CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. akte van statutenwijziging stichting AURO

Gemeenteraad 27 november 2023, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Wijziging statuten Stichting Auro (Akkoordstuk)4.323 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

28-07-2023

-1-

STATUTENWIJZIGING STICHTING AURO VOOR OPENBAAR PRIMAIR ONDERWIJS Referentie: JK/56294.01

./.

Op @ verscheen voor mij, mr. Frank Robert Jan Wassink, notaris te Epe: @, handelend als gemachtigde van het bestuur van na te melden stichting. INLEIDING. De verschenen persoon, handelend als gemeld, verklaarde: de bestuursvergadering van de stichting: Stichting Auro voor Openbaar Primair Onderwijs, met als zetel: Uithoorn, kantoorhoudende Rendementsweg 20-B 7, 3641 SL Mijdrecht, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 34237417, hierna te noemen: 'de stichting', heeft met inachtneming van de statutaire en wettelijke regels besloten om de statuten van de stichting te wijzigen; de statuten van de stichting, die werd opgericht bij akte op vijfentwintig november tweeduizend vijf, zijn laatstelijk gewijzigd bij akte op vierentwintig december tweeduizend dertien verleden voor mr. Adriaan Helmig, destijds notaris in Haarlem; de bestuursvergadering van de stichting heeft voorts besloten om de verschenen persoon te machtigen de betreffende statutenwijziging tot stand te brengen; van deze besluiten blijkt uit een aan deze akte te hechten exemplaar van de notulen van de desbetreffende vergadering. STATUTENWIJZIGING. Vervolgens verklaarde de verschenen persoon, handelend als gemeld, ter uitvoering van deze besluiten de statuten van de stichting te wijzigen en geheel opnieuw vast te stellen als volgt. STATUTEN: Artikel 1 Naam en zetel 1.

De stichting draagt de naam: Stichting AURO voor Openbaar Primair Onderwijs. 2. De stichting heeft haar zetel in de gemeente Ronde Venen. Artikel 2 Begripsbepalingen In deze statuten wordt verstaan onder: a. de wet: Wet op het primair onderwijs (WPO); b. de gemeenten: de gemeenten binnen de grenzen van welke de stichting openbaar primair onderwijs verzorgt; c. de gemeenteraden: de raden van de hiervoor in letter b. bedoelde gemeente; d. de scholen: de scholen die onder het bevoegd gezag van de stichting vallen; e. het directeurenoverleg: het beraad gevoerd door het team bestaande uit de schooldirecteuren van de stichting en dat onder voorzitterschap staat van de bestuurder van de stichting; f. Het Handboek Governance: de verzameling van alle documenten op het gebied van governance zoals die voor de stichting gelden. Artikel 3

28-07-2023

-2-

Doel en middelen De stichting heeft ten doel het geven van openbaar onderwijs aan de scholen die onder haar gezag vallen, met inachtneming van de wet. Om het doel te verwezenlijken kan de stichting gebruik maken van alle middelen die daaraan dienstbaar zijn. Artikel 4 Duur en boekjaar 1. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd. 2. Het boekjaar valt samen met het kalenderjaar. Artikel 5 Organisatie van de stichting De stichting heeft: a. een bestuurder die belast is met het bestuur; b. een adviserend directeurenoverleg als bedoeld in artikel 8 van de statuten; c. de schooldirecteuren die belast zijn met de dagelijkse leiding van scholen; d. een raad van toezicht, die integraal toezicht houdt op het beleid van de bestuurder en op de algemene gang van zaken binnen de stichting, zoals verder uitgewerkt in deze statuten, de wet en alle verdere relevante regelingen van overheidswege. Artikel 6 Bestuurder; benoeming, schorsing en ontslag, belet en ontstentenis 1. De stichting wordt bestuurd door een bestuurder. 2. De bestuurder wordt benoemd door de raad van toezicht, voor een periode gelijk aan zijn aanstelling. 3. De vereiste deskundigheden en achtergrond van de bestuurder worden in algemene zin vastgesteld door de raad van toezicht in een profielschets.

De raad van toezicht kan- indien overgaan moet worden tot de vervulling van een vacature- besluiten tot aanpassing van de vereiste kwaliteiten en eigenschappen van de bestuurder. 4. Bij de selectie van een bestuurder wordt, in overleg met gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, door de raad van toezicht een selectie en benoemingsprocedure vastgesteld. 5. De bestuurder kan als ordermaatregel te allen tijde in het belang van de instelling worden geschorst door de raad van toezicht. De schorsing van de bestuurder vervalt, indien de raad van toezicht niet binnen vier weken na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden gehandhaafd, ingaande op de datum waarop het besluit tot handhaving van de schorsing werd genomen. Dit brengt de maximale schorsingstermijn op vier maanden. De bestuurder wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 6. De raad van toezicht is te allen tijde bevoegd de bestuurder te ontslaan. De bestuurder wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin ontslag aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 7.

De bestuurder defungeert: a. door zijn overlijden;

28-07-2023

-3-

b. door de opzegging door de bestuurder; c. door zijn ontslag verleende door de raad van toezicht; d. door het verstrijken van de duur van zijn aanstelling. 8. In de vacature van bestuurder wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Bij ontstentenis of belet van de bestuurder wordt de bestuurder waargenomen door een door de raad van toezicht aangewezen waarnemend bestuurder. Bij ontstentenis of belet van de raad van toezicht wordt de bestuurder waargenomen door de persoon die daartoe door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten wordt aangewezen. 9. De raad van toezicht is belast met het vaststellen van de bezoldiging en kostenvergoedingen van de bestuurder. 10. Het functioneren van de bestuurder wordt minimaal jaarlijks door de raad van toezicht besproken en beoordeeld. Artikel 7 Bestuurder; taken en bevoegdheden 1. De bestuurder is belast met de taken en uitoefening van de bevoegdheden die de stichting als bevoegd gezag zijn toebedeeld, voor zover deze niet bij of krachtens de wet of deze statuten aan anderen zijn toegekend. Bij de vervulling van zijn taak richt de bestuurder zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. Bij de uitoefening van de taken en bevoegdheden conformeert de bestuurder zich tevens aan het bepaalde in het Handboek Governance van de stichting. 2.

De bestuurder bepaalt na overleg met het directeurenoverleg de missie en het strategisch beleid van de stichting. De missie en het strategisch beleid van de stichting legt de bestuurder ter goedkeuring voor aan de raad van toezicht. De bestuurder legt in het jaarverslag verantwoording af over de mate waarin de vastgestelde missie en doelstellingen van het beleid zijn gerealiseerd. 3. De bestuurder is, na voorafgaande goedkeuring door de raad van toezicht, bevoegd tot het nemen van besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen of het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling van een schuld van een ander verbindt. Bij de besluitvorming casu quo de goedkeuring zoals is bedoeld in dit lid neemt de bestuurder respectievelijk de raad van toezicht de in de Wet op het primair onderwijs ter zake opgenomen bepalingen in acht. 4. Voorts heeft de bestuurder voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a. het aangaan van financiële verplichtingen welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de raad van toezicht vastgesteld en aan de bestuurder meegedeelde bedragen; b.

de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek; c. ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de stichting;

28-07-2023

-4-

d. een aanvraag tot faillissement of van surseance van betaling; e. (het doen van een voorstel tot) opheffing van een school als geheel, opheffing van een onderdeel van een school (nevenvestiging of dislocatie) of afsplitsing van een deel van een door de stichting in stand gehouden school of fusie van een school met een andere instelling. Een door de raad van toezicht goedgekeurd besluit tot opheffing van een school als geheel, opheffing van een nevenstichting of afsplitsing van een deel van een door de stichting in stand gehouden school of fusie van een school met een andere instelling behoeft vervolgens nog de goedkeuring van de raad van de gemeente waarbinnen de desbetreffende school is gelegen; f. het aangaan of verbreken van duurzame, strategische samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking naar het oordeel van de raad van toezicht van ingrijpende betekenis is voor de stichting of de in stand te houden scholen; g. het vaststellen, wijzigen of intrekken van het Handboek Governance, waarvan in ieder geval een managementstatuut deel uitmaakt. 5. Indien de bestuurder een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, meldt hij dit terstond aan de voorzitter van de raad van toezicht en verschaft daarover alle relevante informatie.

Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de raad van toezicht. Artikel 8 Directeurenoverleg; taken en bevoegheden 1. De schooldirecteuren binnen de stichting vormen samen het directeurenoverleg dat onder voorzitterschap staat van de bestuurder. 2. Het bevoegd gezag (in casu de bestuurder) vraagt in de voorbereidingen van alle besluiten advies aan- dan wel bespreekt deze met het directeurenoverleg, voor zover de besluiten betrekking hebben op het strategisch beleid, alsmede het beleid ten aanzien van de financiën, de onderwijskwaliteit, de huisvesting, het personeelsbeleid en de medezeggenschap. 3. Het bevoegd gezag stelt het directeurenoverleg in de gelegenheid advies uit te brengen over de vaststelling en iedere wijziging van het managementstatuut. 4. Het directeurenoverleg heeft eenmaal per jaar en zonder de bestuurder een informatief overleg met de raad van toezicht. Artikel 9 Vertegenwoordiging 1. De bestuurder vertegenwoordigt de stichting, voor zover uit de wet of de statuten niet anders voortvloeit en met uitzondering van het bepaalde in de beide navolgende leden. 2.

De voorzitter van de raad van toezicht vertegenwoordigt de stichting in gevallen waarin naar het oordeel van de raad van toezicht sprake is van een verstrengeling van belangen tussen de bestuurder en de stichting, zoals nader uitgewerkt in het Handboek Governance opgenomen reglement van de raad van toezicht. 3. De bestuurder kan besluiten tot de verlening van volmacht aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te

28-07-2023

-5-

vertegenwoordigen, en informeert hierover (achteraf) schriftelijk de raad van toezicht. Artikel 10 Raad van toezicht 1. Onverminderd het bepaalde ten aanzien van de gemeenteraden in deze statuten en de wet is het toezicht op het beleid van de bestuurder en op de algemene gang van zaken in de stichting opgedragen aan een raad van toezicht. 2. De vereiste deskundigenheden en achtergrond van de voorzitter en leden van de raad van toezicht worden in algemene zin vastgesteld door de raad van toezicht in een openbare profielschets. De raad van toezicht kan -indien overgegaan moet worden tot de vervulling van een vacaturebesluiten tot een aanvulling dan wel een nadere detaillering van de vereiste kwaliteiten en eigenschappen van de voorzitter of het lid van de raad van toezicht. Om benoembaar te zijn tot lid van de raad van toezicht dient een kandidaat een positieve houding te hebben ten opzichte van het openbaar onderwijs. 3. De raad van toezicht bestaat uit maximaal vijf natuurlijke personen. Indien er vier of vijf leden van de raad zijn, worden twee leden op bindende voordracht van de oudergeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad door de gemeenteraden benoemd. Indien er minder dan vier leden zijn, wordt te voren bedoelde bindende voordracht beperkt tot het in de wet minimaal beschreven aantal leden “namens de ouders”.

Eén lid van de raad van toezicht wordt te allen tijd door de gemeenteraden op bindende voordracht van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad benoemd. De overige leden van de raad van toezicht worden door de gemeenteraden op bindende voordracht van de raad van toezicht benoemd. De wervings-en selectieprocedure voor leden van de raad van toezicht wordt verder uitwerkt in de “Procedure werving en selectie leden raad van toezicht”, zoals opgenomen in het Handboek Governance. 4. De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar. Aftreden geschiedt na het eindigen van de periode waarvoor men benoemd is. Een aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar, voor een periode van maximaal vier jaar, rekening houdende met de omstandigheid dat niemand langer dan acht jaar aaneengesloten lid van de raad van toezicht kan zijn. Met inachtneming van het vorenstaande is herbenoemding dus maximaal tweemaal mogelijk. De in een tussentijdse vacature benoemde persoon neemt op het rooster de plaats in van degene in wiens plaats hij werd benoemd. 5. De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan. 6. De leden van de raad van toezicht ontvangen een vergoeding voor hun inzet in de raad van toezicht conform de in het Handboek Governance opgenomen “Vergoedingsregeling raad van toezicht”.

Bij de vaststelling van de hoogte van de vergoeding wordt zoveel mogelijk aangesloten bij voor de sector primair onderwijs geldende normen en richtlijnen. Jaarlijks wordt door de bestuurder uitdrukkelijk in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van deze regeling zijn uitgegeven.

28-07-2023

-6-

7. De bestuurder verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijk gegevens en voorts aan ieder lid van de raad alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de stichting die deze mocht verlangen. De wijze en omvang van de informatieverstrekking wordt verder uitgewerkt in het Handboek Governance van de stichting. 8. De raad van toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen. 9. Een lid van de raad van toezicht kan door de raad van toezicht aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten worden voorgedragen voor ontslag ingeval van disfunctioneren. De raad van toezicht motiveert het voorstel. In afwachting van het hiervoor bedoelde besluit naar aanleiding van de in de eerste volzin bedoelde voordracht voor ontslag is het desbetreffende lid van de raad van toezicht geschorst. 10. Een lid van de raad van toezicht defungeert: a. door zijn overlijden; b. door zijn vrijwillig aftreden; c. door het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden; d. doordat hij het vrij beheer over zijn vermogen verliest; e. door zijn ontslag hem verleend door de gemeenteraden op voordracht van de raad van toezicht als bedoeld in lid 9 van dit artikel; f. door zijn onder curatele stelling of faillissement. 11.

In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad van toezicht houdt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht tijdelijk waargenomen de perso(o)n(en) die daartoe door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten is of wordt/worden aangewezen, totdat nieuwe besluitvorming bij de gemeenteraden kan worden geagendeerd. Artikel 11 Raad van toezicht; werkwijze 1. De leden van de raad van toezicht stemmen zonder last of ruggenspraak. In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid, waaronder de voorzitter, één stem. Alle besluiten worden genomen met meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen. 2. Elk lid van de raad van toezicht is gelijkelijk bevoegd een vergadering van de raad van toezicht bijeen te roepen. 3. De bijeenroeping van de vergaderingen van de raad van toezicht geschiedt schriftelijk op een termijn van tenminste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de termijn van oproeping worden beperkt tot ten minste vierentwintig uur.

Indien een lid van de raad van toezicht daartoe aan de bestuurder een e-mailadres heeft verstrekt, kan de verzending van de stukken ook aan dat e-mailadres plaatsvinden. Het is daarbij de verantwoordelijkheid van het desbetreffende lid van de raad van toezicht om aan de bestuurder door te geven of dit e-mailadres wordt gewijzigd of ophoudt te bestaan. Zolang in een vergadering alle in functie zijnde leden van de raad van toezicht aanwezig zijn, kunnen geldige

28-07-2023

-7-

besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits unaniem, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen. 4. Een vergadering van de raad van toezicht vindt geen doorgang indien niet ten minste de helft van het aantal leden aanwezig. Indien een vergadering op grond van de voorgaande volzin geen doorgang kan vinden, belegt de voorzitter binnen veertien dagen een nieuwe vergadering. Op deze nieuwe uitgeschreven vergadering kan de raad van toezicht besluiten nemen over de aangelegenheden die waren geagendeerd voor de eerder vergadering diep op grond van het eerste artikellid geen doorgang heeft gevonden, ook als het quorum genoemd in de eerste volzin van dit artikellid niet aanwezig is. 5. Een lid van de raad van toezicht kan zich door een ander lid van de raad van toezicht ter vergadering schriftelijk doen vertegenwoordigen. Eén lid van de raad van toezicht kan slechts één medelid ter vergadering vertegenwoordigen, waaronder mede wordt verstaan het uitoefenen van stemrecht. 6. De voorzitter leidt de vergaderingen van de raad van toezicht; bij zijn afwezigheid wordt de vergadering geleid door de vicevoorzitter. 7.

De voorzitter bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden, met dien verstande, dat indien één of meer leden zulks verlangen, stemmingen over personen schriftelijk geschieden. 8. Het door de voorzitter ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van de stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. 9. Van het verhandelde in de vergaderingen van de raad van toezicht worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter aangewezen persoon. De notulen wordt vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering. 10. De vergaderingen van de raad van toezicht zijn openbaar, tenzij de raad van toezicht anders besluit ter bescherming van de privacy van personen of ter voorkomen van schade aan de belangen van de stichting of van de daaronder ressorterende scholen. De raad van toezicht draagt zorg voor het tijdig bekend maken van de vergadering en de te behandelen agenda. 11. Van een besloten (deel van de) vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij de raad van toezicht anders beslist. 12.

Het lid van de raad van toezicht dat een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, meldt dit terstond aan de overige leden van de raad van toezicht en verschaft daarover alle relevante informatie. De overige leden van de raad van toezicht besluiten buiten aanwezigheid van het betrokken lid van de raad van toezicht of er sprake is van een belang dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. 13. De raad van toezicht kan bepalen dat de leden hun vergaderrechten kunnen uitoefenen door middel van een elektronisch communicatiemiddel. Als de raad daartoe besluit gelden de volgende vereisten:

28-07-2023

a.

-8-

het lid van de raad dat op deze wijze aan de vergadering deelneemt, moet via het elektronisch communicatiemiddel kunnen worden geïdentificeerd; b. dit lid moet rechtstreeks kunnen kennisnemen van de beraadslagingen ter vergadering en daaraan kunnen deelnemen; c. hij moet stemrecht kunnen uitoefenen. De raad van toezicht kan (verdere) voorwaarden stellen aan het gebruik van het elektronisch communicatiemiddel. Als deze raad van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt, worden de gestelde voorwaarden bij de oproeping tot de vergadering bekend gemaakt. Het lid van deze raad dat via een elektronisch communicatiemiddel aan een vergadering deelneemt, geldt als in de vergadering aanwezig. 14. a. Besluiten van de raad van toezicht kunnen ook buiten vergadering worden genomen, mits alle fungerende leden van de raad van toezicht zich met deze wijze van besluitvorming akkoord verklaren en de stemming schriftelijk geschiedt. b. Daartoe kan onder meer gebruik worden gemaakt van alle vormen van geschreven tekstoverdracht, in de ruimste zin van het woord. Hieronder valt dus ook een langs elektronische weg toegezonden en reproduceerbaar bericht aan het adres dat de raad van toezicht voor dit doel heeft vastgesteld en aan alle leden van de raad van toezicht bekend heeft gemaakt. c. Bij het aldus te nemen besluit dient in acht te worden genomen hetgeen daaromtrent in deze statuten is bepaald. d.

Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt door de voorzitter een proces-verbaal opgemaakt waaraan de in lid b. bedoelde reproduceerbare berichten zijn gehecht. Dit proces-verbaal wordt bewaard ten kantore van de stichting. Tevens wordt hiervan mededeling gedaan in de eerst volgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt verwerkt. Artikel 12 Geheimhouding van stukken 1. De raad van toezicht kan omtrent het in de vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan hem zijn of worden voorgelegd, geheimhouding opleggen. 2. De ingevolge het voorgaande lid opgelegd geheimhouding wordt zowel door degenen die bij de behandeling tegenwoordig waren, alsmede door degenen die op andere wijze van het behandelde en van de stukken kennis nemen, in acht genomen, totdat de raad van toezicht de geheimhouding opheft. 3. De voorzitter kan omtrent de inhoud van stukken in het voorgaande lid voorlopige geheimhouding opleggen. De verplichting tot voorlopige geheimhouding vervalt, indien zij niet in de eerstvolgende vergadering, waarin meer dan de helft van de leden tegenwoordig is, door de raad van toezicht wordt bekrachtigd. Artikel 13 Commissies 1.

De raad van toezicht kan al dan niet uit zijn midden commissies instellen, die onder verantwoordelijkheid van de raad van toezicht belast kunnen worden met aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de raad van

28-07-2023

-9-

toezicht behoren. Een commissie is verantwoording verschuldigd aan de raad van toezicht. 2. De werkwijze en samenstelling van de commissies worden bij de instelling in een commissiereglement geregeld. Artikel 14 Begroting en jaarrekening 1. De bestuurder stelt jaarlijks een begroting op. De begroting is onderworpen aan de goedkeuring door de raad van toezicht. Na goedkeuring door de raad van toezicht stelt de bestuurder de begroting vast. De vastgestelde begroting wordt ter informatie aan de gemeenteraden gezonden. 2. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de stichting maakt de bestuurder de jaarrekening op, waarvan een jaarverslag deel uitmaakt. 3. De raad van toezicht draagt de bestuurder op de jaarrekening te doen onderzoeken door een door de raad van toezicht aangewezen accountant. Bij de bespreking van de jaarrekening door de raad van toezicht met de bestuurder is de accountant die de jaarrekening heeft onderzocht naar de wens van de raad van toezicht aanwezig om een toelichting op de bevindingen van het accountantsonderzoek te verstrekken. 4. De bestuurder legt de jaarrekening ter goedkeuring voor aan de raad van toezicht. Na goedkeuring de door de raad van toezicht stelt de bestuurder de jaarrekening vast. De vastgestelde jaarrekening met het jaarverslag wordt ter informatie aan de gemeenteraden gezonden.

Goedkeuring van jaarrekening door de raad van toezicht geldt als decharge voor de bestuurder. Artikel 15 Statutenwijziging 1. De bestuurder is bevoegd voorstellen tot wijziging van de statuten te doen. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit tot statutenwijziging is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraden. 2. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. 3. De bestuurder is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen en kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. Artikel 16 Ontbinding en vereffening 1. De bestuurder is bevoegd voorstellen tot ontbinding van de stichting te doen. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit tot ontbinding is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraden. 2. Voorts zijn de gemeenteraden, in geval van ernstige taakverwaarlozing door de bestuurder of functioneren in strijd met de wet bevoegd zo nodig het initiatief te nemen tot het ontbinden van de stichting. Wanneer de

28-07-2023

- 10 -

gemeenteraden van mening zijn dat, vanwege ernstig disfunctioneren of anderszins, de stichting ontbonden moet worden, dan kan dit uitsluitend in gezamenlijkheid van de gemeenteraden worden besloten. 3. Tenzij de gemeenteraden anders besluiten, is de bestuurder met de vereffening belast. 4. De vereffenaar draagt zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het Handelsregister. 5. De gemeenteraden stellen de bestemming van het batig liquidatiesaldo vast. 6. Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden “in liquidatie”. 7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaar aangegeven persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven in het in lid 4 vermelde register.

SLOTVERKLARINGEN De verschenen persoon, handelend als gemeld, verklaarde tenslotte: - van de voorafgaande goedkeuring van het besluit tot statutenwijziging door de raad van toezicht, als bedoeld in artikel 16 lid 1 van de statuten van de stichting, blijkt uit @; - van de voorafgaande goedkeuring van het besluit tot statutenwijziging door de gemeenteraden, als bedoeld in artikel 16 lid 1 van de statuten van de stichting, blijkt uit @. SLOT De verschenen persoon is mij, notaris, bekend. WAARVAN AKTE is verleden te Epe op de datum in het hoofd van de akte vermeld. De zakelijke inhoud van de akte is aan de verschenen persoon meegedeeld en daarop is een toelichting gegeven. De verschenen persoon heeft verklaard van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen en met beperkte voorlezing in te stemmen. De akte is beperkt voorgelezen en onmiddellijk daarna ondertekend, eerst door de verschenen persoon en vervolgens door mij, notaris.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13393217/1