Bijlage 21 - Addendum natuurtoets Memo uitvoerbaarheid soortbescherming, Antea Group, 29 november 2024
Tekst van het document
Memo
referentienummer datum aan van kopie projectnummer project betreft
29 november 2024 Gemeente De Ronde Venen Antea Group KuiperCompagnons 0478281.100 Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied Addendum Natuurtoets: uitvoerbaarheid plan in relatie tot soortbescherming
Aanleiding Voordat een bestemmingsplan kan worden vastgesteld, dient te worden vastgesteld dat plan niet in strijd is met onder andere de relevante natuurwetgeving. Ten aanzien van de in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen dient bij de vaststelling van het plan aannemelijk te zijn dat de soortbescherming (onder Wet natuurbescherming /onder de Omgevingswet1) niet aan de door het plan mogelijk te maken bestemming in de weg staat. Dat betekent dus niet dat er al Wnb-ontheffing/een omgevingsvergunning voor een flora- en faunaactiviteit verleend dient te zijn. Wel moet duidelijk zijn of voor de activiteiten die volgen uit de vaststelling van het bestemmingsplan redelijkerwijs de mogelijkheid bestaat tot het verkrijgen van een Wnbontheffing/vergunning voor een flora- en fauna-activiteit. Dit wordt beargumenteerd in voorliggende memo.
Werkwijze – opzet memo Uit de Natuurtoets blijkt dat op basis van literatuurstudie en een veldonderzoek bekend is welke beschermde soorten in het plangebied kunnen voorkomen. In kaart is gebracht welke soorten voorkomen in het plangebied en wat de effecten van het plan op die soorten zijn. Nu wordt - voor zover is vast te stellen dat overtreding van de verbodsbepalingen naar verwachting niet kan worden voorkomen - beoordeeld of een Wnb-ontheffing/een omgevingsvergunning voor en flora- en fauna-activiteit kan worden verleend. Dit gebeurt voor een selectie van maatgevende beschermde soorten2. Per soortgroep waarvan beschermde soorten (kunnen) voorkomen in het plangebied worden een of enkele maatgevende soorten geselecteerd (zie tabel 1). Tabel 1 Aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied (Kos, 2022, zie voor uitgebreide beschrijving de bijlage B in het inspiratiedocument (bijlage bij het Natuurkwaliteitsplan (NKP)), en Buizer & van Helsdingen, 2019). Soortgroep Beschrijving van aanwezigheid in de Vinkeveense Plassen Beschermingsregime Beschermingsregime Ow Wnb Broedvogels Krooneend Artikel 11.37 Bal Artikel 3.1 Wnb (nestplaats Maakt nest verborgen tussen de planten op (aanwijzing vergunning- (Beschermingsregime gedurende dichtbegroeide oevers, soms drijvend op de plichtige gevallen soorten Vogelrichtlijn) broedperiode vegetatie tussen het riet.
Een rijke onderwatersoorten vogelrichtlijn: beschermd) vegetatie, liefst van kranswieren, is een vereiste, als schadelijke voedsel. Vinkeveense plassen is belangrijk gebied handelingen) voor deze soort.
1
Het bestemmingsplan is in ontwerp vastgesteld vóór 1-1-2024 en dat betekent dat voor wat betreft de soortbescherming de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht is. Voor de volledigheid is ook een verwijzing opgenomen naar de soortbescherming onder de Omgevingswet (Ow). Voor wat betreft de omschrijving van de verbodsbepalingen en de voorwaarden voor het verlenen van een Wnb-ontheffing c.q. een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit zijn er geen verschillen tussen Wnb en Ow. 2
Dit zijn soorten die de waarde van de Vinkeveense Plassen voor de biodiversiteit bepalen en waarvan het uitgangspunt is dat “indien voor deze soorten aangetoond kan worden dat het plan uitvoerbaar is, dit ook geldt voor andere beschermde soorten in het plangebied. Dit document is vertrouwelijk. Bezoek onze website voor de volledige disclaimer: Algemene voorwaarden en privacyverklaring Antea Nederland B.V. - statutaire zetel Heerenveen - handelsregister 29021830 - BTW nr. NL003662317B01 vestigingen in Heerenveen, Schoonebeek, Deventer, Almere, Capelle aan den IJssel, Goes, Oosterhout en Maastricht
blad 1 van 11
datum 29 november 2024 projectnummer 0478281.100 betreft Addendum Natuurtoets: uitvoerbaarheid plan in relatie tot soortbescherming
Soortgroep
Beschrijving van aanwezigheid in de Vinkeveense Plassen
Broedvogels (nestplaats jaarrond beschermd)
Blauwe reiger Broedt in slordige kolonies in bomen. Voorkeur voor eilandjes om predatoren te weren. Grote karekiet Broedt in smalle of brede rietkragen langs oevers of in riet dat door water omringd wordt. Huismus Gebouwbewonende soort Buizerd Boombewonende soort
Grondgebonden zoogdieren3
Vleermuizen
Reptielen
Vissen
Ongewervelden
Beschermingsregime Ow
Beschermingsregime Wnb
Keuze voor zowel gebouw- als boombewonende soorten die voorkomen in (omgeving van) het plangebied om de verschillende type effecten in beeld te hebben. Waterspitsmuis. Artikel 11.54 Bal Artikel 3.10 Wnb Op basis van de habitatvoorkeuren is de soort te (aanwijzing vergunning- (Beschermingsregime beschouwen als maatgevend voor grondgebonden plichtige gevallen andere soorten) zoogdieren. De soort komt voor in en langs schoon, andere soorten: niet te voedselrijk, vrij snelstromend tot stilstaand schadelijke water met een behoorlijk ontwikkelde handelingen) watervegetatie en ruig begroeide oevers. Gewone dwergvleermuis, meervleermuis Artikel 11.46 Bal. Artikel 3.5 Wnb Gebouwbewonende soorten (aanwijzing vergunning- (Beschermingsregime Rosse vleermuis plichtige gevallen soorten Habitatrichtlijn) Boombewonende vleermuis soort soorten habitatrichtlijn: schadelijke Keuze voor zowel gebouw- als boombewonende soorten handelingen) die voorkomen in (omgeving van) het plangebied om de verschillende type effecten in beeld te hebben. Ringslang Artikel 11.54 Bal Artikel 3.10 Wnb Gebonden aan waterrijke habitats. De ringslang heeft in de Rode Lijst de status Kwetsbaar. Kwabaal Alleen in de Vinkeveense Plassen wordt kwabaal nog jaarlijks waargenomen door beroepsvissers, duikers en tijdens visstandbemonsteringen.
De hier aanwezige populatie is één van de laatste plekken in ons land waar de soort zich nog voortplant en daardoor van groot belang voor de instandhouding van de soort in Nederland. Om deze reden is de kwabaal ook opgenomen als icoonsoort in het actieve soortenbeleid van de provincie Utrecht4 Platte schijfhoorn Artikel 11.46 Bal. Artikel 3.5 Wnb Komt voor in (de directe omgeving van) het plangebied. Op basis van de habitatvoorkeuren (schoon water met rijke watervegetatie) kan de aanwezigheid van deze soort ook niet worden uitgesloten.
3
Vanaf 1 september 2024 geldt in de provincie Utrecht dat hazen, konijnen en kleine marterachtigen niet meer op de provinciale 'Lijst vrijgestelde soorten' staan. Dat betekent dat bij ruimtelijke activiteiten in leefgebieden van deze soorten wel een vergunning nodig kan zijn. Deze soorten komen voor in de polders rond de Vinkeveense plassen en niet in de
plassen (Dijk, S.D. van, 2023. Resultaten flora- en faunakartering 2022. De Ronde Venen. Ecologisch Adviesbureau Viridis, Culemborg, PRNR-2022-001). 4
Spikmans, F., F. Smith, J. Kranenbarg & A. de Bruin, 2018. Kansen voor de kwabaal in het Vinkeveense Plassengebied. Kwaliteit leefgebieden en geschikte herstelmaatregelen, RAVON.
blad 2 van 11
datum 29 november 2024 projectnummer 0478281.100 betreft Addendum Natuurtoets: uitvoerbaarheid plan in relatie tot soortbescherming
De uitvoerbaarheid van het plan in relatie tot de soortbescherming kan als volgt worden beoordeeld (zie ook paragraaf 16.4 in het MER). Bij de aanvraag van een Wnb-ontheffing/vergunning voor een flora- en faunaactiviteit beoordeelt het bevoegd gezag of zij de ontheffing/vergunning kunnen verlenen. Of de ontheffing/vergunning verleend wordt, hangt af van een aantal criteria. Deze beoordelingsregels staan in: de Wet natuurbescherming: ▪ artikel 3.3 lid 4 (soorten vogelrichtlijn); ▪ artikel 3.8 lid 5 (soorten habitatrichtlijn); ▪ artikel 3.10 lid 2 (andere soorten). het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl): ▪ artikel 8.74j Bkl (beoordelingsregels flora- en fauna-activiteit: soorten vogelrichtlijn); ▪ artikel 8.74k Bkl (beoordelingsregels flora- en fauna-activiteit: soorten habitatrichtlijn); ▪ artikel 8.74l. (beoordelingsregels flora- en fauna-activiteit: andere soorten). Om een Wnb-ontheffing/een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit te verkrijgen, moet er op basis van de genoemde beoordelingsregels aan de volgende criteria worden voldaan: Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); voor de locatie van de ingreep zijn geen alternatieven.
De werkzaamheden zijn aan de betreffende specifieke locatie gebonden (eigendom perceel) Het project wordt uitgevoerd in het kader van een in de wet genoemd wettelijk belang; worst case wettelijk belang is voor vogels, 'volksgezondheid of openbare veiligheid', gezonde leefomgeving, waterkwaliteit, recreatieve mogelijkheden – gezondheid. Het project doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de populatie; er zullen bewezen effectieve maatregelen te nemen zijn om een effect op de staat van instandhouding te voorkomen. Als bij een project dat mogelijk gemaakt wordt door het bestemmingsplan voldaan kan worden aan deze criteria, dan kan redelijkerwijs verwacht worden dat de Wnb-ontheffing/vergunning flora- en fauna-activiteit verleend kan worden. In de analyse is voor drie maatgevende projecten die het bestemmingsplan mogelijk maakt en die gevolgen kunnen hebben voor beschermde soorten beargumenteerd dat voldaan kan worden aan de “alternatievenafweging”, het “wettelijk belang” en de “gunstige staat van instandhouding”. Die projecten zijn: aanleg natuurvriendelijke oever (is ook maatgevend voor aanleg beschoeiing) nieuwe bebouwing op de legakker verbouwing gebouwen op de zandeilanden
Analyse effecten en uitvoerbaarheid Per “maatgevend project” zijn de effecten op “maatgevende soorten” in beeld gebracht en vervolgens beargumenteerd dat aan de drie criteria voor vergunningverlening kan worden voldaan. Dit gebeurt door de volgende stappen te doorlopen: beschrijving van de werkzaamheden die plaats kunnen vinden (ingrepen in het natuurlijk milieu) beschrijving van de mogelijke effecten op beschermde soorten beschrijving van mogelijke mitigerende maatregelen om effecten te voorkomen of te beperken bepalen welke verbodsbepalingen overtreden worden de alternatievenafweging: argumentatie dat aangetoond kan worden dat er geen andere bevredigende oplossing is voor de ruimtelijke ingreep benoemen van het wettelijk belang: argumentatie dat aangetoond kan worden dat de ruimtelijke ingreep een geldig wettelijk belang heeft aantonen dat de staat van instandhouding van beschermde diersoorten niet verslechtert: argumentatie dat aangetoond kan worden dat er geen afbreuk gedaan wordt aan hun populaties van de beschermde soorten.
blad 3 van 11
datum 29 november 2024 projectnummer 0478281.100 betreft Addendum Natuurtoets: uitvoerbaarheid plan in relatie tot soortbescherming
Werkzaamheden (worst case) per “maatgevend project” Aanleg natuurvriendelijke oever
-
Verwijderen begroeiing op de oever; (uitgangspunt geen kap van bomen) Vergraven oever/waterbodem Inzet materieel/aanwezigheid mensen Aanbrengen grond en planten in combinatie met oeverbescherming
Nieuwe bebouwing op de legakker
-
Verwijderen begroeiing op de oever inclusief mogelijk kap van bomen Inzet materieel/aanwezigheid mensen tijdens gebouw en tijdens gebruik van de nieuwe bebouwing Aanbrengen grond en planten, verplichting tot % toepassing inheemse beplanting
Verbouwing gebouwen op de zandeilanden
-
(deel) Slopen bestaande bebouwing Verwijderen begroeiing op de oever Inzet materieel/aanwezigheid mensen tijdens gebouw en tijdens gebruik van de nieuwe bebouwing
Mogelijke effecten beschermde soorten (niet vrijgestelde soorten) (worst case) Aanleg natuurvriendelijke oever
-
Nieuwe bebouwing op de legakker
-
Verbouwing gebouwen op de zandeilanden
-
Krooneend en grote karekiet: (tijdelijk) verlies nestgelegenheid + tijdelijke verstoring door werkzaamheden Blauwe reiger + buizerd: tijdelijke verstoring door werkzaamheden Waterspitsmuis, ringslang en kwabaal: verstoring en (tijdelijk) verlies op van verblijfplaatsen en het leefgebied. Vleermuizen: verstoring en tijdelijk verlies foerageergebied Platte schijfhoorn: verlies leefgebied bij verwijderen watervegetatie en door vertroebeling Krooneend en grote karekiet: (tijdelijk) verstoring door werkzaamheden en gebruik bebouwing Blauwe reiger + buizerd: verstoring door werkzaamheden en door gebruik bebouwing (als in de nabijheid van de kolonie gebouwd wordt en er een buizerdnest aanwezig is in de bomen op de legakker) Waterspitsmuis, ringslang: verstoring en (tijdelijk) verlies op van verblijfplaatsen en het leefgebied, met name wanneer dicht bij de oevers wordt gewerkt. Vleermuizen: verstoring en verlies verblijfplaatsen (bij kap bomen) en van foerageergebied Huismus: verstoring en verlies nestgelegenheid Vleermuizen: verstoring en verlies van verblijfplaats en van foerageergebied (als gebouw wordt uitgebreid ten koste van natuurlijke vegetatie)
Mogelijke mitigerende maatregelen: indicatie en niet-limitatief overzicht (algemeen) Aanleg natuurvriendelijke oever
Mitigerende maatregelen zijn kennisdocumenten5 en dergelijke.
gebaseerd
op
verleende
ontheffingen,
Nieuwe bebouwing op Globaal komt dit neer op het volgende: de legakker geen toepassen verlichting bij de werkzaamheden, in ieder geval geen verlichting met uitstraling naar de omgeving; Verbouwing werken buiten de kwetsbare periode; gebouwen op de opstellen van een ecologisch werkprotocol; zandeilanden begeleiding van de werkzaamheden door ecologisch deskundige. Hierna wordt ingegaan op specifieke maatregelen die te nemen zijn voor de maatgevende soorten.
5
Kennisdocumenten - BIJ12
blad 4 van 11
datum 29 november 2024 projectnummer 0478281.100 betreft Addendum Natuurtoets: uitvoerbaarheid plan in relatie tot soortbescherming
Mogelijke mitigerende maatregelen: indicatie en niet-limitatief overzicht (vogels) Aanleg natuurvriendelijke oever
-
Nieuwe bebouwing op de legakker
-
Verbouwing gebouwen op de zandeilanden
-
Om verstoring van jaarrond beschermde nesten van vogels te voorkomen, kan een zone rond bekende nesten aangewezen worden als zone waarin geen werkzaamheden mogen plaatsvinden De geschiktheid van de periode voor het uitvoeren van de werkzaamheden dient te worden bepaald door een deskundige op het gebied van de desbetreffende beschermde soort. Voor vogels (krooneend – grote karekiet – buizerd – blauwe reiger - huismus: werken buiten de broedperiode om effecten op nesten te voorkomen. Als dat niet mogelijk is, dient het plangebied vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vols. Mocht dit niet mogelijk zijn, dient vooraf aan de werkzaamheden het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een erkend ecoloog en kan pas na vrijgave van het plangebied gestart worden met de werkzaamheden;
Huismus Als huismussen aanwezig zijn dient het ontwerp van de uitbreiding van de bebouwing zo uitgewerkt te worden dat de nesten fysiek behouden blijven. Daarnaast is er geen reden om aan te nemen dat de functionaliteit van het nest wordt aangetast door de werkzaamheden of het toekomstig gebruik. Het nest is in de huidige situatie aanwezig op de drukkere zandeilanden en is daarmee geluidsverstoring en visuele verstoring gewend. Als er alleen buiten het broedseizoen gewerkt wordt, is geen sprake van een schadelijke handeling/ overtreding uit de Omgevingswet; Werkzaamheden worden uitgevoerd buiten de broedperiode. Voor de huismus geldt de volgende indicatieve broedperiodes: maart tot en met augustus. Voor huismus worden vorstperioden ook aangemerkt als kwetsbare periode; Ervoor zorgen dat de rustplaatsen tussen zonsondergang en zonsopgang weer beschikbaar zijn of zijn maximaal 1 maand niet te gebruiken. In dit laatste geval dienen in de directe omgeving alternatieve rustplaatsen beschikbaar te zijn; De dieren krijgen de gelegenheid de locatie uit eigen beweging te verlaten; In de uitbreiding wordt ook voorzien in verblijfmogelijkheden voor de huismus (huismussenkasten); Aanwezige muurbegroeiing die van essentieel belang is voor de huismus dient behouden te blijven; Buizerd en blauwe reiger Bomen met nesten dienen fysiek behouden te blijven.
Daarnaast is er geen reden om aan te nemen dat de functionaliteit van de nesten wordt aangetast door de werkzaamheden of het toekomstig gebruik. De nesten zijn in de huidige situatie ook gewend aan het recreatief gebruik. Voor de buizerd geldt daarnaast ook dat als er alleen buiten het broedseizoen gewerkt wordt binnen een verstoringsafstand van 75 meter rondom het nest, is geen sprake van een schadelijke handeling/ overtreding uit de Omgevingswet.
blad 5 van 11
datum 29 november 2024 projectnummer 0478281.100 betreft Addendum Natuurtoets: uitvoerbaarheid plan in relatie tot soortbescherming
Mogelijke mitigerende maatregelen: indicatie en niet-limitatief overzicht (vleermuizen en waterspitsmuis) Aanleg natuurvriendelijke oever
Vleermuizen Op locaties met kraam- en of winterverblijven wordt niet gewerkt in de kwetsbare perioden. De kwetsbare perioden voor vleermuizen zijn de Nieuwe bebouwing op kraamperiode van mei tot en met juli en de winterrustperiode van november tot de legakker en met maart; Werkzaamheden worden gefaseerd uitgevoerd, zodanig dat altijd 75% van de Verbouwing aanwezige rusten voortplantingsplaatsen beschikbaar zijn; gebouwen op de In- en uitvliegopeningen blijven toegankelijk (bij uitbreiding gebouw); zandeilanden Nagaan of in de directe omgeving alternatieve rust- en voortplantingsplaatsen aanwezig zijn en in de toekomstige situatie nieuwe verblijfplaatsen voorzien; bijvoorbeeld inbouwvoorzieningen of (houtbetonnen) vleermuiskasten. In het natuurkwaliteitsplan is melding gemaakt van de optie om een vleermuistoren te plaatsen; Er wordt zoveel mogelijk gewerkt zonder apparatuur met grote geluidsbelasting wanneer vleermuizen aanwezig kunnen zijn, zodat verstoring wordt voorkomen; Werkzaamheden bij verbouwing mogen niet leiden tot veranderingen in het interne klimaat en toegangen tot de ruimte waar soorten gebruik van maken en mogen niet worden dicht gezet. Waterspitsmuis: Bij de planning van de werkzaamheden rekening houden met de kwetsbare periode van waterspitmuis.
De werkzaamheden dienen opgestart te worden buiten de meest kwetsbare periode, buiten de voortplantings- en winterperiode. De voortplantingsperiode van de waterspitsmuis loopt globaal van 15 maart tot 1 oktober. In de winterperiode is de soort vooral kwetsbaar bij vorst en een sneeuwlaag.
Mogelijke mitigerende maatregelen: indicatie en niet-limitatief overzicht (ringslang) Aanleg natuurvriendelijke oever Nieuwe bebouwing op de legakker Verbouwing gebouwen op de zandeilanden
Ringslang: Graafwerkzaamheden vinden buiten de kwetsbare periode van ringslang (half oktober – half maart) plaats. Alleen de werkzaamheden die geen grondroerende activiteiten betreffen mogen worden uitgevoerd in de kwetsbare periode. Afhankelijk van het seizoen en de weersomstandigheden kan deze periode langer dan wel korter zijn. Wanneer een broeihoop wordt aangetroffen, dient deze te worden afgezet met een afzetlint op ongeveer 1,5 meter afstand van de broeihoop. Eventuele aanwezige ringslangen worden weggevangen door een ecoloog en direct uitgezet in geschikt leefgebied. De vegetatie wordt daarna gedurende de hele periode van de werkzaamheden kort gehouden.
Mogelijke mitigerende maatregelen: indicatie en niet-limitatief overzicht (kwabaal) Aanleg natuurvriendelijke oever Nieuwe bebouwing op de legakker Verbouwing gebouwen op de zandeilanden
Kwabaal: Er worden geen werkzaamheden uitgevoerd in de voortplantingsperiode. Deze periode loopt globaal van maart tot en met augustus. Bij graafwerkzaamheden zo werken zodat vissen kunnen vluchten. Waterplanten en bagger worden op de kant verspreid en wordt nagelopen op aanwezige vissen en larven. Vissen en larven worden direct teruggeplaatst in het water. Als de watertemperatuur te hoog (> 20 °C) of te laag (<5 °C) is, dan zijn werkzaamheden aan de waterbodem niet toegestaan. Controleer het uitgehaalde slib direct op aanwezigheid van dieren. Zet aanwezige dieren over naar andere geschikte wateren in de omgeving.
blad 6 van 11
datum 29 november 2024 projectnummer 0478281.100 betreft Addendum Natuurtoets: uitvoerbaarheid plan in relatie tot soortbescherming
Mogelijke mitigerende maatregelen: indicatie en niet-limitatief overzicht (platte schijfhoorn) Aanleg natuurvriendelijke oever
Platte schijfhoorn: Om het doden van platte schijfhorens tijdens de werkzaamheden te voorkomen, kan de aanwezige watervegetatie worden ontzien of worden verplaatst naar Nieuwe bebouwing op geschikte watergangen buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. de legakker Werkzaamheden uitvoeren in de maanden september en oktober met uitloop tot in november als vorstperiodes uitblijven. Deze periode valt buiten de kwetsbare Verbouwing voortplantings- en overwinteringsperiode van platte schijfhoren. gebouwen op de zandeilanden
Overtreding verbodsbepalingen Aanleg natuurvriendelijke oever
-
-
Nieuwe bebouwing op de legakker
-
-
Verbouwing gebouwen op de zandeilanden
-
-
Vogels: omdat de ontwikkelingen mogelijk zijn zonder overtreding van verbondsbepalingen ten aanzien van vogelsoorten, is er geen sprake van overtreding verbodsbepalingen en is een omgevingsvergunning flora- en faunactiviteit ook niet nodig. Soorten habitatrichtlijn o Platte schijfhoorn: artikel 3.5 lid 2 (verstoren) en Lid 4 (vernielen voortplantingsplaatsen) Wnb/artikel 11.46 lid 1, b (verstoren) en d (vernielen voortplantingsplaatsen) Bal. o Vleermuizen: de aantasting betreft geen essentieel foerageergebied. Er is voldoende alternatief foerageergebieden om eventuele aantasting daarvan op te vangen. Daarmee is er geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen. Nationale soorten (waterspitsmuis, ringslang, kwabaal): artikel 3.10 lid 1b Wnb/artikel 11.54 lid 1b (vernielen voortplantingsplaatsen en rustplaatsen) Bal. Vogels: omdat de ontwikkelingen mogelijk zijn zonder overtreding van verbondsbepalingen ten aanzien van vogelsoorten, is er geen sprake van overtreding verbodsbepalingen en is een omgevingsvergunning flora- en faunactiviteit ook niet nodig. Soorten habitatrichtlijn o Vleermuizen: ▪ artikel 3.5 lid 2 (verstoren) en Lid 4 (vernielen voortplantingsplaatsen en rustplaatsen) Wnb/ artikel 11.46 lid 1d Bal.
Bij het nemen van maatregelen wordt niet voldaan aan de opzetvereiste uit artikel 3.5 lid 1 (doden) en lid 2 (verstoren) Wnb/artikel 11.46 lid 1a (doden) of lid 1b (verstoren); ▪ de aantasting betreft geen essentieel foerageergebied. Er is voldoende alternatief foerageergebieden om eventuele aantasting daarvan op te vangen. Daarmee is er ten aanzien van het effect op foerageergebied geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen. Nationale soorten (waterspitsmuis, ringslang): artikel 3.10 lid 1b Wnb/artikel 11.54 lid 1b (vernielen voortplantingsplaatsen en rustplaatsen) Bal. Vogels: omdat de ontwikkelingen mogelijk zijn zonder overtreding van verbondsbepalingen ten aanzien van vogelsoorten, is er geen sprake van overtreding verbodsbepalingen en is een omgevingsvergunning flora- en faunactiviteit ook niet nodig. Soorten habitatrichtlijn o Vleermuizen: ▪ artikel 3.5 lid 2 (verstoren) en Lid 4 (vernielen voortplantingsplaatsen en rustplaatsen) Wnb/ artikel 11.46 lid 1d Bal. Bij het nemen van
blad 7 van 11
datum 29 november 2024 projectnummer 0478281.100 betreft Addendum Natuurtoets: uitvoerbaarheid plan in relatie tot soortbescherming
Overtreding verbodsbepalingen
▪
maatregelen wordt niet voldaan aan de opzetvereiste uit artikel 3.5 lid 1 (doden) en lid 2 (verstoren) Wnb/artikel 11.46 lid 1a (doden) of lid 1b (verstoren); de aantasting betreft geen essentieel foerageergebied. Er is voldoende alternatief foerageergebieden om eventuele aantasting daarvan op te vangen. Daarmee is er ten aanzien van het effect op foerageergebied geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen.
Hierna wordt getoetst aan de criteria ten aanzien van de Wnb-ontheffing c.q. vergunningverlening voor een floraen fauna-activiteit Alternatievenafweging Aanleg natuurvriendelijke oever
Het project is locatie specifiek; namelijk nodig voor de desbetreffende legakker of Nieuwe bebouwing op gebouw op het zandeiland. In deze situatie kan met de gekozen planning, werkwijze de legakker en inrichting (buiten de kwetsbare periode) schade aan aanwezige beschermde Verbouwing soorten voorkomen of zoveel mogelijk worden beperkt. gebouwen op de zandeilanden
Wettelijk belang Aanleg natuurvriendelijke oever
-
Vogels: er kan geen beschreven wettelijke belangen aangetoond worden. Een ontheffing/vergunning is daarmee uitgesloten voor soorten van de vogelrichtlijn. Soorten habitatrichtlijn (platte schijfhoorn) en nationale soorten (waterspitsmuis, ringslang, kwabaal): de ontheffing/omgevingsvergunning kan aangevraagd worden in het volgende belang: in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten (artikel 3.8 lid 5b3 Wnb/artikel 8.74k lid1b3 Bkl en artikel 3.10 lid 2a Wnb6/ artikel 8.74l lid1b3 Bkl).
Het bestemmingsplan voorziet - naast de genoemde legalisatie - ook in de verplichting voor de legakkereigenaren om de legakkers te beschoeien en daarmee duurzaam in stand te houden. Legakkers zonder dat onderhoud zullen zinken en verdwijnen. Het gebied zal dan na verloop van tijd niet meer de unieke natuurwaarde kunnen leveren van het afwisselende landschap van legakkers en diepe wateren, ook als leefgebied van een groot aantal soorten. Nieuwe bebouwing op de legakker
-
Vogels: er kan geen beschreven wettelijke belangen aangetoond worden. Een ontheffing/vergunning is daarmee uitgesloten voor soorten van de vogelrichtlijn. Soorten habitatrichtlijn (vleermuizen) en nationale soorten (waterspitsmuis, ringslang): de omgevingsvergunning kan aangevraagd worden in het volgende belang: in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten (artikel 3.8 lid 5b3 Wnb/ artikel 8.74k lid1b3 Bkl en artikel 3.10 lid 2a Wnb/artikel 8.74l lid1b6 Bkl).
6
Voor nationale soorten is de omschrijving iets beknopter “In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daaropvolgende gebruik van het gebied of het gebouwde” (Wnb) of “in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied “(Bkl).
blad 8 van 11
datum 29 november 2024 projectnummer 0478281.100 betreft Addendum Natuurtoets: uitvoerbaarheid plan in relatie tot soortbescherming
Wettelijk belang De gemeente wil de instandhouding van de cultuurhistorische legakkerstructuur borgen door legakkereigenaren een bepaalde mate van ruimte te bieden qua bebouwing en gebruik van legakkers, waarbij de legakkereigenaren de legakkers beheren en in stand houden. Dit uitgangspunt is ook opgenomen in de Toekomstvisie legakkers en is nog steeds leidend. De bestaande situatie met veel illegale bebouwing wordt hierbij ook meegewogen. Zoals hiervoor toegelicht is het immers aannemelijk dat zonder het beheer en onderhoud door de legakkereigenaren (alle) legakkers op termijn verdwijnen door afkalving met alle negatieve effecten vandien. Afwegingen ten aanzien van het mogelijk maken van bebouwing op legakkers worden ook gebaseerd op de benodigde parkeervoorzieningen voor dag- en verblijfsrecreanten. Immers, een toename van bouwwerken op de legakkers zal leiden tot meer bezoekers. Gezien de aard van het verblijf op de legakkers ligt het voor de hand dat de meeste bezoekers met de auto richting het plassengebied zullen komen. Met het hanteren van de kaders uit het bestemmingsplan is sprake van een evenwicht tussen mogelijkheden voor legakkereigenaren en (gezamenlijke) opgaven voor natuur, landschap en handhaving. Het toegestane maximale bebouwingspercentage is het resultaat van jarenlang overleg met de stakeholders en dit is afgestemd met de coalitiepartijen.
De gehanteerde percentages bewaken dat de openheid op de legakkers in stand blijft, maar bieden toch voldoende mogelijkheden tot bebouwing op de legakkers. Verbouwing gebouwen op de zandeilanden
-
Vogels: er kan geen beschreven wettelijke belangen aangetoond worden. Een ontheffing/vergunning is daarmee uitgesloten voor soorten van de vogelrichtlijn. Soorten habitatrichtlijn (vleermuizen): de omgevingsvergunning kan aangevraagd worden in het volgende belang: in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten (artikel 3.8 lid 5b3 Wnb/ artikel 8.74k lid1b3 Bkl).
Ten aanzien van de ontwikkelingen op de zandeilanden kan het wettelijk belang als volgt onderbouw worden: Het dagelijks bestuur van recreatieschap Stichtse Groenlanden heeft in februari 2020 het ontwikkelscenario voor de Vinkeveense Plassen vastgesteld en de gemeente De Ronde Venen en betrokken partijen daarvan in kennis gesteld. In dit plan staat beschreven hoe het recreatiegebied in de komende jaren verbeterd kan worden en onder welke voorwaarden. Het ontwikkelscenario richt zich specifiek op de recreatieve ontwikkeling van de 12 zandeilanden. Het recreatieschap wil op de eilanden het recreatief aanbod vergroten en beter laten aansluiten bij de behoefte van bezoekers. Het bestuur heeft gekozen voor het ontwikkelscenario waarbij de huidige recreant als uitgangspunt is genomen en voor ondernemers een jaarrondexploitatie op de zandeilanden mogelijk wordt gemaakt. In het gebied worden zones aangegeven waar recreatieve ontwikkelingen mogelijk worden en waar natuur de boventoon voert. Het recreatieschap heeft het ontwikkelplan aan de gemeente De Ronde Venen aangeboden en verzocht het ontwikkelscenario in het gemeentelijk beleid mogelijk te maken en, voor zover mogelijk, in onderhavig bestemmingsplan mee te nemen.
blad 9 van 11
datum 29 november 2024 projectnummer 0478281.100 betreft Addendum Natuurtoets: uitvoerbaarheid plan in relatie tot soortbescherming
Gunstige staat van instandhouding Aanleg natuurvriendelijke oever
Voor het beoordelen van de gunstige staat van instandhouding zijn de volgende criteria van toepassing: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn: “De maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betreffende soort” Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn: “Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan” Nieuwe bebouwing op Beschermingsregime nationale soorten: “Er wordt geen afbreuk gedaan aan het de legakker streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan”
Verbouwing gebouwen op de zandeilanden
Aangezien de werkzaamheden tijdelijk van aard zijn, er in de omgeving leefgebied aanwezig is en er in de nieuwe situatie nieuw leefgebied aanwezig is, hebben de werkzaamheden, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, geen grote onomkeerbare gevolgen voor de (potentieel) aanwezige lokale populatie. Door het nemen van aanvullende maatregelen, zoals het werken buiten de kwetsbare perioden en/of het ongeschikt maken van het leefgebied voorafgaand aan de werkzaamheden, hebben de (mogelijk) aanwezige beschermde soorten – voor zover mogelijk voldoende mogelijkheden om zich te verplaatsen naar het leefgebied in de directe omgeving. De mogelijke gevolgen van de werkzaamheden hebben op deze manier geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van de beschermde soorten. Door de uitvoering van de eerdergenoemde maatregelen en de beschikbare (permanente) alternatieven is zeker dat dit project niet zal leiden tot negatieve effecten op de lokale populatie of de staat van instandhouding van de betreffende soorten. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zullen – mits rekening wordt gehouden met de voorgestelde manier van werken beschreven bij mitigerende maatregelen - de negatieve effecten op aangetroffen beschermde soorten voorkomen of tot een voldoende minimum beperken.
Gezien bovenstaande is gegarandeerd dat de huidige populatie in stand kan blijven, en naar verwachting kan toenemen in de toekomst, en dat de gunstige staat van instandhouding van de beschermde soorten gewaarborgd blijft.
Conclusie Op basis van voorgaande analyse kan redelijkerwijs geconcludeerd worden dat de mogelijkheid bestaat tot het verkrijgen van een Wnb-ontheffing/omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit. Ten aanzien van deze conclusie zijn bovendien (aanvullend) de volgende factoren relevant met betrekking tot risico’s ten aanzien van de uitvoerbaarheid in het kader van de soortbescherming: Er is een goed beeld van de aanwezige waarden in het plangebied op basis van NDFF, reeds uitgevoerde onderzoeken en overige aangeleverde informatie. Er is een goed beeld van de mogelijke gevolgen van de maatregelen in het plangebied. Er zijn tal van mitigerende maatregelen te treffen waarbij wordt voorkomen dat er sprake is van schadelijke handelingen/overtreding van verbodsbepalingen en/of waarbij in ieder geval een effect op de staat van instandhouding van de soorten wordt voorkomen. Deze mitigerende maatregelen betreffen bewezen effectieve maatregelen en vastgelegd in kennisdocumenten of als voorschrift opgenomen in eerder verleende Wnb-ontheffingen. Het bestemmingsplan betreft grotendeels een legalisatie van bestaande situatie. Daarmee zijn een aantal van de effecten feitelijk al verdisconteerd in de huidige populatie van de soorten, waarbij de waardevolle soorten aanwezig zijn.
blad 10 van 11
datum 29 november 2024 projectnummer 0478281.100 betreft Addendum Natuurtoets: uitvoerbaarheid plan in relatie tot soortbescherming
-
-
Een aantal effecten van het bestemmingsplan is een gevolg van activiteiten die momenteel ook al toegestaan zijn, zoals dagrecreatie. Het gebied is een bovenregionaal recreatiegebied. De effecten van de actuele recreatiedruk vormen daarom geen onderdeel van de toetsing aan uitvoerbaarheid in het kader van de soortbescherming. Als het bestemmingsplan niet wordt vastgesteld, verdwijnt er ook leefgebied (zie toelichting bij wettelijk belang voor aanleg natuurvriendelijke oevers). De aanwezige soorten zullen ook meeliften met de positieve effecten op het gebied door te nemen maatregelen volgend uit de compensatie voor NNN en volgend uit de meerwaardebenadering voor NNN.
blad 11 van 11