Bijlage 4 Nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen BP Herenweg 116-118, Wilnis
Tekst van het document
Nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen Bestemmingsplan Herenweg 116-118, Wilnis
1. Inleiding Toelichting Vanaf 6 mei 2023 heeft het ontwerpbestemmingsplan ‘Herenweg 116-118, Wilnis’ gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Het bestemmingsplan maakt het planologisch mogelijk om 49 woningen te realiseren, waarvan 26 vrijstaande, 15 sociale huurwoningen en 8 middeldure huurwoningen te realiseren. De planologische mogelijkheid om nieuwe bedrijfsbebouwing te realiseren verdwijnt. Wettelijk kader Het plan past niet binnen de vigerende beheersverordening ‘Kom Wilnis’. Om de gewenst ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken wordt dan ook een bestemmingsplanprocedure ex artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening doorlopen. Zienswijze Een ieder heeft de mogelijkheid gekregen om in de periode dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage lag een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad in te dienen. Hierop zijn 4 zienswijzen binnengekomen. Opzet De uitwerking van deze zienswijzen en de gemeentelijke reactie treft u in hoofdstuk 2 aan. Bij de zienswijze is de inhoudelijke strekking daarvan zakelijk weergegeven. Ook is de inhoudelijke reactie van de gemeente weergegeven. Hoofdstuk 3 geeft inzicht in de onderdelen die ten opzichte van het ontwerp zijn gewijzigd. Het betreft wijzigingen die voortkomen uit de ingebrachte zienswijze.
2. Beantwoording zienswijzen 1. XXX, Herenweg XX, 3648 CC Wilnis Ontvangstdatum: 22 mei 2023 Inhoud zienswijze A Indiener stelt dat het gezien de grootte van het project veel te druk op de Herenweg zal worden en dat de weg daar niet op is ingericht. Dit komt omdat de Herenweg eigenlijk te smal is, wat tot gevaarlijke situaties kan leiden wanneer er auto’s langs de weg staan geparkeerd. Dit gevaar zal toenemen als de weg meer gebruikt gaat worden. Met dit plan zullen er zeker 90 auto’s bijkomen met de daarbij behorende verkeersbewegingen. Indiener verzoekt met bovenstaande rekening te houden.
Ontvankelijk Reactie gemeente In het bestemmingsplan is het aspect ‘verkeer’ zorgvuldig afgewogen. Een onafhankelijk bureau heeft een onderzoek uitgevoerd op de Herenweg om de verkeerskundige gevolgen van dit initiatief inzichtelijk te maken. Uit dit onderzoek blijkt dat de capaciteit van dit type weg (erftoegangsweg binnen de bebouwde kom met maximum snelheid 30km/h) ca. 4000 motorvoertuigen per etmaal is. Zowel in de huidige situatie als in de beoogde situatie wordt hier ruimschoots onder gebleven. De verkeersveiligheid en doorstroming zijn dus niet als problematisch aan te merken. Uit het verkeersonderzoek dat als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd, blijkt dat de Herenweg een minimale breedte kent van 5,15 meter en maximale breedte van 5,60 meter. Voor een erftoegangsweg, zoals de Herenweg, wordt over het algemeen een minimale breedte van 5 meter aangehouden. Uit de metingen blijkt dus dat de Herenweg niet te smal is.
Conclusie: zienswijze is ongegrond B Indiener vraagt zich af of dit project niet te grootschalig is voor de Herenweg en of dit niet beter uitgevoerd kan worden in Marickenland.
Voor nieuwbouw van woningen heeft binnenstedelijk bouwen op grond van gemeentelijk en provinciaal beleid de voorkeur. Dit houdt in verdichten op inbreidingslocaties,
ofwel bebouwen van onbebouwde ruimte binnen de grenzen van de kernen. Het plangebied is gelegen in binnenstedelijk gebied en heeft in de vigerende beheersverordening voor een groot gedeelte een bedrijfsbestemming. Met dit plan verdwijnt er een bedrijfslocatie op een locatie waar de hoofdfunctie voornamelijk wonen is. Uit de toelichting van het bestemmingsplan blijkt dat de omvang van dit bouwplan ruimtelijk aanvaardbaar is. De uitkomsten van de uitgevoerde onderzoeken laten zien dat de Herenweg deze planontwikkeling aankan.
Conclusie: zienswijze is ongegrond. C Het huis van de indiener is gefundeerd op staal en dus niet onderheid. Aangezien indiener tegenover het project woont, moeten er door de uitvoerders op het huis verzakkingsindicators worden aangebracht om in beeld te krijgen of het pand door de werkzaamheden niet verzakt of scheurt. Indiener stelt voor om funderingen te boren in plaats van te heien. Bij recentelijke grondwerkzaamheden in het plangebied waren er trillingen merkbaar in het huis van de indiener. D De indiener vraagt zich af of de huidige elektriciteitsvoorziening en riolering aan de Herenweg wel is berekend op voorgenomen planontwikkeling.
De funderingen voor de te bouwen woningen zullen geheid worden. Voorafgaand aan de heiwerkzaamheden zullen er bij de omringende woningen van het perceel trillingsmeters geplaatst worden en wordt er een fotorapportage gemaakt. Indien er eventuele schade bij omwonenden wordt vastgesteld als gevolg van de bouwwerkzaamheden, zal deze schade door de exploitant vergoed worden.
Conclusie: zienswijze is ongegrond Netbeheerders zijn op grond van de Elektriciteitswet verplicht iedereen die daarom verzoekt aan te sluiten op het net en het transport van die elektriciteit uit te voeren. Mocht de capaciteit onvoldoende zijn, dan moeten de kabels worden verzwaard. Voor de afvoer van het huishoudelijk afvalwater zal geen gebruik worden gemaakt van het bestaand gemeentelijk rioleringssysteem in de Herenweg. Dit afvalwater voert straks door een nieuwe persleiding rechtstreeks af naar een gemaal dat voldoende capaciteit heeft om het afvalwater te verwerken. Voor de afvoer van hemelwater zal worden aangesloten op het omringende oppervlaktewater.
Conclusie: zienswijze is ongegrond
2. XXX, Herenweg XXX 3648 CC Wilnis en XXX, Herenweg XXX, 3648 CC Wilnis Ontvangstdatum: 8 juni 2023 Ontvankelijk Inhoud zienswijze Reactie gemeente A Indieners vragen zich af of het plan Het plan voldoet aan de Woonvisie 2025 van voldoet aan de woonvisie van de gemeente De Ronde Venen. Hierin is Gemeente De Ronde Venen. Indieners opgenomen dat voor elk nieuwbouwproject het aandeel sociale huurwoningen minimaal 30%
stellen dat er eerder behoefte is aan betaalbare woningen dan 26 vrije kavels.
moet bedragen. Daarnaast is voor nieuwbouwprojecten waarbij 50 of meer woningen worden gerealiseerd, bepaald dat naast 30% sociale huurwoningen er aanvullend ten minste 15% in de middeldure huursector (danwel goedkope koop) moeten worden gerealiseerd. In dit plan is sprake van de bouw van 49 woningen, waarvan 15 sociale huurwoningen en 8 middeldure huurwoningen. Daarmee voldoet het plan aan de Woonvisie 2025. Tevens wordt in de visie beschreven dat er behoefte is aan koopwoningen in alle prijsklassen, waarbij de vraag het grootst is naar duurdere woningen boven de €300.000. Het bouwen van woningen in deze prijsklasse kan voor doorstroming zorgen uit goedkopere woningen of een aantrekkingskracht hebben voor woningzoekenden vanuit de regio.
Conclusie: zienswijze is ongegrond B Indieners willen graag weten hoe de gemeente gaat borgen dat de sociale huurwoningen alsmede de betaalbare overige huurwoningen aan Cazas worden overgedragen.
De gemeente heeft een anterieure overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer. In deze overeenkomst is geborgd dat de sociale- en middeldure huurwoningen vóór de datum van eerste ingebruikname in eigendom overgaan aan Cazas.
Conclusie: zienswijze is ongegrond. C Indieners vragen zich af of er een M.E.R. rapportage heeft plaatsgevonden en indien ja, of dit onafhankelijk door de gemeente heeft plaatsgevonden en niet door de ontwikkelaar.
Voor het bestemmingsplan Herenweg 116-118 heeft geen M.E.R. rapportage plaatsgevonden. Wel is voor het bestemmingsplan een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld, waaruit is gebleken dat een M.E.R. rapportage niet nodig is. De omvang van het project blijft onder de drempelwaarde van de D-lijst uit het Besluit m.e.r., waardoor een vormvrije m.e.r.beoordeling volstaat. Deze beoordeling is in opdracht van de initiatiefnemer door een bureau opgesteld. Vervolgens is deze beoordeling door de gemeente beoordeeld en akkoord bevonden. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is als bijlage bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan te raadplegen.
Conclusie: zienswijze is ongegrond D Uit de in de zienswijze bijgevoegde verkeersrapportage blijkt dat het huidige plan niet voldoet aan deze rapportage. Indieners vragen hoe de gemeente de verkeersveiligheid gaat waarborgen op de Herenweg door het te verwachten
De uitkomsten van het bijgevoegde verkeersrapportage in de zienswijze komen niet (volledig) overeen met de uitkomsten van de verkeersrapportage die is bijgevoegd bij het bestemmingsplan. De verkeersrapportage die is meegestuurd in de zienswijze neemt als
bouwverkeer, indien er nu reeds sprake is van een onveilige situatie zoals aangegeven in het bijgesloten rapport.
uitgangspunt dat er sprake is van een weg buiten de bebouwde kom met een toegestane maximumsnelheid van 60km/h, met bijbehorende inrichtingseisen. Dit is echter een verkeerd uitgangspunt. Er is namelijk sprake van een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom, met een maximumsnelheid van 30km/h. De capaciteit voor dit soort wegen is ca. 4000 voertuigen per etmaal. Zowel in de huidige situatie als in de beoogde situatie wordt hier ruimschoots onder gebleven. De Herenweg is dan ook in staat om de tijdelijke/incidentele belasting van het bouwverkeer op te vangen. De gemeente maakt bij de vergunningverlening afspraken met de initiatiefnemer over de routes voor het werkverkeer alsmede parkeergelegenheid voor werknemers en bezoekers.
Conclusie: zienswijze is ongegrond E Indieners vragen zich af of de gemeente zich ervan bewust is dat de parkeerdruk op de Herenweg alleen maar is toegenomen de laatste jaren evenals de verkeersdruk door uitbreiding van reeds bestaande bouw, alsmede verjonging in de buurt.
Uit het onderzoek dat indiener bij de zienswijze heeft gevoegd blijkt dat de (getelde) parkeerdruk op de Herenweg niet te hoog is. De percentages bedragen tot 80%, maar zijn vaak lager. Er is daardoor op een natuurlijke manier ruimte voor auto’s om elkaar te passeren vanwege de ‘gaten‘ in de rij geparkeerde auto’s. Daarnaast zijn er inritten aanwezig. Daar mag niet geparkeerd worden en kan men elkaar passeren. In het toekomstige bouwplan worden in totaal 102 parkeerplaatsen gecreëerd. Hiermee voldoet het plan ruimschoots aan de door gemeente gestelde parkeernormen. In hoofdstuk 4.12 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan wordt dit nader onderbouwd. Conclusie: zienswijze is ongegrond
F Het uitgeven van 26 vrije kavels heeft meer nadelige gevolgen voor de directe omgeving, namelijk: -
-
-
Geen controle m.b.t. de duur van de totale bouwactiviteiten. De bouwactiviteiten kunnen zo jarenlang voortduren Grote transporten en werkzaamheden worden ca. 26 keer opgestart. De zware transporten zullen tevens gevolgen hebben voor de veiligheid van fietsers en voetgangers. Ook kan dit zorgen voor verzakking van de Herenweg. Doordat er straks veel verschillende aannemers aan het werk zijn ontbreekt het aan een
Het is goed voor te stellen dat het uitgeven van 26 vrije kavels meer nadelige gevolgen van de omgeving kan hebben, dan een plan waarbij het volledige plangebied gelijktijdig wordt ontwikkeld. Om eventuele overlast voor omwonenden zoveel mogelijk te beperken heeft de gemeente hierover afspraken gemaakt met de initiatiefnemer in een anterieure overeenkomst. Zo heeft de initiatiefnemer een inspanningsverplichting om de ontwikkeling van de twee appartementencomplexen binnen 36 maanden na het onherroepelijk worden van de voor het bouwplan vereiste omgevingsvergunning(en) in één bouwstroom te realiseren en op te leveren. Tevens is er een inspanningsverplichting voor de initiatiefnemer om zoveel als mogelijk te bewerkstelligen dat 26 vrijstaande woningen in één bouwstroom wordt gerealiseerd en opgeleverd.
-
eenduidig aanspreekpunt t.a.v. schade aan particuliere eigendommen en eventuele overlast m.b.t. geluid en werktijden. Het is onduidelijk hoe wordt omgegaan met eventuele vervuiling van de Herenweg door grondtransporten etc. en wie de weg weer schoonmaakt.
Uit het verkeersonderzoek behorend bij het ontwerpbestemmingsplan blijkt dat de Herenweg in staat is om de transporten behorend bij de werkzaamheden op te vangen. Bovendien zijn op basis van de huidige planologische mogelijkheden op deze locatie bedrijfsactiviteiten tot en met bedrijfscategorie 3.2 toegestaan. De bijbehorende verkeersbewegingen van mogelijk zwaar vrachtverkeer met een permanent karakter zijn onwenselijk op de Herenweg. Met de voorgestelde bestemmingswijziging verdwijnen de planologische mogelijkheden voor een bedrijf in categorie 3.2 en kan juist worden voorkomen dat er in de toekomst zich een nieuw bedrijf vestigt met de daarbij behorende verkeersbewegingen. In de anterieure overeenkomst die is gesloten met de initiatiefnemer zijn afspraken gemaakt over onder andere de borging van schade van gemeentelijke eigendommen en de wijze waarop schade kan worden voorkomen. Dit heeft dus ook betrekking op de staat van de weg en de afhandeling van eventuele schade die ontstaat. Ten tijde van de werkzaamheden zal er een uitvoerder van de ontwikkelaar op het terrein aanwezig zijn. Toezichthouders van de gemeente zullen daarnaast ook bij eventuele vervuiling op de Herenweg als gevolg van de bouwwerkzaamheden, de ontwikkelaar hier op aanspreken en zo nodig optreden.
Conclusie: zienswijze is ongegrond G Het vrijkomen van fijnstof en CO2 bij het bebouwen 26 kavels is vele malen hoger dan bij een projectmatige bebouwing waarbij er efficiënter gebruik wordt gemaakt van de benodigde machines. Hierdoor ontstaat er een veel kortere bouwtijd met als gevolg minder uitstoot.
Het is aannemelijk dat bij een projectmatige bebouwing van de 26 kavels er minder CO2 en fijnstof vrij zal komen, dan in de situatie wanneer alle kavels los van elkaar ontwikkeld worden. Toch is het aan de initiatiefnemer zelf op te bepalen in hoeverre hij/zij duurzaam wil ondernemen binnen de geldende wet- en regelgeving. Er is geen regelgeving op basis waarvan een gemeente dit zou kunnen afdwingen bij een initiatiefnemer. De initiatiefnemer heeft er in dit geval voor gekozen om 26 vrije kavels uit te geven. In de anterieure overeenkomst met de gemeente zijn wel afspraken gemaakt om de kavels zoveel als mogelijk tegelijkertijd te bebouwen.
Conclusie: zienswijze is ongegrond
3. XXX, Swaenebloem XX, 3648 CX Wilnis Ontvangstdatum: Ontvankelijk Inhoud zienswijze Reactie gemeente A Indieners stellen dat met name het In de toelichting van het bestemmingsplan wordt behouden en creëren van doorzichten is nader ingegaan op de doorzichten vanaf de in het ontwerpplan niet dan wel flinterdun Herenweg naar het achterliggende water. Deze is gemotiveerd. In een eerder stadium worden geborgd doordat de twee hebben indieners als gepleit voor minder appartementencomplexen achter elkaar worden woningen op de legakkers zodat er echte gesitueerd, zodat de bestaande doorzichten ontstaan. verkavelingsstructuur vanaf de Herenweg zichtbaar blijft. In het plan wordt niet gestreefd naar het creëren van doorzichten op de legakkers. Wel is er in het plan veel aandacht besteed aan de landschappelijke inrichting. Dit blijkt uit onder andere de volgende maatregelen: -
-
-
-
Er is aan de kopse kanten van de landtongen de bestemming Tuinonbebouwd opgenomen, waardoor er geen bebouwing mogelijk is op deze gronden. De bouwhoogte van de woningen aan de buitenste rand op de landtongen verlaagd naar 7,5 meter. Er heeft verdunning van het aantal woningen aan de buitenste zijde van oostelijke landtong plaatsgevonden, zodat er minder bebouwing op de landtongen kan worden gerealiseerd. Op 5 juli 2021 is door de gemeenteraad een amendement aangenomen om een maximaal bebouwingspercentage van 30% voor de vrije kavels op te nemen en een maximale inhoud van 700m3 per woning toe te staan. Deze maatregelen dragen bij aan een goede landschappelijke inpassing van het bouwplan.
De indieners hebben in een eerder stadium gepleit voor minder woningen op de legakkers. Als gevolg hiervan heeft de initiatiefnemer het aantal woningen op de landtongen gereduceerd van 32 naar 26 woningen. De initiatiefnemer heeft de afgelopen 5 jaar meerdere malen gehoor gegeven aan de zorgen van omwonenden wat betreft de bouwhoogten en woningaantallen. Een aantal van bovenstaande maatregelen zijn dan ook in het bestemmingsplan opgenomen om de indieners tegemoet te komen. Conclusie: zienswijze is ongegrond B In de structuurvisie worden ontwikkelingen in veenweidegebieden niet uitgesloten, maar deze worden wel afgewogen. Hierbij worden hoge eisen gesteld aan de landschappelijke kwaliteit.
Indieners merken terecht op dat de locatie is gelegen in een veenweidegebied en dat ruimtelijke initiatieven op deze locatie zorgvuldig moeten worden afgewogen. Het bestemmingsplan dat nu voorligt is dan een ook
De bedoelde verzwaarde toetsing van initiatieven in veenweidegebieden aan de te behouden kwaliteit is marginaal terug te vinden in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Bovendien mogen naast de toegestane 1/3 perceelsbebouwing ook nog bijgebouwen geplaatst worden tot een hoogte van 4,5 meter en tot maximaal 50% van de grondoppervlakte.
het product van een zorgvuldige ruimtelijke afweging. Het merendeel van het veenweidegebied in de gemeente is gelegen in het buitengebied. De planlocatie is daarentegen gelegen in binnenstedelijk gebied. Het realiseren van nieuwe woningen heeft de voorkeur binnen bestaand stedelijk gebied. De keuze om op deze locatie woningen te realiseren is in 2021 door de gemeenteraad gemaakt door het ruimtelijk kader voor dit woningbouwprogramma vast te stellen. Met dit plan wordt een zware bedrijfsfunctie vervangen door een woonfunctie, waarbij veel aandacht is besteed aan de kwaliteiten van de ontwikkeling. Het bebouwingspercentage van 30% voor de vrije kavels zoals opgenomen in het bestemmingsplan geldt voor het hoofdgebouw en de bijgebouwen gezamenlijk. Het bestemmingsplan staat dus toe dat het bebouwingspercentage van het hoofdgebouw inclusief bijgebouwen tezamen maximaal 30% van het perceelsoppervlak bedraagt. Een bebouwingspercentage van 50% is dus niet mogelijk op basis van dit bestemmingsplan. Er is voor de bijgebouwenregeling aangesloten bij de regeling zoals die is opgenomen in het (ontwerp)bestemmingsplan Dorpskernen. Hierin is de regel opgenomen dat in sommige gevallen het bebouwd oppervlak 50% mag bedragen. Deze regel is echter niet van toepassing voor dit plan. Om dit duidelijker in de planregels te formuleren is ervoor gekozen om artikel 7.2.2.
d onder brengen bij de algemene regels binnen de woonbestemming. Verder wordt in art. 7.2.3. c het percentage van 50% gewijzigd naar 30%.
Conclusie: zienswijze is deels gegrond. C In de structuurvisie staat beschreven dat ontwikkelingen in kleine kernen mogelijk zijn wanneer ze passen bij de schaal en kwaliteit van het landschap en dat woningen op een zorgvuldige manier ingepast zijn in de omgeving. Indieners zijn van mening dat hier geen sprake van is in het voorliggende plan. Tevens is het plan in strijd met wat Wilnis heeft vastgelegd in de ‘Structuurvisie van Wilnis Dorp‘. Hierin staat ondermeer dat er op deze locatie maximaal 10 woonarken afgemeerd mogen worden.
Het klopt dat in de structuurvisie staat dat ontwikkelingen in kleine kernen mogelijk zijn wanneer ze passen bij de schaal en kwaliteit van het landschap. In de structuurvisie staat dat enkel Waverveen en De Hoef worden aangemerkt als ‘kleine’ kern. De passage waar indieners naar refereren heeft dus geen betrekking op Wilnis. Dit betekent uiteraard niet dat er in dit plan geen aandacht is besteed aan de ruimtelijke inpassing van het bouwplan. Het bestemmingsplan dat nu voorligt is het resultaat van een zorgvuldige afweging van belangen. Indieners stellen ten onrechte dat in de ‘Structuurvisie van Wilnis Dorp‘ is vastgelegd dat er op deze locatie maximaal 10 woonarken mogen worden afgemeerd. In de Structuurvisie van Wilnis Dorp, zoals vastgesteld op 18 december 2008, staat niets vastgelegd over het toestaan van woonarken op de planlocatie. Wel
staat in de toelichting van het oude bestemmingsplan Kom Wilnis 2000 dat wanneer de bedrijfslocatie wordt getransformeerd naar een woonlocatie door middel van de opgenomen wijzigingsbevoegdheid er op de kavel achter Herenweg 122-132 maximaal 10 woonschepenligplaatsen gerealiseerd mogen worden. Echter is na vaststelling van dit bestemmingsplan in 2001 het gemeentelijke standpunt voor deze locatie heroverwogen. Dit blijkt uit de vaststelling van het ruimtelijk kader voor dit bouwplan dat in 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. Waarbij woningbouwontwikkeling op deze locatie onder voorwaarden passend wordt geacht.
Conclusie: zienswijze is ongegrond D Indieners stellen dat de landtong met groenbestemming niet aangemerkt zou mogen worden als woningbouwlocatie. De landtong sneuvelt voor nieuwbouw vanwege de hoge kosten van de sanering. De eigenaren zouden de grond hebben aangeschaft in de wetenschap dat er sprake is van vervuiling, aangezien zij zelf een offerte hebben gedaan voor de sanering aan de eerdere eigenaar. Hierdoor komt het argument om meer te willen bouwen vanwege de (sanerings)kosten is een ander perspectief te staan.
Op 5 juli 2021 heeft de gemeenteraad het ruimtelijk kader voor dit bouwplan vastgesteld. Hiermee is ingestemd met het bebouwen van de beide landtongen, met inachtneming van de kaders die daarbij gesteld zijn. Het aanmerken van de landtong met groenbestemming als woningbouwlocatie past binnen de karakteristieke ruimtelijke opzet van dit deel van het bovenland. Met dit bouwplan verdwijnt tevens een bedrijfslocatie op een onwenselijke plek. Door de mogelijkheid te bieden om beide landtongen te bebouwen, is het voor de initiatiefnemer mogelijk om de hoge saneringskosten en ontwikkelingskosten van de locatie te kunnen dekken.
Conclusie: zienswijze is ongegrond E In de bijgevoegde bijlage tonen indieners een alternatief plan voor bebouwing op de legakkers, waarbij de woningen op de buitenste randen een hoogte van ca. 4 meter hebben. Dit plan is in 2021 aan de initiatiefnemer gepresenteerd. Maar de gemeente zou niets voor dit plan voelen. Volgens de indieners is er een juist een grote behoefte aan gelijkvloerse woningen voor 55-plussers. In de Structuurvisie staat dat de woningvoorraad dient aan te sluiten op de vraag, dat gebeurt hier niet.
Het bouwplan dat nu voorligt is het product van een zorgvuldige afweging van belangen. De bouwhoogte van de woningen op de landtongen wordt stedenbouwkundig aanvaardbaar geacht. De initiatiefnemer krijgt in een bepaalde mate ook de vrijheid om een bouwplan te ontwikkelen wat aansluit op de eigen wensen. Uiteraard dient een dergelijk plan te passen binnen de gemeentelijke en provinciale beleidskaders. De toegestane bouwhoogte van de woningen binnen het plan is naar aanleiding van gesprekken met de omwonenden al omlaag gebracht ten opzichte van eerdere versies van het plan. De toegestane bouwhoogtes binnen het plan zijn dan ook lager dan is toegestaan bij de andere woningen aan de Herenweg. Het voorgestelde alternatieve plan wijkt in grote mate af van het door de gemeenteraad vastgestelde ruimtelijk kader. Gelijkvloerse
woningen zouden een verhoging van het bebouwingspercentage en een vermindering van de doorzichten tot gevolg hebben, omdat het gehele woonprogramma op de begane grond gesitueerd wordt. Levensloopbestendige woningen kunnen bovendien ook gerealiseerd worden met gebruikmaking van een eerste verdieping. In de ontwerpen kunnen de toekomstige bewoners indien gewenst een slaapkamer op de begane grond situeren of een traplift opnemen. In het plangebied is sprake van variatie van soorten woningen in verschillende prijsklassen. Dit sluit aan op de vraag naar woningen voor verschillende doelgroepen binnen de gemeente. Uit de Woonvisie 2025 blijkt onder andere dat er behoefte is aan koopwoningen in alle prijsklassen, waarbij de vraag het grootst is naar duurdere woningen boven de €300.000. De gemeente herkent zich dan ook niet in de stelling van de indieners dat de te realiseren woningen niet aansluiten op de vraag. Dit neemt niet weg dat er binnen de gemeente ook behoefte is aan gelijkvloerse woningen voor 55-plussers.
Conclusie: zienswijze is ongegrond F Indieners stellen dat er nog geen uitvoering is gegeven aan de op 30 juni 2021 door de gemeenteraad goedgekeurde motie. Hierin staat onder andere dat de gemeente een faciliterende rol dient te nemen in het betrekken van omwonenden van de Herenweg 116-118, zodat op meerdere momenten in het proces tot bestemmingswijziging er inspraak plaatsvindt met alle bewoners samen. Ondanks dat de initiatiefnemer met diverse omwonenden gesproken heeft, is dat niet met de indieners van deze zienswijze gebeurd.
De initiatiefnemer heeft diverse informatiebijeenkomsten georganiseerd en heeft daarnaast een meerdere gesprekken gevoerd met (direct) omwonenden. Naar aanleiding van deze bijeenkomsten en gesprekken heeft de initiatiefnemer een aantal planaanpassingen doorgevoerd. Voorbeelden hiervan zijn het verlagen van de bouwhoogtes van de woningen, verminderen van het aantal woningen op de buitenrand van de landtong aan de oostelijke zijde en het realiseren van meer parkeerplaatsen dan noodzakelijk is. In hoofdstuk 6.2 van de toelichting wordt nader ingegaan op participatie. Tevens zijn als bijlage bij de toelichting een participatieverslag toegevoegd. Hierin staat beschreven op welke momenten in het proces de initiatiefnemer heeft gesproken met omwonenden. De gemeente kan zich niet vinden in de stelling dat er geen sprake van inspraak zou zijn geweest en dat de initiatiefnemer niet met de indieners van de zienswijze zou hebben gesproken. Zo heeft de initiatiefnemer aantoonbaar contact gehad met de indiener(s). In 2021 is veel contact geweest tussen de initiatiefnemer en de vertegenwoordiger van de arkbewoners. In deze gesprekken is bij een van de indieners thuis hun alternatieve plan besproken. De initiatiefnemer heeft destijds aangegeven dat er op dit moment voor elke
doelgroep veel vraag is naar woningen en daarom niet op één doelgroep te willen focussen. Daarnaast is het mogelijk om levensloopbestendige woningen te maken met verblijfruimtes op de eerste verdieping.
Conclusie: zienswijze is ongegrond G Langs de oostelijke lengte van de legakker mogen haaks op de wal steigers worden geplaatst van 6 meter lang en 3,20 meter breed. Bij omgevingsvergunning kan de breedte met ten hoogste 10% worden vergroot. Hierdoor kunnen terrasvormige verblijfsmogelijkheden ontstaan. Dit heeft inbeuk op de natuurlijke habitat van de oostelijke kant van het water. Bovendien zal de recreatievaart een grotere ruimte richting de arken van de indieners nodig hebben om voldoende te kunnen manoeuvreren. Indieners verzoeken dat de breedte van het functievlak verkleind wordt. Maar gezien het karakter van de omgeving en het water zou er eigenlijk slechts spraken mogen zijn van een binnenwaartse steiger met mogelijkheid om een bootje van maximaal zes meter aan te kunnen leggen.
Conform artikel 13.3 van de planregels mogen steigers maximaal 6 meter lang zijn en 1.2 meter breed. Hierbij is aangesloten op de steigerregeling uit het (ontwerp)bestemmingsplan Dorpskernen. Echter is er in voorliggend bestemmingsplan voor gekozen om een steiger haaks op de oever toe te staan i.p.v. evenwijdig, zoals dit in het (ontwerp)bestemmingsplan Dorpskernen het geval is. Reden hiervoor is de (mogelijke) rietkraag die wordt aangelegd aan de oever. Wanneer de steigers evenwijdig aan de oever zouden komen te liggen, zouden deze midden in de rietkraag komen te liggen. De gemeente realiseert zich echter dat de manier waarop artikel 13.3 is geformuleerd in het ontwerpbestemmingsplan een beeld schetst dat er steigers van 6 meter haaks op de oever mogelijk zijn. Daarom wordt artikel 13.3 aangepast, waarbij de steigers evenwijdig aan de oever moeten komen te liggen. Hierbij wordt wel een verbindingsstuk van maximaal 2 meter toegestaan om de steiger aan de oever te verbinden. Op deze manier kan ervoor worden gezorgd dat de steiger niet in de rietkraag komt te liggen.
Conclusie: zienswijze is gegrond H Indieners stellen dat een rietkraag dan wel smalle landtong halverwege het water een alternatieve oplossing voor bovengenoemd probleem zou kunnen zijn. Hierdoor wordt het vaarverkeer van de recreatievaart in het deel van de arkenbewoners uitgesloten en anderzijds vermindert het ook enigszins de horizonvervuiling.
Een rietkraag in het midden van de voormalige natuurijsbaan staat open als alternatieve oplossing in plaats van de voorgestelde rietoevers aan de westzijde van de voormalige natuurijsbaan. Indien er voor de rietkraag in het midden van de voormalige natuurijsbaan wordt gekozen, zal er geen rietkraag meer aan de landtong gerealiseerd worden. Vaarverkeer van de recreatievaart in het deel van de arkbewoners is alleen uitgesloten als zij het voor hen bestemde deel van het water van de initiatiefnemer kopen.
Conclusie: zienswijze is ongegrond
4. XXX, Herenweg XXX, 3648 CC Wilnis Ontvangstdatum: 16 juni 2023 Ontvankelijk Inhoud zienswijze Reactie gemeente A Indieners stellen dat na de afbraak van De locatie van de voormalige sociale de sociale huurwoningen gelegen naast huurwoningen valt buiten het plangebied van dit Herenweg 134 er destijds tegen bestemmingsplan. Het ruimtelijk kader voor dit buurtbewoners is gezegd door de bestemmingsplan is in 2021 door de gemeente/woningbouw dat er op gemeenteraad vastgesteld. Ook toen de plannen dezelfde plek sociale huurwoningen in 2020 voor het eerst aan de gemeenteraad teruggebouwd zouden gaan worden. In werden voorgelegd, was er al sprake van sociale voorliggend bestemmingsplan is daar huurwoningen op de plek waar deze nu zijn geen sprake van. Indieners vragen zich beoogd. Tevens is bij de raadsbehandeling in af waarom er van deze belofte wordt 2021 een amendement door de gemeenteraad afgeweken. aangenomen, waarin gesteld wordt dat de 15 sociale- en 8 middeldure huurwoningen gesitueerd moeten worden op het voormalige bedrijfsterrein. De locatie van het complex met sociale huurwoningen aan het lint wordt passend geacht in het straatbeeld. Momenteel staat op deze locatie een vervallen kantoorpand, welke zal worden vervangen door een complex dat qua ruimtelijke uitstraling aansluit op de omgeving.
Conclusie: zienswijze is ongegrond B Op het perceel waar de indieners naast wonen staat een voormalig kantoorpand en geen woonplek. Indieners vragen om een toelichting waarom op deze plek ervoor is gekozen om twee appartementencomplexen neer te zetten. De privacy van de indieners wordt hierdoor geschaad, doordat zo’n 90 mensen op deze manier het huis en de tuin van de indieners in kunnen kijken. De slaapkamerramen van de indieners grenzen aan de aangegeven parkeerplaatsen en weg. Hierdoor zullen ze worden blootgesteld aan luchtverontreinigende stoffen en geluidsoverlast. Er zullen minimaal 100 auto’s dagelijks langs het huis van de indieners gaan rijden.
Het perceel waar de indieners naar verwijzen beschikt momenteel over een bedrijfsbestemming, met daarop een kantoorpand en een loods. Voorliggend bestemmingsplan wijzigt de bestemming hiervan in een woonbestemming. Dit is in lijn met het ruimtelijk kader dat in 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. Deze transformatie van deze locatie naar een woonlocatie wordt ruimtelijk aanvaardbaar geacht. Zo verdwijnt er een bedrijfsbestemming met een zware bedrijfscategorie op deze locatie en kan de gemeente inspelen op het woningentekort binnen de gemeente. Conform de Woonvisie 2025 van gemeente De Ronde Venen dient bij nieuwe woningbouwinitiatieven een minimum percentage van 30% van het woningbouwprogramma uit sociale huurwoningen te bestaan en in sommige gevallen moet daarnaast nog eens minimaal 15% uit middeldure huur/sociale koop te bestaan. Hiermee wordt ingespeeld in op de woningbehoefte binnen de gemeente. De appartementencomplexen zullen op minimaal 16 meter vanaf de perceelgrens van de indieners worden gebouwd. Verder heeft de initiatiefnemer op 15 september 2021 bij een bezoek aan de indieners voorgesteld om een bomenrij nabij de perceelgrens te realiseren. Dit zou de privacy
van de indieners verder kunnen bevorderen, door eventuele inkijk uit het appartementencomplex te verminderen. Gezien de afstand van de te bouwen appartementencomplexen en de door de initiatiefnemer voorgestelde maatregelen zal er geen sprake zijn van een onevenredige inperking van de privacy van de indieners. De parkeerplaatsen op de plek waar ze nu zijn ingetekend zijn maatschappelijk aanvaardbaar in een woongebied. Daarnaast dient opgemerkt te worden dat het betreffende stuk grond de laatste jaren vaker als parkeerplaats door omwonenden wordt gebruikt. Dit wordt gedoogd door de eigenaar. Indien er op het terrein zich een nieuw bedrijf zou vestigen in een zware bedrijfscategorie, zouden de indieners hier mogelijk nog meer overlast door kunnen ervaren.
Conclusie: zienswijze is ongegrond. C In een eerder plan werd er aangegeven dat er naast het perceel van de indieners huizen gebouwd zouden worden, met een tuin richting hun perceel. Tussen deze tuinen en het perceel zou water komen. Dit plan sprak de indieners wel aan, omdat hierdoor hun privacy grotendeels gerespecteerd zou worden. In dit plan is tevens gesproken over bomen naast hun perceel gesproken. Tot verbazing van de indieners worden nu deze bomen aan het huidige plan gekoppeld. Iets wat niet aan hen zou zijn voorgelegd, maar wel zo wordt beschreven. Dit terwijl vaker is aangegeven dat in het huidige plan bomen niks gaan opleveren en mogelijk meer overlast gaan geven door de hondenuitlaat gelegenheid die hiermee gecreëerd wordt.
Tijdens het bezoek van de initiatiefnemer aan de indieners op 15 september 2021 is het voorstel voor het realiseren van een bomenrij besproken. Hierbij is aan de indieners aangegeven dat zij zelf invloed mogen hebben op het soort bomen dat er geplant dient te worden. Op het moment van dit gesprek was het ruimtelijk kader voor het bouwplan al vastgesteld door de gemeenteraad. De sociale huurwoningen zijn in dit kader op dezelfde plek gesitueerd als dat nu het geval is in het ontwerpbestemmingsplan. Een bomenrij kan wel degelijk wat opleveren in het kader van privacy. Deze kan, met name in de zomerperiode, het zicht op de tuin van de indieners ontnemen vanuit de appartementen. De betreffende grond wordt overgedragen aan de gemeente en zal door de gemeente worden bijgehouden.
Conclusie: zienswijze is ongegrond D Indieners stellen dat het perceel van de initiatiefnemer de afgelopen jaren onvoldoende is onderhouden. Het onkruid dat groeit op het perceel wordt niet bijgehouden. Er is eenmalig actie ondernomen, maar hier is geen vervolg meer aan gegeven. Indieners hebben hierdoor weinig vertrouwen in het onderhoud van de groenstrook.
Het beheer en onderhoud valt niet onder de strekking van een bestemmingsplan. Deze legt enkel de bouw- en gebruiksmogelijkheden vast. Los hiervan wordt het betreffende stuk aan de gemeente overgedragen en zal zij zorg gaan dragen voor het beheer ter plaatse.
E In de participatieverslagen wordt door de initiatiefnemer een rooskleurig beeld geschetst. Indieners stellen echter dat er door de initiatiefnemer alleen gezonden
De gemeente kan zich niet vinden in de stelling dat er door de initiatiefnemer niet is geluisterd naar de bezwaren van omwonenden. Zo zijn er door de initiatiefnemer meerdere
Conclusie: zienswijze is ongegrond
wordt en niet naar de bezwaren van hen geluisterd wordt. Zo werden de indieners tijdens de inloopavond op 7 maart 2023 voor het eerst geconfronteerd met het plan om een tweede appartementencomplex te realiseren op de plaats van de beoogde waterwoningen. Hier is volgens indieners geen overleg met hen over geweest.
planaanpassingen gedaan naar aanleiding van gesprekken met omwonenden. Voorbeelden hiervan zijn het verlagen van de bouwhoogtes van de woningen, verminderen van het aantal woningen op de buitenrand van de landtong aan de oostelijke zijde en het realiseren van meer parkeerplaatsen dan noodzakelijk is. In hoofdstuk 6.2 van de toelichting wordt nader ingegaan op participatie. Als gevolg van een amendement dat door de gemeenteraad is aangenomen bij de raadsbehandeling in 2021, dienen er in het plangebied minimaal 8 woningen in de categorie middeldure huur en/of goedkope koop worden gerealiseerd. Aanvankelijk was er een blok met middeldure huurwoningen elders in het plangebied gesitueerd. Dit stuitte op weerstand bij omwonenden, waarop de initiatiefnemer besloot deze woningen uit het plan te schrappen. Het amendement dat vervolgens werd aangenomen, bepaalde dat de 8 middeldure huurwoningen terug moesten komen in het plan en elders in het plangebied gesitueerd konden worden. Waarbij deze woningen op het voormalige bedrijfsterrein moeten worden gesitueerd en niet aan de buitenzijde van één van de landtongen mogen worden gesitueerd. Het appartementencomplex met middeldure huurwoningen is vervolgens door de initiatiefnemer gesitueerd op de plaats waar in eerdere de twee waterwoningen waren beoogd.
De 8 middeldure huurwoningen worden in hetzelfde bouwvolume gerealiseerd als waar in eerste instantie de waterwoningen in zouden worden gerealiseerd. Deze locatie wordt als geschikt beschouwd omdat hier in de huidige situatie nog een gebouw met een groter volume is gesitueerd. De bezwaren van de indieners die tijdens de inloopavond op papier zijn ingediend, zijn niet door de initiatiefnemer opgenomen in het participatieverslag. De inloopavond van 7 maart 2023 stond in het teken van het presenteren van het bouwplan en het beantwoorden van vragen van omwonenden/geïnteresseerden. Deze avond was niet bedoeld voor het formeel indienen van bezwaren op het plan. De bezwaren van de indieners zijn echter in deze zienswijze kenbaar gemaakt en voorzien van een reactie. Conclusie: zienswijze is ongegrond
3. Aanpassingen ontwerpbestemmingsplan Als gevolg van de zienswijzen en ambtelijke wijzigingen is het ontwerpbestemmingsplan op onderdelen gewijzigd. Het bestemmingsplan zal dan ook gewijzigd worden vastgesteld. De volgende aanpassingen zijn gedaan: Aanpassingen naar aanleiding van zienswijzen Planregels - De steigerregeling in de planregels (art. 13.3) is aangepast, zodat steigers enkel evenwijdig aan de oever zijn toegestaan. Wel is het hierbij toegestaan om de steiger met een verbindingsstuk van maximaal 2 meter met de oever te verbinden. - Artikel 7.2.2 d uit het ontwerpbestemmingsplan wordt ondergebracht bij de algemene regels binnen de woonbestemming. - In artikel 7.2.3 c is het percentage van 50% naar 30% gewijzigd.
Ambtshalve aanpassingen Verbeelding De strook op het appartementencomplex met sociale huurwoningen waar een maximale goot- en nokhoogte van 8 meter is toegestaan is verwijderd. Voor het hele gebouw geldt nu een maximale goot- en nokhoogte van respectievelijk 6 en 9 meter. Dit is in overeenstemming met de voorgaande ontwerpen en ruimtelijk kader. Planregels - Artikel 5.1 sub a is gewijzigd van “wegen met ten hoogste 2 x 1 doorgaande rijstrook zijn toegestaan” naar “wegen, straten en paden”. Hiermee wordt aangesloten op de systematiek van de verkeersbestemming in bestemmingsplan Dorpskernen. - In artikel 7.2.2 is een planregel toegevoegd om bij de vrijstaande woningen een minimum en maximum hellingshoek van de kap toe te staan. Door deze regel toe te voegen wordt in het bestemmingsplan beter geborgd dat de te bouwen woningen aansluiten bij de referentiebeelden uit het beeldkwaliteitsplan. De planregel luidt als volgt: “hoofdgebouwen worden afgedekt met een kap waarvan de hellingshoek ten minste 30° en ten hoogste 50° bedraagt“ - Binnen de bestemming Wonen-Woongebouw is een binnenplanse afwijking toegevoegd, waardoor onder voorwaarden een mansardekap kan worden toegestaan. Er is nog geen definitief ontwerp van het woongebouw. Door deze binnenplanse afwijking op te nemen ontstaat er iets meer flexibiliteit bij de vormgeving van het gebouw.
De binnenplanse afwijking luidt als volgt: “Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de in hoofdstuk 8.2.2. voorgeschreven hellingshoek voor dakvlakken van een woongebouw om daarmee een mansardekap toe te staan voor zover dit landschappelijk en stedenbouwkundig aanvaardbaar is.“ Toelichting Hoofdstuk 4.1 is toegevoegd aan de toelichting. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de vormvrije m.e.r.-beoordeling die voor dit bestemmingsplan is uitgevoerd. Bijlagen De stikstofberekening is geactualiseerd conform de nieuwste rekenmethode. Uit de geactualiseerde berekening blijkt dat het aspect stikstof geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.