CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Was-wordt-tabel Verordening Wmo 2025 definitef

Gemeenteraad 20 februari 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel verordeningen Wmo en Jeugdhulp 2025 (Akkoordstuk)5.915 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht wijzigingen op de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020

1 Oud

2 Nieuw

3 Reden wijziging

Intitulé Verordening maatschappelijke ondersteuning De Ronde Venen 2020

Intitulé Waar 2020 staat aanpassen naar 2025.

Jaartallen zijn geactualiseerd.

De raad van de gemeente De Ronde Venen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders (raadsvoorstel nr. 53/20); gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4a, eerste, tweede en zesde lid, 2.1.4b, tweede lid, 2.1.5, eerste lid, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6 en 2.6.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en artikel 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015;

Hoofdstuk 1: Begrippen

Hoofdstuk 1: Begrippen

Artikel 1 Definities

Artikel 1 Definities

1. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

1. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

(...)

(...)

j. formele ondersteuning: Ondersteuning geleverd door personen die: 1. werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de uit het pgb te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) als zijnde

j. formele ondersteuning: Ondersteuning geleverd door personen die: i. werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de uit het pgb te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) als zijnde

Bij nieuw lid 1.j.i. en n1.j.ii. zijn de kwaliteitseisen uitgebreid en aangescherpt om de personen die formele ondersteuning mogen leveren scherper af te bakenen.

beroepsmatig werkzaam op het terrein van maatschappelijke ondersteuning en die voldoet aan kwaliteitseisen zoals die ook gelden voor door de gemeente gecontracteerde aanbieders 2. aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel en de beschikking hebben over een beschikking geen loonheffingen (BGL). Daarnaast moeten ze ten aanzien van de uit het pgb te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) beschikken over een Verklaring Omtrent Gedrag en over relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken.

ii.

beroepsmatig werkzaam op het terrein van maatschappelijke ondersteuning en die voldoet aan kwaliteitseisen zoals die ook gelden voor door de gemeente gecontracteerde aanbieders en die beschikt over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van desbetreffende taken. aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel en de beschikking hebben over een beschikking geen loonheffingen (BGL). Daarnaast moeten ze ten aanzien van de uit het pgb te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) als zijnde beroepsmatig werkzaam op het terrein van maatschappelijke ondersteuning, beschikken over een Verklaring Omtrent Gedrag en over relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken en voldoen aan de kwaliteitseisen opgenomen in hoofdstuk 3 van de Wmo 2015.

(...) (...) l. informele hulp: ondersteuning die: - wordt geleverd door iemand uit het sociale netwerk; en/of - niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep;

l. informele hulp: ondersteuning die:  wordt geleverd door iemand uit het sociale netwerk; en/of  niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep;  niet voldoet aan het gestelde in artikel 1 onder j. (...)

(...) 1.2 Beleidsregels

2. Het college stelt nadere regels vast voor de uitvoering van deze verordening.

Lid 1.l.iii. is nieuw toegevoegd. Hiermee verduidelijken we dat alleen sprake is van formele ondersteuning wanneer wordt voldaan aan artikel 1 onder j. Daarmee wordt het verschil tussen formele en informele hulp scherper afgebakend. De ‘Nadere regels en beleidsregels maatschappelijke ondersteuning De Ronde Venen

Het college stelt beleidsregels vast voor de uitvoering van deze verordening.

2021’ worden (net als deze verordening) herzien. Een van wijzigingen is dat de gemeente straks geen beleidsregels meer heeft, maar alleen nadere regels. De tekst in de verordening is alvast juridisch kloppend gemaakt.

Hoofdstuk 3. Aanvragen maatwerkvoorziening

Hoofdstuk 3. Aanvragen maatwerkvoorziening

Artikel 6, lid 1 Criteria voor een maatwerkvoorziening 1. Het college neemt het ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 4 van deze verordening of, als dat er is, het aanvraagformulier als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een (tijdelijke) maatwerkvoorziening.

Artikel 6, lid 1 Criteria voor een maatwerkvoorziening. Vervallen

(..)

Nieuw in te voegen: Artikel 6a Gebruikelijke hulp 1. Gebruikelijke hulp is de mate waarin de inwoner met behulp van gebruikelijke hulp het aanvaardbare niveau van zelfredzaamheid en participatie of het zich handhaven in de samenleving kan bereiken of behouden. Bij gebruikelijke hulp worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Personen binnen de leefeenheid van een bewoner zijn altijd zelf primair verantwoordelijk voor het functioneren van het huishouden, de zelfredzaamheid en de participatie of het zich kunnen handhaven in de samenleving van de leden van die leefeenheid. b. Gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter.

Lid 1. dubbelt met artikel 5 en vervalt om die reden.

Toevoeging naar aanleiding van uitspraken van de CRvB op 29 mei 2024. Deze uitspraak is gedaan in het kader van de Jeugdwet. De verwachting is dat de CRvB hetzelfde zal oordelen over het vraagstuk gebruikelijke hulp in de Wmo. Om dat voor te zijn hebben is een artikel over gebruikelijke hulp toegevoegd en uitgewerkt in de verordening Wmo.

c. d.

e.

f.

g.

Het hoeft niet te betekenen dat de leefeenheid deze hulp zelf uitvoert. De gebruikelijke hulp kan door de bewoner ook aan derden uitbesteed worden of met eigen financiële middelen ingekocht worden. Voor gebruikelijke hulp wordt geen (aanvullende) ondersteuning geboden vanuit de Wmo. Bij uitval van een persoon wordt door andere personen binnen de leefeenheid, al dan niet naast fulltime (vrijwilligers)werk of opleiding, zorggedragen voor een herverdeling en overname van de (huishoudelijke) taken, zorg- en begeleidingsactiviteiten. De bijdrage die van kinderen wordt gevraagd is afhankelijk van de leeftijd. Van iedere volwassene van 23 jaar of ouder wordt in ieder geval verwacht naast een volledige baan of opleiding een meerpersoonshuishouden te kunnen voeren. Het hebben van een fulltimebaan of het volgen van een voltijdsopleiding staat het leveren van gebruikelijke hulp dus niet in de weg. Het bieden van gebruikelijke hulp gaat verder ook voor op andere activiteiten van leden van de leefeenheid in het kader van hun maatschappelijke participatie. Fysieke afwezigheid van de huisgenoot belemmert het bieden van gebruikelijke hulp in principe niet. Van ieder (volwassen) mens wordt verwacht een volledige school- of werkweek (inclusief overwerk en reistijden) te kunnen combineren met huishoudelijke taken.

Afwezigheid vanwege school- of arbeidsgerelateerde activiteiten kan er wel toe leiden dat de gebruikelijke hulpverlener de uitvoering van de taken moet plannen op momenten waarop hij/zij wel thuis is. Bij de beoordeling of en in welke mate er sprake is van

gebruikelijke hulp worden in ieder geval de volgende aspecten gewogen: I. De aard van de benodigde ondersteuning. II. De mate van planbaarheid en uitstelbaarheid van de benodigde ondersteuning. III. De frequentie en omvang van de benodigde ondersteuning. IV. De duur van de benodigde ondersteuning. Is er sprake van een kortdurende situatie met uitzicht op herstel of een langdurende (chronische) situatie waarin extra ondersteuning nodig is. V. Gebruikelijke hulp is niet of in mindere mate van toepassing als uit objectief onderzoek blijkt dat personen binnen de leefeenheid niet in staat zijn om (een aantal) taken over te nemen vanwege :  (langdurige) fysieke afwezigheid  een beperking of een beperkte leerbaarheid.  (dreigende) overbelasting, waarbij het evenwicht tussen draagkracht en draaglast onder spanning staat. Wanneer de dreigende overbelasting wordt veroorzaakt door een combinatie van werk en gebruikelijke hulp en andere activiteiten dan werk en huishouden, gaan werk en gebruikelijke hulp voor. Het beoefenen van vrijetijdsbesteding kan het bieden van gebruikelijke hulp in principe niet in de weg staan. Bij (dreigende) overbelasting kan die indicatie van korte duur zijn om de leefeenheid de gelegenheid te geven de onderlinge taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen. (..)

Nieuw in te voegen:

Dit artikel is nieuw toegevoegd.

Artikel 6b. Primaat van verhuizen 1. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner een maatwerkvoorziening kan krijgen als het normale gebruik van zijn woning als gevolg van een beperking niet mogelijk is. 2. De gemeente beoordeelt of een woningaanpassing of een verhuizing de goedkoopste adequate oplossing is. Hierbij spelen de volgende factoren een rol: a. zijn er aangepaste of eenvoudig aan te passen woningen? b. de kostenvergelijking tussen aanpassen en verhuizen. Als de woningaanpassing meer gaat kosten dan € 15.000,00 wordt verhuizen als de goedkoopste adequate oplossing gezien; c. volkshuisvestelijke afwegingen en noodzakelijke vergunningen; d. de woning moet binnen een medisch aanvaardbare termijn beschikbaar zijn; e. sociale omstandigheden; f. afstemming met andere voorzieningen; g. werksituatie; h. verandering in woonlasten; i. wooncomfort; j. is de inwoner huurder of eigenaar van de woning; k. de wil van de inwoner om te verhuizen; l. overige specifieke omstandigheden.

(..)

Nieuw in te voegen: Artikel 6c. Vervoersvoorzieningen

Het primaat van verhuizen houdt in dat verhuizen naar een geschikte woonruimte voor de gemeente voorrang heeft boven woonruimteaanpassingen. Dit artikel regelt dat scherper kan worden afgewogen wanneer een woningaanpassing of verhuizen naar een voor de ondervonden beperkingen passende woning de goedkoopste adequate oplossing is.

Lid 2 d. en 2 e. zijn toegevoegd naar aanleiding van een wijziging van het Besluit

1. Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt alleen rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving met een maximum van 1.500 kilometer op jaarbasis. 2. De gemeente kan aan de inwoner een scootmobiel verstrekken. Hierbij geldt het volgende: a. een scootmobiel is ter vervanging van de loop- en/of de fietsfunctie; b. de inwoner is in staat om zelfstandig op en van de scootmobiel te stappen; c. de inwoner heeft een vervoersbehoefte in de directe woonomgeving van de woning binnen de gemeente of woonkern; d. er moet een stallingsruimte, voorzien van een geaard stopcontact van 220 volt, aanwezig zijn of gecreëerd kunnen worden. De scootmobiel dient gestald te worden in een daarvoor geschikte, overdekte, geventileerde ruimte (alleen bij natte accu's); e. de inwoner is in staat om – na instructie - op veilige wijze gebruik te maken van een scootmobiel. 3. Als de inwoner naast collectief vervoer ook gebruik kan maken van een hulpmiddel om korte tot middellange afstanden te overbruggen ten behoeve van de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving, wordt cliënt in staat gesteld om maximaal 1000 km te reizen met collectief vervoer. 4.

Indien de inwoner gemotiveerd aangeeft dat het aantal kilometers zoals bedoeld in lid 1 en 3 van dit artikel, niet volstaat dan kan inwoner in staat worden gesteld om meer kilometers met het collectief vervoer te reizen. 5. Een inwoner maakt tenminste 1 maal in een aaneengesloten periode van 6 maanden gebruik van het collectief vervoer.

bouwwerken leefomgeving sinds 1 januari 2024. Dit besluit vereist dat er een brandveilige stallingsplek beschikbaar is voor scootmobiels. In het rapport ‘Zicht op besparingspotentieel binnen het sociaal domein’ van Berenschot adviseert het adviesbureau de besparingsmaatregel ‘Limiteer individueel gebruik van de Regiotaxi’. Deze maatregel is gedeeltelijk overgenomen. Het voorstel van het adviesbureau was om het toegestane aantal kilometers te verlagen van 1500 km naar 1000 km per jaar. Geldende jurisprudentie bepaalt dat 1000 km per jaar ontoereikend is om te voldoen aan de opdracht vanuit de Wmo. Het artikel is met lid 3. wel aangescherpt door te differentiëren tussen inwoners die volledig afhankelijk zijn van het collectief vervoer en inwoners die ook nog over een ander vervoersmiddel beschikken. Voor deze inwoners geldt nu een maximum van 1000 km per jaar

met collectief vervoer. Artikel 7. Voorwaarden en weigeringsgronden 4. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: 1. voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling of een regeling bestaat en dit leidt tot voldoende compensatie om het gewenste resultaat te bereiken; 2. indien het een maatwerkvoorziening betreft die de inwoner voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld;

6. Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt alleen rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving met een maximum van 2.000

Artikel 7. Voorwaarden en weigeringsgronden 4. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: a. voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling of een regeling bestaat en dit leidt tot voldoende compensatie om het gewenste resultaat te bereiken; b. indien het een maatwerkvoorziening betreft die de inwoner tussen de melding en de aanvraag al heeft gerealiseerd of geaccepteerd tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld; Nieuw in te voegen: c. indien de maatwerkvoorziening niet langer dan zes maanden noodzakelijk is, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om dit toch te doen; d. indien uit wetenschappelijk onderzoek onvoldoende de toegevoegde waarde blijkt van de maatwerkvoorziening in het wegnemen van beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie. Het college kan deze hulp wel toekennen wanneer deze in de persoonlijke situatie als meest passend worden gevonden. Lid 6. Vervallen

Onder lid b. is de situatie aangescherpt als de inwoner op eigen kracht al een oplossing voor de beperkingen heeft gevonden. lid c. is nieuw toegevoegd. Dit lid stelt dat een maatwerkvoorziening langdurig noodzakelijk dient te zijn om te kunnen worden toegekend in lijn met de Wmo 2015. Lid d. is nieuw toegevoegd. Dit lid stelt dat een maatwerkvoorziening zoveel mogelijk moet aansluiten bij de stand van de wetenschap. Een maatwerkvooziening dient wetenschappelijk bewezen werkend te zijn en veilig op de langere termijn.

kilometer op jaarbasis. 7. Geen woonvoorziening wordt verstrekt: a. als de noodzaak tot het treffen van een voorziening het gevolg is van achterstallig onderhoud aan de woning of wanneer de ondervonden aantoonbare beperkingen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen. b. voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft. Anders dan automatische deuropeners, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte; c. als de inwoner zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen; d. ten behoeve van woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning zoals hotels/pensions, woonwagens, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen en gehuurde kamers; e. indien de noodzaak tot het treffen van een woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing, die niet noodzakelijk was vanwege belemmeringen in het normale gebruik van de woning als gevolg van beperkingen, en er geen andere belangrijke reden aanwezig was. f. indien de inwoner ervoor kiest te verhuizen naar een woning die op dat moment met het oog op zijn beperkingen niet geschikt is, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college;

Nieuw genummerd lid 6: 6. Geen woonvoorziening wordt verstrekt: a. als de noodzaak tot het treffen van een voorziening het gevolg is van achterstallig onderhoud aan de woning of wanneer de ondervonden aantoonbare beperkingen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen. b. voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft. In deze situatie is de eigenaar, verhuurder of Vereniging van Eigenaren verantwoordelijk voor de voorzieningen. c. als de inwoner zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen; d. ten behoeve van woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning zoals hotels/pensions, (trekkers)woonwagens, tweede woningen, vakantieen recreatiewoningen en gehuurde kamers, ADLclusterwoning of een woonruimte waarvoor de inwoner geen huurtoeslag kan krijgen; e. indien de noodzaak tot het treffen van een woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing, die niet noodzakelijk was vanwege belemmeringen in het normale gebruik van de woning als gevolg van beperkingen, en er geen andere belangrijke reden aanwezig was. f. indien de inwoner ervoor kiest te verhuizen naar een woning die op dat moment met het oog op zijn beperkingen niet geschikt is, tenzij daarvoor vooraf

Lid 6 komt te vervallen. De voorwaarden voor het verstrekken van een collectieve vervoersvoorziening staan onder artikel 6b genoemd. Lid 6 is doorgenummerd omdat het oude lid 6 is komen te vervallen. Het nieuwe lid 6 is aangescherpt door de doelgroep duidelijker af te bakenen. Lid b. is aangepast om de verantwoordelijkheid voor gemeenschappelijke ruimten volledig bij de eigenaar, verhuurder of VvE te plaatsen. De inzet van een woonvoorziening dient duurzaam te zijn. Lid. d is aangescherpt met woonvormen die niet voor permanente bewoning geschikt zijn. Lid h. is nieuw toegevoegd om aan te scherpen waar de grens ligt tussen de verantwoordelijkheid van de gemeente en de inwoner. Lid i. is nieuw toegevoegd om

g. voor zover het voorzieningen in woongebouwen betreft die specifiek gericht zijn op ouderen of mensen met beperkingen en die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden.

schriftelijk toestemming is verleend door het college; g. voor zover het voorzieningen in woongebouwen betreft die specifiek gericht zijn op ouderen of mensen met beperkingen en die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden;

aan te scherpen dat voorliggende wetgeving voor gaat.

Nieuw in te voegen: h. als de beperkingen van de inwoner het gevolg zijn van in de woning gebruikte materialen; i. als de inwoner een Wlz-indicatie heeft en op de wachtlijst staat voor verhuizing naar een zorginstelling op grond van de Wlz; Artikel 9 Regels voor een pgb 2. Het pgb mag niet worden besteed aan: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; b. kosten voor het voeren van een pgb-administratie; c. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; d. kosten voor een feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering.

Artikel 9 Regels voor een pgb 2. Het pgb mag niet worden besteed aan: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; b. kosten voor het voeren van een pgb-administratie en reiskosten; c. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; d. kosten voor een feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering.

4. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als duidelijk is dat de inwoner het pgb in die periode anders ten onrechte kan inzetten. Artikel 10. Hoogte pgb

Lid 4. Verplaatst

Artikel 10. Hoogte pgb

In lid b. is verduidelijkt dat reiskosten niet vanuit het pgbbudget mogen worden vergoed. De kosten voor zorg moeten ook aan zorg worden besteed.

Lid 4 van artikel 9 past beter bij de handhavingsbepalingen en is daarom verplaatst naar artikel 12.

1. De hoogte van het pgb voor een zaak wordt maximaal vastgesteld op: b. Het bedrag van de kosten volgens de door het college geaccepteerde offerte indien de gemeente voor de betreffende zaak geen overeenkomst heeft gesloten.

1. De hoogte van het pgb voor een zaak wordt maximaal vastgesteld op: b. Het bedrag van de goedkoopst compenserende voorziening volgens een door het college geaccepteerde offerte indien de gemeente voor de betreffende zaak geen overeenkomst heeft gesloten. Het college kan een tegenofferte opvragen.

3. De hoogte van het pgb voor formele ondersteuning en informele hulp wordt bepaald op basis van de kostprijs per uur, per dagdeel of per etmaal wanneer deze voorziening in natura zou zijn verstrekt. Hiervoor gelden de volgende maximale percentages: a. De hoogte van het pgb voor formele hulp geboden door een niet-gecontracteerde instelling is maximaal 90% van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura. b. De hoogte van het pgb voor formele hulp geboden door een zzp’er is maximaal 75% van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura. c. De hoogte van het pgb voor informele ondersteuning geboden door het sociaal netwerk is maximaal 50% van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura. Hierbij geldt een maximum van € 20,- per uur voor begeleiding individueel, € 25,- per dagdeel voor begeleiding groep en € 50,- per etmaal voor kortdurend verblijf.

3. De hoogte van het pgb voor formele ondersteuning en informele hulp wordt bepaald op basis van de kostprijs per uur, per dagdeel of per etmaal wanneer deze voorziening in natura zou zijn verstrekt. Hiervoor gelden de volgende maximale percentages: a. De hoogte van het pgb voor formele hulp geboden door een niet-gecontracteerde instelling is maximaal 90% van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura. b. De hoogte van het pgb voor formele hulp geboden door een zzp’er is maximaal 75% van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura. c. De hoogte van het pgb voor informele ondersteuning geboden door het sociaal netwerk is maximaal 50% van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura. Hierbij geldt een maximum van € 25,- per dagdeel voor begeleiding groep en € 50,- per etmaal voor kortdurend verblijf.

4. De hoogte van het pgb voor formele en informele hulp bedraagt bovengenoemde percentages tenzij op basis van het budgetplan van de inwoner passende en toereikende

4. Als op basis van het budgetplan van de inwoner blijkt dat passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht dan wordt dat tarief

Lid b. is aangescherpt met de mogelijkheid voor het college om een tegenofferte op te vragen.

Onder c is het uurtarief voor individuele begeleiding verwijderd omdat dit verplaatst is naar lid 6.

ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht.

toegekend. Nieuw in te voegen: 5. Voor informele ondersteuning in de vorm van hulp bij het huishouden geldt het uurtarief dat gelijk is aan de hoogste periodiek voor hulp in het huishouden zoals is opgenomen in de CAO VVT (specifiek voor hulp bij huishouden gecreëerde salarisschaal), rekening houdend met de vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. 6. Voor informele ondersteuning in de vorm van individuele begeleiding geldt het uurtarief dat gelijk is aan de hoogste periodiek voor ondersteunende begeleiding zoals is opgenomen in de CAO VVT (FWG 30), rekening houdend met de vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. 7. Het pgb dient op basis van gewerkte uren aan de ondersteuning te worden uitbetaald. Het hanteren van een maandloon is niet toegestaan. 8. Het maximale jaarlijkse bedrag voor onderhoud voor niet elektrische voorzieningen bedraagt niet meer dan 5% van de aanschafwaarde en voor elektrische voorzieningen niet meer dan 7% van de aanschafwaarde. 9. Het maximale bedrag voor verzekering bedraagt niet meer dan de goedkoopste passende WA-verzekering. De gemeente kan voor de beoordeling een tegenofferte opvragen.

Lid 4 is juridisch scherper geformuleerd vanuit het uitgangspunt goedkoopst adequate voorziening. Lid 5 en 6 zijn toegevoegd om aan de meest recente ontwikkelingen in de jurisprudentie te voldoen. Daarin is bepaald waar de tarieven voor informele huishoudelijke hulp en begeleiding aan moet voldoen. Dit is dienovereenkomstig overgenomen. Er is een nieuw lid 7 toegevoegd om strenger te kunnen handhaven. Het is onwenselijk om maandlonen te hanteren daar dit gevoelig is voor misbruik en oneigenlijk gebruik. Lid 8 en 9 zijn toegevoegd om voor de uitvoering duidelijk te maken hoe onderhouds- en verzekeringskosten voor hulpmiddelen moeten worden berekend indien van toepassing.

Hoofdstuk 4: Bijdrage in de kosten

Hoofdstuk 4: Bijdrage in de kosten

Artikel 11. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen

Artikel 11. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen

3. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor het gebruik van collectief vervoer. Wel betaalt de inwoner een prijs per rit.

3. In afwijking van het eerste lid is geen eigen bijdrage

Hoofdstuk 5: Bestrijding misbruik Artikel 12. Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik

Hoofdstuk 5: Bestrijding misbruik Artikel 12. Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik

4. Als het recht op een pgb is ingetrokken, kan op basis van dat besluit een reeds uitbetaald pgb worden teruggevorderd met terugwerkende kracht tot uiterlijk de datum dat het recht is ingetrokken.

Lid 4. Vervallen

(..)

verschuldigd voor het gebruik van collectief vervoer. Wel betaalt de inwoner een opstaptarief en een prijs per rit. Deze tarieven zijn te raadplegen via: Tarieven - RegioTaxi. Het tarief kan worden geïndexeerd volgens de contractuele afspraken.

Verplaatst: 6. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als duidelijk is dat de inwoner het pgb in die periode anders ten onrechte kan inzetten.

Op dit punt is de verordening aangepast aan de praktijk door een link naar de meest actuele tarieven toe te voegen. Ingevoegd na advies van de Adviescommissie Sociaal Domein.

Oud lid 4. is juridisch niet mogelijk. Er bestaat slechts 1 terugvorderingsgrond en die staat ook in de wet opgenomen en hoeft daarom niet in de verordening opgenomen te worden.

Dit lid stond in artikel 9 maar past beter hier.

(..)

Nieuw in te voegen: Artikel 12a. Rechtmatigheid en doelmatigheid 1. Het college treft de nodige maatrelen om de doelmatigheid en rechtmatigheid van de verstrekte maatwerkvoorzieningen en pgb’s te waarborgen en fraude te voorkomen. Tot deze maatregelen behoren in ieder geval: a. Het college zoekt waar mogelijk samenwerking met organisaties die zich ook bezighouden met het tegengaan van oneigenlijk gebruik en fraude op het terrein van de zorg of aanverwante terreinen; b. Het college verricht zo nodig, al dan niet met tussenkomst van derden, onderzoek bij aanbieders die een subsidie- of contractrelatie met de gemeente De Ronde Venen onderhouden; c. Het college maakt afspraken met aanbieders van voorzieningen over de facturatie, resultaatsturing en accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties; d. Het college beperkt waar nodig de looptijd van de indicaties en voert periodiek controles uit bij indicaties; e. Het college bezoekt cliënten en locaties, waarbij door middel van een schouw een feitelijk onderzoek gedaan wordt naar de ervaringen met en de uitvoering van de geboden ondersteuning; f. Het college monitort het gebruik van het pgb en de behaalde resultaten in relatie tot de gestelde doelen;

In lijn met de eerste domeinoverstijgende maatregel (D1) vanuit het rapport Berenschot is dit artikel nieuw toegevoegd. Het artikel biedt de mogelijkheid om te onderzoeken, samen te werken, toetsen, monitoren en afspraken te maken om de doelmatigheid en rechtmatigheid van verstrekte maatwerkvoorzieningen en pgb's te waarborgen.

g. Het college voert een grondige toets aan de voorkant uit bij de verstrekking van een pgb op: i. de regiemogelijkheden van de cliënt of degene die de cliënt als vertegenwoordiger wenst in te schakelen; ii. de kwaliteit van de invulling van het door de cliënt te overleggen pgb-plan, mede met het oog op de te bereiken resultaten; iii. de kwaliteit van de door de cliënt in te schakelen hulpverlener.

Hoofdstuk 6: Kwaliteit en veiligheid Artikel 14. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; d. een integraal zorgplan per cliënt; en rapportages over resultaten;

Hoofdstuk 6: Kwaliteit en veiligheid Artikel 14. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; d. een integraal zorgplan per cliënt; en rapportages over resultaten;

In lijn met de eerste domeinoverstijgende maatregel (D1) vanuit het rapport Berenschot zijn lid. 4 t/m lid 8. toegevoegd. Deze aanscherping geeft het college de mogelijkheid om de kwaliteit op basis van een keurmerk te toetsen. De kwaliteitseisen gelden voor aanbieders, onderaannemers, medewerkers, vrijwilligers en hulpverleners die werken op basis van een pgb. Het college kan steekproefsgewijs toetsen of aan de kwaliteitseisen wordt voldaan.

2. Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen. 3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.

2. Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen. 3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. Nieuw in te voegen: 4. Voor zover er sprake is van een keurmerk voor de branche waarbinnen de aanbieder in het kader van een overeenkomst met de gemeente opereert, draagt het college er zorg voor dat het alleen aanbieders contracteert die beschikken over dit keurmerk of vergelijkbare kwaliteitseisen. 5. Het college draagt er zorg voor dat indien een aanbieder gebruik maakt van een onderaannemer, deze er als hoofdaanbieder verantwoordelijk voor is dat de onderaannemer voldoet aan de kwaliteitseisen die het college aan de ondersteuning stelt. 6. Het college draagt er zorg voor dat de aanbieder er zorg voor draagt dat de door hem ingeschakelde medewerkers en vrijwilligers voldoen aan de voor de functie vereiste deskundigheid, vaardigheden en wettelijke eisen. 7. Het college onderzoekt periodiek en steekproefsgewijs de kwaliteit van de door de aanbieder geboden

ondersteuning.

8. Het college kan aan hulpverleners die werken op basis van een pgb eisen stellen die aansluiten bij de eisen die aan aanbieders worden gesteld, teneinde de kwaliteit, veiligheid en doelmatigheid van de te leveren ondersteuning te waarborgen. Hoofdstuk 7: Waardering mantelzorgers en tegemoetkoming meerkosten

Hoofdstuk 7: Waardering mantelzorgers en tegemoetkoming meerkosten

Artikel 17. Jaarlijkse waardering mantelzorgers 1. Mantelzorgers van inwoners in de gemeente kunnen door middel van een melding bij het college voor het ontvangen van een jaarlijkse blijk van waardering in aanmerking worden gebracht. 2. Het college stelt in beleidsregels vast op welke wijze zorg wordt gedragen voor de jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorgers van inwoners van de gemeente.

Artikel 17. Jaarlijkse waardering mantelzorgers 1. Mantelzorgers van inwoners in de gemeente kunnen door middel van een melding bij het college voor het ontvangen van een jaarlijkse blijk van waardering in aanmerking worden gebracht. 2. De mantelzorgwaardering wordt verstrekt in de vorm van een aanvullend bedrag dat op de Groene Hart pas wordt gestort. Dit bedrag wordt bij nadere regeling bekend gemaakt.

Nieuw in te voegen: 3. Een mantelzorgwaardering kan worden aangevraagd door de mantelzorger of de inwoner die hulp ontvangt. Er moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden: a. de mantelzorg wordt minimaal drie maanden verleend met minimaal acht uur per week; b. de inwoner die hulp ontvangt is inwoner van de gemeente de Ronde venen. Deze voorwaarde geldt niet voor de mantelzorger; c. de mantelzorger verleent intensieve hulp; d. de mantelzorger geeft geen betaalde hulp aan de inwoner.

Vanaf lid 2 is alles in dit artikel nieuw. Dit betreft essentialia en hoort daarom in de verordening en niet in beleidsregels.

4. De mantelzorgwaardering moet worden aangevraagd bij mantelzorgsteunpunt Stichting Samens De Ronde Venen. 5. De mantelzorgwaardering kan het gehele jaar door aangevraagd worden. 6. Elke mantelzorger kan maximaal 1 waardering ontvangen. Artikel 18. Inkomensondersteuning chronisch zieken en gehandicapten 1. Het college kan op aanvraag aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben een tegemoetkoming verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie. 2. Het college bepaalt in beleidsregels de voorwaarden waaronder een tegemoetkoming wordt verstrekt en de hoogte daarvan.

Vervallen

Artikel 23. Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. Op het moment van inwerkingtreding van deze “Verordening maatschappelijke ondersteuning De Ronde Venen 2020”, wordt de Verordening maatschappelijke ondersteuning De Ronde Venen 2015 gelijktijdig ingetrokken. 2. Een inwoner houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning De Ronde Venen 2015, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken. 3. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening maatschappelijke ondersteuning De Ronde Venen 2015 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens de Verordening maatschappelijke ondersteuning De Ronde

Nieuw genummerd: Artikel 22. Intrekking oude verordening en overgangsrecht Op de plekken waar 2020 staat: aanpassen naar 2025 Op de plekken waar 2015 staat: aanpassen naar 2020

Omdat dit artikel volledig is komen te vervallen zijn de resterende artikelen doorgenummerd.

Dit artikel is vervallen omdat in het beleidsplan Armoede en Schulden 2024 – 2028 is een andere keuze is gemaakt. Dit beleidsplan is op 12 december 2024 vastgesteld door de gemeenteraad.

Aanpassen van de jaartallen.

Venen 2015. 4. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning De Ronde Venen 2015, wordt beslist met inachtneming van de Verordening maatschappelijke ondersteuning De Ronde Venen 2015. Artikel 24. Inwerkingtreding en citeertitel. 1. Deze verordening wordt aangehaald als "verordening maatschappelijke ondersteuning De ronde Venen 2020” 2. Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie

Nieuw genummerd: Artikel 23. Inwerkingtreding en citeertitel. 1. Deze verordening wordt aangehaald als "verordening maatschappelijke ondersteuning De ronde Venen 2025” 2. Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie

Jaartal is aangepast.

Toelichting op de verordening 2020

Toelichting op de verordening 2025

Hoofdstuk 1: Begrippen

Hoofdstuk 1: Begrippen

Artikel 1. Definities Lid 1 onder b. algemeen gebruikelijke voorziening Bij de beoordeling of sprake is van een algemeen gebruikelijke voorziening voor de inwoner, draait het om het beantwoorden van de vraag of de inwoner ook over de voorziening kon beschikken als hij geen beperkingen zou hebben gehad. Bij die beoordeling kunnen, zo blijkt uit de jurisprudentie, een aantal criteria een rol spelen, zoals: a. de voorziening is algemeen verkrijgbaar; b. de voorziening is niet speciaal bedoeld voor mensen met een beperking; c. de voorziening is niet aanzienlijk duurder dan vergelijkbare producten met hetzelfde doel. Daarnaast spelen de individuele omstandigheden van de inwoner, zoals leeftijd en inkomen, een rol. Bij de beoordeling van de vraag of een voorziening algemeen gebruikelijk is, moet het college daarom altijd onderzoeken of de voorziening ook

Artikel 1. Definities Lid 1 onder b. algemeen gebruikelijke voorziening Bij de beoordeling of sprake is van een algemeen gebruikelijke voorziening voor de inwoner, draait het om het beantwoorden van de vraag of de inwoner ook over de voorziening kon beschikken als hij geen beperkingen zou hebben gehad. Bij die beoordeling kunnen, zo blijkt uit de jurisprudentie, een aantal criteria een rol spelen, zoals: a. de voorziening is algemeen verkrijgbaar; b. de voorziening is niet speciaal bedoeld voor mensen met een beperking; c. de voorziening is niet aanzienlijk duurder dan vergelijkbare producten met hetzelfde doel. Daarnaast spelen de individuele omstandigheden van de inwoner, zoals leeftijd en inkomen, een rol. Bij de beoordeling van de vraag of een voorziening algemeen gebruikelijk is, moet het college daarom altijd onderzoeken of de voorziening ook

Jaartal is aangepast. Naar aanleiding van uitspraken van de CRvB van 11 juli 2024 met betrekking tot wat algemeen gebruikelijk is, is dit artikel uitgebreid.

algemeen gebruikelijk is voor de persoon van de aanvrager.

algemeen gebruikelijk is voor de persoon van de aanvrager. Dit past ook bij het oordeel van de CRvB die aangeeft dat een voorziening algemeen gebruikelijk is wanneer deze naar algemeen aanvaarde maatschappelijke opvattingen onder de gehele bevolking gangbaar is te achten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15069987/2