Bijlage 2 bij Zienswijze uitgangspunten begroting 2023 Recreatieschap Stichtse Groenlanden (SGL), 20220421 Ontwerp uitgangspunten begroting 2023 SGL
Tekst van het document
UITGANGSPUNTEN BEGROTING 2023 E.V. 19 JANUARI 2022
INLEIDING Recreatieschap Stichtse Groenlanden is een gemeenschappelijke regeling (GR) op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Binnen deze GR werken gemeenten De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Stichtse Vecht, Nieuwegein, Utrecht en Woerden en de Provincie Utrecht samen aan het beheren, exploiteren en ontwikkelen van openbaar toegankelijke recreatieterreinen en –voorzieningen in het buitengebied voor inwoners en bezoekers van de regio. Het algemeen bestuur van het recreatieschap heeft begin 2018 de ‘Kadernota 2019-2022’ vastgesteld. Deze kadernota dient als algemeen beleidskader en financieel uitgangspunt voor de 4-jarige budgetperiode die loopt van 2019 tot 2022. Naast de kadernota, die eens in de vier jaar wordt opgesteld, stelt het bestuur jaarlijks specifieke uitgangpunten voor de begroting voor het volgende begrotingsjaar op. Het dagelijks bestuur heeft deze ‘Uitgangspunten Begroting 2023’ opgesteld. Deze uitgangspunten zijn een verbijzondering van de ‘Kadernota 2019-2022’. Vanwege de transitie waar Recreatieschap Stichtse Groenlanden en de uitvoeringsorganisatie Recreatie Midden-Nederland in verkeren is sprake van een beleidsarme begroting.
Om die reden wordt tevens bij de vaststelling van de uitgangspunten begroting 2023 feitelijk geen nieuwe kadernota 2023-2026 voorgelegd maar wordt het algemeen bestuur gevraagd met het continueren van de beleidsuitgangspunten uit de kadernota 2019-2022 voor het begrotingsjaar 2023.
Kadernota 2019-2022 Recreatieschap Stichtse Groenlanden is in 1999 opgericht “ter behartiging van het belang van de deelnemers bij de intergemeentelijke openluchtrecreatie en de bescherming van natuur en landschap.” Deze taakomschrijving is en blijft ongewijzigd, maar wat hieronder wordt verstaan en hoe hier invulling aan wordt gegeven, is wel aan verandering onderhevig. Voor de huidige budgetperiode (2019-2022) heeft het recreatieschap de volgende uitgangspunten vastgesteld: -
regio Utrecht groeit en daarmee de vraag naar recreatievoorzieningen;
-
het recreatieaanbod moet aansluiten bij de behoefte van recreanten;
-
publieke recreatievoorzieningen moeten voor iedereen toegankelijk en betaalbaar blijven.
Zowel het voormalige Programma A (Stichtse Groenlanden) als het voormalige Programma B (Vinkeveense Plassen) hebben in deze budgetperiode (extra) middelen ter beschikking gesteld om deze ambities te realiseren; •
Programma Stichtse Groenlanden heeft voor de budgetperiode 2019-2022 de deelnemersbijdrage met 20% verhoogd: 10% ten behoeve van in stand houding (het dekken van toenemende kosten voor ‘reguliere werkzaamheden’) en 10% ten behoeve van ontwikkeling (het verbeteren van de kwaliteit van de bestaande recreatieterreinen en voorzieningen te verbeteren). 1
•
Programma Vinkeveense Plassen beschikt tot 2024 nog over een bijdrage van Amsterdam en zet tot die tijd in op het verlagen van kosten en het vergroten van inkomsten om ook in 2024 tot een sluitende begroting te komen.
Uitvoering: Recreatie Midden-Nederland (RMN) Het recreatieschap heeft de uitvoering van haar kerntaken – ‘Beheer & Onderhoud’, ‘Toezicht & Handhaving’, ‘Exploitatie’, ‘Ontwikkeling’, ‘Bedrijfsvoering’ en ‘Bestuursondersteuning’ – belegd bij bedrijfsvoeringsorganisatie Recreatie Midden-Nederland (RMN). RMN is dé uitvoeringsorganisatie voor Plassenschap Loosdrecht e.o., recreatieschap Stichtse Groenlanden, Routebureau Utrecht en het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. In 2022 wordt naar verwachting een besluit genomen over de vorm waarin het Recreatieschap Stichtse Groenlanden zich organiseert. Hierbij is het uitgangspunt dat er dan geen ruimte meer is voor RMN en dat RMN daarom per 1 januari 2023 wordt opgeheven. Naar verwachting wordt in de tweede helft van 2022 duidelijk op welke manier de huidige taken van RMN worden overgedragen en aan wie die taken worden overgedragen. Ten aanzien van de financiële afwikkeling worden de totale liquidatiekosten op grond van het 1 Ongeveer de helft van de 10% ten behoeve van ontwikkeling wordt in 2019, 2020 en 2021 gebruikt om de hogere doorberekening van
de personeelslasten bij RMN op te vangen.
concept liquidatieplan begroot op € 1.250.000. Dit bedrag wordt verwerkt in de eerste begrotingswijziging 2022. De liquidatiekosten worden op de volgende wijze verwerkt: •
Eerst wordt beoordeeld welk deel van de kosten gedekt kunnen worden binnen de begroting van RMN • Het resterende deel wordt volgens de verdeelsleutel van de begroting doorbelast naar de schappen waar vervolgens beoordeeld wordt welk deel gedekt kan worden binnen de begroting (binnen de exploitatie dan wel binnen het eigen vermogen) • Welk deel komt tot slot voor rekening van de deelnemers Het effect op de begroting 2023 wordt daarmee op dit moment op nihil ingeschat. Vanwege de onzekerheid over de toekomstige invulling van de werkzaamheden zal in 2023 sprake zijn van een beleidsarme begroting waarbij de bedragen voor 2023 zullen worden geïndexeerd aan de hand van de uitgangspunten zoals beschreven in dit document.
PLANNING & CONTROL Het dagelijks bestuur (DB) heeft deze ‘Uitgangspunten begroting 2023’ opgesteld en biedt deze voor zienswijze aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan de staten van de deelnemende provincies aan. Met inachtneming van eventuele zienswijzen stelt het algemeen bestuur (AB) deze ‘Uitgangspunten begroting 2023’ – die dient als algemeen beleidskader en financieel uitgangspunt – vast, aan de hand waarvan het dagelijks bestuur de ‘Ontwerp begroting 2023’ opstelt. Er vanuit gaande dat er verlenging wordt verleend door BZK voor het aanleveren van de Begroting 2023 zijn de data gewijzigd. P&C-document
Datum vaststelling ontwerpdocument
Uitgangspunten begroting 2023
DB 10 feb 2022 AB 17 feb 2022
Begroting 2023
DB 1e week sept. (nog te bepalen)
Datum verzending naar deelnemers (griffies) 18 feb 2022
Datum (concept) zienswijze retour
Datum vaststelling AB
15 april 2022
DB 10 juni 2022 AB 30 juni 2022
1e week september
31 oktober 2022
DB 14 nov. 2022 AB 5 dec. 2022
PROGRAMMA EN PRODUCTEN De begroting bestaat van oudsher uit twee onderdelen: •
Programma A | Stichtse Groenlanden: het gebied van Stichtse Groenlanden van vòòr 2018; het gebied rondom de stad Utrecht, in de uiterwaarden langs Lek en in het Groene Hart.
•
Programma B | Vinkeveense Plassen: het Vinkeveense Plassengebied.
Het recreatieschap (beide programma’s) richt zich op het beheren, exploiteren en ontwikkelen van openbaar toegankelijke voorzieningen voor openluchtrecreatie in het buitengebied, met oog voor de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische elementen die kenmerkend zijn voor de identiteit van het gebied. Voor beide programma’s is in 2019 een programmaplan opgesteld. Het plan ‘Programma A Stichtse Groenlanden 2019 e.v.’ omvat de ontwikkelambitie en –strategie voor de komende jaren en dient als opvolger van ‘Ontwikkelplan 2015-2018’. Het plan ‘Vinkeveense Plassen 2019-2024’ heeft een iets bredere scope en vloeit voort uit het ‘Toekomstplan Vinkeveense Plassen’ dat primair is opgesteld om ook in 2024 – na het wegvallen van de bijdrage van Amsterdam – tot een sluitende begroting te komen. Binnen de kaders van de begroting 2023 en aan de hand van beide programmaplannen wordt een concreet jaarplan 2023 opgesteld. In onderstaande alinea’s worden de belangrijkste ontwikkelingen per programma geschetst.
Ontwikkelingen Programma A | Stichtse Groenlanden 3
Bij de keuze voor het Programma Stichtse Groenlanden (A) is uitgegaan van de projecten die zijn gestart vanuit het ‘Ontwikkelplan “Krachtig ontwikkelen” 2015-2018’ samen met opgaven uit het programma Recreatie om de Stad (RodS). Deze opgaven en projecten zijn in 2019 opnieuw beoordeeld aan de hand van de volgende uitgangspunten/criteria: maatschappelijke impact/recreatiebelang, financierbaarheid en vermarktbaarheid, grondpositie en planologische context, samenwerking, effect op kosten van beheer en onderhoud. Aan de hand van deze herijking is besloten om lopende projecten voort te zetten. Deze zijn geprogrammeerd in de tijd, rekening houdend met de verwachte capaciteit van RMN en de beschikbaarheid van financiële middelen. Het Programma Stichtse Groenlanden (A) is een kaderstellend, richtinggevend, dynamisch document met projecten die, in verschillende fases, zijn opgenomen in een planning. Aan ieder project zijn (per fase) middelen (ontwikkelbudget, investeringsruimte, subsidies) toegekend. In 2022 werken we naar verwachting aan de volgende terreinen en projecten: Terrein
Toelichting
Maarsseveense Plassen
Er spelen verschillende vraagstukken op het gebied van positionering van het strandbad, van beheer en onderhoud en van exploitatie. Aan de andere kant zijn er volgens het geldende bestemmingsplan nog mogelijkheden voor ontwikkeling.
Strijkviertel
We ontwikkelen samen met de gemeente Utrecht en een ondernemer de locatie Strijkviertel. We beogen in ieder geval de realisatie van een horecavoorziening, type “lakehouse”, met extra strand, aan de noordoever van de plas. We stemmen deze recreatieve ontwikkeling af op die van een nieuwe woonwijk en een nieuw bedrijventerrein aan de (noord)oostkant van de plas, door de gemeente. O.a. door de coronacrisis zijn de ontwikkelingen vertraagd. 2023 is mogelijk het jaar van realisatie. Bij de ontwikkeling van de nieuwe horeca, hoort ook de realisatie/ uitbreiding van parkeervoorzieningen.
Noorderpark/Ruigenhoek
We zetten de samenwerking met onze gebiedspartners, provincie Utrecht, gemeente Utrecht, gemeente de Bilt en Staatsbosbeheer voort in Noorderpark/Ruigenhoek. Eén van de vraagstukken die in 2023 mogelijk ook zullen spelen, is het gebruik van de waterpartijen in het gebied als zwemlocatie. Die waterpartijen zijn niet gemaakt en worden niet beheerd en onderhouden als zwemwater. Naar verwachting is in 2022 de herontwikkeling van de BMX-baan in Ruigenhoek afgerond. 2023 is dan het eerste volledige jaar, dat de nieuwe voorzieningen gebruikt kunnen worden.
Hampoort/ de Rivier
Eind 2020 hebben we waarschijnlijk de gronden bij Hampoort/ de Rivier overgedragen gekregen van de provincie. Als we het met de provincie en de gemeente Utrecht eens zijn over de verdeling van grondeigendom in het gebied, kunnen we in 2021/2022 samen met de omgeving een visie ontwikkelen op de inrichting en het toekomstig gebruik van het gebied.
Oortjespad
De realisatie van het Oortjespad Plusplan heeft vanwege de Coronacrisis in 2020 vertraging opgelopen. We gaan er van uit, dat de ondernemer in 2021 alsnog de vergunningen en financiering verkrijgt. In 2021 en 2022 vindt dan naar verwachting de realisatie van het Plusplan plaats. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt in de eerste plaats bij de ondernemer.
Cattenbroek
In het verleden is afgesproken, dat de Cattenbroekerplas door de gemeente Woerden zou worden overgedragen aan het recreatieschap. Het bestuur van het recreatieschap heeft daar voorwaarden aan verbonden en het is op dit moment nog onduidelijk of daaraan voldaan kan worden.
Salmsteke
In 2023 wordt op locatie verder gewerkt aan de herinrichting van de uiterwaard bij Salmsteke en versterking van de Lekdijk. Daarbij wordt een getijdengeul met zwemgedeelte gegraven en wordt nieuwe natuur 4
ontwikkeld. Er worden in het terrein ook fysieke voorzieningen getroffen voor de vestiging van permanente horeca. Laagraven/ Heemstede Noord
In 2020 hebben we gronden van Heemstede Noord in het gebied Laagraven verworven van de provincie. In 2022 en 2023 werken we aan de realisatie van een visie/ plan, dat we in 2021 hebben ontwikkeld. Daarbij kunnen we beschikken over de inrichtingsgelden, die de provincie daarvoor bij de grondoverdracht in het vooruitzicht heeft gesteld.
Tull en ’t Waal/ Honswijkerplas
In voorgaande jaren hebben we gewerkt aan de voorbereiding van een recreatief knooppunt ’t Waal. De realisatie daarvan is sterk afhankelijk van een oplossing voor het vraagstuk van de verkeerscapaciteit op de Lekdijk. We verwachten, dat we daar in 2022 beter zicht op krijgen. Op basis daarvan kunnen we voorspellen, hoe de ontwikkeling van dit project er in 2023 uit ziet.
De Leijen
Als we verder kunnen met de ontwikkeling van een pleisterplaats bij de Leijen, kunnen we die naar verwachting in 2022 of 2023 daadwerkelijk realiseren. Er is dan een ondererfpachtconstructie gerealiseerd op de grond van het Utrechts Landschap en er is een ondernemer aangetrokken voor de bouw en exploitatie van de pleisterplaats.
Nedereindse Plas
In 2020 is een verkenning opgeleverd voor de optimalisatie van de recreatieve voorzieningen in het gebied de Nedereindse Plas. We zijn op dit moment bezig de bestuurlijk-juridische verhoudingen tussen gemeente Utrecht, provincie en recreatieschap herzien. Op basis daarvan kunnen we in 2021/2022 concrete plannen maken en starten met de realisatie daarvan.
Hollandse IJsselpad
Of en hoe dit fietspad gerealiseerd kan worden, hangt af van de uitkomsten van nader onderzoek, dat op dit moment nog loopt. 2023 is op basis van de huidige stand van zaken en doorlooptijden van bijvoorbeeld vergunningstrajecten wel het jaar waarin het fietspad op zijn vroegst gerealiseerd zou kunnen worden.
Fietspad Reijerscop
Ook realisatie van het fietspad Reijerscop is nog onzeker. De voorbereiding ligt nu vooral nog bij de provincie en de betrokken gemeenten (Utrecht, Montfoort, Woerden). Ook voor het fietspad Reijerscop geldt, dat dat op zijn vroegst in 2022 of 2023 gerealiseerd zou kunnen worden.
Ontwikkelingen Programma B | de Vinkeveense Plassen Binnen het Programma Vinkeveense Plassen (B) zetten we in op twee strategische doelen: 1) de Vinkeveense Plassen zijn herkenbaarder, vindbaarder en bereikbaarder en 2) de Vinkeveense Plassen hebben een aantrekkelijker en gevarieerder recreatief aanbod dat aansluit bij de behoefte van de bezoekers. De uitvoering om deze doelen te realiseren loopt via drie pijlers: 1) de basis op orde, 2) recreatieve ontwikkeling (van de zandeilanden) en 3) maatschappelijke verbreding. De projecten zijn geprogrammeerd in de tijd, rekening houdend met de verwachte capaciteit van RMN en de beschikbaarheid van financiële middelen. Het Programma Vinkeveense Plassen (B) is een kaderstellend, richtinggevend, dynamisch document met projecten die, in verschillende fases, zijn opgenomen in een planning. In 2023 werken we naar verwachting aan de volgende projecten:
De basis op orde
Pijler
Project
Beschrijving
Vervangen beschoeiingen zandeilanden en legakkers
In 2022 tot en met 2024 vervangen we ruim 3.000 meter aan beschoeiingen van de zandeilanden en (groene) legakkers. Mogelijk wordt hiervan een deel uitgevoerd met een natuurvriendelijke oever.
Entrees gebied
In 2021 is het ontwerp van de verbetering van de entrees bij Eiland 1 en 4 uitgewerkt en grotendeels uitgevoerd. In 2022 wordt het project afgerond waardoor de impact op de begroting 2023 beperkt is.
5
Recreatieve ontwikkeling (van de zandeilanden) Maatschappelijke verbreding
Legakkers; naleven afspraken vervangen beschoeiing
In 2021 hebben we gehandhaafd op het naleven van de beschoeiingsplicht. In 2022 verwachten we een afronding van dit traject en dat alle legakkereigenaren de beschoeiingsplicht zijn nagekomen zodat dit voor 2023 een gegeven is.
Ontwikkellocaties (Winkelpolder, Eilanden 1,2,3,4 en 5)
In 2021 is het bestemmingsplan Plassengebied naar verwachting vastgesteld. Afhankelijk van wanneer het bestemmingsplan is vastgesteld, zullen we eind 2021 starten met het werven van ondernemers en zullen we in 2022 de plannen/ontwerpen en vergunningsaanvragen begeleiden en stellen we erfpachtcontracten op. Ook zetten we ons in voor een goed en zorgvuldige communicatie met bewoners en stakeholders.
Pilots verzonken (blauwe) legakkers
In plaats van het afgraven van de verzonken (blauwe) legakkers (opdracht vanuit het programma) bekijken we mogelijkheden om deze zonder extra kosten te kunnen behouden. Hiertoe werken we eerst 2 pilots uit op 2 verzonken legakkers: herstel legakker dmv Vissenbossen en herstel legakker dmv een kooiconstrucie. De Vissenbossen zijn in 2020 gerealiseerd en monitoren we gedurende 5 jaar. De kooiconstructie is gerealiseerd in 2021 en monitoren we eveneens 5 jaar. Ervaringen in het beheer en onderhoud van de pilots en de resultaten voor de visstand, nemen we mee in een eventueel plan voor het behoud van de verzonken legakkers.
Natuurvriendelijke oevers (natuur- en waterkwaliteit)
Bij het vervangen van beschoeiingen zetten we in op natuurvriendelijke oevers daar waar het kan. Op deze manier dragen we bij aan het verbeteren van de biodiversiteit in het gebied.
Duurzaamheid
Bij de ontwikkeling van Winkelpolder en de zandeilanden stellen we eisen op het gebied van duurzaamheid en deze wegen mee in de beoordeling van de voorstellen.
Beheer & Onderhoud Beheer & Onderhoud omvat het beheer en (dagelijks, groot- en vervangings-) onderhoud van de terreinen en plassen, fiets- en wandelpaden en het onderhouden van voorzieningen. Het niveau van beheer & onderhoud verschilt per terrein, per seizoen en is afhankelijk van onder meer wet- en regelgeving, de functie, de intensiteit van gebruik en de behoefte van recreanten en de opdracht van het recreatieschap. Ook op het gebied van beheer & onderhoud moeten we inspelen op en rekening houden met diverse ontwikkelingen. In onderstaande alinea’s worden de belangrijkste ontwikkelingen geschetst.
Verduidelijken opdracht en economisch klimaat In februari 2020 is het beeldkwaliteitsplan vastgesteld dit is een 1e aanzet voor het verder uitwerken van de opdracht voor het beheer en onderhoud van het areaal. Veel beheer & onderhoudswerkzaamheden worden uitbesteed, voor een klein gedeelte van het uitbestede werk zien we dat de tarieven (materialen en arbeid) harder stijgen dan de prijsindex.
Grip op de beheercyclus In 2021 is het nieuwe MeerJarenOnderhoudsPlan (MJOP) vastgesteld. In combinatie met het uitwerken van het Dagelijks onderhoud in de activiteitenplanningen kan de opdracht (dienstverleningsovereenkomsten) worden vastgesteld met het daarbij horende uitvoeringsbudget. Hiermee is er grip op de onderhouds/beheercyclus.
Klimaatverandering,biodiversiteit en duurzaamheid 6
Het veranderende klimaat heeft directe gevolgen voor het beheer van onze gebieden. We moeten rekening houden met toenemende kosten als gevolg van extreme weersomstandigheden, zoals stormschade, uitspoeling van paden en stranden en langere periodes van onwerkbaar weer. Daarnaast zien we dat het groeiseizoen steeds langer wordt en dat het aantal pieken in het recreatieseizoen toeneemt, waardoor de beheer & onderhoudswerkzaamheden toenemen. Het veranderende klimaat heeft ook gevolgen voor de biodiversiteit, waardoor we te maken hebben met essentaksterfte, overlast van de eikenprocessierups en invasieve exoten (waaronder de reuzenberenklauw en Japanse duizendknoop, overlast als gevolg van cabomba/vederkruid (waterplanten) en de opkomst van de Amerikaanse rivierkreeft, de zwemwaterkwaliteit komt steeds sneller en op meer plekken onder druk te staan als gevolg van blauwalg en de toename in ganzenpopulatie (E-coli bacterie). Om de biodiversiteit te vergroten, streven we naar een betere mix van boomsoorten, gewassen en planten. Ook willen we graag meer insecten en dieren aantrekken door middel van natuurlijke oevers en bijenvelden. Daarnaast zullen we bij het beheer en de inrichting van de terreinen maatregelen moeten nemen op het gebied van klimaatadaptatie, aangezien we vaker te maken zullen krijgen met droogte, wateroverlast, oplopende temperaturen en bodemdaling.
Deze gevolgen heeft RMN in 2021 in een bestuursvoorstel uitgewerkt.
Milieuwetgeving Op gebied van de stikstofwetgeving (PAS) is er de ontwikkeling dat de aanlegfase per 1 juli 2021 is vrijgesteld, de bodem en slibwetgeving (TBT, PFAS) en aanscherping van uitstoot- en emissienormen (CO2/fijnstof). Hiernaast zien we dat het hebben van een goed ecologisch werkprotocol nodig is voor zowel het Groot- en dagelijks onderhoud. Dit heeft een kostenverhogend effect.
Toezicht & Handhaving Onze toezichthouders (BOA’s) zorgen ervoor dat onze inwoners en bezoekers prettig en veilig gebruik kunnen maken van onze recreatiegebieden en -voorzieningen. De toezichthouders zijn gastheer én handhaver en zetten zich in om overlast te voorkomen of bestrijden. De behoefte aan toezichthouders blijft toenemen, te meer omdat de politie steeds minder aanwezig is in het buitengebied. Onze toezichthouders handhaven onze eigen verordening (bestuursrechtelijk), maar hebben ook strafrechtelijke taken. In 2022 is de begrote capaciteit voor toezicht & handhaving 2,4 fte. Dit betekent dat de BOA’s doorgaans alleen toezicht houden en het niet mogelijk is om iedere dag op ieder terrein toezicht te houden.
Exploitatie De exploitatie van het recreatieschap betreft het uitbaten van bezittingen, via erfpacht-, opstal-, huur- en gebruiksovereenkomsten. Erfpachtovereenkomsten worden voor een lange termijn aangegaan, huur- en gebruiksovereenkomsten zijn vaak voor een korte(re) termijn. Het schap heeft erfpachtovereenkomsten met o.a. SpaSereen en InnStyle bij de Maarsseveense Plassen, Down Under bij Laagraven, Kameryck op Oortjespad, Skipiste Nieuwegein bij de Nedereindse Plas en voor Ruigenhoek en Strijkviertel worden zijn nieuwe overeenkomsten gevestigd. Deze exploitanten dragen voor een belangrijk deel bij aan de recreatievoorzieningen en -mogelijkheden op een terrein en vormen een belangrijke bron van inkomsten. Huur- en gebruiksovereenkomsten worden aangegaan voor het gebruik van terreinen door het laten weiden van schapen en koeien, jacht- en visrecht, het gebruik van (een deel van) een terrein voor een activiteit waaronder de festivals Ultrasonic, Soenda en Lief, maar ook sportevenementen zoals de Triatlon, een roeikamp en een volleybaltoernooi. Het gaat om zeer diverse overeenkomsten voor (regelmatig terugkerende) eenmalige activiteiten of korte termijn gebruik. Exploitatie biedt de mogelijkheid om de recreatieve meerwaarde van het gebied te vergroten en/of meer inkomsten te genereren. Het schap heeft momenteel geen exploitatiebeleid of -doelstellingen geformuleerd.
7
ALGEMENE FINANCIELE UITGANGSPUNTEN BEGROTING 2023 E.V. Voor het opstellen van de begroting 2023 worden de uitgangspunten van de Kadernota 2019-2022 gehanteerd; het financieel kader uit deze kadernota is leidend. Zo wordt er geen verhoging van de deelnemersbijdrage gevraagd anders dan indexatie. Aanvullend op de Kadernota 2019-2022, wordt de begroting voor 2023 opgesteld met de volgende uitgangspunten: 1) De deelnemersbijdrage aan Recreatieschap Stichtse Groenlanden wordt met 2,0% verhoogd als gevolg van loon- en prijsindexatie, ervan uitgaande dat: a. De deelnemersbijdrage aan Recreatie Midden-Nederland met 2,22%2 wordt geïndexeerd; b. Het te hanteren prijsindexcijfer, op basis van de meicirculaire provinciefonds 2021, 1,7% bedraagt; c. Voor de inkomsten, zoals tarieven voor ontheffingen en gebruik terreinen wordt een stijgingspercentage van 1,7% ten opzichte van 2022 aangehouden3; d. De inkomsten verwacht uit exploitatie (zoals erfpacht, verhuur, vergunningen, evenementen etc.) ten opzichte van 2021 worden bijgewerkt naar de laatste inzichten zoals in het bestuur vastgesteld. 2) Het beheer en onderhoud vindt plaats op basis van functievereisten, wettelijke kaders en vastgestelde kwaliteitsprofielen. De algemene onderliggende gedachte is ‘schoon, heel en veilig’. 3) Reservering voor groot onderhoud vindt plaats op basis het vigerende MJOP, dat loopt tot 2029.
In 2021 is het MJOP opnieuw opgesteld met behulp van het nieuwe beheersysteem GeoVisia. Vanaf 2022 wordt daarom begroot op basis van de werkelijke staat van onderhoud. 4) Per 1 januari 2018 heeft het recreatieschap een dienstverleningsovereenkomst (DVO) met het Routebureau Utrecht en is daarmee één van de opdrachtgevers. De bijdrage (€ 140.700,- voor programma A en € 29.900,- voor programma B op prijspeil 2021) die jaarlijks aan het Routebureau moet worden betaald, wordt volledig gedekt vanuit de beschikbare middelen voor het routebeheer in de begroting van het recreatieschap. 5) Als basis voor de inkomsten uit bezoek aan het strandbad Maarsseveen wordt uitgegaan van een meerjarig gemiddelde van 80.000 betalende bezoekers (programma A).
WEERSTANDSVERMOGEN EN RESERVES Het bestuur van het recreatieschap stelt aan de hand van een risico-inventarisatie de benodigde omvang van het weerstandsvermogen vast. De algemene reserve is in eerste aanleg beschikbaar als buffer voor deze risico’s. Dat betekent dus ook dat deze reserve minimaal moet overeenkomen met deze benodigde buffer. Een eventueel hoger saldo in de algemene reserve kan gebruikt worden voor andere activiteiten of – incidenteel – ingezet worden om een exploitatietekort op te vangen. Dat laatste kan alleen incidenteel, omdat de begroting structureel in evenwicht moet zijn. De kaders hiervoor zijn opgenomen in de financiële verordening.
2 De onderbouwing van het indexatiepercentage RMN à 2,22% is als volgt: het gewogen gemiddelde van de
loongerelateerde stijging (86%) 2,3% en de stijging op overige kosten (14%) 1,7%. 3 De inkomsten die geïndexeerd kunnen worden, worden met 1,6% geïndexeerd. Helaas kunnen niet alle inkomsten geïndexeerd worden, omdat in het verleden overeenkomsten zijn gesloten zonder indexatiemogelijkheid. Dit heeft tot gevolg dat de totale inkomsten gemiddeld met 1% zullen stijgen.
8