Bijlage 3 Wijzigingstabel Verordening leerlingenvervoer
Tekst van het document
Wijzigingstabel Verordening leerlingenvervoer gemeente De Ronde Venen 2025 De nieuwe verordening leerlingenvervoer verschilt qua opbouw en lay-out met de oude verordening die in 2015 is vastgesteld. In onderstaande tabel zijn de inhoudelijke wijzigingen opgenomen van de Verordening leerlingenvervoer De Ronde Venen 2025 ten opzichte van de Verordening leerlingenvervoer De Ronde Venen 2015. 1. Wijzigingstabel verordening Artikel Was Algemeen Wet op het voortgezet (o.a. artikel onderwijs 1.o en q, 10.2.b en 14.1)
Artikel 1. d.
Toelichting
Definitie deskundige is niet opgenomen in de verordening. Er wordt wel naar verwezen (artikel 9, vierde lid) In de verordening is een termijn van 3 maanden opgenomen.
Artikel 2 In de verordening was deze bepaling niet
Wordt Wet voortgezet onderwijs 2020
1. Definities d. Deskundige: onafhankelijk medisch, psychiatrisch, psychologisch, pedagogisch of verkeerskundig deskundige.
Toelichting: gehandicapte leerling Wanneer een leerling, ondanks zijn handicap wél zelf kan reizen met het openbaar vervoer, is deze in de zin van de Verordening leerlingenvervoer géén gehandicapte leerling. De beperking die de leerling door de handicap ervaart moet structureel van aard zijn, in ieder geval langer dan zes maanden duren. Wanneer de beperking met medicijnen te verbeteren is, is er geen sprake van een beperking in de zin van deze verordening. Van een beperking in deze verordening is dus alleen sprake wanneer deze structureel en niet behandelbaar is. Artikel 2. Doel Deze verordening heeft als doel op basis van een beoordeling
Motivatie Met deze wetswijziging zijn er geen beleidsinhoudelijke wijzigingen voor het leerlingenvervoer, maar aanpassing in de grondslag van de verordening was hierdoor wel nodig. Opgenomen is dat het een onafhankelijke deskundige moet zijn.
Met de termijn van 6 maanden wordt aangesloten bij de termijn van de Wmo (langdurige hulp).
De bepaling is volgens de huidige wet- en
expliciet opgenomen.
Artikel 4. a, b, c, d
Artikel 8. 2
In de verordening was deze bepaling niet expliciet opgenomen.
In de verordening was geen bepaling over vervoerstraining opgenomen.
Artikel 9. 3
In de verordening was geen bepaling over
op grond van in de verordening bepaalde criteria en op basis van een onderzoek naar de individuele situatie van de leerling een gehele of gedeeltelijke bekostiging toe te kennen aan de ouders voor het goedkoopst passende vervoer van de leerling van de woning dan wel de opstapplaats naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor de leerling en terug met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. 4. Onderzoek Bij de beoordeling van de aanvraag voor een vervoersvoorziening voor de leerling en eventueel een begeleider, onderzoekt de gemeente in ieder geval: a. is de school waar de leerling naar toe gaat of naar toe wil gaan de dichtstbijzijnde toegankelijke school? b. de afstand tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school? c. als er recht is op een vervoersvoorziening: voor welke vervoersvoorziening komt de leerling in aanmerking? d. de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling; e. de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de ouder(s) en het sociale netwerk; f. Wat is de eigen bijdrage? Artikel 8. Vervoerstraining 2. Het college kent, als zij dat noodzakelijk acht, een vervoerstraining toe. Artikel 9. Algemene bepalingen 3. De verantwoordelijkheid om als dat nodig is te zorgen voor
regelgeving.
De bepalingen zijn volgens de huidige werkwijze en wet- en regelgeving.
De bepaling sluit aan bij de huidige werkwijze.
De bepaling sluit aan bij de huidige werkwijze en
4
5.
begeleiding opgenomen.
een begeleider ligt bij de ouders.
wet- en regelgeving.
In de verordening was hierover geen bepaling opgenomen. Wel is hierover tekst opgenomen in de beleidsregels.
4. De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de minderjarige leerling gedurende het verblijf van de leerling in het aangepast vervoer ligt bij de ouders. Voor de meerderjarige niet handelingsbekwame leerling ligt de verantwoordelijkheid bij de mentor.
De bepaling sluiten aan bij de huidige werkwijze en wet- en regelgeving.
In de verordening was hierover geen bepaling opgenomen.
5. Bij de keuze voor de te verstrekken vervoersvoorziening wordt achtereenvolgens beoordeeld of vervoer, al dan niet met begeleiding, mogelijk is: a. per (elektrische) fiets; b. per openbaar vervoer; c. met eigen vervoer; d. met aangepast vervoer. Artikel 13. Aanwijzing opstapplaats 1.Het college kan bij het verstrekken van aangepast vervoer een opstapplaats aanwijzen van waaruit de leerling gebruik maakt van het aangepast vervoer.
De bepaling sluiten aan bij de huidige werkwijze en wet- en regelgeving.
2. De ouders dragen er zorg voor dat de leerling naar en op de opstapplaats wordt begeleid als dit noodzakelijk is. Artikel 14. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school 3. Als de ouder vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvraagt naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, wordt deze slechts toegekend als is
De bepalingen sluiten aan bij de huidige werkwijze.
Artikel 13. 1
In de verordening was hierover geen bepaling opgenomen. Wel was het opgenomen bij de definities (artikel 1).
2
In de verordening was hierover geen bepaling opgenomen.
Artikel 14.
3
In de verordening was de specifieke onderwijskundige behoefte niet benoemd.
De bepalingen sluiten aan bij de huidige werkwijze.
De bepalingen sluiten aan bij de huidige werkwijze. Met deze bepalingen kan een vervoersvoorziening worden toegekend aan ouders als er van een specifieke onderwijsbehoefte van de leerling sprake is. Voor de
Artikel 15. 2
In de verordening was hierover geen bepaling opgenomen.
3
In de verordening was hierover geen bepaling opgenomen.
voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het betreft een school die voorziet in een specifieke onderwijsbehoefte en niet in een onderwijsmethode zoals bijvoorbeeld Montessori of Jenaplan; en b. door de ouders is naar het oordeel van het college voldoende aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte is van de leerling; en c. door de ouders is naar het oordeel van het college voldoende aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen bieden van het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod. Artikel 15. Schooltijden en wachttijden 2. Als binnen een school sprake is van verschillende lesroosters binnen de vaste schooltijden, kan het college besluiten een wachttijd van één of meerdere klokuren in te stellen, om het aangepast vervoer zo efficiënt mogelijk in te zetten.
duidelijkheid is vermeld dat het niet gaat om een onderwijsmethode, zoals Montessorionderwijs. In principe moeten scholen volgens de uitgangspunten van passend onderwijs aan iedere leerling onderwijs kunnen bieden.
3.Het aangepast vervoer op schooldagen en schooltijden die afwijken van de in de schoolgids genoemde dagen en tijden wordt niet georganiseerd, tenzij de ouders naar het oordeel van het college toereikend bewijs overlegt waaruit blijkt dat de structurele handicap van een leerling de aansluiting op de standaard schooltijden
De bepaling sluit aan bij de huidige werkwijze.
Uitgangspunt is dat geen aangepast vervoer wordt ingezet als sprake is van afwijkende schooltijden. In deze gevallen kan de leerling wachten of moet de ouder(s) zelf het vervoer regelen. De bepaling sluit aan bij de huidige werkwijze.
Artikel 16. 1.
In de verordening waren geen bepalingen opgenomen over tijdelijk verblijf buiten de gemeente.
onmogelijk maakt en de ouders het vervoer niet zelf kunnen organiseren. Artikel 16. Tijdelijk verblijf buiten de gemeente 1. Het college kan een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal zes weken toekennen aan de ouders van een leerling, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de leerling blijft zijn eigen school bezoeken; b. in de periode, voorafgaand aan het tijdelijke verblijf buiten de gemeente, is een vervoersvoorziening toegekend op grond van deze verordening; c. de school is) van de tijdelijke woonplaats van de leerling; en d. de intentie bestaat dat de leerling terugkeert naar de oorspronkelijke gemeente.
2.
2.Het besluit waarin de vervoersvoorziening is toegekend voorafgaand aan een tijdelijke vervoersvoorziening wordt opgeschort met ingang van de datum van het tijdelijk verblijf buiten de gemeente en herleeft weer zodra de leerling terugkeert in de gemeente, tenzij de geldigheidsduur van dit besluit is verstreken.
3.
3.Als de vervoersvoorziening bestaat uit aangepast vervoer kan het college, in overleg met de gemeente waarin de leerling tijdelijk verblijft, besluiten dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van het tijdelijk verblijf het vervoer uitvoert. Artikel 17.
Artikel 17.
Artikel 20 Toekenning
De nieuwe bepalingen werken de situatie waarin een leerling tijdelijk buiten de gemeente verblijft verder uit.
1.
vervoersvoorziening voor het weekeinde en de vakantie aan in de gemeente wonende ouders
Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie bij verblijf in pleeggezin of internaat
Met inachtneming van artikel 3 kent het college desgewenst een vervoersvoorziening voor het weekeinde- en vakantievervoer toe aan de in de gemeente wonende ouders van de leerling die, met het oog op het volgen van voor hem passend (voortgezet) speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijft, volgens het bepaalde in deze paragraaf.
1.Met inachtneming van de artikelen 9 en 12 kent het college op aanvraag een vervoersvergoeding voor het weekeinde en de schoolvakantie toe aan de in de gemeente wonende ouders van de leerling die, met het oog op het volgen van voor hem passend speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijft.
2.
2. Het college kent aan de ouders een vervoersvergoeding toe voor het weekeindevervoer van de leerling voor de eenmaal per weekeinde gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de weekenden niet vallen binnen de in het eerste lid genoemde schoolvakanties.
3.
3. Het college kent aan de ouders een vervoersvergoeding toe voor het vervoer van de leerling tijdens de schoolvakanties. De voorziening betreft de reis van het internaat of het adres van het pleeggezin naar de ouders eenmaal aan het begin van de vakantie en eenmaal aan het einde van de vakantie.
4.
4.Voor de toekenning is een vergoeding van de kosten van
De nieuwe bepalingen in lid 2 t/m 6 werken de situatie waarin een leerling bij een pleeggezin, gezinshuis of in een internaat verblijft verder uit.
openbaar vervoer het uitgangspunt. Het college vergoedt ook de kosten van het openbaar vervoer voor een begeleider, als de leerling wegens zijn structurele handicap of leeftijd niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik te maken. 5. Het college kan toestaan dat de ouders de leerling zelf vervoeren of laten vervoeren. De vergoeding is dan afhankelijk van de vervoersvoorziening waarop de ouders aanspraak zouden maken.
5.
6.
Artikel 18.
1.
2
In de verordening is stage niet specifiek onder een artikel opgenomen. Wel komt stage terug in de beleidsregels.
6. Het college kan uitsluitend aangepast vervoer toekennen voor weekeinde en vakantievervoer wanneer: a. openbaar vervoer geheel ontbreekt; of b. het gaat om een leerling van het voortgezet speciaal onderwijs die verblijvend in een internaat of pleeggezin, wegens zijn structurele handicap niet zelfstandig, ook niet met een begeleider gebruik kan maken van het openbaar vervoer. Artikel 18. Vervoersvoorziening naar stageadres 1. Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar school kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres. De aanvraag hiervoor dient schriftelijk te worden ingediend. 2.De vervoersvoorziening naar een stageadres wordt, in aanvulling op de voorwaarden
De bepalingen sluiten aan bij de huidige werkwijze.
Artikel 19 In de verordening is deze bepaling niet opgenomen.
Artikel 22.
4
Artikel 13. 4 Aan de ouders die een of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of meer leerlingen bekostiging ontvangen, afgeleid van de Reisregeling binnenland, wordt door het college geen bekostiging verstrekt
die gelden voor een vervoersvoorziening naar school, slechts toegekend als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de stage is onderdeel van het onderwijsprogramma zoals opgenomen in de schoolgids van de school en in het stagecontract; b. de stagetijden komen overeen met de reguliere schooltijden; c. de stage vindt plaats op één stageadres; en d. het stageadres is gelegen op de route van de woning, dan wel de opstapplaats, naar de school. Artikel 19 Vervoerstraining Het college kan, naast een vervoersvoorziening, ook een vervoerstraining inzetten ter versterking van de zelfredzaamheid van de leerling, waardoor deze na de training niet langer zal zijn aangewezen op een vervoersvoorziening, of door de training gebruik leert te maken van een goedkopere vervoersvoorziening. Artikel 22. Vervoersvergoeding op basis van de kosten van door de ouders georganiseerd vervoer 4. Aan de ouders die structureel alle te vervoeren dagen één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die voor het vervoer al een vergoeding van het college ontvangen, wordt door het college een vergoeding van 50% verstrekt.
Deze bepaling sluit aan bij de situatie in de huidige praktijk. De gemeente De Ronde Venen maakt hierbij gebruik van Eigenwijs op reis, een samenwerking van de gemeente en Handjehelpen.
Met deze bepaling stimuleren we ouders om samen te reizen. In de huidige en wettelijke situatie ontvangt slechts één ouder vergoeding als ouders samen reizen.
5
In de verordening is deze bepaling niet opgenomen.
Artikel 24. In de verordening is deze bepaling niet opgenomen.
Artikel 28.
1.
In de verordening is alleen het doorgeven van wijzigingen opgenomen.
5. Als ouders in samenwerking met andere ouders besluiten zelf een vervoersvoorziening te organiseren, kan het college, in afwijking van het tweede lid, een bijzonder kostendekkend tarief hanteren, als dit leidt tot een goedkoper vervoersalternatief. Artikel 24. Vergoeding andere passende vervoersvoorziening Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college na overleg met de ouders een vergoeding verstrekken voor een andere passende voorziening, die goedkoper is dan of gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een elektrische fiets of bakfiets. Artikel 28. Beëindiging, opschorting, herziening, intrekking en terugvordering van de vervoersvoorziening 1. Het college kan een besluit tot toekenning van een vervoersvoorziening beëindigen, opschorten, herzien, of intrekken, als het vaststelt dat: a. niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen gesteld bij deze verordening; b. beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen; c. de verstrekte vervoersvoorziening naar het oordeel van het college niet meer de meest passende vervoersvoorziening is; d. ouders weigeren het drempelbedrag bedoeld in artikel 25 te betalen of nalatig
Met deze bepaling kan de gemeente afwijken wanneer ouders met een goed en goedkoper alternatief van vervoer komen.
Deze bepaling geeft mogelijkheden om andere manieren van mogelijk vervoer te vergoeden.
De bepalingen sluiten aan bij de huidige werkwijze.
zijn in het betalen ervan; e. ouders weigeren de draagkrachtafhankelijke eigen bijdrage bedoeld in artikel 26 te betalen of nalatig zijn in het betalen ervan; f. sprake is van onaanvaardbaar gedrag door de leerling gedurende het verblijf in het aangepast vervoer; of g. het vervoeren van de leerling leidt tot een onveilige situatie voor de leerling zelf, andere reisgenoten of de chauffeur in het aangepast vervoer. 2.
2. De kosten van een ten onrechte genoten vervoersvoorziening kunnen van de ouders worden teruggevorderd, of worden verrekend met een verstrekte maar nog niet uitbetaalde vervoersvergoeding.