Bijlage 2 - Concept geconsolideerde versie gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Gemeentebelastingen Amstelland 2018
Tekst van het document
Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Amstelland Z24-036722 De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, De Ronde Venen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft, Overwegende dat samenwerking op het gebied van heffing en invordering van gemeentelijke belastingen duidelijk meerwaarde biedt; de raden van Aalsmeer, Amstelveen, De Ronde Venen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn voor het treffen van deze gemeenschappelijke regeling toestemming hebben verleend, overeenkomstig artikel 1, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen; Gelet op hoofdstuk I van de Wet gemeenschappelijke regelingen; artikel 232, tweede lid, van de Gemeentewet; artikel 30, zevende lid, van de Wet waardering onroerende zaken; afdeling 10.1.1 en 10.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht; Besluiten de navolgende gemeenschappelijke regeling te treffen: de Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Amstelland.
Hoofdstuk 1:
Algemene bepalingen
Artikel 1: Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. ambtenaren:
ambtenaren, als bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet of artikel 4 van de Gemeentewet;
b. belastingambtenaar:
de ambtenaar van de gastheergemeente, als bedoeld in artikel 232, tweede lid onder c, en artikel 231, tweede lid onder d, van de Gemeentewet;
c. belastingdeurwaarder:
de ambtenaar van de gastheergemeente, als bedoeld in artikel 232, tweede lid onder d, en artikel 231, tweede lid onder e, van de Gemeentewet;
d. belastingverordeningen:
de verordeningen van de gastgemeenten tot heffing en invordering van belastingen als bedoeld in artikel 216 van de Gemeentewet;
e. college:
het college van burgemeester en wethouders;
GR Gemeentebelastingen Amstelland 2018
Pagina 1 van 12
f. gastgemeenten:
de gemeenten Aalsmeer, De Ronde Venen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn;
g. gastheergemeente:
de gemeente Amstelveen;
h. gemeenten:
de gastheergemeente en de gastgemeente gezamenlijk;
i. heffingsambtenaar:
de ambtenaar van de gastheergemeente, als bedoeld in artikel 232, tweede lid onder a, en artikel 231, tweede lid onder b van de Gemeentewet en als bedoeld in artikel 30, zevende lid, en artikel 1, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken;
j. invorderingsambtenaar:
de ambtenaar van de gastheergemeente, als bedoeld in artikel 232, tweede lid, onder b en artikel 231, tweede lid, onder c, van de Gemeentewet;
k. kwijtscheldingsregels:
de door de raden van de gemeenten vastgestelde regels als bedoeld in artikel 255, derde en vierde lid, van de Gemeentewet;
l. nadere regels:
nadere regels ter uitvoering van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, van de Invorderingswet 1990 en van de belastingverordeningen; en
m. regeling:
de Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Amstelland.
Artikel 2: Belang 1. De regeling wordt getroffen ten behoeve van het vormen van een gemeenschappelijke ambtelijke belastingorganisatie die belast is met de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen alsmede de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken. 2. Doel is het ontzorgen van de overgedragen werkzaamheden en deze zo doelmatig mogelijke met hoge kwaliteit uit te voeren. 3. Van de gastheergemeente treedt het team Belastingen of de opvolger daarvan naar buiten onder de naam ‘Gemeentebelastingen Amstelland’.
Hoofdstuk 2: §2.1
Gastheerconstructie
Algemeen
Artikel 3: Gastheergemeente De gemeente Amstelveen wordt aangewezen als centrumgemeente, bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. §2.2
Bevoegdheden
Artikel 4: Mandaat collegebevoegdheden 1. Het college van de gastheergemeente wordt mandaat verleend om namens de colleges van de gastgemeenten alle besluiten te nemen ter uitvoering van de artikelen 230 tot en met 257 van de Gemeentewet in samenhang met de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Wet waardering onroerende zaken en de door de raden van de gastgemeenten
GR Gemeentebelastingen Amstelland 2018
Pagina 2 van 12
vastgestelde belastingverordeningen , voor zover deze besluiten betrekking hebben op belastingen waarvan de heffing of invordering krachtens artikel 7 van deze regeling, is overgedragen aan de ambtenaren van de gastheergemeente. 2. Het college van de gastheergemeente wordt mandaat verleend om namens de colleges van de gastgemeenten alle feitelijke handelingen en rechtshandelingen te verrichten ter voorbereiding en uitvoering van de beslissingen van de colleges van de gastgemeenten als bedoeld in het eerste lid. 3. De bevoegdheid te beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in het eerste en het tweede lid wordt niet opgedragen aan het college van de gastheergemeente. Het college van de gastheergemeente kan wel namens de colleges van de gastgemeenten alle handelingen ter voorbereiding van de beslissing op bezwaar verrichten. 4. Ten aanzien van de bevoegdheden die in dit artikel in mandaat worden opgedragen aan het college van de gastheergemeente, kan dit college ondermandaat verlenen aan ambtenaren van de gastheergemeente. 5. Het college van de gastheergemeente is bevoegd namens de gastgemeente op grond van de Archiefwet 1995 zorg te dragen voor archiefbescheiden als gevolg van de overgedragen werkzaamheden. Vervanging of vernietiging vindt plaats binnen de kaders van de interne regelingen van de gastheergemeente en daaruit voortvloeiende procedures.
Artikel 5: Overgedragen collegebevoegdheden Het college van de gastheergemeente kan bepalen dat voor de toezending of uitreiking van aanslagbiljetten ingevolge artikel 8, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 voor de in artikel 232, tweede lid onder b, bedoelde ambtenaar een andere ambtenaar van de gastheergemeente in de plaats treedt. Artikel 6: Ambtelijke bevoegdheden 1. De colleges van de gastgemeenten wijzen, met inachtneming van artikel 232, tweede lid onder a Gemeentewet en artikel 30, zevende lid, van de Wet waardering onroerende zaken de door de gastheergemeente aangewezen heffingsambtenaar aan als heffingsambtenaar van hun gemeente. 2. De colleges van de gastgemeenten wijzen, met inachtneming van artikel 232, tweede lid onder b Gemeentewet de door de gastheergemeente aangewezen invorderingsambtenaar aan als invorderingsambtenaar van hun gemeente. 3. De colleges van de gastgemeenten wijzen, met inachtneming van artikel 232, tweede lid onder c Gemeentewet de door de gastheergemeente aangewezen belastingambtenaren aan als belastingambtenaren van hun gemeente. 4. De colleges van de gastgemeenten wijzen, met inachtneming van artikel 232, tweede lid onder d Gemeentewet de door de gastheergemeente aangewezen belastingdeurwaarder aan als belastingdeurwaarder van hun gemeente.
GR Gemeentebelastingen Amstelland 2018
Pagina 3 van 12
5. Dit artikel is slechts van toepassing op de heffing en invordering van belastingen zoals die in de dienstverleningsovereenkomst, bedoeld in artikel 7, zijn opgenomen.
GR Gemeentebelastingen Amstelland 2018
Pagina 4 van 12
Artikel 7: Overdracht uitvoering gemeentelijke belastingen Door de gastheer gemeente worden op het moment van het aangaan van deze vernieuwde gemeenschappelijke regeling onderstaande belastingen, alsmede de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken, uitgevoerd voor zover de uitvoering is overgedragen of niet is ingetrokken. Door de gastheergemeente wordt een laatste stand van zaken vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst met de deelnemende gemeenten en wordt daarin aangeven welke belastingen door de gastheergemeente worden uitgevoerd.
a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. m. n.
de heffing en invordering van: de onroerende-zaakbelastingen artikel 220 Gemeentewet; de hondenbelasting artikel 226 Gemeentewet; de rioolheffing artikel 228a Gemeentewet; de afvalstoffenheffing bedoeld in artikel 15.33 Wet milieubeheer; de roerende-zaakbelasting artikel 221 Gemeentewet; de baatbelasting artikel 222 Gemeentewet; de forensenbelasting artikel 223 Gemeentewet; de toeristenbelasting artikel 224 Gemeentewet; de watertoeristenbelasting artikel 224 Gemeentewet; de reclamebelasting artikel 227 Gemeentewet; de precariobelasting artikel 228 Gemeentewet; de grafrechten artikel 229 Gemeentewet; de BIZ-bijdrage artikel 1 Wet op de bedrijveninvesteringszones de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken;
Artikel 8: Dienstverleningsovereenkomst In de dienstverleningsovereenkomst, te sluiten door de colleges van de gemeenten, wordt nadere uitwerking gegeven aan deze regeling. In de dienstverleningsovereenkomst worden in ieder geval geregeld: a. de te heffen en in te vorderen belastingen; b. de uitvoeringskaders; c. de kwaliteitseisen waaraan de taakuitoefening door de gastheergemeente moet voldoen; d. de verplichtingen tussen de colleges van de gemeenten, en e. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de informatieplichten, bedoeld in paragraaf 2.3. §2.3
Informatievoorziening
Artikel 9: Informatievoorziening door gastgemeente De colleges van de gastgemeenten geven het college van de gastheergemeente alle inlichtingen die het college of een ambtenaar van de gastheergemeente voor de uitoefening van zijn taken, bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6 nodig heeft.
GR Gemeentebelastingen Amstelland 2018
Pagina 5 van 12
Artikel 10: Informatievoorziening colleges 1. Het college van de gastheergemeente geeft de colleges van de gastgemeenten schriftelijk de door een of meer leden van de colleges van de gastgemeenten gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. 2. Het college van de gastheergemeente geeft de colleges van de gastgemeenten alle inlichtingen die de colleges van de gastgemeenten voor de uitoefening van hun taken nodig hebben. 3. Het college van de gastheergemeente geeft de colleges van de gastgemeenten vooraf inlichtingen over de uitoefening van bevoegdheden, indien een college van een gastgemeente daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor een van de gastgemeenten. In het laatste geval neemt het college van de gastheergemeente geen besluit dan nadat het college van de betreffende gastgemeente in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college van de gastheergemeente te brengen.
Artikel 11: Ambtelijke informatievoorziening De ambtenaren van de gastheergemeente geven de colleges en de ambtenaren van de gastgemeenten alle door hen gevraagde inlichtingen omtrent de uitoefening van de hen opgedragen taken en bevoegdheden voor zover deze een van de gastgemeenten betreffen en onverminderd de verantwoordelijkheden van het college van de gastheergemeente krachtens de wet of deze regeling. Artikel 12: Overige informatievoorziening 1. De rekenkamers van de gastgemeenten zijn bevoegd alle documenten die berusten bij het gemeentebestuur van de gastheergemeente te onderzoeken voor zover zij dat ter vervulling van hun taak als bedoeld in artikel 182, eerste lid, van de Gemeentewet nodig achten. 2. Het gemeentebestuur van de gastheergemeente verstrekt desgevraagd alle inlichtingen die de rekenkamer van een gastgemeente ter vervulling van haar taak als bedoeld in artikel 182, eerste lid, van de Gemeentewet nodig acht. 3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de uitvoering van de rekenkamerfunctie, wanneer de raad van een gastgemeente overeenkomstig artikel 81oa van de Gemeentewet op een andere wijze heeft voorzien in de uitoefening van de rekenkamerfunctie. 4.
De artikelen 155a tot en met 155e zijn van overeenkomstige toepassing op ambtenaren of gewezen ambtenaren werkzaam door of vanwege het gemeentebestuur van de gastheergemeente aangesteld of daaraan ondergeschikt, wanneer de raad van een gastgemeente besluit een onderzoek in te stellen, als bedoeld in artikel 155a, eerste lid, van de Gemeentewet.
GR Gemeentebelastingen Amstelland 2018
Pagina 6 van 12
Hoofdstuk 3:
Uitvoering ambtelijke bevoegdheden
Artikel 13: Heffingsambtenaar 1. De heffingsambtenaar heeft de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Wet milieubeheer en de Wet waardering onroerende zaken zijn toegekend aan de inspecteur, respectievelijk de ambtenaar belast met de heffing van de gemeenten. 2. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid neemt de heffingsambtenaar de nadere regels van het college van de betreffende gastgemeente in acht en houdt hij rekening met de beleidsregels die dat college heeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid. Artikel 14: Invorderingsambtenaar 1. De invorderingsambtenaar heeft de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet en de Wet milieubeheer zijn toegekend aan de ontvanger, respectievelijk de ambtenaar belast met de invordering van de gemeenten. 2.
Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid neemt de invorderingsambtenaar de kwijtscheldingsregels van de desbetreffende gastgemeente en de nadere regels van het college van desbetreffende gastgemeente in acht, alsmede houdt hij rekening met de beleidsregels die dat college heeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid. Artikel 15: Belastingambtenaren 1. De belastingambtenaar oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Wet milieubeheer en de Wet waardering onroerende zaken zijn toegekend aan de ambtenaren van de Rijksbelastingdienst, respectievelijk de ambtenaar belast met de heffing of invordering van de gemeenten als bedoeld in artikel 231, tweede lid onder d, van de Gemeentewet. 2. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid neemt de belastingambtenaar de nadere regels van het college van de desbetreffende gastgemeente in acht, alsmede houdt hij rekening met de beleidsregels van dat college ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid. Artikel 16: Belastingdeurwaarder 1.
De belastingdeurwaarder oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet en de Wet milieubeheer zijn toegekend aan de belastingdeurwaarder.
GR Gemeentebelastingen Amstelland 2018
Pagina 7 van 12
2. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid neemt de belastingdeurwaarder de nadere regels van het college van de desbetreffende gastgemeente in acht en houdt hij rekening met de beleidsregels die dat college heeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.
Hoofdstuk 4:
Financiering
Artikel 17: Kostenverdeelsleutel 1. De gastheergemeente en de gastgemeenten betalen een vast bedrag per inwoner per jaar. 2. De bijdrage van de gastgemeenten, als bedoeld in het eerste lid, wordt met vijf procent verhoogd om de gastheergemeente te compenseren voor haar vaste kosten. Artikel 18: Begroting 1. Voor 1 april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting geldt, wordt een begroting opgesteld die moet worden vastgesteld door de colleges van de gemeenten. 2. In de begroting wordt het bedrag vastgesteld dat voor het betreffende jaar per inwoner moet worden betaald. 3. De begroting dient als basis voor de afspraken te maken in de dienstverleningsovereenkomst, bedoeld in artikel 8.
Hoofdstuk 5: Artikel 19:
Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing
Wijziging van de regeling
1. Een of meerderde colleges van de gemeenten kunnen een voorstel tot wijziging van de regeling indienen bij de colleges van de overige gemeenten. 2. Deze regeling kan door de colleges van de gemeenten worden gewijzigd, nadat zij hiertoe onderling overeenstemming hebben bereikt. 3. De colleges en de burgemeesters van de gemeenten besluiten omtrent de voorgestelde wijziging niet dan nadat zij hun raden in de gelegenheid hebben gesteld daarover zienswijze naar voren te brengen en zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun raden, overeenkomstig artikel 1, tweede, derde en vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 4. Een wijziging van de regeling is tot stand gekomen wanneer de colleges van de gemeenten op de wijze als vermeld in het tweede lid hiermee hebben ingestemd. 5. De wijziging van de regeling treedt in werking op de dag nadat de wijziging is gepubliceerd overeenkomstig artikel 26 van de Wet en is opgenomen in het register als bedoeld in artikel 136 van de Wet. 6. Artikel 24 is van overeenkomstige toepassing.
GR Gemeentebelastingen Amstelland 2018
Pagina 8 van 12
Artikel 20:
Toetreding
1. Een college, niet zijnde een college van de gemeenten, kan een verzoek tot toetreding richten aan het college van de gastheergemeente. 2. Het college van de gastheergemeente zendt het verzoek, als bedoeld in het eerste lid, aan de colleges van de gastgemeenten. 3. Toetreding geschiedt nadat de colleges van de gemeenten met het verzoekende college, bedoeld in het eerste lid, overeenstemming hebben bereikt over de voorwaarden voor toetreding. 4. De colleges en de burgemeesters van de gemeenten besluiten omtrent de voorgestelde wijziging niet dan nadat zij hun raden in de gelegenheid hebben gesteld daarover zienswijze naar voren te brengen en zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun raden, overeenkomstig artikel 1, tweede, derde en vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 5. De toetreding tot de regeling geschiedt, tenzij anders bepaald, per 1 januari van het kalenderjaar volgend op het besluit tot toetreding en de bekendmaking daarvan door de colleges van de gemeenten, alsmede het verzoekende college, als bedoeld in het eerste lid. 6. Artikel 24 van deze regeling is van overeenkomstige toepassing. 7. De wijziging van de regeling treedt in werking op de dag nadat de wijziging is gepubliceerd overeenkomstig artikel 26 van de Wet en is opgenomen in het register als bedoeld in artikel 136 van de Wet. Artikel 21:
Uittreding
1. Van uittreding is sprake indien het college van één van de gemeenten besluit om de samenwerking op basis van de regeling te beëindigen. Een besluit tot uittreding door het college van één van de gemeenten wordt niet genomen dan nadat zij hun raad in de gelegenheid hebben gesteld daarover een zienswijze naar voren te brengen en zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun raad, overeenkomstig artikel 1, tweede, derde en vierde lid, van de Wet. 2. Uittreding uit de regeling geschiedt door toezending van hetdaartoe strekkende besluit van het college van de gemeente die wenst uit te treden aan het college van de gastheergemeente. Het college van de gemeente die uittreedt overlegt daarbij ook het toestemmingsbesluit van de raad. Een besluit tot uittreding van een college wordt door de gastheergemeente gedeeld met de colleges van de gastgemeenten. 3. Indien een besluit tot uittreding, als bedoeld in het eerste lid, is genomen geven de colleges van de gemeenten gezamenlijk een onafhankelijke registeraccountant opdracht om een uittredingsplan op te stellen. 4. Het uittredingsplan bevat de, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende gemeente.
Het uittredingsplan bepaalt de systematiek voor berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. Deze systematiek is gebaseerd op: a. Relevante regelgeving;
GR Gemeentebelastingen Amstelland 2018
Pagina 9 van 12
b. Relevante jurisprudentie; c. Feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding. Wijziging van inzichten die zich voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uit-treedsom. 5. De uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. Onder frictiekosten wordt verstaan alle te maken incidentele kosten door de niet-uittredende gemeenten die het directe gevolg zijn van de beslissing tot uittreding van de uittredende gemeente. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig, te maken dan wel te dragen door de gastheergemeente die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarin begrepen, ontstaan bij de gastheergemeente als direct gevolg van de uittreding. Van te compenseren desintegratiekosten is alleen sprake bij uittreding door een gastgemeente. De gemeenten doen bij uittreding al het redelijkerwijs mogelijke om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden. De kosten die de uittredende gemeente maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van die gemeente. 6.
Het college van de gastheergemeente is belast met de uitvoering van het uittredingsplan als bedoeld in het derde lid. 7. Uiterlijk zes maanden na de bekendmaking van de besluiten tot uittreding als bedoeld in het tweede lid stellen de colleges van de gemeenten het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende gemeente omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. 8. De uittredende gemeente is gehouden om de in het uittredingsplan vastgestelde uittreedsom te voldoen in maximaal drie jaarlijkse gelijke termijnen, startend in het eerste jaar dat de uittreding in werking is getreden. De termijnen dienen jaarlijks uiterlijk op 31 januari te zijn voldaan. Over de termijn(en) die niet is (zijn) voldaan in het eerste jaar dat de uittreding in werking is getreden, is jaarlijks rente verschuldigd. Het uittredingsplan bepaalt het rentepercentage. 9. De uittreding treedt in werking op 1 januari van het tweede jaar volgend op het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen en bekendgemaakt, tenzij de colleges van de gemeenten daarover anders besluiten.
GR Gemeentebelastingen Amstelland 2018
Pagina 10 van 12
Artikel 22:
Opheffing
1. Deze regeling wordt opgeheven bij gelijkluidend besluit van de colleges van de gemeenten. 2. Een besluit tot opheffing door de colleges van de gemeenten wordt niet genomen dan nadat zij hun raden in de gelegenheid hebben gesteld daarover een zienswijze naar voren te brengen en zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun raden, overeenkomstig artikel 1, tweede, derde en vierde lid, van de Wet. 3. Indien een besluit tot opheffing, bedoeld in het eerste lid, wordt genomen, geven de colleges van de gemeenten gezamenlijk een onafhankelijke registeraccountant opdracht om een opheffingsplan op te stellen. 4. Het opheffingsplan, bedoeld in het derde lid, voorziet in ieder geval in de verplichtingen van de gastgemeenten tot deelneming in de financiële en in de personele gevolgen van de opheffing. 5. Het college van de gastheergemeente is belast met de uitvoering van het opheffingsplan, bedoeld in het derde lid. 6. Een besluit tot uittreding door het college van de gastheergemeente leidt tot opheffing van de regeling. Het tweede tot en met het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing. 7. Het besluit tot opheffing treedt in werking op 1 januari van het tweede jaar volgend op het jaar waarin de besluiten tot opheffing zijn genomen, tenzij de colleges van de gemeenten daarover anders besluiten. Hoofdstuk 6:
Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 23: Duur van de regeling De regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd. Artikel 24: Inzending regeling Het college van de gastheergemeente is belast met de inzending van deze regeling aan gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland en aan gedeputeerde staten van de provincie Utrecht. Artikel 25: Evaluatie Deze regeling, alsmede de dienstverleningsovereenkomst(en) bedoeld in artikel 8, en de uitvoering van deze regeling worden 2 jaarlijks geëvalueerd. Het eerst volgende moment vind plaats voor 1 juli 2019 de evaluaties hierna vinden 2 jaarlijks aansluitend voor 1 juli van dat betreffende jaar plaats. Artikel 26: Overgangsrecht Deze regeling vervangt eerdere Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Amstelland op het moment van de inwerkingtreding van de Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Amstelland 2018 zoals vastgesteld in artikel 26 van deze regeling. De oude regelingen blijven van toepassing op de periode voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling.
GR Gemeentebelastingen Amstelland 2018
Pagina 11 van 12
Artikel 27: Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op de eerste dag van de maand, volgend op de dag waarop het college van de gastheergemeente de regeling heeft bekendgemaakt door kennisgeving van de inhoud in de Staatscourant, doch niet eerder dan op 01 juli 2018. Artikel 28: Citeerwijze Deze regeling wordt aangehaald als Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Amstelland 2018. Aldus besloten door de gemeenten:
Aalsmeer, datum ……………….
de burgemeester, ………………
de secretaris, …..…
Amstelveen, datum ……………
de burgemeester, …………….
de secretaris, ………...
De Ronde Venen, datum ……
de burgemeester, ……………..
de secretaris, ………...
Diemen, datum ……………..…
de burgemeester, ………………
de secretaris, …….…..
Ouder-Amstel, datum …………
de burgemeester, ………………
de secretaris, …….....
Uithoorn, datum …………..…
de burgemeester, ………………
de secretaris, ………....
GR Gemeentebelastingen Amstelland 2018
Pagina 12 van 12