Bijlage 3. Ontwerpbegroting 2024 SGL
Tekst van het document
ONTWERPBEGROTING 2024 25 april 2023
1
Voorwoord
Voor u ligt de Programmabegroting Stichtse Groenlanden 2024, opgesteld namens het dagelijks bestuur, door Staatsbosbeheer (SBB). Recreatieschap Stichtse Groenlanden is een gemeenschappelijke regeling (GR) op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Binnen deze GR werken de gemeenten De Bilt, De Ronde Venen, Houten, Lopik, Stichtse Vecht, Nieuwegein, Utrecht, Woerden en IJsselstein en de provincie Utrecht samen aan beheer en ontwikkeling van toegankelijke recreatiegebieden voor inwoners en bezoekers van de regio. Recreatieschap Stichtse Groenlanden is in 1999 opgericht “ter behartiging van het belang van de deelnemers bij de intergemeentelijke openluchtrecreatie en de bescherming van natuur en landschap.” Deze taakomschrijving is en blijft ongewijzigd, maar wat hieronder wordt verstaan en hoe hier invulling aan wordt gegeven, is wel aan verandering onderhevig. Het recreatieschap heeft de uitvoering van zijn werkzaamheden - Beheer & Onderhoud, Toezicht & Handhaving, Exploitatie en Bedrijfsvoering – per 1 januari 2023 belegd bij Staatsbosbeheer. Staatsbosbeheer heeft de taken ‘beleidsarm’ overgenomen en zal de jaren 2023 en 2024 gebruiken om zich de taken en het areaal verder eigen te maken. In deze begroting zijn de budgetverschuivingen tussen de verschillende inhoudelijke programma’s als gevolg van andere ‘labeling’ van kostensoorten daarom beperkt.
In 2023 zal ons schap met SBB een eerste vierjarig uitvoeringsplan 2024-2027 opstellen en vaststellen, waarmee het bestuur van het Recreatieschap het vierjarig financieel perspectief vast stelt. Deze begroting is door SBB opgesteld voor SGL op basis van de vastgestelde kadernota 2024 en het door u goedgekeurde aanbod van Staatsbosbeheer 24 juni 2022 (versie 1.0). In deze begroting zijn de in de kadernota 2024 genoemde indexatie en afspraken vastgelegd. Inmiddels is de inflatie sterk gestegen, dit is als ongekwantificeerd risico in deze begroting benoemd. T.z.t. zal duidelijkheid worden wat de impact is van de prijsstijgingen. Via een begrotingswijziging zullen de werkelijke effecten zichtbaar gemaakt worden. Bij de vaststelling van de tweede begrotingswijziging 2022 en de begroting 2023 heeft het bestuur besloten alle met de transitie samenhangende kosten (liquidatiebegroting en transitiebegroting) te financieren uit de algemene reserve per ultimo 2022 , maar in de jaren daarna het weerstands-vermogen weer op peil te brengen. Het bestuur streeft ernaar om dit niveau te bereiken binnen vier jaar, per ultimo 2026. Bij het opmaken van de begroting 2024 bleek er bij SGL programma Vinkeveense plassen een structureel tekort te zijn van € 202.424. Dit wordt onder meer veroorzaakt door het wegvallen van de bijdrage van de Gemeente Amsterdam.
Om tot een sluitende begroting 2024 te komen is in 2024 een vrijval van de bestemmingsreserve investeringen opgenomen van € 202.424. Voor de jaren 2025 – 2027 is er wel een verhoging van de deelnemersbijdrage van € 202.424 (prijspeil 2024) in de begroting verwerkt. In 2023 zal de financiële situatie bij Programma B nader bekeken en geëvalueerd worden, zodat bij de kadernota 2025 duidelijkheid bestaat over deze situatie. De conceptjaarrekening 2022 is opgemaakt op 30 maart 2023 en op dat moment was de jaarrekening van Recreatie Midden Nederland (RMN) nog niet definitief. Wijzigingen in de jaarrekening van RMN in liquidatie 2022 hebben direct gevolg voor de jaarrekening 2022 van 2
SGL en de begroting 2024. Daarnaast is de conceptjaarrekening 2022 van zowel RMN en SGL nog niet gecontroleerd door de accountant. Het positieve resultaat van de conceptjaarrekening 2022 van € 662.712 is, in de begroting 2024, toegevoegd aan de algemene reserve. Het algemeen bestuur moet over deze resultaatbestemming nog een besluit nemen.
ONDERTEKENING Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur d.d. …………..,
Dhr. J. van Engelen
Mevr. J. Brand
Voorzitter
Secretaris
3
INHOUD
2
Programmaplan .......................................................................................................................................6 2.1
Inleiding ...........................................................................................................................................6
2.2
Programma 1: Beheer en onderhoud ..........................................................................................8
2.2.1
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?................................................8
2.2.2
Wat mag het kosten? ............................................................................................................8
2.3 2.3.1
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?................................................9
2.3.2
Wat mag het kosten? ............................................................................................................9
2.4
Programma 3: Ontwikkeling.........................................................................................................10
2.4.1
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?..............................................10
2.4.2
Wat mag het kosten? ..........................................................................................................15
2.5
Programma 4: Exploitatie.............................................................................................................16
2.5.1
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?..............................................16
2.5.2
Wat mag het kosten? ..........................................................................................................18
2.6
3
Programma 2: Toezicht en handhaving .......................................................................................9
Programma 5: Algemeen (incl. overhead) .................................................................................18
2.6.1
Wat willen we bereiken? ......................................................................................................18
2.6.2
Wat gaan we daarvoor doen? ............................................................................................18
2.6.3
Wat mag het kosten? ..........................................................................................................19
Paragrafen .............................................................................................................................................21 3.1
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................................21
3.1.1
Generieke risico’s ..................................................................................................................21
3.1.2
Risico’s werkgebied Stichtse Groenlanden .........................................................................23
3.1.3
Risico’s werkgebied Vinkeveense Plassen ..........................................................................24
3.1.4
Conclusie risico’s recreatieschap ........................................................................................24
3.1.5
Inventarisatie en toelichting beschikbare weerstandscapaciteit.......................................25
3.2
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen .....................................................................................27
3.3
Paragraaf financiering ..................................................................................................................27
3.3.1
Beleidsuitgangspunten ..........................................................................................................27
3.3.2
Risicobeheer ..........................................................................................................................27
3.3.3
Kasgeldlimiet .........................................................................................................................27
3.3.4
Renterisiconorm ....................................................................................................................27
3.3.5
Mutaties in de leningenportefeuille.....................................................................................28 4
3.3.6 3.4
5
Paragraaf bedrijfsvoering .............................................................................................................28
3.4.1
Bedrijfsvoering .......................................................................................................................28
3.4.2
Overhead en toerekening personeelskosten .....................................................................28
3.5 4
BBV en rentetoerekening .....................................................................................................28
Paragraaf verbonden partijen ......................................................................................................29
Overzicht baten en lasten per programma en toelichting ..............................................................30 4.1
Overzicht incidentele baten en lasten en toelichting ..............................................................31
4.2
Presentatie van het structureel begrotingssaldo ......................................................................31
Uiteenzetting van de financiële positie .............................................................................................33 5.1
Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid ........................................................................33
5.2
Geprognosticeerde begin- en eindbalans van het begrotingsjaar ..........................................33
5.3
EMU-saldo .....................................................................................................................................33
5.4
Meerjaren investeringsbegroting ..................................................................................................34
5.5
Stand en verloop van de reserves en voorzieningen ..............................................................35
5.5.1 5.6
Voorzieningen .......................................................................................................................37 Baten en lasten per taakveld .....................................................................................................37
6. Deelnemersbijdrage 2024 ..........................................................................................................................38 6.1
Stichtse Groenlanden ....................................................................................................................38
6.2
Vinkeveense Plassen ....................................................................................................................38
7. Overzicht baten en lasten per programma ................................................................................................39 7.1
Overzicht baten en lasten per programma SGL A ........................................................................39
7.2
Overzicht baten en lasten per programma SGL B ........................................................................40
5
BELEIDSBEGROTING
2 Programmaplan 2.1 Inleiding Het
recreatieschap
is
een
gemeenschappelijke
regeling
(GR)
op
grond
van
de
Wet
gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Op basis van deze wet kunnen gemeenten, provincies en waterschappen publiekrechtelijk samenwerken aan een belang dat verder strekt dan de gemeente- of provinciegrens. Het belang van recreatie, natuur en landschap is regionaal van aard. De behartiging daarvan — waaronder begrepen het dragen van de kosten die gepaard gaan met de instandhouding en verbetering van voorzieningen — is daarom in een intergemeentelijk of regionaal samenwerkingsverband georganiseerd. Recreatieschap Stichtse Groenlanden heeft als taak ‘beheer & onderhoud’, ‘toezicht & handhaving’,
‘ontwikkeling’
en
‘exploitatie’
van
(vrij)
toegankelijke
en
eigentijdse
recreatievoorzieningen in het buitengebied. Dit buitengebied is veelzijdig: van uitgestrekte veenweidegebieden en de Vinkeveense Plassen tot agrarische gebieden en de Lek met zijn prachtige uiterwaarden. Wandelen, fietsen, vissen en watersporten als zwemmen en kanoën: het kan allemaal in de gebieden van Stichtse Groenlanden. Het
recreatieschap
zorgt
voor
ondere
andere
de
volgende
terreinen:
Strijkviertel,
Oortjespad/Eend, Grutto, Maarsseveense Plassen, Vinkeveense Plassen, Salmsteke, ’t Waal, De Leijen, Heulsewaard, Nedereindse Plas, Laagraven, Haarrijnse Plas, Ruigenhoek, Hampoort/de Rivier en Heemstede Noord. Daarnaast beheert het schap verschillende paden en kilometers lange routes voor wandelaars, fietsers, ruiters en kanoërs. Gescheiden financiële huishouding In 2018 is gemeente De Ronde Venen, na opheffing van recreatieschap Vinkeveense Plassen, toegetreden tot recreatieschap Stichtse Groenlanden. Besloten is dat de financiële huishouding binnen het recreatieschap voorlopig wordt gescheiden in twee delen: het werkgebied van Stichtse Groenlanden van voor 2018 (programma A) en het werkgebied de Vinkeveense Plassen (Programma B) . Dit betekent dat er twee financiële administraties worden gevoerd en dat er over twee onderdelen verantwoording wordt afgelegd in de jaarrekening. Hiermee worden de financiële risico’s over en weer gescheiden. De ‘oude’ deelnemers van Stichtse Groenlanden lopen geen risico verband houdend met het Vinkeveense gebied en De Ronde Venen loopt geen risico in verband met het werkgebied van Stichtse Groenlanden van voor 2018. Deze afspraak van gescheiden programma’s zou in 2022 worden geëvalueerd. Vanwege de transitie van RMN en de discussie over de nieuwe structuur van het schap is deze evaluatie niet gehouden.
Evaluatie van de afspraken is pas in 2025 mogelijk, waarna indien nodig besluitvorming kan plaatsvinden. Transitie De besluitvorming over de transitie is in juni 2022 afgerond. De transitie is na de zomer van 2022 in uitvoering genomen. Voor deze begroting geldt dat deze is gebaseerd op het aanbod 6
van Staatsbosbeheer van 24 juni 2022 (versie 1.0). Hierin wordt aangegeven dat de huidige taakuitvoering door Recreatie Midden Nederland op de verschillende programma’s niet 1 op 1 aansluit op de door Staatsbosbeheer voorgestane werkwijze, waaronder de principes die onder het Terrein Beheer Model (TBM, zie hierna) liggen en ook niet op de Producten- en Dienstencatalogus. Om dit wel passend te maken is een overgangsperiode voorzien van twee jaar, te weten 2023 en 2024. Deze overgangsperiode is ook nodig om het gebied ‘in de vingers te krijgen’, de systemen te integreren, regelgeving waar nodig aan te passen, het financieel beleid van het Recreatieschap (waaronder de P&C cyclus) in te voeren, de medewerkers die van Recreatie Midden Nederland zijn overgekomen
te laten aarden en de
bestuurscultuur en werkwijze van het bestuur van het Recreatieschap te leren en deze goed te accommoderen. De programma-indeling sluit in deze begroting niet meer aan op de programma indeling van de vastgestelde begroting 2023. De programma-indeling is voor de begroting 2024 zodanig aangepast dat de baten en de lasten juister gerubriceerd zijn. Hiervoor zijn de SBB-programma’s ‘geconverteerd’ naar de programma’s die het recreatieschap hanteert conform onderstaande tabel. Staatsbosbeheer
Recreatieschap SGL
A.
1.
Beheer en Onderhoud
2.
Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
4.
Exploitatie
Duurzaam beheer
B.
Ondersteunen
5.
Algemeen
C.
Ontwikkelen
3.
Doorontwikkelen areaal
Derhalve is voor 2024 weliswaar een beleidsarme maar reële begroting opgesteld, waarbij de bedragen voor 2024 zijn gebaseerd op begroting voor 2023, de kadernota 2024 en de ramingen van SBB voor wat betreft de personele inzet en apparaatskosten en de actualiteit voor wat betreft de (materiële) baten en lasten van het schap zelf conform de ontwerp ‘Uitgangspunten begroting 2024’.
Leeswijzer De begroting 2024 is opgebouwd naar de aard van de activiteiten van het schap: • • • • •
Programma 1. Beheer en Onderhoud Programma 2. Toezicht & handhaving Programma 3. Ontwikkeling Programma 4. Exploitatie Programma 5. Algemeen (incl. overhead)
7
2.2 Programma 1: Beheer en onderhoud 2.2.1
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?
Beheer & Onderhoud omvat het beheer en (dagelijks, groot- en vervangings-) onderhoud van de terreinen en plassen, fiets- en wandelpaden en het onderhouden van voorzieningen. Het niveau van beheer & onderhoud verschilt per terrein, per seizoen, klimaatomstandigheden en is afhankelijk van onder meer wet- en regelgeving, de functie, de intensiteit van gebruik en de behoefte van recreanten en de opdracht van het recreatieschap. Ook op het gebied van beheer & onderhoud moeten we inspelen op en rekening houden met diverse ontwikkelingen. In onderstaande alinea’s worden de belangrijkste ontwikkelingen geschetst. 2.2.1.1
Optimalisatie
In 2023-2024 wordt de basis via terreinbeheermodel op orde gebracht. Door het opstellen/verbeteren van de onderhoudsbestekken voor dagelijks onderhoud, het MeerJarenOnderhoudsPlan (MJOP), de digitalisering van het areaal in het GIS-systeem Geovisia en het opstellen van nieuw beleid en richtlijnen. In 2023 zullen de resultaten van deze inspanningen zichtbaar worden en zal de nadruk liggen op het verder verbeteren/optimaliseren en waar mogelijk digitaliseren van deze processen. 2.2.1.2 De
Duurzaamheid
duurzaamheid-thema’s
‘klimaatverandering’/‘klimaatadaptatie’,
‘biodiversiteit’,
‘circulaire
economie’ en ‘energietransitie’ staan steeds hoger en prominenter op de politieke agenda’s. Het schap heeft in de afgelopen jaren een aantal stappen gezet op het gebied van duurzaamheid. Waar mogelijk wordt ecologisch beheerd ter bevordering van de biodiversiteit en worden natuurvriendelijke oevers aangelegd. In 2024 streven we naar verdere verduurzaming. Met de nieuwe uitvoeringsorganisatie Staatsbosbeheer zal het recreatieschap specifieke afspraken maken over de wijze waarop duurzaamheid, klimaatadaptie en biodiversiteit in de begroting concreter en separaat beter zichtbaar kunnen worden gemaakt. 2.2.1.3
Routebureau Utrecht
Het recreatieschap is – namens deelnemende gemeenten - een van de opdrachtgevers van het Routebureau Utrecht. Uniform beheer en onderhoud, ontwikkeling en informatievoorziening & marketing m.b.t. de bewegwijzerde routenetwerken voor fietsen, wandelen en varen (sloepen) loopt via het Routebureau. Het ontwikkelen en verbeteren van de routenetwerken wordt door het Routebureau afgestemd met de deelnemers. Het recreatieschap draagt hier, vanuit de middelen voor beheer & onderhoud, voor het werkgebied Stichtse Groenlanden (SGL-A) jaarlijks € 138.386 en voor het werkgebied Vinkeveense plassen (SGL-B) jaarlijks € 30.241 aan bij. Het Routebureau is na de transitie van RMN nu ondergebracht bij de Provincie Utrecht. Met het Routebureau vindt overleg plaats hoe de samenwerking naar de toekomst toe vormgegeven kan worden.
2.2.2
Wat mag het kosten?
Programma 1
Concept jaarrekening 2022 Begroting (x € 1.000) 2023 (x €
Begroting 2024 (x € 1.000)
1.000) 8
Lasten Baten
2.630 1.418 1.212 118 49 1.281
Saldo van baten en lasten
Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
De lasten kunnen als volgt gespecificeerd worden: Programma 1 Doorbelaste personeelskosten Onderhoud en vuilafvoer Dotatie voorziening groot onderhoud Overige kosten
3.417 3.477 -60 421 137 224
2.894 2.580 314 243 291 266
Begroting 2024 (x € 1.000) 1.551 1.064 150 129 2.894
lasten
De baten kunnen als volgt gespecificeerd worden: Programma 1
Begroting 2024 (x € 1.000)
Toegerekende deelnemersbijdrage baten 2.2.2.1
2.580 2.580
Toelichting lasten
De lasten (inclusief mutatie reserves) hebben voornamelijk betrekking op doorbelaste personele lasten, de lasten voor groot onderhoud, kapitaallasten voor vervangingsinvesteringen en inhuurlasten. Daarnaast is op het programma een opslag voor apparaatskosten opgenomen.
2.2.2.2
Toelichting baten
De baten bestaan uit toegerekende dekkingsmiddelen.
2.3 Programma 2: Toezicht en handhaving 2.3.1
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?
Onze toezichthouders (BOA’s) zorgen ervoor dat onze inwoners en bezoekers prettig en veilig gebruik kunnen maken van onze recreatiegebieden en -voorzieningen. De toezichthouders zijn gastheer én handhaver en zetten zich in om overlast te voorkomen of bestrijden. De behoefte aan toezichthouders neemt toe, te meer omdat de politie steeds minder aanwezig is
in
het
buitengebied.
Onze
toezichthouders
handhaven
onze
eigen
verordening
(bestuursrechtelijk), maar hebben ook strafrechtelijke taken.
2.3.2
Wat mag het kosten?
Programma 2
Concept jaarrekening Begroting 2023 2022 (x 1.000) (x € 1.000)
Begroting 2024 (x € 1.000) 9
Lasten Baten
Saldo van baten en lasten
Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
525 126 399 0 0 399
De lasten kunnen als volgt gespecificeerd worden: Programma 2
886 902 -16 0 18 -34
Begroting 2024 (x € 1.000)
Doorbelaste personeelskosten Overige kosten lasten De baten kunnen als volgt gespecificeerd worden: Programma 2
808 720 88 0 1 87
540 268 808
Begroting 2024(x € 1.000)
Toegerekende deelnemersbijdrage baten
720 720
2.3.2.1 Toelichting lasten De lasten (inclusief mutatie reserves) hebben voornamelijk betrekking op doorbelaste personele lasten en inhuurlasten. Daarnaast is op het programma een opslag voor apparaatskosten opgenomen. 2.3.2.2 Toelichting baten De baten bestaan uit toegerekende dekkingsmiddelen.
2.4 Programma 3: Ontwikkeling 2.4.1 2.4.1.1
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? Werkgebied Stichtse Groenlanden
In 2019 heeft het schapsbestuur een meerjarig ontwikkel- en investeringsprogramma vastgesteld. De projecten uit dat programma hebben een lange doorlooptijd. Meerdere projecten hebben in 2020 en 2021 vertraging opgelopen, vooral als gevolg van de coronacrisis. Daarnaast konden projecten als gevolg van de transitie en beschikbare capaciteit niet opgepakt worden. We vatten de doelstellingen samen voor 2024. Werkgebied Stichtse Groenlanden programma A (SGL-A) - Maarsseveense Plassen Stichtse Vecht Opgave Visiediscussie/ resterende ontwikkelruimte: Bij het strandbad Maarsseveense Plassen (MVP) spelen meerdere vraagstukken van verschillende aard: technisch (veiligheid, onderhoud), bedrijfsmatig (exploitatie, marketing, ontwikkeling), maatschappelijk (algemene discussie aanbod zwemwater, accommodatie verenigingen). Prognose 2024 In de samenwerkingsovereenkomst tussen Stichtse Groenlanden en Staatsbosbeheer is voorzien in de ontwikkeling van een gezamenlijke toekomstvisie, met name waar gebieden van het recreatieschap en die van Staatsbosbeheer aan elkaar grenzen. Dat is bij de Maarsseveense Plassen het geval. Dit visietraject zou in 2024 doorlopen moeten worden en moeten leiden tot een meerjarig uitvoeringsprogramma. In dat verband is het logisch, dat de invulling van de resterende 10
ontwikkelruimte bij het strandbad MVP in 2024 nog ‘on hold’ staat. In de tussentijd begeleiden we vanuit het programma Ontwikkeling alleen de nieuwbouw van Utrechtse Kanoclub, waarvoor het bestuur van het recreatieschap in 2022 in principe groen licht gegeven heeft. Voor deze ontwikkeling is in de eerste plaats de kanoclub zelf verantwoordelijk. Werkgebied Stichtse Groenlanden programma A (SGL-A) - Oortjespad Plusplan Woerden Opgave Eind 2022 zijn door het recreatieschap de opstallen van de kinderboerderij verkocht aan Companen BV. Companen BV investeert de komende jaren in de verdere realisatie van het Oortjespad Plusplan. Vanuit het schap zal dit worden gemonitord op basis van de overeenkomsten, die in dit verband zijn gesloten tussen het recreatieschap en Companen BV. Prognose 2024 Als daar op basis van de monitoring aanleiding voor is, zal het bestuur worden betrokken bij de voortgang van de realisatie van het Oortjespad Plusplan door Companen BV. Werkgebied Stichtse Groenlanden programma A (SGL-A) - De Leijen De Bilt Opgave Ontwikkeling recreatief aanbod: In voorgaande jaren is met gebruik van subsidie geïnvesteerd in de renovatie en ontwikkeling van het recreatief aanbod op De Leijen. De ontwikkeling heeft in 2020 en 2021 om verschillende redenen stilgelegen.
Begin 2022 heeft het bestuur ingestemd met een projectplan voor de doorontwikkeling en is geprobeerd een tijdelijke, mobiele horecavoorziening te realiseren. Dat is niet gelukt. In 2023 wordt de uitvoering van het projectplan voortgezet. Prognose 2024 We blijven, conform het projectplan, inzetten op realisatie van een pleisterplaats als onderdeel van een groene entree. Dit blijft van belang in het kader van zonering en spreiding van recreatieve druk aan de rand van de Heuvelrug. We onderzoeken in 2023 of dit in de vorm van een vaste nieuwbouw kan, of dat een mobiele, tijdelijke oplossing beter past. Afhankelijk van de uitkomsten van dat onderzoek zullen we in 2024 mogelijk al een tijdelijke, mobiele oplossing hebben, of werken aan de realisatie van nieuwbouw. De oude, vervallen kiosk zullen we ook nog moeten (laten) slopen. Hiervoor onderhouden we contacten met grondeigenaar het Utrechts Landschap en wat betreft de beschikbaarheid van de grond houden we verder contact met grondgebiedsgemeente De Bilt wat betreft het planologisch kader en de bereikbaarheid en met geïnteresseerde en capabele ondernemers, wat betreft realisatie van nieuw aanbod. Op basis van die contacten worden overeenkomsten opgesteld en afgesloten, na afstemming met het bestuur van het recreatieschap.
Werkgebied Stichtse Groenlanden programma A (SGL-A) - Noorderpark Ruigenhoek Utrecht / De Bilt | Oefengolfcentrum Opgave Vestiging/ realisatie van een oefengolfcentrum in Noorderpark Ruigenhoek op de locatie waar al in de inrichtingsplannen van dit gebied uit de jaren ‘00 een golfvoorziening beoogd was. Prognose 2024 De ontwikkelaar is in 2021 op eigen risico gestart met de bouw van het oefengolfcentrum. In het voorjaar van 2022 heeft hij een pannenkoekenrestaurant gerealiseerd, dat sindsdien in bedrijf is. Rond de realisatie en ingebruikneming van de overige onderdelen van het oefengolfcentrum is veel politiek-bestuurlijke en maatschappelijke commotie. De ontwikkeling is moeilijk voorspelbaar. Ontwikkelaar heeft zelf aangegeven, dat hij nog tot in 2024 nodig zal hebben om de golfbanen te realiseren. Deze ontwikkeling blijft aandacht vragen op basis van de in 2021 gesloten ondererfpachtovereenkomst. Werkgebied Stichtse Groenlanden programma A (SGL-A) - Strijkviertel Utrecht Opgave Ontwikkeling nieuw recreatieconcept: een nieuwe horecavoorziening met strand aan de Noordzijde van de Strijkviertelplas met daarbij nieuwe recreatieve voorzieningen op en rond het water. Voor het recreatieschap is daarbij ook de uitbreiding van parkeercapaciteit een aandachtspunt.
Daarnaast heeft het bestuur in 2022 besloten samen te werken met de gemeente Utrecht in de ontwikkelingen aan de (Zuid-)Oostkant van de plas. Het gaat daarbij om het veranderen van de wandel- en fietspadenstructuur en de realisatie van een nieuwe zone met openbaar recreatieaanbod aan het water. Prognose 2024 2023 staat in het teken van het afronden van de ontwerpen voor zowel de Oostoever als die van de Noordoever. Als de planologische trajecten goed worden doorlopen en er duidelijkheid is over de oplossing van de parkeeropgave, kan in 2024 mogelijk gestart worden met realisatie. Werkgebied Stichtse Groenlanden programma A (SGL-A) - Salmsteke Lopik Opgave 11
Herinrichting uiterwaard in combinatie met versterking Lekdijk. Prognose 2024 Op 22 juni 2022 is gestart met de feitelijke uitvoering van het project. De verwachting is, dat de heringerichte uiterwaard, inclusief horecaterp, nieuwe boothelling en zwemplas in het voorjaar van 2023 wordt opgeleverd. Daarna wordt gewerkt aan de dijkversterking. In de tussentijd zal namens het recreatieschap een ondernemer zijn of worden geworven voor de realisatie van de nieuwe horecavoorziening. De daadwerkelijke realisatie van die nieuwe voorziening zal zeker doorlopen tot in 2024. In 2024 moeten we dan ook nog de kaart van Salmsteke., die hoort bij de verordening van het recreatieschap, aanpassen aan de nieuwe eigendomsverhoudingen in het terrein. We gaan ervanuit, dat dat onderdeel uitmaakt van een integrale actualisering van de verordening van het recreatieschap. Werkgebied Stichtse Groenlanden programma A (SGL-A) - Laagraven Houten / Nieuwegein Opgave Gebiedssamenwerking en -ontwikkeling o.a. van de gronden van Heemstede Noord. Prognose 2024 In overleg met de provincie en betrokken gemeenten is voorlopig afgezien van integrale ontwikkeling van Heemstede-Noord. Er is behoefte om die ontwikkeling in te bedden in de ontwikkeling van Laagraven als geheel, in aansluiting op o.a.de ontwikkeling van de A12 zone. De prognose voor 2024 is op dit moment onduidelijk.
Ondertussen kunnen we langs de rand van het gebied wat kleine recreatieve voorzieningen worden realiseren, aanvullend aan de wandelstrook langs de Heemsteedseweg, die we in 2022 hebben gerealiseerd. We denken aan rustpunten, zoals een bank of picknicktafel en kleine landschapselementen, zoals een haag of struweel. Daarbij is wel van belang, dat die nieuwe voorzieningen de totale ontwikkeling van Heemstede Noord niet in de weg zitten. In 2024 moeten we bij de beoogde, integrale actualisering van de verordening van het recreatieschap het terrein Heemstede Noord toevoegen. Werkgebied Stichtse Groenlanden programma A (SGL-A) - Hampoort / de Rivier Utrecht Opgave Ontwikkeling recreatieconcept, realisatie pleisterplaats met recreatieve voorzieningen. Prognose 2024 De grondoverdracht van de Provincie Utrecht naar het recreatieschap bleek ingewikkelder dan gedacht. Aanleiding hiervoor was het zogenaamde Didam-arrest van de Hoge Raad van eind 2021 en de interpretatie daarvan. Inmiddels is de verwachting, dat de gronden voor de ontwikkeling van Hampoort in de eerste helft van 2023 overgedragen kunnen worden. De ontwikkeling van de pleisterplaats schuift daarmee door naar de tweede helft van 2023 en zal doorlopen in 2024. In 2024 hebben we naar verwachting een geactualiseerd kader voor de ontwikkeling van Hampoort.
Binnen dat kader zullen we marktpartijen benaderen voor een passend aanbod voor horeca en vrijetijdsbesteding op deze locatie. Werkgebied Stichtse Groenlanden programma A (SGL-A) - Nedereindse Plas Utrecht / Nieuwegein / IJsselstein Opgave Doorontwikkeling van de recreatieve voorzieningen op de landdelen van het gebied Nedereindse Plas. Prognose 2024 In een intensieve samenwerking met gemeente Utrecht, provincie, gemeenten IJsselstein en Nieuwegein en vele stakeholders worden de landdelen van het gebied Nedereindse Plas recreatief doorontwikkeld. In 2023 wordt naar verwachting een middellange termijn ruimtelijke ontwikkelvisie opgeleverd, waarin ook onderwerpen als mobiliteit, energielandschap zijn meegenomen. Er wordt in het kader van Groen groeit mee ook een relatie gelegd met blauwgroene ontwikkeling in het Hollandse IJsselgebied, Hollandse IJsselbos en omgeving. In de tussentijd doen we op de korte termijn al ingrepen, nemen we ‘no-regret’ maatregelen om het recreatief gebruik van het inmiddels als Nedereindse Park aangeduide gebied aantrekkelijker te maken. Daarbij maken we gebruik van de subsidie, die voor dit doel door de provincie beschikbaar is gesteld.
Bij de beoogde, integrale actualisering van de verordening van het recreatieschap in 2024 nemen we een voorstel voor aanpassing van de grenzen van dit gebied mee, zodat de verordening niet langer van toepassing is op de Randdijk in IJsselstein. Werkgebied Stichtse Groenlanden programma A (SGL-A) - Tull en ’t Waal/ Honswijkerplas Opgave De ontwikkeling van deze terreinen is afhankelijk van de verbetering van de ontsluiting ervan. We verwachten dat er in 2023 in het kader van de versterking van de Lekdijk belangrijke besluiten 12
worden genomen over de verkeerscapaciteit en daarmee de ontwikkelmogelijkheden voor deze terreinen. Prognose 2024 Op basis van contact met gemeente Houten en HDSR blijkt, dat de verkeerskundige aanpassingen zijn voorzien als onderdeel van het dijkversterkingsproject en dat die werkzaamheden in 2025 zijn gepland om te starten. In de tussentijd komen allerlei vraagstukken rond beheer en exploitatie van de betreffende schapsterreinen aan de orde. Dat gebeurt mede naar aanleiding van initiatieven van derden. Zo is er een initiatief van omwonenden met betrekking tot de boomgaard en wil een aantal medeoverheden aan de gang met natuurontwikkeling in de directe omgeving. Hierbij doen zich ook in 2024 kansen en uitdagingen voor, die zullen moeten worden opgepakt. We onderhouden de contacten in de omgeving en spelen in op kansen. Als kansen concreet kunnen worden uitgewerkt in plannen zullen we deze voorleggen aan het bestuur van het recreatieschap.
Werkgebied Stichtse Groenlanden programma B (SGL-B) - De basis op orde | Vervangen beschoeiingen zandeilanden en legakkers Opgave Vervangen van de beschoeiingen tranche 2 en 3 en restant tranche 1. Door stikstofproblematiek, het benodigde jaarrond flora- en faunaonderzoek en gebrek aan capaciteit heeft het vervangen van de beschoeiingen vertraging opgelopen. Door kostenstijgingen is het resterende budget niet voldoende voor de resterende opgave. In 2023 is gewerkt aan een aangepast plan, waarbij uitgangspunt is dat -met het resterende budget- de meest urgente locaties als eerste worden aangepakt en dat voor de resterende locaties een plan wordt uitgewerkt, mede op basis van de ervaringen die worden opgedaan via een pilot met natuurvriendelijke oevers. Deze pilot is in 2023 in gang gezet, evenals het benodigde flora en fauna onderzoek. Prognose 2024 In 2024 besteden we het werk voor de meest urgente locaties aan. Afhankelijk van de eerste resultaten van de pilots met natuurvriendelijke oevers, werken we in 2024 een plan uit voor de resterende opgave. Werkgebied Stichtse Groenlanden programma B (SGL-B) - De basis op orde | Entrees gebied Opgave Het maken van een investeringsplan voor de verbetering van de herkenbaarheid en inrichting van de entree. Het gaat hier met name om informatieborden en aanpassen/opknappen van de opritten van de parkeerterreinen.
Prognose 2024 In 2023 is een plan gemaakt om de welkomstborden op schapsterreinen te vervangen, nu de transitie een feit is. Na vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan wordt duidelijk welke voorzieningen uit het Ontwikkelscenario planologisch haalbaar lijken en aan de hand daarvan maken we een plan voor de benodigde aanpassingen aan de entrees (o.a. opritten, parkeerplaatsen). Werkgebied Stichtse Groenlanden programma B (SGL-B) - De basis op orde | Legakkers; naleven afspraken vervangen beschoeiing Opgave Er zijn nog enkele legakkereigenaren die de beschoeiingsplicht uit de verkoop van 2017 nog niet (volledig) zijn nagekomen. Deze eigenaren geven aan de beschoeiingen wel alsnog te willen realiseren. Met deze eigenaren zijn afspraken gemaakt dat de beschoeiingen alsnog worden gerealiseerd. Prognose 2024 Met de betreffende eigenaren zijn afspraken op welke datum de beschoeiingsplicht zal zijn nagekomen. Er is in kaart gebracht hoe hier privaatrechtelijk op kan worden gehandhaafd. Indien nodig voeren we in 2024 verdere handhavingsacties uit. Werkgebied Stichtse Groenlanden programma B (SGL-B) - De basis op orde | Compensatie natuurvriendelijke oevers Opgave Waternet heeft in 2017 een vergunning voor de verkoop van de legakkers afgegeven op voorwaarde dat het Recreatieschap minimaal 150 meter ‘natuurvriendelijke oever’ realiseert. De 13
voorbereiding heeft in 2021 plaatsgevonden. Prognose 2024 In overleg met Waternet wordt gekeken waar de compensatie plaats kan vinden. In 2024 starten we met de realisatie. Werkgebied Stichtse Groenlanden programma B (SGL-B) - De basis op orde | Actualisatie Verordening Opgave In 2020 heeft het DB besloten dat de verordeningen van Stichtse Groenlanden en van Vinkeveense Plassen worden geactualiseerd en de regelgeving geharmoniseerd. Dit project is on hold gezet in verband met de transitie. Prognose 2024 In 2023 is een plan gemaakt om, in een integrale aanpak, de regelgeving voor SGL A en B te actualiseren en harmoniseren. In 2024 wordt de regelgeving van, zowel SGL A als SGL B, aangepast. Werkgebied Stichtse Groenlanden programma B (SGL-B) - Recreatieve ontwikkeling (van de zandeilanden) | Ontwikkelscenario Opgave In het Ontwikkelscenario zijn verschillende ontwikkelingen opgenomen om tezamen minimaal 78K vanaf 2024 structureel te verdienen/besparen. De meeste ontwikkelingen moeten een plek krijgen in het nieuwe bestemmingsplan, voordat tot uitvoering kan worden overgegaan. Het bestemmingsplan zal naar verwachting in 2023 vastgesteld worden. Aangezien in het concept-voorontwerp het ontwikkelscenario slechts gedeeltelijk is opgenomen, is al duidelijk dat langs deze weg de 78K niet zal worden gerealiseerd.
Prognose 2024 In 2023 is een tijdelijke locatie voor de duikwinkel gerealiseerd op eiland 4. In 2024 wordt verder gewerkt aan een plan voor de langere termijn (multifunctioneel gebouw). Ook streven we in 2024 weer naar het realiseren van een foodtruck. Zodra het bestemmingsplan is vastgesteld, kan uitvoering worden gegeven aan de maatregelen uit het ontwikkelscenario die door het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. In 2023 gaan we kijken welke maatregelen we nog meer kunnen nemen om de extra opbrengsten c.q. besparing van € 78.000 te realiseren. Werkgebied Stichtse Groenlanden programma B (SGL-B) - Recreatieve ontwikkeling (van de zandeilanden) | Snelvaren Opgave Het invoeren van de beleidsmaatregel snelvaren is een bevoegdheid van het Recreatieschap. Na kennis te hebben genomen van de wensen en bedenkingen van de gemeenteraad van De Ronde Venen, heeft het DB van het Recreatieschap in het eerste kwartaal 2021 besloten om de maatregel snelvaren niet door te voeren. Prognose 2023 Er wordt in 2024 geen uitvoering gegeven aan het project. Werkgebied Stichtse Groenlanden programma B (SGL-B) - Recreatieve ontwikkeling (van de zandeilanden) | Betaald parkeren Opgave Er is in 2021 een businesscase opgesteld voor de maatregel betaald parkeren. Het invoeren hiervan is on hold gezet in afwachting van de recreatieve mogelijkheden die het nieuwe bestemmingsplan zal bieden.
In 2023 heeft de stuurgroep VV aangegeven de invoering van deze maatregel opnieuw te willen agenderen, los van de ontwikkelingen rondom het bestemmingsplan. Prognose 2024 In 2023 is de mogelijkheid om betaald parkeren in 2024 in te voeren, verder verkend en de uitkomsten daarvan voorgelegd aan stuurgroep en DB. In deze begroting ’24 is daarom nog geen rekening gehouden met de investeringen en/of jaarlijkse kosten die met invoering gemoeid zijn. Werkgebied Stichtse Groenlanden programma B (SGL-B) - Maatschappelijke verbreding | Pilots verzonken (blauwe) legakkers Opgave Pilot met Vissenbossen: De monitoring van de afgelopen jaren wijst uit dat deze pilot geslaagd is. 14
Pilot met Kooiconstructie: In 2023 vindt herstel plaats van de kooiconstructie, die na een storm schade heeft opgelopen. Deze pilot heeft tot doel het zichtbaar maken van de verzonken legakker en herstel van natuurlijke waarden. Prognose Pilot met Kooiconstructie: In 2024 monitoren we effecten op de natuurlijke waarden. De ervaringen met de vissenbossen worden meegenomen bij de planvorming over de verzonken legakkers. Werkgebied Stichtse Groenlanden programma B (SGL-B) - Recreatieve ontwikkeling (van de zandeilanden) | Liggeld Opgave In de financiële doorrekening bij het ontwikkelscenario, is de mogelijkheid meegenomen om liggeld te vragen aan passanten die aan de eilanden liggen. Bij de berekening van de kosten en baten destijds, is ervan uitgegaan dat toezicht kon plaatsvinden in combinatie met toezicht op snelvaren. Snelvaren wordt niet ingevoerd. Insteek was om de ervaringen bij de Loosdrechtse Plassen met het invoeren van een vaarvignet af te wachten, om die ervaring te gebruiken bij het invoeren van het (digitaal) liggeld heffen voor de aanlegplaatsen bij de zandeilanden in de Vinkeveense Plassen. De ontwikkeling in de Loosdrechtse Plassen heeft niet plaatsgevonden. Omdat de verwachte opbrengsten in het Ontwikkelscenario voor het heffen van liggeld niet hoog zijn, heeft de stuurgroep in juni 2021 verzocht om uitvoering van deze maatregel voorlopig on hold te zetten.
In 2023 heeft de stuurgroep VV aangegeven de invoering van deze maatregel opnieuw te willen agenderen. Prognose 2024 Afhankelijk van de uitkomsten van de verkenning en de bespreking daarvan in de stuurgroep en het DB zal besloten worden of, en zo ja op welke manier, het heffen van liggeld wordt ingevoerd. In deze begroting ’24 is nog geen rekening gehouden met de investeringen en/of jaarlijkse kosten die met invoering gemoeid zijn. Werkgebied Stichtse Groenlanden programma B (SGL-B) – Maatschappelijke verbreding | Duurzaamheid Opgave Bij de uitvoering van het ontwikkelscenario voor de zandeilanden wordt onderzocht of de voorzieningen zelfvoorzienend kunnen worden ten aanzien van energie, water en riolering. Voor zover mogelijk wordt dit meegenomen als randvoorwaarde bij verdere recreatieve ontwikkelingen. Prognose 2024 Na vaststelling van het bestemmingsplan wordt duidelijk welke voorzieningen in het Ontwikkelscenario planologisch haalbaar zijn. Zodra uitvoering gegeven kan worden aan het Ontwikkelscenario en er voorzieningen worden gerealiseerd, wordt duurzaamheid voor zover mogelijk meegenomen als randvoorwaarde voor de ontwikkeling van de zandeilanden.
2.4.2
Wat mag het kosten?
Programma 3
Lasten Baten
Saldo van baten en lasten
Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
Concept jaarrekening 2022 (x € 1.000) 32 11 21 0 0 21
Begroting 2023 (x € 1.000) 116 118 -2 0 0 -2
Begroting 2024 (x € 1.000) 106 94 12 0 0 12
15
De lasten kunnen als volgt gespecificeerd worden: Programma 3
Begroting 2024 (x € 1.000)
Doorbelaste personeelskosten Overige kosten
44 62 106
lasten
De baten kunnen als volgt gespecificeerd worden: Programma 3
Begroting 2024 (x € 1.000)
Toegerekende deelnemersbijdrage baten
94 94
2.4.2.1 Toelichting lasten De lasten (inclusief mutatie reserves) hebben betrekking op afschrijvingslasten inzake projecten, voor zover deze niet worden gedekt door subsidies en/of de bestemmingsreserves. 2.4.2.2 Toelichting baten De baten bestaan uit toegerekende dekkingsmiddelen.
2.5 Programma 4: Exploitatie 2.5.1
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?
De exploitatie van het recreatieschap betreft het uitbaten van bezittingen, via erfpacht-, opstal, huur- en gebruiksovereenkomsten. Erfpachtovereenkomsten worden voor een lange termijn aangegaan, huur- en gebruiksovereenkomsten zijn vaak voor een korte(re) termijn. Daarnaast kan het schap leges heffen. Exploitatie biedt de mogelijkheid om de recreatieve meerwaarde van het gebied te vergroten en/of meer inkomsten te genereren. Het schap heeft voor het werkgebied Stichtse Groenlanden hier in 2013 beleidsdoelstellingen op geformuleerd en deze worden waar mogelijk vertaald in plannen. Het werkgebied Vinkeveense Plassen (programma B) heeft wel een verdienopgave geformuleerd om de financiële gevolgen van het uittreden van Amsterdam op te vangen. Het programma Vinkeveense Plassen richt zich op het realiseren van deze verdienopgave.. De missie van het recreatieschap is het (helpen) realiseren van openbaar toegankelijke recreatiegebieden. Recreatie-ondernemers spelen hierbij een belangrijke rol. Dit wordt opgepakt in ons beleid inzake de uitgifte in erfpacht van delen van recreatieterreinen aan ondernemers en exploitanten, zoals bijvoorbeeld het realiseren en onderhouden van parkeerterreinen en het gratis beschikbaar stellen van toiletvoorzieningen. Onze mogelijkheden hiertoe worden per project (in de ontwikkelfase) verkend en vastgelegd.
2.5.1.1 Erfpachtovereenkomsten werkgebied Stichtse Groenlanden Het schap heeft erfpachtovereenkomsten met o.a. SpaSereen en InnStyle bij de Maarsseveense Plassen, Down Under bij Laagraven, Kameryck op Oortjespad, Skipiste Nieuwegein en de Wielercoöperatie bij de Nedereindse Plas en op Ruigenhoek hebben we de Forelvijver. Voor 16
Ruigenhoek, Strijkviertel en Hampoort Heemstede Noord worden voorbereidingen getroffen om overeenkomsten te vestigen. Deze exploitanten dragen voor een belangrijk deel bij aan de recreatievoorzieningen en -mogelijkheden op een terrein en vormen een belangrijke bron van inkomsten. 2.5.1.2 Het
Erfpachtovereenkomsten werkgebied Vinkeveense Plassen
schap
heeft
erfpachtovereenkomsten
voor
de
horeca
op
eiland
1
en
de
Watersportvereniging Vinkeveen-Abcoude op eiland 4. 2.5.1.3
Huur- en gebruiksovereenkomsten werkgebied Stichtse Groenlanden
Huur- en gebruiksovereenkomsten worden aangegaan voor verschillende activiteiten. Terreinen worden geheel of gedeeltelijk in gebruik gegeven of verhuurd voor festivals (waaronder Ultrasonic, Soenda, Verknipt en Lief), snackuitgifte, jacht- en visrecht, (sport)evenementen (zoals de Triatlon, een roeikamp en een volleybaltoernooi), het laten weiden van schapen en koeien. Het gaat om zeer diverse overeenkomsten voor (regelmatig terugkerende) eenmalige activiteiten of korte termijn gebruik. 2.5.1.4 Leges, huur- en gebruiksovereenkomsten werkgebied Vinkeveense Plassen Het schap ontvangt inkomsten (leges) uit de verkoop van waterskiontheffingen en duikpenningen voor
het
gebruik
van
de
duikzone
op
eiland
4.
Daarnaast
worden
huur-
en
gebruiksovereenkomsten aangegaan voor het gebruik van de eilanden, jacht- en visrecht, snackuitgifte en het gebruik van (een deel van) het eiland voor een activiteit zoals groepskamperen (eiland 9) en evenementen zoals de rommelmarkt, eilandgolf en Rap en Ruig.
17
2.5.2
Wat mag het kosten?
Programma 4
Lasten Baten
Saldo van baten en lasten
Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
Concept jaarrekening 2022 (x € 1.000) 1.144 2.779 -1.635 127 113 -1.621
Begroting 2023 Begroting 2024 (bedragen (bedragen x € 1.000) x € 1.000)
De lasten kunnen als volgt gespecificeerd worden: Programma 4
1.273 2.556 -1.283 50 98 -1.331
Begroting 2024 (x € 1.000)
Doorbelaste personeelskosten Rente en afschrijvingen Publiciteits- en overige kosten Inhuur personeel van derden Energie- en waterkosten1 Overige kosten lasten De baten kunnen als volgt gespecificeerd worden: Programma 4
1.155 2.362 -1.207 50 98 -1.255
244 444 190 133 92 52 1.155
Begroting 2024 (x € 1.000)
Toegerekende deelnemersbijdrage Opbrengsten van eigendommen Opbrengsten van rechten Overige baten baten
1.129 994 103 136 2.362
Met het gerealiseerde resultaat van programma 5 worden de tekorten op de andere programma’s gedekt. 2.5.2.1 Toelichting lasten De lasten (inclusief mutatie reserves) bestaan voornamelijk uit doorbelaste personele kosten, afschrijvingen op vaste activa, inhuur personeel en communicatie en marketing. 2.5.2.2
Toelichting baten
De baten die gemoeid zijn met programma 4 exploitatie bestaan voornamelijk uit de toegerekende dekkingsmiddelen en de opbrengsten van eigendommen (huur, pacht en entreegelden).
2.6 Programma 5: Algemeen (incl. overhead) 2.6.1
Wat willen we bereiken?
Programma 5 is een beleidsarm programma. Naast de algemene dekkingsmiddelen en de post onvoorzien zijn tevens de lasten voor overhead opgenomen.
2.6.2
Wat gaan we daarvoor doen?
1 Post verdubbeld t.o.v. 2022 als gevolg van hogere energielasten
18
Programma 5 is een beleidsarm programma.
2.6.3
Wat mag het kosten?
Programma 5 Concept jaarrekening Begroting 2023 2022 (x € 1.000) (x € 1.000) Lasten Baten
3.260 3.816 -556 1.110 1.296 -742
Saldo van baten en lasten
Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
Begroting 2024 (x € 1.000)
1.461 0 1.461 0 350 1.111
De lasten kunnen als volgt gespecificeerd worden: Programma 5
1.309 0 1.309 0 419 890
Begroting 2024 (x € 1.000)
Doorbelaste personeelskosten Incidentele kosten transformatie Overige kosten
810 350 149 1.309
lasten
2.6.3.1 Toelichting lasten De lasten (inclusief mutatie reserves) bestaan voornamelijk uit doorbelaste personele lasten en apparaatskosten. 2.6.3.2
Toelichting baten
Er zijn geen baten in 2024. 2.6.3.3 Overzicht algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen zijn die inkomsten die geen specifiek bestedingsdoel kennen. Het BBV schrijft voor een overzicht algemene dekkingsmiddelen op te nemen. In onderstaand overzicht worden de bedragen voor de begroting van 2023 t/m 2027 weergegeven. evenals realisatiecijfers van 2022. Omdat conform de regeling taakvelden de deelnemersbijdrage toegerekend dient te worden aan de taakvelden waaraan zij besteed wordt, is bij het recreatieschap geen sprake van algemene dekkingsmiddelen.
Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is Algemene uitkeringen Dividend Saldo financieringsfunctie Overige algemene dekkingsmiddelen
2022 realisatie
2023 begroting -
2024 begrotin g -
2025 begrotin g -
2026 begrotin g -
2027 begrotin g -
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
19
-
Totaal algemene dekkingsmiddelen
2.6.3.4
-
-
-
-
-
Bedrag onvoorzien
Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording is het verplicht het jaarlijks opgenomen bedrag voor onvoorziene lasten in de begroting afzonderlijk te presenteren. De omvang van de post onvoorzien is gebaseerd op 0,1% van de totale lasten en bedraagt gemiddeld € 6.500 over 2023 tot en met 2027.
Post onvoorzien In % totale lasten 2.6.3.5
Concept jaarrekenin g 2022
2023 begrotin g
2024 begrotin g
2025 begrotin g
2026 begrotin g
2027 begrotin g
6.300 0,1%
6.700 0,1%
6.300 0,1%
6.400 0,1%
6.500 0,1%
6.600 0,1%
Overzicht overhead
Met ingang van de begroting 2018 moeten gemeenschappelijke regelingen overhead centraal begroten en verantwoorden in de begroting en jaarstukken. Onder overhead wordt verstaan het geheel van functies gericht op sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Enkele voorbeelden van overhead zijn: leidinggevende primair proces, juridische zaken, facilitaire zaken, ICT, huisvesting en financiën, toezicht en controle op de eigen organisatie. Deze werkzaamheden worden voor het Recreatieschap uitgevoerd door Staatsbosbeheer. Het is verplicht een overzicht van kosten van overhead op te nemen. In onderstaand overzicht is aangegeven hoeveel de overhead bedraagt: Overzicht overhead Lasten
Begroting 2024 (bedragen x €1.000) 1.308
Baten
Saldo van baten en lasten
0 -1.308
Onttrekkingen aan reserves Toevoegingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
0 0 -1.308
Van de € 1.308.000 aan opgenomen overhead heeft € 350.000 betrekking op de transitie.
20
3 Paragrafen Op grond van het BBV is het verplicht om voor zeven programma-overschrijdende thema’s verantwoording af te leggen in een afzonderlijke paragraaf. Voor SGL geldt dat, gelet op de aard van de activiteiten van SGL, niet alle paragrafen van toepassing zijn. Om die reden zijn alleen die paragrafen opgenomen die van toepassing zijn. Paragaaf Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid
Wel/niet opgenomen Niet Wel
Toelichting
Wel Wel Wel Wel Niet
Zie §3.2 Zie §3.3 Zie §3.4 Zie §3.5 SGL voert geen actief of passief grondbeleid.
SGL heeft geen lokale gemeentelijke belastingen Zie §3.1
3.1 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.1.1
Generieke risico’s
De risico’s van het recreatieschap hebben zowel betrekking op de te realiseren exploitatieopbrengsten, als op de kosten voor beheer & onderhoud vanwege achterstallig onderhoud, klimaatveranderingen en kostenstijging als gevolg van de aantrekkende economie. Binnen recreatieschap Stichtse Groenlanden zijn de risico’s per programma waar nodig beschreven. De generieke risico’s voor geheel het schap worden hieronder als eerste weergegeven. 1 2 3 4 5
Omschrijving risico Rente Klimaatverandering Uitkomsten inspecties MJOP Hoge inflatie Doorlopende garantietoelagen Totaal
Bedrag
30.000 85.000 PM
Wanneer 2023 e.v. 2023 e.v. 2023 e.v.
Frequentie Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks
PM PM
2023 e.v. 2023 e.v.
Jaarlijks Vanaf 2029
115.000
1. Rente Het rentepercentage voor het aangaan van vaste geldleningen is voor 2024 geraamd op 2,5%. Op basis van de thans geldende rente voor langlopende leningen moet dat ruim voldoende zijn, maar de markt kan zich altijd anders ontwikkelen. Een rentepercentage van 1,0% hoger bij de huidige leningenportefeuille betekent extra lasten van € 30.000 per jaar. Dit risico is ingeschat op € 30.000 2. Klimaatverandering Een belangrijke tendens is te zien in de merkbare gevolgen van klimaatveranderingen voor de onderhoudsmaatregelen en de noodzaak van piekopvang daarbinnen. Er moet rekening worden gehouden met de volgende aspecten die extra kosten met zich meebrengen:
21
•
Langer en veranderd seizoen (meer (zwerf) afval, extra maaibeurten, bewateren, stormschade);
• •
wateroverlast (zoals ondergelopen parkeerterreinen en beschadiging van beplanting); ontwikkeling van ziektes en exoten (de bestrijding van essentaksterfte -kap + herplant - en de steeds eerdere ontwikkeling van blauwalg).
22
Dit soort situaties zijn in het verleden voorgevallen en daarmee een realistisch gegeven voor de komende jaren. Het risico is geraamd op € 85.000. 3. Uitkomsten inspecties MJOP In de jaarrekening 2019 is de voorziening groot onderhoud vrijgevallen omdat onvoldoende aansluiting bestond tussen de administratieve en de technische staat van het onderhoud. In 2020 en 2021 zijn inspecties uitgevoerd naar de technische staat van het onderhoud. In 2022 is het MJOP verder geactualiseerd, en worden aanvullende inspecties uitgevoerd. Het risico bestaat dat uit de inspecties blijkt dat de kosten voor onderhoud hoger zullen zijn dan nu in de begroting opgenomen. Omdat via de inspecties dit inzicht verkregen wordt is het op dit moment niet mogelijk het risico te kwantificeren 4. Hoge inflatie Na de hoge inflatiecijfers van 2023 heeft het recreatieschap te maken met sterk oplopende inflatiecijfers. In deze begroting is rekening gehouden met de indexering uit de kadernota 2024, dit lijkt echter onvoldoende om alle prijsstijgingen te compenseren. In deze begroting is wel rekening gehouden met prijsstijgingen op energie (de raming van de energiekosten is verdubbeld ten opzichte van 2022), maar op de andere kostensoorten bestaat het risico dat door de hogere inflatie de geraamde lasten te laag zijn.
In de loop van het jaar zal bekeken worden wat de consequenties zijn van de te laag geraamde lasten. 5. Doorlopende garantietoelagen In het sociaal plan dat voor de opheffing van RMN is opgesteld, zijn afspraken gemaakt over compensatie van beloningsverschillen in de vorm van garantietoelagen die het personeel van RMN ontvangt vanaf het moment dat zij in dienst treden bij SBB. De kosten die hiermee samenhangen zijn opgenomen in de liquidatiebegroting en daarmee gedekt in de eerste begrotingswijziging SLG 2022. De afspraken met Staatsbosbeheer over de garantietoelagen lopen zes jaar in de periode 2023-2028. Het risico bestaat dat ook na die periode nog garantietoelagen moeten worden opgenomen in de lasten van het schap. De omvang van dit risico is op dit moment nog niet in te schatten.
3.1.2
Risico’s werkgebied Stichtse Groenlanden
In onderstaande tabel zijn de belangrijkste risico’s van programma A opgenomen. 6
Omschrijving risico Erfpacht & huur (niet nagekomen verplichtingen)
Bedrag 125.000
Wanneer 2024 e.v.
Frequentie Jaarlijks
6. Erfpacht & huur (niet nagekomen verplichtingen) De geraamde omzet uit erfpacht, verhuur en evenementen bedraagt ongeveer € 500.000. Het risico dat de exploitanten niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen, is aanwezig. Het risico wordt geschat op 25% van de omzet, zijnde € 125.000. Het percentage van 25% is gebaseerd op aannames en berekeningen uit het verleden. In 2024 gaan we onderzoek doen naar een juiste onderbouwing van dit percentage.
23
3.1.3
Risico’s werkgebied Vinkeveense Plassen
In onderstaande tabel zijn de belangrijkste risico’s van programma B opgenomen. Omschrijving risico Exploitatie zandeilanden VVP Aanbesteding vervangen beschoeiingen VVP Totaal
7 8
Bedrag 78.000
Wanneer 2023 e.v.
Frequentie Jaarlijks
PM
2019 e.v.
Tot afronding beschoeiingsproject
78.000
7. Exploitatie zandeilanden In het Toekomstplan VVP is rekening gehouden met een netto opbrengst van de exploitatie van de zandeilanden van minimaal € 78.000 per jaar in 2023/2024 (Toekomstplan, H7). Er is een groot risico dat de opbrengsten niet haalbaar blijken, ook omdat het dagelijks bestuur heeft besloten om de beleidsmaatregel ‘invoeren snelvaren’ te stoppen door het ontbreken van draagvlak binnen de gemeente. Ontwikkeling van de zandeilanden is mede afhankelijk van het nog vast te stellen herziene bestemmingsplan door gemeente De Ronde Venen. De planning hiervan is vertraagd. Vaststelling door de raad wordt nu verwacht in 2023. Dit geeft een onzeker toekomstbeeld, omdat de jaren gaan dringen. Het schap levert door het aanstellen van een programmamanager en een projectleider zoveel mogelijk inspanning dat zo snel mogelijk (moment van wegvallen bijdrage Amsterdam) sprake is van een gezonde exploitatie van het voormalig recreatieschap Vinkeveense Plassen. 8. Aanbesteding vervangen beschoeiingen VVP De aanbesteding van de 1e tranche is geweest. Het bedrag per meter is hoger uitgevallen dan in het Toekomstplan was berekend. Daar tegenover staat dat we door de verkoop van legakkers minder meters hoeven te worden beschoeid. De verwachting is dat de aanbesteding voor de 2e tranche aanzienlijk hoger zal uitvallen als de 1e tranche.
Dit heeft onder andere met de aantrekkende markt en kostenstijging van materiaal e.d.. Mogelijk compenseert de minder kosten van de aanleg van het gedeelte Natuurvriendelijke Oever de te verwachten hogere kosten van de harde beschoeiingen. Tranche
2
en
3
zullen
zo
snel
mogelijk
Europees
worden
aanbesteed
als
de
omgevingsvergunning is verleend. Omdat sprake is van een risico ten aanzien van de aanbesteding is het niet mogelijk hiervoor een concreet bedrag te benoemen.
3.1.4
Conclusie risico’s recreatieschap
In de onderstaande tabel is een totaaloverzicht weergegeven van de risico’s voor recreatieschap Stichtse Groenlanden en de financiële inschatting van deze risico’s. Het totaalbedrag komt uit op € 318.000. 1 2 3 4 5 6
Omschrijving risico Rente Klimaatverandering Uitkomsten inspecties MJOP Hoge inflatie Doorlopende garantietoelagen Erfpacht & huur (niet nagekomen
Bedrag 30.000 85.000 PM PM PM 125.000
Wanneer 2023 e.v. 2023 e.v. 2023 e.v. 2023 e.v. 2023 e.v. 2023 e.v.
Frequentie Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Vanaf 2029 Tot 24
verplichtingen) 7 8
78.000 PM
2023 e.v. 2023 e.v.
definitieve tekening Jaarlijks Tot afronding beschoeiingsproject
9
Exploitatie zandeilanden VVP Aanbesteding vervangen beschoeiingen VVP Totaal
3.1.5
Inventarisatie en toelichting beschikbare weerstandscapaciteit
318.000
De weerstandscapaciteit is het totaal aan middelen waarover het recreatieschap beschikt om niet begrote financiële tegenvallers op te vangen. Net als tegenvallers kan ook de weerstandscapaciteit
worden
onderverdeeld
in
incidenteel
en
structureel.
Incidentele
weerstandscapaciteit is aanwezig in de vorm van begrotingsposten voor onvoorzien en aanwezige reserves met een weerstandsfunctie. Structurele weerstandscapaciteit betreft de middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. Het gaat dan - naast de mogelijkheid van herschikking binnen bestaande budgetten- om de heffingscapaciteit van het recreatieschap. De omvang van de incidentele en de structurele weerstandscapaciteit worden hieronder gepresenteerd. 3.1.5.1
Incidentele weerstandscapaciteit
Algemene reserve (inclusief verwerking van geraamd resultaat) Stille reserves materiële vaste activa2 Post onvoorzien in de begroting Totaal incidentele weerstandscapaciteit Structurele weerstandscapaciteit Beschikbaar per 31-12-2023 Onbenutte ruimte heffingen 0 Heroverweging bestaand beleid P.M. 0 Totaal structurele weerstandscapaciteit
3.1.5.2
Begroot 2024 662.712 P.M. 6.300 669.012
Begroot 2024 0 P.M. 0
Onbenutte ruimte leges en heffingen Voor zover de hoogte van leges en andere heffingen niet gebonden is aan landelijk vastgestelde tarieven, is het beleid zoveel mogelijk gericht op 100% kostendekking. Zowel bedrijfseconomische factoren (vraaguitval), draagvlak (relatieve hoogte tarieven in vergelijking tot andere recreatieschappen) en beleidsinhoudelijke argumenten geven in de praktijk een begrenzing aan het volledig benutten van de aanwezige onbenutte capaciteit. Heroverweging bestaand beleid Door bestaand beleid te heroverwegen zijn er mogelijkheden om de structurele nadelen in de begroting op te vangen. 3.1.5.3 Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de relatie weer tussen de risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit.