CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 20 - Nota zienswijzen, 4 december 2024 anoniem

Gemeenteraad 12 mei 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Bestemmingsplan Vinkeveense Plassen 202531.526 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

357 alinea's met “zienswijze”: 1 13 15 17 25 31 34 35 38 39 40 44 47 50 51 58 60 63 69 73 76 80 81 83 90 91 96 98 105 114 115 126 129 138 145 148 151 154 170 171 …

Nota van Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Bestemmingsplan “Vinkeveense Plassen 2025”

Versie 4 december 2024

1

1.

INHOUDSOPGAVE

Hoofdstuk 1.

INHOUDSOPGAVE ...................................................................................................................... 2

2.

INLEIDING .................................................................................................................................... 3

3.

GEVOLGDE PROCEDURE .......................................................................................................... 4

4.

OVERZICHT ONTVANGEN ZIENSWIJZEN ................................................................................ 5

5.

BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN ............................................................................................ 6

6.

OVERZICHT WIJZIGINGEN N.A.V. ZIENSWIJZEN ................................................................ 270

7.

OVERZICHT VAN AMBTSHALVE WIJZIGINGEN .................................................................. 273

8.

BIJLAGEN: THEMA BEANTWOORDINGEN .......................................................................... 278

2

2.

INLEIDING

In deze ‘Nota van Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen’ worden de ingekomen zienswijzen in het kader van ontwerpbestemmingsplan “Vinkeveense Plassengebied 2023” d.d. 26 april 2023 van de gemeente De Ronde Venen samengevat en beantwoord. Voordat inhoudelijk op de ontvangen zienswijzen wordt ingegaan, wordt eerst kort het verloop van de gevolgde procedure toegelicht (paragraaf 2). Daarna wordt een overzicht gegeven van de binnengekomen reacties (paragraaf 3). Vervolgens wordt inhoudelijk op de zienswijzen ingegaan. Als daartoe aanleiding is, is per reactie in de conclusie aangegeven of de reactie aanleiding geeft het ontwerpbestemmingsplan aan te passen. Los van de zienswijzen, zijn er ook zaken die de gemeente zelf wil doorvoeren in het bestemmingsplan. Dit worden de ‘ambtshalve wijzigingen genoemd’. Hiervan wordt een overzicht gegeven in paragraaf 5. In paragraaf 6 tot slot is een beknopt overzicht van alle wijzigingen opgenomen.

3

3.

GEVOLGDE PROCEDURE

Overleg Conform artikel 3.1.1. van het Bro moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de Rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het concept-ontwerpbestemmingsplan “Vinkeveense Plassengebied 2023” toegezonden aan de overleginstanties zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inspraak Het concept-ontwerpbestemmingsplan “Vinkeveense Plassengebied 2023” is, conform de gemeentelijke inspraakverordening, voorafgaand aan de formele bestemmingsplanprocedure voor inspraak vrijgegeven. Gedurende de inspraaktermijn, die liep van 18 oktober 2022 tot en met medio november 2022, zijn de wettelijk vooroverlegpartners en de bij het proces betrokken stakeholders in de mogelijkheid gesteld schriftelijk en/of mondeling te reageren op het bestemmingsplan. De inspraak- en overlegreacties zijn in de eerder opgestelde “Nota inspraak en vooroverleg” (bijlage 16 bij de toelichting van het bestemmingsplan) samengevat en beantwoord. De volgende vooroverlegpartners en stakeholders hebben gereageerd op het conceptontwerpbestemmingsplan tijdens het wettelijk vooroverleg: • • • • • • • • •

Provincie Utrecht Waternet GGD-regio Utrecht De Groene Venen Dorpscomité InVinkeveen Ondernemersvereniging Vinkeveen De goede vangst BVVL Recreatie Midden-Nederland.

Ontwerpfase De aanpassingen die volgden uit de inspraak- en overlegreacties zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken – publicatie op vrijdag 5 mei 2023 en ter inzage van zaterdag 6 mei 2023 tot en met vrijdag 16 juni 2023 – voor eenieder ter inzage gelegen. Binnen deze termijn is eenieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. Alle ingediende zienswijzen zijn tijdig ingediend. De ontvangen zienswijzen worden in deze Nota zienswijzen samengevat en voorzien van een reactie. Als daartoe aanleiding is, is per reactie in de conclusie aangegeven of de reactie aanleiding geeft het (ontwerp)bestemmingsplan aan te passen.

4

4.

OVERZICHT ONTVANGEN ZIENSWIJZEN

In het kader van het ontwerpbestemmingsplan zijn ongeveer 200 zienswijzen ontvangen. De zienswijzen zijn allen ingediend binnen de termijn en zijn daarmee ontvankelijk. Enkele zienswijzen bleken niet van toepassing op dit plan. In verband met de nummering van dit document, zijn deze in hoofdstuk 5 wel opgenomen, maar niet inhoudelijk beantwoord.

5

5.

BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN

De ingekomen zienswijzen zijn hieronder samengevat en beantwoord. In de laatste kolom is aangegeven of, en indien van toepassing, welke wijzigingen er worden doorgevoerd. In hoofdstuk 6 is een beknopt overzicht gegeven van de wijzigingen die in het vast te stellen bestemmingsplan worden doorgevoerd. Nr.

Zienswijze

Beantwoording

Conclusie

Dat klopt, in goed overleg met de provincie is hier gehoor aan gegeven en zijn de strijdigheden opgelost.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Indiener geeft aan dat in het plangebied een verstedelijkingsverbod geldt, en dat om bebouwing mogelijk te maken een ontheffing moet worden aangevraagd. De gemeente heeft dit inmiddels gedaan, maar er is nog geen besluit genomen. Op dit moment voldoet het bestemmingsplan dus nog niet aan de IOV (Interim Omgevingsverordening). Wel heeft het college van de provincie een positieve grondhouding richting het verlenen van ontheffing van het verstedelijkingsverbod. Indiener zet graag de samenwerking voort.

De ontheffing is op 19 december 2023 verleend door Gedeputeerde Staten.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Indiener geeft aan dat de Vinkeveense Plassen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) liggen.

De aantasting van het NNN is expliciet in beeld gebracht in het NNNtoetsingsrapport. Dit rapport en het natuurkwaliteitsplan (NKP), met daarin de maatregelen die getroffen worden ter herstel van de natuurwaarden om te voldoen aan de meerwaardebenadering, zijn opgesteld c.q. aangepast en de toelichting is op dit punt aangepast.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Zienswijze 1. Provincie Utrecht Indiener geeft aan dat er nog een aantal onderdelen zijn die (nog) niet in overeenstemming zijn met a. het provinciaal beleid.

b.

c.

Daarom moet het voorgestelde plan voldoen aan artikel 6.2 van de IOV. Een bestemmingsplan moet regels en bestemmingen bevatten ter bescherming en verbetering van het NNN. Indiener vindt dat dit nog onvoldoende terug komt in het voorliggende plan. Zoals in de toelichting van de regel is opgenomen, gaan we uit van een natuurbestemming in het hele gebied, waarbinnen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt (die dan uiteraard

6

voldoen aan de meerwaardebenadering). In vervolg op c. moet de aantasting goed in kaart gebracht worden.

d.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

In het natuurkwaliteitsplan is uitvoerig ingegaan op de meerwaardemaatregelen waarbij de meervleermuis en de kwabaal meeliften met de positieve effecten van die maatregelen. Die positieve effecten op het leefgebied van soorten is vervolgens ook in het NNN-rapport beschreven. De aanwezigheid van bijzondere soorten is een van de kenmerken van NNN. Dat zal verder tekstueel aangepast worden in de toelichting.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Indiener vindt dat een goed overzicht van wat er nu planologisch mogelijk is (op basis van beheersovereenkomsten) en straks mogelijk is op basis van het nieuwe bestemmingsplan ontbreekt, terwijl dat de basis moet zijn om de aantasting in brede zin te bepalen. In vervolg op d. moet via artikel 6.3 van de IOV voldaan worden aan de meerwaardebenadering. Er moet een aantoonbare meerwaarde komen voor kwaliteit, oppervlakte en samenhang.

e.

Zie beantwoording zienswijze 1 c.

Indiener stelt dat een onderbouwing voor het beperken van de aantasting ontbreekt. Indiener geeft voorbeelden van het beperken van de aantasting: minder bebouwing in zone 3 en bijvoorbeeld regels over verlichting nabij Natura-2000 gebied de Botshol (niet diffuse verlichting of armaturen met vleermuisvriendelijke verlichting).

Ten aanzien van de suggestie over lichtkleur: de kennisdocumenten van de gewone dwergvleermuis (versie 2.0, april 2024) en ruige dwergvleermuis (versie 2.0, september 2024) zijn ten aanzien van ‘Vermijden lichtverstoring’ grotendeels herschreven zijn waarbij onder andere is toegevoegd dat het aanpassen van lichtkleur weinig effectief is.

f.

Indiener vindt de onderbouwing van de meerwaardebenadering niet voldoende.

De nadere onderbouwing is opgesteld en dat leidt tot maximaal 6,8ha aantasting van het NNNgebied. De provincie heeft

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

7

Er wordt niet duidelijk of de afronding door aantasting van bebouwing naar 5 hectare alleen gaat om bebouwing op de legakkers, of dat er ook rekening is gehouden met de ontwikkelingen op de zandeilanden.

op basis van deze informatie de ontheffing van het verstedelijkingsverbod verleend.

Indiener vindt dat beter inzichtelijk moet worden gemaakt welke aantasting wordt mogelijk gemaakt door alle ontwikkeling die het bestemmingsplan planologisch maakt/mogelijk worden gemaakt. Indiener vindt dat het nu nog niet duidelijk is wat de omvang van de maatregelen zijn en wat de kwaliteit en samenhang is van de natuurmaatregelen. En of er per saldo sprake is van een kwaliteitsverbetering. Indiener beveelt aan om beschermde soorten hier gelijk bij te betrekken. (zie ook verderop deze zienswijze bij wnb).

g.

Zie antwoord F. Daarbij is een natuurkwaliteitsplan opgesteld die ingaat op de kwalitatieve eisen van de meerwaardebenadering. Het rapport van Arcadis vormt daarbij het uitgangspunt en is als bijlage bij het natuurkwaliteitsplan opgenomen.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Indiener geeft aan dat deze natuurmaatregelen moeten worden beschermd en geborgd in bestemmingen en regels. Bij de natuurmaatregelen moet volgens indiener worden gedacht aan vissenbossen en het beschermen van boven water gehaalde legakkers (deze moeten dan ook een natuurbescherming krijgen). Volgens indiener biedt het rapport van Arcadis hier handvatten voor. Artikel 6.5 beschrijft de eisen waar aan natuurcompensatie moet voldoen. Indiener verwijst naar paragraaf 4.3 waar een groene verbinding benoemd wordt tussen de Botshol en ’t Meertje en dat er wordt gezocht naar maatwerkoplossingen die recht doen aan de belangen van zowel de ondernemer als de natuur. Er ontbreekt volgens indiener nu nog een nadere invulling hoe beide bovengenoemde gebieden

8

ecologisch met elkaar verbonden worden. Indiener adviseert om de maatregelen uit het Arcadis rapport verder uit te werken. Indiener vindt dat in hoofdstuk 4.2.2. slechts heel beperkt wordt ingegaan op het NNN.

Zie beantwoording zienswijze 1 F en G.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

In goed overleg met Waternet is de paragraaf KRW aangepast.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Indiener adviseert om een samenvatting van de natuurrapporten toe te voegen, waar de belangrijkste onderdelen van de onderbouwing in terug komen. h.

Indiener stelt dat de natuurmaatregelen uiteindelijk in een overzichtelijk natuurinrichtingsplan komen. Als de meerwaardebenadering goed is uitgewerkt en er een inrichtingsplan ligt, moeten er overeenkomsten worden opgesteld tussen de provincie en de gemeente om de maatregelen conform artikel 6.6. te borgen. Indiener verwijst naar het feit dat de Vinkeveense Plassen zijn aangewezen als waterlichaam conform de Kader Richtlijn Water (KRW). Indiener vindt het onvoldoende dat wordt gesteld dat ‘lozingen op de plassen zoveel mogelijk moet worden voorkomen’.

i.

j.

Indiener stelt dat vuilwater niet mag worden geloosd op de plassen en dat de vuilwaterboot het vuilwater moet ophalen.

Indiener vindt dat in paragraaf 5.5 en bijlage 12 over de KRW het verplichtende karakter van de vuilwaterboot niet voldoende naar voren komt.

Verwezen wordt naar Bijlage B, themabeantwoording ‘Vuilwaterboot’. (einde van dit document) In de watertoets staat in paragraaf 2.1: “Dit betekent dat in de praktijk vuilwater veelal direct op het oppervlaktewater wordt geloosd. Dergelijke ongezuiverde lozingen zijn sinds 1995 bij wet verboden.” Dit is nogmaals benadrukt in de toelichting van het bestemmingsplan. t Zie beantwoording zienswijze 1 i en de algemene beantwoording rondom de vuilwatervoorziening op de kavels in bijlage B.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

9

Indiener ziet graag dat deze teksten worden aangepast, zodat er geen verwarring kan ontstaan over de verplichting van de vuilwaterboot. In de regels 5.4, 6.4 en 7.4 wordt de vuilwaterboot en het verplichtende karakter ervan wel duidelijk benoemd via een voorwaardelijke verplichting. Indiener vindt het opvallend dat de vuilwaterboot alleen aan legakkers in zone 1, 2 en 3 is gekoppeld. Indiener stelt dat nergens op de Vinkeveense Plassen vuilwater mag worden geloosd. Dit geldt ook voor alle overige gebieden. Indiener vindt dat dit onvoldoende wordt geborgd in het bestemmingsplan. Indiener wijst er op dat de Vinkeveense Plassen in het provinciale Bodem- en Waterprogramma 2022-2027 (BWP) zijn aangeduid als waterparel. k.

Artikel 7.2 IOV geeft weer aan welke voorwaarden een bestemmingsplan moet voldoen als er sprake is van een locatie op de UNESCO-lijst en welke universele waarden beschermd moeten worden. Indiener vindt dat aan deze voorwaarden nog onvoldoende is voldaan.

m.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

De toelichting wordt op dit punt aangepast.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Indiener wijst er op dat in de toelichting een beschrijving van de Plassen ontbreekt als waterparel en ziet dit graag worden aangevuld in de toelichting. Indiener stelt dat de Stelling van Amsterdam nog niet voldoende is beschermd.

l.

De aanduiding ‘waterparel’ zal nader worden toegelicht in paragraaf 4.2.3 van het bestemmingsplan.

Indiener vindt de toelichting bij de Stelling van Amsterdam (SVA) onvolledig is. In paragraaf 4.1 moet ook het inundatiegebied worden genoemd.

In 7.3 zijn instructieregels opgenomen. Instandhouding en versterking van de waarden van de stelling. De kernkwaliteiten staan in bijlage 15. In de toelichting opnemen hoe die waarde in acht is genomen.

De toelichting wordt op dit punt aangepast. Par. 4.1 gaat in op het rijksbeleid, waarbij het Barro is toegelicht. Hier komen ook de inundatievelden aan bod. Het

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

10

inundatiegebied wordt ook verderop genoemd onder het provinciaal beleid. Het kopje “Unesco Werelderfgoed: Hollandse Waterlinies” wordt aangevuld: De openheid van de voormalige inundatiegebieden versterkt de beleving van de linie. Van de Nieuwe Hollandse Waterlinie wil de provincie de volgende kernkwaliteiten behouden: a. Het unieke, in samenhang met het landschap ontworpen negentiende en twintigste-eeuwse hydrologische en militairverdedigingssystee m, bestaande uit een samenhangend stelsel van onder andere forten, dijken, kanalen en inundatiekommen; b. groen en overwegend rustig karakter; c. openheid

n.

Indiener stelt dat de SVA in de dubbelbestemming niet volledig is meegenomen. In artikel 27 wordt een aantal keer verwezen naar de waarden die in 27.1 zijn beschreven, maar deze omschrijving ontbreekt. De unieke universele waarden zijn daarmee volgens indiener onvoldoende gewaarborgd.

De toelichting en regels worden op dit punt aangepast. De unieke universele waarden zijn specifiek benoemd.

Indiener vindt dat er verwarring Het bestemmingsplan zal kan ontstaan over de benamingen op dit punt verduidelijkt van artikel 26 en artikel 27. worden. o.

26: dubbelbestemming “WaardeSchootsveld” 27: dubbelbestemming “waardeStelling van Amsterdam”.

De stelling van Amsterdam heeft een kernzone waarbinnen beperkingen worden

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

11

Het schootsveld is ook onderdeel van de Stelling van Amsterdam.

opgelegd aan nieuwe ontwikkelingen.

In de toelichting leidt dit ook tot verwarring in paragraaf 4.2.2.

Fort aan de Winkel is onderdeel van de kernzone. Rondom het fort zijn een schootsveld en inundatiegebied aanwezig.

Het is een feit dat een schootsveld ook in de SvA kan liggen. Echter: een deel van het schootsveld rondom het fort valt echter buiten de kernzone van de Stelling van Amsterdam. Daarom zijn twee aparte dubbelbestemmingen opgenomen: één voor de kernzone van het UNESCO werelderfgoed en (omdat er rondom het fort strengere regels wenselijk zijn) een aparte dubbelbestemming voor het schootsveld rond het fort. Voor het gebied met de dubbelbestemming ‘Waarde – Schootsveld’ geldt dat de gronden beschermd zijn voor het behoud en herstel van de schootcirkels borende tot de Stelling van Amsterdam. Het bestemmingsplan zal op dit punt verduidelijkt worden.

p.

q.

Op de verbeelding ontbreekt de dubbelbestemming WaardeStelling van Amsterdam (artikel 27) en moet worden opgenomen.

Het bestemmingsplan wordt op dit punt aangepast.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

In het gebied waar de dubbelbestemming uit artikel 26 en 27 gelden is een harde voorwaarde dat de kernkwaliteiten van het werelderfgoed niet mogen worden aangetast (IOV artikel 7.2 lid 1

De regels worden op dit punt aangevuld. In de bestemmingsomschrijving van de dubbelbestemming Waarde – Hollandse Waterlinie worden de

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

12

onder a en b). 1 van die kernkwaliteiten is openheid.

kernkwaliteiten van het werelderfgoed benoemd.

Voor de gebieden grenzend aan de gebieden met de dubbelbestemmingen uit artikel 26 en 27 is dat ontwikkelingen die visuele integriteit van het werelderfgoed niet mogen aantasten. Het ijkmoment voor bestaande bebouwing in relatie tot het Werelderfgoed is het moment van aanwijzing van de Hollandse Waterlinies (21 juni 2021).

Voor de aangrenzende gebieden geldt dat de visuele integriteit van het werelderfgoed niet mag worden aangetast. Door de provincie is later aangegeven dat het ijkmoment voor bestaande bebouwing in relatie tot het Werelderfgoed het moment van indiening van het nominatiedossier Hollandse Waterlinies aan UNESCO moet zijn (januari 2019). Dat moment is gehanteerd. Er wordt binnen de dubbelbestemming geen nieuwe bebouwing toegestaan. Er wordt enkel een afwijkingsmogelijkheid geboden voor horeca op zandeiland 1. Voor de horeca geldt dat er een onderbouwing (HIA) moet worden aangeleverd alvorens een omgevingsvergunning voor een ontwikkeling kan worden verleend.

Indiener geeft aan dat het de inzet van de gemeente voor kwaliteit van het gebied deelt, maar wijst op de ligging van het plangebied in het NNN.

r.

Zoals afgesproken en aangegeven in de ontheffing van het verstedelijkingsverbod is/wordt in het bestemmingsplan Indiener wijst er op dat opgenomen dat er een ontwikkelingen die niet in het verkavelingsverbod komt, bestemmingsplan passen ook zodat er geen verdere moeten voldoen aan het bestaand aantasting van het NNNbeleid, zoals het NNN. Enkel het gebied zal plaatsvinden. toevoegen van kwaliteit is niet voldoende. De uitnodiging tot nieuwe ontwikkeling die wordt gedaan in hoofdstuk 1.5 lijkt volgens indiener afbreuk te doen aan het traject om tot voorliggend ontwerpbestemmingsplan te komen.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

13

Indiener vraagt om dit hoofdstuk aan te passen naar een meer realistisch beeld, waarin wordt geschetst dat door de ligging van het plangebied binnen het NNN, ontwikkelingen, anders dan in dit bestemmingsplan opgenomen, niet zonder meer mogelijk zijn.

s.

t.

Indiener wijst er op dat in de nota van beantwoording is gesteld dat nadrukkelijker zal worden benoemd dat het belangrijkste uitgangspunt van het bestemmingsplan het behoud is van het unieke legakkerlandschap. Het behoud van het gebied en het belang dat er aan wordt gehecht ziet indiener graag nadrukkelijk benoemd in de aanleiding.

De toelichting zal op dit punt verduidelijkt worden.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Indiener vindt dat er nog onduidelijkheden zijn in het landschaps- en stedenbouwkundig plan voor extra voorzieningen en verhardingen. Er wordt gesproken over ‘sobere en eenvoudige constructies’. Indiener raadt aan toe te lichten wat hier wordt bedoeld.

De tekst in het L&S-plan zal op dit punt worden verduidelijkt.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Indiener wijst er op dat in hoofdstuk 3.1 van de toelichting de Stelling van Amsterdam ontbreekt als belangrijk cultuurhistorisch kader.

De toelichting zal op dit punt verduidelijkt worden.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Indiener vindt dat in paragraaf 4.2.1. onder 6 “De provincie zorgt goed voor de landschappen, waterlinie, forten, kastelen en

De toelichting zal op dit punt verduidelijkt worden.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Voor verhardingen raadt indiener aan dat in een algemene toelichting wordt aangegeven dat er zo weinig mogelijk verharding wordt voorgesteld en in welke vorm de verharding past bij de beschreven kwaliteit van de andere elementen. Indiener ziet graag de zinsnede ‘het gevoel van tweede huis buiten de stad’ aangepast naar ‘het gevoel van recreëren in een natuurgebied’ omdat dit beter past bij de IOV.

u.

v.

14

buitenruimten, en wil dat veel mensen kunnen genieten van die fraaie plekken.” Wordt aangepast/aangevuld met ‘beschermen’.

w.

Indiener vraagt zich af of het een bewuste keuze is om alleen in artikel 16 van de regels expliciet in te gaan op erfafscheidingen en niet in andere artikelen over recreatie. Indiener ziet graag dat nog in de toelichting wordt toegevoegd dat zandeilanden 3 en 8 zwemwaterlocaties zijn, zoals in de nota van beantwoording staat aangegeven.

x.

y.

z.

Aa.

Ab.

Indiener geeft aan dat de definities van ‘legakker’ en ‘overige bouwwerken’ niet worden teruggevonden in de regels van het bestemmingsplan. Er ontbreekt ook een definitie van het begrip ‘ondergeschikte horeca’. Indiener vindt het wenselijk om in artikel 18.4.1. een maximering op te nemen voor de uitbreiding van recreatiewoningen.

Indiener geeft aan betrokken te willen blijven bij de uitwerking van de integrale mobiliteitsoplossing op basis van de notitie van Goudappel, maar dringt er tegelijkertijd op aan dat er wordt gekeken naar tijdelijke oplossingen om de knelpunten op drukke zomerse dagen ook voor komende zomer zoveel mogelijk op te lossen. Indiener wijst er op dat er in de regels van het BP niet meer verwezen wordt naar de

Dit was geen bewuste keuze. De regels zullen eenduidig worden gemaakt en in elk artikel is de term terreinafscheiding gehanteerd. Artikel 16 is op dit punt aangepast. Op pagina 16 van het ontwerpbestemmingsplan staat reeds het volgende vermeld: “De meeste actieve recreatie concentreert zich op de Noordplas. Hier zijn op de zandeilanden 1, 2, 4 en 5 zwemstranden aanwezig die vanaf de weg bereikbaar zijn. Ook zandeilanden 3 en 8 bevatten zwemlocaties.” De regels zullen op dit punt aangepast worden. In de begripsbepalingen worden de begrippen ‘legakker’, ‘overige bouwwerken’ en ‘ondergeschikte horeca’ worden toegevoegd.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Het is niet de bedoeling om meer dan 250 m3 aan recreatiewoningen te kunnen realiseren. De betreffende afwijkingsmogelijkheid in 18.4.1 wordt geschrapt. De gemeente zal in goed overleg met de provincie vinger aan de pols houden voor wat betreft het mobiliteitsvraagstuk.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Dat klopt, het gaat om de kavels in het gebied. Alle kavels zijn terug te leiden naar de verkavelingskaart.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

15

Ac.

Ad.

kadastrale rechten die verbonden zijn aan de kavels. Indiener wil de gemeente er graag op wijzen dat de wijzigingsbevoegdheid (artikel 21) komt te vervallen onder de omgevingswet en dat er dan sprake zal zijn van een delegatiebesluit

Onder de Omgevingswet zal de wijzigingsbevoegdheid worden gezien als een binnenplanse afwijking (omgevingsplanactiviteit, OPA).

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Indiener wijst er op dat er in hoofdstuk 4 wordt ingegaan op verschillende beleidsvelden, maar dat een alinea over EU beleid mist. De KRW is Europees, ook de regels wat betreft Natura-2000 kennen hun oorsprong in de EU Vogel- en Habitatrichtlijnen.

De toelichting zal op dit punt worden aangevuld.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Indiener vindt de conclusie dat de Wet natuurbeheer de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg staat en dat eventuele ontheffingsaanvragen naar verwachting te verlenen zijn ‘te kort door de bocht’.

In het natuurkwaliteitsplan is uitvoerig ingegaan op de meerwaardemaatregelen waarbij de meervleermuis en de kwabaal meeliften met de positieve effecten van die maatregelen. Die positieve effecten op het leefgebied van soorten is vervolgens ook in het NNN-rapport beschreven. De aanwezigheid van bijzondere soorten is een van de kenmerken van NNN. Dat zal verder tekstueel aangepast worden in de toelichting.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Indiener vindt dat eerst duidelijk gemaakt moet worden waar eventuele mitigatie en compensatie uitgevoerd zou kunnen worden. En er zal duidelijk gemaakt moeten worden of er sprake is van een gunstige staat van instandhouding van wettelijk beschermde soorten. Ae.

Indiener maakt zich met name zorgen om de soorten meervleermuis en de kwabaal, omdat deze soorten landelijk afnemen. In het kader van de meervleermuis is het van belang dat Zone III in de nacht niet verlicht wordt. Ook moeten externe significante externe effecten afgewogen worden met betrekking tot verlichting. Op dit moment is dit nog niet duidelijk terug te vinden in de regels van het bestemmingsplan. In artikel 11 staat een maximale hoogte van 6 meter voor terreinverlichting. Indiener vindt dit dermate hoog, dat niet verzekerd kan worden dat de

Ten aanzien van de suggestie over lichtkleur: de kennisdocumenten van de gewone dwergvleermuis (versie 2.0, april 2024) en ruige dwergvleermuis (versie 2.0, september 2024) zijn ten aanzien van ‘Vermijden lichtverstoring’ grotendeels herschreven zijn waarbij onder andere is toegevoegd dat het aanpassen van lichtkleur weinig effectief is.

16

verlichting diffuus uitstraalt over het water in de nacht en schemer in de actieve periode van de meervleermuis. Daarnaast staat niet duidelijk welke armaturen worden gebruikt. Indiener suggereert vleermuisvriendelijke rode verlichting.

Af.

Ag.

2. a.

Indiener stemt in met de conclusies uit het stikstofrapport, met als opmerking dat de rapporten overzichtelijker worden als de tabellen met ingevoerde verkeersbewegingen worden opgenomen.

Goed om te horen dat de provincie instemt met de conclusie. Alle gegevens zijn meegenomen bij de stikstofberekening. De laatste Aerius berekening zal nog worden doorgevoerd. We bezien of die tabellen kunnen worden opgenomen.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Indiener vindt dat nog onduidelijk is hoe handhaving concreet zal gaan werken in het Plassengebied en dat dit in het handhavingsplan duidelijk naar voren moet komen.

We zijn druk bezig met een uitvoeringsplan Toezicht & Handhaving (UVP). Dat wordt ook expliciet met de provincie besproken. Onderdeel van dat UVP is een communicatieplan.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Het toestaan van maximaal 10 tenten leidt niet tot de overlast die indiener aangeeft. Het eiland is op dit moment reeds bestemd voor dagrecreatie en wordt in de feitelijke situatie regelmatig gebruikt voor het plaatsen van tenten. Door de tenten in dit bestemmingsplan toe te staan, ook voor nachtverblijf, kunnen de tenten in beheer en onder toezicht van het recreatieschap worden geëxploiteerd. Dit leidt tot meer toezicht en regulatie.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Zienswijze 2 Indiener maakt bezwaar tegen het toestaan van dagrecreatie d.m.v. het plaatsen van tien tenten op zandeiland 12. Indiener vreest een toename geluidsoverlast en ongeoorloofd overnachten (incl zwerfvuil en wildpoepen) door ontbreken van afdoende handhaving. Indiener vindt dagrecreatie prima, maar tenten toestaan is het begin van een glijbaan naar ellende.

In het bestemmingsplan is met extra aandacht gekeken naar de locatie van de tenten. Uitgangspunt is daarbij om de tenten zoveel

17

mogelijk aan de zuidkant (plassenkant) te plaatsen. De locatie van de tenten is dan ook specifiek aangeduid op de verbeelding van het bestemmingsplan. De uitbater van het eiland en de eigenaar van het eiland (Recreatieschap Midden Nederland) zijn verantwoordelijk voor het gebruik van het eiland. Regulering van de overige overlast die wordt genoemd is een kwestie van handhaving en valt buiten de scope van dit bestemmingsplan. Zienswijze 3 a. Indiener maakt zich zorgen om privacy, aangezien er gebouwd zal mogen worden waar dit eerder niet mogelijk was.

b.

Indiener geeft aan dat er een procedurefout heeft plaatsgevonden, omdat het bestemmingsplan niet is opgenomen in de Staatscourant.

De gemeente heeft een belangenafweging te maken tussen het belang van de legakkerstructuur, de natuur, de recreatie en de individuele belangen van de eigenaren /gebruikers. Daarin is een middenweg gevonden, waarbij iedere kavel bouwrechten krijgt, waar plichten tegenover staan. De privacy is niet in het geding, omdat iedereen gelijke rechten krijgt. Daar komt bij dat er maar één legakker/kavel ligt voor uw perceel (op ongeveer 60 meter van uw woning) en bewoning van de kavels niet is toegestaan. Het verder opsplitsen van een kavel is ook niet toegestaan in het bestemmingsplan.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Het ontwerpbestemmingsplan is op de juiste wijze kenbaar gemaakt in het gemeenteblad (Wet elektronische publicaties). Vroeger werden de

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

18

Indiener vraagt ook om opheldering over een rectificatie en wat de aanleiding is geweest voor de rectificatie.

c.

Indiener geeft aan dat volgens de vigerende beheerverordening buitengebied er niet gebouwd mag worden op de gronden waarop de woning van indiener zicht heeft en dat dit zal veranderen met het ontwerpbestemmingsplan “Vinkeveense Plassengebied 2023”. Indiener geeft aan dat haar woning uit kijkt op de bestemmingen “Water”, “GroenLegakker 2”en de bestemming “Groen – Legakker X”. Indiener stelt dat er binnen de bestemming “Groen – Legakker 2” afgeweken mag worden van de bouwregels en stelt voor om voor de gehele zone X en een deel van zone II op te nemen dat er NIET mag worden afgeweken van de bouwregels, om zo voldoende natuurcompensatie te behouden.

publicaties inderdaad in de Staatscourant geplaatst. Er heeft een rectificatie (+ opschuiving van de inzagetermijn) plaatsgevonden omdat abusievelijk de publicatie niet was opgenomen in het weekblad de Groene Venen. Het klopt dat op de betreffende legakker de bestemming Groenlegakker 2 komt. Op dat kavel is maximaal 40m2 aan bebouwing toegestaan, middels een afwijking. Het gebied achter de legakker ligt in zone X, waar weinig tot geen legakkers liggen. De legakkerstructuur is belangrijke reden om de zonering in stand te houden. Zie ook beantwoording zienswijze 3a.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Indiener haalt hier bij aan dat zone X een zone is waarbij geen bebouwing is toegestaan en vraagt om een toelichting als de keuze gemaakt wordt om haar aanbeveling niet over te nemen. d.

Indiener vindt de huidige invulling compensatie van NNN-gebied niet duidelijk. Het is onduidelijk wat het gebied precies nodig heeft.

Als bijlage bij het bestemmingsplan is een natuurkwaliteitsplan opgenomen. Daarin wordt duidelijk hoe omgegaan wordt met de compensatie.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

e.

De indiener verzoekt om in artikel 6 lid 1 expliciet op te nemen dat deze zijn bestemd voor de instandhouding van de legakker als zodanig en daarmee voor de instandhouding van de natuurlijk, landschappelijk en

De tekst van de planregel is iets aangepast, om instandhouding van de legakkers expliciet goed te borgen.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

19

cultuurhistorische waarden van de legakkers. f.

g.

h.

i.

Indiener vindt dat Zone X en Zone II voor de hand liggen om te bestemmen als Natuur en verzoekt dit te doen. Indiener vindt het lastig te begrijpen wat de regels zijn om alsnog bebouwing te realiseren, omdat het op grond van artikel 6.3 toch mogelijk is om af te wijken van de regels in artikel 6.2 en er bebouwing t/m 40m2 kan worden gerealiseerd. Indiener vraagt zich af wat voor invloed dit kan hebben op meer massa en landschap. Indiener vraagt zich ook af hoe dit stedenbouwkundig en landschappelijk geregeld is? Is er een inventarisatie gedaan hoeveel legakkers er zijn, hoe de verdeling plaats kan vinden, hoe dit landschappelijk wordt ingepast en of dit ruimtelijk beoordeeld is. Indiener verwijst naar het verkeersonderzoek Legakkers Vinkeveens plassen van Goudappel. Indiener vraagt zich af of er inderdaad nader is onderzocht wat voor alternatieven voor de auto er zijn. Indiener is bang voor veel overlast op de weg van de Baambrugse Zuwe, dat er onveilige situaties kunnen plaatsvinden en dat er files kunnen ontstaan, omdat er in het verkeersonderzoek staat dat er weinig restcapaciteit is. Indiener wijst er op dat er door intensievere gebruiksrechten meer verkeer zal zijn op het water én op de weg. Indiener ziet daarom graag meer toelichting en berekeningen waaruit blijkt dat dit niet leidt tot verslechtering van de verkeerssituatie, of onveilige situaties in het (vaar)verkeer.

j.

Indiener maakt zich zorgen dat de handhaving niet geborgd is in het bestemmingsplan en wil graag dat handhaving van het bestemmingsplan beter is

Zie antwoord 3c.

Elke kavel in de bestemming GL-1, GL-2 en GL-3 krijgt met toepassing van een afwijking bouwrechten (max 40m2 per kavel). De compensatie vindt plaats op grond van de Omgevingsverordening Provincie Utrecht (OPU). De verkavelingskaart laat alle kavels zien en in het Natuurkwaliteitsplan wordt dieper ingegaan op de kwantitatieve en kwalitatieve compensatie.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Er is zeker gekeken naar alternatieven voor de auto. Punt is dat er maar op enkele dagen per jaar ‘overlast’ ervaren wordt in het gebied. Vooral de parkeerplaats in Winkelpolder heeft genoeg plaatsen voor de auto’s. Het verdere vervoer het gebied in, kan op vele manieren. Daar wordt momenteel nog verder in vulling aan gegeven.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

De situatie in het gebied is vooral dat het overgrote gedeelte van de bebouwing er al jaren staat en daar horen al de nodige vervoersbewegingen bij. Het rapport van Goudappel is de toelichting op de gehele situatie.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Bij de vaststelling van het bestemmingsplan wordt ook een Uitvoeringsplan Toezicht en Handhaving onderdeel.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

20

geborgd, om het belang van privacy, rust en natuur beter te beschermen. Zienswijze 4 Het ontwerpbestemmingplan zal volgens de indiener leiden tot evenredige aantasting van het directe woon- en leefklimaat van de indiener. Daarom is sprake van strijd met het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. Dit wordt toelicht op basis van een aantal bezwaren: a.1

Volgens de indiener is er in de huidige situatie al sprake van een onaanvaardbare verkeersituatie. Met het ontwerp bestemmingsplan wordt nog meer verkeer toegestaan wat zal leiden tot (nog) grotere problemen in doorstroming- en veiligheidssituaties. Indiener heeft bezwaar op een aantal punten omtrent verkeer: • Het aspect verkeer is onvoldoende onderbouwd en er is onvoldoende geborgd dat er geen onevenredige nadelige verkeerseffecten optreden • de verkeersgeneratie in het rapport is onderschat, doordat niet met alle verkeer generende activiteiten rekening is gehouden: zoals de verkeersgeneratie van diverse recreatieve gebruiksmogelijkheden, de mogelijkheid om op bijna alle legakkers onbeperkt te recreëren, de mogelijkheid om te kamperen (op ‘Groen Legakker 1, - 2 en - 3), de mogelijkheid om op de zandeilanden tenten te plaatsen ten behoeve van de dagrecreatie, het toevoegen van de mogelijkheid om woonarken te plaatsen op een aantal legakkers en de mogelijkheid om op het water te recreëren. • Indiener vraagt waarom bij de verkeersgeneratie vanwege de bebouwing op de legakkers is uitgegaan van 52

De situatie in het gebied is vooral dat het overgrote gedeelte van de bebouwing er al jaren staat en daar horen al de nodige vervoersbewegingen bij. De rapporten van Goudappel en Empaction zijn wel geactualiseerd en geven een heldere toelichting op de gehele situatie.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. De verkeer- en parkeerrapporten zijn wel geactualiseerd.

21

mvt/etmaal. Op een drukke dag is, volgens het verkeersrapport, de verkeersgeneratie al 612 mvt/etmaal. Dit is volgens de indiener ten onrechte teruggebracht naar 52 mvt/etmaal. • Er is niet inzichtelijk gemaakt wat de verkeersgevolgen per wegvak zijn. • Het treffen van maatregelen om gebruik van het openbaar vervoer en de fiets te stimuleren, zoals aanbevolen in het verkeerrapport, is nergens geborgd. En er is niet inzichtelijk gemaakt wat het effect van die maatregelen zou zijn op het aantal verkeersbewegingen. • Naast de reeds bestaande parkeeroverlast in en rondom het plangebied zal ook de parkeerbehoefte in het gebied sterk toenemen. Het parkeeronderzoek is gebaseerd op onjuiste uitgangspunten, zowel qua referentie als qua de prognose van het benodigde aantal parkeerplaatsen gelet op de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan. Gezien bovenstaande acht de indiener het aannemelijk dat sprake is van een (groot) negatief effect omtrent verkeer. a.2

Volgens de indiener heeft er ten onrechte geen beoordeling van de (negatieve) geluideffecten van het bestemmingsplan plaatsgevonden. De toename in verkeersbewegingen over de Baambrugse Zuwe en de vaarbewegingen langs de tuin van de indiener zullen leiden tot een verslechtering van de geluidsituatie. Er is geen sprake van een goede ruimtelijke ordening, waardoor volgens de indiener wel onderzoek benodigd is.

Zie beantwoording zienswijze 4 a.1 Langs de Baambrugse Zuwe liggen villa’s met beperkt uitzicht aan de voorkant van het huis vanwege de weg en de overliggende huizen, maar met vrij uitzicht aan de achterzijde van het huis. De huizen en tuinen kennen een hoge mate van privacy. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe bebouwing mogelijk in de directe

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

22

nabijheid van deze woningen. Met het bestemmingsplan worden planologisch gezien (extra) verkeersbewegingen mogelijk gemaakt. Echter is een groot deel van deze verkeersbewegingen (en daarmee ook hiermee samenhangend geluid) in de huidige situatie feitelijk al aanwezig door illegaal gebruik van de legakkers en autonome ontwikkelingen. Het plan legaliseert een deel van de bebouwing op deze legakkers. Zoals blijkt uit het verkeersrapport (Goudappel, bijlage 9 bij het bestemmingsplan) bedraagt de extra verkeersintensiteit 364 mvt/etmaal. In het prognosejaar 2030 bedraagt de intenstiteit op de Baambrugse Zuwe 2.800 mvt/etmaal. De netto verkeerstoename op de rond het plan gelegen wegen is zodanig gering dat op de bestaande woningen langs deze wegen geen significante hoorbare verandering van de geluidsbelasting aan de orde is. Het bestemmingsplan gaat niet over de vaarbewegingen op de Vinkeveense plassen. De pleziervaart heeft een bredere reikwijdte dan het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan maakt ook geen nieuwvestiging of uitbreiding van havens mogelijk. b.

Privacy rust en uitzicht: indiener stelt dat het bestemmingsplan leidt tot een onevenredige inbreuk

De dichtstbijzijnde legakker waarop enige bebouwing wordt

Deze zienswijze leidt niet tot

23

c.

van privacy, uitzicht en rust. Vanwege een toename aan bebouwing- en recreatie mogelijkheden wordt het zicht belemmerd en wordt het vaarwater drukker. Daarnaast mag er straks ook op ondergelopen legakker gebouwd worden.

toegestaan (via afwijking) ligt op 150 meter en niet wordt ingezien hoe dit leidt tot een onevenredige inbreuk op hun privacy, uitzicht en rust.

aanpassing van het bestemmingsplan.

De indiener betwist of er in het stikstofonderzoek is uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden van het plan. Op de legakkers in zones II en III, met de bestemmingen ‘Groen – Legakker 2 en – 3’ wordt naast de reeds aanwezige illegale bebouwing ook nieuwe bebouwing toegestaan. De illegale bouwwerken en de mogelijke nieuwe bebouwing moeten volgens de indiener ook worden meegenomen in het stikstofrapport.

Als referentiesituatie is ook de stikstofdepositie ten opzichte van de huidig legale situatie doorgerekend. Daarmee vormen de illegale bouwwerken ook een onderdeel van het planeffect.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Daarnaast is volgens de indiener ook de stikstofdepositie als gevolg van de verkeersbewegingen en vaarbewegingen onderschat (zie punt a.1).

Bij de beoordeling van het planeffect wordt – bij de vaststelling van het definitieve bestemmingsplan - de analyse van het systeem uit de natuurdoelanalyses betrokken.

Daarnaast is de beoordeling dat een permanente (extra) toename van stikstof de natuurlijke kenmerken van het Natura-2000 gebied Botshol niet aantast onjuist en onvoldoende gemotiveerd vanwege de geconstateerde knelpunten uit de natuurdoelanalyse voor Botshol, de beschrijving van de huidige staat van instandhouding, de overlaste situatie en het reeds getroffen maatregelenpakket. Hierdoor kan het plan in overeenstemming met artikel 2.8 lid 3 Wnb niet worden vastgesteld.

De AERIUSberekening is wel geactualiseerd.

De nieuwe bebouwing is meegenomen in het stikstofonderzoek (extra verkeersbewegingen en bouwemissies).

Voor de verkeersbewegingen is uitgegaan van het verkeersrapport van Goudappel (21 november 2022). Hierin is een onderbouwing van de gebruikte verkeersgegevens weergegeven (zie ook a.1). Voor de scheepvaart wordt verwezen naar het rapport van Arcadis (11 november 2020). Hierin is een onderbouwing van de gebruikte vaarbewegingen weergegeven.

24

d.

Volgens de indiener leiden de plannen tot aantasting en verstoring van de op grond van de Wnb beschermde diersoorten. Volgens de indiener is het niet uitgesloten dat de ontwikkelingen van het plan leiden tot overtredingen van de verbodsbepalingen uit de Wnb. Indien dit gebeurt, is een ontheffing benodigd, waarvan de indiener acht dat de mogelijkheden voor het verlenen van de ontheffing beperkt zijn. De raad kan een bestemmingsplan niet vaststellen als er een redelijke verwachting is dat een (eventueel benodigde ontheffing op grond van de Wnb niet verleend zal/kan worden. Indiener vindt dat niet inzichtelijk is gemaakt dat het soortenbeschermingsregime uit de Wnb niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg staat. De indiener kan tevens de onderbouwing in de plantoelichting niet volgen en vindt het onderzoeksrapport van Anteagroup (17 april 2023) onvolledig en ontoereikend. Indiener licht dit per soortenbeschermingsregime nader toe:

Uitvoerbaarheid van het plan kan als volgt worden beoordeeld (zie ook paragraaf 16.4 in het MER).

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Bij de aanvraag van een vergunning flora- en fauna-activiteit beoordeelt het bevoegd gezag of zij de vergunning kunnen verlenen. Of de vergunning verleend wordt, hangt af van een aantal criteria (Artikel 8.74i t/m Artikel 8.74l Bkl). Wanneer aan onderstaande criteria is voldaan, wordt de vergunning verleend. Hieronder is uitgeschreven dat bij voorliggend project voldaan kan worden aan deze criteria en dat redelijkerwijs verwacht kan worden dat de vergunning verleend kan worden. •

•

Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafwe ging); voor de locatie van de ingreep zijn geen alternatieven. De werkzaamheden zijn aan de betreffende specifieke locatie gebonden (eigendom perceel) Het project wordt uitgevoerd in het kader van een in de wet genoemd wettelijk belang; worst case wettelijk belang is voor vogels, 'volksgezondheid of openbare veiligheid'.

25

•

gezonde leefomgeving, waterkwaliteit, recreatieve mogelijkheden – gezondheid. Het project doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de populatie; er zullen bewezen effectieve maatregelen te nemen zijn om een effect op de staat van instandhouding te voorkomen.

Bij het bestemmingsplan wordt een Memo uitvoerbaarheid bestemmingsplan in het kader van soortbescherming toegevoegd, waarin nader wordt ingegaan op dit aspect. e.

Uit het onderzoek van Anteagroup blijkt dat nader onderzoek naar de huismus, de gierzwaluw, de buizerd, de havik, de wespendief en de ooievaar benodigd is. Dit onderzoek heeft niet plaatsgevonden waardoor er sprake van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel is. Daarnaast kan de indiener zich niet vinden in de stelling dat indien het plan leidt tot een overtreding van verbodsbepalingen in de Wnb, een ontheffing kan worden verleend. Er is namelijk geen sprake van wettelijk belang, aldus de indiener, en er is niet onderbouwd dat en waarom aan de andere twee ontheffingsvoorwaarden wordt voldaan. Wat betreft algemene broedvogels vindt de indiener de

Nader onderzoek heeft niet plaatsgevonden omdat effecten pas in beeld kunnen worden gebracht als duidelijk is waar, wat, wanneer precies gebouwd gaat worden. Uitvoerbaarheid van het plan kan beoordeeld vanuit worst case (zie beantwoording bij 4d).

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Art 3.1 Wnb, art 11.37 Bal ziet op nesten en rustplaatsen. Dat is/wordt uitgangspunt bij toetsing.

26

onderbouwing in het onderzoek dat geen verbodsovertredingen te verwachten zijn ten aanzien van algemene broedvogels, omdat deze makkelijk voorkomen kunnen worden door eventuele kap- en bouwwerkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren niet voldoende. Uit de conclusie lijkt namelijk de veronderstelling te volgen dat de verbodsbepalingen uitsluitend zien op het beschermen van nesten van vogels. Volgens de indiener is dat niet juist. Het gaat namelijk ook om opzettelijke verstoring en/of vernieling of beschadiging van rustplaatsen van vogels. f.

Uit het Anteagroup onderzoek blijkt dat nader onderzoek benodigd is om te beoordelen of potentieel verblijfplaatsen van vleermuizen verstoord worden of worden vernietigd. Eventueel kan een ontheffing worden verleend omdat voldaan zou kunnen worden aan de ontheffingsvoorwaarden. De indiener betwist deze conclusie. Volgens de indiener is niet onderbouwd dat er geen alternatieve bevredigende oplossing is en welke maatregelen eventueel zouden kunnen worden getroffen zodat niet wordt afgedaan aan de (gunstige) staat van instandhouding van de vleermuis.

Er zijn bewezen effectieve maatregelen te nemen (zie ook de beschikbare kennisdocumenten, kennis over maatregelen via de zoogdiervereniging). Dit zal per project uitgewerkt moeten worden indien daar concreet sprake is van overtreding van verbodsbepalingen. Dat deze maatregelen mogelijk zijn is een conclusie obv expert judgement van de ecologen die NT, NNNrapport, inrichtings- en beheerplan ‘t Meertje en NKP hebben opgesteld).

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Voorbeelden mitigerende maatregelen: • Werken buiten kwetsbare periodes • Werkzaamheden faseren in ruimte en tijd • Leefgebied ontzien • Kwaliteitsverbetering matig geschikt leefgebied • Beschikbaar stellen speciale nestkasten (voor vleermuizen zijn er afhankelijk van de

27

g.

Ook nader onderzoek naar de waterspitsmuis, de ringslang en de kwabaal heeft nog niet plaatsgevonden. Dit betekent dat er sprake is van een onzorgvuldige voorbereiding en ondeugdelijke motivering, aldus de indiener

h.

Op grond van artikel 6.3 lid 3 van de Iov is de aantasting van het NNN alleen mogelijk als de aantasting zoveel mogelijk wordt beperkt en de overblijvende aantasting vervolgens tijdig wordt gecompenseerd. De onderbouwing dat daaraan wordt voldaan dient in het bestemmingsplan te worden opgenomen, aldus de indiener. Indiener stelt dat het plan in strijd is met de Iov omdat door het plan een aantasting van het NNN plaatsvindt en omdat de beoogde compensatie voor die aantasting onvoldoende en ontoereikend is. Daarbij acht de indiener met name van belang dat de aantasting van het NNN door het bestemmingsplan fors wordt onderschat, de compensatieverplichting onvoldoende inzichtelijk is gemaakt en dat verschillende maatregelen die worden beschreven in het compensatieplan onvoldoende zijn geborgd.

vleermuissoort en functie van de verblijfplaats diverse type vleermuiskasten beschikbaar) Zie beantwoording zienswijze 4d voor planning nader onderzoek. Zie beantwoording zienswijze 4e voor uitvoerbaarheid.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Er is een natuurkwaliteitsplan en een NNN-rapport opgesteld waarin de meerwaardebenadering is uitgewerkt. In het NNNrapport wordt gemotiveerd dat voldaan wordt aan de eisen uit de IOV. Op basis hiervan heeft de provincie de ontheffing van het verstedelijkingsverbod afgegeven.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Verwezen wordt naar het natuurkwaliteitsplan. Daarin is in hoofdstuk 4 aandacht besteed aan de

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Indiener bestrijdt de juistheid, volledigheid en inzichtelijkheid van de compensatie van het oppervlakteverlies in ’t Meertje, de borging van die compensatie en de borging van de (kwaliteit)maatregelen in de Vinkeveense Plassen. i.

Indiener is van mening dat in het NNN rapport (Anteagroup rapport van 17 april 2023, bijlage 7 van de toelichting) onvoldoende

28

inzichtelijk is gemaakt waar het berekende oppervlakteverlies precies zou plaatsvinden en waar die berekening precies op is gebaseerd. Volgens de indiener is het onjuist dat, zo lijkt het, uitsluitend van de bebouwings- en verhardingsmogelijkheden is uitgegaan. Hierbij moeten volgens de gebruiksmogelijkheden worden betrokken, los van bebouwing en verharding.

verschillen met de beheersverordening en de doorvertaling naar de compensatie-opgave. De beïnvloede natuurdoeltypen zijn gebaseerd op de uitsnede van de kaart met ligging van de natuurbeheertypen volgens het Natuurbeheerplan 2023.

Verder is het de indiener onduidelijk aan de hand van welke bebouwings- en verhardingsmogelijkheden in het ontwerpbestemmingplan het oppervlakteverlies precies is berekend. Uit het NNN rapport lijkt te volgen dat met name is gekeken naar de legalisering van de aanwezige illegale bebouwing op de legakkers in zone II en III, indien dit zo is is dat onvoldoende volgens de indiener. Bij de berekening van het oppervlakteverlies moeten de maximale planologische bouw- en verhardingsmogelijkheden worden betrokken. Hierop gelet verwacht de indiener dat te compenseren oppervlakte (veel) groter is dan 5 ha. Er is niet duidelijk hoe de berekening van 5ha inzichtelijke is gemaakt en ter plaatse van welke natuurbeheertypen de aantasting volgens het NNN precies zou plaatsvinden. Verder merkt de indiener op dat de berekening in het NNN rapport van ‘het aantal natuurpunten voor de te realiseren compensatie’ niet is te volgen. Daarnaast betwist indiener het uitgangspunt dat het verlies uitsluitend het natuurbeheertype N04.01 betreft want er zijn ook andere natuurbeheertypen die worden aangetast: N04.02, N05.03, N05.04, N10.02, N14.03, N16.04 en N17.06. Gelet op bovenstaande stelt indiener dat het plan in strijd

29

oplevert met het bepaalde in artikel 6.3 en 6.5 van de Iov. j.

k.

Indiener stelt dat het plan in strijd is met het bepaalde in artikel 6.6. van de Iov: de realisatie van de compensatie, de ontwikkeling, de instandhouding en het beheer moet namelijk geborgd zijn door middel van een voorwaardelijke verplichting. De voorwaardelijke verplichting is uitsluitend opgenomen voor de bestemmingen ‘Groen – Legakker 1, - 2 en – 3’, voor andere bestemmingen geldt deze verplichting niet. Daarnaast ziet deze verplichting alleen op het gebruik van de gronden voor recreatief eigen gebruik en recreatieve verhuur. Dagrecreatie is binnen die bestemmingen ook toegestaan en leidt ook tot aantasting van het NNN.

De voorwaardelijke verplichting zal niet voor de andere legakker bestemmingen worden toegepast, omdat hier recreatief eigen gebruik of recreatieve verhuur niet is toegelaten.

Volgens de indiener worden de kwaliteitsmaatregelen, zoals beschreven in paragraaf 5.4 van het NNN rapport, niet (voldoende) geborgd: • De aanleg van natuurvriendelijke oever(s) is niet geborgd • Het is niet uitgesloten dat uitsluitend ‘normale’ oeverbeschoeiing worden gerealiseerd die juist een negatief effect (kunnen) hebben op de ecologische waarden van het gebied.

NNN rapport

Tevens vindt de indiener dat de maatregelen ‘Inzet vuilwaterboot’ eveneens niet goed geborgd is: • Het begrip ‘vuilwatervoorziening’ is niet nader gedefinieerd • Het is niet duidelijk wat precies onder de ‘vuilwaterbootregeling’ moet worden verstaan • De voorwaardelijke verplichtingen slaan uitsluitend op het gebruik van de gronden voor recreatief eigen gebruik en recreatieve verhuur, en niet op dagrecreatie

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Dagrecreatie is op dit moment al toegestaan, al mag er niet worden gebouwd. Het bestemmingsplan leidt voor wat betreft het gebruik voor dagrecreatie in deze bestemmingen niet tot aantasting van het NNN.

De aanleg van natuurvriendelijke oevers is een keuze. ‘harde’ beschoeiing is soms de enige mogelijkheid ter bescherming van een legakker.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Er wordt voorkomen dat er negatieve effecten ontstaan op de ecologische waarden van het gebied door aan te geven dat er op sommige locaties met zekerheid nvo’s komen en verder beschoeiing wordt toegepast zodat de legakkers niet verdwijnen. In het NNN-rapport wordt in paragraaf 7.1 ook ingegaan op de noodzaak voor het vaststellen van het BP. Vuilwaterboot Verwezen wordt naar Bijlage B, themabeantwoording

30

Verder is in de planregels niks geregeld over het toepassen van verlichting.

l.

Indiener betwist de juistheid van het rapport van Anteagroup ‘KRW-toets Vinkeveense Plassen (17 april 2023): • In hoofdstuk 4 van dit rapport wordt uitsluitend zeer algemeen onderbouwd dat het plan geen negatieve gevolgen heeft voor de toestand van de Vinkeveense Plassen. Er wordt ten onrechte niet inzichtelijk gemaakt wat de ecologischeén de chemische toestand van de Vinkeveense Plassen is, gelet op álle relevante kwaliteitsnormen, op basis van de huidige planologische legale mogelijkheden. Evenmin wordt inzichtelijk gemaakt wat de effecten zijn voor alle relevante kwaliteitsnormen, zowel ecologisch als chemisch. De indiener vindt het rapport daarom ontoereikend en vindt dat er sprake is van onzorgvuldige voorbereiding en een ondeugdelijke motivering. • Daarnaast volgt de indiener de conclusie van het bestemmingplan niet. Met de beoordeling wordt ten onrechte rekening gehouden met mitigerende en compenserende maatregelen die met het bestemmingsplan gepaard zouden gaan (de aanleg van natuurvriendelijke oevers/natuurvriendelijke oeverbeschoeiing is niet geborgd in de planregels). Daarnaast wordt rekening gehouden met de maatregelen dat op de legakkers

‘Vuilwaterboot’. (einde van dit document) Verlichting Nieuwe verlichting wordt (met het oog op vleermuizen) niet mogelijk gemaakt op legakkerniveau. Openbare gebieden hebben wel verlichting, die blijft. • De huidige ecologische en chemische toestand van de Vinkeveense Plassen is vastgelegd in de KRWfactsheets van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht beschikbaar via waterkwaliteitsportaal.nl. De huidige (praktijk)toestand is opgenomen in paragraaf 3.1 en 3.2 van de KRWtoets Vinkeveense Plassen (Antea Group, 17 april 2023), met daarbij een verwijzing naar alle gerapporteerde kwaliteitselementen in de KRW-factsheet van het waterschap. Daarmee worden alle voor de KRW relevante kwaliteitselementen van de KRW benoemd, zoals deze zijn gerapporteerd bij het Stroomgebiedbeheerplan 2021. De constatering dat niet inzichtelijk gemaakt is wat de huidige ecologische en chemische toestand is, wordt niet herkend. Onduidelijk is welke kwaliteitsnormen indiener vindt ontbreken. In paragraaf 4.4 van de KRW-toets zijn de effecten voor de relevante kwaliteitselementen beschouwd. Onderkend wordt dat er een leemte in kennis is waar het gaat

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

31

•

•

•

vuilwatervoorzieningen gerealiseerd moeten worden en dat gebruik moet worden gemaakt van de vuilwaterbootregeling. De voorwaarden die daaraan gesteld worden, worden onvoldoende geborgd. Bovendien wordt verondersteld dat hiermee alle vuilwaterlozing wordt voorkomen, dat is onjuist omdat deze voorwaardelijke verplichting niet voor alle legakker bestemmingen geldt, zoals bijvoorbeeld Legakker – X. Daarnaast lijkt niet met alle negatieve effecten rekening te zijn gehouden: ook alle recreatieve gebruiksmogelijkheden en bijvoorbeeld de forse toename van vaarbewegingen en verkeersbewegingen ten opzichte van het huidige planologische legale gebruik hebben mogelijk negatieve effecten op de waterkwaliteit. Evenmin is rekening gehouden met de mogelijkheid dat hemelwater dat van daken en overige verharde afstroomt via verontreinigende stoffen, ook verontreinigende stoffen in het water kan brengen. Er is hier niks voor geregeld. Tot slot merkt indiener op dat zowel in de plantoelichting als in het KRW rapport meerdere keren wordt benoemd dat in de huidige situatie vanwege de reeds aanwezige illegale bebouwing veel afvalwater via de bodem of rechtstreeks ongezuiverd in de Vinkeveense Plassen terecht komt. Met de voorwaardelijke verplichting zal de situatie beter worden.

Volgens de indiener is de illegale situatie echter uitdrukkelijk níet relevant, het dient plaats te vinden ten opzichte van de (planologische) legale situatie.

Indiener stelt dat de watertoets uit de toelichting evenals de KRW-

om de ecologische en chemische waterkwaliteit in de juridisch vigerende situatie. De effecten zouden moeten worden bepaald ten opzichte van de juridisch vigerende situatie, maar hiervan zijn geen meetgegevens, omdat dit een fictieve situatie betreft. • Zoals opgemerkt in de Watertoets paragraaf 2.1 is het sinds 1995 bij wet verboden om zonder vergunning ongezuiverd te lozen op oppervlaktewater. Op grond van deze wet kan worden gehandhaafd. Dit hoeft niet te worden geregeld in het bestemmingsplan. Los daarvan is via een voorwaardelijke verplichting bij nieuwe vergunningen een vuilwatervoorziening op de kavel geborgd, waarmee rekening wordt gehouden met maatregelen om verslechtering van de waterkwaliteit tegen te gaan. En dat is voor dagrecreatie in de andere bestemmingen toch ook niet te doen? De vwvp is opgenomen voor enkel recreatief eigen gebruik en verhuur • Ervan uitgaande dat er geen illegale lozingen plaatsvinden, heeft een eventuele toename aan vaarbewegingen geen negatief effect op de waterkwaliteit. De verhouding van waterdiepte en diepgang van boten veroorzaakt

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14963492/1