Bijlage 4. 16 december 2020 Amendement CU-SGP; voorlopig handhaven bepalingen watertoeristenbelasting
Tekst van het document
De Ronde Venen
AMENDEMENT
Onderwerp: Voorlopig handhaven bepalingen watertoeristenbelasting De gemeenteraad van De Ronde Venen, in vergadering bijeen op 16 december 2020, besluit het raadsvoorstel “Vaststellen belastingverordeningen en heffingsverordeningen 2021" (nummer 63/20) als volgt aan te passen: In het huidige besluit het punt “7. Verordening watertoeristenbelasting 2021” Te wijzigen in: 7. Verordening watertoeristenbelasting 2021 met dien verstande dat het bepaalde in artikel 6 niet gewijzigd wordt ten opzichte van de verordening 2020.
Overwegingen: • Bij de Begrotingsraad van 2 november 2020 is een motie aangenomen op basis waarvan in de conceptverordening artikel 6 is aangepast • Met diezelfde motie is echter ook besloten dat het college inzage geeft over de effecten van deze wijziging voor het vaststellen van de verordening • Het college geeft aan dat inzicht nu niet te kunnen geven, pas op zijn vroegst bij de eerste bestuursrapportage in 2021 • Daarmee zouden wij, bij aannemen van dit concept, een besluit nemen zonder de consequenties te kennen (bv om hoeveel boten het gaat en wat eventueel andere impact is) • Daarnaast lijkt het erop dat de eigenaren van kleinere boten onevenredig zwaarder worden belast doordat ook het tarief met ruim 60% wordt verhoogd. • Het derhalve beter is , vanuit het oogpunt van zorgvuldige belastingheffing, om eerst de consequenties van een dergelijke aanpassing helder te hebben om daarna te besluiten of en hoe de verordening tav artikel 6 zou moeten worden aangepast (bv bij het vaststellen van de verordening 2022).
Fractie ChristenUnie/SGP W.H.P. Stam
Bijlage: toelichting; tekst artikel 6 uit verordening 2020 en tekst uit concept verordening 2021
ACUSGP-202012-02-watertoeristenbelasting-V01.docx / pag. 1 van 2
De Ronde Venen
AMENDEMENT
Toelichting: De tekst in de verordening 2020 van artikel 6 luidt: Artikel 6. Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1. In afwijking van artikel 5 bedraagt de belasting per seizoen, ter zake van het verblijf houden aan boord van een vaartuig, als bedoeld in artikel 1, met een oppervlakte van: a. Ten hoogste 15 m2: P x Q x T; b. Meer dan 15 m2 tot en met 25 m2 P x Q x T; c. Meer dan 25 m2: P x Q x T. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 5 en het eerste lid van dit artikel bedraagt de belasting per seizoen ter zake van het verblijf houden aan boord van een weekendschip P x Q x T. 3. In de formules genoemd onder sub a, b en c van lid 1 en 2 hebben de symbolen de volgende inhoud: P: het gemiddelde aantal personen aan boord van een vaartuig; per categorie vaartuig, genoemd in lid 1, wordt dit aantal respectievelijk 2, 3 en 4 personen; per weekendschip wordt het aantal personen bepaald op 4. Q: het gemiddeld aantal dagen dat verblijf op het water wordt gehouden; per categorie vaartuig genoemd in lid 1, wordt bepaald op 24 dagen; per weekendschip wordt het aantal dagen bepaald op 60. T: tarief per etmaal als genoemd in artikel 7. 4.
Het aantal van de in lid 1 en 2 genoemde vaartuigen wordt vastgesteld op het gemiddeld aantal dat aanwezig is op 1 april, 1 juni, 1 augustus en 1 oktober van het belastingjaar, dan wel hoogstens drie wekdagen vóór of ná elk der genoemde data. De tekst in de concept verordening 2021 van artikel 6 luidt: Artikel 6. Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1. In afwijking van artikel 5 bedraagt de belasting per seizoen, ter zake van het verblijf houden aan boord van een vaartuig, als bedoeld in artikel 1, met een oppervlakte van: a. Ten hoogste 25 m2 : P x Q x T; b. Meer dan 25 m2 : P x Q x T. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 5 en het eerste lid van dit artikel bedraagt de belasting per seizoen ter zake van het verblijf houden aan boord van een weekendschip P x Q x T. 3. In de formules genoemd onder sub a, b en c van lid 1 en 2 hebben de symbolen de volgende inhoud: P: het gemiddelde aantal personen aan boord van een vaartuig; per categorie vaartuig, genoemd in lid 1, wordt dit aantal respectievelijk 3 en 4 personen; per weekendschip wordt het aantal personen bepaald op 4; Q: het gemiddeld aantal dagen dat verblijf op het water wordt gehouden; per categorie vaartuig genoemd in lid 1, wordt bepaald op 30 dagen; per weekendschip wordt het aantal dagen bepaald op 60. T: tarief per etmaal als genoemd in artikel 7. 4.
Het aantal van de in lid 1 en 2 genoemde vaartuigen wordt vastgesteld op het gemiddeld aantal dat aanwezig is op 1 april, 1 juni, 1 augustus en 1 oktober van het belastingjaar, dan wel hoogstens drie wekdagen vóór of ná elk der genoemde data.
ACUSGP-202012-02-watertoeristenbelasting-V01.docx / pag. 2 van 2