Bijlage 2 - Ontwerp Begroting 2026 SGL - voor zienswijze
Tekst van het document
Programmabegroting 2026
PROGRAMMABEGROTING 2026
Recreatieschap Stichtse Groenlanden
CONCEPT, 8 APRIL 2025
0
Programmabegroting 2026
Inhoudsopgave 1.
Voorwoord
2
2.
Uitgangspunten
5
3.
Programma instandhouding en ontwikkeling gebieden
7
3.1
Gebiedsbeheer
7
3.2
Ontwikkeling
10
3.3
Ondersteuning
12
3.4
Algemene dekkingsmiddelen
15 16
4. Paragrafen 4.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
16
4.2
Onderhoud kapitaalgoederen
18
4.3
Financiering
19
4.4
Grondbeleid
20
4.5
Bedrijfsvoering
21
5. Financiële begroting
23
Bijlage I - Baten en lasten per programmagebied
29
1
Programmabegroting 2026
1.
Voorwoord
Voor u ligt de Programmabegroting 2026 van het Recreatieschap Stichtse Groenlanden. Het jaar 2026 wordt een belangrijk jaar. Niet alleen voor de deelnemende gemeenten, die hun inkomsten in “ravijnjaar” 2026 zien teruglopen door de korting van het kabinet op het gemeentefonds en de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen. Ook het Recreatieschap staat voor de uitdaging de terreinen “schoon heel en veilig” te houden, oog te houden voor de ontwikkelingen met betrekking tot de schapsterreinen, en tegelijkertijd invulling te geven aan de zienswijzen van de deelnemers, waarbij nadrukkelijk is aangegeven “de basis op orde” te willen brengen binnen de kaders van de huidige begroting. Op 1 januari 2023 is de dienstverlening van RMN als uitvoeringsorganisatie overgegaan naar Staatsbosbeheer. De afgelopen jaren is veel energie gestoken in het verbeteren van de samenwerking, het implementeren van het Terrein Beheer Model (TBM), de rolverdeling in een opdrachtgever – opdrachtnemer relatie en het werken met producten en diensten. In 2025 zullen de nog openstaande zaken met betrekking tot de transitie worden afgerond, waarbij we er van uitgaan dat we daar in 2026 de vruchten van kunnen plukken. We beogen daarmee een kader te hebben neergezet voor betere en transparantere keuzes ten aanzien van beheer, ontwikkeling en ondersteunende activiteiten.
Voor duurzaam beheer van de terreinen is werken volgens het TBM en de MJOP cruciaal. In de voorliggende Programmabegroting 2026 is getracht een zodanige balans te realiseren dat de principes van TBM kunnen worden gehanteerd, met in achtneming van de begrotingskaders. Vooralsnog is dit voor een groot deel gelukt, zij het met maatregelen die op langere termijn de duurzame instandhouding van de terreinen in gevaar brengt. Om die reden is een traject gestart om meer structurele besparingen en aanvullende inkomsten te identificeren. Niet alleen ten aanzien van onderhoud van de terreinen, maar ook ten aanzien van ontwikkeling en ondersteunende activiteiten. Indien mogelijk en wenselijk zullen de resultaten daarvan in een begrotingswijziging worden opgenomen, om zo een aantal (administratieve) maatregelen in de voorliggende begroting “terug te draaien”. Het vaststellen van de Toekomstvisie eind 2025 maakt het ook mogelijk om in 2026 de ontwikkelplannen te herijken, waarmee de doorontwikkel-agenda voor de komende jaren inzichtelijk gemaakt kan worden. Daarmee zijn de ingrediënten voor het opstellen van een volledig 4-jaren uitvoeringsplan en Financieel Perspectief beschikbaar. Met het opstellen van deze producten in de loop van 2026, na de gemeenteraadsverkiezingen, sluit de start van de vierjaarstermijn aan bij de werkwijze zoals opgenomen in de Gemeenschappelijke Regeling.
Het Programma Instandhouding en Ontwikkeling Gebieden gaat door op de afgesproken koers voor beheer, ontwikkeling en exploitatie. De bezoekers aan de recreatiegebieden van Stichtse Groenlanden zullen – net als andere jaren – kunnen genieten van een breed aanbod aan recreatiemogelijkheden. Dat is waar Staatsbosbeheer als uitvoerende organisatie ook in 2026 de schouders onder zet.
Financiële samenvatting De implementatie van TBM ten behoeve van de gebieden van SGL leidt tot een structureel tekort van bijna € 2,0 miljoen per jaar (vergelijk tussen TBM en de huidige begroting 2025). Ter voorbereiding op de inpassing in de Begroting 2026 zijn diverse aanpassingen gedaan binnen TBM, specifiek in de Meerjarenplanningen GO, om het geconstateerde verschil met de begroting zo klein mogelijk te maken. Daarmee kon vooralsnog niet het gehele verschil tussen TBM en de begroting opgelost worden en resteert een structureel tekort van ongeveer € 800K. De verdere reductie van het begrotingstekort is tot stand gekomen door de toetsen of de verschillende begrotingsposten nog actueel waren. Waar in voorgaande jaren de meeste begrotingsposten eenvoudig werden geïndexeerd, is nu per regel beoordeeld of deze nog relevant was voor de programmabegroting 2026 en tegen welk bedrag dat zou zijn. Zo zijn diverse baten opgehoogd (huren en pachten en
2
Programmabegroting 2026 entreegelden Strandbad) en zijn enkele posten opgeschoond (overlap TBM en posten elders in de begroting). Om een sluitende Ontwerpbegroting 2026 te realiseren, zal een rest tekort worden gedekt door een taakstellende bezuiniging op te nemen. De huidige besparingen bieden echter geen uitzicht op (meerjarig) duurzaam beheer van de gebieden. Het schap blijft daarom zoeken naar structurele besparingen en aanvullende inkomsten. De resultaten hiervan worden opgenomen in de Begrotingswijziging. De begroting 2026 sluit thans met een nihil resultaat. Dit is bewerkstelligd middels het opvoeren van taakstellende bezuinigingen voor beide programmagebieden. Deze bezuinigingen van in totaal €332.000 zijn noodzakelijk om te kunnen blijven voldoen aan het credo ‘schoon, heel en veilig’, waarvoor het minimaal benodigde onderhoud in kaart is gebracht middels het Terrein Beheer Model (TBM). Hieruit blijkt tevens de grote investeringsopgave voor de komende jaren, die zal leiden tot significant hogere kapitaal- en financieringslasten voor beide gebieden. Gekozen is voor een taakstellende bezuiniging, omdat de deelnemers van het Recreatieschap, met het oog op ‘ravijnjaar’ 2026, kenbaar hebben gemaakt geen financiële ruimte te hebben om een extra verhoging van de deelnemersbijdragen te kunnen opvangen. Pr ogr amma instandhouding sgebieden
Lasten Concept Jaarrekening 2024
Baten Concept Jaarrekening 2024
Begroting 2025 Begroting 2026
Begroting 2025 Begroting 2026
Saldo Concept Jaarrekening 2024
Begroting 2025 Begroting 2026
Totaal Gebiedsbeheer
5.185.100
4.878.220
5.373.759
1.997.374
1.388.709
1.634.192
-3.187.726
-3.489.511
-3.739.567
Totaal Plannen maken
421.423
410.436
473.230
0
0
0
-421.423
-410.436
-473.230
Totaal Over head
937.067
797.236
879.061
71.017
0
75.776
-866.049
-797.236
-803.286
0
0
0
4.458.385
4.819.936
5.075.874
4.458.385
4.819.936
5.075.874
6.543.589
6.085.892
6.726.050
6.526.776
6.208.644
6.785.842
-16.813
122.752
59.792
Totaal Algemene middelen Saldo gewone bedrijfsvoer ing Totaal kredieten Saldo van baten en lasten Toevoeging en en onttrekkingen r eserves Gerealiseer d r esultaat
0
0
0
0
0
0
0
0
0
6.543.589
6.085.892
6.726.050
6.526.776
6.208.644
6.785.842
-16.813
122.752
59.792
296.380
310.674
293.042
654.349
241.498
233.250
357.969
-69.176
-59.792
6.839.969
6.396.566
7.019.092
7.181.125
6.450.142
7.019.092
341.156
53.576
0
SGL-A Uit analyse is gebleken, dat voor SGL-A de baten uit huren en erfpachten structureel fors kunnen worden opgehoogd op basis van de onderliggende contracten. Ook de baten uit entreegelden van het strandbad en de baten uit evenementen kunnen op basis van een gemiddeld zomerseizoen aanzienlijk worden opgehoogd. Daar staat weer tegenover dat de lasten van regulier onderhoud, alsook de jaarlijkse dotatie aan de voorziening voor groot onderhoud, significant omhoog gaan. Ten opzichte van 2025 zijn de deelnemersbijdragen van SGL-A opgehoogd met een inflatiecorrectie van 5,31%. Om te komen tot een sluitende begroting voor 2026, resteert een taakstellende bezuiniging van zo’n €219.000, die vooralsnog is opgenomen in programmaonderdeel Gebiedsbeheer maar uiteindelijk opgevangen dient te worden binnen het gehele programma. SGL-B Ook voor SGL-B gaan de lasten van regulier- en groot onderhoud fors omhoog. Daarnaast moet rekening worden gehouden met stijgende afschrijvingslasten, alsook financieringslasten als gevolg van het aantrekken van vreemd vermogen ten behoeve van de investeringsopgave. Uit de analyse is gebleken dat dit deels kan worden ondervangen door te snijden in overige begrotingsposten. Voor 2026 zijn de deelnemersbijdragen opgehoogd met een inflatiecorrectie van 5,31%.
Dit resulteert in een resterende taakstelling van zo’n €112.000, welke is opgenomen in programmaonderdeel Gebiedsbeheer van SGL-B, die vooralsnog is opgenomen in programmaonderdeel Gebiedsbeheer maar uiteindelijk opgevangen dient te worden binnen het gehele programma. Voor een verdere toelichting per programmagebied verwijzen we naar Bijlage I.
3
Programmabegroting 2026
Ondertekening Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur d.d. 10-07-2025
………………………
………………………
Dhr J. van Engelen
Mevr. J. Brand
Voorzitter
Secretaris
4
Programmabegroting 2026
2.
Uitgangspunten
Bij het opstellen van de programmabegroting 2026 zijn onderstaande uitgangspunten gehanteerd. De begroting bestaat van oudsher uit twee onderdelen: Programmagebied A | Stichtse Groenlanden: het gebied van Stichtse Groenlanden van vòòr 2018; het gebied rondom de stad Utrecht, in de uiterwaarden langs de Lek en in het Groene Hart. Programmagebied B | Vinkeveense Plassen: het Vinkeveense Plassengebied. Het recreatieschap (beide programmagebieden) richt zich op het beheren, exploiteren en ontwikkelen van openbaar toegankelijke voorzieningen voor openluchtrecreatie in het buitengebied, met oog voor de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische elementen die kenmerkend zijn voor de identiteit van het gebied.
Algemene financiële uitgangspunten Voor het opstellen van de begroting 2026 worden conform de kadernota 2026 de volgende algemene uitgangspunten gehanteerd: De deelnemersbijdragen worden geïndexeerd. Dit geldt eveneens voor de overige baten. Alleen de structurele financiële effecten van de Begroting 2025 (en eventuele begrotingswijzigingen) worden verwerkt; De structurele financiële effecten van bestuursbesluiten die tot en met 1 maart 2025 zijn genomen worden verwerkt; De meerjarenbegroting (2027 tot en met 2029) wordt geïndexeerd. De begroting 2026 zal opgesteld worden conform de voorschriften van het BBV. De begroting 2026 en de meerjarenraming 2027 t/m 2029 behoren, conform de uitgangspunten in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), structureel en reëel in evenwicht te zijn. Dit houdt in dat structurele lasten kunnen worden gedekt met structurele baten. Aanvullend hierop worden de volgende uitgangspunten gehanteerd voor de begroting 2026: De deelnemersbijdragen, doorbelaste kosten bedrijfsvoering en overige kosten Recreatieschap Stichtse Groenlanden worden met 5,31% verhoogd als gevolg van loon- en prijsindexatie ten opzichte van de begroting 2025 op basis van de CPB-raming meicirculaire gemeentefonds versie 2024. De inkomsten (huren, pachten, e.d.) worden conform actuele contracten bijgesteld en opgenomen in de begroting 2026.
Het beheer en onderhoud vindt plaats op basis van functievereisten, wettelijke kaders en vastgestelde kwaliteitsprofielen. De algemene onderliggende gedachte is ‘schoon, heel en veilig’. Bij beheer en onderhoud van de recreatiegebieden is tevens behoud van ecologische en cultuurhistorische waarden van de gebieden belangrijk. Reservering voor groot onderhoud vindt plaats op basis van een Meerjarenplanning (MJP), dat is opgesteld aan de hand van het Terrein Beheer Model (TBM). Dit model is gebaseerd op zogenaamde doeltypen, waarvoor een gestandaardiseerde inrichting met daarbij behorende onderhoudscycli en normkosten zijn bepaald. Het totaal aan oppervlaktes, stuks en lengte van de aanwezige doeltypes bepaalt met de cycli en de normkosten de geplande lasten voor meerjarig duurzaam onderhoud. De geplande lasten, de dotatie en de werkelijke kosten worden periodiek gemonitord. Elk jaar wordt de dotatie opnieuw berekend en vastgesteld tenzij uit de monitoring volgt dat eerder een bijstelling nodig is. Per 1 januari 2023 heeft het recreatieschap een dienstverleningsovereenkomst (DVO) met het Routebureau Utrecht en is daarmee één van de opdrachtgevers. De bijdragen die voor de programmagebieden SGL-A en SGL-B jaarlijks aan het Routebureau moeten worden betaald, worden volledig gedekt vanuit de beschikbare middelen voor het routebeheer in de begroting van 5
Programmabegroting 2026
het recreatieschap. De financiële kaders (tarieventabel) voor 2026 dienen nog in het bestuurlijk overleg Routebureau Utrecht te worden vastgesteld. Als basis voor de inkomsten uit bezoek aan het strandbad Maarsseveen wordt uitgegaan van een meerjarig gemiddelde van 80.000 betalende bezoekers (SGL-A).
Voor wat betreft het eerste punt geldt, dat indien in de periode na publicatie van de meicirculaire de inflatiecijfers zodanig zijn gestegen dat genoemde percentages niet meer reëel zijn, dat wordt voorgesteld aan het bestuur om via een begrotingswijziging de begrotingscijfers aan te passen aan het reële inflatiepercentage.
6
Programmabegroting 2026
3.
Programma instandhouding en ontwikkeling gebieden
De begroting van SGL is vanaf 2023 geconverteerd naar één programma, namelijk instandhouding en ontwikkeling gebieden. Het programma omvat verschillende deelproducten waar kosten, doorbelaste loon- en apparaatskosten en opbrengsten op worden verantwoord. Werkgebied Stichtse Groenlanden en werkgebied Vinkeveense Plassen worden in gescheiden administraties geboekt en zijn op basis van de onderliggende specificaties van de vastgestelde begroting verdeeld. Het programma is opgebouwd uit de volgende onderdelen: - Gebiedsbeheer; - Ontwikkeling; - Ondersteuning; - Algemene dekkingsmiddelen; - Kredieten en projecten; - Mutatie reserves; - Wat gaat het kosten (Programmaoverzicht Lasten en Baten).
3.1
Gebiedsbeheer
3.1.1 Beheer en onderhoud Beheer en Onderhoud omvat het beheer en (dagelijks, groot- en vervangings-) onderhoud van de terreinen en plassen, fiets- en wandelpaden en het onderhouden van voorzieningen. Het niveau van beheer en onderhoud verschilt per terrein, per seizoen, klimaatomstandigheden en is afhankelijk van onder meer wet- en regelgeving, de functie, de intensiteit van gebruik en de behoefte van recreanten en de opdracht van het Recreatieschap. Ook op het gebied van beheer en onderhoud moeten we inspelen op en rekening houden met diverse ontwikkelingen. In de eerste twee transitiejaren is de basis via het terreinbeheermodel op orde gebracht en is een aantal onderhoudsbestekken voor Dagelijks Onderhoud en het MeerJarenOnderhoudsPlan (MJOP) opgesteld of verbeterd, en is het areaal in het GIS-systeem gedigitaliseerd. In 2026 zullen de resultaten van deze inspanningen zichtbaar worden en zal de nadruk liggen op verdere optimalisatie en waar mogelijk digitaliseren van deze processen. Door de toepassing van de producten- en dienstencatalogus wordt expliciet zichtbaar en transparant gemaakt welke inzet Staatsbosbeheer pleegt ten behoeve van het verwerken van de beheerinformatie en het uitvoeren van terreininspecties.
Daarnaast wordt in overleg met de deelnemers en het bestuur de ondersteuning van recreatie-, landschaps- en natuurbeheer, de inzet van vrijwilligers en het betrekken van de samenleving bij het (natuur)beheer nader ingevuld. Waar mogelijk wordt ecologisch beheerd ter bevordering van de biodiversiteit.
3.1.2 Beheerinformatie Wat willen we bereiken Beheerinformatie levert inzicht in de beheerwerkzaamheden en kosten voor de komende jaren. Deze informatie is onmisbaar voor een goede beheervoorbereiding en -uitvoering in uw terreinen. Wat gaan we er voor doen Meten is weten. Daarom is het van belang dat de beheerinformatie inzichtelijk en op orde is. De koppeling van het Geografisch Informatie Systeem (GIS) aan het Terrein Beheer Model maakt data en kosten inzichtelijk, beheersbaar en vergelijkbaar. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld kaartmateriaal van de
7
Programmabegroting 2026 huidige en de toekomstige inrichting, planningen, geografische gebiedsanalyses en beschrijvingen van kapitaalgoederen zoals wegen en paden, maar ook ‘kunstwerkpaspoorten’ voor bijvoorbeeld bruggen en steigers. Hiermee zijn we direct gestart in het eerste transitiejaar en dit zal in 2025 worden vervolmaakt om in 2026 te kunnen gebruiken.
3.1.3 Uitvoeren terreinbeheer Wat willen we bereiken Beoogd wordt dat de kwaliteit en de veiligheid in de gebieden gewaarborgd kan worden en er inzicht is in de noodzakelijke investeringen op de langere termijn. Als het Terrein Beheer Model en het Meerjaren onderhoudsplan (MJOP) op orde is, zorgen de verschillende en regelmatige inspecties voor een betrouwbare bepaling van de staat van het onderhoud van de terreinen. Wat gaan we er voor doen Door systematische visuele en technische inspecties uit te voeren blijft er zicht op de onderhoudsstaat van de natuur- en recreatieterreinen. Zo kan er tijdig bijgestuurd worden. Inspecties stellen in staat dat: de kwaliteit van het terrein gewaarborgd is; de meerjarenplanningen groot onderhoud actueel blijven; de veiligheid in het gebied (beter) gewaarborgd is; er invulling gegeven wordt aan de aantoonbaarheid van de staat van het onderhoud (juridische aansprakelijkheid).
3.1.4 Routebureau Het Recreatieschap is – namens deelnemende gemeenten - een van de opdrachtgevers van het Routebureau Utrecht. Uniform beheer en onderhoud, ontwikkeling en informatievoorziening, en marketing met betrekking tot de bewegwijzerde routenetwerken voor fietsen, wandelen en varen (sloepen) lopen via het Routebureau. Het ontwikkelen en verbeteren van de routenetwerken wordt door het Routebureau afgestemd met de deelnemers. Het Recreatieschap draagt hier, vanuit de middelen voor beheer en onderhoud, voor het werkgebied Stichtse Groenlanden (SGL-A) en voor het werkgebied Vinkeveense plassen (SGL-B) jaarlijks aan bij. Voor 2026 zijn deze bijdragen geraamd op respectievelijk € 148.223 voor SGL-A en € 32.229 voor SGL-B. Het Routebureau is na de transitie van RMN ondergebracht bij de Provincie Utrecht. Met het Routebureau vindt overleg plaats hoe de samenwerking naar de toekomst toe vormgegeven kan worden
3.1.5 Toezicht en handhaving Onze toezichthouders (BOA’s) zorgen ervoor dat onze inwoners en bezoekers prettig en veilig gebruik kunnen maken van onze recreatiegebieden en -voorzieningen. De toezichthouders zijn handhaver èn gastheer en zetten zich in om overlast te voorkomen of te bestrijden. De dienstverlening met betrekking tot toezicht en handhaving is gericht op een zo efficiënt en effectief mogelijke inzet door gebied overschrijdende aansturing van de BOA-capaciteit. De behoefte aan toezichthouders neemt toe, te meer omdat de politie steeds minder aanwezig is in het buitengebied. Wat willen we bereiken Beoogd wordt een gebied aan te bieden waar mensen zich veilig en welkom voelen en waar de natuur wordt beschermd. Door naleving van de wet- en regelgeving blijft de kwaliteit van het gebied op orde en de recreatie- en belevingswaarde hoog. Wat gaan we er voor doen Toezicht en handhaving bestaat uit vier onderdelen: 1. Handhaving op geldende bepalingen en wetgeving;
8
Programmabegroting 2026 2. 3. 4.
Gastheerschap voor de gebruikersgroepen; Samenwerking met andere bevoegde toezichthouders (politie, gemeentelijke handhavers); Vaartoezicht in waterrijke gebieden.
De uitvoering van deze onderdelen gebeurt door boswachters met boa-bevoegdheden, in samenwerking met gemeenten en met andere toezichthouders. Dit is onder meer afhankelijk van de aard van de problematiek. In 2025 zal het Handhavingsplan voor Staatsbosbeheer Utrecht, die betrekking heeft op beheergebieden van SGL en SBB gebieden gereed komen, waardoor de uitvoering op basis van de geactualiseerde verordening voor bezoekers en medewerkers meer duidelijkheid zal verschaffen over regels en voorschriften in de gebieden.
3.1.6 Exploitatie De exploitatie van het Recreatieschap betreft het uitbaten van bezittingen, via erfpacht-, opstal-, huuren gebruiksovereenkomsten. Erfpachtovereenkomsten worden voor een lange termijn aangegaan, huur- en gebruiksovereenkomsten zijn vaak voor een korte(re) termijn. Daarnaast kan het schap leges heffen en vergunningen verlenen. Exploitatie biedt de mogelijkheid om de recreatieve meerwaarde van het gebied te vergroten en/of meer inkomsten te genereren. Het doel van de gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Stichtse Groenlanden is het gezamenlijk voorzien in het regionale recreatieaanbod op eigen terreinen en routes. Dit geldt tevens voor ons beleid inzake de uitgifte in erfpacht van delen van recreatieterreinen aan ondernemers en exploitanten, zoals bijvoorbeeld het realiseren en onderhouden van terreindelen en parkeerterreinen en participeren in het beschikbaar stellen van toiletvoorzieningen. Onze mogelijkheden hiertoe worden per project (in de ontwikkelfase) verkend en vastgelegd. Het recreatieschap heeft diverse erfpachtovereenkomsten. Exploitanten dragen voor een belangrijk deel bij aan de recreatievoorzieningen en -mogelijkheden op een terrein en vormen een belangrijke bron van inkomsten. Daarnaast worden huur- en gebruiksovereenkomsten aangegaan voor verschillende activiteiten.
Terreinen worden geheel of gedeeltelijk in gebruik gegeven of verhuurd aan ondernemers, en voor zeer diverse overeenkomsten voor (regelmatig terugkerende) eenmalige activiteiten of korte termijn gebruik. Ook ontvangt het schap vanuit werkgebied SGL-B inkomsten (leges) uit de verkoop van waterskiontheffingen, duikpenningen voor het gebruik van de duikzone op eiland 4 en het innemen van een ligplaats1. Wat gaat het kosten Programma instandhouding gebieden Totaal personeel Totaal materieel Totaal Gebiedsbeheer
Lasten Concept Jaarrekening 2024 2.028.816 3.156.284 5.185.100
Begroting 2025 2.190.758 2.687.462 4.878.220
Begroting 2026 1.859.502 3.514.257 5.373.759
De toename van de lasten voor Gebiedsbeheer worden hoofdzakelijk verklaard door de hogere onderhoudslasten die blijken uit het Terrein Beheer Model (TBM). Dit zal leiden tot een hogere dotatie in de voorziening groot onderhoud (GO), hogere lasten van regulier onderhoud en hogere kapitaallasten als gevolg van vervangingsinvesteringen. De daling in de personele lasten wordt verklaard door het feit dat de reguliere onderhoudswerkzaamheden die door Staatsbosbeheer worden uitgevoerd nu worden
1
Op vastgestelde plekken voor de duur van een jaar. Niet te verwarren met liggeld zoals in de verdienopgave is
opgenomen.
9
Programmabegroting 2026 aangemerkt als materiële lasten. Dit betreft dus louter een verschuiving van personele naar materiële lasten. Uitgangspunt voor de overige personele lasten voor Gebiedsbeheer, Plannen maken en Overhead is dat deze ten opzichte van de Begroting 2025 zijn geïndexeerd met 5,31% conform CPBraming meicirculaire gemeentefonds versie 2024.
Programma instandhouding gebieden Totaal personeel Totaal materieel Totaal Gebiedsbeheer
3.2
Baten Concept Jaarrekening 2024
Begroting 2025
1.997.374 1.99 7.374
1.388.709 1.38 8.709
Begroting 2026 1.634.192 1.634 .192
Ontwikkeling
In 2026 werken we naar verwachting nog aan plannen vanuit de ontwikkelprogramma’s, die het bestuur van het recreatieschap in 2019 heeft vastgesteld. Parallel daaraan stellen we nieuwe ontwikkelagenda’s op. Deze geven nadere invulling aan de gezamenlijke toekomstvisie van recreatieschap Stichtse Groenlanden en Staatsbosbeheer, die in 2025 in concept is opgesteld. Naar verwachting zal eind 2025 de herziene Verordening van het recreatieschap kunnen worden gepubliceerd. Daarmee is een eind gekomen aan de jarenlange wens te komen tot één geactualiseerde verordening voor SGL, met daarbij mogelijk enkele gebied specifiek regelingen. Dit betekent dat voor bezoekers (en BOA’s) meer duidelijkheid gegeven kan worden over de verschillende regels die gelden nop de terreinen van het recreatieschap. Wel is het noodzakelijk dat ook de bebording op de nieuwe verordening is geënt. Dit wordt in 2026 ter hand genomen tezamen met de overige bebording, teneinde de positionering van het recreatieschap te versterken. Werkgebied Stichtse Groenlanden programmagebied A (SGL-A)
Oortjespad Plusplan Woerden: we verwachten, dat in 2026 de nieuwe recreatieve voorzieningen bij Oortjespad, zoals die bedoeld waren in het Oortjespad Plusplan zijn gerealiseerd. Dat betekent, dat er bij de kinderboerderij onder meer een pannenkoekenrestaurant in bedrijf is. De Leijen, De Bilt: we gaan ervan uit, dat we voor de Leijen inmiddels een nieuwe overeenkomst hebben met grondeigenaar het Utrechts Landschap en er duidelijkheid is over het onderhoud van de toegangsweg. En dat we op basis daarvan verdere investeringen kunnen doen in een recreatief aanbod, samen met een ondernemer. Strijkviertel Utrecht: in 2024 is de ontwikkelaar voor een horeca/vrijetijdsconcept aan de Noordoever van de plas afgehaakt. Wat dit betekent voor het aanpassen van de plannen of het maken van nieuwe plannen voor het recreatief aanbod bij de Strijkviertelplas bereiden we in de loop van 2025 voor in de vorm van voorstellen voor het bestuur van het recreatieschap. Salmsteke Lopik: de uiterwaardontwikkeling is in 2025 afgerond en we gaan ervan uit, dat in 2026 een ondernemer/ ontwikkelaar de beoogde horecavoorziening op de horecaterp aan het voorbereiden realiseren is. Laagraven Houten / Nieuwegein: in samenhang met het in 2025 vast te stellen ontwikkelperspectief voor het Kromme Rijn Linielandschap van Groen groeit mee maken we een plan voor de inrichting van Heemstede Noord.
Hierbij spelen onder andere de wens van extra waterberging in Laagraven en behoud van de kwaliteiten van de Hollandse Waterlinies een rol. We zetten voor de planontwikkeling de bestemmingsreserve Heemstede-Noord in. Hampoort / de Rivier Utrecht: ervan uitgaande, dat inmiddels de grondoverdracht van de provincie naar het recreatieschap heeft plaatsgevonden werken we in 2026 aan de voorbereiding en realisatie
10
Programmabegroting 2026
van een pleisterplaats bij Hampoort. De bedoeling is, dat die pleisterplaats ook een vrijetijdsaanbod levert, dat een relatie heeft met fietspad de Rivier, de nabijheid van de Hamtoren en van landgoed Haarzuilens. Nedereindse Plas Utrecht / Nieuwegein / IJsselstein: een belangrijk deel van de ontwikkeling van het Nedereindse Park heeft betrekking op het verbeteren van het regionaal recreatief aanbod. Hiervoor wordt samen met gemeente Utrecht en andere gebiedspartners in 2025 een maatvast integraal inrichtingsplan opgesteld. De maatregelen daaruit worden vanaf eind 2025, dus ook in 2026 gaandeweg uitgevoerd, voor zover daar structureel ook financiering voor is. Parallel hieraan wordt nader bepaald wat de rolverdeling tussen betrokken overheden is. Tull en ’t Waal/ Honswijkerplas: bij Tull en ‘t Waal en de Honswijkerplas nadert de verondieping van de zuidelijke Honswijkerplas zijn einde. Er is inmiddels meer duidelijk over de relatie met de beoogde natuurontwikkeling in de Honswijkerwaard en we werken aan de gevolgen daarvan. We werken ook aan andere raakvlakprojecten van de dijkversterking, op het gebied van erfgoedbeleving en wandelmogelijkheden. Samen met de vrijwilligers uit Tull en ‘t Waal werken we verder aan de revitalisatie van de boomgaard. Fietspad IJsselwetering: we gaan ervan uit, dat in 2026 gestart wordt met de realisatie van het fietspad IJsselwetering.
In 2025 wordt meer duidelijk in welke rol het recreatieschap daar precies bij betrokken zal zijn.
Werkgebied Stichtse Groenlanden programmagebied B (SGL-B)
Vervangen oeverconstructies zandeilanden en legakkers: In 2025 wordt de aanbesteding van 1.700 meter harde oeverconstructie (tranche 2) voorbereid. Het plan is om in 2026 te starten met de realisatie. Daarnaast wordt nagedacht over de verdere invulling van tranche 3 en de mogelijkheden voor het toepassen van natuurvriendelijke oevers. Entrees gebied: We verwachten dat er in 2025 een plan is gemaakt om de welkomstborden op schapsterreinen te vervangen. Afhankelijk van besluitvorming in 2025, maken we een plan/ontwerp voor de verbetering van de entrees Winkelpolder en Eiland 4. Er is in deze begroting 2026 nog geen rekening gehouden met investeringen of andere kosten die hiermee gemoeid zijn. Ontwikkeling zandeilanden: We verwachten dat het bestemmingsplan in 2025 vastgesteld zal zijn, waarmee de planologische mogelijkheden voor de zandeilanden duidelijk zijn. Afhankelijk van keuzes die gemaakt worden, werken we in 2026 aan de ontwikkeling van de zandeilanden 10 en 12, (een multifunctioneel gebouw op) eiland 4 en/of uitbreiding van de horeca op zandeiland 1. Er is in deze begroting 2026 nog geen rekening gehouden met investeringen of andere kosten die hiermee gemoeid zijn. Verkochte legakkers: naleven afspraken beschoeiingsplicht: Er zijn drie eigenaren -van de in 2017 verkochte legakkers- die de beschoeiingsplicht nog niet (volledig) zijn nagekomen.
We verwachten dat aan deze plicht per april 2026 is voldaan. Als dat onverhoopt niet het geval blijkt, zullen we, afhankelijk van besluitvorming hierover, handhavingsacties uitvoeren. Vissenbossen verzonken legakkers: Afhankelijk van de beschikbaarheid van geschikt snoeimateriaal, verwachten we in 2025 een voorstel te kunnen doen om, aanvullend aan de al bestaande ca. 200m vissenbos, nog een vissenbos aan te leggen op een van de verzonken legakkers die zichtbaar moeten blijven voor de scheepvaart. De werkzaamheden daarvoor vinden in dat geval naar verwachting (deels) plaats begin 2026.
11
Programmabegroting 2026
Wat gaat het kosten
Programma instandhouding gebieden Totaal personeel Totaal materieel Totaal Plannen mak en
Lasten Concept Jaarrekening 2024 421.423 0 42 1.423
Begroting 2025 410.436 0 41 0.436
Begroting 2026 473.230 0 47 3.230
De personele inzet vanuit Staatsbosbeheer betreft adviesdiensten strategisch vastgoed (€ 180.000) en plan- en projectvoorbereiding (€ 293.000).
3.3
Ondersteuning
Terreinbeheer en -ontwikkeling is meer dan onderhoud en reparatie. Efficiënt beheer staat of valt met goed financieel en administratief management, en met een solide juridische onderbouwing en afhandeling. In het kader van de Samenwerkingsovereenkomst (SOK) worden de volgende producten door de uitvoeringsorganisatie geleverd: accountmanagement, financiële diensten en juridische diensten.
3.3.1 Bestuursproducten Accountmanagement Wat willen we bereiken De accountmanager is een deskundig aanspreekpunt voor het Recreatieschap en een opdrachtnemer voor uw bestuurlijke opdrachten. Wat gaan we er voor doen Met de bestuurlijk-juridische achtergrond en kennis van de organisatie fungeert de accountmanager als sparringpartner voor uw organisatie. Hij is opdrachtnemer voor uw bestuurlijke opdrachten, bewaakt de voortgang van de projecten en werkzaamheden die daaruit voortkomen en informeert u over de voortgang en de eindresultaten. Bestuursadvies Wat willen we bereiken De bestuurssecretaris2 is uw expert-sparringpartner. Zij adviseert en begeleidt uw bestuur en andere samenwerkingspartners, en helpt u op weg met de vraagstukken en opgaven waar u mee te maken heeft. Zij ondersteunt de uitvoering van bestuurlijke taken en besluitvormingsprocessen en denkt mee over bestuurlijke vraagstukken. Als rechterhand van het bestuur en ambtelijk opdrachtgever vertaalt de bestuurssecretaris uw besluiten naar concrete afspraken voor Staatsbosbeheer. De bestuurssecretaris wordt geadviseerd door een ambtelijke klankbordgroep met daarin vertegenwoordigers vanuit de deelnemende gemeenten van Recreatieschap Stichtse Groenlanden.
2 De bestuurssecretaris maakt geen onderdeel uit van de geleverde diensten / personele capaciteit van
Staatsbosbeheer
12
Programmabegroting 2026 3.3.2 Financiële diensten Financieel beleid Wat willen we bereiken Beoogd wordt een solide financieel beleid dat voldoet aan juridische en financiële vereisten, verordeningen, notities en kaders. Wat gaan we er voor doen Zorgvuldig terreinbeheer en -ontwikkeling vraagt om zorgvuldig budgetbeheer. De beschikbare middelen zijn immers bedoeld om de doelen en visie te realiseren voor uw gebieden. Door kennis, ervaring en netwerk worden de terreinen zo efficiënt mogelijk beheerd. Er worden interne inkoop- en beleidskaders opgesteld, (Europese) aanbestedingen worden begeleid, contracten worden opgesteld, rapportages voor verantwoording en accountantscontrole worden verzorgd, en de verzekeringsportefeuille wordt gecoördineerd. Uiteraard volgens de wettelijke vereisten. En op onderwerpen wordt financieel advies gegeven. Planning en control en administratie Wat willen we bereiken Een Planning & Control-cyclus (P&C) is een wettelijke vereiste. En het geeft daarnaast kader en sturing aan het bestuur en biedt ondersteuning om de doelstellingen te bereiken. Wat gaan we er voor doen Deze P&C cyclus begint met het plannen van de jaarlijkse activiteiten (begroting) en eindigt met het vaststellen van het jaarresultaat en het samenstellen van de jaarrekening. Administratie (de vastlegging van financiële handelingen) maakt vanzelfsprekend onderdeel uit van P&C.
Met de tussentijdse rapportage wordt de uitvoering van activiteiten bewaakt en wordt er voor gezorgd dat de bedrijfsvoering ‘in control’ blijft. Indien nodig wordt het voorgenomen beleid of de activiteiten en processen bijgesteld. Met ingang van het opstellen van de jaarrekening 2023 is hier de zogenaamde Rechtmatigheidsparagraaf bijgekomen. Uiteraard binnen het extern kader van Gemeentewet, het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), fiscale wetgeving en andere weten regelgeving en binnen de in de Gemeenschappelijke regeling en in de Samenwerkingsovereenkomst met Staatsbosbeheer opgenomen termijnen, zodat ook de deelnemers en het Ministerie van BZK hun inbreng kunnen leveren.
3.3.3
Juridische diensten
Aansprakelijkheid Wat willen we bereiken Beoogd wordt een beperking van aansprakelijkheidsprocedures, - risico’s en -kosten. Efficiënte afhandeling van klachten voorkomt bovendien eventuele beroepsprocedures bij de Nationale Ombudsman en bij de deelnemende gemeenten en de provincie. Wat gaan we er voor doen Terreineigendom en -beheer brengen juridische verantwoordelijkheden met zich mee. Gezorgd wordt voor een onderbouwde afwijzing of toewijzing van claims, voor de (financiële) afhandeling ervan, of claims worden doorgestuurd naar de verantwoordelijke partij. Omgekeerd wordt gezorgd voor aansprakelijkheidstelling van derden bij schade aan de terreinen. Bij klachten op grond van de Algemene wet bestuursrecht wordt gezorgd voor correspondentie met de directe toezichthouder (Politie en OM), worden hoorzittingen voorbereid en worden beslissingen opgesteld. Verder worden beroepen van klagers bij de Nationale Ombudsman afgehandeld. In bezwaarprocedures wordt gezorgd voor de
13
Programmabegroting 2026 hoorzittingen en worden beslissingen op bezwaar opgesteld. In deze procedures wordt afgestemd met het bestuur van het schap en met de desbetreffende gemeente. Juridische ondersteuning Wat willen we bereiken Beoogd wordt een goede en snelle juridische ondersteuning ter voorkoming en beperking van imagoschade en allerhande risico’s. Wat gaan we er voor doen Voor effectief beheer en ontwikkeling van terreinen is een solide juridische basis onmisbaar. Daarom wordt vorm gegeven aan tal van overeenkomsten in het kader van beleid en uitvoering van beheer, waaronder de samenwerking met derden (private en publieke partijen). Dat gebeurd onder andere door adviseren, beoordelen en/of opstellen van overeenkomsten. Procederen Wat willen we bereiken Het voorkomen van een onnodige gerechtelijke procedure spaart tijd en geld. In die gevallen waarin geprocedeerd moet worden, wordt een vlotte en correcte afhandeling van de procedure beoogd en draagt zodoende bij aan een besparing van kosten en komt uw imago ten goede. Wat gaan we er voor doen Mochten conflicten met derden tot juridische procedures leiden, dan wordt er geprocedeerd als verweerder, eisende partij, gedaagde of belanghebbende en zijn de juristen het aanspreekpunt voor de advocaat. Ook worden collega’s bijgestaan in juridische procedures, bijvoorbeeld als zij slachtoffer zijn van een delict of een ongeval.
Als het nodig is, wordt er opgetreden als gemachtigde in een gerechtelijke procedure, waar nodig in samenwerking met juristen van de desbetreffende deelnemende gemeente en de provincie WOO-procedures Wat willen we bereiken Gestreefd wordt naar een snelle en correcte afhandeling van WOO-procedures. Wat gaan we er voor doen WOO-verzoeken worden in behandeling genomen. Ook kan een zienswijze opgesteld worden op een WOO-verzoek dat door derden wordt behandeld en waarin het Recreatieschap derdebelanghebbende is. Cruciaal hierbij is dat over de gevraagde informatie (documenten) beschikt kan worden. Wat gaat het kosten
Programma instandhouding gebieden Totaal personeel Totaal materieel Totaal Ov erhead
Lasten Concept Jaarrekening 2024 659.746 277.321 93 7.067
14
Begroting 2025 720.606 76.630 79 7.236
Begroting 2026 742.098 136.963 87 9.061
Programmabegroting 2026
Programma instandhouding gebieden Totaal personeel Totaal materieel Totaal Ov erhead
Baten Concept Jaarrekening 2024 0 71.017 7 1.017
Begroting 2025 0 0 0
Begroting 2026 0 75.776 7 5.776
De personele inzet vanuit Staatsbosbeheer betreft de kosten van bestuurlijke ondersteuning (€193.000), de kosten van financiën (€ 516.000) en de inzet van juridische ondersteuning (€ 34.000). Ten opzichte van 2024 zullen de materiële lasten in 2026 afnemen, omdat het uitvoeren van de rechtmatigheidscontrole (VIC) door Staatsbosbeheer zal worden uitgevoerd. Daarnaast waren de lasten in 2024 aanzienlijk hoger, omdat hier ook de lasten voor de jaarrekening- en rechtmatigheidscontrole over 2023 in zijn opgenomen. De baten op overhead worden gevormd door de gedeeltelijke vrijval van de afkoopsom die is ontvangen van RMN met betrekking tot de garantietoelage voor het overgekomen personeel. Deze dient ter dekking van de doorbelasting vanuit Staatsbosbeheer voor het salarisverschil dat is opgetreden bij de overname van het personeel.
3.4
Algemene dekkingsmiddelen
De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten in het schap. Recreatieschap Stichtse Groenlanden Deelnemersbijdragen
Concept Jaarrek ening 2024
Begroting 2025
Begroting 202 6
Provincie Utrecht Gemeente De Bilt Gemeente Lopik Gemeente IJsselstein Gemeente Houten Gemeente Woerden Gemeente Stichtse Vecht Gemeente Nieuwegein Gemeente Utrecht Totaal Progra mma gebied A
838.425 43.474 64.263 154.723 222.981 232.991 185.377 279.825 1.369.445 3.391.504
873.471 45.291 66.949 161.190 232.302 242.730 193.126 291.522 1.426.688 3 .533.26 9
919.852 47.696 70.504 169.750 244.637 255.619 203.381 307.001 1.502.445 3.720.885
Gemeente Ronde Venen Provincie Utrecht Totaal Progra mma gebied B
539.405 527.476 1.066.881
650.527 636.140 1 .286.66 7
685.070 669.919 1.354.989
Saldo
4.458.385
4.819.936
5.075.874
In overeenstemming met de uitgangspunten voor de begroting 2026 zijn de deelnemersbijdragen in 2026 met 5,31% verhoogd ten opzichte van 2025.
15
Programmabegroting 2026
4. Paragrafen 4.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het weerstandsvermogen weerspiegelt de mate waarin het Recreatieschap in staat is om financiële middelen vrij te maken om de risico's, die zich in de praktijk kunnen voordoen, op te vangen zonder dat hiervoor het beleid gewijzigd, dan wel ingekrompen, dient te worden. Deze ratio wordt bepaald conform de nota weerstandsvermogen. In het slechtste geval kan het gevolg zijn, dat wanneer één of meerdere van de geïdentificeerde risico’s zich voordoen, het bestuur voor een extra bijdrage naar de deelnemers moet. Ook voor andere onvoorziene zaken (die niet in de begroting zijn opgenomen of in de risicoparagraaf staan vermeld) moet om een extra deelnemersbijdrage worden gevraagd indien de weerstandscapaciteit onvoldoende is. Voor de waardering van de toereikendheid van het weerstandsvermogen wordt de volgende tabel gehanteerd. Waarderingscijfer A B C D E F
Ratio w eerstandsvermogen > 2,0 1,4 < x < 2,0 1,0 < x < 1,4 0,8 < x < 1,0 0,6 < x < 0,8 < 0,6
Betekenis Uit st ekend Ruim voldoende Voldoende Mat ig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Risicoanalyse Nr Risico's
Aard van het risico Financiële omvang Kans van optreden Impact *) risico (hoog, midden, laag)
1
zie toelichting
€
250.000 hoog
€
200.000
zie toelichting zie toelichting zie toelichting
€ € € €
15.300 hoog 700.000 hoog 30.600 hoog 995.900
€ € € €
12.240 560.000 24.480 796.720
2 3 4
Niet nagekomen verplichtingen (Erfpacht, huur en evenementen) Aanbesteding vervangen beschoeiingen VVP Schadevergoeding bezoeker Vinkeveense Plassen Niet realiseren taakstellende bezuiniging (SGL-A+B) Totaal
*) De financiële impact wordt berekend door bij een hoog risico 80%, bij een gemiddeld risico 50% en bij een laag risico 20% van het bedrag van de financiële omvang te nemen.
Niet-kwantificeerbare risico’s Een aantal van de geïdentificeerde risico’s, onderstaand in meer detail toegelicht, zijn (nog) niet kwantificeerbaar. We volgen daarom het rijksbeleid voor gemeenten, die vallen onder het artikel 12regime. Dit beleid stelt de minimale buffer van de algemene reserve op 2% van de som van de structurele inkomsten. Dit bedrag is daarmee het minimaal gewenste weerstandsvermogen voor nietgekwantificeerde risico’s. Voor de structurele inkomsten wordt uitgegaan van de huren en pachten, vermeerderd met de verwachte rentebaten. Voor 2026 bedraagt dit € 765.000. Per risico schatten we de financiële omvang op 2% * €765.000 = € 15.300. Risico 1: Niet nagekomen verplichtingen (Erfpacht, huur en evenementen) De geraamde omzet uit erfpacht, verhuur en evenementen bedraagt jaarlijks ongeveer € 1.000.000.
16
Programmabegroting 2026 Het risico dat exploitanten niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen (bijvoorbeeld door de hoge inflatie) is aanwezig. Het risico wordt ingeschat op 25% van de geraamde omzet en bedraagt zodoende € 250.000. Risico 2: Aanbestedingen vervangen beschoeiingen Vinkeveense plassen De aanbesteding van de 1e tranche is geweest. Het bedrag per meter is hoger uitgevallen dan in het Toekomstplan was berekend. Daar staat tegenover dat we door de verkoop van legakkers minder meters hoeven te beschoeien. In mei 2024 is het document 'stand van zaken herstel oeverconstructies Vinkeveense Plassen Q1 2024’ vastgesteld. Hierin staat beschreven welk deel van de opgave inmiddels is gerealiseerd, wat de resterende opgave is, welk budget er nog beschikbaar is en wat de vervolgstappen zijn. Dit document dient als nieuw vertrekpunt voor de resterende opgave van ruim 11 km te vervangen oeverbeschoeiing. Het is de verwachting dat als gevolg van de opgelopen vertraging en de daarmee samenhangende inflatie de kosten aanzienlijk hoger uitvallen dan de 1e tranche. Het restant zal Europees worden aanbesteed. Het risico kan op dit moment niet nader worden gekwantificeerd. Risico 3: Schadevergoeding bezoeker Vinkeveense Plassen In 2018 heeft een ongeval plaatsgevonden bij Zandeiland 4 in de Vinkeveense Plassen, waarbij een bezoeker ernstig nekletsel heeft opgelopen.
De advocaat van het slachtoffer is van mening dat het Recreatieschap tekort is geschoten in haar zorgplicht aangaande de veiligheid van bezoekers van het zandeiland. De zaak is in behandeling gegeven bij verzekeraar Nationale Nederlanden. Zij is voornemens aansprakelijkheid te erkennen en gaat uit van een 50/50 deling van de schade. Op basis van jurisprudentie wordt echter rekening gehouden met een billijkheidscorrectie, waardoor SGL aansprakelijk zal zijn voor 80% van de schade. De omvang van het schadebedrag is nog niet bekend. Echter, op basis van uitspraken in andere zaken moet rekening worden gehouden met een schadebedrag van ten minste € 4.000.000 (80% = € 3.200.000). De maximale verzekerde som bij Nationale Nederlanden bedraagt € 2.500.000. Zodoende resteert een mogelijke impact van € 700.000. Omdat niet met zekerheid gesteld kan worden dat deze zaak in 2025 tot afronding komt, geldt dit risico vooralsnog ook voor 2026. Risico 4: Niet realiseren taakstellende bezuiniging De programmabegroting 2026 is voor zowel SGL-A als SGL-B sluitend gemaakt door het opvoeren van een taakstellende bezuiniging. Voor SGL-A bedraagt deze taakstelling €219.000, voor SGL-B bedraagt deze €112.000.
Deze bezuinigingen zijn noodzakelijk om te kunnen blijven voldoen aan het credo ‘schoon, heel en veilig’, waarvoor het minimaal benodigde (vervangings)onderhoud in kaart is gebracht middels het Terrein Beheer Model. Met het oog op ‘ravijnjaar 2026’ is niet gekozen voor extra deelnemersbijdragen, maar voor taakstellende bezuinigingen. Het risico bestaat echter, dat deze bezuinigingen niet (volledig) zullen worden gerealiseerd en dat hierdoor een negatief resultaat wordt gerealiseerd in 2026. Hiervan is het gevolg, dat een beroep moet worden gedaan op de reserves van het Recreatieschap.
Weerstandsvermogenratio De weerstandsvermogenratio wordt voor 2026 begroot op 0,5 voor het Recreatieschap als geheel, wat conform waarderingstabel kan worden omschreven als ‘ruim onvoldoende’. Hierbij moet worden opgemerkt dat voor SGL-A een algemene reserve wordt aangehouden ter hoogte van de mogelijke financiële impact van de geïdentificeerde risico’s specifiek voor programmagebied A, waardoor de ratio voor SGL-A rond 1 beweegt. Het resterende saldo van de algemene reserve van SGL-A zal worden ingezet voor de investeringsopgave. Als gevolg van het geringe saldo van de algemene reserve van SGL-B en de mogelijke impact van de verzekeringskwestie (risico 3) is de ratio voor programmagebied geraamd op 0,3.
17
Programmabegroting 2026 Kengetallen BBV In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor provincies, gemeenten en Gemeenschappelijke Regelingen wordt voorgeschreven, dat er in de jaarstukken enkele kengetallen moeten worden opgenomen. Normen Netto schuldquote: < 90% is minst risicovol, 90-130% is neutraal, > 130% is meest risicovol. Solvabiliteitsratio: > 50% is minst risicovol, 20 - 50% is neutraal, < 20% is meest risicovol. Structurele exploitatieruimte: evenwicht ( 0 of positief). De kengetallen worden weergegeven in onderstaande tabel.
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
Concept Jaarrekening 2024 17% 17% 34% nvt 0,2% nvt
2025 40% 40% 33% nvt 2,5% nvt
2026 73% 73% 30% nvt 1,3% nvt
2027 92% 92% 27% nvt 1,3% nvt
2028 89% 89% 28% nvt 1,3% nvt
2029 84% 84% 29% nvt 2,3% nvt
Deze kengetallen geven enig inzicht in de financiële positie en de financiële weerbaar- en wendbaarheid van de organisatie.
4.2
De netto schuldquote geeft een beeld van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Een negatieve schuldquote geeft in feite aan dat er per saldo geen sprake is van een schuld. Ten opzichte van de huidige stand verwachten we dat de netto schuldquote aanzienlijk zal stijgen. Omdat in het verleden niet of onvoldoende is gereserveerd, zal voor de uitvoer van de investeringsplanning, die voortvloeit uit het TBM, vreemd vermogen moeten worden aangewend. De solvabiliteitsratio wordt berekend als het percentage van het totale eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen van het schap. Dit geeft inzicht in de mate waarin het schap in staat is om op lange termijn aan al haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Deze ratio zal naar verwachting dalen als gevolg van aan het aantrekken van vreemd vermogen ten behoeve van de noodzakelijke investeringen in beide programmagebieden. Het kengetal “structurele exploitatieruimte” geeft aan of de structurele baten groter zijn dan de structurele lasten. Dit wordt in het kengetal als percentage van de totale baten uitgedrukt. Dit kengetal zegt in feite iets over het structurele jaarrekeningsaldo, d.w.z. zonder alle incidentele baten en lasten.
Onderhoud kapitaalgoederen
Het goed onderhouden van de gebieden is een belangrijke taak voor het schap om duurzaam gebruik mogelijk te maken. Als basis voor het plannen van regulier- en groot onderhoud en vervangingsinvesteringen wordt het Terrein Beheer Model (TBM) gehanteerd. Dit model is gebaseerd op zogenaamde doeltypen (bijvoorbeeld speel- en ligweide, strand of bos) waarvoor een gestandaardiseerde inrichting met daarbij behorende onderhoudscycli en normkosten zijn bepaald. Het totaal aan oppervlaktes, stuks en lengte van de aanwezige doeltypes bepaalt met de cycli en de normkosten de geplande lasten voor meerjarig duurzaam onderhoud. De geplande lasten van groot onderhoud fluctueren van jaar tot jaar. Dit kan een direct en groot effect hebben op het jaarresultaat en daarmee op de jaarlijkse deelnemersbijdrage. Om dit ongewenste effect zoveel mogelijk te voorkomen heeft het schap ervoor gekozen om een egalisatievoorziening groot onderhoud in te stellen. Jaarlijks wordt een vastgestelde dotatie ten laste van de exploitatie gebracht en de werkelijke onderhoudslasten worden ten laste van de voorziening verantwoord. De geplande lasten,
18
Programmabegroting 2026 de dotatie en de werkelijke kosten worden periodiek gemonitord. Elk jaar wordt de dotatie opnieuw berekend en vastgesteld tenzij uit de monitoring volgt dat eerder een bijstelling nodig is. Onderstaande tabel laat het verwachte verloop van de voorziening Groot Onderhoud zien voor de komende jaren, waarin vanaf 2026 uitgegaan wordt van het TBM. 20 24
20 25
20 26
20 27
2 028
2 029
Onderhoudsvoorziening SGL-A Stand voorziening 1 januari Dotatie Onttrekking Stand voorziening 31 december
Stand voorziening
1.315.005 287.602 338.881 1 .2 63.727
1.263.727 192.602 756.290 7 00.03 9
700.039 583.906 731.317 5 52.62 7
552.627 583.906 473.606 6 62.92 7
662.927 583.906 483.070 7 63.763
763.763 583.906 533.835 81 3.834
Onderhoudsvoorziening SGL-B Stand voorziening 1 januari Dotatie Onttrekking Stand voorziening 31 december
431.924 30.356 81.038 3 81.24 1
381.241 14.356 257.249 1 38.34 8
138.348 73.879 86.579 1 25.64 9
125.649 73.879 94.357 1 05.17 2
105.172 73.879 94.118 84 .9 33
84.933 73.879 55.220 10 3.592
Totaal stand per 31 december
1 .6 44. 968
8 38.38 7
6 78.27 6
7 68.09 9
8 48.695
91 7.4 26
Met de implementatie van het Terrein Beheer Model (TBM) is een vollediger beeld ontstaan van de totale onderhoudsopgave voor het Recreatieschap. Dat heeft tot gevolg dat de jaarlijkse dotatie aan de voorziening groot onderhoud substantieel hoger is geworden. Doordat de dotatie in het verleden te laag is gebleken en er zodoende te weinig is ‘gespaard’, en vanwege de beperkte huidige financiële slagkracht van het Recreatieschap, zijn er keuzes gemaakt om tot een noodzakelijk onderhoudspakket te komen dat toeziet op ‘de basis op orde’. Dat betekent bijvoorbeeld dat minder urgente onderhoudswerkzaamheden zullen worden herpland naar een toekomstige jaarschijf, of dat bepaalde vervangings- of onderhoudsprojecten separaat ter goedkeuring zullen worden voorgelegd aan het bestuur.
4.3
Financiering
Beleidsuitgangspunten Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.
Risicobeheer De Wet financiering decentrale overheden vermeldt twee normen. Het doel is te voorkomen dat bij herfinanciering van leningen bij aanzienlijk hogere rente grote schokken optreden in de hoogte van de rente die het schap moet betalen. De normen beperken de budgettaire risico’s.
Kasgeldlimiet Tot het kasgeld behoren alle vlottende schulden < 1 jaar, de contante gelden in kas, de uitgaande gelden < 1 jaar en de tegoeden/ schulden rekening-courant. Doel van de kasgeldlimiet is het beperken van de renterisico’s op de korte schuld. De korte schuld is bedoeld voor de lopende uitgaven en zodoende is de limiet gekoppeld aan het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. De verwachte kasgeldlimiet voor 2026 kan als volgt worden weergegeven: totaal van de lasten van gewone bedrijfsvoering in de begroting 2026 bedraagt € 6.726.050. De verwachte limiet is zodoende €571.714.
Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een limiet aan het renterisico over de lange termijn financiering. Het renterisico is het geldbedrag aan leningen dat in een bepaald jaar aan renteherziening en herfinanciering
19
Programmabegroting 2026 onderhevig is. Het renterisico mag maximaal 20% van het begrotingstotaal per 1 januari van het betreffende kalenderjaar bedragen. De renterisiconorm benadrukt het belang van een goede spreiding van de leningenportefeuille en de renterisico’s. Totaal van de lasten van gewone bedrijfsvoering in de begroting 2026 bedraagt € 6.726.050. De verwachte limiet is 20% zijnde €1.345.210. De begrote aflossingen voor 2026 zijn € 243.964.
Mutaties in de leningenportefeuille Omschrijving Stand per 1/1 SGL-A bij Nieuwe leningen af Aflossingen Stand per 31/12 SGL-B
2024 2.580.000 154.000 2.426.000
Stand per 1/1
-
bij Nieuwe leningen af Aflossingen
Stand per 31/12 Totaal stand 31/12
2.426.000
2025 2.426.000 805.542 154.000 3.077.542
2026 3.077.542 759.723 194.277 3.642.988
2027 3.642.988 232.263 3.410.725
2028 3.410.725 232.263 3.178.461
2029 3.178.461 232.263 2.946.198
993.743 993.743
993.743 1.164.517 49.687 2.108.573
2.108.573 1.771.410 107.913 3.772.070
3.772.070 196.484 3.575.587
3.575.587 196.484 3.379.103
4.071.286
5.751.561
7.182.795
6.754.048
6.325.301
Het uitgangspunt is dat in deze begrotingsperiode in totaal € 1.924.000 aan nieuwe leningen wordt aangegaan. Dit is ter afdekking van de investeringen in de begroting die niet vanuit de reserves kunnen worden gefinancierd en om te waarborgen dat vaste activa met vaste geldmiddelen worden gefinancierd. Een doorkijk naar 2027 toont, dat ook in dat jaar behoefte is aan extra vreemd vermogen om te kunnen voldoen aan de investeringsplanning voor SGL-B.
BBV en rentetoerekening Het BBV bevat voorschriften met betrekking tot de rentetoerekening. De interne rentetoerekening is afhankelijk van de verhouding netto rentelasten afgezet tegen de integraal gefinancierde activa. Het recreatieschap heeft geen grondexploitaties zodat een aparte renteberekening hiervoor buiten beschouwing kan worden gelaten. Projectfinanciering is eveneens niet van toepassing. De interne rentetoerekening loopt via het taakveld 0.5 Treasury. Over reserves, voorzieningen en eigen vermogen wordt geen rente toegerekend.
Schatkistbankieren Bij het schatkistbankieren wordt dagelijks het saldo bij een vastgesteld drempelbedrag overgeboekt op een bankrekening ten gunste van de rekening-courant die een decentrale overheid heeft bij de schatkist. Omgekeerd kan het saldo ook worden aangevuld ten laste van de rekening-courant die een decentrale overheid heeft bij de schatkist. Voor het schap zijn de benodigde overeenkomsten met het Rijk afgesloten.
4.4
Grondbeleid
Het Algemeen Bestuur van het Recreatieschap Stichtse Groenlanden heeft het voornemen grondbeleid nader uit te werken. Bij deze uitwerking worden onderstaande uitgangspunten getoetst op haalbaarheid en wenselijkheid in relatie tot de doelstellingen van het schap: Met de inzet van grond wordt samenwerking met gebiedspartijen gezocht. De grondexploitatie van het schap neemt zij in haar aanpak een coöperatieve houding aan. Hierbij stuurt zij daar waar mogelijk – in samenwerking met de andere gebiedspartijen - actief op programmering, kostenbeheersing en opbrengstoptimalisatie. Het schap werkt in samenwerking met de omgeving, zoekt naar nieuwe samenwerkingspartners, geeft ruimte aan nieuwe technologieën en duurzame toepassingen. 20
Programmabegroting 2026
4.5
Het schap neemt in beginsel niet risicodragend deel in gebieds- en vastgoedontwikkelingen en voert niet zelf geen opstalexploitaties. Bij de inzet van grond en vastgoed werkt het schap transparant en marktconform.
Bedrijfsvoering
Recreatieschap Stichtse Groenlanden is een bestuurlijke organisatie en heeft geen eigen personeel in dienst. Uitvoering van de eigen kerntaken vereist derhalve een derde uitvoerende partij. Dit is Staatsbosbeheer. Bij de vigerende samenwerkingsovereenkomst hoort een volmacht- en mandaatlijst. De personele component van de dienstverlening door Staatsbosbeheer in 2026 blijkt uit de volgende tabel. SGL-A Omschrijving
Concept Jaarrekening 2024
Beheerinformatie Uitvoeren Terreininspecties Ondersteuning recreatie-, landschaps- en natuurbeheer Uitvoeren Terreinbeheer RO 30% Omgevingscommunicatie Beheer vastgoed en gronden (rentmeesterschap) Toezicht en Handhaving Vergunningen, ontheffingen en toestemmingen Zorg en arbeidsparticipatie Advies marketing Vrijwilligers en actief burgerschap Totaal Gebiedsbeheer Adviesdiensten strategische vastgoed Plan- en projectvoorbereiding Totaal Plannen maken Accountmanagement Bestuursadvies Secretariaat Plan van aanpak visie SGL Totaal Bestuurlijke diensten Financieel beleid Planning en control VIC - Rechtmatigheid Totaal Financiële diensten Aansprakelijkheid Juridische ondersteuning Procederen Opstellen gemeenschappelijke regeling WOO-procedures Totaal Juridische diensten Totaal personele lasten
198.908
SGL-B
Begroting 2025 54.091
Begroting 2026
Concept Jaarrekening 2024
SGL Totaal
Begroting 2025
Begroting 2026
Concept Jaarrekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
155.464
9.815
11.305
11.906
208.722
65.397
167.369
63.083
47.142
80.244
16.462
31.735
30.431
79.545
78.877
110.676
48.504
107.053
52.738
1.290
2.689
2.831
49.794
109.742
55.569
517.552
711.130
400.000
310.170
323.135
200.000
827.722
1.034.265
600.000
22.546
64.163
27.570
5.936
11.706
-
28.482
75.869
27.570
98.754
215.394
108.332
11.142
23.092
12.318
109.896
238.486
120.650
473.812
400.300
501.556
151.051
172.992
166.178
624.863
573.292
667.734
88.466
3.504
93.690
9.167
75
10.079
97.633
3.579
103.769
-
-
-
-
649
-
-
649
-
1.080
5.874
1.186
1.080
4.728
4.979
2.160
10.602
6.165
-
-
-
-
1 .6 08 .6 5 2
1 .4 20 .7 8 0
165.612
163.600
172.287
7.212
2.069
108.365
131.393
138.370
140.234
113.375
2 73 .9 7 7
2 94 .9 9 3
3 10 .6 5 7
14 7 .4 4 6
1 1 5 .4 4 3
137.560
105.103
144.273
44.349
-
5.490
-
20.963
-
7.414
-
-
12.771
5.317
-
1 50 .3 3 1
1 23 .3 2 4
298.841 9.514 3 08 .3 5 5
1 44 .2 7 3
345
500
388.799
309.308
3 89 .1 4 5
51 6 .1 1 3
-
1 .5 12 .7 0 3
5 8 2 .1 0 6
4 3 8 .7 2 2
-
-
-
2 .0 2 8 .8 16
2 .1 9 0 .7 58
1 .8 5 9 .50 2
8.178
172.824
165.668
180.465
154.395
248.599
244.768
292.765
1 6 2 .5 7 3
4 2 1 .4 23
4 1 0 .4 36
4 7 3 .23 0
21.231
48.472
181.909
126.334
192.745
16.251
-
20.963
21.741
-
-
-
-
7.414
-
-
-
-
12.771
5.317
6 5 .3 1 1
3 7 .4 8 2
4 8 .4 7 2
2 1 5 .6 43
1 6 0 .8 06
-
-
-
-
113.818
138.559
126.917
412.660
58.054
2.253
3 67 .8 6 2
11 6 .0 7 1
1 3 8 .5 5 9
20.773
11.767
1 4 7 .6 9 0
4 2 4 .4 26
1 9 2 .74 5
345
500
527.359
436.225
5 2 7 .7 04
78.827 5 1 5 .55 2
-
-
-
-
-
-
-
-
-
6.128
19.541
9.579
4.451
11.306
11.906
10.578
30.847
21.485
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
9.099
1.249
12.316
-
-
-
9.099
1.249
12.316
15 .2 2 7
20 .7 9 1
2 1 .8 9 5
4 .4 5 1
1 1 .3 0 6
1 1 .9 0 6
1 9 .6 77
3 2 .09 7
3 3 .80 1
2.2 60.59 2
2 .4 36.904
2.2 65.46 6
84 9.392
884.89 6
809.36 4
3.10 9.984
3.3 21.800
3.0 74.830
Op het totaalpakket van de dienstverlening is de index van 5,31% toegepast t.o.v. de begroting 2025. Uitzondering is het uitvoeren van regulier onderhoud. Hiervoor is het onderliggende TBM geraadpleegd. Op basis hiervan wordt het reguliere onderhoudswerk, dat door personeel van Staatsbosbeheer zelf wordt uitgevoerd, niet langer meer gerapporteerd onder de personele lasten, maar onder de materiële lasten. Uitgangspunt is dat de personele last louter nog bestaat uit begeleidings- en administratieve uren en gelijk is aan zo’n 30% van de materiële last van het reguliere onderhoudswerk. Omdat het schap hier nu nog niet aan voldoet zal begrotingsjaar 2026 worden gebruikt om nader tot het percentage van 30% te geraken. Dit vergt een betere discipline op het gebied van urenschrijven, maar ook het uit handen geven van werk aan externe partijen. Daarnaast is het voornemen om de verplichte rechtmatigheidscontrole niet langer uit te laten voeren door een extern adviesbureau (voorheen Baker Tilly), maar onder te brengen bij Staatsbosbeheer. Er wordt afgerekend op basis van werkelijke uren maal het afgesproken tarief conform de Samenwerkingsovereenkomst/tarievenbrief van Staatsbosbeheer. Dit vindt plaats met inachtneming van het totale budget voor de dienstverlening, uitgezonderd goedgekeurd meerwerk.
Op basis hiervan zijn de personeels- en apparaatskosten opgesteld en doorbelast naar de twee programmagebieden. 21
Programmabegroting 2026
Overhead en toerekening personeelskosten Overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dienen de kosten van overhead verantwoord te worden op een afzonderlijk daarvoor aangewezen taakveld. Dit betreft enerzijds (een percentage van) de personele kosten zoals directeur, afdelingshoofden en medewerkers van ondersteunende afdelingen. Anderzijds betreft het apparaatskosten zoals ICT en huisvesting etc. Direct toewijsbare personeel- en apparaatskosten dienen op het taakveld verantwoord te worden waar deze betrekking op hebben. De verdeling op taakveldniveau is in deze begroting opgenomen.