Bijlage 1a - Toelichting herstelbesluit bp Dorpskernen
Tekst van het document
Het is daarom ten aanzien van de zelfredzaamheid belangrijk dat de omgeving tijdig door sirenes wordt gealarmeerd (en de daarbij horende boodschap via radio, televisie of SMS-alert) en dat ze op de hoogte zijn van de te nemen maatregelen. De verschillende dorpskernen, en daarmee het plangebied, is volledig gedekt door het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS-systeem). Om de effectiviteit van de hierboven genoemde maatregelen te garanderen, dienen bewoners door risicocommunicatie te worden geïnformeerd. De risicocommunicatie dient onder andere in te gaan op de risico's die een inrichting/transportroute veroorzaakt en wat de personen in het effectgebied zelf kunnen doen om zich in veiligheid te brengen. De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor risicocommunicatie. Daarbij wordt opgemerkt dat de inrichtingen, welke werken met gevaarlijke stoffen en/of gevaarlijke stoffen opslaan, voldoen aan de stand der techniek voor wat betreft veiligheidsmaatregelen en brandbestrijdingssystemen. De voorwaarden en te nemen veiligheidsmaatregelen om verantwoord met gevaarlijke stoffen te kunnen werken, wordt de inrichtingen opgelegd door wet- en regelgeving en (omgevings)vergunningen. Daarnaast hebben de zwaarste categorie risicovolle bedrijven verplicht een rampenplan (BRZO-bedrijven).
Advies Veiligheidsregio De Veiligheidsregio dient op grond van het Bevi, Bevt en Bevb in de gelegenheid te worden gesteld om in verband met het groepsrisico advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en over de zelfredzaamheid van personen. In het kader van het vooroverleg ex. art. 3.1.1 Bro is het bestemmingsplan voorgelegd aan de Veiligheidsregio Utrecht (VRU). Naar aanleiding van de ingekomen reactie van de VRU is de plantoelichting (paragraaf 5.7.2) aangevuld, waarna de VRU opnieuw advies is gevraagd inzake de bestrijdbaarheid en de zelfredzaamheid.
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.07 – v7 / september 2025
87
NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-va02 Vastgesteld d.d. PM
5.7.3 Conclusie Vanuit het oogpunt van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor de uitvoering van het bestemmingsplan. 5.8
WATER
5.8.1 Waterbeheer en watertoets De watertoets is een proces waarmee in ruimtelijke plannen de mogelijke risico's (zoals waterveiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verdroging en verzilting van grond- en oppervlaktewater) en kansen van water vroegtijdig in beeld worden gebracht in overleg met de waterbeheerders. In het kader van het bestemmingsplan Buitengebied West vindt afstemming plaats met de waterbeheerder, in dit geval het waterschap Amstel, Gooi en Vecht, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. 5.8.2 Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de relevante nota's. Europa Kaderrichtlijn water (KRW). Nationaal Waterwet Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) Provinciaal Omgevingsvisie provincie Utrecht Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht Regionaal / lokaal Keur Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2019 Beleidsregels voor de Keur van AGV 2019 Waterbeheerprogramma waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2022-2027 Legger waterschap Amstel, Gooi en Vecht Watergebiedsplan Groot Wilnis – Vinkeveen e.o.
Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2022 Hierbij wordt opgemerkt dat de regels die zijn vastgelegd in een verordening van de waterschappen ‘de Keur’ worden genoemd. De Keur geeft met verboden aan welke activiteiten in de buurt van water en waterkeringen niet zijn toegestaan. Daarnaast geeft de Keur met geboden aan welke onderhoudsverplichtingen eigenaren en gebruikers van wateren en waterkeringen hebben. 5.8.3 Relatie met het plangebied Huidige situatie Het plangebied voor de dorpskernen ligt in een gebied met plassen en droogmakerijen, waarbij het veenlandschap, stroomruggen en het rivierenlandschap een belangrijke rol spelen.
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.07 – v7 / september 2025
88
NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-va02 Vastgesteld d.d. PM
De kernen Wilnis, Mijdrecht en het westelijk deel van Vinkenveen liggen in laag gelegen kleiige polders, terwijl het overige deel van Vinkenveen in een hoger gelegen veenweidegebied ligt (zie figuur 13). De kernen Abcoude, Baambrugge en Amstelhoek liggen vanwege de stroomruggen ook hoger. De maaiveldhoogte in het plangebied varieert dan ook sterk, de droogmakerijen liggen circa 4,5 tot 6,5 m onder NAP. Het veenweidegebied ligt circa 2 m onder NAP, en de stroomruggen rond NAP (zie figuur 14).
Figuur 13 – Globale bodemopbouw (bron: www.bodemdata.nl)
Het plangebied ligt in een hydrologisch complex en afwisselend gebied en door een vrijwel volledig door mensenhand gestuurd waterregime. De waterhuishouding van het gebied is sterk gerelateerd aan de verschillen in hoogteligging. De blauwe gebieden in figuur 14 zijn de diepe drooggemalen polders. Deze liggen meer dan vijf meter beneden zeeniveau. Het oranje gebied is het veenweidegebied met daarin de Vinkeveense Plassen. Deze gebieden liggen ruim vier meter hoger dan de diepe polders. Er zijn globaal drie peilniveaus te onderscheiden: het boezempeil (ca. 0,40 m – NAP), het tussenboezempeil (ca. 2,00 m –NAP) en de droogmakerijen (ca. 6,00 m –NAP). De peilen die gehanteerd worden bepalen voor een belangrijk deel de grondwaterstroming binnen het gebied. De relatief hooggelegen boezem en de gebieden met min of meer het tussenboezempeil (de bovenlanden, veenweiden en petgaten/plassen) hebben een sterk infiltrerend karakter. De laaggelegen
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.07 – v7 / september 2025
89
NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-va02 Vastgesteld d.d. PM
droogmakerijen zijn overwegend kwelgebieden. Door de lage weerstand van de bodem zijn de omvang van infiltratie en kwel hier aanzienlijk. Behalve water uit de direct omringende gebieden kwelt hier ook water op dat op de Utrechtse Heuvelrug is geïnfiltreerd. Naast de bodemkwel komt ook -in veel mindere mate- dijkkwel voor: zoet water stroomt onder de ringdijken door, omdat de dijken vaak op waterdoorlatend veen zijn aangelegd.
Figuur 14 – Hoogtekaart ten opzichte van NAP (AHN-meting 1998) Herkenbaar zijn de diepe drooggemalen polders in blauw, de onverveende gebieden in oranje en de hooggelegen boezem in rood. De plassen bij Vinkeveen zijn wit weergegeven, maar liggen op het oranje niveau. (bron: provincie Utrecht, voorverkenning wateropgave De Ronde Venen, 2005)
Waterbeheer Omdat er van nature een hoog grondwaterpeil voorkomt binnen de gemeente De Ronde Venen, is ontwatering en afwatering noodzakelijk voor de gebruiksfuncties. Waterschappen handhaven daarom al eeuwenlang een kunstmatig peil. De nog steeds voortschrijdende maaivelddaling noodzaakt tot een nauwkeurig, gedifferentieerd en dynamisch 'peilbeheer'. Grondwaterwinning Grondwaterwinning vindt plaats in Kamerik (ten zuiden van de gemeente). In Mijdrecht wordt grondwater gewonnen voor industrieel gebruik. Deze winningen lijken niet tot grondwaterstanddalingen in de gemeente te leiden. Het plangebied voor de dorpskernen ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied.
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.07 – v7 / september 2025
90
NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-va02 Vastgesteld d.d. PM
Toekomstige situatie Waterkwantiteit Vanwege het conserverende karakter van dit bestemmingsplan, waarbij de bestaande (planologische) situatie opnieuw wordt vastgelegd, is er geen sprake van grootschalige functieveranderingen en/of herinrichtingen. Desalniettemin worden soms toch kleine uitbreidingsmogelijkheden geboden. Als van deze mogelijkheden gebruik wordt gemaakt, kan dit leiden tot een toename van het verhard oppervlak. Deze ontwikkelingsmogelijkheden leiden hierdoor mogelijk tot negatieve effecten op de waterhuishouding. Het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) schrijft in de Keur dat het verboden is zonder vergunning in stedelijk en glastuinbouwgebied meer dan 1.000 m2 aan verhard oppervlak aan te brengen en in overige gebied meer dan 5000 m2. Daarnaast geldt dat de toename in verharding en/of demping gecompenseerd dient te worden. Door de regels van het waterschap AGV wordt voorkomen dat de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse verslechterd. Overigens geldt dat wanneer de toename van verhard oppervlak minder is dan 1.000 m2, er nog altijd een zorgplicht geldt. De initiatiefnemer moet voorkomen dat de waterhuishouding er niet op achteruit door het wijzigen van de huidige situatie.
Hemelwaterafvoer Om wateroverlast nu en in de toekomst zoveel als mogelijk te voorkomen wordt er naar gestreefd om hemelwater niet af te voeren naar het rioolstelsel, maar volgens de trits vasthouden, bergen, afvoeren te behandelen. Hierdoor wordt het rioolstelsel en de RWZI minder belast bij regenval en krijgt het water de kans om in het gebied waar het is neergekomen in de bodem te infiltreren en/of kan dit worden afgevoerd naar het ter plekke aanwezige oppervlaktewater. Verdroging kan zo worden tegengegaan en er hoeft ook minder gebiedsvreemd water te worden ingelaten. Belangrijk hierbij is wel dat niet al het hemelwater direct of te snel naar het oppervlaktewater wordt afgevoerd, omdat anders toch wateroverlast en verdroging kan ontstaan. Om het gebiedseigen water vast te houden wordt bij nieuwe bebouwing en verharding waar mogelijk verhard oppervlak niet aangekoppeld aan de riolering. De neerslag wordt dan niet afgevoerd naar de RWZI maar kan infiltreren naar het grondwater of worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. Te snelle afstroming van water naar andere gebieden moet immers worden voorkomen. Bij infiltratie wordt het hemelwater vertraagd afgevoerd en wordt invulling gegeven aan het beleid van duurzaam waterbeheer als onderdeel van de drietrapsstrategie ‘vasthouden, bergen en afvoeren’ en vervolgens ‘schoonhouden, scheiden en zuiveren’.
Infiltratie zal echter niet overal in het plangebied mogelijk zijn, gezien de bodemsamenstelling (veenlagen) en de relatief hoge grondwaterstand. Waterkwaliteit Het is van belang om bij toekomstige initiatieven diffuse verontreinigingen te voorkomen door het gebruik van duurzame, niet-uitloogbare materialen (geen zink, lood, koper en PAK's-houdende materialen), zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Eventueel benodigde maatregelen worden in overleg met de waterbeheerder vastgesteld.
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.07 – v7 / september 2025
91
NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-va02 Vastgesteld d.d. PM
Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de ‘Keur’. Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de ‘Keur’. Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Vertaling in het bestemmingsplan In het bestemmingsplan is het oppervlaktewater in het plangebied bestemd als 'Water'. En binnen de bestemming ‘Natuur’ (kern Wilnis) is de realisatie van waterberging bij recht toegestaan. In de overige bestemmingen is overigens ook water en waterhuishoudkundige voorzieningen zonder meer toegestaan.
Verder is in het bestemmingsplan geborgd dat bij toekomstige initiatieven (via binnenplanse afwijking of wijzigingsbevoegdheid) de gevolgen voor de waterhuishouding en de waterkwaliteit worden beoordeeld. Dit als onderdeel van de voorwaarde dat de ontwikkeling ‘milieuhygiënisch inpasbaar’ moet zijn. Diverse dijken binnen de kernen (zoals de Ringdijk, de Amstelkade) betreffen regionale waterkeringen. Voor deze waterkeringen (kernzone, inclusief de beschermingszones) geldt een zogenaamde dubbelbestemming. Deze hebben de bestemming 'Waterstaat - Waterkering' toebedeeld gekregen. De exacte maat die van toepassing is op een regionale waterkering is opgenomen in de vastgestelde leggers van de waterbeheerders. Op de gronden binnen deze zone mag niet (nieuw) worden gebouwd, tenzij een omgevingsvergunning voor het afwijken is verleend. Afwijking kan alleen worden verleend als de belangen van de waterkering niet onevenredig worden geschaad. De beheerder van de waterkering (Waterschap AGV) heeft hierbij een adviesrol. Overigens zal voor het bouwen op waterkeringen en het uitvoeren van werken of werkzaamheden op waterkeringen ook vaak een watervergunning op grond van de Keur van het waterschap Rivierenland nodig zijn. De initiatiefnemer van de activiteiten zal dit zelf moeten nagaan bij het waterschap en indien nodig zelf een watervergunning moeten aanvragen.
Watertoets Het (concept)ontwerp bestemmingsplan is als onderdeel van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro ter beoordeling voorgelegd aan het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Waternet, de uitvoerende instantie namens het waterschap AGV, heeft in dit kader ook gereageerd. Naar aanleiding van deze reactie is de waterparagraaf op een enkel onderdeel aangepast. Voor de inhoudelijke reactie en ook het antwoord van de gemeente daarop, wordt verwezen naar de ‘Nota vooroverleg’ die als bijlage bij deze plantoelichting is toegevoegd.
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.07 – v7 / september 2025
92
NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-va02 Vastgesteld d.d. PM
5.8.4 Conclusie Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat er op voorhand geen belemmeringen zijn voor het bestemmingsplan, bezien vanuit het wateraspect. 5.9
ECOLOGIE
5.9.1 Beleid en regelgeving Bij het opstellen van ruimtelijke plannen is het noodzakelijk te onderzoeken of en zo ja, in hoeverre de plannen ten koste gaan van de (aanwezige) flora en fauna. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de ‘gebiedsbescherming’ en de ‘soortenbescherming’. Gebiedsbescherming Wet Natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wnb richt zich op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Activiteiten en ontwikkelingen die kunnen leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden zijn in beginsel niet toegestaan, tenzij hiervoor een vergunning op grond van de Wnb is verkregen. Natuurnetwerk Nederland Naast de bescherming op grond van de Wnb kunnen waardevolle gebieden ook beleidsmatig beschermd zijn doordat zij behoren tot het Nationaal Natuurnetwerk (NNN). Het Natuurnetwerk is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. De provincie Utrecht heeft dit in de provinciale Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening vastgelegd. Uitgangspunt is dat plannen, handelingen en projecten in het NNN niet toegestaan zijn indien zij de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN significant aantasten.
Gebieden buiten het NNN In de Interim Omgevingsverordening wordt ook een aantal gebieden buiten het NNN beschermd. Het betreft ganzenrustgebieden, weidevogelkerngebieden en de Groene Contour. Bestemmingsplannen welke negatieve effecten teweeg zullen brengen op ganzenrustgebieden of weidevogelkerngebieden zijn niet toegestaan, tenzij er geen aanvaardbare alternatief aanwezig of en een groot openbaar belang wordt ingediend. De Groene Contour is een gebied van ongeveer 3.000 hectare dat tegen het NNN aan ligt. In het ‘Akkoord van Utrecht’ is afgesproken om in deze zone stap voor stap steeds meer natuur toe te voegen. Als een terrein eenmaal is omgevormd tot natuur, wordt dit toegevoegd aan het NNN. Soortbescherming De soortenbescherming is eveneens geregeld in de Wnb. Het doel van de Wnb is het instandhouden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De Wnb kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.07 – v7 / september 2025
93
NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-va02 Vastgesteld d.d. PM
leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het ‘nee, tenzij’-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kunnen vrijstellingen en ontheffingen (door het bevoegd gezag) worden verleend van de verbodsbepalingen. De Wnb kent een apart beschermingsregime voor Vogelrichtlijnsoorten (alle vogels), Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten. Voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten geldt een strikte bescherming. Voor de nationaal beschermde soorten hebben provincies de bevoegdheid om in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden een vrijstelling te verlenen van de verbodsbepalingen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden nagegaan, c.q. onderbouwd worden, of zich in het betreffende gebied beschermde soorten bevinden. 5.9.2 Relatie met plangebied Gebiedsbescherming Natura 2000 Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van een Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied ‘Botshol’ ligt op een afstand van circa 1,8 kilometer van de plangebieden voor de dorpskernen Abcoude en Vinkeveen.
Figuur 15 – Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS Calculator, 2022)
Licht, trillingen en geluid kunnen tot enkele honderden meters reiken.
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.07 – v7 / september 2025
94
NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-va02 Vastgesteld d.d. PM
Effecten door externe werking zoals verstoring door geluid, licht, optische verstoring e.d. zijn dan ook (gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden) op voorhand uit te sluiten. Bovendien heeft het voorliggende bestemmingsplan een conserverend karakter, waarbij de bestaande (planologische) situatie centraal staat. Ook is de nieuwvestiging van agrarische bedrijven niet mogelijk en kunnen de bestaande niet-veehouderijbedrijven binnen het plan (de glastuinbouwbedrijven) niet worden omgeschakeld naar veehouderijbedrijven. In de regels van het bestemmingsplan is dit expliciet bepaald. Verder is in het bestemmingsplan geborgd dat bij toekomstige initiatieven (via binnenplanse afwijking of wijzigingsbevoegdheid) er geen sprake mag zijn van significant negatieve effecten op Natura 2000-gebied(en). Dit als onderdeel van de voorwaarde dat de ontwikkeling ‘milieuhygiënisch inpasbaar’ moet zijn. Dit onderdeel dient bij een mogelijke toekomstige ontwikkeling en uitwerking van deze plannen, als onderdeel van de afwijkings- of wijzigingsprocedure, nader onderbouwd te worden. Natuurnetwerk Nederland Een aantal gebieden aan de randen van de dorpen Wilnis, Vinkenveen en Abcoude maken deel uit van het NNN (zie ook bijgaande figuur 16).
Figuur 16 – Ligging plangebied ten opzichte van het NNN en overige beschermingsgebieden uit het provinciale beleid (bron: provincie Utrecht, Interim Omgevingsverordening)
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.07 – v7 / september 2025
95
NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-va02 Vastgesteld d.d. PM
Nabij de kern Wilnis betreft het de agrarische gronden noordelijk van de Oudhuijzerweg, in het uiterste oosten van het plangebied. In Vinkeveen gaat het vooral om percelen in ‘de tweede lijn’ van het bebouwingslint aan de Herenweg en het Achterbos, direct grenzend aan de Vinkeveense Plassen. In Abcoude betreft het een klein deel van de Angstel en het Abcoudermeer. Voorliggend bestemmingsplan is vooral gericht op het integreren van de verschillende komplannen en daarmee een actueel, overkoepelend maar vooral ook overzichtelijk bestemmingsplan voor de dorpskernen in de gemeente De Ronde Venen te realiseren. De bestaande (planologische) situatie staat daarbij centraal, waarmee het plan een conserverend karakter heeft. Hierdoor worden door het plan bij recht geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt, anders dan die op grond van de nu nog geldende ‘komplannen’ al mogelijk waren. Vanuit die optiek zijn er geen significant negatieve effecten op het NNN te verwachten. Verder is in het bestemmingsplan geborgd dat bij toekomstige initiatieven (via binnenplanse afwijking of wijzigingsbevoegdheid) de nieuwe functies binnen het NNN niet schadelijk zijn voor het natuurbeheertype ter plaatse. Dit als onderdeel van de voorwaarde dat de ontwikkeling ‘milieuhygiënisch inpasbaar’ moet zijn.
Dit onderdeel dient bij een mogelijke toekomstige ontwikkeling en uitwerking van deze plannen, als onderdeel van de afwijkings- of wijzigingsprocedure, nader onderbouwd te worden. Gezien de aard en omvang van de ontwikkelingsmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt en de voorwaarden die zijn verbonden aan toekomstige initiatieven is geen sprake van negatieve gevolgen voor het NNN. Ganzenrustgebied Het plangebied is niet gelegen binnen een ganzenrustgebied zoals dat door de provincie Utrecht is aangewezen. Weidevogelkerngebied Het plangebied is niet gelegen in een weidevogelkerngebied. Wel grenst het hier tegenaan. Groene contour Het plangebied maakt geen deel uit van de ‘Groene Contour’. Soortenbescherming Vanwege het consoliderende karakter van voorliggend pan is er geen reden om aan te nemen dat beschermde flora- en faunasoorten vernietigd worden of verloren gaan. Wel zal tijdens de uitvoering van eventuele (onderhouds)werkzaamheden uitvoering moeten worden gegeven aan de algemene Zorgplicht uit de Wnb. Dit betekent onder meer dat de aantasting en verstoring van vogels dient te worden voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen (15 maart t/m 15 juli) uit te voeren.
Verder is in het bestemmingsplan geborgd dat bij toekomstige initiatieven (via binnenplanse afwijking of wijzigingsbevoegdheid) de gevolgen voor de soorten die op basis van de Wnb beschermd zijn, niet worden aangetast. Dit als onderdeel van de voorwaarde dat de ontwikkeling ‘milieuhygiënisch inpasbaar’ moet zijn. Ook dit onderdeel dient bij een mogelijke toekomstige ontwikkeling en uitwerking van deze
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.07 – v7 / september 2025
96
NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-va02 Vastgesteld d.d. PM
plannen, als onderdeel van de afwijkings- of wijzigingsprocedure, nader onderbouwd te worden. 5.9.3 Conclusie Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat er op voorhand geen belemmeringen zijn voor het bestemmingsplan, bezien vanuit het aspect ecologie. Wel zal te allen tijde uitvoering gegeven moeten worden aan de algemene zorgplicht uit de Wnb. 5.10
ARCHEOLOGIE
5.10.1 Beleid en regelgeving Als gevolg van het Verdrag van Malta (Valetta) zijn overheden verplicht om in het ruimtelijke beleid zorgvuldig om te gaan met het archeologisch erfgoed. De zorgplicht voor het archeologisch erfgoed is vastgelegd in de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), die is geïmplementeerd in de Monumentenwet 1988. De wet regelt: Bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem; Inpassen van archeologisch erfgoed in de ruimtelijke ordening Financiering onderzoek: de veroorzaker betaalt Op 1 juli 2016 is de nieuwe Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt onder meer de Monumentenwet 1988. In artikel 9.1 van de Erfgoedwet is echter bepaald dat tot het tijdstip waarop de nieuwe Omgevingswet in werking is getreden (per 1 januari 2024) de bepalingen uit de Monumentenwet 1988 met betrekking tot archeologie van toepassing blijven. Gemeentelijk archeologiebeleid Zoals reeds in paragraaf 3.4.9 is genoemd, heeft de gemeente De Ronde Venen archeologiebeleid vastgesteld in de nota 'Herziening van de archeologische beleidskaart van de gemeente De Ronde Venen 2016'. Dit beleid is aan de hand van kaarten met archeologische waarden en verwachtingswaarden nader uitgewerkt en vastgelegd in de ‘Verordening Fysieke Leefomgeving De Ronde Venen’ uit 2021.
In dit beleid wordt onderscheid gemaakt tussen landbodems en waterbodems, elk met een eigen categorisering. De Archeologische beleidskaart – Landbodems maakt daarbij onderscheid in 8 categorieën, en de Archeologische beleidskaart – Waterbodems in 4 categorieën. Aan de verschillende te onderscheiden gebieden met archeologische waarden of verwachtingswaarden is een diepte- en oppervlakte ondergrens gekoppeld. De ondergrenzen geven aan vanaf welke omvang én diepte (altijd in combinatie) bij een ruimtelijk plan er archeologisch onderzoek plaats moet vinden. Deze categorieën vormen de basis voor de bescherming van archeologische (verwachtings) waarden in bestemmingsplannen. 5.10.2 Relatie met het plangebied In bijgaande figuren is een uitsnede van de gemeentelijke archeologische beleidskaart weergegeven, van de Beleidskaart Archeologie Landbodems (figuur 17) en de Beleidskaart Archeologie Waterbodems (figuur 18). Hieruit blijkt dat er verschillende (verwachtings)waarden uit het gemeentelijk archeologiebeleid van toepassing zijn op het voorliggende bestemmingsplan. Deze zijn in de regels vertaald in de dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologisch
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.07 – v7 / september 2025
97
NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-va02 Vastgesteld d.d. PM
waardevol (verwachtings)gebied’, en vervolgens nader uitgesplitst in verschillende categorieën. De van toepassing zijnde categorieën zijn op de verbeelding opgenomen. In tabel 8 is aangegeven welke dubbelbestemming bij welke (verwachtings)waarde behoort.
Figuur 17 – Ligging plangebied (in rood) op de Beleidskaart Archeologie Landbodems
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.07 – v7 / september 2025
98
NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-va02 Vastgesteld d.d. PM
Figuur 18 – Ligging plangebied (in rood) op de Beleidskaart Archeologie Waterbodems Waarde
Cat.
Vrijstellingsgrens diepte oppervlak (cm -Mv) (m2)
dubbelbestemming Aaneenin dit BP gesloten lengte (m)
Landbodems Wettelijk beschermde archeologische monumenten via RCE
lb1
-
-
n.v.t.
Verdwenen molens
lb2a
30
50
n.v.t.
WR-A-LB2a
AMK-terreinen, forten (Unesco Wereld Erfgoed), ontginningsassen, ontginningsbasis, boerderijlinten, dorpslinten, historische kernen, zuwes
lb2b
30
100
n.v.t.
WR-A-LB2b
Gebied/terrein met een hoge archeologische verwachting
lb3
30
500
n.v.t.
WR-A-LB3
lb4/5*
30
2.000
n.v.t.
WR-A-LB4
Gebied/terrein met een middelhoge archeologische verwachting
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.07 – v7 / september 2025
WR-A-LB5
99
NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-va02 Vastgesteld d.d. PM