CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 19 Eindrapport Inrichting en beheerplan 't Meertje d.d. 21 mei 2024

Gemeenteraad 12 mei 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Bestemmingsplan Vinkeveense Plassen 20253.734 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inrichting- en beheerplan ’t Meertje Versterking van natuur, cultuur en landschap

A.A. van Helsdingen Y. van de Witte S. Messemaker

Inrichting- en beheerplan ‘t Meertje Versterking van natuur, cultuur en landschap A. van Helsdingen Y. van de Witte S. Messemaker Status uitgave: eindrapport Rapportnummer:

24-037

Projectnummer:

23-0854

Datum uitgave:

21-05-2024

Projectleider:

Ir. A.A. van Helsdingen

Tweede lezer:

J. D. Buizer

Opdrachtgever:

Gemeente de Ronde Venen Croonstadtlaan 111, 3641 AL Mijdrecht

Referentie opdrachtgever:

mail 12 december 2023

Akkoord voor uitgave:

Arda van Helsdingen

Foto omslag:

S.Messemaker / Waardenburg Ecology

Datum akkoord:

21-05-2024

Graag citeren als: A.A. van Helsdingen, Y. van de Witte, S. Messemaker, 2024. Inrichting- en beheerplan ’t Meertje 24-037. Waardenburg Ecology, Culemborg. Trefwoorden: Natuurinclusief ontwerp, beheer- en inrichting, natte natuur, doelsoorten. Waardenburg Ecology is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Waardenburg Ecology. Opdrachtgever hierboven aangegeven vrijwaart Waardenburg Ecology voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © Waardenburg Ecology / Gemeente de Ronde Venen Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Waardenburg Ecology, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Waardenburg Ecology is een handelsnaam van Bureau Waardenburg BV. Lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus. Het kwaliteitsmanagementsysteem is gecertificeerd door EIK Certificering overeenkomstig ISO 9001:2015.

Waardenburg Ecology hanteert als algemene voorwaarden de DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.

Waardenburg Ecology Varkensmarkt 9, 4101 CK Culemborg, 0345 512710 info@waardenburg.eco, www.waardenburg.eco

Inhoud

1

Inleiding 1.1 1.2

2

Kenmerken van het gebied 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

3

Doelsoorten, streefbeelden en maatregelen Streefbeelden

Maatregelen 4.1 4.2

5

Topografie Ondergrond (ontstaan en bodem) Cultuurhistorie Watersysteem Huidige natuurwaarden Huidig gebruik en beheer Omgeving en natuurbeleid Conclusie en uitgangspunten

Visie 3.1 3.2

4

Aanleiding en vraagstelling Leeswijzer

Inrichtingsmaatregelen Beheermaatregelen

Literatuur

Bijlage 1

4 4 4 5 5 5 6 8 9 11 12 14 16 16 17 20 20 20 23 24

3

1 Inleiding 1.1

Aanleiding en vraagstelling Het Meertje is een gebied van legakkers en petgaten. Van dit gebied heeft de gemeente de Ronde Venen een deelgebied aangekocht ter grootte van ongeveer 10ha. Dit valt op dit moment al binnen het Natuur Netwerk Nederland (NNN). De Gemeente de Ronde Venen heeft Waardenburg Ecology gevraagd om een inrichtingen beheerplan op te stellen om de reeds aanwezige natuurwaarden te versterken en uit te breiden. Momenteel bestaat het gebied uit ruigere natte delen en intensiever beheerde delen. Deze laatsten bestaan uit grasland en zijn nog in extensief agrarisch gebruik. Het is een gebied dat bij de omgeving goed bekend en geliefd is. Deze rapportage geeft de onderbouwing van het beheer- en inrichtingsplan. Vervolgens resulteert het plan in maatregelen om dit gebied verder te ontwikkelen naar een divers laagveenmoerasgebied met kruiden- en faunarijk grasland waarbij de cultuurhistorische waarden worden geïntegreerd.

1.2

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van de waarden van het gebied gegeven. In hoofdstuk 3, de visie, staat beschreven welke doelsoorten passend zijn bij een rijk laagveenmoeras en wat zij nodig hebben om onder andere in dit gebied te kunnen leven. Om vanuit de huidige situatie dit streefbeeld te behalen zijn maatregelen in inrichting en beheer nodig. Deze zijn beschreven in hoofdstuk 4.

4

2 Kenmerken van het gebied In dit hoofdstuk wordt ’t Meertje beschreven. Omdat dit gebied niet op zichzelf staat, maar onderdeel is van de Vinkeveense Plassen, wordt ’t Meertje ook in het grotere geheel beschreven. Op basis van de kenmerken van het gebied worden in het volgende hoofdstuk keuzes gemaakt voor de ontwikkelingsrichting.

2.1

Topografie ’t Meertje is een deels ontgonnen laagveengebied van legakkers en petgaten ten noordwesten van Vinkeveen en ten zuidwesten van het buurtschap Achterbos (zie figuur 1). Het behoort tot het gebied van de Vinkeveense Plassen. De door de gemeente verworven percelen waarop deze rapportage betrekking heeft zijn in figuur 2 aangegeven.

Figuur 1 ’t Meertje is onderdeel van de Vinkeveense Plassen.

2.2

Figuur 2 Gemeentelijke percelen.

Ondergrond (ontstaan en bodem) De ondergrond van het omringend gebied (geel in figuur 3), ’t Meertje en de Vinkeveense Plassen bestaat voornamelijk uit oude mariene getijdeafzettingen zoals zand en zeeklei. De ondergrond van de legakkers bestaat uit ca. 7 m dik kustveen dat bovenop deze mariene getijdeafzettingen ligt. In de naastgelegen polder Groot Mijdrecht is deze veenlaag grotendeels weggegraven, waardoor een hoogteverschil van ruim 4 meter is ontstaan tussen ’t Meertje en deze polder (figuur 4).

5

Figuur 3 De ondergrond van de legakkers) is kustveen

Figuur 4 't Meertje (rood) ligt 4 m hoger dan de polders

(roze) op oude getijdeafzettingen (geel) (bron

(blauw) (bron AHN.

Dinoloket).

2.3

Cultuurhistorie De Vinkeveense Plassen zijn van oorsprong een onderdeel van het Mijdrechtse veengebied. De ontginning van het veengebied is vanaf het einde van de 11e eeuw gestart vanaf de omliggende rivieroevers, zoals die van de Angstel en Winkel. Door het veen te ontwateren werd het droger en kon het in landbouwkundig gebruik genomen worden. Door oxidatie klonk het veen in en kwam het steeds lager te liggen, totdat het hoogveen uiteindelijk geheel verdween en laagveen overbleef. Vanaf de vijftiende eeuw werd in de Ronde Venen grootschalig veen gewonnen voor turf. De ontstane plassen zijn later deels weer drooggelegd, waarvan de polder Groot Mijdrecht het resultaat is. (Weijs, 2011) Vanaf midden 18e eeuw is in het Vinkeveense veengebied op kleine schaal het laagveen gewonnen door natte vervening. Daarbij is het typische legakkerpatroon ontstaan, dat nu nog voornamelijk zichtbaar is in het ‘t Meertje aan de zuidwestkant van buurtschap Achterbos (figuur 5). Doordat dit handmatig gebeurde zijn de legakkers breed en de petgaten smaller en vrij ondiep (figuur 6). Vanaf de noordoostkant van de Vinkeveense Plassen is er vanaf 1887 machinaal en diep verveend. Een groot deel van de hierdoor ontstane legakkers is in de tijd verdwenen door verdere vervening en afslag door golfslag.

6

Figuur 5 Het gebied omstreeks 1925. Er was toen nog geen sprake van plassen (bron: Topotijdreis.nl)

Figuur 6 ’t Meertje, gezien vanaf de ringdijk.

7

2.4

Watersysteem De Vinkeveense Plassen vormen met de Demmerikse Polder en de Bovenlanden langs de Kromme Mijdrecht en Amstel een bemalingsgebied van 1800 ha. Door de ligging naast de 4 m lager gelegen polder Groot-Mijdrecht (figuur 7) vindt er wegzijging plaats vanuit de Vinkeveense Plassen van circa 4 mm per dag. Daarom wordt er vanuit de ringvaart voortdurend water ingelaten om de wegzijging te compenseren. Het water wordt ingelaten nabij de Demmerikse sluis en ‘t Meertje. Het water van de ringvaart wordt aangevuld vanuit de Kromme Mijdrecht en de Amstel via de Pondskoeker- en Oudhuizersluis (Hofstra et al. 1997). Het vastgestelde waterpeil is 2,15m onder NAP. Afvoer vindt plaats via gemaal de Ruiter, bij de Demmerikse sluis, naar de Geuzensloot. (www.agv.nl).

Figuur 7 De vastgestelde waterpeilen van de Vinkeveense plassen en ‘t Meertje verschillen globaal 4,5 meter ten opzichte van de aangrenzende polder.

Waterkwaliteit en Kaderrichtlijn Water (KRW) De waterkwaliteit van ’t Meertje en de Vinkeveense Plassen is door de in 2009 ingebruikgenomen defosfateringsinstallatie verbeterd ten aanzien van voorgaande jaren. Dit heeft geresulteerd in een doorzicht van het water in de Plassen tot zo'n 8 meter. Het waterschap streeft naar een nog lagere fosfaatconcentratie omdat fosfaat kan zorgen voor problemen door overvloedige groei van onderwatervegetatie zoals fonteinkruiden. Het water kent door inlaat van gebiedsvreemd water een hoog sulfaatgehalte en is het relatief kalkrijk. Dit bevordert de afbraak van veen (Provincie Utrecht, 2012). Anderzijds voorkomt het kalkgehalte juist verzuring van de plassen, als gevolg van stikstofdepositie van onder meer het verkeer over de A2 en N201. Daarnaast kan het de omstandigheden van kalkrijke kwel enigszins nabootsen, waardoor betere omstandigheden voor verlandingsvegetaties ontstaan. Overigens is het water op dit moment, ondanks de aanvoer van kalkhoudend water, nog steeds aan de zure kant.

8

De waterkwaliteit staat ook onder druk door de invasieve exoot Amerikaanse rivierkreeft. Deze graaft holen in de legakkers en zorgt daarmee voor afbraak van veen en vertroebeling van het water. Op basis van de Kader Richtlijn Water (KRW) scoort de ecologische kwaliteit van het water van ‘t Meertje voor vis “goed”, maar voor flora en fauna nog “ontoereikend” (figuur 8).

Figuur 8 Ecologische kwaliteit voor 'biologie totaal' volgens KRW.

2.5

Huidige natuurwaarden In het plassengebied ontwikkelden zich bijzondere natuurwaarden, zoals vegetaties van kranswieren, rijk begroeide oevers met riet en andere planten van natte ruigten, veenbossen, veenmosrietlanden en dergelijke. Een aantal van deze waarden zijn in ’t Meertje behouden gebleven terwijl er ook waarden verdwenen door verwijdering van oevervegetatie en verslechtering van de waterkwaliteit in de Vinkeveense plassen (voordat de defosfateringsinstallatie in gebruik werd genomen) (figuur 9).

9

Figuur 9 Impressie van de natuurwaarden in ’t Meertje.

De huidige natuurwaarden zijn de volgende. • ’t Meertje is een extensief gebruikt landbouwgebied dat nauwelijks recreatief is ontwikkeld en daardoor rustig. Onder meer door de rust broedt in het gebied de bruine kiekendief. • De legakkers bestaan uit kruidenrijke graslanden omgeven door struweel. Tussen de legakkers zijn naast het water kleine oppervlaktes moeras aanwezig. • Behalve kranswieren komen ook andere onderwatervegetaties voor, zoals van fonteinkruiden en bronmos. • ’t Meertje vormt een belangrijk foerageer- en rustgebied voor vogels als visdief, zwarte stern en zomertaling (figuur 10) en vogels uit omringende polders. • In de winter vormt het gebied van de Vinkeveense Plassen een belangrijk overwinteringsgebied van watervogels. Er zijn soorten die foerageren in de plassen en rusten op de stillere legakkers van ’t Meertje, en andersom. Zoals duikeenden en de smient. • In het gebied van ’t Meertie en aanliggende plassen komen populaties van ringslang (figuur 11) en kwabaal (fguur 12) voor. Deze laatste is een ernstig bedreigde en inmiddels zeldzame vis. Het is één van de vier natuurlijke populaties die in Nederland nog aanwezig zijn (een vijfde is door herintroductie ontstaan).

• In het gebied van ’t Meertje en aanliggende plassen komen bijzondere waterinsecten voor zoals diverse bedreigde schietmotten en een aantal kritische libellen zoals de vroege glazenmaker en de glassnijder. Vergroten van de hoeveelheid natuurlijke oevervegetaties kan de situatie voor hen verbeteren. • Volgens de NDFF zijn hier de volgende Rode-lijstsoorten waargenomen: planten: galigaan, moerasbasterdwederik, ongewervelden: lype (schietmot), zoetwaterneriet (slakje), vissen: kwabaal, rivierdonderpad, reptielen: ringslang, vogels 1 : brilduiker, grauwe vliegenvanger, koekoek, nachtegaal, oeverloper, slobeend, smient, spotvogel, torenvalk, visdief, zwarte stern (slaapplaats).

10

Figuur 10 zomertaling.

Figuur 11 ringslang.

Figuur 12 kwabaal.

bronnen: Natuurbeheerplan Utrecht 2019-2024, Toekomstvisie Legakkers Vinkeveense Plassen, Milieueffectrapportage Plassengebied Gemeente De Ronde Venen, NDFF 2024, iStock.

2.6

Huidig gebruik en beheer ‘t Meertje is deels in particulier bezit, deels eigendom van Gemeente Ronde Venen. Op de kop van verschillende legakkers is bebouwing van Achterbosch te vinden. Verder liggen er in het gebied 2 legakkers die deels in gebruik zijn voor recreatie en parkeerplaatsen (deze liggen niet in het gedeelte van de gemeente). Het huidige landgebruik is extensief agrarisch. De recreatiedruk op het water is laag.

Beheer De legakkers worden extensief beheerd en begraasd door schapen. Doordat de watergangen tussen de legakkers smal zijn, er geen open water omheenligt en de huidige natuurvriendelijke oevers voor het merendeel omgeven zijn door een smalle rietstrook, vindt er weinig afkalving plaats. Echter kan het uitblijven van onderhoud aan de hogere houtige begroeiing leiden tot oeverbeschadiging van de legakkers doordat deze akkers niet stabiel genoeg zijn om volgroeide bomen te dragen en vast te houden tijdens harde wind. Bomen die omvallen nemen grote kluiten mee (figuur 13). Tenslotte leiden, zoals eerder aangegeven, de te hoge sulfaatgehaltes tot aantasting van de legakkers.

11

Figuur 13 Aantasting legakker door omgevallen boom in ’t Meertje.

2.7

Omgeving en natuurbeleid ’t Meertje is onderdeel van Natuur Netwerk Nederland (NNN), zoals ook het overgrote deel van de Vinkeveense Plassen (figuur 14). Ook de omliggende polders ten noorden, westen en zuiden van het gebied, onderdeel van de polder Groot Mijdrecht, behoren tot het NNN.

Figuur 14 Natuur Netwerk Nederland en Natuura 2000 rond het plangebied (heldergroen: NNN Utrecht, geelgroen: Groene contour Utrecht, grijsgroen: NNN Noord-Holland, gearceerd: Natura 2000-gebieden).

12

Polder groot Mijdrecht is een diep gelegen polder (ruim 6 m onder NAP) die in 1880 is drooggelegd. De polder kent problemen met de afwatering door inklinking en een sterke kweldruk, die een gevolg is van het ontbreken van een afsluitende kleilaag. De polder is grotendeels in landbouwkundig gebruik. Polder groot Mijdrecht is onderverdeeld in een noordelijk en een zuidelijk deel. In het noordelijk en oostelijk deel van de polder Mijdrecht zijn inmddels 2 moerasblokken verwezenlijkt en wordt de komende jaren een derde moerasblok, kruiden- en faunarijk grasland en nat grasland gerealiseerd. Het zuidelijk deel, het Marickenland, welke ’t Meertje aan de west- en zuidzijde begrenst, wordt ontwikkeld tot moeras en rietland met nevenfunctie waterberging en recreatie (figuren 15 en 16).

Figuur 15 Het Marickenland ten zuidwesten van 't

Figuur 16 Projectschets uit het inrichtingsplan Marickenland

Meertje.

(voorlopig ontwerp)

Ongeveer 2 km ten noorden van ’t Meertje ligt de Botshol, onderdeel van Natura2000. Dit is een oud laagveenverlandingsgebied met een belangrijk areaal water en een rijke vogelstand. (Botshol | Natura 2000, z.d.). Door de hoge natuurwaarden van ’t Meertje vormt het zowel in het NNN-netwerk als het N2000 netwerk een belangrijk natuurgebied met rust- en fourageerplaatsen voor de diverse soorten. Het versterkt zo de ecologische verbindingszones tussen de Nieuwkoopse Plassen & De Haeck, De Vinkeveense Plassen, de Oostelijke Vechtplassen en Markermeer & IJmeer.

13

Natuurbeheerplan Utrecht In de Natuurbeheerplannen van de provincie Utrecht (2024) worden de natuurdoelstellingen voor diverse gebieden aangegeven in beheertypen. Daarmee wordt een ontwikkelingsrichting aangegeven voor natuur- en landschapsbeheer. Hieruit blijkt dat voor het overgrote deel van ’t Meertje nog geen beheertypen zijn vastgesteld. Volgens de ambitiekaart is het nog te ontwikkelen natuur (figuur 17). Alleen voor het omringende water is type N04.02 Zoet Plas vastgesteld (weergegeven in blauw). Beheertype dynamisch moeras (N05.04) is hier niet van toepassing doordat ’t Meertje en aangesloten Vinkeveense Plassen een vast peilbeheer kennen.

Figuur 17 Uitsnede Natuurbeheerplan Utrecht 2024 met nog te ontwikkelen natuur (bruin) (bron: Provincie Utrecht).

2.8

Conclusie en uitgangspunten ’t Meertje vormt een uniek cultuurhistorisch en natuurlijk landschap in het Vinkeveense Plassen gebied. Nog steeds is het duidelijke extensieve ontginningspatroon van tijdens de verveningen te zien en op de legakkers heeft zich waardevolle natuur ontwikkeld. Hierdoor kent het nog een hoge landschappelijke kwaliteit. ‘t Meertje is een belangrijk rust- en foerageergebied voor diverse bijzondere soorten zoals krooneend, de kwabaal en waterinsecten. Doordat het gebied een combinatie kent van hoge natuurwaarden met extensieve recreatie, vervult het een belangrijke schakel in zowel het NNN- als N2000-netwerk. Het versterkt hiermee de ecologische verbindingszones tussen de omringende plassen.

14

Om de natuurwaarden in het gebied verder te versterken is het nodig natuurlijke processen meer ruimte te geven (oa door natuurvriendelijke oevers met verlandingsvegetaties) en daarmee te sturen op meer variatie (natuurbeheertypen en inheems vegetatie) en om de waterkwaliteit te verbeteren.

Uitgangspunten voor inrichting- en beheerplan ‘t Meertje De huidige waarden en de doelstellingen van de Gemeente Ronde Venen leiden tot onderstaande uitgangspunten voor het op te stellen Inrichtings- en beheerplan. Algemeen: o Verdere gebiedsomvorming naar natuur; o Instandhouden landschappelijke kwaliteit; o Aandacht voor cultuurhistorische waarden; o Versterken natuurwaarden door middel van passende en richtinggevende doelsoorten en habitattypen. Specifieker: o Meer riet en procesnatuur in combinatie met behoud van natuurvriendelijke oevers (geleidelijke land-water overgangen); o Ontwikkeling naar beheertype Dynamisch Moeras N05.04 is niet haabaar doordat het plangebied een vast waterpeil kent; o Uitbreiding inheemse vegetatie op legakkers met overhangende structuren (beschutting voor broedende en overwinterende watervogels, zoogdieren en opgroeigebied voor vis); o Waar nodig verlagen hoge houtige begroeiing ter bescherming van de legakkers; o Gebruik blijft extensief agrarisch zonder recreatie op de legakkers; o Geen verdere ingebruikname van legakkers door parkeerplaatsen en bebouwing; o Op den duur vergroten gemeentelijk areaal binnen ’t Meertje.

15

3 Visie 3.1

Doelsoorten, streefbeelden en maatregelen ’t Meertje is een door de mens gemaakt landschap waar aanzienlijke natuurwaarden aanwezig zijn en waar verbetering nodig is om de natuurwaarden te versterken door met name aanpassing van het beheer. Om vast te stellen met welke maatregelen de natuurkwaliteit verbeterd kan worden, worden in dit hoofdstuk doelsoorten geïntroduceerd, die in het gebied of omgeving voorkomen of potentieel voor zouden kunnen komen. Dit zijn soorten die hoge eisen stellen aan hun leefomgeving, en daarmee representatief zijn voor minder kritische soorten die in hun kielzog volgen. In tabel 1 zijn 5 doelsoorten weergegeven. Deze zijn geselecteerd uit de lijst van icoonsoorten van de provincie Utrecht en op basis van hun gezamenlijk voorkomen in goed ontwikkeld natuurlijk laagveengebied. Per doelsoort is beknopt aangegeven welke eisen aan het leefgebied worden gesteld om hier (in potentie) voor te komen (2e kolom tabel 1, streefbeeld). Hierbij is rekening gehouden met de actuele situatie. Vervolgens is in de 3de kolom aangegeven welke natuurbeheertypen (SNL-beheertypen, die voor beheerders herkenbaar zijn) hierbij horen. Deze zijn tenslotte vertaald in inrichtings- en beheermaatregelen welke moeten worden uitgevoerd om de genoemde streefbeelden te behouden of te bereiken en zo de geselecteerde doelsoort voldoende kwalitatief habitat te bieden (4e kolom).

Deze maatregelen worden verder behandeld in hoofdstuk 4.

16

Tabel 1 Doelsoorten, streefbeelden en maatregelen

3.2

Streefbeelden Op de streefbeeldenkaart van ’t Meertje is weergegeven wat het toekomstig natuurbeeld van ’t Meertje is (figuur 18). Hierin is te zien waar de verschillende habitattypen zijn gelokaliseerd.

17

Streefbeeldenkaart ‘t Meertje

Figuur 18 Streefbeeldenkaart ’t Meertje.

18

Om een indruk te geven van het natuurbeeld waarnaar wordt gestreefd, volgen hieronder enkele foto’s uit referentiegebieden (figuur 19).

Verlandingsvegetaties met Krabbenscheer in de

Vochtig hooiland met Ratelaar (bron S.d.Kort).

Weerribben (bron Floron/A.t.Hoven).

Voorzetoever in Groot-Wilnis (bron NMI).

Laagveenmoeras in natuurreservaat, De Zegge (bron Wtteveen+ bos/J.Verhulst).

Figuur 19 Enkele referentiebeelden behorende bij de diverse streefbeelden voor ’t Meertje.

19

4 Maatregelen De natuurwaarden van ’t Meertje als kenmerkend laagveengebied met laagveenmoeras (vast peilbeheer) en kruiden- en faunarijk grasland zijn voor een groot gedeelte al op orde. Zo zijn er reeds moerasvegetaties (met onder andere dotterbloem en krabbenscheer (bron NDFF)), kruidenrijk grasland, smalle watergangen met een verscheidenheid aan rietkragen en verlandingsvegetaties. Ook zijn op een 2-tal legakkers de oevers begroeid met lijnvormig gevarieerd laagveenbos dat zorgt voor beschutting en dood hout structuren in het water. Daarnaast zijn alle oevers natuurvriendelijk, afwisselend qua gradiënt en profiel en tevens laag zodat dieren hier gemakkelijk in en uit het water kunnen komen. De hieronder gestelde maatregelen zullen de diversiteit, successiestadia en hieropvolgende soortenrijkdom van de laagveennatuur in ‘t Meertje verder vergroten. Dit geldt tevens voor haar omgeving. De hieronder beschreven Inrichtings- en beheermaatregelen worden na paragraaf 4.2 weergegeven op de Maatregelenkaart (zie figuur 20). In bijlage 1 is de Maatregelenkaart opgenomen inclusief toelichting in de kaart. Op deze kaarten is de legenda verdeeld in beheermaatregelen en inrichtingsmaatregelen.

4.1

Inrichtingsmaatregelen Een inrichtingsmaatregel is het verlagen van een deel van 2 legakkers waardoor ruimte ontstaat voor vochtig hooiland, een extra variatie in grasland en verrijking van het leefgebied van de zomertaling. Deze maatregel is niet strijdig met de Regionale Veenweidestrategie (waarin is afgesproken geen veen af te graven om CO2 uitstoot tegen te gaan) omdat alleen het bovenste droge deel van de legakkers wordt verlaagd. Dit deel is reeds geoxideerd waardoor de CO2 uitstoot al heeft plaatsgevonden. Wanneer ook natte gedeelten zouden worden vergraven, zal er wel CO2 vrijkomen. Een andere inrichtingsmaatregel is de aanleg van een aantal wat rechtere oevers met dood hout. Hiervoor zullen wel beperkt natte delen moeten worden vergraven. Echter zal dit het habitat van de rivierdonderpad vergroten en versterken. Het hout komt voort uit het ingekortte laagveenbos. Tenslotte is het plaatsen van vooroevers op de meest zuidwestelijke kopse kanten van de legakkers raadzaam. De watergang is daar breder waardoor wind en golven meer effect hebben op de oevers. De vooroever van palen met wiepen (bossen wilgenhout, zie figuur 18) zal afkalving van de cultuurhistorische legakkers voorkomen en tegelijkertijd zoveel mogelijk de natuurlijkheid behouden.

4.2

Beheermaatregelen De beheermaatregelen die zeker plaats moeten vinden zijn het inkorten van de laagveenbos vegetatie, het op die plaats verwijderen van de overmatige bramenruigte, het

20

periodiek openhouden van het moeras, het laten toenemen van oeverbegroeing en het maaien en afvoeren van het riet en gras. De ringslang zal hiervan profiteren doordat de gradient van moeras-oever-extensief grasland behouden blijft en zich verder ontwikkeld. Door ook broeihopen toe te voegen wordt de kans vergroot dat de ringslang zich ook actief gaat voortplanten in ’t Meertje. De beheermaatregelen zullen de afwisseling van moeras, rustige beschutte oevers, struweel en bossages vergroten waardoor een gevarieerd landschap ontstaat waarin de otter en blauwborst zich thuis zullen voelen. Het inkorten van een aantal bomen (vn zwarte els en zachte berk) is nodig omdat deze te hoog worden en daarmee de stabiliteit van de legakkers in gevaar brengen. Bij harde wind bestaat de kans dat zij omwaaien en stukken legakker meenemen. Dit is reeds op verschillende plaatsen gebeurd. Door de gefaseerd af te zetten, groeien deze weer uit zonder knotten te vormen. Ten behoeve van verschraling en waterkwaliteit moet bemesting van de legakkers worden voorkomen.

21

Maatregelenkaart ‘t Meertje

Figuur 20. Maatregelenkaart ‘t Meertje

22

5 Literatuur Anonymus, 2017b. Milieueffectrapportage Plassengebied Gemeente De Ronde Venen. Referentie: 079600968 A. Arcadis Amsterdam. Anonymus, 2018. Natuurnota Vinkeveense Plassen, De Groene Venen. Dotinga, F. & R. Schreuders, 2018. Richtinggevende Keuzes Bestemmingsplan Plassengebied. Voorkeursalternatief. Gemeente De Ronde Venen. Gedeputeerde Staten van Utrecht. (z.d.). Natuurbeheerplan 2024. In Natuurbeheerplan 2024 (pp. 2–40). Legger. (z.d.). Waterschap AGV. NDFF uitvoerportaal - login. (z.d.). Projectgroep Marickenland, & Pebesma, M. (2020). Natuurontwikkeling in Marickenland, schetsontwerp [Report]. Provincie Utrecht, 2012. Legakkers Vinkeveense Plassen Toekomstvisie. Provincie Utrecht, 2016. Beheerplan 2016-2022 N2000-gebied Botshol. Utrecht. Rinzema, S. G. T. (2023). Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied (Door KuiperCompagnons B.V.; H. Van Der Kooij & C. Schellingen, Reds.; pp. 1–41). KuiperCompagnons B.V. Topotijdreis: 200 jaar topografische kaarten. (z.d.). Topotijdreis. van Helsdingen, A.A. & J.D. Buizer, 2018. Op naar natuurlijk waterplezier! Natuurplan Vinkeveense plassengebied. Bureau Waardenburg Rapportnr. 18-272. Bureau Waardenburg, Culemborg. Weijs, W., 2011. Natuur & landschap van de Vechtstreek. KNNV Uitgeverij, Zeist, 2011.

23

Bijlage 1

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14930778/1