CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 17 Ontheffing Verstedelijkingsverbod Vinkeveense Plassen, Provincie Utrecht, 19dec23 def

Gemeenteraad 12 mei 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Bestemmingsplan Vinkeveense Plassen 20251.621 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

PROVINCIE :: UTRECHT

Besluit van GS van Utrecht

ONDERWERP

DATUM DOCUMENTNUMMER

Besluit op aanvraag ontheffing instructieregels Interim omgevingsverordening provincie Utrecht 19 december 2023 UTSP-173783053932290

REFERENTIE

Wietze Buijs

TELEFOONNUMMER

06-18581069 wietze.buijs@provincie-utrecht.nl GRO SLO

E-MAILADRES TEAM DOMEINOPGAVE

Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht (hierna: Gedeputeerde Staten) op het verzoek van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen (hierna: burgemeester en wethouders) van 4 oktober 2022 om een ontheffing te verlenen als bedoeld in artikel 1.5 van de Omgevingsverordening provincie Utrecht ten behoeve van het bestemmingsplan "Vinkeveense Plassengebied 2023" bij Vinkeveen. Indiening Burgemeester en wethouders zijn voornemens om deze ontwikkeling op te nemen in een opvolgend ruimtelijk besluit. Er is een ontheffingsgezoek ingediend, omdat het bestemmingsplan "Vinkeveense Plassengebied 2023" in strijd is met één of meer regels uit de verordening. Ontheffingscriteria In artikel 1.5 van de verordening is bepaald dat Gedeputeerde Staten ontheffing kunnen verlenen van één of meer regels van de verordening, voor zover de verwezenlijking van het gemeentelijk ruimtelijk beleid wegens bijzondere omstandigheden onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot de, met die regels te dienen provinciale belangen. In dit geval vragen burgemeester en wethouders om een ontheffing van artikel 9.2 van de verordening "Verstedelijkingsverbod landelijk gebied". Dit artikel ziet erop toe dat op locaties binnen het in de verordening aangewezen Landelijk gebied geen verstedelijking wordt toegelaten, met het oog op behoud van de kwaliteit en vitaliteit van het landelijk gebied.

Burgemeester en wethouders zien voldoende aanleiding om te stellen dat sprake is van een bijzondere omstandigheden. De cultuurhistorisch- en voor het NNN waardevolle legakkerstructuur zal op den duur vanwege weers- en windinvloeden geleidelijk aan verdwijnen. Het bestemmingsplan heeft onder meer tot doelstelling om eigenaren van legakkers tot instandhouding en beschoeiing van de legakkers te stimuleren. Om eigenaren ertoe te bewegen om deze investering te doen, kiest de gemeente ervoor om binnen bepaalde bebouwingscriteria beperkt legalisering van bestaande bebouwing en nieuwbouw op de legakkers toe te staan. Aan legakkereigenaren wordt in ruil voor beperkte bebouwingsmogelijkheden de verplichting opgelegd om de oevers te beschoeien om afkalving van de legakkers te voorkomen en op de legakker beplanting aan te leggen die uitsluitend bestaat uit inheemse soorten. Op deze manier wordt het NNN op het Vinkeveense Plassengebied versterkt. Burgemeester en wethouders betogen dat in geval van handhavend optreden tegen alle illegale bebouwing, eigenaren niet meer bereid zullen zijn tot onderhoud van en het aanbrengen van beschoeiing en beplanting op de legakkers. De legakkers zullen dan door de weersinvloeden afkalven en op termijn zelfs

UTSP-173783053932290 Domein Stedelijke Leefomgeving Archimedeslaan 6 Postbus 80300, 3508 TH, Utrecht Telefoon 030-2589111

verzinken. Dit zal de legakkerstructuur van het gebied ernstig aantasten, wat een ongunstig effect heeft op de cultuurhistorische en natuurlijke waarden in het gebied. Zonder de ontheffing van het verstedelijkingsverbod is er geen mogelijkheid om deze bebouwing te legaliseren, omdat de afwijkingsmogelijkheden behorend bij artikel 9.2 van de verordening niet voorzien in deze bijzondere situatie. Daarnaast geven burgemeester en wethouders aan dat artikel 9.2 van de verordening de verwezenlijking van het gemeentelijk ruimtelijk beleid onevenredig belemmert in verhouding tot de met die regel te dienen provinciale belangen. Als de ontheffing niet wordt verleend, kan de aanwezige bebouwing wegens het verstedelijkingsverbod niet worden gelegaliseerd en zal de gemeente lot handhaving over moeten gaan. Het gevolg hiervan is dat de hierboven genoemde doelen niet zullen worden bereikt: de legakkers zullen dan naar verwachting grotendeels niet worden onderhouden en verdwijnen, wat een negatieve impact heeft op de cultuurhistorische en natuurlijke waarden in het gebied.

Dit brengt burgemeester en wethouders tot het oordeel dat handhaving van het verstedelijkingsverbod om het provinciale belang dat met dat verbod gemoeid is te dienen, in onevenredige verhouding staat tot het belang van de gemeente om een bestemmingsplan voor het Vinkeveense Plassengebied vast te stellen en daarmee de legakkerstructuur te behouden. Beoordeling van het verzoek Locatie Het beoogde project zal plaatsvinden bij het Vinkeveense Plassengebied. Hieronder is het betrokken plangebied weergeven.

.

;

,t 7

7. »

och

¥°

on«ae wer2

£em

» .ai-

+-

_

Il',

If

± #

l--

sf i

[

,

oef

,

Verbeelding ontwerpbestemmingsplan, bron: www.ruimtelijkeplannen.nl, geraadpleegd op 28 november 2023

2 van 4

f

Luchtfoto planlocatie, bron: www.ruimtelijkeplannen.nl, geraadpleegd op 28 november 2023 De ontheffing kan worden verleend als de verwezenlijking van het gemeentelijk ruimtelijk beleid wegens bijzondere omstandigheden onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot de met die regels te dienen provinciale belangen. In deze ontheffing wordt puntsgewijs uiteengezet of voldaan wordt aan de vereisten voor het verlenen van een ontheffing: Instructieregel 1.

2.

3.

4.

Artikel 9.2 van de verordening is opgenomen met inachtneming van het oogmerk genoemd in artikel 9.1 in de verordening, waarin staat omschreven dat regels in paragraaf §9.1.1 van de verordening zijn gesteld met het oog op behoud van de kwaliteit en vitaliteit van het Landelijk gebied. Artikel 9.2 van de verordening "Verstedelijkingsverbod landelijk gebied" is een instructieregel die bepaalt dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied geen verstedelijking mag toelaten, tenzij in de verordening anders is bepaald. Het bestemmingsplan "Vinkeveense Plassengebied 2023" is in strijd met instructieregel 9.2 van de verordening, omdat het bestemmingsplan in strijd met het artikel verstedelijking mogelijk maakt in het in de verordening aangewezen Landelijk gebied. Burgemeester en wethouders hebben in de aanvraag om ontheffing voldoende gemotiveerd dat het bestemmingsplan "Vinkeveense Plassengebied 2023" niet voldoet aan de criteria die zijn genoemd in de in de verordening opgenomen uitzonderingsbepalingen op artikel 9.2.

Integrale belangenafweging 1.

2.

3.

4.

Gedeputeerde Staten kunnen op grond van artikel 1.5 van de verordening slechts een ontheffing verlenen van een instructieregel op basis van een integrale afweging. Dit betekent dat Gedeputeerde Staten het provinciale belang dat is gediend met de instructieregel dienen af te wegen in relatie tot de ruimtelijke ontwikkeling waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd. Zoals eerder omschreven heeft het artikel waar ontheffing van wordt gevraagd als oogmerk het behoud van de kwaliteit en vitaliteit van het Landelijk gebied. Het artikel dient ter voorkoming van een ongebreidelde uitwaaiering van stedelijke bestemmingen. Ons college deelt de opvatting van burgemeester en wethouders dat instandhouding van de legakkers van belang is om de cultuurhistorisch waardevolle legakkerstructuur te behouden. Ook onderschrijft ons college de waardevolle bijdrage die de legakkers kunnen hebben aan het versterken van de kwaliteit en samenhang van het NNN in het Plassengebied. Burgemeester en wethouders betogen dat zonder investeringen in het behoud van de legakkers, deze op termijn zullen verdwijnen door natuurlijke processen, zoals afkalving door golfafslag op de legakkers. 3van 4

5.

6.

Burgemeester en wethouders geven verder aan dat eigenaren op de legakkers een belangrijke bijdrage leveren aan het behoud van de legakkers. Het toestaan van bebouwing op de legakkers eigenaren zal stimuleren om investeringen te doen om legakkers in stand te houden. Omdat aan eigenaren tevens de verplichting zal worden opgelegd om als voorwaarde voor bebouwing de legakkers te beschoeien en in te richten met inheemse beplanting, steunt ons college het voornemen van burgmeester en wethouders om legalisering van bestaande bebouwing en nieuwbouw op de legakkers toe te staan in het belang van het behoud van de cultuurhistorisch waardevolle legakkerstructuur. Het gegeven dat verstedelijking in het Landelijk gebied hier een bijdrage kan leveren aan de verwezenlijking van andere gemeentelijke en provinciale belangen is een bijzondere omstandigheid. Ons college acht de aantasting van de provinciale belangen die artikel 9.2 van de verordening beoogt te beschermen beperkt. Voor wat betreft de kwaliteit van het landelijk gebied betrekken wij in onze overweging dat het bestemmingsplan wordt voorzien van een beeldkwaliteitsplan om de gewenste ruimtelijke kwaliteit in het plangebied te waarborgen. Ook wordt het bestemmingsplan voorzien van duidelijke bebouwingscriteria, waardoor het goed inzichtelijk is wat de maximale hoeveelheid verstedelijking is die het bestemmingsplan mogelijk maakt.

Hierdoor is van een ongebreidelde uitwaaiering van stedelijke bestemmingen geen sprake. De bovenstaande integrale belangenafweging overziende komt ons college tot de conclusie dat er geen sprake is van een onevenredige aantasting van de provinciale belangen die artikel 9.2 van de verordening beoogt te beschermen. De instructieregel in artikel 9.2 van de verordening vormt daarmee een onevenredige belemmering voor het gemeentelijk ruimtelijk beleid.

Conclusie Op basis van het bovenstaande heeft ons college vastgesteld dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de criteria van de ontheffingsbevoegdheid van de verordening en de ontheffing voor verlening in aanmerking komt. De ontheffing kan slechts worden toegepast voor het opvolgend ruimtelijk besluit (een bestemmingsplan of omgevingsvergunning) waarvoor de ontheffing is aangevraagd. Tegen de verleende ontheffing is op basis van artikel 8.3 lid 4 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) geen zelfstandig beroep open. De rechtsbescherming van de verleende ontheffing is geconcentreerd met het opvolgend ruimtelijk besluit. Beslissing Gedeputeerde Staten van Utrecht, Gelet op het bepaalde van artikel 1.5 van de verordening: BESLUITEN: Op basis van artikel 1.5 van de verordening ontheffing te verlenen van artikel 9.2 van de verordening ten behoeve van het bestemmingsplan "Vinkeveense Plassengebied 2023" in Vinkeveen, gemeente De Ronde Venen, onder voorwaarden dat: a. b.

c.

Het college van burgemeesters en wethouders van gemeente De Ronde Venen voor de vaststelling van het bestemmingsplan een uitvoerbaar handhavingsplan opstelt waar de provincie mee kan instemmen. Het bestemmingsplan "Vinkeveense Plassengebied 2023" niet voorziet in bouwmogelijkheden op kavels en percelen die na vaststelling van het bestemmingsplan zijn gesplitst of ontstaan, zodat verstedelijking niet verder kan toenemen. De eventuele extra kavels die het college van burgemeester en wethouders ten opzichte van de in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen verkavelingskaart mogelijk wil maken, vóór vaststelling van het bestemmingsplan in beeld zijn gebracht en zijn opgenomen in de verkavelingskaart en daardoor op de legakkers niet meer dan een totale hoeveelheid bebouwingsmogelijkheden van 6,8 ha ontstaat.

Gedeputeerde Staten van Utrecht,

Secretaris, mr. drs. A.G. Knol-Van Leeuwen

4van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14930768/1