Bijlage 3: Ontwerpbegroting 2025 SGL
Tekst van het document
Programmabegroting 2025
Concept Programmabegroting 2025
Recreatieschap Stichtse Groenlanden
Concept v02 Juni 2024
pagina 1
Programmabegroting 2025
Inhoudsopgave 1.
VOORWOORD
3
2.
UITGANGSPUNTEN
5
3.
PROGRAMMA INSTANDHOUDING EN ONTWIKKELING GEBIEDEN
7
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
4.
7 11 11 17 20 21
22
PARAGRAFEN 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
5.
Gebiedsbeheer Maatschappelijke betrokkenheid Plannen maken Overhead Algemene dekkingsmiddelen Onvoorzien
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Grondbeleid Bedrijfsvoering
22 24 25 26 28
31
FINANCIËLE BEGROTING
BIJLAGE I - BATEN EN LASTEN PER PROGRAMMAGEBIED
pagina 2
41
Programmabegroting 2025
1.
Voorwoord
Voor u ligt de Concept Programmabegroting 2025 van het Recreatieschap Stichtse Groenlanden. 2025 wordt het jaar waarin een aantal belangrijke producten worden opgeleverd. De Toekomstvisie en het 4jarig Uitvoeringsplan worden opgeleverd en vastgesteld en landen – samen met de afspraken over de inzet over het afnemen van producten en diensten in het kader van de Producten- en Dienstencatalogus - in de Programmabegroting 2026. Vanwege deze in 2025 te zetten stappen is de Concept Programmabegroting conform bestuurlijke afspraken beleidsarm. Het Programma Instandhouding en Ontwikkeling Gebieden gaat door op de eerder afgesproken koers voor beheer, ontwikkeling en exploitatie. De bezoekers aan de recreatiegebieden van Stichtse Groenlanden zullen – net als andere jaren – kunnen genieten van een breed aanbod aan recreatiemogelijkheden. Dat is waar Staatsbosbeheer als uitvoerende organisatie de schouders ook in 2025 onder zet.
Financiële samenvatting
Programma instandhoudingsgebieden
Totaal Gebiedsbeheer
Lasten
Baten
Saldo
Concept jaarrekening Begroting 2024 Begroting 2025 2023
Concept jaarrekening Begroting 2024 Begroting 2025 2023
Concept jaarrekening Begroting 2024 Begroting 2025 2023
5.375.863
5.154.283
4.922.646
2.018.939
1.332.990
1.388.709
-3.356.924
-3.821.293
-3.533.937
Totaal Maatschappelijke betrokkenheid
21.029
0
0
0
0
0
-21.029
0
0
Totaal Plannen maken
380.207
393.968
410.436
0
0
0
-380.207
-393.968
-410.436
Totaal overhead
710.876
722.608
752.813
0
0
0
-710.876
-722.608
-752.813
Totaal Algemene middelen
0
0
0
4.504.555
4.424.122
4.819.936
4.504.555
4.424.122
4.819.936
Onvoorzien
0
0
0
0
0
0
0
0
0
6.487.976
6.270.859
6.085.895
6.523.494
5.757.112
6.208.644
35.519
-513.747
122.749
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Saldo van baten en lasten
6.487.976
6.270.859
6.085.895
6.523.494
5.757.112
6.208.644
35.519
-513.747
122.749
Toevoegingen en onttrekkingen reserves
938.623
292.977
310.674
1.008.305
806.724
241.498
69.682
513.747
-69.176
Gerealiseerd resultaat
7.426.599
6.563.836
6.396.569
7.531.800
6.563.836
6.450.142
105.201
0
53.573
Saldo gewone bedrijfsvoering Totaal kredieten
De begroting 2025 sluit met een positief resultaat. Dit positief resultaat, dat zich ook voortzet in de jaren 2026 tot en met 2028 wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door het indexeren van de overige baten (waaronder begrepen de opbrengsten uit huren en pachten, vergunningen ontheffingen en toestemmingen en entreegelden bij het strandbad), waartoe het algemeen bestuur aanvullend op de kadernota 2025 wordt besloten.
pagina 3
Programmabegroting 2025
Ondertekening Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur d.d.
………………………
………………………
Dhr. J. van Engelen Voorzitter
Mevr. J. Brand Secretaris a.i.
pagina 4
Programmabegroting 2025
2.
Uitgangspunten
Bij het opstellen van de programmabegroting 2025 zijn onderstaande uitgangspunten gehanteerd. De begroting bestaat van oudsher uit twee onderdelen: • Programmagebied A | Stichtse Groenlanden: het gebied van Stichtse Groenlanden van vòòr 2018; het gebied rondom de stad Utrecht, in de uiterwaarden langs de Lek en in het Groene Hart. • Programmagebied B | Vinkeveense Plassen: het Vinkeveense Plassengebied. Het recreatieschap (beide programmagebieden) richt zich op het beheren, exploiteren en ontwikkelen van openbaar toegankelijke voorzieningen voor openluchtrecreatie in het buitengebied, met oog voor de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische elementen die kenmerkend zijn voor de identiteit van het gebied. Vanaf 2025 wordt de begroting dan wel de gewijzigde begroting voor de uitvoering van de taken voor het Recreatieschap door Staatsbosbeheer opgesteld op basis van het vierjarig Uitvoeringsplan met bijbehorend Vierjarig Financieel Perspectief. Voor het opstellen van de begroting dan wel gewijzigde begroting wordt met ingang van 2025 gebruik gemaakt van de Product- en Diensten Catalogus (PDC) van Staatsbosbeheer en het Terrein Beheermodel (TBM).
Voor het begrotingsjaar 2025 zal uit worden gegaan van de hierboven genoemde programmagebieden en van de inhoudelijk beschreven ontwikkelingen in de begroting 2024, waarin binnen elk programmagebied de belangrijkste ontwikkelingen zijn beschreven. Daarbij ligt de focus ten aanzien van programmagebied B met name op het op orde brengen van beheer en onderhoud en toezicht en handhaving (basis op orde).
Algemene financiële uitgangspunten Voor het opstellen van de begroting 2025 worden conform de kadernota 2025 de volgende algemene uitgangspunten gehanteerd: • De deelnemersbijdrage wordt geïndexeerd. Geldt eveneens voor de overige baten, die vooruitlopend op positieve besluitvorming door het algemeen bestuur, aanvullend op de kadernota 2025, in voorliggende begroting voor 2025 zijn geïndexeerd.; • Er wordt voor SGL B verhoging van de deelnemersbijdrage gevraagd (naast indexatie) als gevolg van het aflopen van de afkoopregeling van de gemeente Amsterdam; • Alleen de structurele financiële effecten van de Begroting 2024 (en eventuele begrotingswijzigingen) worden verwerkt; • De structurele financiële effecten van bestuursbesluiten die tot en met 1 maart 2024 zijn genomen worden verwerkt; • De meerjarenbegroting (2026 tot en met 2028) wordt niet geïndexeerd. Aanvullend hierop worden de volgende uitgangspunten gehanteerd voor de begroting 2025: • De deelnemersbijdrage, doorbelaste kosten bedrijfsvoering, overige kosten Recreatieschap Stichtse Groenlanden wordt met 4,18% verhoogd als gevolg van loon- en prijsindexatie ten opzichte van de begroting 2024 op basis van de CPB-raming meicirculaire gemeentefonds versie 2023. Extra stijging deelnemersbijdragen alleen indien noodzakelijk voor een sluitende programmabegroting.
• Het beheer en onderhoud vindt plaats op basis van functievereisten, wettelijke kaders en vastgestelde kwaliteitsprofielen. De algemene onderliggende gedachte is ‘schoon, heel en veilig’. Bij beheer en onderhoud van de recreatiegebieden is tevens behoud van ecologische en cultuur-historische waarden van de gebieden belangrijk.
pagina 5
Programmabegroting 2025
•
•
•
Reservering voor groot onderhoud vindt plaats op basis het vigerende MJOP, dat loopt tot 2029. In 2021 is het MJOP opnieuw opgesteld met behulp van het nieuwe beheersysteem GeoVisia en in 2022 heeft actualisatie plaatsgevonden. Vanaf 2022 wordt daarom reeds begroot op basis van de werkelijke staat van onderhoud. Staatsbosbeheer heeft vanaf 2023 het beheer van het MJOP overgenomen. Staatsbosbeheer zal een geactualiseerd MJOP opstellen en door het algemeen bestuur laten vaststellen. Eventuele hiaten in het investeringsprogramma zullen in de loop van 2023 en 2024 worden gecorrigeerd. Hierbij zal rekening worden gehouden met eventuele beperkingen die voortvloeien uit de klimaatmaatregelen die het kabinet neemt. Per 1 januari 2023 heeft het recreatieschap een dienstverleningsovereenkomst (DVO) met het Routebureau Utrecht en is daarmee één van de opdrachtgevers. De bijdragen die voor de programmagebieden SGL-A en SGL-B jaarlijks aan het Routebureau moeten worden betaald, worden volledig gedekt vanuit de beschikbare middelen voor het routebeheer in de begroting van het recreatieschap. De financiële kaders (tarieventabel) voor 2025 dienen nog in het bestuurlijk overleg Routebureau Utrecht te worden vastgesteld. Als basis voor de inkomsten uit bezoek aan het strandbad Maarsseveen wordt uitgegaan van een meerjarig gemiddelde van 80.000 betalende bezoekers (programma A).
Voor wat betreft het eerste punt geldt, dat indien in de periode na publicatie van de meicirculaire de inflatiecijfers zodanig zijn gestegen dat genoemde percentages niet meer reëel zijn, dat dan het voorstel is om de begrotingscijfers t.z.t. aan te passen aan het reële inflatie% via een begrotingswijziging.
pagina 6
Programmabegroting 2025
3.
Programma Instandhouding en ontwikkeling gebieden
De begroting van SGL is vanaf 2023 geconverteerd naar één programma, namelijk instandhouding en ontwikkeling gebieden. Het programma omvat verschillende deelproducten waar kosten, doorbelaste loon- en apparaatskosten en opbrengsten op worden verantwoord. Werkgebied Stichtse Groenlanden en werkgebied Vinkeveense Plassen worden in gescheiden administraties geboekt en zijn op basis van de onderliggende specificaties van de vastgestelde begroting verdeeld. Het programma is opgebouwd uit de volgende onderdelen: - Gebiedsbeheer; - Maatschappelijke betrokkenheid; - Plannen maken; - Overhead; - Algemene dekkingsmiddelen; - Kredieten en projecten; - Mutatie reserves; - Wat gaat het kosten (Programmaoverzicht Lasten en Baten).
3.1 Gebiedsbeheer 3.1.1 Beheer en onderhoud Beheer & Onderhoud omvat het beheer en (dagelijks, groot- en vervangings-) onderhoud van de terreinen en plassen, fiets- en wandelpaden en het onderhouden van voorzieningen. Het niveau van beheer & onderhoud verschilt per terrein, per seizoen, klimaatomstandigheden en is afhankelijk van onder meer wet- en regelgeving, de functie, de intensiteit van gebruik en de behoefte van recreanten en de opdracht van het recreatieschap. Ook op het gebied van beheer & onderhoud moeten we inspelen op en rekening houden met diverse ontwikkelingen. Het gebiedsbeheer van de SGL-A en SGL-B terreinen zal anders dan in 2023 en 2024 vormgegeven worden. Dat wil zeggen dat we in de twee transitiejaren zoveel mogelijk de contracten/bestekken en eigen werkzaamheden hebben voortgezet als in het jaar voorafgaand aan de transitie. Inmiddels hebben we de bedrijfsvoering aangepast op de werkwijze binnen Staatsbosbeheer en hebben we het Terrein beheer model (TBM) met het bijbehorende MJOP, welke ook voor de andere recreatieschappen wordt toegepast, gevuld met de data van de terreinen van SGL-A en SGL-B. De verwachting is dat we het TBM en de producten zoals opgenomen in de Producten- en Dienstencatalogus (PDC) in 2025 (kunnen) gaan gebruiken.
In 2023-2024 is de basis via het terreinbeheermodel op orde gebracht en zijn de onderhoudsbestekken voor Dagelijks Onderhoud en het MeerJarenOnderhoudsPlan (MJOP) opgesteld/verbeterd, en is het areaal in het GIS-systeem gedigitaliseerd. In 2025 zullen de resultaten van deze inspanningen zichtbaar worden en zal de nadruk liggen op het verder verbeteren/optimaliseren en waar mogelijk digitaliseren van deze processen. Door de toepassing van de producten- en dienstencatalogus wordt expliciet zichtbaar en transparant gemaakt welke inzet Staatsbosbeheer pleegt ten behoeve van het verwerken van de beheerinformatie en het uitvoeren van terreininspecties. Daarnaast wordt in overleg met de deelnemers en het bestuur de ondersteuning van recreatie-, landschaps- en natuurbeheer, de inzet van vrijwilligers en het betrekken van de samenleving bij het (natuur)beheer nader ingevuld. Waar mogelijk wordt ecologisch beheerd ter bevordering van de biodiversiteit.
pagina 7
Programmabegroting 2025
3.1.2 Beheerinformatie Wat willen we bereiken Beheerinformatie levert inzicht in de beheerwerkzaamheden en kosten voor de komende jaren. Deze informatie is onmisbaar voor een goede beheervoorbereiding en -uitvoering in uw terreinen. Wat gaan we er voor doen Meten is weten. Daarom is het van belang dat de beheerinformatie inzichtelijk en op orde is. De koppeling van het Geografisch Informatie Systeem (GIS) aan het Terrein Beheer Model maakt data en kosten inzichtelijk, beheersbaar en vergelijkbaar. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld kaartmateriaal van de huidige en de toekomstige inrichting, planningen, geografische gebiedsanalyses en beschrijvingen van kapitaalgoederen zoals wegen en paden, maar ook ‘kunstwerkpaspoorten’ voor bijvoorbeeld bruggen en steigers. Hiermee zijn we direct gestart in het eerste transitiejaar en dit zal in 2024 worden vervolmaakt, om te kunnen gebruiken vanaf 2025.
3.1.3 Uitvoeren terreinbeheer. Wat willen we bereiken Beoogd wordt dat de kwaliteit en de veiligheid in de gebieden gewaarborgd kan worden en er inzicht is in de noodzakelijke investeringen op de langere termijn. Als TBM en de MJOP compleet is, zorgen diverse en regelmatige inspecties voor een betrouwbare bepaling van de staat van het onderhoud. Wat gaan we er voor doen Door systematische visuele en technische inspecties uit te voeren blijft er zicht op de onderhoudsstaat van de natuur- en recreatieterreinen. Zo kan er tijdig bijgestuurd worden. Inspecties stellen in staat dat: • de kwaliteit van het terrein te geborgd wordt; • de meerjarenplanningen groot onderhoud actueel blijven; • de veiligheid in het gebied (beter) gewaarborgd is; • er invulling gegeven wordt aan de aantoonbaarheid van de staat van het onderhoud (juridische aansprakelijkheid).
3.1.4 Routebureau Het recreatieschap is – namens deelnemende gemeenten - een van de opdrachtgevers van het Routebureau Utrecht. Uniform beheer en onderhoud, ontwikkeling en informatievoorziening & marketing met betrekking tot. de bewegwijzerde routenetwerken voor fietsen, wandelen en varen (sloepen) loopt via het Routebureau. Het ontwikkelen en verbeteren van de routenetwerken wordt door het Routebureau afgestemd met de deelnemers. Het recreatieschap draagt hier, vanuit de middelen voor beheer & onderhoud, voor het werkgebied Stichtse Groenlanden (SGL-A) en voor het werkgebied Vinkeveense plassen (SGL-B) jaarlijks aan bij. Voor 2025 zijn deze bijdragen geraamd op respectievelijk € 147.630 voor SGL-A en € 32.261 voor SGL-B. Het Routebureau is na de transitie van RMN ondergebracht bij de Provincie Utrecht. Met het Routebureau vindt overleg plaats hoe de samenwerking naar de toekomst toe vormgegeven kan worden
3.1.5 Toezicht en handhaving Onze toezichthouders (BOA’s) zorgen ervoor dat onze inwoners en bezoekers prettig en veilig gebruik kunnen maken van onze recreatiegebieden en -voorzieningen. De toezichthouders zijn handhaver èn gastheer en zetten zich in om overlast te voorkomen of te bestrijden. De dienstverlening met betrekking tot toezicht en handhaving is gericht op een zo efficiënt en effectief mogelijke inzet door gebied
pagina 8
Programmabegroting 2025
overschrijdende aansturing van de BOA-capaciteit. De behoefte aan toezichthouders neemt toe, te meer omdat de politie steeds minder aanwezig is in het buitengebied. Wat willen we bereiken Beoogd wordt een gebied aan te bieden waar mensen zich veilig en welkom voelen en waar de natuur wordt beschermd. Door naleving van de wet- en regelgeving blijft de kwaliteit van het gebied op orde en de recreatie- en belevingswaarde hoog. Wat gaan we er voor doen Toezicht en handhaving bestaat uit vier onderdelen: 1. Handhaving op geldende bepalingen en wetgeving; 2. Gastheerschap voor de gebruikersgroepen; 3. Samenwerking met andere bevoegde toezichthouders (politie, gemeentelijke handhavers); 4. Vaartoezicht in waterrijke gebieden. De uitvoering van deze onderdelen gebeurt door boswachters met boa-bevoegdheden, in samenwerking met gemeenten en met andere toezichthouders. Dit is onder meer afhankelijk van de aard van de problematiek.
3.1.6 Exploitatie De exploitatie van het recreatieschap betreft het uitbaten van bezittingen, via erfpacht-, opstal-, huur- en gebruiksovereenkomsten. Erfpachtovereenkomsten worden voor een lange termijn aangegaan, huur- en gebruiksovereenkomsten zijn vaak voor een korte(re) termijn. Daarnaast kan het schap leges heffen en vergunningen verlenen. Exploitatie biedt de mogelijkheid om de recreatieve meerwaarde van het gebied te vergroten en/of meer inkomsten te genereren. Het doel van de gemeenschappelijke regeling Recreatieschap de Stichtse Groenlanden is het gezamenlijk voorzien in het regionale recreatieaanbod op eigen terreinen en routes. Dit geldt tevens voor ons beleid inzake de uitgifte in erfpacht van delen van recreatieterreinen aan ondernemers en exploitanten, zoals bijvoorbeeld het realiseren en onderhouden van terrein delen en parkeerterreinen en participeren in het beschikbaar stellen van toiletvoorzieningen. Onze mogelijkheden hiertoe worden per project (in de ontwikkelfase) verkend en vastgelegd. Erfpachtovereenkomsten werkgebied Stichtse Groenlanden Het schap heeft erfpachtovereenkomsten met o.a.
Thermen Maarsseveen en InnStyle bij de Maarsseveense Plassen, Down Under en Golf De Utrechter (voorheen The Mondial) bij Laagraven, Kameryck op Oortjespad, Skipiste Nieuwegein in het Nedereindse Park en op Ruigenhoek hebben we ChiChi golf (driving range, kleine baan en horeca) en Pancake in de Park (PiP). Strijkviertel heeft een foodcourt en er wordt gewerkt aan een overeenkomst voor een horeca Leisure concept. Voor Salmsteke, Hampoort, Heemstede Noord en De Leijen worden voorbereidingen getroffen om overeenkomsten te vestigen door middel van openbare uitvraag. Deze exploitanten dragen voor een belangrijk deel bij aan de recreatievoorzieningen en -mogelijkheden op een terrein en vormen een belangrijke bron van inkomsten. Huur en gebruiksovereenkomsten Huur- en gebruiksovereenkomsten worden aangegaan voor verschillende activiteiten. Terreinen worden geheel of gedeeltelijk in gebruik gegeven of verhuurd aan ondernemers, zoals de Forelvijver bij de Ruigenhoek of sportverenigingen, zoals wielercoöperatie de Nedereindse Berg; voor festivals (waaronder Ultrasonic, Soenda, Verknipt en Lief), snackuitgifte, jacht- en visrecht, (sport)evenementen (zoals de Triatlon, een roeikamp, zwemtrainingen bootcamp en een volleybaltoernooi), of het laten weiden van
pagina 9
Programmabegroting 2025
schapen en koeien. Het gaat om zeer diverse overeenkomsten voor (regelmatig terugkerende) eenmalige activiteiten of korte termijn gebruik als een familiebijeenkomst. Leges, huur- en gebruiksovereenkomsten werkgebied Vinkeveense Plassen Het schap ontvangt inkomsten (leges) uit de verkoop van waterskiontheffingen, duikpenningen voor het gebruik van de duikzone op eiland 4 en het innemen van een ligplaats1. Daarnaast worden huur- en gebruiksovereenkomsten aangegaan voor het gebruik van de eilanden, jacht- en visrecht, snackuitgifte en het gebruik van (een deel van) het eiland voor een activiteit zoals groepskamperen (eiland 9) en evenementen zoals de rommelmarkt of eilandgolf. Wat gaat het kosten
Programma instandhouding gebieden Totaal personeel Totaal materieel Totaal Gebiedsbeheer
Lasten Concept Begroting 2024 Begroting 2025 Jaarrekening 2023 1.996.552 2.102.858 2.190.758 3.379.311 3.051.425 2.731.888 5.375.863 5.154.283 4.922.646
De inzet van Staatsbosbeheer is ten opzichte van de begroting 2024, gebaseerd op de CPB-raming meicirculaire gemeentefonds versie 2023 geïndexeerd met 4,18% verhoogd als gevolg van loon- en prijsindexatie. In totaal zijn de door Staatsbosbeheer voor de programmaonderdelen/producten Gebiedsbeheer, Maatschappelijke betrokkenheid, Plannen maken en Overhead door te belasten kosten in 2025 gecalculeerd op € 3,322 mln.. De lagere materiële lasten van 2025 ten opzichte van 2024 worden per saldo verklaard door een hogere dotatie in de Voorziening groot onderhoud (€ 57.000) en reeds voorzien bij het samenstellen van de jaarrekening 2022, lagere afschrijvingen (€ 124.000) als gevolg van uitgestelde investeringen, lagere kosten van dienstverlening door derden (€ 331.000) als gevolg van de afronding van de transitie, hogere rentelasten i.v.m. in voorgaande begrotingen opgenomen aan te trekken geldlening (€ 14.000) en de toegepaste indexatie van 4,18% voor de overige lasten (€ 65.000).
Programma instandhouding gebieden Totaal personeel Totaal materieel Totaal Gebiedsbeheer
Baten Concept Begroting 2024 Begroting 2025 Jaarrekening 2023 2.018.939 2.018.939
1.332.990 1.332.990
1.388.709 1.388.709
Vooruitlopend op positieve besluitvorming door het algemeen bestuur, aanvullende op de kadernota 2025 zijn de overige baten verhoogd met het indexpercentage (4,18%).
1
Op vastgestelde plekken voor de duur van een jaar. Niet te verwarren met liggeld zoals in de verdienopgave is
opgenomen.
pagina 10
Programmabegroting 2025
3.2 Maatschappelijke betrokkenheid Wat willen we bereiken Actief burgerschap leidt tot betrokkenheid, betekenis en plezier bij gebruikers en de omgeving van het gebied. Ook kunnen zij helpen bij monitoring, meldingen en klachten van bezoekers, en daar waar zich kansen voordoen kunnen we dit verder vormgeven. Deze betrokkenheid kan tevens worden versterkt door het opzetten van vrijwilligerswerk, waarbij vrijwilligers meewerken aan bijvoorbeeld excursies, jeugdactiviteiten en mogelijk ook aan onderhoud en terreinbeheer. Wat gaan we er voor doen Alle meldingen en vragen van recreanten en ondernemers met betrekking tot gebiedsbeheer die worden ontvangen via de verschillende kanalen worden centraal ontvangen, doorgeleid, gemonitord en beantwoord. Omdat veel mensen zich betrokken voelen bij de gebieden en zich er graag voor inzetten. verkennen we de mogelijkheid voor het opstarten van professionele begeleiding van de inzet van vrijwilligers, in samenwerking met bewonersplatforms, stichtingen of verenigingen. Dat levert kwalitatief hoogstaand gebiedsbeheer op en bovendien draagvlak in de omgeving. De te maken beleidskeuzes worden in het kader van de PDC product “Maatschappelijke betrokkenheid – vrijwilligers en actief burgerschap” voorgelegd aan het bestuur. Wat gaat het kosten
Programma instandhouding gebieden Totaal personeel Totaal materieel Totaal Maatschappelijke betrokkenheid
Lasten Concept Begroting 2024 Begroting 2025 Jaarrekening 2023 21.029 0 0 21.029
0
0
De personele kosten in 2023 betreffen de inzet van medewerkers van Staatsbosbeheer voor de afhandeling van meldingen en vragen van recreanten en ondernemers. Vanaf de begroting 2024 ondergebracht bij Gebiedsbeheer.
3.3 Plannen maken In 2025 stellen het recreatieschap en Staatsbosbeheer naar verwachting een nieuwe toekomstvisie vast voor de gebieden van het recreatieschap en naastgelegen gebieden van Staatsbosbeheer. De nieuwe toekomstvisie is het kader voor nieuwe ontwikkelagenda's. In de tussentijd werken we in 2025 aan het vervolg van al lopende plannen uit de bestaande ontwikkelprogramma's. Werkgebied Stichtse Groenlanden programma A (SGL-A) Maarsseveense Plassen Stichtse Vecht Wat willen we bereiken Ten tijde van het opstellen van het inmiddels vigerende bestemmingsplan voor de Maarsseveense Plassen is ontwikkelruimte cq bouwvlak gereserveerd aan de zuidkant van het strandbad. De bedoeling was om die bouwvlakken in te zetten ten behoeve van de doelstellingen van het recreatieschap: een breed recreatief aanbod voor de regio en meer (structurele) inkomsten voor het recreatieschap. We willen
pagina 11
Programmabegroting 2025
meer duidelijkheid over het beleidsmatig kader voor de eventuele benutting van genoemde ontwikkelruimte. Wat gaan we er voor doen We nemen de ontwikkelruimte bij het strandbad mee in het visietraject, waarvoor het schapsbestuur in het voorjaar van 2024 groen licht heeft gegeven. Oortjespad Plusplan Woerden Wat willen we bereiken Het Oortjespad Plusplan beoogt de ontwikkeling en realisatie van nieuw recreatief aanbod, naast instandhouding van de bestaande publieke voorzieningen. We willen, dat erfpachter het nieuwe voorzieningenaanbod binnen de afgesproken termijn daadwerkelijk realiseert. We willen daarnaast in 2024/ 2025 nieuwe afspraken maken met de erfpachter over de instandhouding van de publieke voorzieningen en de publieke bijdrage die het recreatieschap daar tegenover zet. Wat gaan we er voor doen De erfpachter is aan zet om in 2025 het nieuwe recreatief aanbod ook daadwerkelijk te realiseren. In 2025 bestaat onze inzet voor een belangrijk deel uit de monitoring van de afspraken, waaronder de realisatie van de nieuwe voorzieningen. Verder gaan we in gesprek met erfpachter om afspraken te maken voor de komende jaren. De Leijen, De Bilt Wat willen we bereiken Naast, dat het op zichzelf de potentie heeft van een aantrekkelijk recreatieterrein, kan De Leijen een rol spelen in de zonering en spreiding van recreatieve druk aan de rand van de Heuvelrug.
Al enige tijd geleden is met gebruik van subsidie geïnvesteerd in de gedeeltelijke renovatie en ontwikkeling van het recreatief aanbod op De Leijen. Wat gaan we er voor doen Voor de verdere ontwikkeling van het terrein, met name de realisatie van een pleisterplaats als onderdeel van een groene entree, is het van belang, dat het recreatieschap een duurzamere grondpositie krijgt (erfpacht) dan zoals opgenomen in de huidige huurovereenkomst met het Utrechts Landschap. We zetten de overleggen en onderhandelingen met deze partij voort in 2025. We hebben gemerkt, dat ondernemers weinig belangstelling hebben voor een mobiele horecavoorziening op de Leijen. Daarom richten we ons vooralsnog op sloop van de oude, vervallen kiosk gevolgd door nieuwbouw. Strijkviertel Utrecht Wat willen we bereiken We willen aan de Noordoever van de Strijkviertelplas nieuwe horeca met daarbij nieuwe recreatieve voorzieningen. Voor het recreatieschap is daarbij ook de uitbreiding van parkeercapaciteit een aandachtspunt. Daarnaast heeft het bestuur in 2022 besloten samen te werken met de gemeente Utrecht in de ontwikkelingen aan de (Zuid-)Oostkant van de plas. Het gaat daarbij om het veranderen van de wandel- en fietspadenstructuur en de realisatie van een bedrijfsnieuwe zone met openbaar recreatieaanbod aan het water.
Wat gaan we er voor doen Als de ondernemer in 2024 zijn plannen heeft aangepast aan het eind 2023 verduidelijkte uitgiftekader kunnen we eind 2024, begin 2025 de intentieovereenkomst omzetten naar een voorovereenkomst en
pagina 12
Programmabegroting 2025
starten ook de planologische trajecten. Dit stemmen we af met de gemeente Utrecht. Dat geldt ook voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein aan de Zuidoostkant van de Strijkviertelplas. Salmsteke Lopik Wat willen we bereiken We willen de herinrichting van de uiterwaard in combinatie met versterking Lekdijk afronden. Wat gaan we er voor doen We verwachten, dat eind 2024 de dijkversterking op het deeltraject Salmsteke zal zijn afgerond. Dat betekent, dat de gronddepots die daarvoor nodig waren eind 2024 weg zijn en dat ook dit deel van de uiterwaard, met de horecaterp aan het recreatieschap wordt opgeleverd. In 2025 werken we aan het aantrekken en contracteren van een horecaondernemer. De bedoeling is, dat deze binnen de gestelde kaders zelf nieuwbouw zal realiseren. Voor zover dat in 2024 nog niet is afgerond, werken we in 2025 nog met Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer aan de herschikking van de grondposities in de uiterwaard. Laagraven Houten / Nieuwegein Wat willen we bereiken We willen de gronden van Heemstede Noord recreatief ontwikkelen en inrichten. Wat gaan we er voor doen In overleg met de provincie en betrokken gemeenten is afgelopen jaren afgezien van de recreatieve ontwikkeling van de kavels Heemstede Noord met uitzondering van de realisatie van een wandelstrook langs de Heemsteedseweg.
Sinds eind 2023 is de ontwikkeling van Heemstede Noord ingebed in de bredere ontwikkeling van het Kromme Rijn Linielandschap in het kader van Groen Groeit Mee. Vanuit Groen Groeit Mee wordt in 2024 een ontwikkelvisie opgeleverd, waarbij de ontwikkeling Heemstede Noord wordt gezien als kansrijk project voor de kortere termijn. We verwachten daarom, dat we in samenhang met genoemde visie in 2025 de plannen voor ontwikkeling van Heemstede Noord verder kunnen uitwerken en realiseren. Hampoort / de Rivier Utrecht Wat willen we bereiken We willen een pleisterplaats met recreatieve voorzieningen realiseren. Wat gaan we er voor doen Door diverse oorzaken is de grondoverdracht Hampoort en fietspad de Rivier vertraagd. Zodra de grondoverdracht heeft plaatsgevonden, kunnen we een ondernemer werven voor ontwikkeling van de beoogde pleisterplaats. We zullen daarnaast mogelijk voorstellen doen voor de (her)inrichting van de omliggende gronden van het recreatieschap, waaronder die langs het fietspad de Rivier. Nedereindse Plas Utrecht / Nieuwegein / IJsselstein Wat willen we bereiken We willen de recreatieve voorzieningen op de landdelen van het Nedereindse Park verder verbeteren.
Wat gaan we er voor doen In een intensieve samenwerking met gemeente Utrecht, provincie, gemeenten IJsselstein en Nieuwegein en vele stakeholders worden de landdelen van het gebied Nedereindse Plas recreatief doorontwikkeld. In 2024 wordt een (middel)lange termijn toekomstbeeld opgeleverd, waarin o.a. ook onderwerpen als
pagina 13
Programmabegroting 2025
mobiliteit en duurzame energie zijn meegenomen. Een en ander wordt door de gemeente Utrecht verder meegenomen in de ontwikkeling van Rijnenburg. Er wordt in het kader van Groen groeit mee ook een relatie gelegd met blauwgroene ontwikkeling in het Hollandse IJsselgebied, het IJsselsteinsebos en omgeving. In de tussentijd ontwikkelen we ingrepen, waarmee we op kortere termijn het recreatief gebruik van het inmiddels als Nedereindse Park aangeduide gebied aantrekkelijker maken. Voor de investeringen maken we o.a. gebruik van de subsidie, die voor dit doel door de provincie beschikbaar is gesteld. Tull en ’t Waal/ Honswijkerplas Wat willen we bereiken We willen de terreinen van het recreatieschap langs de Lek bij Tull en ’t Waal verder recreatief ontwikkelen. Het recreatieschap heeft voor de terreinen langs de Lek bij Tull en 't Waal in 2016 een concept onder de noemer Recreatief knooppunt 't Waal ontwikkeld. Daar zijn met inbreng van de omgeving schetsen voor gemaakt. Voor de Honswijkerplas is daarnaast een bijzonder traject gestart van verondieping en herinrichting. Het zuidelijk deel van de plas is in dat verband tijdelijk overgedragen aan de Dekker groep. De werkzaamheden van Dekker moeten gemonitord worden en tegelijkertijd is het van belang, dat het recreatieschap de plannen voor het recreatief knooppunt inclusief het zuidelijk deel van de Honswijkerplas verder uitwerkt.
Inmiddels heeft gemeente Houten laten weten, dat met de versterking van de Lekdijk ook de verkeerscapaciteit toeneemt en dat is van belang voor de verdere recreatieve ontwikkeling in de uiterwaarden. Wat gaan we er voor doen In 2025 werken we de (deel)plannen voor het recreatief knooppunt 't Waal verder uit naar concreet realiseerbare ontwerpen. Dat geldt in het bijzonder het zuidelijk deel van de Honswijkerplas. We maken daar (nadere) afspraken over met derden, waaronder de Dekker groep. Daarnaast zetten we in 2025 de samenwerking voort met de Stichting Leefbaarheid Tull en ‘t Waal voor beheer en ontwikkeling van de boomgaard van het recreatieschap. Fietspad IJsselwetering Wat willen we bereiken Het (recreatief) fietspad IJsselwetering is een nog te realiseren onderdeel van het voormalig programma Recreatie om de Stad. Het gaat om een fietspad van zo'n 2,5 km lengte in het buitengebied van de gemeente IJsselstein. Wat gaan we er voor doen Afhankelijk van besluitvorming in 2024 verwachten we in 2025 de voorbereiding van het fietspad af te ronden. Vervolgens besteden we, ook nog in 2025 de realisatie van het fietspad aan en begeleiden de uitvoering. De planning is om voor het einde van 2025 dit nieuwe fietspad opgeleverd te hebben.
pagina 14
Programmabegroting 2025
Stichtse Groenlanden programma B (SGL-B) Na de uittreding van gemeente Amsterdam uit het recreatieschap in 2014 is het Toekomstplan Vinkeveense Plassen (2015) opgesteld, waarin, naast de bezuinigingen en besparingen, een verdienopgave (€78.000) voor de Vinkeveense Plassen is opgenomen. Dit is bedoeld om te zorgen dat de exploitatie van de recreatiegebieden op de Vinkeveense Plassen financieel duurzaam zou zijn, zonder de structurele bijdrage van gemeente Amsterdam. Omdat niet alle opgaven uit het Toekomstplan goed van de grond kwamen, is in 2019 het Ontwikkelprogramma Vinkeveense Plassen opgesteld, gebaseerd op drie pijlers: de basis op orde, recreatief ontwikkelen en maatschappelijke verbreding. De verdienopgave werd ondergebracht in de pijler Recreatief ontwikkelen. Om invulling te geven aan de verdienopgave is door het recreatieschap het Ontwikkelscenario opgesteld (2020). De afgelopen jaren zijn verschillende voorgestelde ontwikkelingen onderzocht en uitgewerkt (waaronder snelvaren, de mogelijkheden voor het heffen van liggeld en het invoeren van betaald parkeren). Al met al bleken de onderzochte mogelijkheden geen bijdrage te kunnen leveren aan het verhogen van de opbrengsten, in verband met de planologische mogelijkheden, draagvlak en/of de uitkomsten van de businesscases. Daarom ligt de nadruk binnen programmagebied SGL B op het op orde brengen van de basis.
Indien andere mogelijkheden ontstaan om inkomsten te genereren (waaronder als gevolg van vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan), zullen we voorstellen doen om hier invulling aan te geven. Omdat het geheel van kosten van programma B verder zijn opgelopen, waardoor er een groter tekort is ontstaan dan waarmee rekening gehouden was (door het ontbreken van het verdienvermogen), wordt voor het overige tekort ook de provincie aangesproken op het verhogen van de deelnemersbijdrage voor SGL-B. De basis op orde | Vervangen oeverconstructies zandeilanden en legakkers Wat willen we bereiken Vervangen van de oeverconstructies tranche 2 en 3. Wat gaan we er voor doen Door stikstofproblematiek, het benodigde jaarrond flora- en faunaonderzoek en gebrek aan capaciteit heeft het vervangen van de beschoeiingen vertraging opgelopen. Door kostenstijgingen is het resterende budget niet voldoende voor de resterende opgave. In 2024 is gewerkt aan een nieuw vertrekpunt en een aangepast plan, waarbij uitgangspunt is dat -met het resterende budget- de meest urgente locaties als eerste worden aangepakt. Voor de resterende locaties wordt een plan uitgewerkt, met mogelijke toepassing van natuurvriendelijke oevers waarvoor een pilot is voorbereid. In 2025 gaan we het werk voor de meest urgente locaties aanbesteden en voor een deel uitvoeren.
Afhankelijk van de eerste resultaten van de pilots met natuurvriendelijke oevers, werken we een plan uit voor de resterende opgave. Voor de resterende opgave (totaal benodigd € 9,5 mln voor de uitvoering van tranche 2 en 3 tot en met 2028) is de financiering nog niet volledig afgehecht. De basis op orde | Entrees gebied Wat willen we bereiken Het maken van een investeringsplan voor de verbetering van de herkenbaarheid en inrichting van de entree. Het gaat met name om informatieborden en aanpassen/opknappen van de opritten van de parkeerterreinen.
pagina 15
Programmabegroting 2025
Wat gaan we er voor doen We verwachten dat er in 2024 een plan is gemaakt om de welkomstborden op schapsterreinen te vervangen. Afhankelijk van het gezamenlijke visietraject en besluitvorming in 2024, maken we een plan/ontwerp voor de verbetering van de entrees Winkelpolder en Eiland 4. Er is in deze begroting 2025 nog geen rekening gehouden met investeringen of andere kosten die hiermee gemoeid zijn. De basis op orde | Legakkers; naleven afspraken vervangen beschoeiing Wat willen we bereiken We willen bereiken dat de verkochte legakkers waar een beschoeiingsplicht op rust, beschoeid worden door de eigenaren. We zien er daarom op toe dat deze afspraken nageleefd worden. Er zijn drie eigenaren van legakkers die de beschoeiingsplicht uit de verkoop van 2017 nog niet (volledig) zijn nagekomen. Deze eigenaren geven aan de beschoeiingen wel alsnog te willen realiseren. Wat gaan we er voor doen Met deze eigenaren zijn naar verwachting in 2024 afspraken gemaakt of en op welke wijze de beschoeiingen alsnog worden gerealiseerd. Er is in kaart gebracht hoe hier privaatrechtelijk op kan worden gehandhaafd en wat de consequenties daarvan zijn. Afhankelijk van besluitvorming daarover en voor zover nog niet afgerond in 2024, voeren we handhavingsacties uit in 2025.
De basis op orde | Compensatie natuurvriendelijke oevers Wat willen we bereiken Minimaal 150 meter ‘natuurvriendelijke oever’ realiseren, om te voldoen aan de voorwaarden die Waternet heeft gesteld bij de vergunning voor de verkoop van de legakkers. Wat gaan we er voor doen In 2025 voeren we indien nodig aanvullende maatregelen uit om aan de eis te voldoen. De basis op orde | Actualisatie Verordening Wat willen we bereiken In 2020 heeft het DB besloten dat de verordeningen van Stichtse Groenlanden en de Vinkeveense Plassen te actualiseren en regelgeving te harmoniseren. Vanwege onzekerheid over de toekomst van het schap, de continuïteit van uitvoeringsorganisatie RMN en capaciteitsgebrek, zijn verschillende projecten binnen programma SGL-A en SGL-B vertraagd. Het plan van aanpak om de verordening te actualiseren is in 2023 goedgekeurd. Hierin worden tevens de verordeningen van SGL-A meegenomen. Wat gaan we er voor doen In 2025 leggen we de resultaten aan het bestuur voor en implementeren we de geactualiseerde verordeningen. Maatschappelijke verbreding | Pilots verzonken (blauwe) legakkers Wat willen we bereiken Pilot met Vissenbossen: De monitoring van de afgelopen jaren wijst uit dat deze pilot geslaagd is. In 2024 is nog eens 100 meter vissenbos aangelegd.
Pilot met Kooiconstructie: In overleg met de initiatiefnemer is in 2024 beoordeeld of de kooiconstructie hersteld kan worden. Deze heeft kort na de aanleg door een storm schade opgelopen. Deze pilots hebben als doel de verzonken legakker zichtbaar te maken en het herstel van natuurlijke waarden.
pagina 16
Programmabegroting 2025
Wat gaan we er voor doen De ervaringen met de vissenbossen en kooiconstructie worden meegenomen bij de planvorming over de verzonken legakkers. Maatschappelijke verbreding | Duurzaamheid Wat willen we bereiken Bij de uitvoering van het ontwikkelscenario voor de zandeilanden wordt onderzocht of de voorzieningen zelfvoorzienend kunnen worden ten aanzien van energie, water en riolering. Voor zover mogelijk wordt dit meegenomen als randvoorwaarde bij verdere recreatieve ontwikkelingen. Wat gaan we er voor doen Bij de verdere ontwikkeling van de zandeilanden stellen we waar mogelijk randvoorwaarden op het gebied van duurzaamheid. Deze wegen mee in de beoordeling van de voorstellen van de te werven ondernemers. Wat gaat het kosten
Lasten Programma instandhouding gebieden
Concept Jaarrekening 2023
Totaal personeel Totaal materieel Totaal Plannen maken
Begroting 2024
Begroting 2025
380.207
393.968
410.436
380.207
393.968
410.436
De personele inzet vanuit Staatsbosbeheer betreft adviesdiensten strategisch vastgoed (€ 166.000) en plan- en projectvoorbereiding (€ 245.000).
3.4 Overhead De algemene dekkingsmiddelen zijn die inkomsten die geen specifiek bestedingsdoel kennen. Het BBV schrijft voor een overzicht algemene dekkingsmiddelen op te nemen. Conform de regeling taakvelden dient de deelnemersbijdrage toegerekend te worden aan de taakvelden waaraan zij besteed wordt.
3.4.1 Bestuursproducten Accountmanagement Wat willen we bereiken De accountmanager is een deskundig aanspreekpunt voor het recreatieschap en een opdrachtnemer voor uw bestuurlijke opdrachten. Wat gaan we er voor doen Met de bestuurlijk-juridische achtergrond en kennis van de organisatie fungeert de accountmanager als sparringpartner voor uw organisatie. Hij is opdrachtnemer voor uw bestuurlijke opdrachten, bewaakt de voortgang van de projecten en werkzaamheden die daaruit voortkomen en informeert u over de voortgang en de eindresultaten.
pagina 17
Programmabegroting 2025
Bestuursadvies Wat willen we bereiken De bestuurssecretaris2 is uw expert-sparringpartner. Zij adviseert en begeleidt uw bestuur en andere samenwerkingspartners, en helpt u op weg met de vraagstukken en opgaven waar u mee te maken heeft. Zij ondersteunt de uitvoering van bestuurlijke taken en besluitvormingsprocessen en denkt mee over bestuurlijke vraagstukken. Als rechterhand van het bestuur en ambtelijk opdrachtgever vertaalt de bestuurssecretaris uw besluiten naar concrete afspraken voor Staatsbosbeheer. De bestuurssecretaris wordt geadviseerd door een ambtelijke klankbordgroep met daarin vertegenwoordigers vanuit de deelnemende gemeenten van Recreatieschap Stichtse Groenlanden.
3.4.2 Financiële diensten Financieel beleid Wat willen we bereiken Beoogd wordt een solide financieel beleid dat voldoet aan juridische en financiële vereisten, verordeningen, notities en kaders. Wat gaan we er voor doen Zorgvuldig terreinbeheer en -ontwikkeling vraagt om zorgvuldig budgetbeheer. De beschikbare middelen zijn immers bedoeld om de doelen en visie te realiseren voor uw gebieden. Door kennis, ervaring en netwerk worden de terreinen zo efficiënt mogelijk beheerd. Er wordt is intern inkoop- en beleidskader opgesteld, (Europese) aanbestedingen worden begeleid, contracten worden opgesteld, rapportages voor verantwoording en accountantscontrole worden verzorgd, en de verzekeringsportefeuille wordt gecoördineerd. Uiteraard volgens de wettelijke vereisten. En op onderwerpen wordt financieel advies gegeven. Planning en control en administratie Wat willen we bereiken Een Planning & Control-cyclus (P&C) is een wettelijke vereiste. En het geeft daarnaast kader en sturing aan het bestuur en biedt ondersteuning om de doelstellingen te bereiken. Wat gaan we er voor doen Deze P&C cyclus begint met het plannen van de jaarlijkse activiteiten (begroting) en eindigt met het vaststellen van het jaarresultaat en het samenstellen van de jaarrekening. Administratie (de vastlegging van financiële handelingen) maakt vanzelfsprekend onderdeel uit van P&C.
Met de kwartaalrapportages wordt de uitvoering van activiteiten bewaakt en wordt er voor gezorgd dat de bedrijfsvoering ‘in control’ blijft. Indien nodig wordt het voorgenomen beleid of de activiteiten en processen bijgesteld. Met ingang van het opstellen van de jaarrekening 2023 is hier de zogenaamde Rechtmatigheidsparagraaf bijgekomen. Uiteraard binnen het extern kader van Gemeentewet, het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), fiscale wetgeving en andere wet- en regelgeving en binnen de in de Gemeenschappelijke regeling en in de Samenwerkingsovereenkomst met Staatsbosbeheer opgenomen termijnen, zodat ook de deelnemers en het Ministerie van BZK hun inbreng kunnen leveren.
2 De bestuurssecretaris maakt geen onderdeel uit van de geleverde diensten / personele capaciteit van
Staatsbosbeheer
pagina 18
Programmabegroting 2025
3.4.3
Juridische diensten
Aansprakelijkheid Wat willen we bereiken Beoogd wordt een beperking van aansprakelijkheidsprocedures, - risico’s en -kosten. Efficiënte afhandeling van klachten voorkomt bovendien eventuele beroepsprocedures bij de Nationale Ombudsman en bij de deelnemende gemeenten en de provincie. Wat gaan we er voor doen Terreineigendom en -beheer brengen juridische verantwoordelijkheden met zich mee. Gezorgd wordt voor een onderbouwde afwijzing of toewijzing van claims, voor de (financiële) afhandeling ervan, of claims worden doorgestuurd naar de verantwoordelijke partij. Omgekeerd wordt gezorgd voor aansprakelijkheidstelling van derden bij schade aan de terreinen. Bij klachten op grond van de Algemene wet bestuursrecht wordt gezorgd voor correspondentie met de directe toezichthouder (Politie en OM), worden hoorzittingen voorbereid en worden beslissingen opgesteld. Verder worden beroepen van klagers bij de Nationale Ombudsman afgehandeld. In bezwaarprocedures wordt gezorgd voor de hoorzittingen en worden beslissingen op bezwaar opgesteld. In deze procedures wordt afgestemd met het bestuur van het schap en met de desbetreffende gemeente. Juridische ondersteuning Wat willen we bereiken Beoogd wordt een goede en snelle juridische ondersteuning ter voorkoming en beperking van imagoschade en allerhande risico’s.
Wat gaan we er voor doen Voor effectief beheer en ontwikkeling van terreinen is een solide juridische basis onmisbaar. Daarom wordt vorm gegeven aan tal van overeenkomsten in het kader van beleid en uitvoering van beheer, waaronder de samenwerking met derden (private en publieke partijen). Dat gebeurd onder andere door adviseren, beoordelen en/of opstellen van overeenkomsten. Procederen Wat willen we bereiken Het voorkomen van een onnodige gerechtelijke procedure spaart tijd en geld. In die gevallen waarin geprocedeerd moet worden, wordt een vlotte en correcte afhandeling van de procedure beoogd en draagt zodoende bij aan een besparing van kosten en komt uw imago ten goede. Wat gaan we er voor doen Mochten conflicten met derden tot juridische procedures leiden, dan wordt er geprocedeerd als verweerder, eisende partij, gedaagde of belanghebbende en zijn de juristen het aanspreekpunt voor de advocaat. Ook worden collega’s bijgestaan in juridische procedures, bijvoorbeeld als zij slachtoffer zijn van een delict of een ongeval. Als het nodig is, wordt er opgetreden als gemachtigde in een gerechtelijke procedure, waar nodig in samenwerking met juristen van de desbetreffende deelnemende gemeente en de provincie WOB-procedures Wat willen we bereiken Gestreefd wordt naar een snelle en correcte afhandeling van WOB-procedures.
pagina 19
Programmabegroting 2025
Wat gaan we er voor doen WOB-verzoeken worden in behandeling genomen. Ook kan een zienswijze opgesteld worden op een WOB-verzoek dat door derden wordt behandeld en waarin het recreatieschap derdebelanghebbende is. Cruciaal hierbij is dat over de gevraagde informatie (documenten) beschikt kan worden. Wat gaat het kosten
Lasten Concept Begroting 2024 Begroting 2025 Jaarrekening 2023 662.212 691.694 720.606 48.664 30.915 32.207 710.876 722.608 752.813
Programma instandhouding gebieden Totaal personeel Totaal materieel Totaal Overhead
De personele inzet vanuit Staatsbosbeheer betreft de kosten van bestuurlijke ondersteuning (€ 161.000), de kosten van financiën (€ 558.000) en de inzet van juridische ondersteuning (€ 32.000).
3.5
Algemene dekkingsmiddelen
De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten in het schap. Recreatieschap Stichtse Groenlanden Deelnemersbijdragen
Concept Begroting 2024 Begroting 2025 Jaarrekening 2023
Programmagebied A Provincie Utrecht Gemeente De Bilt Gemeente Lopik Gemeente Ijsselstein Gemeente Houten Gemeente Woerden Gemeente Stichtse Vecht Gemeente Nieuwegein Gemeente Utrecht Totaal Programmagebied A
811.013 42.053 62.162 149.664 215.691 225.373 179.316 270.676 1.324.670 3.280.618
838.425 43.474 64.263 154.723 222.981 232.991 185.377 279.825 1.369.445 3.391.504
873.471 45.291 66.949 161.190 232.302 242.730 193.126 291.522 1.426.688 3.533.269
Gemeente Amsterdam Gemeente Ronde Venen Provincie Utrecht Totaal Programmagebied B
232.600 505.012 486.325 1.223.937
0 522.082 510.536 1.032.618
0 650.527 636.140 1.286.667
4.504.555
4.424.122
4.819.936
Saldo
In overeenstemming met de uitgangspunten voor de begroting 2025 zijn de deelnemersbijdragen voor programmagebied SGL A in 2025 ten opzichte van 2024 met 4,18% verhoogd. Voor het programmagebied SGL B is de uittreding van de gemeente Amsterdam (ad € 202.424, prijspeil 2024) in 2025 naar rato van de deelnemersbijdragen 2024 verdeeld over de deelnemers gemeente Ronde Venen en de provincie Utrecht. Met inbegrip van deze correctie zijn de deelnemersbijdragen voor programmagebied SGL B vervolgens met 4,18% opgehoogd.
pagina 20
Programmabegroting 2025
3.6
Onvoorzien
Programma instandhouding gebieden
Lasten Concept Begroting 2024 Begroting 2025 Jaarrekening 2023
Totaal personeel Totaal materieel Onvoorzien
0
0
0
Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording is het verplicht het jaarlijks opgenomen bedrag voor onvoorziene lasten in de begroting afzonderlijk te presenteren. Over de periode 2025 tot en met 2028 zijn de onvoorziene lasten op nihil gecalculeerd.
pagina 21
Programmabegroting 2025
4.
Paragrafen
4.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het weerstandsvermogen weerspiegelt de mate waarin het schap in staat is middelen vrij te maken om de risico's die zich in de praktijk voordoen op te vangen zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd/ ingekrompen moet worden. Conform de nota weerstandsvermogen wordt de ratio weerstandsvermogen berekend om te bepalen of het schap in staat is voldoende financiële middelen vrij te maken voor het dekken van de risico’s op het moment dat de risico’s zich voordoen. Voor de waardering van de toereikendheid van het weerstandsvermogen wordt de volgende tabel gehanteerd.
Ratio weerstandsvermogen Waarderingscijfer A B C D E F
Ratio weerstandsvermogen > 2,0 1,4 < x < 2,0 1,0 < x < 1,4 0,8 < x < 1,0 0,6 < x < 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Tabel met opmaak
Risicoanalyse
Nr Risico's
Aard van het risico
1 Risico's op naheffingen/boetes door mogelijk niet zie toelichting voldoen aan regelgeving Vennootsschapsbelasting (VPB) 2 Actualiteit verordeningen zie toelichting 3 Actualiteit/aanwezigheid financiele zie toelichting verordeningen/rechtmatigheidsverantwoording 2023 4 Erfpacht & huur (niet nagekomen verplichtingen) zie toelichting 5 Aanbesteding vervangen beschoeiingen VVP zie toelichting Totaal
Financiële Kans van optredenImpact (hoog,*)midden, laag*) omvang risico PM hoog PM PM PM
hoog hoog
PM PM
€ 125.000 hoog PM hoog € 125.000
€ PM €
100.000 100.000
*) De financiële impact wordt berekend door bij een hoog risico 80%, bij een gemiddeld risico 50% en bij een laag risico 20% van het bedrag van de financiële omvang te nemen.
pagina 22
Programmabegroting 2025 Risico 1: Risico’s op naheffingen/boetes door mogelijk niet voldoen aan regelgeving (VPB) Met ingang van 1 januari 2016 is de VPB-plicht voor overheidslichamen, waaronder gemeenschappelijke regelingen, ingevoerd. De vennootschapsbelastingrisico's zijn niet in een extern advies door een fiscalist ten behoeve van het Recreatieschap in beeld gebracht. Per activiteit of cluster van activiteiten dient te worden beoordeeld of met de uitvoering van de betreffende activiteit een onderneming in fiscaalrechtelijke zin wordt gedreven. Er is sprake van een fiscale onderneming indien aan elk van de volgende drie voorwaarden is voldaan: 1. Duurzame organisatie van kapitaal en arbeid; 2. Deelname aan het economisch verkeer; 3. Winstoogmerk en/of concurrentie. Uit de beschikbare dossiers/informatie van SGL door RMN is wel een memo van een ingehuurd bureau beschikbaar echter geen uitwerking van een fiscalist in combinatie met een standpunt van de Belastingdienst.
Risico 2: Verordeningen niet actueel en risico’s op onrechtmatigheid Het Dagelijks Bestuur van SGL heeft in 2020 al vastgesteld, dat de teksten van zowel de verordening Vinkeveense Plassen, als die van de verordening Stichtse Groenlanden, op onderdelen achterhaald en/of onjuist zijn en dat dit problemen oplevert in de communicatie met bezoekers van de recreatiegebieden, in het bijzonder bij handhaving en toezicht. Problemen doen zich ook voor bij het verlenen van vergunningen en ontheffingen en de heffing van leges. Gelet hierop heeft het Dagelijks Bestuur in mei 2020 besloten om deze verordeningen samen te voegen en te actualiseren en hiervoor opdracht te verlenen aan RMN. Deze werkzaamheden zijn door RMN gestaakt als gevolg van de discussie over de toekomst van de recreatieschappen in de provincie Utrecht. Recentelijk is een plan van aanpak samengesteld om de verordeningen te actualiseren. Oplevering hiervan staat gepland medio 2025. Risico 3: Actualiteit/aanwezigheid financiële verordeningen/Rechtmatigheidsverantwoording 2023 De verschillende verordeningen en procesbeschrijvingen in het kader van de verplichte rechtmatigheidsverantwoording 2023 zijn niet actueel/niet aanwezig. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor een rechtmatige uitvoering van de begroting.
Waar het tot 2022 nog gebruikelijk was dat de controlerend accountant de controle uitvoert en hierover rapporteert aan het algemeen bestuur, rapporteert het dagelijks bestuur dit vanaf boekjaar 2023 zelfstandig door middel van de rechtmatigheidsverantwoording. Het dagelijks bestuur van het Recreatieschap geeft aan in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, en ook de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat deze in overeenstemming zijn met de bepalingen vermeld in de documenten van de lijst met relevante wet- en regelgeving van het normenkader rechtmatigheid 2023, vastgesteld door het algemeen bestuur, en de grenzen inzake toelichtingen opgenomen in de financiële verordening 2023 van het Recreatieschap (eveneens vastgesteld door het algemeen bestuur). Mogelijk wordt niet (tijdig) voldaan aan weten regelgeving inzake deze rechtmatigheidsverantwoording. In december 2023 heeft het algemeen bestuur van SGL de gewijzigde financiële verordeningen en het normenkader vastgesteld. Risico 4: Erfpacht & huur (niet nagekomen verplichtingen De geraamde omzet uit erfpacht, verhuur en evenementen bedraagt jaarlijks ongeveer € 500.000. Het risico dat exploitanten niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen (bijvoorbeeld door de hoge inflatie) is aanwezig. Het risico wordt ingeschat op 25% van de geraamde omzet is € 125.000.
Risico 5: Aanbestedingen vervangen beschoeiingen Vinkeveense plassen De aanbesteding van de 1e tranche is geweest. Het bedrag per meter is hoger uitgevallen dan in het Toekomstplan was berekend. Daar staat tegenover dat we door de verkoop van legakkers minder
pagina 23
Programmabegroting 2025 meters hoeven te beschoeien. De verwachting is dat de aanbesteding voor de 2e tranche aanzienlijk hoger zal uitvallen als de 1e tranche. Dit is het gevolg van opgelopen vertraging en de inflatie (zie ook onder 3.7 Projecten). Tranche 2 en 3 zullen Europees worden aanbesteed als de omgevingsvergunning is verleend. Het risico kan op dit moment (medio 2024) niet nader worden gekwantificeerd.
Kengetallen BBV In het BBV (=financiële regelgeving voor gemeenten, provincies, Gemeenschappelijke Regelingen) staat dat er in de jaarstukken enkele kengetallen moeten worden opgenomen. Normen: Netto schuldquote: < 90% is minst risicovol, 90-130% is neutraal, > 130% is meest risicovol. Solvabiliteitsratio: > 50% is minst risicovol, 20 - 50% is neutraal, < 20% is meest risicovol. Structurele exploitatieruimte: evenwicht ( 0 of positief). De kengetallen staan in onderstaande tabel.
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
concept jaarrek 2023 17% 17% 35% nvt 3% nvt
Begroting 2024
Begroting 2025
40% 40% 32% nvt -1,2% nvt
40% 40% 33% nvt 2,9% nvt
Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 41% 41% 34% nvt 2,7% nvt
42% 42% 34% nvt 2,7% nvt
43% 43% 35% nvt 2,8% nvt
Deze kengetallen geven enig inzicht in de financiële positie en de financiële weerbaar- en wendbaarheid van de organisatie. De netto schuldquote geeft een beeld van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Bij de “netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen” worden ook de verstrekte leningen meegenomen. Een negatieve schuldquote geeft in feite aan dat er per saldo geen sprake is van een schuld. De solvabiliteitsratio wordt berekend als het percentage van het totale eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen van het schap. Dit geeft inzicht in de mate waarin het schap in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal “structurele exploitatieruimte” geeft aan of de structurele baten groter zijn dan de structurele lasten. Dit wordt in het kengetal als percentage van de totale baten uitgedrukt. Dit kengetal zegt in feite iets over het structurele jaarrekeningsaldo, d.w.z. zonder alle incidentele baten en lasten.
4.2
Onderhoud kapitaalgoederen
Het goed onderhouden van de gebieden is een belangrijke taak voor het schap om duurzaam gebruik mogelijk te maken. Als basis voor het plannen van regulier- en groot onderhoud en vervangingsinvesteringen wordt het Terrein Beheer Model (TBM) gehanteerd. Dit model is gebaseerd op zogenaamde doeltypen (bijvoorbeeld speel- en ligweide, strand of bos) waarvoor een gestandaardiseerde inrichting met daarbij behorende onderhoudscycli en normkosten zijn bepaald. Het totaal aan oppervlaktes, stuks en lengte van de aanwezige doeltypes bepaalt met de cycli en de normkosten de geplande lasten voor meerjarig duurzaam onderhoud. pagina 24
Programmabegroting 2025
De geplande lasten van groot onderhoud fluctueren van jaar tot jaar. Dit kan een direct en groot effect hebben op het jaarresultaat en daarmee op de jaarlijkse deelnemersbijdrage. Om dit ongewenste effect zoveel mogelijk te voorkomen heeft het schap ervoor gekozen om een egalisatievoorziening groot onderhoud in te stellen. Jaarlijks wordt een vastgestelde dotatie ten laste van de exploitatie gebracht en de werkelijke onderhoudslasten worden ten laste van de Voorziening verantwoord. Jaarlijks worden de geplande lasten, de dotatie en de werkelijke kosten gemonitord. Elk jaar wordt de dotatie opnieuw berekend en vastgesteld tenzij uit de monitoring volgt dat eerder een bijstelling nodig is. Onderstaande tabel laat het verwachte verloop van de voorziening Groot Onderhoud zien voor de komende jaren.
In 2021 is naar aanleiding van het vastgestelde MJOP opnieuw een voorziening groot onderhoud ingesteld. Deze voorziening heeft tot doel om schommelingen in de kosten van groot onderhoud van de kapitaalgoederen te egaliseren. Dit gebeurt door jaarlijks een gelijkblijvend bedrag in de voorziening te storten en vervolgens de werkelijke uitgaven van het betreffende jaar te onttrekken.
4.3
Financiering
Beleidsuitgangspunten Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.
Risicobeheer De Wet financiering decentrale overheden vermeldt twee normen. Het doel is te voorkomen dat bij herfinanciering van leningen bij aanzienlijk hogere rente grote schokken optreden in de hoogte van de rente die het schap moet betalen. De normen beperken de budgettaire risico’s.
Kasgeldlimiet Tot het kasgeld behoren alle vlottende schulden < 1 jaar, de contante gelden in kas, de uitgaande gelden < 1 jaar en de tegoeden/ schulden rekening-courant. Doel van de kasgeldlimiet is het beperken van de renterisico’s op de korte schuld. De korte schuld is bedoeld voor de lopende uitgaven en zodoende is de limiet gekoppeld aan het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,2% van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar.
pagina 25
Programmabegroting 2025 De verwachte kasgeldlimiet voor 2025 kan als volgt worden weergegeven: totaal van de lasten begroting 2025 € 6.085.895. De verwachte limiet is 8,2% zijnde € 499.043.
Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een limiet aan het renterisico over de lange termijn financiering. Het renterisico is het geldbedrag aan leningen dat in een bepaald jaar aan renteherziening en herfinanciering onderhevig is. Het renterisico mag maximaal 20% van het begrotingstotaal per 1 januari van het betreffende kalenderjaar bedragen. De renterisiconorm benadrukt het belang van een goede spreiding van de leningenportefeuille en de renterisico’s. Totaal van de lasten begroting 2025 € 6.085.895. De verwachte limiet is 20% zijnde € 1.217.179. De begrote aflossingen voor 2025 zijn € 278.310 zodat deze ruim binnen deze limiet passen.
Mutaties in de leningenportefeuille Omschrijving
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Stand per 1 januari
2.796.150
2.580.000
3.047.548
2.969.301
2.650.979
2.489.600
0
621.548
200.063
Nieuw e leningen
156.943
Af: Herrubricering
12.150
Reguliere aflossing
204.000
154.000
278.310
318.322
318.322
349.711
2.580.000
3.047.548
2.969.301
2.650.979
2.489.600
2.139.889
Stand per 31 december
Het uitgangspunt is dat in deze begrotingsperiode in totaal € 200.000 aan nieuwe leningen wordt opgenomen. Dit is met name ter afdekking van de investeringen in de begroting en om te waarborgen dat vaste activa met vaste geldmiddelen worden gefinancierd.
BBV en rentetoerekening Het BBV bevat voorschriften met betrekking tot de rentetoerekening. De interne rentetoerekening is afhankelijk van de verhouding netto rentelasten afgezet tegen de integraal gefinancierde activa. Het schap heeft geen grondexploitaties zodat een aparte renteberekening hiervoor buiten beschouwing kan worden gelaten. Projectfinanciering is eveneens niet van toepassing. De interne rentetoerekening loopt via het taakveld 0.5 treasury. Conform historie wordt er geen renteresultaat begroot. Over reserves, voorzieningen en eigen vermogen wordt geen rente toegerekend.