met een recreatieve neventak. Het nieuwe bestemmingsplan maakt een wijziging naar een recreatieve bestemming mogelijk, waarbij de recreatieve bebouwing/activiteiten worden uitgebreid. Wettelijk kader Het plan voor het uitbreiden van het recreatief bedrijf ter vervanging van het agrarisch bedrijf past niet binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied-West’. Om de gewenst ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken wordt dan ook een bestemmingsplanprocedure ex artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening doorlopen. Zienswijze Het ontwerpbestemmingsplan De Hoef Oostzijde 119, De Hoef heeft vanaf 16 december 2023 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. In deze periode stond voor een ieder de mogelijkheid open om hun zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad kenbaar te maken. Hierop is 1 (één) reactie binnengekomen. Opzet Een uitwerking van de zienswijze en de gemeentelijke reactie treft u in hoofdstuk 2 aan. Per zienswijze is de inhoudelijke strekking daarvan zakelijk weergegeven. Vervolgens wordt per zienswijze de inhoudelijke reactie van de gemeente weergegeven. Hoofdstuk 3 geeft inzicht in de onderdelen die ten opzichte van het ontwerp zijn gewijzigd.

Het betreft wijzigingen die voortkomen uit de ingebrachte zienswijze en ambtelijke wijzigingen.

2

2. Beantwoording zienswijzen 1. XXX, De Hoef Oostzijde XXX, 1426 AJ De Hoef Ontvangstdatum 25-01-2024 Ontvankelijk Inhoud zienswijze Reactie gemeente A Huidige situatie In het bestemmingsplan wordt de huidige situatie De indiener stelt dat de beschrijving van correct beschreven. Er is aangegeven welke de huidige situatie onjuist en misleidend faciliteiten aanwezig zijn en wat het huidig is. Er wordt gesuggereerd dat de gebruik is. Daarbij staat in de toelichting onder agrarische activiteiten pas recentelijk zijn het kopje "bestaand gebruik" niet vermeld dat er beëindigd, terwijl er momenteel geen nog een agrarisch bedrijf actief is op deze sprake is van zowel een agrarisch bedrijf locatie. als een vergund recreatiebedrijf. Ten tijde van de onderzoeken was de situatie ook Om het onderscheid tussen de niet in lijn met wat er beschreven is, planologische/vergunde situatie en de feitelijke waardoor de relevantie van de situatie te verduidelijken, zijn de toelichting en onderzoeken in twijfel wordt getrokken. bijbehorende onderzoeken hierop herzien, voor zoverre dit in de huidige onderzoeken anders De indiener verzoekt om de beschrijving was dan beschreven. Deze herschrijving heeft van het huidige gebruik te herzien en geen invloed gehad op de conclusies van de deze mee te nemen in de onderzoeken. onderzoeken.

Onderdeel F van deze zienswijze gaat verder in op de beschrijving van de huidige situatie met betrekking tot de verkeersbewegingen. B Participatie en verslaglegging De indiener stelt dat het participatieverslag van 4 april 2022 onvolledig is en dat er een toezegging is gedaan dat de eerdere reactie (bijlage 1 van de zienswijze) zou worden opgenomen in dit verslag. Hij verzoekt om de eerdere reactie toe te voegen aan het participatieverslag. Daarnaast wordt aangegeven dat er na een specifiek verzoek (d.d. 5 juni 2023) van de gemeente, geen verdere participatie heeft plaatsgevonden en er geen aanpassingen zijn doorgevoerd op basis van de eerdere participatie.

Conclusie: zienswijze is deels gegrond De reactie van het oorspronkelijke participatieverslag is, zoals beloofd, in het dossier opgenomen. Echter, omdat het verslag door een derde partij is opgesteld, is het niet aangepast. Om aan het verzoek te voldoen, zal de persoonlijke weergave van het gesprek van 4 april 2022 als bijlage worden toegevoegd aan de toelichting van het bestemmingsplan. Na 5 juni 2023 heeft de initiatiefnemer ervoor gekozen om geen nieuw vooroverleg aan te vragen, maar direct te starten met de bestemmingsplanprocedure. Tijdens deze procedure zijn er wettelijk vastgestelde participatiemomenten. Hieraan is voldaan. De opmerkingen die tijdens het participatietraject zijn gemaakt, zijn meegenomen en betrokken in de verdere planvorming.

C Schaalvergroting De indiener stelt dat buiten het plangebied extra voorzieningen aanwezig zijn, zoals enkele steigers aan de waterkant, en verwacht dat er enkele camperplaatsen zullen worden toegevoegd, die gekoppeld zijn aan dit recreatiecomplex, maar die niet zijn meegenomen in de planvorming. De indiener verwacht dat er in de

Conclusie: zienswijze is ongegrond Indiener merkt terecht op dat de steigers aan de waterkant en het terrein De Kandelaar buiten het plangebied vallen en geen deel uitmaken van het voorliggend plan. Initiatiefnemer heeft besloten voor de ontwikkelingen op de Kandelaar een apart verzoek in te dienen. Dit staat initiatiefnemer vrij en hiervoor is een aparte ruimtelijke procedure doorlopen, Dit verzoek is inmiddels beoordeeld op ruimtelijke haalbaarheid en na afweging van

3

toekomst een uitbreiding van de recreatieve functie zal worden aangevraagd. Deze uitbreiding zal bestaan uit 6 tot 8 camperplaatsen voor het terrein De Kandelaar, ten noorden van de locatie. Hij verzoekt om de camperplaatsen waar relevant mee te nemen in het bestemmingsplan. De indiener trekt de kleinschaligheid van de gevraagde en verwachte ontwikkeling in twijfel en verzoekt het recreatiecomplex kleinschalig te houden. Enkel kleinschalige verblijfsaccommodaties en activiteiten zijn volgens de Visie Verblijfsrecreatie toegestaan in het buitengebied. Daarnaast vraagt hij zich af of de recreatieve groei wel in lijn is met de visie op het buitengebied en de visie op verblijfsrecreatie van De Ronde Venen. D Overlast recreatieve functie bestaand en toekomst De indiener stelt dat er momenteel al aanzienlijke verkeersproblematiek is in dit deel van De Hoef, waarover de gemeente al contact heeft gehad met het Dorpscomité. Met het voorgestelde plan zal de verkeersdrukte toenemen, wat de problemen alleen maar zal verergeren. De combinatie van een toenemend aantal verkeersbewegingen van zowel weggebruikers als recreanten zal naar verwachting regelmatig leiden tot onveilige situaties op de smalle dijk en langs de waterkant.

De indiener betwijfelt of verschillende overheidsinstanties wel voldoende aandacht hebben besteed aan de verkeersveiligheid en verzoekt om de huidige veiligheidssituatie te beoordelen.

de verschillende belangen is besloten de aanvraag voor camperplaatsen te vergunnen. De ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt zijn in overstemming met het gemeentelijk (recreatief) beleid en de gemeentelijke visie op verblijfsrecreatie. De gemeente staat open voor een gematigde groei van verblijfsrecreatie, ook in het buitengebied. Het belangrijkste criterium is of deze ontwikkelingen passen binnen het cultuurlandschap van het gebied. De ontwikkeling van recreatiewoningen heeft hier geen invloed op vanwege de inpandige verbouwing. De voorgestelde ontwikkeling wordt daarom als passend beschouwd voor deze locatie in het buitengebied. Bovendien sluit de ontwikkeling aan bij de gemeentelijke wens van een gematigde groei van recreatieve voorzieningen. Conclusie: zienswijze is ongegrond Het contact met het Dorpscomité richtte zich voornamelijk op de bochtige aard van de weg en het intensieve gebruik ervan door fietsers en vrachtverkeer. De conclusies die voortkwamen uit dit contact zullen naar verwachting niet veranderen en zullen niet worden beïnvloed door de voorgestelde toename van het verkeer. Uit het verkeersonderzoek is gebleken dat de weg een zogenaamde erftoegangsweg type 2 is, met een capaciteit van circa 800 tot 1000 motorvoertuigen per etmaal.

Op basis van de verhardingsbreedte en om bermschade te voorkomen, wordt een intensiteit van circa 350 tot 400 motorvoertuigen aanbevolen. Hierbij is ook rekening gehouden met het aantal vrachtwagens dat over deze weg rijdt; dit aantal zal echter verminderen met deze ontwikkeling. Het aantal te verwerken verkeersbewegingen is dus bepaald met inachtneming van zowel de wegbreedte als de berm. Het beoordelen van de verkeersveiligheid is aan de gemeente en niet aan de provincie of het waterschap. Naar aanleiding van het uitgevoerde verkeersonderzoek, inclusief nieuwe verkeertelling, heeft de gemeente geconcludeerd dat het aspect verkeer geen belemmeringen oplevert en dat de weg de huidige verkeersbewegingen en verwachte toename veilig kan verwerken.

E Onvoldoende parkeergelegenheid De indiener stelt dat volgens de parkeernormen van de gemeente er te weinig parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Hoewel de juiste

Conclusie: zienswijze is ongegrond Met deze ontwikkeling moeten 96 parkeerplaatsen worden gerealiseerd volgens de parkeernormen, en hieraan zal worden voldaan. Middels een herberekening en door onderscheid te maken tussen het hoog- en laagseizoen is de

4

hoeveelheid tekstueel is opgenomen, ontbreken er in het landschappelijk inpassingsplan 8 parkeerplaatsen.

F Verkeersbewegingen De indiener betwist de representativiteit van de verkeerstelling uit april 2021, aangezien deze werd uitgevoerd tijdens de periode van meerdere coronamaatregelen. Om een realistisch beeld te verkrijgen, benadrukt de indiener de noodzaak van een correctiefactor. Zelfs bij een conservatieve correctiefactor van slechts 1,5 wordt de wegcapaciteit overschreden, wat potentiële risico's met zich meebrengt, zoals bermschade en een verslechtering van de verkeersveiligheid. De grotere verkeersintensiteit dan aangegeven in het onderzoek werpt twijfels op over de nauwkeurigheid ervan. De indiener verzoekt daarom om een herziening van het verkeersonderzoek, met name wat betreft de mechanische telling. Bovendien wordt specifiek gevraagd om de piekdagen te analyseren en te beoordelen of de toenemende verkeersdruk nog steeds overeenkomt met de visie op het buitengebied.

parkeereis hoger uitgevallen dan oorspronkelijk opgenomen. Zowel de toelichting, de situatietekeningen als het landschappelijk inpassingsplan zullen worden herzien met het nieuwe aantal parkeerplaatsen. Wanneer er minder parkeerplekken dan de vereiste parkeerplekken worden gerealiseerd, zal de gemeente handhavend optreden. Conclusie: zienswijze is gegrond In het verkeersonderzoek is een onderbouwing aanwezig waarom de coronamaatregelen beperkte invloed hebben gehad op de mechanische telling. Langs deze weg zijn voornamelijk agrarische en recreatieve functies aanwezig, die tijdens de coronamaatregelen doorgingen. Daarentegen werd in het verkeersonderzoek uitgegaan van een agrarische bedrijfsvoering, zoals gesteld onder punt A in deze zienswijze. Echter, deze bedrijfsvoering was ten tijde van het onderzoek feitelijk al enige tijd beëindigd. Dit is meegenomen in de nieuwe bijlage bij het verkeersonderzoek. In de periode van 15 t/m 28 maart 2024 zijn gemeentebreed meerdere mechanische tellingen uitgevoerd, waaronder ook op deze locatie. Uit deze tellingen kwam naar voren dat het aantal verkeerbewegingen zelfs lager lag dan de oorspronkelijke telling. De nieuwe tellingen zijn als bijlage bij de toelichting toegevoegd en in de toelichting zijn deze tellingen geëvalueerd en worden conclusies getrokken.

Met de nieuwe tellingen is gebleken dat er meer dan voldoende overige capaciteit is op de weg. Hierdoor zullen ook de hoeveelheid verkeersbewegingen op piekdagen goed verwerkt kunnen worden en zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk. De ontwikkeling is in lijn met het recent vastgestelde 'Mobiliteits- en Verkeersveiligheidsplan 2023-2030', waarin een visie en ambities zijn opgenomen met betrekking tot mobiliteit. Een van de ambities is dat er qua autobereikbaarheid zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van bestaande infrastructuur. Met deze ontwikkeling wordt enkel gebruik gemaakt van bestaande infrastructuur die de toename aan verkeersbewegingen ook aankan.

G Milieu: geluid en geur De indiener stelt dat de wijze waarop de afstanden zijn gemeten niet in overeenstemming is met de uitspraak van de Raad van State. Hierdoor liggen de

Conclusie: zienswijze is deels gegrond Volgens de uitspraak van de Raad van State dient de meting te worden uitgevoerd vanaf de grens van een milieubelastende bestemming tot aan de uiterste situering van de gevel van een woning of gevoelige functie (bouwvlak). Deze

5

functies, waaronder appartementen en een parkeerterrein voor 10 auto's, te dicht bij de naastgelegen woning, wat resulteert in geluids- en geuroverlast.

meetmethode is niet toegepast. Indien deze methode wel was toegepast, zou er in het huidige bestemmingsplan een afstand van ongeveer 10 meter zijn en in het voorliggende bestemmingsplan een afstand van ongeveer 19 meter. Met de nieuwe afstand van ongeveer 19 meter zouden zowel de richtafstanden voor geur als geluid worden overschreden. Het is echter belangrijk op te merken dat de afstanden in de VNG-brochure richtafstanden zijn, waarvan gemotiveerd kan worden afgeweken. Bij ontwikkelingen dient de planologische situatie van het huidige moment te worden vergeleken met de toekomstige situatie. Op dit moment staat het huidige bestemmingsplan veehouderij toe, wat resulteert in significant grotere richtafstanden voor geur. Hieronder is een tabel opgesteld waarin alle richtafstanden worden vergeleken met de werkelijke afstanden. Geur Geluid

Richtafstand bestaand 200 50

Richtafstand nieuw 30 50

Overschrijding bestaand (200-10) 190 (50-10) 40

Overschrijding nieuw (30-19) 11 (50-19) 31

De uiteindelijke overschrijding zal met dit plan juist verkleind worden. Hierdoor kan de conclusie in de toelichting gelijk blijven, waarin wordt aangegeven dat de milieuzonering geen belemmering vormt. H Permanente bewoning De indiener stelt dat het huidige gebruik van de recreatieappartementen in strijd is met de Visie Verblijfsrecreatie. Het gebruik is in strijd omdat de appartementen niet uitsluitend worden gebruikt voor recreatiedoeleinden, zoals bevestigd door de eigenaar volgens de indiener. De nieuwe appartementen dienen in overeenstemming te zijn met de visie, wat betekent dat ze alleen mogen worden gebruikt voor recreatieve doeleinden. De indiener vraagt naar het standpunt van de gemeente met betrekking tot deze strijdigheid en hoe hierop gehandhaafd zal worden.

Conclusie: zienswijze is gegrond Binnen de gemeente is momenteel geen informatie beschikbaar over eventuele strijdige gebruik van de betreffende recreatieappartementen. Indien er echter sprake is van dergelijk gebruik, zou dit inderdaad in strijd zijn met zowel de Visie Verblijfsrecreatie als het coalitieakkoord. Het voorliggende bestemmingsplan bepaalt dat permanente bewoning als strijdig gebruik wordt beschouwd. Op provinciaal niveau is het eveneens verboden om recreatieappartementen te gebruiken voor permanente bewoning. Gezien de ligging in het buitengebied zou dit worden beschouwd als verstedelijking. De gemeente zal, wanneer er in strijd met het bestemmingsplan wordt gehandeld, in overeenstemming met het gemeentelijk handhavingsbeleid handhavend optreden. Conclusie: zienswijze is ongegrond

6

3. Aanpassingen t.o.v. het ontwerpbestemmingsplan Als gevolg van de zienswijzen is het ontwerpbestemmingsplan op onderdelen gewijzigd. Naast deze wijzigingen van het ontwerpbestemmingsplan naar aanleiding van de binnengekomen zienswijze, zijn er ook een aantal ambtshalve aanpassingen. Het bestemmingsplan zal dan ook gewijzigd worden vastgesteld. Hieronder vindt u een overzicht van de aanpassingen. Aanpassingen naar aanleiding van zienswijzen Nummer 1-A

1–B

1–E

Aanpassing De toelichting wordt als volgt aangepast: - In paragraaf 2.1, de beschrijvingen van de huidige situatie worden aangescherpt en verduidelijkingen worden toegevoegd door onderscheid te maken tussen vergunde en feitelijke situatie. - In paragraaf 4.8, wordt de onjuiste beschrijving van het verkeersonderzoek aangegeven en een nieuwe beschrijving toegevoegd. De bijlage notitie intern salderen Wnb wordt als volgt aangepast: - De beschrijvingen van de huidige situatie worden aangescherpt en verduidelijkingen worden toegevoegd door te specificeren dat het om de vergunde situatie gaat bij de referentie. De bijlage buurtparticipatie wordt als volgt aangepast: - De oorspronkelijke reactie van de aanwezige bij de bijeenkomst van 4 april 2022 wordt toegevoegd aan de bijlage. Deze reactie is een persoonlijke weergave van het gesprek wat heeft plaatsgevonden. De toelichting wordt als volgt aangepast: - In paragraaf 4.8.2, wordt de bedrijfswoning met een parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per woning meegenomen. - In paragraaf 4.8.2, wordt een onderscheid gemaakt tussen het hoog- en laagseizoen. De huidige tekst kwam overeen met het hoogseizoen. Er zal een nieuwe berekening en toelichting worden toegevoegd voor het laagseizoen.

De bijlage landschappelijk inpassingsplan wordt als volgt aangepast: - In het inpassingsplan (bijlage 1 van de regels en bijlage 5 van de toelichting) worden de extra parkeerplaatsen toegevoegd.

1–F

1–G

De bijlages situatietekeningen worden als volgt aangepast: - Op de situatietekeningen (bijlage 3 en 4 van de toelichting) worden de extra parkeerplaatsen toegevoegd. De toelichting wordt als volgt aangepast: - In de toelichting onder paragraaf 4.8.1 worden de conclusies van de nieuwe tellingen opgenomen. De strekking blijft gelijk. - Er wordt een bijlage toegevoegd met de nieuwe tellingen en toelichting. De toelichting wordt als volgt aangepast: - In paragraaf 4.4.2, wordt de juiste manier van meten toegevoegd met een verbeelding en bijbehorende toelichting. Hiervoor blijft de conclusie gelijk, dat de milieuzonering geen belemmering vormt voor het plan.

7

Ambtshalve wijziging Regels, Artikel 4.2 onder b

Toelichting, Paragraaf 3.2.2

In artikel 4.2 onder b heeft een verschrijving plaatsgevonden bij de versie welke ter inzage is gelegd. Deze verschrijving te herstellen, zie rood voor de wijziging. Type bouwwerk

Maximaal aantal per bouwvlak

Maximale goothoogte

Maximale bouwhoogte

Hoofdgebouw bedrijfswoning bijgebouwen bij de bedrijfswoning overkappingen bij de bedrijfswoning bedrijfsgebouwen / centrale voorzieningen overkappingen bij bedrijfsgebouwen sanitair ruimtes recreatieruimte/ horecaruimte recreatief nachtverblijf ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – recreatief nachtverblijf’; schuilgelegenheid

bestaand

3,5 m

*

Maximale inhoud/ oppervlakte per bouwvlak 700 m3

-

3m

5m

50 m2

-

-

3m

30 m2

-

4,5 m

8m

bestaand

-

-

3m

bestaand

bestaand bestaand 21

4,5 m 4,5 m

8m 8m

70 m2 236 m2

4,5 m

8m

-

één

-

bestaand

bestaand

In paragraaf 3.2.2 zal de titel van de omgevingsverordening van de provincie Utrecht worden aangepast omdat hier de titel van voor de inwerkingtreding van de omgevingswet staat. Zie rood voor de wijzigingen. 3.2.2 Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht Ook de Interim Omgevingsverordening (die sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet louter Omgevingsverordening heet) is op 10 maart 2021 vastgesteld. In deze verordening staan de juridische regels die bij de Omgevingsvisie horen. …

Toelichting, Paragraaf 4.6

In paragraaf 4.6 zal de reactie van het waterschap, welke half december is ontvangen, worden verwerkt. De toelichting zal worden uitgebreid, zie rood voor de toevoeging. 4.6 Water … Uit de landschappelijke inpassing volgt dat er knotwilgen langs de sloot worden gepland. Dit vermoeilijkt onderhoud van de sloot. De afstand tussen de knotwilgen zal echter dusdanig groot zijn, dat initiatiefnemer nog op de juiste wijze onderhoud kan verrichten aan de sloot en het blad hieruit kan verwijderen. Daarnaast ligt de planlocatie langs een regionale kering. Dit zorgt voor beperkingen voor het bouwen van bouwwerken en het uitvoeren van werkzaamheden. Op het talud wordt niet gebouwd. Ook worden er geen bomen en struiken gepland of gerooid binnen dit deel van het plangebied. De beoogde fruitboomgaard zal niet op het talud van de waterkering worden gepoot.

Toelichting, Paragraaf 4.7

In paragraaf 4.7 zal de onderbouwing rondom de propaantank worden aangepast. Vanwege hoge werkdruk vlak voor de inwerkingtreding van de omgevingswet is er vertraagd advies binnengekomen wat nu verwerkt is. Met het ontvangen advies kan de propaantank blijven staan op de huidige plaats, maar wel met extra veiligheidsmaatregelen. De veiligheidsafstanden en toelichting hiervan zullen worden toegevoegd, zie rood voor wijzigingen. 4.7 Externe veiligheid … Inrichting …

8

Er is geen sprake van PR 10-6 risicocontouren rondom de propaantanks, de veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit zijn van toepassing. Dit betekent voor betreffende tanks dat er tot (beperkt) kwetsbare objecten van andere inrichtingen een afstand van minimaal 25 15 meter dient te zijn (opslagtank met propaan > 5 m3 en < 13 m3, bevoorrading > < 5 keer per jaar). De afstand tussen het plangebied en betreffende tanks voldoet gezien het bovenstaande ruimschoots aan deze minimaal benodigde afstand. Daarnaast is binnen het eigen plangebied tevens een propaantank aanwezig. Deze wordt niet verplaatst ten opzichte van de huidige situatie. De aanwezige propaantank heeft een inhoud van 8 m3 en wordt 4 tot 5 keer per jaar gevuld. Voor de propaantank binnen de eigen inrichting geldt op grond van de Publicatie Gevaarlijke Stoffen (PGS) nummer 19 het Activiteitenbesluit een minimale afstand van 7,5 meter (helft van 15 meter) op interne objecten. Ongeacht de functie van het gebouw. Ook aan deze afstand wordt ruimschoots voldaan. Aan de genoemde afstand wordt ruimschoots voldaan. Desondanks zullen er veiligheidsmaatregelen plaatsvinden rondom de propaantank.

Toelichting, Paragraaf 4.8

In paragraaf 4.8 zal het vernieuwde beleid worden benoemd in plaats van het verouderde beleid. Zie rood voor de wijzigingen. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ (december 2018). Daarnaast is een verkeersonderzoek opgesteld. Tot slot geldt sinds 19 januari 2024 het Mobiliteits- en verkeersveiligheidsplan 2023-2030.

Toelichting, Paragraaf 5.2.2

In paragraaf 5.2.2 zal de tekst geüpdatet worden. Zie rood voor de wijzigingen. Op deze herziening van het geldende bestemmingsplan is het wettelijk vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening van toepassing. De gemeente heeft ten behoeve hiervan een concept van onderhavig plan toegezonden aan relevante overheden en instanties. Het waterschap heeft opmerkingen gemaakt welke het afvalwater, de knotwilgen en de regionale kering betroffen. De provincie Utrecht heeft opmerkingen gemaakt over de ruimtelijke kwaliteit. De veiligheidsdienst heeft een opmerking gemaakt betreffende de propaantank. Deze opmerkingen zijn in voorliggend bestemmingsplan verwerkt.

Toelichting, Paragraaf 5.2.3

In paragraaf 5.2.3 zal de tekst geüpdatet worden. Zie rood voor de wijzigingen. De gemeente brengt dit bestemmingsplan in procedure volgens het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit betekent dat het ontwerpplan voor een termijn van zes weken voor iedereen ter inzage heeft gelegen. Gedurende deze termijn is het voor iedereen mogelijk om het ontwerpbestemmingsplan in te zien en hier op te reageren door middel van het indienen van een zienswijze. Gedurende de terinzageperiode is er één zienswijze ingediend. Daarnaast heeft er in deze periode ook een inloopavond plaatsgevonden, hier is beperkt gehoor aan gegeven. De eventueel ingebrachte zienswijzen worden behandeld in de zienswijzenota. De eventuele wijzigingen t.o.v. het ontwerp zullen hierin worden verwoord. Na afloop van de inzagetermijn is het aan de gemeenteraad om te besluiten over de beantwoording van de eventueel ingediende zienswijzen en de (gewijzigde) vaststelling van het bestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Hierop kon een ieder een zienswijze indienen. Ten slotte zal het definitieve bestemmingsplan 6 weken ter inzage worden gelegd voor beroep Na vaststelling wordt het wijzigingsplan voor de tweede maal zes weken ter inzage gelegd.

Gedurende deze periode kan een ieder beroep instellen tegen het vaststellingsbesluit bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan er beroep worden ingesteld tegen de eventuele gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking. Gezien een ieder de mogelijkheid heeft om te reageren op het bestemmingsplan door het kenbaar maken van zienswijzen, wordt na afloop van de hierboven beschreven procedure het plan als maatschappelijk uitvoerbaar beschouwd.

Bijlage 1 van de regels en bijlage 5 van de toelichting Bijlage 3 en 4 van de toelichting

Op de landschappelijke inpassingstekeningen is de locatie van de propaantank toegevoegd. Omdat de propaantank in tegenstelling van eerder gedacht heeft kunnen blijven staan is ook de schuilgelegenheid iets naar achter op het perceel verschoven. Op de situatietekeningen (‘gewenste situatie’ en ‘gewenste bebouwing en gewenst gebruik’) zijn het juist aantal parkeerplaatsen, propaantank en verplaatsing van de overnachtingsplek toegevoegd.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14060632/2