Bijlage 2. GEWIJZIGD CONCEPT 20937 Statutenwijziging.pdf
Tekst van het document
1
GEWIJZIGD CONCEPT Indien er onjuistheden voorkomen in uw personalia of elders in de tekst, gelieve u tijdig voor het passeren van de akte contact met ons op te nemen gevestigd in de gemeente De Ronde Venen Tel. (0297) 21 45 40 notarissen@kroesnotarissen.nl
FK/20937/FK ALGEHELE STATUTENWIJZIGING Stichting Primair onderwijs Mondriaan Abcoude
Heden, * tweeduizend drie en twintig, verschenen voor mij, mr. Frederik Kroes, notaris gevestigd in de gemeente De Ronde Venen: a. de heer Berend PLANT, terzake deze woonplaats kiezend te 1391 XL Abcoude, Broekzijdselaan 46-A, geboren te Bennebroek op acht en twintig juni negentienhonderd een en vijftig, gehuwd; b. mevrouw Caroline Antoinette VAN REEDT DORTLAND, , terzake deze woonplaats kiezend te 1391 XL Abcoude, Broekzijdselaan 46-A geboren te Utrecht op acht en twintig november negentienhonderd zes en zeventig, ongehuwd en niet hebbende een geregistreerd partnerschap; ten deze handelend als respectievelijk voorzitter en secretaris en op grond van artikel 10 lid 1 van de statuten gezamenlijk bevoegd vertegenwoordigers van de: STICHTING PRIMAIR ONDERWIJS MONDRIAAN ABCOUDE, statutair gevestigd in de gemeente De Ronde Venen, kantoorhoudende te 1391 XL Abcoude, Broekzijdselaan 46-A, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 30248500, hierna verder te noemen: de stichting. De comparanten, handelend als gemeld, verklaarden: INLEIDING - De stichting werd opgericht bij akte op vier november tweeduizend acht verleden voor mr. R. Gerrits, notaris gevestigd te Breukelen, bij welke akte tevens de statuten van de stichting werden vastgesteld. - De statuten zijn nadien algeheel gewijzigd bij akte op achttien maart tweeduizend negen verleden voor mr.
J.H. Derkman, notaris gevestigd te Abcoude, gemeente De Ronde Venen. - Bij besluit van het bestuur van de stichting genomen in een daartoe opgeroepen en gehouden vergadering van * tweeduizend drie en twintig, waarbij de voorschriften als bedoeld in artikel 18 van de statuten van de stichting in acht zijn genomen en nageleefd, is besloten de statuten van de stichting algeheel te wijzigen. - Van het in gemelde bestuursvergadering verhandelde en beslotene zijn notulen opgemaakt, welke (in kopie) aan deze akte zijn gehecht. - Van de vereiste goedkeuring van de Raad van de gemeente De Ronde Venen voor deze algehele statutenwijziging blijkt uit een aan deze akte gehecht schrijven. (ALGEHELE) STATUTENWIJZIGING Vervolgens verklaarden de comparanten, handelend als gemeld, dat de statuten van de vereniging algeheel worden gewijzigd en met ingang van heden komen te luiden als volgt:
2 BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1.1 In deze statuten wordt verstaan onder: - Stichting: deze stichting, statutair gevestigd te gemeente De Ronde Venen, waarvan de interne organisatie wordt beheerst door deze statuten; - Directeur-bestuurder: de bestuurder van de stichting, zoals bedoeld in deze statuten en in artikel 2:291 van het Burgerlijk Wetboek. - Raad van toezicht: de Raad van toezicht van de stichting, zoals bedoeld in deze statuten. - School: De openbare basisschool Piet Mondriaan in Abcoude. - De Wet: De Wet op het primair onderwijs (WPO); - De Raad: de gemeenteraad van de gemeente De Ronde Venen. - Schriftelijk: per post, per e-mail of via enig ander elektronisch communicatiemiddel, waarmee het mogelijk is een bericht te verzenden dat leesbaar en reproduceerbaar is, tenzij uitdrukkelijk anders is vermeld. Artikel 1.2 Daar waar in deze statuten naar de directeur-bestuurder verwezen wordt met vrouwelijke persoonlijke voornaamwoorden als "zij/haar", kan tevens "hij/hem/zijn" gelezen worden. NAAM, ZETEL EN TIJDSDUUR Artikel 2 1. De Stichting draagt als naam: Stichting Primair onderwijs Mondriaan Abcoude 2. De Stichting heeft haar zetel in de gemeente De Ronde Venen. 3. De Stichting is opgericht voor onbepaalde tijd. DOEL EN MIDDELEN Artikel 3 1. De Stichting heeft ten doel het bevorderen en verzorgen van kwalitatief goed openbaar primair onderwijs overeenkomstig art.
46 van De Wet aan de School die onder haar leiding valt, met inachtneming van De Wet. 2. De Stichting tracht haar doel te bereiken door: a. het in stand houden van de School voor openbaar primair onderwijs; b. samen te werken met andere instellingen die op het terrein van het onderwijs werkzaam zijn; c. een goed contact te bevorderen tussen Stichting, personeel, ouders en leerlingen van de door de Stichting in stand gehouden School; d. alle wettige middelen die ter bereiking van het doel nuttig kunnen zijn. 3 . Het vermogen van de Stichting wordt gevormd door de batige saldi, schenkingen, erfstellingen en legaten of andere bevoordelingen. 4. De inkomsten van de Stichting bestaan uit bijdragen van overheden, subsidies, vergoedingen en/of retributies en alle overige bijdragen van particulieren of instellingen die niet zijn bestemd tot aanvulling van het vermogen, alsmede alle andere baten. DIRECTEUR-BESTUURDER EN RAAD VAN TOEZICHT Artikel 4 Organen van de Stichting 1. De Stichting kent als organen: a. de Directeur-bestuurder; b. de Raad van toezicht; 2. De Stichting kent buiten de Directeur-bestuurder en de Raad van toezicht geen andere organen die namens de Stichting kunnen handelen of zeggenschap in de zin van (gedeelde) bestuursmacht kunnen uitoefenen, behoudens natuurlijke personen die daartoe op basis van een uitdrukkelijke volmacht door de Directeur-bestuurder
3 of de Raad van toezicht worden aangewezen. Artikel 5 Directeur-bestuurder 1. De Directeur-bestuurder is belast met het besturen van de Stichting en de School. 2. De Directeur-bestuurder wordt benoemd door de Raad van toezicht. De Raad van toezicht schorst en ontslaat de Directeur-bestuurder, stelt haar arbeidsvoorwaarden vast en vervult de rol van werkgever van de Directeur-bestuurder. 3. De Directeur-bestuurder dient grondslag en doelstelling van de Stichting te onderschrijven. 4, Personen die lid zijn of zijn geweest van de Raad van toezicht kunnen slechts na een periode van vier jaar na beëindiging van het lidmaatschap van de Raad van toezicht tot Directeur-bestuurder worden benoemd. 5. De Directeur-bestuurder wordt benoemd voor onbepaalde tijd dan wel voor bepaalde tijd, een en ander met inachtneming van het gestelde in de CAO die ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst algemeen verbindend is danwel van toepassing wordt verklaard in de sector primair onderwijs. 6. De Raad van toezicht kan de Directeur-bestuurder uit haar functie schorsen of ontheffen indien naar het oordeel van de Raad van toezicht: a. betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan handelen dat valt onder een in de CAO genoemde ontslaggrond; b. betrokkene heeft gehandeld in strijd met de wet of deze statuten; c. een duurzame vertrouwensbreuk is ontstaan tussen de Raad van toezicht en betrokkene.
7. De Raad van toezicht stelt de directeur-bestuurder in de gelegenheid over een voorgenomen ontheffing uit zijn functie haar zienswijze kenbaar te maken. 8. Bij ontstentenis van de Directeur-bestuurder voorziet de Raad van toezicht direct in waarneming door een daartoe tijdelijk door de Raad van toezicht aangewezen persoon. Artikel 6 Bestuursbesluiten 1. De Directeur-bestuurder wordt geacht van alle bestuurlijke besluiten schriftelijk aantekening te houden. 2. Nadere regels van de werkwijze en het functioneren van de Directeur-bestuurder worden opgenomen in een door de Raad van toezicht vast te stellen bestuursreglement. Artikel 7 Bestuursbevoegdheid 1. De Directeur-bestuurder is bevoegd tot alle rechtshandelingen namens de Stichting binnen de beperkingen van deze statuten en de wet. De Directeur-bestuurder zal zich bij de vervulling van zijn taak richten naar het belang van de Stichting en de met haar verbonden organisatie. 2.
De Directeur-bestuurder is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt, mits de Directeurbestuurder daartoe de voorafgaande schriftelijke goedkeuring heeft verkregen van de Raad van toezicht. Zonder vermelde goedkeuring kan de Stichting ter zake niet rechtsgeldig worden vertegenwoordigd. 3. Voorts heeft de Directeur-bestuurder voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Raad van toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a. de vaststelling van het strategisch meerjarenplan van de Stichting en het schoolplan van de School; b. de (meer)jarenbegroting en het jaarverslag van de Stichting; c. het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten
4 welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de Raad van toezicht vastgesteld bedrag; d. het oprichten van een rechtspersoon waarin de Stichting aanmerkelijke bestuurlijke invloed zal hebben; e. de vaststelling of wijziging van een managementstatuut; f. de beëindiging van het dienstverband van meer dan 5% van de werknemers van de Stichting tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek; g, ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van meer dan 5% van de werknemers van de Stichting; h. het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van de samenwerking van substantieel belang is voor de Stichting; i. het vaststellen van een klachtenregeling, een klokkenluidersregeling en een treasurystatuut van de Stichting; j. een aanvraag tot faillissement of van surséance van betaling voor de Stichting; k. het stichten, opheffen, samenvoegen, omzetten, overdragen van de School of het overnemen van een school van een ander bevoegd gezag; l. splitsing, fusie, statutenwijziging of ontbinding van de Stichting. 4. De Directeur-bestuurder is verantwoording verschuldigd aan de Raad van toezicht over de uitvoering van zijn bevoegdheden.
Hiertoe verschaft de Directeurbestuurder de Raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke informatie. Artikel 8 Vertegenwoordiging 1. De Directeur-bestuurder vertegenwoordigt de Stichting in en buiten rechte, behoudens het bepaalde in lid 2 van dit artikel. 2. De Raad van toezicht vertegenwoordigt de Stichting in gevallen waarin naar het oordeel van de Raad van toezicht sprake is of kan zijn van verstrengeling van belangen van de Directeur-bestuurder en de Stichting, dan wel in het geval van een conflict tussen de Raad van toezicht en de Directeur-bestuurder. 3. De Directeur-bestuurder kan volmacht verlenen aan een ander personeelslid van de School of een derde om de Stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. Artikel 9 Raad van toezicht samenstelling en benoeming 1. De Raad van toezicht bestaat uit een door de Raad van toezicht te bepalen aantal leden van ten minste vijf natuurlijke personen. De Raad van toezicht kiest uit zijn midden een voorzitter. De Raad van toezicht kan onderling vaststellen welk lid van de Raad van toezicht met welke taak meer in het bijzonder zal zijn belast. Een zodanige taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle leden van de Raad van toezicht onverlet. 2. De leden van de Raad van toezicht worden benoemd en ontslagen door De Raad. 3.
Benoeming van leden van de Raad van toezicht geschiedt op basis van een tevoren vastgestelde profielschets. De profielschets wordt vastgesteld door de Raad van toezicht, de Directeur-bestuurder wordt gehoord en de medezeggenschapsraad in gelegenheid gesteld advies uit te brengen terzake de profielschets. De profielschets wordt vooraf openbaar gemaakt. De medezeggenschapsraad wordt in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor één lid van de Raad van toezicht. De ouders van de school, hierbij vertegenwoordigd door de oudergeleding van de medezeggenschapsraad, worden in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor twee van de leden van de Raad van toezicht. 4. De leden van de Raad van toezicht dienen grondslag en doelstelling van de
5 Stichting te onderschrijven. De leden van de Raad van toezicht worden benoemd voor een periode van vier jaar. Aftreden geschiedt volgens een door de Raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een volgens rooster aftredend lid van de Raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar voor een periode van vier jaar, rekening houdende met de omstandigheid dat niemand langer dan acht jaar aaneengesloten lid van de Raad van toezicht kan zijn. Herbenoeming is slechts eenmaal mogelijk. De in een tussentijdse vacature benoemde neemt op het rooster de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd. 6. De leden van de Raad van toezicht dienen volstrekt onafhankelijk ten opzichte van elkaar, de leden van de Directeur-bestuurder en deelbelangen van de school te zijn en mogen op generlei wijze een direct of indirect zakelijk belang binnen de Stichting of de school hebben. 7. Tot lid van de Raad van toezicht is niet benoembaar een persoon dan wel diens bloed- of aanverwant in de eerste graad die: a. Directeur-bestuurder of voormalig Directeur-bestuurder van de Stichting of diens rechtsvoorgangers is binnen vier jaar na zijn ontslag; b. werknemer is van de Stichting of van een rechtspersoon waarmee de Stichting een duurzame samenwerking onderhoudt, binnen vier jaar na zijn ontslag; c. lid is van de medezeggenschapsraad van de Stichting; d.
bestuurder is van een andere onderwijsorganisatie binnen het primair onderwijs; e. bestuurder is van een onderwijsorganisatie in het voortgezet onderwijs binnen het voedingsgebied van de School. 8. De leden van de Raad van toezicht doen opgave van nevenfuncties, waaronder bestuursfuncties, commissariaten en adviseurschappen. Artikel 10 Raad van toezicht schorsing, ontslag, défungeren, ontstentenis 1. Een lid van de Raad van toezicht kan worden ontslagen door De Raad, al dan niet op verzoek van de Raad van toezicht. Een lid van de Raad van toezicht kan onder meer worden geschorst en ontslagen wegens: a. verwaarlozing van zijn taak of onvoldoende functioneren; b. onverenigbaarheid van functies of belangen; c. wijziging van de omstandigheden of andere redenen op grond waarvan zijn handhaving als lid van de Raad van toezicht redelijkerwijs niet in het belang is van de Stichting 2. Een lid van de Raad van toezicht kan voorts worden geschorst door de Raad van toezicht wegens één van de in lid 1 genoemde gronden, voor een periode van ten hoogste drie maanden. Indien een lid van de Raad van toezicht wordt geschorst door de Raad van toezicht, deelt de voorzitter of diens plaatsvervanger van de Raad van toezicht dit per omgaande schriftelijk aan De Raad mee. 3.
Voor het einde van de schorsingsperiode als genoemd in het vorige lid, neemt de Raad van toezicht een besluit tot verlenging dan wel opheffing van de schorsing. Een schorsing kan éénmaal worden verlengd, voor ten hoogste een periode van drie maanden, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing wordt genomen. 4. Het betrokken lid van de Raad van toezicht wordt in de gelegenheid gesteld zich te verantwoorden en kan zich daarbij doen bijstaan door een raadsman. Het besluit tot (voorstel tot) ontslag wordt niet eerder genomen dan nadat het betrokken lid van de Raad van toezicht in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord. 5. Het lidmaatschap van de Raad van toezicht eindigt door: 5.
6 a. b. c.
het verstrijken van de zittingsduur; vrijwillig aftreden; ontslag wanneer een van de onverenigbaarheden als genoemd in art. 9 lid 7 of artikel 10 lid 1 intreedt of de Raad om andere redenen van mening is dat betrokkene het goed functioneren van de Raad van toezicht belemmert; d. overlijden of onder curatele stelling. 6. Indien het aantal leden van de Raad van toezicht minder dan vijf bedraagt, neemt De Raad onverwijld maatregelen tot aanvulling van zijn ledental. Indien het aantal leden van de Raad van toezicht onder het statutaire minimum daalt, behoudt deze niettemin zijn bevoegdheden. 7. Bij ontstentenis van alle leden van de Raad van toezicht wordt door de wethouder met de portefeuille onderwijs van de gemeente een persoon aangewezen die tijdelijk met het toezicht op de Stichting is belast, alsook gehouden is zorg te dragen voor het voordragen van personen tot benoeming als lid van de Raad van toezicht. Er is sprake van ontstentenis als een vacature ontstaat door aftreden of ontslag waarbij geen directe opvolger is benoemd of door overlijden van een lid van de Raad van toezicht. Artikel 11 Taken en bevoegdheden Raad van toezicht 1. De Raad van toezicht heeft tot taak toezicht te houden op de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden door de Directeur-bestuurder en op de algemene gang van zaken in de Stichting.
De Raad van toezicht staat voorts de Directeur-bestuurder gevraagd en ongevraagd met raad terzijde en fungeert als klankbord. 2. De taken en bevoegdheden van de Raad van toezicht zijn zodanig dat de Raad van toezicht een deugdelijk en onafhankelijk intern toezicht kan uitoefenen. Onverminderd het overigens bij of krachtens deze statuten bepaalde, is de Raad van toezicht belast met: a. het goedkeuren van de besluiten van de Directeur-bestuurder als genoemd in deze statuten; b. het toezien op de verwezenlijking van de grondslag en de doelstelling van de Stichting, het bereiken van de doelen en gewenste resultaten en het belang van de samenleving; c. het houden van toezicht op het functioneren van de Directeur-bestuurder en het toezien op de naleving door de Directeur-bestuurder van de Code Goed Bestuur als bedoeld in artikel 171 lid 1 van De Wet en eventuele afwijkingen van die code; d. het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige, efficiënte en rechtmatige bestemming en aanwending van financiële middelen van de Stichting. 3. De Raad van toezicht wijst de controlerend accountant aan die de jaarstukken controleert. 4. De Raad van toezicht legt verantwoording af over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden als hiervoor genoemd, in het jaarverslag van de Stichting. 5.
De Directeur-bestuurder verstrekt de Raad van toezicht gevraagd en ongevraagd alle informatie omtrent alle onderwerpen de Stichting betreffende die voor een goed functioneren van de Raad van toezicht naar het oordeel van de Raad van toezicht nodig of dienstig zijn. De Raad van toezicht kan ter zake nadere regels stellen. 6. De Raad van toezicht kan zich voor rekening van de Stichting in de uitoefening van
7 zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen en beschikken over een redelijk budget voor deskundigheidsbevordering. De Raad van toezicht informeert de Directeur-bestuurder over (voorgenomen) uitputting van dit budget. Artikel 12 Besluitvorming en werkwijze Raad van toezicht 1. De Raad van toezicht vergadert ten minste zes maal per jaar en voorts zo dikwijls de voorzitter of één of meer leden van de Raad van toezicht dit wenselijk acht(en). 2. De oproeping tot de vergadering van de Raad van toezicht geschiedt schriftelijk aan ieder lid van de Raad van toezicht en wordt verzonden door de Raad van toezicht in opdracht van degene die het houden van de vergadering heeft verlangd. De bijeenroeping vermeldt de plaats en het tijdstip van de vergadering en de in de vergadering te behandelen onderwerpen. 3. De voorzitter leidt de vergaderingen van de Raad van toezicht; bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in de leiding. De voorzitter wijst een notulist aan. 4. De Raad van toezicht streeft naar besluitvorming bij consensus waarbij ieder lid één stem heeft. Ontbreekt consensus, dan wordt er besloten bij meerderheid van stemmen van de aanwezige leden van de Raad van toezicht. Staken de stemmen, dan wordt het voorstel geacht niet te zijn aanvaard. 5.
De Raad van toezicht kan uitsluitend besluiten nemen als de meerderheid van de leden van de Raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd is. Een lid van de Raad van toezicht kan uitsluitend een ander lid van de Raad van toezicht volmacht verlenen om haar in de Raad van toezicht te vertegenwoordigen. 6. De Raad van toezicht kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid zijn gesteld hun stem uit te brengen. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de besluitenlijst van die vergadering wordt vermeld. 7. Elk lid van de Raad van toezicht is gelijkelijk bevoegd via de voorzitter een vergadering van de Raad van toezicht bijeen te laten roepen. 8. De vergaderingen van de Raad van toezicht zijn in beginsel openbaar voor zover de Raad van toezicht niet beslist dat openbaarheid tegen het belang van de Stichting is of een ontoelaatbare inbreuk op de privacy van personen oplevert. 9. Van het verhandelde in de vergaderingen van de Raad van toezicht worden besluitenlijsten opgesteld door de daartoe door de voorzitter aangewezen persoon. De besluitenlijsten worden vastgesteld in de eerstvolgende vergadering. 10. Tenzij de Raad van toezicht anders besluit, is de Directeur-bestuurder aanwezig bij de vergaderingen van de Raad van toezicht. 11.
Met inachtneming van de privacyregels is de Raad van toezicht bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden en correspondentie van de Stichting. Evenzo heeft de Raad van toezicht te allen tijde toegang tot alle bij de Stichting in gebruik zijnde ruimten, terreinen en systemen. 12. De Raad van toezicht werkt zijn toezichtvisie, toetsingskader en werkwijze uit in een reglement voor de Raad van toezicht. Artikel 13 Boekjaar, jaarstukken en administratie Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar. 1. De Directeur-bestuurder is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van al haar handelingen betreffende de werkzaamheden van de Stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, zodanig aantekening te (doen) houden dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de Stichting kunnen worden gekend. 2. Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken van de Stichting gesloten. Daaruit wordt door de Directeur-bestuurder een balans en een staat van baten en lasten met een toelichting vastgesteld. 3. Binnen vijf maanden na afloop van ieder boekjaar wordt door de Directeur-
8 bestuurder alle genoemde stukken in artikel 3 ter goedkeuring aangeboden aan de Raad van toezicht. 4. Na goedkeuring van de jaarrekening besluit de Raad van toezicht omtrent het verlenen van kwijting aan de Directeur-bestuurder voor de uitvoering van zijn taak, voor zover van die taakuitoefening blijkt uit de jaarrekening. De reikwijdte van een verleende kwijting is onderworpen aan beperkingen op grond van de wet. 5. De jaarrekening wordt ten blijke van goedkeuring door de Directeur-bestuurder en alle leden van de Raad van toezicht ondertekend. Ontbreekt de handtekening van één van hen, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding van gedaan. 6. De Directeur-bestuurder stelt jaarlijks een bestuursverslag op. Bij het opmaken van het bestuursverslag schenkt de Directeur-bestuurder tevens aandacht aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. 7. De Directeur-bestuurder is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende tenminste zeven jaren te bewaren. 8. De jaarstukken en het bestuursverslag zijn openbaar en worden direct na goedkeuring door de Raad van toezicht tezamen met de controleverklaring van de accountant ter goedkeuring aangeboden aan de Raad. 9.
De Directeur-bestuurder is verplicht jaarlijks binnen 10 maanden na afloop van het boekjaar de (meer)jarenbegroting op te stellen en binnen één maand na deze termijn goed te laten keuren door de Raad van toezicht. Vervolgens wordt de begroting aangeboden aan de Raad ter goedkeuring. Artikel 14 Commissies 1. De Raad van toezicht kan een auditcommissie instellen die het toezicht op de Directeur-bestuurder voorbereidt en haar adviseert over financiële aangelegenheden met betrekking tot de Stichting en de door de Stichting in stand gehouden School. Deze advisering strekt zich mede uit tot over de rechtmatigheid en doelmatigheid van het financieel beleid en beheer van de Stichting. Indien de Raad van toezicht een auditcommissie instelt, regelt de Raad van toezicht in een reglement de samenstelling, bevoegdheden en werkwijze van deze commissie. 2. De Raad van toezicht is voorts bevoegd om één of meer aanvullende commissies in te stellen. Alsdan wordt de samenstelling, werkwijze en toegekende taken van een commissie door de Raad van toezicht bij reglement bepaald. Artikel 15 Reglementen 1. De Directeur-bestuurder is bevoegd reglementen vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, die niet in deze statuten zijn opgenomen en naar het oordeel van de Directeur-bestuurder (nadere) regeling behoeven, zulks na vooraf verkregen schriftelijke toestemming van de Raad van toezicht.
2. De reglementen mogen niet met de wet of met deze statuten in strijd zijn. 3. De Directeur-bestuurder is te allen tijde bevoegd de reglementen te wijzigen of op te heffen, wederom na vooraf verkregen schriftelijke goedkeuring van de Raad van toezicht. Artikel 16 Statutenwijziging 1. De Directeur-bestuurder is bevoegd deze statuten te wijzigen met voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Raad van toezicht. De statuten van de Stichting kunnen slechts worden gewijzigd na instemming van De Raad. 2. De Raad kan haar instemming aan een voorgenomen statutenwijziging slechts onthouden indien de overheersende invloed van de overheid in het bestuur niet is verzekerd. 3. Een besluit tot goedkeuring van statutenwijziging moet door de Raad van toezicht met een meerderheid van ten minste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen worden genomen in een vergadering waarin ten minste twee/derde van de
9 in functie zijnde leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Zijn in deze vergadering niet ten minste twee/derde van de in functie zijnde leden aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de eerste vergadering. In deze tweede vergadering kan, indien de meerderheid van de in functie zijnde leden van de Raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd is, worden besloten omtrent de goedkeuring van statutenwijziging met volstrekte meerderheid van stemmen. Bij de oproeping tot de tweede vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan worden genomen indien de meerderheid van de in functie zijnde leden aanwezig of vertegenwoordigd is. 4. Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot goedkeuring van de statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. 5. Een statutenwijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. De Directeur-bestuurder is bevoegd deze akte formeel bij de notaris te ondertekenen. 6.
De Directeur-bestuurder is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het handelsregister, gehouden door de Kamer van Koophandel. Artikel 17 Ontbinding en vereffening 1. De Directeur-bestuurder is bevoegd de Stichting te ontbinden. Ten aanzien van een besluit tot ontbinding van de Stichting is het bepaalde in artikel 16 lid 1 en 2 van overeenkomstige toepassing. 2. De Stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan, voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de Stichting worden toegevoegd de woorden “in liquidatie”. 3. Indien de Directeur-bestuurder besluit tot ontbinding wordt daarbij een bewaarder van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers aangewezen. Een liquidatiesaldo wordt zoveel mogelijk besteed overeenkomstig het doel van de Stichting. 4. De vereffening geschiedt door de Directeur-bestuurder, tenzij bij het besluit tot ontbinding anderen tot vereffenaars zijn aangewezen. 5. De bewaarder van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers dient na afloop van de vereffening de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden Stichting gedurende zeven jaren te bewaren. 6.
Op de vereffening zijn overigens de bepalingen van deze statuten en van Titel 1 , Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. Artikel 18 Fusie en bijzondere besluiten 1. De Directeur-bestuurder is tevens bevoegd tot het nemen van een besluit tot fusie van de Stichting met een andere rechtspersoon een en ander in de zin van artikel 309 boek 2 van het - Burgerlijk Wetboek. Voorts dient voor een dergelijk besluit voorafgaand schriftelijk goedkeuring te worden verkregen van De Raad. 2. De Directeur- bestuurder is tevens bevoegd tot het nemen van een bijzonder besluit tot splitsing van de Stichting, alsmede tot opheffing, omzetting, samenvoeging of overdracht van een door de Stichting in stand gehouden School. 3. Op dergelijke besluiten in lid 1 en 2 zijn alle bepalingen van artikel 16 van deze statuten van toepassing. Artikel 19 Extern toezicht karakter openbaar onderwijs 1. In aanvulling op de taken en bevoegdheden van de Raad van toezicht en de taken
10 en bevoegdheden van de Inspectie van het Onderwijs zoals volgt uit de Wet op het onderwijstoezicht, geldt gelet op het openbaar karakter van het onderwijs voorts het navolgende: a. De Raad kan zich vanuit haar wettelijke taak en verantwoordelijkheden voor het openbaar onderwijs wenden tot de Directeur-bestuurder van de Stichting. De Raad ziet daarbij toe vanuit haar wettelijke verantwoordelijkheid voor het openbaar onderwijs. b. De Raad is bevoegd in geval van ernstige taakverwaarlozing door de Directeur-bestuurder of het functioneren van de Directeur-bestuurder in strijd met De Wet, maatregelen te nemen die zij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen en heeft het recht om - indien en voor zover dat noodzakelijk is - zelf te voorzien in het bestuur van de scholen en zo nodig de Stichting te ontbinden. c. De Raad stelt, alvorens zij overgaat tot maatregelen als bedoeld in de vorige volzin, de Raad van toezicht in de gelegenheid in overleg te treden met De Raad en de mogelijkheden te verkennen en uit te voeren die noodzakelijk zijn om de gerezen bezwaren tegen het door de Directeur-bestuurder gevoerde beleid of het functioneren van de Directeur-bestuurder op andere wijze weg te nemen. Slotbepalingen In alle gevallen waarin zowel de wet als deze statuten of de reglementen niet voorzien, beslist de Raad van toezicht, de Directeur-bestuurder gehoord.
WAARVAN AKTE in minuut is verleden te Mijdrecht op de datum, in het hoofd van deze akte vermeld. De comparanten zijn mij, notaris, bekend. De identiteit van de bij deze akte betrokken comparanten zijn door mij, notaris, aan de hand van daartoe bestemde documenten vastgesteld. De comparanten verklaarden tenslotte nog door mij, notaris, te zijn gewezen op de gevolgen die voor hen (de stichting) uit de akte (kunnen) voortvloeien. Na zakelijke opgave van de inhoud van deze akte aan de comparanten en een korte toelichting daarop, hebben zij eenparig verklaard van de inhoud van deze akte te hebben kennis genomen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen. Vervolgens is deze akte na beperkte voorlezing door de comparanten en mij, notaris, ondertekend.