Bijlage 3 brief aan GGDrU met zienswijze wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling GGDrU
Tekst van het document
POSTADRES
BEZOEKADRES
Postbus 250
T
0297 29 16 16
3640 AG Mijdrecht
F
0297 28 42 81
Croonstadtlaan 111
E
gemeente@derondevenen.nl
3641 AL Mijdrecht
I
www.derondevenen.nl
GGD regio Utrecht Aan meneer M. Sprenger Postbus 51 3700 AB Zeist
DATUM
29 februari 2024
UW KENMERK
--
ONS KENMERK
2023-04321
UW BERICHT VAN
--
CONTACTPERSOON
Evelien van der Wiel
DOORKIESNUMMER
0297 291630
e.vanderwiel@derondevenen.nl
ONDERWERP
Zienswijze Ontwerp wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling GGDrU Beste meneer Sprenger, Wij kregen op 11 december 2023 uw brief aan de gemeenteraad. U geeft ons de mogelijkheid een zienswijze in te dienen op uw ontwerp wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling GGDrU. U leest in deze brief de reactie van de gemeenteraad. U ontvangt een zienswijze over het ontwerp wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling GGDrU De zienswijze van de gemeenteraad van De Ronde Venen bestaat uit zes punten: 1. De actieve informatieplicht van het Algemeen Bestuur van de GGDrU naar de raden op te nemen. De wethouders die het Algemeen Bestuur vormen hebben actieve en passieve informatieplicht naar hun raden. Dit staat in artikel 169 van de Gemeentewet. In het ontwerp wijzigingsbesluit staat echter de actieve informatieplicht niet genoemd. Deze kan worden toegevoegd aan artikel 13, 30 en/of 32 van de gemeenschappelijke regeling GGDrU. Beter zou zijn om er een apart artikel aan te wijden. Voor de volledigheid is het nodig om te noemen welke informatie over de beleidsvormende fase wordt gedeeld. En voor de monitoringsfase gaat het om afspraken over moment, wijze en onderwerp van informatievoorziening. Daarbij is het belangrijk om vaker, kort en krachtig op hoofdlijnen de raden te informeren. 2.
Op te nemen dat raden zienswijzen kunnen indienen op de concept kaderbrief en conceptbeleidsplannen. En dat het dagelijks bestuur daarop schriftelijk en gemotiveerd reageert met eventuele conclusies, voordat het Algemeen Bestuur hierover besluiten neemt. Het indienen van zienswijzen op de kaderbrief en beleidsplannen maakt het voor gemeenteraden mogelijk om vroegtijdig te sturen op de beleidscyclus. Een gemotiveerde reactie van het dagelijks bestuur is een voorwaarde om het algemeen bestuur de zienswijzen mee te laten nemen in de besluitvorming. 3. Op te nemen dat de raden toestemming moeten geven voor en zienswijzen kunnen indienen bij het wijzigen van, toetreden tot en uittreden uit een regeling. Toestemming van de raden is vereist bij het wijzigen van, toetreden tot en uittreden uit een gemeenschappelijke regeling. Ook moeten raden in de gelegenheid worde gesteld hierop zienswijzen in te dienen. Dat staat in artikel 1 lid 1 van de Wgr (Wet gemeenschappelijke regelingen).
4. Op te nemen dat er geen inspraak voor inwoners en belanghebbenden komt, maar dat de inspraak geregeld blijft via de gemeenteraden. Het is mogelijk om de inspraak van inwoners en belanghebbenden te vervangen door de inspraak van gemeenteraden. Volgens de nieuwe Wgr moet er in de gemeenschappelijke regelingen vermeld worden hoe inwoners en belanghebbenden worden betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid). Het is echter mogelijk hiervan af te wijken. Dan moet vermeld worden voor welke besluiten dat geldt (Wgr art. 10 lid 7 en 8). In de huidige gemeenschappelijke regeling is al inspraak van gemeenteraden geregeld in de vorm van zienswijzen. Dit sluit goed aan bij het concept verlengd lokaal bestuur, waar de gemeenteraden de inwoners vertegenwoordigen. 5. De evaluatie van de gemeenschappelijke regeling aan het eind van elke bestuursperiode te laten plaats vinden in plaats van tenminste om de bestuursperiode. Het evalueren van de gemeenschappelijke regeling aan het eind van elke bestuursperiode maakt het voor de nieuwe raden gemakkelijker om te sturen. De VNG adviseert om een evaluatie in het laatste jaar van een bestuursperiode te houden. De evaluatie kan dan nog worden uitgevoerd met de colleges en raden met kennis over de gang van zaken.
En het advies kan dan aan het begin van de nieuwe raads- en collegeperiode gebruikt worden bij eventuele nieuwe beleidskeuzes. Dat maakt sturing door de nieuwe raad gemakkelijker. 6. De voorwaarden en gevolgen van het uittreden van een deelnemende gemeente op te nemen. In artikel 9 lid 1 van de Wgr staat dat bij uittreding een aantal zaken in ieder geval moet worden geregeld. Het gaat om de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden. En om de gevolgen voor het vermogen van het samenwerkingsverband en de gevolgen voor het vermogen van de deelnemende gemeenten, zowel van de uittreder als de overblijvende gemeenten.
Met vriendelijke groet, namens de gemeenteraad van De Ronde Venen, ValidSigned door Josette Jonker op 01-03-2024
ValidSigned door Maarten Divendal op 03-03-2024
Josette Jonker griffier
Maarten Divendal burgemeester
REGISTRATIENUMMER
Pagina 2 van 2