Bijlage 2 Natuurplan, Bureau Waardenburg, 7 februari 2019
Tekst van het document
Kappen bos Het kappen van bos is een maatregel die wordt uitgevoerd in combinatie met maatregelen om andere natuurlijke vegetaties te realiseren. Het doel is tweeledig, enerzijds om de stabiliteit van de legakkers te verbeteren, anderzijds om ruimte te scheppen voor een van de andere genoemde vegetaties. Een klein deel van de gekapte bomen kan worden gebruikt om dood hout in het water aan te brengen (zie maatregel 9: vissenbos).
2
Aanbrengen hakhout Hakhout is een vegetatie van boomvormers, die in een struikvorm gehouden worden door het regelmatig afzetten ervan. Blijft het afzetten afwezig, dan groeit het door tot een opgaand bos. Geschikte bomen zijn bijvoorbeeld wilgensoorten en els. Ook es werd vaak gebruikt, maar het terugzetten maakt de es extra gevoelig voor de essentaksterfte, waardoor dit minder geschikt is. Het is voor de stabiliteit van de legakkers van belang dat het hakhout niet te hoog wordt.
Figuur 4.1
Hakhout op een legakker.
33
Wilgen kunnen worden geplant met stekken. Voor het planten van elzen is bosplantsoen noodzakelijk omdat stekken minder goed werkt. Eventueel kan ook zachte berk gebruikt worden. Wilgenhakhout wordt om de 3 tot 5 jaar afgezet, elzen en berkenhakhout om de 5 tot 7 jaar. Het hakhout kan deels worden gebruikt voor de aanleg of het beheer van vissenbossen (zie aldaar). Een goedkoper alternatief voor hakhout is struweel. Dit bestaat uit minder hoog opschietende struiken, zoals geoorde wilg. De omlooptijd is daarom veel langer (10-15 jaar). Wel dient regelmatig gecontroleerd te worden of er geen boomvormers tussen zijn gaan groeien. 3
Aanbrengen riet Riet is een geschikte vegetatie voor legakkers waar bomen zijn omgevallen, waardoor vrij ondiepe gaten zijn ontstaan. Riet kan daar zowel op de drogere delen als in het water groeien. In situaties met een vast waterpeil, zoals in de Vinkeveense Plassen, kan riet zich niet gemakkelijk vanzelf vestigen. Het stekken van riet heeft daarom de voorkeur. Het eerste jaar moet het riet worden beschermd tegen ganzenvraat, door middel van netten. Landriet wordt bij voorkeur eenmaal per twee jaar in de winter gemaaid, elk jaar de helft, zodat er steeds overjarig riet aanwezig is. Waterriet hoeft in principe niet te worden gemaaid.
Figuur 4.2
34
Rietontwikkeling door het stekken van riet (half jaar na aanplant). De netten zijn ter bescherming van het jonge riet tegen ganzenvraat.
Figuur 4.3
4
Aangeplant riet op legakker, anderhalf jaar na aanplant.
Omvormen tot ruigte Ruigte bestaat uit meerjarige planten, die niet jaarlijks worden gemaaid, zoals tandzaden, engelwortel, kattenstaart en dergelijke. In principe ontstaat het vanzelf bij het juiste beheer. Het beheer bestaat uit eenmaal per 2 - 5 jaar maaien en het maaisel afvoeren. Daarnaast moeten boomvormers, zoals wilg en els, zo jong mogelijk worden uitgetrokken, omdat het maaien anders na verloop van tijd onmogelijk wordt en de ruigte verandert tot bos.
Figuur 4.4
Ruigte op legakkers (Kleine Plas).
35
Ruigte kan worden gerealiseerd op grotere oppervlaktes, maar het is ook mogelijk om bij bredere legakkers langs de randen een oeverruigte van 1 à 2 meter breed te laten staan. 5
Omvormen tot vochtig hooiland Vochtig hooiland bestaat uit grasland dat tweemaal per jaar wordt gemaaid, waarbij het maaisel wordt afgevoerd. Omdat aanvoer van de maaimachine en afvoer van het hooi in veel gevallen per boot moet plaatsvinden, worden de kosten verhoudingsgewijs erg hoog bij het maaien van kleine oppervlaktes. Hooilandbeheer is daarom het meest geschikt voor grotere oppervlakten en kan goed worden uitgevoerd op bestaand grasland. Overigens kunnen particulieren die zelf maaien, ook op kleinere oppervlaktes wel bloemrijk grasland realiseren. Voor een bloemrijk resultaat worden de graslanden niet langer bemest.
Figuur 4.5
6
Vochtig, bloemrijk hooiland.
Aanleggen natuurvriendelijke oever 1: steenslagoever De steenslagoever is een vorm van een flauwe oever, die beschermd wordt tegen golfslag door middel van stortsteen. Deze is bedoeld voor de oeverdelen die sterk onder invloed staan van golfslag, zoals de uiteinden van de zandeilanden. Voordeel van een flauwe oever is dat deze de golfslag niet reflecteert, waardoor de andere oevers minder te leiden hebben van golfslag. Het deel boven de golfslagzone raakt begroeid met riet en ruigteplanten. De oever is daarom vooral geschikt als ecologische verbindingszone voor grondgebonden zoogdieren als otter en hermelijn en (indien breed genoeg) als rustgebied en broedlocatie voor eenden.
36
Nadeel van dit oevertype is dat er nauwelijks vegetatie in het water tot ontwikkeling komt. De oever draagt dan ook niet bij aan de verbetering van de KRW-scores.
Figuur 4.6
7
Steenslagoever.
Aanleggen natuurvriendelijke oever 2: plas-draszone achter beschoeiing Bij deze oever wordt achter de bestaande beschoeiing een plasberm aangelegd, waar water- en oevervegetatie kan ontstaan. Indien noodzakelijk kan het oeverdeel buiten de beschoeiing worden versterkt met stortsteen. De oever kan worden aangelegd langs zandeilanden. Mogelijk kan dit soort oevers ook worden gerealiseerd achter de beschoeiingen van legakkers, waarbij de stortstenen versterking niet wordt aangelegd.
Figuur 4.7
Natuurvriendelijke oever achter damwand. Om toegankelijkheid en bescherming samen te laten gaan, is hier achter een opening in de damwand een extra damwand geplaatst.
37
Dit type oever kan bijdragen aan verbetering van de KRW-score. Om te functioneren moet de plasberm breed en diep genoeg zijn, zodat deze niet te snel verlandt. Bovendien moet de plasberm verbonden zijn met het open water, door openingen in de damwand. 8
Aanleggen natuurvriendelijke oever 3: flauwe oever Dit type oever bestaat alleen uit een flauw aflopende oever, met een helling van 1:5 of flauwer. Dit soort oevers kan worden gerealiseerd langs de N201, mogelijk gelijk met de aanpassingen aan de weg zelf. Er zijn ook mogelijkheden om dergelijke oevers aan te leggen langs legakkers op voldoende luwe plekken. Dit type oever wordt in dit natuurplan niet verder uitgewerkt, omdat meer onderzoek nodig is naar de mogelijkheden om deze aan te leggen.
Figuur 4.8
9
Flauwe oever zonder beschoeiing (foto: R. van de Haterd, Bureau Waardenburg).
Afsluiten (deels periodiek) Ondiepe delen afsluiten met drijfbalk, delen van de plas gedurende een bepaalde periode afsluiten middels bebording (evt. met aanpassen APV).
10
Vissenbos Aanleggen van een vissenbos op een verzonken legakker. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van gekapte bomen en bossen snoeihout. Het hout moet goed verankerd worden, zodat het niet wegdrijft. Bovendien moet het goed zichtbaar zijn voor de scheepvaart en de locatie van de verzonken legakker markeren.
38
Vissenbossen bieden aan met name de jonge vis van diverse vissoorten een schuilen foerageerplek, zoals aal en snoek. Ook is er op dood hout in het water veel macrofauna te vinden, die leeft van het hout.
Figuur 4.9
11
Vissenbos (foto: Visserij Service Nederland).
Loopstrook brug Een droge loopstrook onder de Middellandse brug kan deze passeerbaar maken voor de otter. De loopstrook is minimaal 0,5 m breed en ligt op maximaal 0,3 m boven het wateroppervlak (bij voorkeur lager, maar in elk geval boven het hoogste waterpeil). De doorloophoogte is minimaal 0,6 m maar bij voorkeur 1,5 m. De uiteinden moeten goed aansluiten op de oever, zodat de loopstrook goed bereikbaar is (Wansink et al., 2011). Een loopstrook aan beide zijden heeft de voorkeur, maar indien er slechts één loopstrook kan worden gerealiseerd, heeft de oostkant de voorkeur. De kans dat een otter langs de oostkant komt is het grootst.
39
Figuur 4.10 Loopstrook onder brug, met goede aansluiting op de oever (foto: J. Brandjes, Bureau Waardenburg).
12
Faunatrap beschoeiing Als optie op plekken waar een beschoeiing noodzakelijk blijft, om de legakkers toegankelijk te maken of te houden voor bijvoorbeeld krooneendenkuikens. De meest eenvoudige optie is de faunatrap, die aan de buitenzijde van de beschoeiing wordt aangebracht.
®
Figuur 4.11 Faunatrap (foto: HIP Groen ).
40
13
Faunapassage Faunapassage over of onder de weg (buis of verkeersremmer: hangt af van mogelijkheden ter plekke en wordt niet verder uitgewerkt).
41
42
Tabel natuurmaatregelen VInkeveense Plassen
Zone 1, 4
Maatregel Kappen bos
Toepassen bij Legakker
Doelsoorten n.v.t. (doel is behoud legakker)
1, 4
Hakhout
Legakker
Otter, krooneend, blauwborst en diverse ongewervelden
1, 2, 4
Riet
Legakker
Otter, krooneend, kleine karekiet, blauwborst en diverse ongewervelden
Ook alleen als oeverbegroeiing mogelijk
1, 2, 3, 4
Ruigte
Legakker
Otter, krooneend, blauwborst en diverse ongewervelden
Ook alleen als oeverbegroeiing mogelijk
2
Hooiland
Brede legakker
Ringslang, oranjetipje en andere insecten
43
Profiel
Extra
44
Zone 3
Maatregel Stortsteenoever
Toepassen bij Zandeiland
Doelsoorten Otter, ringslang, kwabaal, rivierdonderpad, en andere vissen, macrofauna
3
Plas-drasoever
Zandeiland
Otter, ringslang, kwabaal, rivierdonderpad, en andere vissen, macrofauna
1, 2
Afsluiten voor schepen: drijfbalk
Ondiepe delen (bijvoorbeeld in het gebied bij Achterbos, langs N201)
Kwabaal en andere vissen, macrofauna
1
Afsluiten voor schepen: bord
Zone 1
Tafeleend en andere wintergasten
1 (4)
Vissenbos
Verzonken legakker
Kwabaal en andere vissen, macrofauna
Profiel
Extra
(Periodiek)
Zone 4
Maatregel Loopstrook brug
Toepassen bij Middellandse brug
Doelsoorten Otter en andere grondgebonden zoogdieren
1, (3), 4
Faunatrap en of faunauittreedplaats
Steile beschoeiing
(Kuikens van) krooneend en andere eenden, amfibieën
Profiel
Extra
45
46
5 Literatuur Anonymus, 2017a. Mini symposium waterkwaliteit Vinkeveense Plassen Gemeentehuis Mijdrecht, 31 januari 2017, 19.30 uur Verslag van de bijeenkomst. Anonymus, 2017b. Milieueffectrapportage Plassengebied Gemeente De Ronde Venen. Referentie: 079600968 A. Arcadis Amsterdam. Anonymus, 2018. Natuurnota Vinkeveense Plassen, De Groene Venen. Bekius, D. & M. Kooiman, 2012. Inventarisatie en waardering legakkers provincie Utrecht. Beek & Kooiman Cultuurhistorie. Amsterdam. Bij12, 2014. Werkwijze Monitoring en Beoordeling Natuurnetwerk en Natura 2000/PAS. Bijlagen Deel I. Dotinga, F. & R. Schreuders, 2018. Richtinggevende Keuzes Bestemmingsplan Plassengebied. Voorkeursalternatief. Gemeente De Ronde Venen. Haartsen A.J., z.j. De Venen. CultGIS: beschrijvingen Utrechtse regio’s. Hofstra, J.J., W.J. Rip & M.A. de Ruiter, 1997. Intergrale eutrofiëringsbestrijding Vinkeveense Plassen. H2O (30) 1997, nr. 1, 14-18. Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht, 2017. Vinkeveense Plassen. Arcadis, Amsterdam.
Factsheet:
NL11_3_4.
't Lam, N. 2017. Verslag Werksessie maatregelen Plassengebied. Referentie 079477789 B. Arcadis, Amsterdam. Michielsen, B., L. Lamers & F. Smolders, 2007. Interne eutrofiëring van veenplassen belangrijker dan voorheen erkend? H2O / 8 2007. 41-54. Mur, L, G. Korthals, B. Les & C. Baas, 2018. Naar natuurvriendelijke en veilige oevers van de zandeilanden in de Vinkeveense Plassen. De Groene Venen. Vinkeveen. Mulders, R., B. van der Dries & A. Beerens, 2018. Ecologische Quickscan Wijziging bestemmingsplan Vinkeveense Plassen. Referentienr. 79875989 0.3. Arcadis. Amsterdam. Provincie Utrecht, 2012. Legakkers Vinkeveense Plassen Toekomstvisie. Provincie Utrecht, 2016. Beheerplan 2016-2022 N2000-gebied Botshol. Utrecht. Provincie Utrecht, 2018. Natuurbeheerplan 2019. Referentienr. 81CC50F1. Remkes, J.W., K. d’Angremond, M. Donze, R.A. Feddes, P.Vellinga, P. Huisman, 2007. Water en Bodemdaling in Groot-Mijdrecht. Rapport van de Onderzoekscommissie Water en Bodemdaling Groot-Mijdrecht Noord, Utrecht. Wansink, D.E.H, G.J. Brandjes, G.J. Bekker, M.J. Eijkelenboom, B. van den Hengel, M.W. de Haan & H. Scholma, 2011. Leidraad Faunavoorzieningen bij Infrastructuur. Rijkswaterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart, Delft / ProRail, Utrecht. Weijs, W., 2011. Natuur & landschap van de Vechtstreek. KNNV Uitgeverij, Zeist, 2011.
47
Bijlage 1 Leden kern- en klankbordgroep Kerngroep Mevrouw G. Mennen, gemeente De Ronde Venen De heer G. Janssen, gemeente De Ronde Venen De heer C. Klemann, provincie Utrecht R. van Duinkerken, provincie Utrecht De heer R. Schreuders, Arcadis Mevrouw B. van Eck, Recreatie Midden Nederland J. Salverda, Waternet I. van Leth, Waternet
Klankbordgroep Mevrouw C. Smit, Groene Venen De heer L. Mur, Groene Venen De heer B. van Rijn, ondernemersvereniging De heer W. Smit De heer C. Griffioen De heer Th. van Schagen De heer T. Hannes, BVVL De heer A. Bon, BVVL
48
Bureau Waardenburg bv Onderzoek en advies voor ecologie en landschap Postbus 365, 4100 AJ Culemborg Telefoon 0345-512710, Fax 0345-519849 E-mail info@buwa.nl, www.buwa.nl