Bijlage 4 Bijlage 1 Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
bestemmingsplan Brandweerkazerne Abcoude
Bijlage 1 Rapport archeologisch vooronderzoek brandweerkazerne Abcoude
7
ARCHEOLOGISCH VOORONDERZOEK BURGEMEESTER DES TOMBEWEG (ONG.) IN ABCOUDE GEMEENTE DE RONDE VENEN
Archeologisch vooronderzoek Burgemeester Des Tombeweg (ong.) in Abcoude Gemeente De Ronde Venen Opdrachtgever
BügelHajema Utrechtseweg 7 3811 NA Amersfoort
Rapportnummer
19183.002
Versienummer1
1
Datum
Vestiging
17 juni 2022
Zuid-Holland Hoofdweg 240 3067 GJ Rotterdam 010-7640828 rotterdam@econsultancy.nl
Opsteller
Paraaf
Kwaliteitscontrole Paraaf
© Econsultancy bv, Rotterdam Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1 Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel
beoordeeld door de bevoegde overheid.
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
19183.002
Toponiem
Burgemeester Des Tombeweg (ong.)
Opdrachtgever
BügelHajema
Gemeente
De Ronde Venen
Plaats
Abcoude
Provincie
Utrecht
Kadastrale gegevens
Gemeente Abcoude, sectie B, deel van perceel 3905
Omvang plangebied
Circa 2.500 m2
Kaartblad
25G (1:25.000)
Coördinaten centrum plangebied
X: 126.130 / Y: 475.540
Bevoegde overheid
Gemeente De Ronde Venen Postbus 250 3640 AG Mijdrecht
T: 0297E:
Deskundige namens de bevoegde overheid
Omgevingsdienst regio Utrecht Archimedeslaan 6 3584 BA Utrecht
T: 088 – 022 50 00 E: info@odru.nl
Onderzoeksmelding ARCHIS3
5264290100
Archeoregio NOaA
12: Hollands veen- en kleigebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Rotterdam; Provinciaal Archeologisch Depot Utrecht
Uitvoerders
Econsultancy,
@derondevenen.nl
MSc &
Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van BügelHajema een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied gelegen aan de Burgemeester Des Tombeweg (ong.) in Abcoude in de gemeente De Ronde Venen. De initiatiefnemer heeft het voornemen een brandweerkazerne in het plangebied te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig), verkennende fase door middel van boringen. Volgens het bureauonderzoek worden er in het plangebied archeologische resten uit de IJzertijd – Vroege Middeleeuwen verwacht in de top van de stroomgordelafzettingen van de Angstel-stroomgordel en vanaf het maaiveld, onder een ophogingspakket, worden resten uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd verwacht. Het veldonderzoek heeft uitgewezen dat de bodemopbouw in het plangebied bestaat uit een dik ophoogpakket van minimaal 330 cm. Onder het ophogingspakket komen oever- en beddingafzettingen voor van de Angstel-stroomgordel tussen -1,67 en -2,34 m NAP.
In de top van de oeverafzettingen is geen bodem aangetroffen, vermoedelijk is de top van de oeverafzettingen afgegraven of verstoord geraakt bij het opbrengen van het zandpakket. Ten noorden van het plangebied is een slecht ontwikkelde bouwvoor aangetroffen, het kan zijn dat de top van de oeverafzettingen hier nog wel intact is, maar er is in de top van de oeverafzettingen geen bodem aangetroffen. Uit het vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat er een dik ophoogpakket in het plangebied aanwezig is van minimaal 330 cm dik. Onder dit ophoogpakket zijn oever- en beddingafzettingen van de Angstel-stroomgordel aanwezig. Er is geen bodem in de oeverafzettingen aangetroffen in het noordoostelijke deel van het plangebied. Geconcludeerd kan worden dat de verwachting voor de IJzertijd – Vroege Middeleeuwen en Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd naar laag kan worden bijgesteld voor het noordoostelijke deel van het plangebied. Voor de rest van het plangebied blijft de verwachting bestaan, omdat er niet is aangetoond of er een bodem in de oeverafzettingen aanwezig is. Econsultancy adviseert om bij de op handen zijnde bestemmingsplanwijziging de bestaande dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ te handhaven, maar de maximaal toegestane verstoringsdiepte te verruimen naar -2 m NAP, dit geeft een bufferzone van minimaal 30 cm tot het eventuele archeologische niveau.
Verder adviseert Econsultancy om heiwerkzaamheden dieper dan de voorgestelde vrijstellingsgrens wel toe te staan. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente De Ronde Venen), die vervolgens het advies overneemt of niet. Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente De Ronde Venen wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de provincie Utrecht of de gemeente De Ronde Venen.
Rapport 19183.002 versie 1
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
3
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK .............................................................................. 12 3.1 3.2 3.3 3.4
4
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 2 Methoden .......................................................................................................................... 2 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 3 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 4 Beschrijving van het historische gebruik .......................................................................... 5 Archeologische waarden .................................................................................................. 7 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 10 Conclusie bureauonderzoek ........................................................................................... 11
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................. 12 Methoden ........................................................................................................................ 12 Resultaten ....................................................................................................................... 13 Conclusie veldonderzoek ............................................................................................... 14
CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 15
LITERATUUR ...................................................................................................................................... 16 BRONNEN .......................................................................................................................................... 17
Rapport 19183.002 versie 1
LIJST VAN TABELLEN Tabel 1. Tabel 2.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Gespecificeerde archeologische verwachting
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11. Figuur 12. Figuur 13.
Ligging van het plangebied Het plangebied op de kadastrale kaart Het plangebied op een luchtfoto Toekomstige situatie in het plangebied Het plangebied op de paleogeografische kaart Het plangebied op de stroomgordelkaart Het plangebied op de geomorfologische kaart Maaiveldhoogte in het plangebied Het plangebied op de bodemkaart Het plangebied op historisch kaartmateriaal Archeologische waarden en onderzoeken Archeologische beleidskaart Boorpuntenkaart
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Archeologische monumenten Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen Boorprofielen
Rapport 19183.002 versie 1
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van BügelHajema een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Burgemeester Des Tombeweg (ong.) in Abcoude in de gemeente De Ronde Venen. De initiatiefnemer heeft het voornemen een brandweerkazerne in het plangebied te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992), de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006) en de Erfgoedwet (2016). Econsultancy is gecertificeerd volgens de BRL 4000 Archeologie2, voor de KNA-protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004, zoals vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (KNA-protocol 4002, hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase, door middel van boringen (IVO-O; KNAprotocol 4003, hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek en in relatie tot de geplande bodemverstoringen wordt geadviseerd of en in welke vorm vervolgonderzoek nodig is (hoofdstuk 4). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in mei en juni 2022 door (senior KNA-prospector).
Het rapport is gecontroleerd door
en .
2 SIKB, 2018; zie ook www.sikb.nl
RAPPORT 19183.002 versie 1
Pagina 1 van 17
2 2.1
BUREAUONDERZOEK Doelstelling en onderzoeksvragen
Het doel van het bureauonderzoek is om een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Om deze vraag te beantwoorden wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2
Methoden
Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform KNA-protocol 40023, volgens specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven volgens specificatie LS06. Daarnaast wordt het onderzoek uitgevoerd conform het opgestelde beleid voor archeologisch onderzoek binnen de gemeente De Ronde Venen. Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht: afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).
Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); relevante (wetenschappelijke) literatuur en historisch kaartmateriaal; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente De Ronde Venen; Historische vereniging De Proosdijlanden. Het bouwarchief is niet geraadpleegd, omdat het grootste deel van het plangebied nooit bebouwd is geweest.
3 SIKB, 2018
RAPPORT 19183.002 versie 1
Pagina 2 van 17
2.3
Afbakening en huidige situatie van het plangebied
Afbakening Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom van Abcoude, ten zuidwesten van de kern van Abcoude. Ten westen van het plangebied ligt de A2 en een parkeerplaats en de zuidzijde van het plangebied grenst aan de Burgemeester Des Tombeweg, met ten zuidwesten van het plangebied ligt een rotonde. Ten noorden van het plangebied ligt weiland en ten zuidwesten een afrit van de A2. Het plangebied ligt in de kadastrale gemeente Abcoude, sectie B en beslaat een deel van perceel 3905. De oppervlakte van het plangebied is circa 2.500 m2. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1 en figuur 2. Het onderzoeksgebied is het gebied waarbinnen voor het bureauonderzoek relevante informatie wordt verzameld. Dit is het gebied in een straal van circa 500 m rondom het plangebied. Huidige situatie Het plangebied beslaat een grasveld met daardoorheen een fietspad. Het plangebied grenst met de west- en zuidzijde aan wegen. In figuur 3 is de huidige situatie weergegeven. Vigerend beleid Volgens het vigerend bestemmingsplan Buitengebied Abcoude4 uit 2011 heeft het plangebied een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij ingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm -mv.
De dubbelbestemmingen zijn afgeleid van de gemeentelijke beleidskaart en de bijbehorende beleidsnota.5 Milieukundige situatie Tegelijkertijd met het archeologisch onderzoek is door Econsultancy ook een milieuhygiënisch onderzoek uitgevoerd.6 Uit dit onderzoek is gebleken dat de zwak baksteen en/of betonhoudende bovengrond licht verontreinigd is met PCB en/of minerale olie. De zintuiglijk schone ondergrond is niet verontreinigd. De aangetroffen verontreinigingen behoeven geen nader onderzoek. Wel zijn er op basis van de uitvoering van de veldwerkzaamheden aanwijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. De bijmengingen in de bovengrond met baksteen en beton en de waarschijnlijke aanwezigheid van puin onder het fietspad zijn indicatoren voor een asbestverdenking. Er is een onderzoek asbest in bodem/puin conform de NEN 5707/5897 geadviseerd. 2.4
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer heeft het voornemen een brandweerkazerne in het plangebied te realiseren. De toekomstige situatie wordt verbeeld in figuur 4. In deze fase van de planvorming zijn geen exacte bouwplannen bekend. Er wordt uitgegaan van een fundering op palen en een maximale ontgravingsdiepte tot 1 m -mv.
4 www.ruimtelijkeplannen.nl 5 Van Heeringen e.a., 2017 6 Econsultancy-rapport 19183.001
RAPPORT 19183.002 versie 1
Pagina 3 van 17
2.5
Aardwetenschappelijke gegevens
De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel 1.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied
Type gegevens
Gegevensomschrijving
Geologie
Formatie van Echteld op het Hollandveen Laagpakket, Formatie van Nieuwkoop.
Geomorfologie
Dijk
Bodemkunde
Poldervaaggronden
Grondwatertrap
IV
Landschappelijke ontwikkeling en geologie De landschappelijke ontwikkeling van het gebied zal worden beschreven aan de hand van enkele standaardwerken.7 Het plangebied ligt in het noordwesten van de provincie Utrecht, in het Hollands veenen kleigebied. De landschappelijke ontwikkeling van dit gebied hangt nauw samen met de Holocene zeespiegelstijging. Aan het begin van het Holoceen (10.000 jaar geleden) staat de zeespiegel zo’n 100 m lager dan nu. Aan het maaiveld liggen dan lokaal-terrestrische afzettingen van de Formatie van Boxtel.8 Het pleistocene maaiveld ligt in het plangebied tussen -6 en -8 m NAP.9 Ten zuiden en ten oosten van Abcoude ligt een pleistoceen rivierdal (figuur 5A). Met het stijgen van de zeespiegel ontstaat in West-Nederland in het eerste deel van het Holoceen een getijdegebied. Aan de zeezijde wordt het getijdegebied begrensd door een opensysteem van strandwallen en aan de landzijde, in de kustvlakte, ontstaat een veenstrook. Rond 5500 v. Chr. ligt het plangebied binnen deze veenstrook (figuur 5B). Rond 3850 v. Chr. heeft het veengebied zich landinwaarts uitgebreid (figuur 5C). Rond 2750 v. Chr. heeft het veengebied zich zowel landinwaarts als zeewaarts uitgebreid en ligt het plangebied midden in het veengebied, binnen een veenplas (figuur 5D).
Ten noorden van het plangebied doorkruist het huidige Noordzeekanaal het veengebied, ten zuiden van het plangebied is dit de Oude Rijn. Rond 1500 v. Chr. zijn meerdere veenplassen samen gekomen en behoort het plangebied tot een grotere veenplas (figuur 5E). Volgens de stroomgordelkaart komt het plangebied ter plaatse van de Angstel-stroomgordel te liggen, een aftakking van de Rijn, actief van 2.857 – 1577 BP. De Angstel is een veenrivier en vertakt zich bij Abcoude via twee zijrivieren, de Waver en de Holendrecht. Deze rivieren monden uit in de Amstel. De hoofdstroom van de Angstel stroomt via Weesp naar Muiden en mondt uit in het Flevomeer. Rond 500 n. Chr. slibt de Angstel op. Op de overgang van de Angstel naar de Holendrecht ligt het Abcoudermeer. De veenvorming in het gebied gaat door tot in de Middeleeuwen (figuur 5L). Vanaf de 11e eeuw wordt het veengebied ontgonnen.
7 Cohen & Stouthamer, 2012; Jongmans e.a., 2013; De Mulder e.a., 2003 8 De Mulder e.a., 2003; Stouthamer e.a., 2015 9 Vos & de Vries, 2015
RAPPORT 19183.002 versie 1
Pagina 4 van 17
Geologie Volgens het GeoTOP-model in het DINOloket worden in de ondergrond van het plangebied pleistocene afzetting van de Formatie van Boxtel verwacht tot -8,75 m NAP. Hierop wordt een laag Basisveen (Formatie van Nieuwkoop) verwacht tot -7,25 m NAP. Op het Basisveenpakket wordt Hollandveen (Formatie van Nieuwkoop) verwacht met de top op -6,25 m NAP. Op het Hollandveen Laagpakket worden geulafzettingen van de Formatie van Echteld verwacht, waarvan de top op -2,25 m NAP ligt. Op het veenpakket wordt een pakket antropogene afzettingen verwacht van 50 cm dik. Dit wordt bevestigd door het milieukundig onderzoek, waarbij is aangetoond dat in ieder geval de eerste 50 cm is opgehoogd en in andere delen is er tot 500 cm zand aangetroffen, wat ook een ophoogpakket zou kunnen zijn. Geomorfologie en maaiveldhoogte Het plangebied is op de geomorfologische kaart van Nederland (figuur 7) niet afgedekt, maar rondom het plangebied komen ontgonnen veenvlaktes voor, al dan niet bedekt of opgevuld met klei. Verder naar het zuiden komen rivierkomvlaktes voor. Het maaiveld van de ontgonnen veenvlaktes ligt, volgens het Actueel hoogtebestand van Nederland (AHN3; figuur 8), tussen -2,5 en -1,4 m NAP. In het plangebied ligt het maaiveld relatief hoog, namelijk tussen 0,95 en 4,2 m NAP. Daaruit is af te leiden dat het plangebied tussen de 2,45 en 5,5 m is opgehoogd.
Bodem en grondwater Volgens de bodemkaart van Nederland (figuur 9) komen in het plangebied poldervaaggronden voor. Pal ten noorden van het plangebied en ten zuiden van het plangebied komen moerige eerdgronden voor. Poldervaaggronden zijn kleigronden met een slecht ontwikkelde A-horizont, die worden gekenmerkt door periodieke hoge waterstanden, waardoor binnen 50 cm -mv gleyverschijnselen (roestvlekken voorkomen). Moerige eerdgronden vormen de overgang van veengronden naar minerale gronden en hebben een bovengrond die tussen 0 en 80 cm diepte uit minder dan vijftig procent moerig materiaal bestaat. De poldervaaggronden binnen het plangebied hebben grondwatertrap IV. Dit betekent dat de hoogste grondwaterstand (winterpeil) dieper dan 40 cm -mv staat en de laagste grondwaterstand (zomerpeil) tussen 80 en 120 cm -mv. De grondwaterstand is van invloed op de conservering van organische archeologische resten, zoals hout, leer en bot. Deze resten worden boven de laagste grondwaterstand niet of slecht geconserveerd verwacht. 2.6
Beschrijving van het historische gebruik
Bewoningsgeschiedenis en historisch kaartmateriaal De eerste bewoningssporen uit Abcoude zijn afkomstig uit het Mesolithicum. Bewoning in de Prehistorie vindt voornamelijk plaats op de oeverwallen van stroomgordels. Deze liggen relatief hoog in het omliggende landschap, waardoor ze een geschikte bewoningslocatie vormen. Ook in de IJzertijd en Romeinse tijd zijn dit gunstige locaties. Het omliggende veengebied is echter minder tot ongeschikt voor bewoning, omdat het gebied te nat is. Binnen het plangebied is de Angstel-stroomgordel vanaf de Bronstijd – Romeinse tijd actief. De oeverwal van deze stroomgordel wordt nadat de stroomgordel inactief wordt geschikt voor bewoning.
RAPPORT 19183.002 versie 1
Pagina 5 van 17
In 1085 wordt Abcoude voor het eerst genoemd, wanneer het gebied de Ronde Venen door de Utrechtse bisschop Koenraad voor ontginning geschonken wordt aan het kapittel van Sint Jan, aan de heer van Abcoude. De ontginning start vanaf de oevers van de bestaande rivieren, waarbij de Angstel de basis voor de eerste ontginning in de West-Vechtse ontginning is, met de Demmerikse Kade als achtergrens. De Ronde Venen wordt ontgonnen vanaf de veenrivieren de Kromme Mijdrecht, de Drecht, de Waver en de Winkel en vanaf de gegraven Ennipwetering en de Veenkade-Demmerikse Kade. Er wordt vanaf daar radiaal ontgonnen naar het hoger gelegen centrale deel. Rond 1300 wordt de ontginning voltooid. In de 16e eeuw neemt de veenwinning sterk toe, waardoor in de 18e eeuw grote veenplassen ontstaan. In de 19e eeuw worden deze veenplassen drooggemaakt.10 Op de kadastrale minuut uit 1811 – 1832 is te zien dat het plangebied delen van percelen 464, 465, 466 en 468 beslaat (figuur 10A). De percelen zijn in gebruik als weiland en perceel 465 als water (wetering). Ten oosten van het plangebied ligt het Gein, met daarlangs bebouwing. Ten noorden van het plangebied ligt de Holendrecht. Rond 1880 is de situatie in en rond het plangebied nagenoeg hetzelfde ten opzichte van de kadastrale minuut (figuur 10B). Het plangebied ligt ten zuidwesten van Abcoude in de Waardassacker polder.
Ten zuidoosten van het plangebied ligt Landlust. Ten noorden van het plangebied ligt het Abcoudermeer en ten oosten de Koppeldijk, die de polder afsluit van de rivier de Angstel. Rond 1931 is ten noordoosten van het plangebied het Fort bij Abcoude gebouwd, langs de spoorlijn naar Amsterdam. Rond 1962 komt er in het plangebied een afrit van de A2 te liggen en een weg die over een viaduct over de A2 gaat (figuur 10C). De bebouwing van Abcoude is uitgebreid. Rond 1970 is er in de polder ten noordoosten van het plangebied een wijk gebouwd (figuur 10D). Rond 1984 wordt de polder ten noorden van het plangebied verder volgebouwd. Rond 2011 is de wegensituatie in het plangebied verandert (figuur 10E). De A2 is verbreed en de zuidzijde van het plangebied grenst aan de Burgermeester Des Tombesweg en pal ten zuidwesten van het plangebied is een rotonde aangelegd. Rond 2014 is er een fietspad in het plangebied aangelegd (figuur 10F). De situatie in het plangebied blijft tot op heden nagenoeg ongewijzigd. Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Binnen het plangebied of direct daaromheen (in een straal van 50 m) liggen geen rijks- en gemeentemonumenten. Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd.11
10 Van Heeringen e.a., 2017 11 ikme.nl; VEO Bommenkaart; Ruimingskaart; Wageningen University & Research—Geoportal.
RAPPORT 19183.002 versie 1
Pagina 6 van 17
Volgens de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed ligt er ten zuiden van het plangebied tijdens de Tweede Wereldoorlog de Stelling van Amsterdam, een verdedingslinie rond Amsterdam bestaande uit inundaties en forten. Ten noordoosten van het plangebied ligt het Fort van Abcoude. Ten oosten van Abcoude ligt de Hintere Wasserstellung, een Duitse verdedigingslinie ten oosten van de 1e of Vordere Wasserstellung en moest een invasie vanuit de kuststreek vertragen. De archeologische verwachting voor linies betreffen gebouwd erfgoed zoals bunkers en tankversperringen, maar ook archeologische resten in de vorm van gevechts- en waarnemingsposities voor infanterie, opstellingen voor geschut, loopgraven, mangaten, overstoven betonbouw, versperringen, barakken etc. Het raadplegen van de bronnen geeft geen redenen om aan te nemen dat er archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied te verwachten zijn. Historische vereniging De Proosdijlanden Op 24 mei 2022 is er contact gezocht met de Historische vereniging De Proosdijlanden. Hier is in het tijdsbestek van het onderzoek helaas geen reactie opgekomen. 2.7
Archeologische waarden
In de omgeving van het plangebied liggen volgens Archis3 een tweetal archeologische monumenten (AMK-terreinen), zijn er meerdere vondstmeldingen gedaan en is een aantal archeologische onderzoeken uitgevoerd (figuur 11). Archeologische onderzoeksmeldingen zijn meldingen van onderzoeken die vanaf de jaren 1990 zijn uitgevoerd op basis van artikel 46 van de Monumentenwet uit 1989. Er worden verschillende typen archeologische onderzoeken onderscheiden. Voor dit onderzoek zijn met name de archeologische veldonderzoeken van belang, dus de veldkarteringen, booronderzoeken, proefsleuvenonderzoeken, archeologische begeleidingen en definitieve opgravingen. Bureauonderzoeken worden buiten beschouwing gelaten. Als er tijdens archeologisch onderzoek vondsten worden gedaan, dan kunnen er één of meerdere vondstlocaties worden geregistreerd. Een overzicht van de onderzoeksmeldingen rondom het plangebied is opgenomen in bijlage 3. Vondstmeldingen zijn meldingen van vondsten die bij toeval zijn gedaan of bij archeologisch onderzoek dat niet op basis van de Monumentenwet is uitgevoerd. Het gaat hierbij veelal om onderzoeken die voor de jaren 1990 zijn uitgevoerd. Bij elke vondstmelding hoort één vondstlocatie. Een overzicht van de vondstmeldingen rondom het plangebied is opgenomen in bijlage 4. Bij een vondstlocatie horen vondsten, grondsporen en/of complexen.
Vondsten zijn mobiele archeologische resten (bijvoorbeeld fragmenten aardewerk, bouwkeramiek, bewerkt vuursteen). Grondsporen zijn duidelijk begrensbare verschijnselen in de bodem, van antropogene oorsprong (bijvoorbeeld paalkuilen of muurresten) of natuurlijke oorsprong (bijvoorbeeld een boomval). Een complex is een verzameling van sporen en vondsten in eenzelfde gebied, uit dezelfde periode en met dezelfde oorsprong. Bijvoorbeeld: aardewerk, huttenleem en paalsporen vormen samen het complextype ‘bewoning’. Archeologische monumenten zijn terreinen waar op basis van historische gegevens of vondsten archeologische resten worden vermoed of aanwezig zijn, maar die nog niet zijn onderzocht. Een overzicht van de monumenten rondom het plangebied is opgenomen in bijlage 2.
RAPPORT 19183.002 versie 1
Pagina 7 van 17
Archeologische monumenten Circa 850 m ten zuidoosten van het plangebied ligt een terrein van zeer hoge archeologische waarde (AMK nr. 69). Het terrein betreft het voormalige kasteel Abcoude. Het monument ligt in klei op een stroomrug, over een met gras begroeid perceel. Hoogstwaarschijnlijk gaat het om aanpassingen aan een bestaand kasteel. Het valt niet uit te sluiten dat aan het polygonale kasteel Abcoude een motte vooraf is gegaan. Het kasteel van Abcoude is rond 1860 afgebroken. In het landschap zijn nog restanten van de grachten zichtbaar en ondergronds zijn nog resten van de fundamenten van het kasteel te vinden. De eerste afbeeldingen van Abcoude zijn afkomstig uit de 17e eeuw en laten een groot slot zien, dat gebouwd is in een onregelmatige zeshoek. De toegang tot de hoofdburcht wordt gevormd door een rechthoekig poortgebouw en aan de rechterzijde ervan staat een zware vierkante toren. De drie andere knikken in de onregelmatige zeshoekige worden gedekt door twee ronde torens en een D-vormige toren. Vermoedelijk heeft de toren tegenover het poortgebouw dienstgedaan als donjon. Het is onwaarschijnlijk dat het kasteel in één fase is gebouwd. Mogelijk is er sprake geweest van aanpassingen aan een bestaand kasteel. Kasteel Abcoude is waarschijnlijk in de latere eeuwen niet veel verandert. Eind 17e eeuw raakte het in verval en wordt vervolgens door Th.
De Leeuw, nadat hij het kasteel in 1715 gekocht heeft, gerestaureerd. Hij herstelt de torens en laat er spitsen op zetten. Na zijn dood in 1744 raakt het kasteel echter opnieuw in verval. Het vervalt tot een ruïne en wordt tenslotte in 1860 afgebroken. Op dit moment is er een min of meer ronde aanleg met daarin een halfronde gracht zichtbaar. Ooit heeft hier een zeshoekig kasteel met torens op de hoeken gestaan. De woonruimtes liggen tegen de buitenmuur, zodat er een ronde binnenplaats omsloten is. Om het geheel (voor- en hoofdterrein) ligt een aarden wal en gracht. Een deel van de fundamenten is nog in de bodem aanwezig. De resten bevinden zich in goede staat, in goede conservering. Waarschijnlijk dateert het kasteel uit het einde van de 13e eeuw. In de 16e eeuw raakte het onbewoond, om in de 17e eeuw nog een keer instaat van verdediging tegen de Fransen gebracht te worden. In het begin van de 18e eeuw is het totaal vervallen. Het Kasteel Abcoude ligt in de bocht van de Angstel, ongeveer een kilometer ten zuiden van Abcoude. Ten noordoosten van het plangebied, circa 900 m, ligt een terrein van hoge archeologische waarde (AMK nr. 11927). Het betreft de dorpskern van Abcoude met resten uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd. Abcoude is gebouwd rondom het punt waar de Angstel zich splitst in het Gein en de Holendrecht.
Archeologische onderzoeksmeldingen Het plangebied maakt onderdeel uit van een groter onderzoeksgebied, betreffende de A2 (zaakid. 2026622100). Hier is in 1997 een booronderzoek uitgevoerd. Er is helaas geen rapport van dit onderzoek beschikbaar via Archis 3 of DANS. Circa 500 m ten zuidoosten van het plangebied is in 2008 een booronderzoek uitgevoerd (zaakid. 2194463100). Tijdens het booronderzoek zijn er in het onderzoeksgebied oever-, crevasse-, kom- en beddingafzettingen van de Angstel aangetroffen. De oever- en crevasseafzettingen zijn afgezet op komafzettingen. In de laaggelegen delen komen de komafzettingen (vrijwel) direct aan de oppervlakte voor. In het zuidoosten van het onderzoeksgebied zijn geen komafzettingen direct vanaf het maaiveld aangetroffen. In het noordwesten van het onderzoeksgebied zijn in twee boringen houtskoolspikkels aangetroffen op 30 tot 80 cm respectievelijk 60 cm -mv. Op basis van een aantal factoren wordt aan de locatie rond deze boringen een middelhoge archeologische verwachtingswaarde gegeven. Een eventueel aanwezige vindplaats kan gedateerd worden vanaf de IJzertijd tot de Nieuwe tijd. In het zuidoostelijke deel van het onderzoeksgebied zijn in meerdere boringen houtskool en een scherf aangetroffen. Op basis van een aantal factoren wordt aan de locatie rond deze boringen een hoge archeologische verwachtingswaarde gegeven.
De mogelijke vindplaats in dit deel van het onderzoeksgebied kan vermoedelijk in de IJzertijd, Laat Romeinse tijd of Vroege Middeleeuwen worden gedateerd. Er is geadviseerd om in de gebieden met een middelhoge en hoge archeologische verwachting een proefsleuvenonderzoek.
RAPPORT 19183.002 versie 1
Pagina 8 van 17
Naar aanleiding van dit onderzoek is er in 2008 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (zaakid. 2217020100). Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn sporen van ontginning en bewoning uit de 11e en 12e eeuw ontdekt in het onderzoeksgebied. Daarmee zijn dit de vroegste middeleeuwse sporen van het historisch bekende Abcoude, dat voor het eerst in het jaar 1085 in een oorkonde wordt genoemd. Het onderzoek heeft aangetoond dat er in het onderzoeksgebied een behoudenswaardige vindplaats aanwezig is. Bijzonder is dat op nog geen 100 m van de vindplaats de resten van het bisschoppelijk kasteel Abcoude liggen, één van de zeven bisschoppelijke kastelen ter grensverdediging van het Sticht. In het zuidelijk deel van het onderzoeksgebied is een wirwar aan greppels uit de 11e en 12e eeuw ontdekt, die getuigen van de vroegste middeleeuwse ontginningen in de omgeving van Abcoude. Vanaf de 10e eeuw na Chr. geeft de bisschop van Utrecht de zogenaamde “woeste gronden” in leen uit aan leenmannen om in cultuur te brengen (ontginnen), waaronder het veenweidegebied rond Abcoude. Voor de bisschop betekent dit een uitbreiding van zijn grondgebied, zijn macht en extra inkomsten in de vorm van landopbrengsten of belasting. Aangetroffen paalkuilen in de hoogste delen van het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied wijzen op de locatie van een boerderij of een graanopslagplaats, een spieker genaamd.
Op basis van het aangetroffen aardewerk lijkt het terrein tot in de 13e eeuw in gebruik geweest te zijn. Er is een aanvullend proefsleuvenonderzoek geadviseerd. Dit aanvullende proefsleuvenonderzoek is in 2009 uitgevoerd (zaakid. 2240349100). Tijdens het aanvullend proefsleuvenonderzoek is de begrenzing van een middeleeuwse ontginningsnederzetting vastgesteld. Er is geadviseerd om deze behoudenswaardige vindplaats in situ te behouden en de delen die door grondroerende werkzaamheden worden bedreigd, ex situ, door middel van een vlakdekkende opgraving te laten onderzoeken. Dit om informatie te behouden die van belang is voor onze kennisvorming van het verleden. In het noordelijk deel van het onderzoeksgebied zijn geen sporen of vondsten aangetroffen op de oever- en beddingafzettingen van een fossiele rivierloop. Er is geadviseerd om dit deel van het onderzoeksgebied vrij te geven voor ontwikkeling. In het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied zijn zeven aanvullende proefsleuven gegraven om de begrenzing van de middeleeuwse ontginningsnederzetting vast te kunnen stellen. De vindplaats kan gedateerd worden van de late 10e tot en met de 13e eeuw en ligt op nog geen 100 m afstand van de resten van het bisschoppelijk kasteel, dat dateert uit de tweede helft van de 13e eeuw. Naar aanleiding van bovenstaand onderzoek is er in 2009 een opgraving uitgevoerd (zaakid. 2258664100).
De opgraving heeft aangetoond dat de vroegste ontginning en bewoning rond Abcoude in de tweede helft van de 10e eeuw gedateerd kan worden. Dit is een eeuw eerder dan de eerste bekende vermelding van Abcoude in 1085. Het onderzoeksgebied is tot in de eerste helft van de 13e eeuw bewoond geweest, waarbij er aanwijzingen zijn gevonden voor de verwerking (het rotten) van hennep, de productie van zogenaamde kloostermoppen (grote zwarte bakstenen) in de vorm van misbaksels en mogelijk ook enkele veldoventjes. De natuursteenvondsten wijzen ook op verschillende ambachtelijke activiteiten, al is niet altijd even duidelijk welke dat zijn geweest. De vele pathologieën die op runder- en paardenbotten zijn aangetroffen, tonen aan dat deze dieren veelvuldig voor hun trekkracht moeten zijn gebruikt. Verschillende concentraties van paalkuilen duiden op de locatie van een bijgebouw, een mogelijk spieker (opslagplaats) of mogelijk een braakhut voor de hennep. Er is tijdens het onderzoek een begraven elzenbroekbos van bijna 2000 jaar oud aangetroffen. De bomen staan nog rechtop in de klei en veen en is erg bijzonder en uniek voor Nederland. Uit het onderzoek is daarnaast gebleken dat het gebied vanaf de IJzertijd bewoond is geweest.
Vondstmeldingen Naast de bovengenoemde vondsten is er ten zuiden van het plangebied, circa 250 m, tijdens een veldkartering Paffrath aardewerk uit de Late Middeleeuwen gevonden (waarnemingsnr. 2986830100).
RAPPORT 19183.002 versie 1
Pagina 9 van 17
Archeologische verwachting Volgens de archeologische verwachtingskaart van de gemeente De Ronde Venen (figuur 12) heeft het plangebied een middelhoge archeologische verwachting. Deze verwachting is toegekend aan de natuurlijke waterlopen in de gemeente. Het betreft in dit geval de Angstel. De waterlopen dateren van vóór de ontginningen en vormen daarmee de oudste waterlopen binnen de gemeente. Door de eeuwen heen zijn ze gebruikt als transportaders en visgebied. De verwachting betreft sporen van transport over water zoals scheepsresten of kaderesten, sporen van watermanagement zoals dammen en duikers en sporen van economische exploitatie zoals visgerei. 2.8
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Op grond van het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld (zie tabel 2). Tabel 2.
Gespecificeerde archeologische verwachting
Archeologische periode
Verwachting en complextype
Te verwachten resten
Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld
Neolithicum
Laag
-
In het veen
Bronstijd
Laag
-
Meer-afzettingen
IJzertijd – Vroege Middeleeuwen
Middelhoog; bewoningssporen, sporen van landgebruik
Akkerlagen, cultuurlagen, ophooglagen; sloten/greppels, afvalkuilen, paalkuilen, waterputten; vuur- en natuursteen, aardewerk, houtskool, (on)verbrand bot, verbrand leem
In de top van de stroomgordelafzettingen van de Angstel-stroomgordel
Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd
Middelhoog; sporen van landgebruik
Akkerlagen, sloten/greppels
Vanaf het maaiveld, onder een ophoogpakket
In het plangebied wordt Hollandveen (Formatie van Nieuwkoop) verwacht met daarop meer- en stroomgordel-afzettingen. Deze afzettingen behoren tot de Formatie van Echteld. De Angstel-stroomgordel afzettingen zijn afgezet in de Bronstijd – Romeinse tijd. Vanaf de 11e eeuw wordt het gebied ontgonnen. Op basis van de landschappelijke ontwikkeling heeft het plangebied een middelhoge verwachting voor archeologische resten uit de periode IJzertijd – Nieuwe tijd. Resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Bronstijd worden niet verwacht, enerzijds omdat het gebied niet geschikt voor bewoning was en anderzijds omdat eventuele resten in de top van het veen en meer-afzettingen kunnen zijn verdwenen door erosie van de Angstel-stroomgordel. Resten van landbouwers uit de IJzertijd – Vroege Middeleeuwen worden verwacht in de top van de Angstel-stroomgordel in de vorm van cultuur- en akkerlagen met strooiing van houtskool, vuursteen, aardewerk en verbrand leem en grondsporen zoals paal- en afvalkuilen, greppels en waterputten. Sporen van landgebruik uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd worden verwacht vanaf het maaiveld, voornamelijk in de vorm van greppels en sloten. Bodemverstoring Voor resten in de top van de Angstel-stroomgordelafzettingen in het plangebied kunnen zijn verstoord door de aanleg van de afrit van de A2.
Het is waarschijnlijk dat het plangebied is opgehoogd en dat de stroomgordel-afzettingen onder een ophoogpakket liggen.
RAPPORT 19183.002 versie 1
Pagina 10 van 17
2.9
Conclusie bureauonderzoek
Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat in het plangebied resten uit de IJzertijd – Vroege Middeleeuwen worden verwacht in de top van de Angstel-stroomgordelafzettingen en resten uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd worden verwacht vanaf het maaiveld, onder een ophoogpakket. Om de archeologische verwachting te toetsen is een vervolgonderzoek noodzakelijk. Dit onderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase, door middel van boringen. Dit onderzoek heeft tot doel om de landschappelijke opbouw en de mate van verstoring voor het plangebied vast te stellen en hiermee de archeologische verwachting voor het plangebied te bepalen.
RAPPORT 19183.002 versie 1
Pagina 11 van 17
3
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK
3.1
Doelstelling en onderzoeksvragen
Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoord te vinden op de vraag wat de bodemopbouw en de mate van verstoring is binnen het plangebied en hoe dit de archeologische verwachting beïnvloed in het kader van de voorgenomen bodemingrepen. 3.2
Methoden
Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd conform KNA-protocol 400312, volgens specificaties VS01, VS03 en VS05. Daarnaast wordt het onderzoek uitgevoerd conform beleid voor archeologisch onderzoek binnen de gemeente De Ronde Venen. Het veldonderzoek is op 9 juni 2022 uitgevoerd door , MSc en (senior KNA-prospector). Voorafgaand aan het veldwerk is er een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld. In totaal zijn er twee boringen tot maximaal 5,8 m -mv geplaatst. De boringen zijn door de aanwezigheid van een dik ophoogpakket in het laagste gedeelte van het plangebied (boring 1) en ten noorden van het plangebied gezet (boring 2), om te achterhalen hoe dik het ophoogpakket is in boring 1. Het verrichten van de boringen op de hoger gelegen delen van het plangebied is niet zinvol geacht, aangezien hier een nog dikkere ophoog laag aanwezig is (tot 5,5 m). De locatie van de boringen is bepaald met behulp van GPS. De maaiveldhoogte is bepaald aan de hand van het AHN. De locatie van de boringen is te zien figuur 13. Voor de boringen is gebruik gemaakt van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een gutsboor met een diameter van 3 cm. De boringen zijn lithologisch beschreven conform de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode.13 De boorbeschrijvingen zijn te vinden in bijlage 5.
12 SIKB, 2018 13 Bosch, 2005
RAPPORT 19183.002 versie 1
Pagina 12 van 17
3.3
Resultaten
Geologie en bodem De bodemopbouw in het plangebied bestaat uit een dik ophoogpakket op oever- en beddingafzettingen. In boring 1 bestaat uit bovenste pakket uit matig fijn tot grof, zwak tot sterk siltig, zwak humeus zand, als dan niet met sporen van baksteen, sintel, puin, piepschuim, grind en kleibrokken. Het pakket heeft een dikte van 330 cm en de basis ligt op -2,34 m NAP. Dit pakket is opgebracht. Onder het opgebrachte pakket komt een afwisseling van matig zandige, kalkrijke klei en zeer tot matig fijn, matig tot uiterst siltig, kalkrijk zand voor. De lagen hebben een dikte van 10 tot 15 cm en het gehele pakket is 55 cm dik. De basis ligt op 385 cm -mv (-2,89 m NAP). In de onderste 15 cm komen roestvlekken voor. Vermoedelijk gaat het hier om oeverafzettingen van de Angstel-stroomgordel. Onder de afwisseling van klei en zand komt een gelaagd matig fijn, matig siltig zandpakket voor van 45 cm dik. De basis ligt op 430 cm -mv (-3,34 m NAP). Dit pakket betreft ook oeverafzettingen. Onder het pakket oeverafzettingen komt een pakket matig fijn, matig siltig zand voor met kleilagen. De top van dit pakket (10 cm) is zwak siltig zonder kleilagen. Het pakket is minimaal 150 cm dik. Dit pakket betreft beddingafzettingen van de Angstel-stroomgordel. In boring 2 bestaat het bovenste pakket uit matig fijn, matig siltig, zwak humeus zand met kleibrokken en plantenresten.
Dit pakket heeft een dikte van 50 cm. De ondergrens ligt op -1,19 m NAP. Dit is een opgebracht pakket. Onder het opgebrachte pakket komt matig siltig, zwak humeuze klei voor met roetsvlekken. De klei heeft een dikte van 50 cm dik en de ondergrens ligt op 100 cm -mv (-1,69 m NAP). Dit betreft een slecht ontwikkelde bouwvoor. Hieronder komt een sterk zandig kleipakket voor met roetsvlekken van 70 cm dik. De ondergrens ligt op 170 cm -mv (-2,39 m NAP). Dit pakket betreft oeverafzettingen van de Angstel-stroomgordel. Het zandige kleipakket gaat over in een zeer fijn, sterk siltig zandpakket met zwarte vlekken. Dit pakket heeft een dikte van 30 cm. De ondergrens van het zand ligt op 200 cm -mv (-2,69 m NAP). Dit zand behoord ook tot de oeverafzettingen. Onder de oeverafzettingen komt een pakket matig fijn, zwak siltig, goed gesorteerd zand voor met een dikte van minimaal 60 cm. Dit pakket betreft beddingafzettingen. Archeologische indicatoren In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren waargenomen. Het gaat hier echter om een verkennend veldonderzoek, dat zich richt op de bodemopbouw en mogelijke bodemverstoringen die de archeologische trefkans kunnen beïnvloeden en niet zo zeer op het onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen.
RAPPORT 19183.002 versie 1
Pagina 13 van 17
3.4
Conclusie veldonderzoek
Het veldonderzoek heeft tot doel antwoord te vinden op de vraag wat de bodemopbouw en de mate van verstoring is binnen het plangebied en hoe dit de archeologische verwachting beïnvloedt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen. Volgens het bureauonderzoek worden er in het plangebied archeologische resten uit de IJzertijd – Vroege Middeleeuwen verwacht in de top van de stroomgordelafzettingen van de Angstel-stroomgordel en vanaf het maaiveld, onder een ophogingspakket, worden resten uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd verwacht. Het veldonderzoek heeft uitgewezen dat de bodemopbouw in het plangebied bestaat uit een dik ophoogpakket van minimaal 330 cm. Onder het ophogingspakket komen oever- en beddingafzettingen voor van de Angstel-stroomgordel tussen -1,67 en -2,34 m NAP. In de top van de oeverafzettingen is geen bodem aangetroffen, vermoedelijk is de top van de oeverafzettingen afgegraven of verstoord geraakt bij het opbrengen van het zandpakket. Ten noorden van het plangebied is een slecht ontwikkelde bouwvoor aangetroffen, het kan zijn dat de top van de oeverafzettingen hier nog wel intact is, maar er is in de top van de oeverafzettingen geen bodem aangetroffen.
Geconcludeerd wordt dat de archeologische verwachting voor de IJzertijd – Vroege Middeleeuwen en de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd naar laag kan worden bijgesteld voor het noordoostelijke deel van het plangebied. Voor de rest van het plangebied blijft de verwachting bestaan, omdat er niet is aangetoond of er een bodem in de oeverafzettingen aanwezig is.
RAPPORT 19183.002 versie 1
Pagina 14 van 17
4
CONCLUSIE EN ADVIES
Uit het vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat er een dik ophoogpakket in het plangebied aanwezig is van minimaal 330 cm dik. Onder dit ophoogpakket zijn oever- en beddingafzettingen van de Angstel-stroomgordel aanwezig. Er is geen bodem in de oeverafzettingen aangetroffen in het noordoostelijke deel van het plangebied. Geconcludeerd kan worden dat de verwachting voor de IJzertijd – Vroege Middeleeuwen en Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd naar laag kan worden bijgesteld voor het noordoostelijke deel van het plangebied. Voor de rest van het plangebied blijft de verwachting bestaan, omdat er niet is aangetoond of er een bodem in de oeverafzettingen aanwezig is. Econsultancy adviseert om bij de op handen zijnde bestemmingsplanwijziging de bestaande dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ te handhaven, maar de maximaal toegestane verstoringsdiepte te verruimen naar -2 m NAP, dit geeft een bufferzone van minimaal 30 cm tot het eventuele archeologische niveau. Verder adviseert Econsultancy om heiwerkzaamheden dieper dan de voorgestelde vrijstellingsgrens wel toe te staan. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven.
Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente De Ronde Venen), die vervolgens het advies overneemt of niet. Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente De Ronde Venen wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de provincie Utrecht of de gemeente De Ronde Venen.
RAPPORT 19183.002 versie 1
Pagina 15 van 17
LITERATUUR Ball, E. A. G., Delaruelle, S., Heeringen, R. M. V., Huijbers, A., Linde, C. V. D., Schrijvers, R., & Tebbens, L. A. (2018). Westelijk Noord- Brabant in het Malta-tijdperk Synthetiserend onderzoek naar de bewonings geschiedenis van het westelijk deel van het Brabants zandgebied. https://doi.org/10.17026/DANS-2ZV-E83Q Bosch, J. (2005). Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. NITG-TNO. https://www.sikb.nl/doc/archeo/leidraden/Leidraad%20ASB%20versie%205_2%20geactualiseerd%20september%202008.pdf Cohen, K. M., & Stouthamer, E. (2012). Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. Rhine-Meuse
Delta
Studies,
Dept.
Fysische
Geografie,
Universiteit
Utrecht.
https://easy.dans.knaw.nl/ui/datasets/id/easy-dataset:52125 de Mulder, E., Geluk, M., Ritsema, I., Westerhof, W., & Wong, T. (2003). De ondergrond van Nederland (Houten). Econsultancy. (2022). Rapport verkennend bodemonderzoek (19183.001) carpoolplaats A2 te Abcoude. Jongmans, A. G., van den Berg, M. W., Sonneveld, M. P. W., Peek, G. J. W. C., & van den Berg van Saparoea, R. M. (2013). Landschappen van Nederland, geologie, bodem en landgebruik. Wageningen Academic Publishers. Mulder, E. F. de, Geluk, M. C., Ritsema, I., Westerhoff, W. E., & Wong, T. E. (2003). De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhof. SIKB. (2018). BRL SIKB 4000. Beoordelingsrichtlijn Archeologie (Versie 4.1, 24 mei 2018 ed.). SIKB. Stouthamer, E., Cohen, K. M., & Hoek, W. Z. (2015). De vorming van het land geologie en geomorfologie (7de dr.). Perspectief Uitgevers. Van Berkel, G., & Samplonius, K. (2006). Nederlandse Plaatsnamen: Herkomst En Historie. Spectrum. van der Aa, A. J. (1839). Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden. Jacobus Noorduyn. Van Heeringen, R. M., Schrijvers, R., Visser, C. A., & Weerheijm, W. J. (2017). Herziening van de archeologische beleidskaart van de gemeente De Ronde Venen 2016 (Nr. V1385). Vestigia BV. Vos, P., & de Vries, S. (2015). 2e generatie paleogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0).
RAPPORT 19183.002 versie 1
Pagina 16 van 17
BRONNEN AHN; internetsite, juni 2022. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, juni 2022. https://archis.cultureelerfgoed.nl Bodemloket, internetsite, juni 2022. http://www.bodemloket.nl Beeldbank Cultureel Erfgoed; internetsite, juni 2022 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Dinoloket; internetsite, juni 2022. http://www.dinoloket.nl/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, juni 2022. http://www.ikme.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, juni 2022. http://www.topotijdreis.nl/ Ruimingskaart; internetsite, juni 2022. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, juni 2022. http://www.sikb.nl VEO Bommenkaart; internetsite, juni 2022. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/ Wageningen University & Research—Geoportal; internetsite, juni 2022. https://library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf#1
RAPPORT 19183.002 versie 1
Pagina 17 van 17
Figuur 1. Ligging van het plangebied
RAPPORT 19183.002 versie 1
Figuur 2. Het plangebied op de kadastrale kaart
RAPPORT 19183.002 versie 1
Figuur 3. Het plangebied op een luchtfoto
RAPPORT 19183.002 versie 1
Figuur 4. Toekomstige situatie in het plangebied
RAPPORT 19183.002 versie 1
Figuur 5. Het plangebied op de paleogeografische kaart
RAPPORT 19183.002 versie 1
RAPPORT 19183.002 versie 1
Figuur 6. Het plangebied op de stroomgordelkaart
RAPPORT 19183.002 versie 1
Stroomgordel 10: Angstel (2857 – 1577 BP) Stroomgordel 428: Winkel (2857 – 1577 BP)
RAPPORT 19183.002 versie 1
Figuur 7. Het plangebied op de geomorfologische kaart
RAPPORT 19183.002 versie 1
Figuur 8. Maaiveldhoogte in het plangebied
RAPPORT 19183.002 versie 1
Figuur 9. Het plangebied op de bodemkaart
RAPPORT 19183.002 versie 1
Figuur 10. Het plangebied op historisch kaartmateriaal
RAPPORT 19183.002 versie 1
Figuur 11.
Archeologische waarden en onderzoeken
RAPPORT 19183.002 versie 1
RAPPORT 19183.002 versie 1
Figuur 12.
Archeologische beleidskaart
RAPPORT 19183.002 versie 1
RAPPORT 19183.002 versie 1
Figuur 13.
Boorpuntenkaart
RAPPORT 19183.002 versie 1
Bijlage 1 Ouderdom in jaren
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente
Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Rapport 19183.002 versie 1
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr.
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
1950
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 815
2650
IVb Subboreaal koeler droger
2000
3755
IVa
5000
4900
5300
7020
8240
Atlanticum warm vochtig
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
9000
8800 11.755
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Rapport 19183.002 versie 1
Bijlage 2 AMK nr. 69
11927
Archeologische monumenten
Locatie
Datering
Waarde en omschrijving
850 meter ten zuidoosten van het plangebied Polder Waardassacker En Holendrecht; Winkeldijk; Landlust; Slotpolder te Abcoude Gemeente De Ronde Venen Coördinaat: 126839/475081
Middeleeuwen laat Nieuwe tijd
900 meter ten noordoosten van het plangebied Centrum te Abcoude Gemeente De Ronde Venen Coördinaat: 126880/476071
Middeleeuwen laat Nieuwe tijd
Complex: Kasteel Waarde: Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd Betreft een terrein waarin overblijfselen van het voormalige kasteel Abcoude liggen. Het monument ligt in klei op een stroomrug, over een met gras begroeid perceel. Het ligt in een stroomgebied tussenis gekomen. Hoogstwaarschijnlijk gaat het om aanpassingen aan een bestaand kasteel. Het valt niet uit te sluiten dat aan het polygonale kasteel Abcoude een motte vooraf is gegaan. Toestand: Muurresten ondergronds, terrein met grachten restant; Kasteel Abcoude is rond 1860 afgebroken. In het landschap zijn nog restanten van de grachten zichtbaar en ondergronds zijn nog resten van de fundamenten van het kasteel te vinden. Bouwgeschiedenis: De vroegste afbeeldingen van Abcoude zijn afkomstig uit de 17de eeuw, en laten een groot slot zien, dat gebouwd is in een onregelmatige zeshoek. De toegangtot de hoofdburcht werd gevormd door een rechthoekig poortgebouw, en aan de rechterzijde ervan stond een zware vierkante toren. De 3 andere knikken in onregelmatige zeshoekige aanleg werden gedekt door twee ronde torens en ÚÚn D-vormige toren. Vermoedelijk heeft de toren tegenover het poortgebouw dienst gedaan als donjon. Het is onwaarschijnlijk dat het kasteel in ÚÚn fase is gebouwd. Mogelijk iser sprake geweest van aanpassingen aan een bestaand kasteel.
Kasteel Abcoude is waarschijnlijk in later eeuwen niet veel veranderd. Eind 17de eeuw raakte het in verval, en werd vervolgens door Th. deLeeuw, nadat hij het kasteel in 1715 gekocht had, gerestaureerd. Hij herstelde de torens en liet er spitsen op zetten. Na zijn dood in 1744 raakte het kasteel echter opnieuw in verval. Het verviel tot een ru´ne en werd tenslotte in 1860 afgebroken.twee riviertjes. Op dit moment is een min of meer ronde aanleg met daarin een halfronde gracht zichtbaar. Ooit stond hier een zeshoekig kasteel met torens op de hoeken. De woonruimtes lagen tegen debuitenmuur, zodat er een min of meer ronde binnenplaats omsloten werd. Om het geheel (voor- en hoofdterrein) lag een aarden wal en gracht. Een deel van de fundamenten is nog in de bodem aanwezig. Deresten bevinden zich in goede staat, in goede conservering. Waarschijnlijk dateert het kasteel uit het einde van de 13de eeuw. In de 16de eeuw raakte het onbewoond, om in de 17de eeuw nog een keer instaat van verdediging tegen de Fransen gebracht te worden. In het begin van de 18de eeuw is het totaal vervallen. In 1714 is het echter verkocht aan Th. de Leeuw, die het herstelde en er tot zijn dood in 1744 woonde. Pas aan het begin van de 19de eeuw sloeg de verwaarlozing weer toe. Rond 1860 is het gesloopt. In 1930 zijn door vrijwilligers enkele buitenmuren opgegraven.
In 1995 heeft RAAP eenweerstandsmeting en booronderzoek uitgevoerd. INFORMATIE VAN DE STICHTING KASTELENLEXICON (SKLN): Locatie: Kasteel Abcoude lag in de bocht van de Angstel, ongeveer een kilometer ten zuiden van Abcoude. Etymologie: Het kasteel ontleent zijn naam aan het dorp Abcoude. Typologie: Polygonale burchten; Kasteel Abcoude was een polygonaal kasteel. Op basis van afbeeldingen en een weerstandsonderzoekvan de Stichting RAAP is vast te stellen dat het grondplan van kasteel Abcoude de vorm had van een onregelmatige zeshoek. Het is onwaarschijnlijk dat het kasteel in deze vorm in ÚÚn bouwfase tot stand Complex: Nederzetting, onbepaald Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met sporen van bewoning. Het betreft de dorpskern van Abcoude. Dit dorp is gebouwd rondom het punt waar de Angstel zich splitst in het Gein en de Holendrecht. Beschermd dorpsgezicht.