BIjlage 4 bij raadsvoorstel VRU Voorlopige jaarstukken 2021
Tekst van het document
Voorlopige jaarstukken 2021 Verslag & rekening Versie 15 april 2022
1
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
2
1
5 5 6
Financiële samenvatting Samenvatting toelichting jaarrekeningresultaat Voorstel bestemming rekeningresultaat
Jaarverslag 2021
8
Programmaverantwoording
9
2
Risicobeheersing Wat wilden we bereiken? Wat hebben we daarvoor gedaan? Productie-indicatoren Prestatie-indicatoren Gerealiseerde baten en lasten
10 10 10 13 14 14
3
Crisisbeheersing Wat wilden we bereiken? Wat hebben we daarvoor gedaan? Productie-indicatoren Prestatie-indicatoren Gerealiseerde baten en lasten
15 15 15 16 18 19
4
GHOR Wat wilden we bereiken? Wat hebben we daarvoor gedaan? Productie-indicatoren Prestatie-indicatoren Gerealiseerde baten en lasten
20 20 20 20 22 23
5
Brandweer Wat wilden we bereiken? Wat hebben we daarvoor gedaan? Productie-indicatoren Prestatie-indicatoren Gerealiseerde baten en lasten
24 24 24 26 27 28
6
Meldkamer Wat wilden we bereiken? Wat hebben we daarvoor gedaan? Productie-indicatoren Gerealiseerde baten en lasten
29 29 29 30 31
7
Algemeen Algemene kosten en dekkingsmiddelen
32 32
2
Overhead Onvoorzien Gerealiseerde baten en lasten
32 32 33
Paragrafen
34
8
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Kengetallen
35 35 35 37
9
Onderhoud kapitaalgoederen Activeren en afschrijven Onderhoud
38 38 38
10
Financiering Kasgeldlimiet Renterisiconorm
39 39 39
11
Bedrijfsvoering Personeel Inhuur Beleidsindicatoren Duurzaamheid Privacy
41 41 42 43 43 43
12
Verbonden partijen
45
Jaarrekening 2021
46
1
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening
47 47
2
Balans Balans per ultimo boekjaar Toelichting balans Waarborg en garanties Niet in de balans opgenomen verplichtingen Gebeurtenissen na balansdatum
49 49 50 55 55 56
3
Overzicht van baten en lasten Overzicht van baten en lasten naar rubriek Toelichting op het overzicht van baten en lasten naar rubriek Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 2021
57 57 57 64
4
Wet normering topinkomens (WNT) Bezoldiging topfunctionarissen Onbezoldigde topfunctionarissen
65 65 66
5
Single information Single Audit
67
3
6
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
68
Bijlage 1 – Gemeentelijke bijdragen en vergoedingen
70
Bijlage 2 – teruggave resultaat 2021 per gemeente
71
Bijlage 3 – Gerealiseerde baten en lasten per taakveld
72
Bijlage 4 – Begrippen en afkortingen
73
4
1 Financiële samenvatting Op 5 juli 2021 heeft het Algemeen Bestuur de wijzigingen op de geactualiseerde begroting 2021 vastgesteld. De realisatiecijfers uit deze jaarstukken worden vergeleken met deze geactualiseerde begroting 2021.
Samenvatting toelichting jaarrekeningresultaat Het jaar 2021 sluit met een positief resultaat voor bestemming van € 3,1 miljoen (circa 3% van de begroting). Een groot deel hiervan houdt direct verband met de coronamaatregelen en is daarmee incidenteel van karakter. Dit betreft voornamelijk het minder kunnen opleiden, trainen en oefenen en lagere onderhouds- en gebruikslasten ten aanzien van de voertuigen en operationele middelen als gevolg daarvan. Tabel 1 Toelichting jaarrekeningresultaat Bedragen x € 1.000
Begroting 2021
Realisatie 2021
Afwijking 2021
Saldo-neutrale afwijkingen
Afwijking na corr. 2021
LASTEN Personele kosten Materiële kosten Totaal lasten
78.612 19.566 98.178
75.906 18.662 94.568
2.706 904 3.610
293 338 631
2.413 566 2.979
BATEN Gemeentelijke bijdragen Rijksbijdrage Overige baten Totaal baten
87.808 9.798 2.356 99.962
87.723 9.726 2.623 100.073
-85 -71 267 111
-85 73 -12
-71 194 123
Toevoeging reserves Onttrekking reserves Totaal mutatie reserves
4.076 2.292 -1.784
4.292 1.889 -2.403
-216 -403 -619
-216 -403 -619
-
-
3.102
3.102
-
3.102
Omschrijving
Resultaat
Een deel van de afwijkingen op de verschillende rubrieken is technisch van aard en aan elkaar gerelateerd. Per saldo zorgen deze afwijkingen niet voor een resultaateffect. Deze saldo-neutrale afwijkingen zijn in de bovenstaande tabel apart inzichtelijk gemaakt om vervolgens inzicht te geven in de gecorrigeerde afwijkingen die leiden tot het gerealiseerde rekeningresultaat. Uit de gecorrigeerde afwijkingen blijkt dat het resultaat van € 3 miljoen hoofdzakelijk bestaat uit lagere personele lasten (€ 2,4 miljoen) en materiële lasten (€ 0,6 miljoen). De lagere personele lasten worden onder vooral veroorzaakt door tijdelijke vacatureruimte en het niet volledig uitvoeren van de programma’s voor opleiden, trainen en oefenen, mede als gevolg van de beperkingen door de landelijke coronamaatregelen. De afwijking op de materiële lasten betreft voornamelijk lagere onderhoud- en gebruikskosten voor voertuigen en operationele middelen, hetgeen ook verband houdt met minder gebruik en vervoersbewegingen door de coronamaatregelen.
5
In paragraaf 3.2 van de jaarrekening is een uitgebreide toelichting opgenomen, inclusief de saldoneutrale afwijkingen. Hierbij wordt ook toegelicht of sprake is van een incidentele of structurele afwijking.
Voorstel bestemming rekeningresultaat Voorgesteld wordt om een aanzienlijk deel van het rekeningresultaat terug te storten naar de deelnemende gemeenten (€ 2.320K) en alleen een storting in de ontwikkel- en egalisatiereserve te doen voor doorlopende activiteiten (€ 170K) 1 en incidentele middelen die nodig zijn voor de continuering van de huidige taakuitvoering (€ 612K). Hiermee wordt een incidentele stijging van de gemeentelijke bijdrage in 2022 en 2023 voorkomen ten aanzien van: Borging en versterking cyberveiligheid (€ 182K) Tijdelijke voorziening calamiteitencoördinator meldkamer (€ 330K) Ondersteuning gemeenten Covid-19 (€ 100K) Tabel 2 Resultaatbestemming Bedragen x € 1.000
Voorstel resultaatbestemming 2021
Bedrag
Terug te storten naar de gemeenten Storting in ontwikkel- en egalisatiereserve
2.320 782
Totaal
3.102
De voorgestelde teruggave van het rekeningresultaat 2021 bedraagt € 2,3 miljoen. De terugstorting vindt plaats naar rato van de begrote bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket in 2021 (zie bijlage 1). In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de voorgestelde teruggave per gemeente. De voorgestelde storting in de ontwikkel- en egalisatiereserve is lager dan de op basis van de vastgestelde spelregels mogelijke maximale storting tot € 1,8 miljoen. In de geactualiseerde begroting 2022 en de ontwerp-begroting 2023 is een uitgebreide toelichting opgenomen op de voorgestelde besteding van de middelen uit de ontwikkel- en egalisatiereserve. Hieronder volgt een beknopte toelichting op de voorgestelde storting uit het rekeningresultaat 2021 ten aanzien van de incidentele middelen die nodig zijn voor de continuering van de huidige taakuitvoering. Borging en versterking cyberveiligheid voor eigen organisatie VRU Vanwege de rol van de veiligheidsregio in de samenleving is het belangrijk dat de dienstverlening en daarmee de onderliggende informatievoorziening en systemen beschikbaar blijven voor het uitvoeren van de operationele taken van de VRU. De VRU moet voldoen aan de eisen zoals die gesteld worden in de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Om de cyberveiligheid te borgen en te versterken is in 2021 een programma gestart.
De uitvoering van het programma vergt een incidentele investering in 2022 van € 382K, waarvan wordt voorgesteld om € 182K te dekken uit de ontwikkel- en egalisatiereserve. De overige middelen worden incidenteel binnen de begroting gedekt door uitstel van vervanging van een aantal ICT-middelen. Tijdelijke voorziening calamiteitencoördinator meldkamer De functie van calamiteitencoördinator (Caco) wordt momenteel uitgevoerd als neventaak van centralisten van brandweer en politie. De politie heeft aangegeven per 1 september 2022 te willen stoppen met het leveren van personeel voor invulling van de calamiteitencoördinator. Dit 1 De doorlopende activiteiten betreft de afronding van twee lopende digitaliseringstrajecten (€ 120K) en middelen voor de in
2022 geplande inhaalslag voor bestuurlijke crisisbeheersingsoefeningen (€ 50K).
6
betekent dat de huidige werkwijze niet voortgezet kan worden en dat een alternatief moet worden gevonden om te voldoen aan de wettelijke beschikbaarheidseisen van de veiligheidsregio. Samen met de veiligheidsregio’s Gooi- en Vechtstreek en Flevoland worden afspraken gemaakt om in de meldkamer Midden-Nederland te voorzien in een 24/7 ‘dedicated’ calamiteitencoördinator per 2025 als de nieuwe meldkamer in gebruik wordt genomen. Voor de tussenliggende periode wordt een tijdelijke voorziening getroffen die extra capaciteit vergt. De kosten voor deze extra capaciteit in de periode van 1 september 2022 tot en met 2024 bedragen € 1,3 miljoen. Hiervan kan bijna € 1 miljoen incidenteel binnen de begroting worden gedekt door herprioritering van taken die in het verlengde van de calamiteitencoördinatorfunctie en incidentele budgetten die voor dit doel gereserveerd waren. Voor het resterende deel wordt voorgesteld incidentele middelen te bestemmen via de ontwikkel- en egalisatiereserve voor 2023 (€ 165K) en 2024 (€ 165K). Ondersteuning gemeenten COVID-19 Vanaf het begin van de COVID-19 crisis heeft de regionale crisisorganisatie gebruik kunnen maken van het juridisch loket. Het juridisch loket speelt een belangrijke rol in het ondersteunen van gemeenten bij juridische vraagstukken op het terrein van COVID-19.
Tot 1 december 2020 functioneerde het juridisch loket ambtelijk onder verantwoordelijkheid van de regionale crisisorganisatie van de VRU. Vanaf 1 december 2020 is de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 (kortweg Twmc) van kracht, waarmee het bevoegd gezag terugvloeide naar de burgemeesters van de individuele gemeenten. Het onderdeel juridisch loket valt vanaf dat moment onder de directe aansturing van de coördinerend gemeentesecretaris (CoFu). In het juridisch loket werken medewerkers van gemeenten en de VRU samen. De inzet van de VRU wordt niet in rekening gebracht, omdat deze inzet al collectief is betaald. Ditzelfde geldt voor de inzet van de regionale crisisorganisatie. De kosten van de inzet van de gemeenten voor het juridische loket (€ 237K) zijn in 2020 bij het rijk gedeclareerd als onderdeel van de meerkosten Covid-19. Voor 2021 zijn de aan gemeenten betaalde vergoedingen (€ 231K) uit praktische overwegingen verwerkt in het rekeningresultaat van de VRU, waarmee de facto een verrekening met de gemeenten heeft plaatsgevonden op basis van de verdeelsleutel voor het basistakenpakket. Voorgesteld wordt om voor 2022 een bedrag van € 100K te reserveren voor het juridisch loket, zodat ook voor 2022 geen aparte doorbelasting van de kosten aan de gemeenten hoeft plaats te vinden. Naar verwachting kan de inzet in 2022 geleidelijk worden afgeschaald.
Over de inzet van de middelen wordt verantwoording afgelegd bij de jaarrekening 2022, waarbij niet bestede middelen in de reserve beschikbaar zullen blijven.
7
Jaarverslag 2021
8
Programmaverantwoording De begroting bestaat uit één programma: Veiligheidsregio Utrecht. Hierin de volgende programmaonderdelen:
Risicobeheersing Crisisbeheersing GHOR Brandweer Meldkamer Algemeen
In de hoofdstukken hierna de verantwoording per programmaonderdeel.
9
2 Risicobeheersing Wat wilden we bereiken? Met risicobeheersing willen we bereiken dat de fysieke veiligheid in het verzorgingsgebied van een hoog niveau is. We leveren samen met gemeenten, instellingen, bedrijven en burgers een bijdrage aan omgevingsveiligheid. Onze bijdrage zit aan de voorkant van de veiligheidsketen; in het voorkomen en beperken van fysieke onveiligheid. Hiertoe inventariseren we risico’s van branden, rampen en crises. Wij adviseren bevoegd gezag gevraagd en ongevraagd over de risico’s, zodat bevoegd gezag de afwegingen kan meenemen bij besluitvorming over ontwikkelingen in het fysieke domein. Wij richten ons op het voorkomen en beperken van (brand)gevaar en op het optreden van ongevallen voor mens en dier door o.a. brand of gevaarlijke stoffen. Hierin betrekken wij actief burgers, bedrijven en instellingen om zo het veiligheidsbewustzijn en veilig handelen te stimuleren. Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 hebben wij voor Risicobeheersing drie doelstellingen opgenomen: Wij gaan meer gericht het veiligheidsbewustzijn en veilig gedrag van burgers, instellingen en bedrijven stimuleren: samen maken wij veiligheid. Wij willen meer en beter zicht krijgen op de voor ons relevante trends en ontwikkelingen in de samenleving en hier alerter en effectiever op gaan inspelen door risicogericht(er) te gaan werken.
Wij zorgen ervoor dat wij beter en eerder worden betrokken bij visievorming, planvorming en besluitvorming rondom omgevingsveiligheid, om onze bijdrage te leveren aan een veilig ontwerp van de fysieke omgeving.
Wat hebben we daarvoor gedaan? COVID-19 had gevolgen voor veel van onze reguliere werkzaamheden. We zijn op zoek gegaan naar nieuwe manieren om een bijdrage te leveren aan een (brand)veilige samenleving. Nieuwe interventies die we ook in de toekomst kunnen inzetten, om onze beschikbare capaciteit optimaal in te kunnen zetten op nieuwe, vaak complexere risico’s. Beleidsactiviteiten Voor bovengenoemde beleidsdoelstellingen hebben we de volgende activiteiten uit gevoerd: We richten ons programma (Brand)Veilig Leven op specifieke doelgroepen. Daarbij zoeken we aansluiting bij relevante partners, om in samenwerking te komen tot maximale invloed. Samen maken we veiligheid. We hebben de COVID-periode gebruikt om online activiteiten te ontwikkelen. Door de COVID19 maatregelen was fysieke uitvoer van de voorlichtingsproducten van (Brand)Veilig Leven lang niet mogelijk. Er zijn verschillende voorlichtingen online gegeven. We hebben ons risicobeeld op orde en monitoren de relevante trends. Uitgangspunt is dat wij adviezen, toezicht en activiteiten in het kader van brandveilig leven, risicogericht uitvoeren. Concreet betekent dit dat wij in onze adviezen en in onze inspectierapportages bij toezicht op zoek gaan naar mogelijkheden tot verbetering van de brandveiligheid, ook daar waar de regelgeving (nog) niet in voorziet.
We hebben een actueel risicobeeld, verwerkt in het Regionaal Risicoprofiel. Op basis van incidentgeschiedenis en brandonderzoek ontstaat steeds beter inzicht in trends. Voor nieuwe risico’s zoals veilige energietransitie en klimaatadaptatie/gevolgbestrijding overstroming zijn in 2021 bestuurlijk ambassadeurs benoemd. Ons inzicht in risicofocusgebieden is verbeterd. We hebben een start gemaakt met de ontwikkeling van een strategische agenda op nieuwe risico’s. In 2022 starten we met nieuwe interventies bij bepaalde typen gebouwen.
10
Met de verwachte invoering van de Omgevingswet moet veiligheid vastgelegd worden in de ontwerpfase. Daartoe leveren we de gemeenten input om het thema ‘veilige en gezonde leefomgeving’ te borgen in hun omgevingsvisie en omgevingsplannen. Ook hier is samenwerking met verschillende externe partners van belang om omgevingsveiligheid te realiseren. Onze voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet ligt op schema. De werkprocessen zijn geactualiseerd ter voorbereiding op de Omgevingswet en het opleidingsplan ligt klaar voor uitvoering.
Inzicht in risico’s en ontwikkelingen Wij hebben de risico’s in onze regio in beeld en vastgelegd in ons risicoprofiel. Wij monitoren en analyseren de risico’s voortdurend. We delen deze informatie met in- en externe partners via: regionaal risicoprofiel en de provinciale risicokaart; (toekomstige) omgevingsvisies en omgevingsplannen; integrale veiligheidsplannen; brandrisicoprofiel. Het huidige Regionaal Risicoprofiel is vastgesteld voor de periode tot 2023. De voorbereidingen voor het nieuwe risicoprofiel zijn in 2021 gestart, zodat het bestuurlijk vaststellingstraject kan gaan lopen in Q2 2022. In 2021 is er gewerkt aan de doorontwikkeling van ons risicobeeld, gebruik makend van nieuwe sensoren, incidentinformatie en brandonderzoek. Advisering ter voorkoming van onveiligheid Wij adviseerden risicogericht het bevoegd gezag om onveilige situaties te voorkomen en/of te beperken, met betrekking tot: omgevingsvisies en -plannen; ruimtelijke ordening & externe veiligheid (incl. overstromingsrisico’s); bouwen; brandveilig gebruik van gebouwen en bouwwerken; milieu; evenementen. De totale omvang van de Bouwadvisering is in 2021 nagenoeg gelijk aan het begrote aantal en de realisatie in het voorgaande jaar. Wel zien we dat de gebouwen waarop geadviseerd moet worden steeds complexer worden.
De hoogbouw neemt toe, er worden meer kantoorgebouwen getransformeerd naar woningen en er worden steeds meer plannen voorgelegd met gelijkwaardige oplossingen. Het aantal verstrekte adviezen ruimtelijke ordening (429 adviezen) was in 2021 ruimschoots meer dan de jaarplanning (250), en ook meer dan de realisatie in 2020 (313). Het hogere aantal is toe te schrijven aan het aandeel bestemmingsplannen en het aandeel omgevingstafels. Deze hogere productie hebben we kunnen opvangen doordat de evenementenadvisering als gevolg van COVID-19 de afgelopen 2 jaar op een laag pitje stond. Als de evenementadvisering weer op gang komt, is de Wabo-adviescapaciteit wel een aandachtspunt. Risicogericht toezicht We hielden risicogericht toezicht namens het bevoegd gezag op (brand)veiligheid tijdens de bouw en het gebruik van bestaande gebouwen, bouwwerken en milieu-inrichtingen. Ook hielden we risicogericht toezicht bij evenementen. Vaak deden we dit in samenwerking met onze VTHpartners (gemeenten, politie en de omgevingsdiensten). Waar nodig adviseerden wij het bevoegd gezag handhavend op te treden in het kader van de brandveiligheid en ondersteunden dat
11
inhoudelijk. Dit gold ook voor het toezicht op bedrijven waar vuurwerk lag opgeslagen. Samen met de inspectiepartners voerde de VRU BRZO-inspecties uit bij de BRZO-bedrijven in onze regio. Voor toezicht brandveiligheid hadden de COVID maatregelen tot gevolg dat we tot medio juni 2021 bijna uitsluitend op locatie zijn geweest voor toezicht in de bouwfase (realisatiefase) en ten behoeve van brandonveilige situaties, waar een fysieke controle op locatie noodzakelijk was. Daarnaast zijn de controles voor de vaccinatie- en testlocaties uitgevoerd. Helaas hebben we niet alle afgesproken controles kunnen uitvoeren. Vergroten veiligheidsbewustzijn De ontwikkelingen in onze samenleving maken het noodzakelijk dat burgers, bedrijven en instellingen veiligheidsbewust en handelingsbekwaam worden om de (brand)risico’s die er zijn zoveel mogelijk te beperken. Met de ontwikkeling van nieuwe middelen blijven we inspelen op actuele (brand)risico’s in de maatschappij. Risicovolle situaties nemen af als burgers, bedrijven en instellingen veilig(er) gaan handelen. We communiceerden over het belang van een goede naleving en het verkleinen van risico’s. Binnen (Brand)veilig leven richten we ons aan de hand van actualiteit op algemene publiekscommunicatie, de brandveilige generatie, kwetsbare burgers en ondernemers.
Daarbij zoeken we aansluiting bij relevante partners, om in samenwerking te komen tot maximale invloed. In de Covid-19 periode is gewerkt aan online voorlichtingen. In de periode dat er sprake was van versoepelde maatregelen zijn er ook nog enkele fysieke voorlichtingen en schatkistlessen gegeven. Ook hebben we nog bij een paar veiligheidsdagen kunnen aansluiten met de roadshow en hebben we in de herfstvakantie, als onderdeel van de Nationale Brandpreventieweken, een grote voorlichtingsactie kunnen realiseren samen met Incidentencity. Er is in 2021 gewerkt om een bijdrage aan (brand)veiligheid via alternatieve activiteiten te leveren en daarmee nieuwe risico’s te voorkomen of te beperken. Hiervoor zijn nieuwe –digitaleinterventies ontwikkeld die ook de komende jaren ingezet kunnen worden om brandveilig gedrag te stimuleren.
12
Productie-indicatoren Tabel 3 Productie-indicatoren Risicobeheersing Nr. Productie-indicator
1 2 3 4 5
Advisering ter voorkoming van onveiligheid Het aantal verstrekte adviezen Ruimtelijke Ordening Het aantal verstrekte WABO-adviezen Bouw Het aantal verstrekte WABO-adviezen Milieu Het aantal verstrekte WABO-adviezen Gebruik Het aantal verstrekte adviezen voor Evenementen (integraal)
Risicogericht toezicht Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken real. Bouw Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Milieu Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Bestaande Bouw Het percentage hercontroles Bestaande bouw (complementair met het naleefgedrag) 9 Het aantal uitgevoerde controles bij Evenementen 10 Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken BRZO 11 Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Vuurwerk 6 7 8 8a
12 13 14 15 16
Vergroten veiligheidsbewustzijn Het aantal gegeven voorlichtingen Het aantal inzetten Roadshow Het aantal behandelde vragen per mail, telefoon en WhatsApp, etc. Het aantal zorginstellingen dat actief de toolbox gebruikt op de werkvloer Het aantal scholen dat het lespakket ‘Brandweer op school’ gebruikt
2.3.1
Realisatie 2020
Actualisatie 2021
Realisatie 2021
313 3.194 136 919 854
250 3.200 120 850 1.500
429 3.160 183 733 697
1.855 37 4.016 28%
2.100 75 5.000 15%
1.878 43 3.649 16%
68 10 96
800 10 100
9 9 82
67 1 603 28 137
150 40 700 40 250
72 5 546 11 88
Advisering ter voorkoming van onveiligheid
Advisering door de VRU is vraag-gestuurd. Alle adviesaanvragen zijn in behandeling genomen en binnen de gestelde termijnen afgerond. Onder verstrekte adviezen RO vallen adviezen Bestemmingsplan, Omgevingsvisie, Omgevingsplan en Omgevingstafel. In totaal zijn er 429 adviezen verstrekt. Dit is ruimschoots meer dan de jaarplanning. Het hogere aantal is toe te schrijven aan het aandeel bestemmingsplannen en het aandeel omgevingstafels. De omvang van de Bouwadvisering is in 2021 nagenoeg gelijk aan het begrote aantal. Wel zien we dat de gebouwen waarop geadviseerd worden steeds complexer worden. Dit kost per adviesaanvraag meer adviestijd. De toename in advisering RO en Bouw hebben we in 2021 kunnen opvangen met de adviescapaciteit die normaliter nodig is voor evenementen en bij Toezicht. 2.3.2
Risicogericht toezicht
Ten gevolge van de beperkende maatregelen zijn tot medio juni 2021 vrijwel geen controles op locatie uitgevoerd. Alleen toezicht op de bouw en bij brandonveilige situaties zijn zoveel mogelijk doorgegaan. Waar mogelijk zijn controles uitgevoerd, door middel van beeldbellen en het opvragen van relevante documenten. Door de inzet van inhuurkrachten vanaf medio augustus 2021 is in het laatste kwartaal van 2021 een inhaalslag uitgevoerd bij de controles bestaande bouw. Per 1 september 2021 waren 1.500 controles bestaande bouw uitgevoerd, per 31 december 2021 ruim 3.600. Daarbij is prioriteit gegeven aan de brandveiligheidscontroles bij zorginstellingen. 2.3.3
Vergroten veiligheidsbewustzijn
We hebben de COVID-periode gebruikt om online activiteiten te ontwikkelen. Door de COVID-19 maatregelen was fysieke uitvoer van de voorlichtingsproducten van (Brand)Veilig Leven lang niet mogelijk. Er zijn verschillende voorlichtingen online gegeven.
13
Prestatie-indicatoren Tabel 4 Prestatie-indicatoren Risicobeheersing Nr. Prestatie-indicatoren
1 2
3 4
Realisatie 2020
Inzicht in risico's en ontwikkelingen Het risicobeeld is actueel Twee maal per jaar is met de gemeente het risicobeeld en de kwaliteit van de advisering en het toezicht besproken Vergroten veiligheidsbewustzijn Op acute en bijzondere onveilige situaties is aantoonbaar succesvol ingezet (samen met het bevoegd gezag) Het jaarplan Brandveilig leven (Stimulerende Preventie) is uitgevoerd
2.4.1
Actualisatie 2021
Realisatie 2021
ja ja
ja ja
ja ja
ja
ja
ja
nee/deels
ja
gedeeltelijk/ aangepast
Inzicht in risico’s en ontwikkelingen
Het huidige Regionaal Risicoprofiel is vastgesteld voor de periode tot 2023. De voorbereidingen voor het nieuwe risicoprofiel zijn gestart. Met de meeste hoofden VTH van de gemeenten zijn, ondanks de beperkingen, ook afgelopen jaar 2 (online)gesprekken geweest, om de wensen en voortgang van de jaarplanafspraken te bespreken en de relatie met de beleidscycli te verstevigen. 2.4.2
Vergroten veiligheidsbewustzijn
Er zijn 125 meldingen van brandonveilige situaties bij de VRU binnengekomen en hierop is actie ondernomen, door de meldingen te onderzoeken, een fysieke controle ter plaatse uit te voeren of een digitale controle. Er zijn 18 bijzondere handhavingsacties uitgevoerd, met onze assistentie. Door de coronamaatregelen is fysieke uitvoer van de voorlichtingsproducten van (Brand)Veilig Leven lang niet mogelijk geweest. We hebben deze periode gebruikt om online activiteiten te ontwikkelen.
Gerealiseerde baten en lasten Tabel 5 Baten en lasten Risicobeheersing Bedragen x € 1.000
Actualisatie 2021
Realisatie 2021
Afw. Real. en act.
Totaal lasten Totaal baten
8.176 -121
8.016 179
160 299
Saldo van baten en lasten
-8.296
-7.837
459
Toevoeging aan reserves Onttrekking van reserves
222
-
-222
Gerealiseerd resultaat
-8.074
-7.837
237
Risicobeheersing
14
3 Crisisbeheersing Wat wilden we bereiken? Op basis van het risicoprofiel maken wij afspraken met onze partners in de veiligheidsketen over welke maatregelen we vooraf en tijdens een crisis of brand kunnen treffen en welke inzet een ieder kan leveren ten tijde van een crisis. Zodra een gemeente getroffen wordt door een groot incident, crisis of ramp, trekken hulpdiensten en gemeenten binnen Veiligheidsregio Utrecht gezamenlijk op. Dit op zowel het gebied van coördinatie, als voorbereiding, beheersing en bestrijding van crises. Met het Regionaal Crisisplan 2020-2023 als basis werken we als veiligheidsregio samen met gemeenten en partners. Het doel van dit gezamenlijke opereren is om de dagelijkse, ‘normale’ situatie zo snel mogelijk te laten terugkeren. Het maatschappelijk leven moet immers zo min mogelijk worden ontwricht. Met de regio’s Gooi & Vechtstreek en Flevoland hebben we afspraken gemaakt over hoe de crisisorganisatie bij elkaar aansluiten en gealarmeerd wordt door de landelijke meldkamer. Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 hebben wij voor Crisisbeheersing vier doelstellingen opgenomen: Wij willen een slagvaardiger crisisbeheersing, met een snellere en effectievere besluitvorming op operationeel en bestuurlijk niveau, ondersteund door een goede informatievoorziening. Wij overzien het fysieke veiligheidsdomein.
Door informatie van betrokken partijen te combineren, te verrijken en te borgen zorgen wij dat onze organisatie, partners en de samenleving kunnen beschikken over tijdige en betrouwbare informatie. Wij nodigen gemeenten uit individueel met ons in gesprek te gaan over de versterking van de gemeentelijke crisisbeheersing. Wij willen de crisisorganisatie nadrukkelijker voorbereiden op herstelmanagement als onderdeel van crisisbeheersing, met in het bijzonder aandacht voor de continuïteit van vitale processen.
Wat hebben we daarvoor gedaan? Met onze reguliere activiteiten die hierna beschreven (tabel indicatoren) staan, hebben we uitvoering gegeven aan de beleidsdoelstellingen. Daarnaast hebben we een impuls gegeven aan de beleidsdoelstellingen met de volgende activiteiten: Wij hebben een vervolg gegeven aan de transitie naar adequate, compacte en digitaal doorzoekbare plannen. We hebben de voor dit jaar geplande incidentbestrijdingsplannen gerealiseerd en deze zijn via crisisutrecht beter te raadplegen. Datzelfde geldt voor de in 2021 afgeronde evaluaties van incidenten. We hebben stappen gezet om de crisisorganisatie te verbeteren, waarbij flexibiliteit en compactheid centraal Verder hebben we een start gemaakt met het samenhangend verbeteren van informatiemanagement, netwerkmanagement en crisismanagement. We hebben samen met gemeenten verder invulling gegeven aan de herijking van bevolkingszorgprocessen. Een ontwikkelgroep uit het ROCU speelt daarbij een belangrijke rol. In 2021 hebben we het strategisch crisismanagement verbeterd en in de planvorming en vakbekwaamheidsprogramma geïncorporeerd. Vanwege de beperkende maatregelen in verband met Covid19 hebben we de uitvoering van het voorgenomen trainingsprogramma niet kunnen realiseren. In 2021 heeft het programma drieslag geresulteerd in een Uniforme opschalingsprocedure (IPC) voor Midden-Nederland.
Deze is eind 2021 in een geactualiseerd crisisplan (2022-
15
2025) geïmplementeerd. In 2022 gaan we verder om de samenwerking met de andere veiligheidsregio’s in Midden-Nederland uit te breiden, waaronder het VIC en de Cacofunctie. Crisisorganisatie Daarnaast is aan een doorontwikkeling van de crisisorganisatie gewerkt om de crisisorganisatie ook toe te rusten op nieuwe crises. Informatievoorziening Het VIC heeft stappen gezet om de informatievoorziening ten behoeve van de crisisorganisatie ter ondersteuning van goede besluitvorming en betekenisgeving. Het VIC heeft in kader van Corona een dashboard ontwikkeld om de aanpak van de coronacrisis te monitoren. Hiervoor worden de ontwikkelingen op het vlak van data-analyse, business intelligence en voorspellen organisatie breed ingezet. De verbeteringen, die in samenspraak met gemeenten en partners verder zijn ontwikkeld, moeten ervoor zorgen dat besluitvorming gerichter, sneller en effectiever kan plaatsvinden. Gemeentelijke crisisbeheersing We zijn met gemeenten in gesprek over de toekomst van crisiscommunicatie. Na een gedragen standpunt zijn verder gegaan met de uitwerking ervan. We betrekken daarbij de aanbevelingen evaluatie Wet Veiligheidsregio’s.
Productie-indicatoren Tabel 6 Productie-indicatoren Crisisbeheersing Nr. Productie-indicator
Crisisorganisatie en informatievoorziening 1a Het aantal uren besteed aan de opleiding van piketfunctionarissen (inclusief loco’s) 1b Het aantal uren besteed aan de opleiding van regionale functionarissen 1c Het aantal uren besteed aan de opleiding van lokale (kern)functionarissen 2a Het aantal uren besteed aan oefenen op het niveau individueel (piketfunctionarissen) 2b Het aantal uren besteed aan het oefenen van regionale functionarissen 2c Het aantal uren besteed aan het oefenen van lokale (kern)functionarissen 3
Het aantal uren besteed aan oefenen op het niveau van team (Copi, ROT, GBT, RBT) 3c Het aantal uren besteed aan het opleiden en trainen Strategisch Crisismanagement (tactisch en strategisch niveau) 4 Het aantal uren besteed aan oefenen op het niveau van proces (partners) 5 Het aantal uren besteed aan het oefenen op het niveau van het systeem 6 Het aantal periodiek verstrekte informatiebulletins van het VIC
7
Het aantal incidenteel verstrekte VIC-berichtgeving, -adviezen en –analyses 8 Het aantal uitgevoerde incidentevaluaties en daarvan afgeleide doorgevoerde plan- en protocolwijzigingen 9 Het aantal afgeronde nieuwe plandocumenten en doorgevoerde planwijzigingen 10 Het aantal GRIP incidenten Platform voor partners 11 Het aantal platformoverleggen met crisispartners
16
Realisatie 2020
Actualisatie 2021
Realisatie 2021
260
300
280
48 96
250 300
168 120
266
1.500
301
0 0
1.500 1.100
277 156
304
1.000
85
576 0 0 104 (ma-do) 260 (24-uurs) 77
550 200 130 104 (ma-do) 260 (24-uurs) 100
5 evaluaties
3 130
260 (24-uurs) 90
≥ aantal GRIPincidenten 2 3
1
8
15
6
7
7
2
1
3.3.1
Crisisorganisatie en informatievoorziening
1a
Het aantal uren besteed aan de opleiding van piketfunctionarissen. Vanaf eind september 2020 is het opleidingsprogramma in zeer beperkte omvang en vorm hervat, maar direct daarna weer afgeschaald door oplopende covid-19 besmettingen. Dit was het beeld voor heel 2021, waardoor ook in 2021 in beperkte mate opleidingen hebben plaatsgevonden. Opleidingen voor essentiële crisisfuncties hebben wel doorgang gevonden in het kader van de continuïteit van de crisisorganisatie. Het aantal uren besteed aan de opleiding van regionale functionarissen. Zie toelichting bij 1a. Het aantal uren besteed aan de opleiding van lokale (kern)functionarissen. Zie toelichting bij 1a. Het aantal uren besteed aan oefenen op het niveau individueel (piketfunctionarissen). Zie toelichting bij 1a Het aantal uren besteed aan het oefenen van regionale functionarissen: Prioriteit is gelegd bij het opleiden van nieuwe functionarissen. Het aantal uren besteed aan het oefenen van lokale (kern)functionarissen. Prioriteit is gelegd bij het opleiden van nieuwe functionarissen. Het aantal uren besteed aan oefenen op het niveau van team (CoPI, ROT, GBT, RBT). Het programma op teamniveau is uitgesteld tot 2021. In januari wordt gestart met ROT-trainingen.
1b 1c 2a 2b 2c 3 3c
4 5 6 7
8
9
10
Het aantal uren besteed aan het opleiden en trainen strategisch crisismanagement (tactisch en strategisch niveau). Het programma SCM is in maart 2020 net als de rest van het OTO-programma stilgelegd. Deze situatie heeft ook in 2021 voortgeduurd. Veel OTO medewerkers zijn ingezet in de crisisorganisatie en door COVID-19 was het niet mogelijk om fysiek bijeen te komen. Wel hebben er in het kader van de crisisorganisatie COVID-19 enkele bijeenkomsten met gemeentesecretarissen over dit onderwerp plaats gevonden. Het aantal uren besteed aan oefenen op het niveau van proces (partners). Zie toelichting bij 1a. Het aantal uren besteed aan het oefenen op het niveau van het systeem (totale crisisbeheersingsorganisatie). Zie toelichting bij 1a. Het aantal periodiek verstrekte informatiebulletins van het VIC. Conform planning. Het aantal incidenteel verstrekte VIC-berichtgeving, -adviezen en –analyses. Iedere week zijn er VIC- berichten opgesteld ten behoeve van de piketorganisatie. In het VICbericht worden de belangrijkste ontwikkelingen gemeld om de piketorganisatie goed te briefen. Daarnaast zijn er circa 30 extra VIC-berichten verstuurd naar burgemeesters, bijvoorbeeld voor hoog water, de jaarwisseling en cyberdreiging maar ook voor specifieke situaties zoals grote brand en een gaslek.
Het aantal uitgevoerde incidentevaluaties en daarvan afgeleide doorgevoerde plan- en protocolwijzigingen. In 2021 is een grote evaluatie uitgevoerd met betrekking tot de aanpak van Covid-19. Dit komt mede doordat er in 2021 weinig gripwaardige incidenten hebben plaatsgevonden. Het aantal afgeronde nieuwe plandocumenten en doorgevoerde planwijzigingen. Een deel van de planning is gerealiseerd: Aandachtskaart ontruimen, evacueren en opvang tijdens een infectieziektecrisis vastgesteld. Drie IBP’s gereed voor vaststelling, overige zijn nog in ontwikkeling en worden opgenomen in een aangepaste planning. Het aantal GRIP incidenten. Het aantal GRIP-incidenten ligt op dit moment lager dan we de afgelopen jaren gezien hebben. De crisisorganisatie COVID-19 heeft een voorbereidende en monitorende rol gehad bij de boerenprotesten en maatschappelijke onrust in Kanaleneiland. De taakverdeling tussen de reguliere en COVID-19 crisisorganisatie wordt meegenomen in de integrale evaluatie COVID-19.
3.3.2
Crisisorganisatie en informatievoorziening
11
Het aantal platform overleggen met crisispartners. Online vinden deze overleggen doorgang in aangepaste vorm.
17
Prestatie-indicatoren Tabel 7 Prestatie-Indicatoren Crisisbeheersing Nr. Prestatie-indicatoren
1 2
3 4 5 6
Crisisorganisatie en informatievoorziening Het verplichte en afgesproken aantal ramp- en incidentbestrijdingsplannen is actueel en bekend bij belanghebbenden De kwaliteit van de gezamenlijke voorbereiding en uitvoering van de bevolkingszorg (crisisbeheersing 2.0) is onderzocht en met de gemeenten besproken De kwaliteit van de uitgevoerde VIC- en crisiscommunicatie is onderzocht en met de gemeenten besproken De kwaliteit van de uitgevoerde CB-processen (M&A; O&A; L&C en I-mgm) is onderzocht en met de gemeenten besproken De piketfunctionarissen van de VRU (niet GHOR) zijn aantoonbaar opgeleid en taakcapabel Er is aantoonbare voortgang geboekt op de Crisisbeheersingsthema’s
Realisatie 2020
Actualisatie 2021
Realisatie 2021
ja
ja
ja
ja
ja
ja
ja
ja
ja
ja
ja
ja
nee
ja
nee
deels
ja
ja
3.4.1
Crisisorganisatie en informatievoorziening
1
Het verplichte en afgesproken aantal ramp- en incidentbestrijdingsplannen is actueel en bekend bij belanghebbenden. Ja. Verplichte planvorming is actueel en bekend. Afgesproken planvorming heeft vertraging opgelopen. Vertraging heeft met name betrekking op nieuw te vormen planvorming. Voor 2021 is een (capaciteits)planning opgesteld om een inhaalslag te maken. De kwaliteit van de gezamenlijke voorbereiding en uitvoering van de bevolkingszorg (crisisbeheersing 2.0) is onderzocht en met de gemeenten besproken. Ja. Er is een dialoog gevoerd met de COFU, individuele gemeentesecretarissen, AGV en BAC CB/G over de noodzaak tot het herijken van de gemeentelijke crisisbeheersing. De planning voor dit proces wordt in 2021 afgestemd met het bestuur. De kwaliteit van de uitgevoerde VIC- en crisiscommunicatie is onderzocht en met de gemeenten besproken. Ja. Continue proces binnen overleggen gemeentelijke crisisbeheersing. Feedback op verzonden berichten in het kader van (dreigende) incidenten is verwerkt in de werkwijze en vormgeving van de berichten. De kwaliteit van de uitgevoerde CB-processen (M&A; O&A; L&C en I-mgm) is onderzocht en met de gemeenten besproken. Ja. De processen worden na ieder GRIP-incident geëvalueerd. De evaluatierapporten worden beschikbaar gesteld aan gemeenten en de crisisorganisatie. Jaarlijks worden deze processen op GRIP 3 of 4 getoetst door de systeemtest.
In 2020 zijn de processen, met instemming van de Inspectie, getoetst aan de hand van de coronacrisis. De piketfunctionarissen van de VRU (niet GHOR) zijn aantoonbaar opgeleid en taakcapabel. Nee. Het vakbekwaamheidsprogramma heeft vanwege corona verschillende perioden stilgelegen. Noodzakelijke opleidingen voor de continuïteit van de crisisorganisatie hebben doorgang gevonden (vakbekwaam worden). In de omschakeling naar digitale activiteiten zijn de meest noodzakelijke trainingen (vakbekwaam blijven) opgestart. Het OTO-jaarplan is daarmee niet in volle breedte gerealiseerd als wordt uitgegaan van de standaard normen. Dit zal niet direct leiden tot vakbekwaamheidsissues. Uiteraard is het wel van belang in 2021 zorg te dragen voor het zoveel mogelijk continueren van de vakbekwaamheidsprogramma’s en vinger aan de pols te houden voor wat betreft behoeftes van piketfunctionarissen. Achtergrond: Het vakbekwaamheidsmanagementsysteem (VP) bevat van alle piketfunctionarissen de profielen en criteria. Hiervan wordt deels gebruik gemaakt voor de kwalitatieve registratie. Voor alle piketfunctionarissen is VP ingericht. De kwalitatieve registratie verdiend voor soms piketgroepen nog aandacht, maar de kwantitatieve registratie vindt structureel plaats voor alle piketgroepen. Deelname van piketfunctionarissen gemeentelijke crisisbeheersing wordt gerapporteerd aan gemeenten.
Er is aantoonbare voortgang geboekt op de Crisisbeheersingsthema’s. De doorontwikkeling is ondergebracht in het programma Doorontwikkeling crisisbeheersing, bestaande uit drie thema’s: Informatiemanagement, Netwerkmanagement en Crisismanagement.
2
3
4
5
6
18
Gerealiseerde baten en lasten Tabel 8 Baten en lasten Crisisbeheersing Bedragen x € 1.000
Actualisatie 2021
Realisatie 2021
Afw. Real. en act.
Totaal lasten Totaal baten
3.243 75
3.014 26
229 -49
Saldo van baten en lasten
-3.168
-2.988
180
Toevoeging aan reserves Onttrekking van reserves
-
-
-
Gerealiseerd resultaat
-3.168
-2.988
180
Crisisbeheersing
19
4 GHOR Wat wilden we bereiken? Crisissituaties kunnen uiteenlopen van een grootschalige stroomuitval, uitbraak bijzondere infectieziekte tot een ongeval met een groot aantal slachtoffers en natuurlijk de dreiging van aanslagen en daaruit voortvloeiend maatschappelijke onrust. De geneeskundige zorg tijdens een crisis wordt geleverd door verschillende geneeskundige organisaties, zoals ambulancediensten, GGDrU en ziekenhuizen. Onze GHOR vormt de schakel tussen deze organisaties. Zowel in de voorbereiding als tijdens crises pakken wij de coördinatie op en zorgen we voor afstemming met politie, brandweer en gemeenten. Daarmee zorgen wij voor een goede balans tussen zorg en veiligheid. Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 hebben wij voor GHOR twee doelstellingen opgenomen: Wij willen een stevigere regiepositie innemen als het gaat om voldoende capaciteit voor en het presterend vermogen van spoedzorg. Wij willen vanuit onze toezichtsrol actief signaleren, stimuleren en handhaven, opdat de zorgcontinuïteit in het complexe zorglandschap voldoende voorbereid is.
Wat hebben we daarvoor gedaan? Het afgelopen jaar heeft voor de GHOR nog veel in het teken gestaan van de COVID-19 crisis. Regionale afstemming in het netwerk (Regionaal Overleg Acute Zorg en daarbij behorende overleggen in het kader van continuïteit van zorg), informatiemanagement (monitoring, dashboards ten behoeve van het netwerk, het RBT/ROT en VWS) en ondersteuning van netwerkpartners aangaande de vraagstukken en opdrachten in continuïteit van zorg. Hiermee heeft de GHOR wel kunnen werken aan de stevige regiepositie en de toezichtsrol.
Productie-indicatoren Tabel 9 Productie-indicatoren GHOR Nr. Productie-indicator
1 2
3
4
5
6 7
8 9
20
Toezichtsrol zorgcontinuïteit Het aantal uren besteed aan de opleiding van GHOR-piketfunctionarissen Het aantal uren besteed aan het oefenen van de crisisorganisatie GHOR - Op individueel niveau - Op teamniveau - Op procesniveau - Op systeemniveau Het aantal sets schriftelijke afspraken en contactmomenten met instellingen wet toelating zorginstellingen cf. artikel 33 lid 1 (waaronder ziekenhuizen en traumacentrum) Het aantal sets schriftelijke afspraken en contactmomenten met zorgaanbieders en op de beroepen individuele gezondheidszorg (waaronder huisartsen en verloskundigen) Het aantal sets schriftelijke afspraken en contactmomenten met regionale ambulancediensten en gezondheidsdiensten in de regio (RAVU Regiepositie presterend vermogen spoezorg Het aantal instellingen dat aantoonbaar geprepareerd is op continuïteit op het leveren van verantwoorde zorg tijdens crisisomstandigheden. Het aantal interventies in geval van tekortschieten bij de uitvoering van of voorbereiding daarop van de geneeskundige hulpverlening ex art. 34.1 Wvr Het aantal succesvolle interventies en het aantal niet succesvolle interventies die hebben geleid tot een aanwijzing ex Wvr 34.2 Het aantal GHOR-geregisseerde oefeningen met partners in de zorgketen
Realisatie 2020
Actualisatie 2021
Realisatie 2021
70
300
100
60 20 50 0 0
245 260 134 170 1
75 72 50 85 1
0
0
0
0
1
1
12
12
geen
geen
geen (ivm Covid) geen
geen
geen
geen
geen
geen
geen
4.3.1
Toezicht rol zorgcontinuïteit
1.
Het aantal uren besteed aan de opleiding van GHOR-piketfunctionarissen. Door inzet op de COVID-19 is de OTO planning ‘on hold’ gezet. Dit verklaard de lage aantallen uren. Daarnaast wordt er flink geïnvesteerd in versterking van de GHOR piketstructuur en in laten stromen van nieuwe piketfunctionarissen (9x). Het aantal uren besteed aan het oefenen van de crisisorganisatie GHOR. Door de coronacrisis is er binnen de gegeven richtlijnen en kaders minimale aandacht besteed aan het oefenen van de crisisorganisatie. Het aantal sets schriftelijke afspraken en contactmomenten met instellingen wet toelating zorginstellingen cf. artikel 33 lid 1. Door de inzet van de witte kolom en ook de GHOR is herziening van en contactmomenten met de zorginstellingen voor wat betreft preparatie in waakvlam stand gezet. Operationeel is er meerdere keren per week intensief overleg vanwege de coronacrisis. Dit zal doorlopen in 2022. Het aantal sets schriftelijke afspraken en contactmomenten met zorgaanbieders en op de beroepen individuele gezondheidszorg (waaronder huisartsen en verloskundigen). Door de inzet van de witte kolom en ook de GHOR is herziening van en contactmomenten met de zorginstellingen voor wat betreft preparatie in waakvlam stand gezet. Operationeel is er meerdere keren per week intensief overleg vanwege de coronacrisis. Dit zal doorlopen in 2022.
Het aantal sets schriftelijke afspraken en contactmomenten met regionale ambulancediensten en gezondheidsdiensten in de regio (RAVU en GGDrU). Door de inzet van de witte kolom en ook de GHOR is herziening van en contactmomenten met de zorginstellingen vwb preparatie in waakvlam stand gezet. Operationeel is er meerdere keren per week intensief overleg vanwege de coronacrisis. Dit zal doorlopen in 2022.
2.
3.
4.
5.
4.3.2
Regiopositie presterend vermogen spoedzorg
6.
Het aantal instellingen dat aantoonbaar geprepareerd is op continuïteit op het leveren van verantwoorde zorg tijdens crisisomstandigheden. Geen bijzonderheden. Het aantal interventies in geval van tekortschieten bij de uitvoering van of voorbereiding daarop van de geneeskundige hulpverlening ex art. 34.1 Wvr. Realisatie conform planning. Het aantal succesvolle interventies en het aantal niet succesvolle interventies die hebben geleid tot een aanwijzing ex Wvr 34.2. Realisatie conform planning. Het aantal GHOR-geregisseerde oefeningen met partners in de zorgketen. Reguliere planning is vervallen in verband met COVID-19. De ruimte is benut door in samenwerking met de GGD regio Utrecht 7 webinars te organiseren over de stand van zaken van de coronabestrijding voor verschillende doelgroepen (schoolbesturen, zorginstellingen, raadsleden en burgemeesters).
7. 8. 9.
21
Prestatie-indicatoren Tabel 10 Prestatie-indicatoren GHOR Nr. Prestatie-indicatoren
1 2
3
4 5 6
1.
2.
3.
4.
5.
6.
22
Rapporteren op beschikbaarheid en actualiteit rampenopvangplannen en OTO-jaarplannen conform branchenormen Concentraties van niet- en verminderd zelfredzamen in zorgvoorzieningen/ instellingen zijn actueel in beeld en bekend bij de GHOR-crisisorganisatie De kwaliteit van de uitgevoerde crisisbeheersingsprocessen GHOR (M&A, O&A, L&C en I-mgm) is onderzocht en met de gemeenten besproken
De piketfunctionarissen van de GHOR zijn aantoonbaar opgeleid en vakbekwaam De kwaliteit van de GHOR-adviezen aan de gemeenten en partners zijn twee maal per jaar met de gemeenten besproken Er is aantoonbaar voortgang geboekt op de GHOR-thema’s
Realisatie 2020
Actualisatie 2021
Realisatie 2021
geen
geen
geen
GHOR4all operationeel
GHOR4all operationeel
GHOR4all operationeel
ja
ja
deels
94%
nee, via accounthouders gemeenten 94%
geen
geen
geen
ja
ja
ja
Rapporteren op beschikbaarheid en actualiteit rampenopvangplannen en OTOjaarplannen conform branchenormen. Dit zal in 2022 weer worden opgepakt waarbij de ervaringen van de coronacrisis zullen worden meegenomen. Concentraties van niet- en verminderd zelfredzamen in zorgvoorzieningen/ instellingen zijn actueel in beeld en bekend bij de GHOR-crisisorganisatie. GHOR4ALL is de applicatie die (landelijk) gebruikt wordt om relevante objecten (o.a. zorgvoorzieningen en instellingen) in relatie tot het incident in beeld te brengen. Ook door de COVID-19 crisis is hier meer zicht op gekomen en maakt dat informatiemanagement een belangrijke factor is. Dit dient dan ook te worden versterkt. De kwaliteit van de uitgevoerde crisisbeheersingsprocessen GHOR (M&A, O&A, L&C en Imgm) is onderzocht en met de gemeenten besproken. Jaarlijks worden middels de systeemtest de processen getoetst. In 2020 is voor het laatst getoetst aan de hand van de coronacrisis. De piketfunctionarissen van de GHOR zijn aantoonbaar opgeleid en vakbekwaam. Vanaf maart 2020 heeft het OTO-programma nagenoeg stilgelegen. Eind 2021 zijn de jaarplannen OTO van de piketfuncties uitgerold en worden activiteiten herstart. De kwaliteit van de GHOR-adviezen aan de gemeenten en partners zijn twee maal per jaar met de gemeenten besproken.
De GHOR-adviezen zijn integraal onderdeel van het proces vergunningverlening voor evenementen en worden niet individueel besproken. Er is aantoonbaar voortgang geboekt op de GHOR-thema’s: Zorgcontinuïteit: In de COVID-19 crisis is duidelijk zichtbaar dat de continuïteit van zorg belangrijk is voor zowel de acute zorgketen als de niet acute zorg partijen. Het systeem van zorg zit onlosmakelijk aan elkaar verbonden en heeft effect op elkaar. De gezamenlijke aanpak met Bevolkingszorg moet nog opgestart worden. Crisisorganisatie GHOR: Is vanaf medio februari 2020 volop in bedrijf om de COVID19 crisis te managen vanuit de primaire (wettelijke) taakstelling. De operationele leiding in de geneeskundige kolom door de DPG. De preparatie de afgelopen jaren werpt haar vruchten nu af! Zichtbaarheid GHOR: Door de COVID-19 crisis is in één klap voor veel interne als externe partijen duidelijk geworden wat de rol en taak zijn van de GHOR. Het versneld realiseren van website voorzieningen heeft hier aan bijgedragen. Analyse GHOR-organisatie in relatie tot doelstellingen beleidsplan: Door de COIVID-19 crisis is de scope van activiteiten vrijwel geheel opgegaan aan het ondersteunen van de zorginstellingen bij de uitvoering van hun vaak complexe zorgtaak. Binnen de eigen begroting zijn de mogelijkheden tot versterking ingezet ten behoeve van de bestuurlijke advisering van het ROAZ en andere
netwerkpartners. In het traject is ook functieonderhoud uitgevoerd, wijzigingen zijn voor twee functies doorgevoerd. Het zelf organiserend vermogen en de benodigde prioritering en eventuele uitbreiding zal begin 2022 duidelijk moeten worden. Daarnaast zijn er landelijke ontwikkelingen die voortvloeien uit de COVID19 crisis en ook effect hebben op de GHOR in de regio. Hierop zal geanticipeerd moeten worden. De evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s zal vertaald dienen te worden door het Kabinet en is dus in detail nog ongewis.
Gerealiseerde baten en lasten Tabel 11 Baten en lasten GHOR Bedragen x € 1.000
Actualisatie 2021
Realisatie 2021
Afw. Real. en act.
Totaal lasten Totaal baten
1.816 -
1.609 -
207 -
Saldo van baten en lasten
-1.816
-1.609
207
Toevoeging aan reserves Onttrekking van reserves
-
-
-
Gerealiseerd resultaat
-1.816
-1.609
207
GHOR
23
5 Brandweer Wat wilden we bereiken? Onze meest bekende activiteit is het blussen van branden. De brandweer doet echter veel meer. We verlenen hulp bij ongevallen, bij incidenten met gevaarlijke stoffen, bij waterongevallen. Wat er ook gebeurt, de brandweer staat 24 uur per dag, 7 dagen in de week klaar om burgers in nood te helpen en gevaarlijke situaties het hoofd te bieden. Als organisatie zijn we voortdurend aan de slag om deze hulp 24/7 te kunnen borgen. Om ons werk goed te kunnen doen moet immers alles kloppen: een goede alarmering, het juiste materieel, de juiste route naar het incident en de vakbekwaamheid van onze brandweermensen. Uiteraard is hierbij ook de eigen veiligheid van belang, waaronder de zorg voor goede arbeidshygiëne en het veiligheidsbewustzijn van onze hulpverleners zelf. Al deze voorwaarden moeten op orde zijn om op een goede wijze de incidenten te kunnen bestrijden. Dit vergt een permanente en solide investering in mensen en middelen. Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 hebben wij voor Brandweer 6 doelstellingen opgenomen: Wij vinden het personeel en materieel gelijkwaardig belangrijk voor de paraatheid van onze brandweer.
Wij zorgen voor een paraatheidsorganisatie waarin aan beide elementen van de paraatheid evenveel aandacht wordt gegeven; Wij zorgen er voor dat er een sluitende paraatheidsmatch komt op de posten die een gekazerneerde bezetting hebben kleiner dan op 24-uurs basis (de dagdienstposten); Wij willen de inzetbaarheid van de niet-gekazerneerde posten verhogen en manieren vinden om op momenten van onderbezetting de dekking van de brandweerzorg op gelijk niveau te houden; Onze brandweerpost staat midden in de samenleving, verbonden met de gemeenschap, bereikbaar en herkenbaar en, waar wenselijk, met een bredere maatschappelijke functie; Wij koesteren de betrokkenheid van onze brandweercollega’s in de uitruk, zowel onze beroeps in roosterdienst als onze vrijwilligers. Wij stellen alles in het werk om onze beroeps en vrijwilligers te blijven binden en boeien voor de VRU-organisatie; Wij koersen op regiobrede harmonie in kazerneringsroosters zodat we ongeacht de locatie zo goed mogelijk kunnen sturen op de paraatheid van onze gekazerneerde posten en de flexibele en duurzame inzetbaarheid van onze beroepsbrandweermensen.
Wat hebben we daarvoor gedaan? Beleidsactiviteiten Met onze reguliere activiteiten die hierna beschreven staan, geven wij uitvoering aan de beleidsdoelstellingen. In 2021 hebben wij onder andere de volgende resultaten behaald: De reorganisatie bij Brandweerrepressie is afgerond. We zijn er trots op dat deze reorganisatie binnen budget, binnen de planning en naar tevredenheid van medewerkers is gelukt. De tweede tussenevaluatie van het Bedrijf Preparatie Brandweer is uitgevoerd. De implementatie van het materieel- en personeelsbeheer- en spreidingsplan is voor veel posten afgerond. Resterende onderdelen zijn belegd in de lijnorganisatie. Een sluitende businesscase voor de adembeschermingswerkplaats in Houten is opgesteld. De bouw van de werkplaats is gestart. Het algemeen bestuur heeft ingestemd met de proef voor het verbeteren van de dekking in Amersfoort. De proef is per 1 oktober gestart. De evaluatie van de AED-taak is uitgevoerd.
24
De taskforce voor het opleidingsinstituut heeft een plan van aanpak opgeleverd voor noodzakelijke verbeteringen in de aantoonbare vakbekwaamheid van onze instructeurs. Tijdens de audit in september door het IFV is het opleidingsinstituut met een voldoende beoordeeld. De eerste mono evaluaties zijn uitgevoerd en via verschillende middelen gedeeld binnen de organisatie.
Paraatheid Ter ondersteuning van de (dagelijkse bedrijfsvoering van de) operationele brandweerorganisatie hanteert de commandant van de brandweer een materieel- en personeelsbeheer- en spreidingsplan (MPBSP), dat in afstemming met de posten tot stand is gekomen. Zodoende is de inrichting van de brandweerzorg voorbereid op de veranderingen die gedurende de planperiode optreden in het verzorgingsgebied. In de afgelopen jaren zijn diverse proeftuinen (zoals het gebruik van de twee weg pagers, de (door)ontwikkeling van het dashboard paraatheid en de inzet van opstappers) uitgevoerd met als doel verbetermogelijkheden voor paraatheid te ontwikkelen. In 2021 zijn deze proeftuinen voortgezet en deels afgerond. Verbeteringen worden ingevoerd. Heroriëntatie AB-werkplaatsen De huidige werkplaatsen ademluchtbescherming zijn sterk verouderd en voldoen niet aan de geldende eisen op het gebied van arbeidshygiëne en arbo-wetgeving. Hierdoor wordt zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht de materiële paraatheid op het gebied van de adembeschermingsmiddelen onvoldoende geborgd. In de huidige werkplaatsen kunnen de problemen ten aanzien van arbeidshygiëne en ergonomie niet worden opgelost.
In 2022 zal de VRU een centraal gelegen pand in Houten betrekken en de benodigde bouwkundige en installatietechnische aanpassingen doen om een ademluchtwerkplaats te realiseren die voldoet aan alle eisen in het kader van arbeidshygiëne en Arbowetgeving. Daarnaast wordt het mogelijk om alle ademluchtwerkzaamheden en andere hoogfrequente logistieke processen te clusteren, wat bijdraagt aan de transitie naar bedrijfsmatig werken.
25
Productie-indicatoren Tabel 12 Productie-indicatoren Brandweer Nr. Productie-indicatoren
1
2
3 4 5 6 7 8
9 10 11 12
Incidenten bestrijden Het aantal incidenten (uitrukken) voor brandbestrijding en redding 1a. Het aantal incidenten (uitrukken) voor gebouwbranden 1b. Het aantal incidenten (uitrukken) voor overige branden 1c. Het aantal incidenten (uitrukken) voor onechte of onterechte OMSHet aantal incidenten (uitrukken) voor hulpverlening 2a. Het aantal incidenten (uitrukken) voor technische hulpverlening 2b. Het aantal incidenten (uitrukken) voor hulpverleningen m.b.t. dieren 2c. Het aantal incidenten (uitrukken) voor overige hulpverlening, waaronder assistentie politie en ambulance 2d. Het aantal incidenten (uitrukken) voor AED-inzet Het aantal incidenten (uitrukken) voor basishandelingen bij de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen Het aantal incidenten (uitrukken) voor ondersteuning bij waterongevallen Het totaal aantal incidenten (uitrukken) Het aantal geredde slachtoffers Het aantal nazorg gesprekken met bewoners bij incidenten Het aantal inzetten voor en in buurregio’s Vakbekwaamheid Het aantal uren besteed aan de vakbekwaamheid van incidentbestrijders Aantal cursisten manschap A dat de opleiding heeft afgerond Aantal cursisten dat de opleiding bevelvoerder heeft afgerond Aantal cursisten dat de opleiding voertuigbediener-pompbediende heeft afgerond
Realisatie 2020
Actualisatie 2021
Realisatie 2021
4.845 521 2.250 2.074 3.155 177 353 1.971
4.250 550 2.150 1.550 3.400 200 350 2.200
4.172 547 2.042 1.583 3.151 231 393 1.740
654 645
650 600
787 638
99 8.744 10 2 165
100 8.350
160
123 8.084 25 10 231
135.000 42 24 24
180.000 96 20 44
115.000 86 15 24
5.3.1 Incidenten bestrijding 1.
2.
6.
26
Aantal uitrukken voor brandbestrijding. De realisatie van het aantal uitrukken voor brandbestrijding ligt lager dan in 2020. Dit verschil komt met name door een gewijzigd alarmeringsprotocol op de alarmcentrale, om te beoordelen of brandweerzorg noodzakelijk is bij OMS-meldingen. Hierdoor worden onechte en onterechte meldingen eerder onderkend waardoor alarmering van brandweereenheden niet plaats hoeft te vinden. Het aantal incidenten voor overige branden is ten opzichte van 2020 iets lager uitgekomen. Er waren minder alarmeringen voor natuur- en buitenbranden dan in 2020. Het aantal uitrukken voor hulpverlening. Het aantal uitrukken voor hulpverlening met dieren is licht toegenomen. Ook is een stijging waar te nemen bij de categorieën technische hulpverlening. Het vermoeden is dat het aantal verkeersbewegingen in 2021 ook toe is genomen ten opzichte van 2020, toen is er een periode een avondklok geweest. De grootste stijging is te vinden in het aantal uitrukken voor AED-inzetten. Deze toename is onder andere toe te schrijven aan COVID-19-gerelateerde incidenten. Het aantal geredde slachtoffers. Hier is een verdeling gemaakt tussen reddingen bij brand, waterongevallen en technische hulpverlening. De reddingen bij brand betreffen één persoon van het dak gehaald en de ander uit de woning.
Bij technische hulpverlening gaat het om reddingen (bevrijding) van personen die fysiek bekneld zaten in een voertuig.
Prestatie-indicatoren Tabel 13 Prestatie-indicatoren Brandweer Nr. Prestatie-indicatoren
1 2 3 4 5
6
7
Paraatheid & Vakbekwaamheid De opkomsttijden van de brandweer zijn overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan uitgevoerd (meettijden) De inzet op belangrijke objecten is volgens het jaarplan beoefend en geëvalueerd De paraatheid van de brandweer is overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan gegarandeerd geweest De piketfunctionarissen van de brandweer zijn aantoonbaar opgeleid en vakbekwaam De kwantiteit en kwaliteit van de brandweerinzetten zijn twee maal per jaar met de gemeenten besproken Jeugdbrandweer Het percentage jeugdbrandweerleden dat doorstroomt naar de reguliere brandweer ten opzichte van het aantal jeugdleden dat de jeugdbrandweer verlaat op 18/19 jarige leeftijd Het percentage uitgestroomde jeugdbrandweerleden dat kiest voor een vervolg (werk/studie) binnen het veiligheidsdomein
Realisatie 2020
Actualisatie 2021
Realisatie 2021
83%
80%
82%
nee, i.v.m Covid-19 ja
Ja
gedeeltelijk (i.v.m. Covid) Ja
nee, i.v.m Covid-19 ja
Ja Ja
gedeeltelijk (i.v.m. Covid) Ja
40%
15%
20%
0%
15%
15%
Ja
5.4.1 Paraatheid & Vakbekwaamheid 1. 2. 3. 4. 5.
De opkomsttijden van de brandweer zijn overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan uitgevoerd (meettijden). De opkomsttijden zijn conform begroting. De inzet op belangrijke objecten is volgens het jaarplan beoefend en geëvalueerd. Dit heeft conform begroting plaatsgevonden. De paraatheid van de brandweer is overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan gegarandeerd geweest. Dit heeft conform begroting plaatsgevonden. De piketfunctionarissen van de brandweer zijn aantoonbaar opgeleid en vakbekwaam. In verband met COVID-19 heeft dit niet plaatsgevonden. De kwantiteit en kwaliteit van de brandweerinzetten zijn twee maal per jaar met de gemeenten besproken. Dit heeft conform begroting plaatsgevonden.
5.4.2 Jeugdbrandweer 6.
7.
Het percentage jeugdbrandweerleden dat doorstroomt naar de reguliere brandweer ten opzichte van het aantal jeugdleden dat de jeugdbrandweer verlaat op 18/19 jarige leeftijd. In 2021 konden activiteiten van de jeugdbrandweer door COVID-19 voor een deel alleen online plaatsvinden. Daarom is besloten dispensatie te verlenen aan de 18-jarigen. Dit houdt in dat zij een jaar langer lid mogen blijven van de jeugdbrandweer. De uitstroom is dit jaar daarom laag: alleen de leden die geen gebruik maken van de dispensatie, zijn gestopt. Zes jeugdleden zijn doorgestroomd naar aspirant manschap. Het percentage uitgestroomde jeugdbrandweerleden dat kiest voor een vervolg (werk/studie) binnen het veiligheidsdomein: twee van de uitgestroomde jeugdbrandweerleden heeft gekozen voor een studie of werk binnen het veiligheidsdomein.