CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 30. Memo stikstof

Gemeenteraad 30 oktober 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel VVGB Mijdrechtse Zuwe 66 Amstelhoek (akkoordstuk)1.145 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Betreft: Locatie: Datum: Ecoloog: Steller:

stikstofdepositie Amstelhoek 29 mei 2024 06-27564247 Peter van der Linden, ecoloog

Voor de locatie Amstelkade 3 hoek Mijdrechtse Zuwe 66-68 te Amstelhoek worden voorbereidingen gedaan voor het bouwen van 18 appartementen. De bestaande bebouwing wordt daarvoor gesloopt. Voor de bouw- en de gebruiksfase is een berekening van de toename van stikstofdepositie op de beschermde Natura 2000-gebieden noodzakelijk. In onderstaand memo wordt de berekening toegelicht en geanalyseerd. Stikstof In brandstofmotoren ontstaan door verbranding verschillende stikstofoxiden, meestal samengevat in NOx. Deze verbindingen reageren in de lucht met waterdeeltjes tot salpeterzuur. In de bodem vindt onder invloed van bacteriën denitrificatie plaats. Het proces verloopt echter langzaam waardoor er cumulatie ontstaat van zuurionen en opneembaar stikstof; er is sprake van verzuring en vermesting van de bodem. Doordat ammoniak een vrij radicaal heeft reageert het snel (binnen enkele minuten) tot ammonium en dat geeft een droge en natte depositie op relatief korte afstand van de bron. Ammoniak werkt in de atmosfeer eerst als base door de vorming van NH 4+, waarbij een vrije zuurion wordt gebonden. Dat leidt tot neutralisatie van salpeterzuur en zwavelzuur in de atmosfeer. In de bodem wordt door bacteriën de NH4+ genitrificeerd tot NO3-, waarbij zuurionen vrijkomen. Naast de verzuring zorgt de emissie van ammoniak voor verhoging van het stikstofgehalte in de bodem.

Door die verhoogde opneembaar stikstof in de bodem worden soorten die snel groeien bevoordeeld ten opzichte van langzaam groeiende soorten. De snel groeiende soorten verdringen de langzame groeiers waardoor de verdwijnen en de biodiversiteit verminderd. Veel van de via de Habitatrichtlijn beschermde soorten of habitat zijn langzaam groeiende soorten of soorten die in een voedselrijk of zuur milieu niet kunnen groeien. De habitatrichtlijn stelt de verschillende nationale overheden verantwoordelijk voor het beschermen van de natuurwaarden in de aangewezen natuurgebieden. Deze bescherming is opgenomen in de Wet natuurbescherming. Om het probleem van te hoge concentraties NH 4+ of NOX in het milieu te beteugelen is door de toenmalige regering de programmatische aanpak stikstof (PAS) opgesteld. In de PAS is ontwikkelingsruimte opgenomen voor ontwikkelingen die stikstofoxiden of ammoniak produceren. Daarnaast zijn maatregelen opgesomd die zouden leiden tot verminderde effecten. Voor de PAS is Aerius ontwikkeld waarmee op eenvoudige wijze de depositie kon worden berekend. In de PAS was de ontwikkelingsruimte opgenomen en twee drempelwaarden ingevoerd; een lage van 0,05 mol Spechtstraat 59 - 1223 NX Hilversum - 06 – 27564247 - vanderlinden@elsenlinde.nl Els & Linde B.V.: KvK 11068807 - Fiscaalnummer 8187.47.637 – NL24 0121125386.

N/ha en een hogere van 1 mol N/ha. Projecten die onder de lage drempelwaarde bleven hadden geen meldingsplicht. De projecten met een stikstofdepositie tussen de beide waarden in waren meldingsplichtig en konden worden uitgevoerd als er voldoende ontwikkelingsruimte was. Boven de 1 mol N/ha was er vergunningsplicht. De Raad van State heeft naar aanleiding van enkele beroepsprocedures vragen gesteld aan de het Europees Hof over de noodzakelijke interpretatie van de PAS. Het Hof en in navolging daarvan de Raad van State hebben geoordeeld dat de ontwikkelingsruimte niet binnen de reikwijdte van de Habitatrichtlijn past, en dat een drempel van 0,05 mol N/ha niet zonder meer acceptabel is. Ook hebben ze alle vergunningen die op de PAS zijn gebaseerd nietig verklaard. De consequentie is dat nu voor alle projecten berekend moet worden of deze strijdig zijn met de Habitatrichtlijn en er sprake is van verhoogde depositie op de natuurgebieden. In de nieuwe Aerius is de drempelwaarde en de ontwikkelingsruimte niet langer opgenomen. Als resultaat van de berekening wordt een gml-bestand en een pdf geleverd die in een GIS de verspreiding van de stikstofdepositie weergeeft. De conclusie is dat alle projecten waarbij stikstofoxiden of ammoniak vrijkomt berekend moet worden wat de toename is op de Natura 2000-gebieden.

Als er geen verhoging is dan kan de ontwikkeling zonder vergunning worden uitgevoerd. Is er een verhoogde depositie dan moet het project zo worden uitgevoerd dat er geen of minder emissie is. Als dat onvoldoende mogelijkheden geeft, dan moet met maatregelen elders de emissie (op het zelfde Natura 2000-gebied) worden teruggebracht (salderen). Bij salderen moet worden aangetoond dat er voldoende effect is. Hiervoor is een uitgebreidere onderbouwing nodig. Als er ondanks saldering een verhoogde depositie is, dan moet er via de ADC-toets in een passende beoordeling aangetoond worden dat een depositie acceptabel is. De ADC-toets staat voor Alternatief, Dwingende redenen en Compensatie. In de meeste gevallen zal dan een MER nodig zijn. Ontwikkeling Op het perceel Amstelkade 3 hoek Mijdrechtse Zuwe 66-68 te Amstelhoek worden 18 appartementen gebouwd. De bestaande opstallen worden gesloopt. Op basis van de richtlijnen van het CROW (anonymus 2018) moet appartementen in weinig stedelijk gebied, rest bebouwde kom, per etmaal rekening gehouden worden met 4,5 mvt. Dat betekend dat voor 18 appartementen in totaal 81 mvt/etm worden verwacht. De norm voor emissie per appartement is 1,11 Kg N/jaar. Dat maakt dat de emissie vanuit de woningen komt op 20,0 Kg N/jaar. Stikstofdepositie gebruiksfase Met behulp van Aerius (2020) is berekent wat de depositie is in de nieuwe situatie.

De depositie is berekent op de Natura 2000-gebieden: • Botshol: ca. 5,6 Km afstand; • Kennemerland Zuid: ca 19,6 Km afstand; • Nieuwkoopse Plassen en de Haeck: ca 6,8 Km afstand.

De overige Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand. Uit de berekening blijkt dat er tijdens de gebruiksfase geen sprake is van een verhoging van de depositie op de verschillende Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie bouwfase De werkzaamheden bestaan uit nieuwbouw. Voor de bouwfase is berekent wat de depositie op de natuurgebieden is. Op basis van TNO (formule kw × 0,095 + 0,54) EMMA is het brandstofverbruik van de verschillende machines bepaald. Voor het bouwen wordt gebruik gemaakt van machines die brandstof gebruiken (zie tabel). Deze machines zijn Stage IV. Uitgangspunt voor de berekening is de bouw van de loods binnen een jaar. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: vermogen

draaiuren

cilinder inhoud stationair brandstof

verbruik totaal

ad blue

kw

h

l

h

l/h

l/j

betonpomp

150

40

8

12

14,79

592

35,5

trilplaat

60

60

3

18

6,24

374

22,5

graafmachine

125

45

6

9

12,415

559

33,5

heistelling

250

45

14

26

24,29

1093

65,6

hijskraan

80

162

4

57

8,14

1319

79,1

mobiele kraan

125

18

6

4

12,415

223

13,4

graafmachine sloop

125

62,5

6

13

12,415

776

46,6

Het bouwverkeer betreft 72 middelzware vrachtwagen (tot 20 ton) en 36 zware vrachtwagens. Voor de bouwvakkers is dat 288 mvt licht verkeer. Uit de berekening volgt dat er tijdens de bouwfase geen verhoogde depositie is op de Natura 2000-gebieden. Conclusie Er is geen sprake van verhoging van de depositie. Er is geen vergunning van de Omgevingswet nodig. P.J.H. van der Linden Els & Linde b.v.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15983817/1