Bijlage 13 Watertoets, Antea Group, 25 november 2024
Tekst van het document
Watertoets Vinkeveense Plassen
projectnummer 0478281.100 definitief 25 november 2024
www.anteagroup.nl
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 definitief 25 november 2024
Auteur(s) E.S. Stefania Valenzuela
Opdrachtgever KuiperCompagnons B.V. Postbus 13042 3004 HB ROTTERDAM
Gecontroleerd S. van den Driest - van der Kruijs
datum 25 november 2024
beschrijving definitief
vrijgave H.E. van der Kooij
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Doel Leeswijzer
4 6 6
2.
Huidige situatie
7
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.5.1 2.5.2 2.6 2.7
Praktijksituatie en plansituatie Ligging Maaiveld (geo)hydrologie en bodemopbouw Watersysteem Grondwater Oppervlaktewater Natuur Klimaatscan
7 7 8 8 9 11 15 15 16
3.
Waterwetgeving- en beleid
18
3.1 3.2 3.3 3.4
Rijksoverheid Provinciaal Beleid Beleid waterschap Amstel, Gooi en Vecht Gemeentelijk beleid
18 19 19 20
4.
Toekomstige situatie
21
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
Voorgenomen ontwikkeling Waterbergingsopgave Grondwater Oppervlaktewater Waterkwaliteit Vuilwater Waterkeringen Klimaatambities
21 22 22 24 24 25 25 25
5.
Waterparagraaf
26
5.1 5.2
Huidige situatie Toekomstige situatie
26 29
Bijlage 1 Grondwaterstanden t.o.v. NAP
31
Bijlage 2 Grondwaterstanden t.o.v. mv
32
Bijlage 3 Stijghoogten
32
Bijlage 4 Oppervlaktewatersysteem
34
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding Het gebied waar nu de Vinkeveense Plassen liggen, was vroeger land. Turfwinning gaf de Vinkeveense Plassen haar karakteristieke waaiervormige indeling met vele sloten en legakkers die overlopen in plassen. Veel andere veengebieden werden ingepolderd. Maar Vinkeveen wilde het water behouden. Het legakkerlandschap gecombineerd met de recreatie-eilanden aan de zandwin-plas maken het gebied verrassend afwisselend en biedt daardoor voor elk wat wils. Voor waterrecreatie zijn hier nu unieke mogelijkheden. En op en rondom de Vinkeveense Plassen bevinden zich diverse natuurvariëteiten. In de loop der jaren zijn diverse vormen van bebouwing ontstaan op de legakkers in de Vinkeveense Plassen, en dan met name in de Noordplas. Dit zorgt ervoor dat legakkereigenaren de legakkers onderhouden, maar het betekent ook een illegale situatie. In het huidige bestemmingsplan zijn bebouwing en verblijf namelijk niet toegestaan. In 2011 luidt Recreatie Midden Nederland (RMN) de noodklok over de openbare legakkers in de Vinkeveense Plassen. Door hoge kosten aan onderhoud en door terugvallende subsidies is het recreatieschap Vinkeveense Plassen niet meer in staat de kwetsbare legakkers goed te onderhouden. De provincie Utrecht is toen gevraagd mee te denken over een oplossing voor dit probleem. Hiertoe is de Toekomstvisie Legakkers Vinkeveense Plassen opgesteld.
De visie gaat in de eerste plaats over het behoud (van de waarden) van de legakkers. Uit de uitgevoerde studie voor deze visie blijkt onder meer dat het onderhoud effectiever is wanneer het eigendom van de legakkers bij particulieren wordt neergelegd. De gemeenteraad van de gemeente De Ronde Venen heeft in 2012 verzocht om samen met het recreatieschap de verkoop van legakkers aan particulieren te bevorderen met de verplichting tot onderhoud en met de toezegging dat de planologische mogelijkheden in een nieuw bestemmingsplan worden verruimd. De provincie en de BelangenVereniging Vinkeveense Legakkers (BVVL) juichen dit toe. Provincie, gemeente en de BVVL willen bovendien graag dat deze verruiming van de planologische mogelijkheden in een nieuw bestemmingsplan hand in hand gaat met het opstellen van een beeldkwaliteitsplan. Om deze plannen mogelijk te maken is een ruimtelijke procedure noodzakelijk. In het Bro is het uitvoeren van een watertoets juridisch verplicht bij bestemmingsplannen. Instemming van waterschap Amstel, Gooi en Vecht is een voorwaarde voor goedkeuring van het bestemmingsplan. Het resultaat van een watertoets wordt vastgelegd in een zogenaamde waterparagraaf welke opgenomen wordt in de ruimtelijke onderbouwing. Het plangebied voor dit bestemingsplan is weergegeven in Figuur 1-1.
blad 4 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
Figuur 1-1: Indeling Vinkeveense Plassen in zones (bron: Concept-bestemmingsplan, Arcadis, 16 september 2021) Legakker 1 De legakkers in deze zone zijn intensief bebouwd. In deze zone komen meerdere functies voor en is op basis van de vigerende beheersverordening reeds verblijfsrecreatie toegestaan. Bij gebouwde gebruiksruimten zonder logiesfunctie gaat het om kleine gebouwtjes voor dagrecreatief gebruik. Overnachten is dus niet toegestaan. Legakker 2 De recreatieve bebouwing is de afgelopen jaren middels vergunningen toegestaan, maar deels ook illegaal ontstaan. De regeling komt overeen met Legakker 1, maar het bebouwingspercentage is lager. Legakker 3 Als legakker 2, maar het bebouwingspercentage is lager. Legakker X Dagrecreatie toegestaan, gebouwen zijn niet toegestaan. Voor beschoeiingen, vlonders en kisten zijn maatvoeringen opgenomen. Legakker Z Zandeilanden. Verder als zone X. Natuur Bestemd voor het behoud en het versterken van de bestaande natuurlijke en landschappelijke waarden. Zonering van de Vinkeveense Plassen (bron: Concept-bestemmingsplan, Arcadis, 16 september 2021)
blad 5 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
1.2
Doel De ‘watertoets’ is een instrument waarbij de waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze worden meegewogen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerders met elkaar in gesprek brengt in een vroeg stadium. De beheerders voor de projectlocatie zijn gemeente De ronde Venen, waterschap Amstel, Gooi en Vecht en provincie Utrecht. In voorliggend rapport worden de randvoorwaarden voor waterhuishoudkundige aspecten beschreven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het rapport kan als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing en milieueffectrapportage worden gevoegd.
1.3
Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de huidige situatie beschreven met daarin onder andere de bodemopbouw, het watersysteem, waterkeringen en aanwezige riolering. Vervolgens is in hoofdstuk 3 ingegaan op de relevante wetgeving en het waterbeleid van de waterbeheerders. In hoofdstuk 4 is aan de hand van het beleid, de randvoorwaarden en uitgangspunten de opzet van het toekomstige watersysteem beschreven en getoetst. Als laatste is in hoofdstuk 5 een concept-waterparagraaf opgenomen.
blad 6 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
2.
Huidige situatie In dit hoofdstuk is de huidige situatie van het plangebied en het watersysteem beschreven. Hierbij is ingegaan op de ligging, de maaiveldhoogte in het gebied en de aspecten bodemopbouw, grondwater, oppervlaktewater, vuilen hemelwaterafvoer, aanwezige natuur en (eventuele) waterkeringen.
2.1
Praktijksituatie en plansituatie Het gebied valt onder de Beheersverordening Buitengebied, vastgesteld op 28 september 2017 door gemeente De Ronde Venen. In deze beheersverordening is de toenmalige bestaande, legale situatie vastgelegd. De percelen met recreatieve doeleinden bevinden zich nabij de Herenweg, op de zandeilanden en het gebied bij de Winkeldijk. Bij de Herenweg hebben de percelen overwegend de aanduiding VR2 of VR3. De aanduiding V2 betekent dat er stacaravans gebouwd mogen van 35 m² op percelen kleiner dan 200 m². Op grotere percelen mogen de stacaravans maximaal 50 m² zijn. Onder de aanduiding V3 mogen recreatiewoningen met een maximaal volume van 200 m³ gebouwd worden. De zandeilanden zijn aangeduid als DR5, wat betekent dat er dag recreatieve voorzieningen mogen zijn. Voor de legakkers geldt dat er niet gebouwd mag worden. De situatie in de praktijk wijkt momenteel af van de juridisch situatie zoals beschreven in de Beheersverordening Buitengebied, met name aan de zuidzijde van het plangebied. De percelen met recreatieve doeleinden nabij de Herenweg zijn intensiever bebouwd dan in de Beheersverordening is opgenomen. In de loop der jaren zijn diverse vormen van bebouwing ontstaan op de legakkers in de Vinkeveense Plassen, en dan met name in de Noordplas.
Dit zorgt ervoor dat legakkereigenaren de legakkers onderhouden, maar het betekent ook een illegale situatie. In het huidige bestemmingsplan zijn bebouwing en verblijf namelijk niet toegestaan. Bekend is dat in de huidige situatie recreatiewoningen en stacaravans veelal niet aangesloten zijn op enige vorm van vuilwatervoorziening. Dit betekent dat in praktijk vuilwater veelal direct op het oppervlaktewater wordt geloosd. Dergelijke ongezuiverde lozingen zijn sinds 1995 bij wet verboden.
2.2
Ligging De Vinkeveense Plassen liggen in het beheergebied van de gemeente De Ronde Venen. Dit is een uniek landschap in Nederland, die de oorspronkelijke turfwinning illustreert. In figuur 2-1 is het plangebied weergegeven ten opzichte van omgeving.
Figuur 2-1 Ligging Vinkeveense Plassen ten opzichte van omgeving (bron: Luchtfoto 2021, © CycloMedia Technologie B.V)
blad 7 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
2.3
Maaiveld De maaiveldhoogte in de omgeving van Vinkeveense Plassen is bepaald op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN 4, DTM). Op de kaart is te zien dat de landgebieden binnen Vinkeveense Plassen hoger liggen ten opzichte van de zuidwestelijke gebieden.
Figuur 2-2 Maaiveldhoogte in de omgeving van Vinkeveense Plassen (bron: AHN4-viewer)
2.4
(geo)hydrologie en bodemopbouw In figuur 2-3 is bodemopbouw ter plaatse van het plangebied visueel gepresenteerd. Het betreft hierbij een doorsnede van het REGIS II-ondergrondmodel. De bodemopbouw in de omgeving van Vinkeveense Plassen bestaat vanaf maaiveld tot circa NAP -10 m uit een Holocene deklaag (HLc). Ten aanzien van de Holocene deklaag zijn in REGIS geen gegevens bekend van de weerstand, doorlatendheid en doorlatend vermogen, omdat de Holocene deklaag afwisselend uit zand-, klei- en veenlagen bestaat. Het eerste watervoerende pakket (WVP1) bestaat uit zandlagen van de Formatie van Boxtel, Formatie van Kreftenheye, Formatie van Urk, Formatie van Sterksel en Formatie van Peize. Onder de zandlagen is een kleiafzettingen van de Formatie van Maassluis aanwezig.
blad 8 van 35
hoogte in meters t.o.v. NAP
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
afstand in kilometers
Figuur 2-3. Geohydrologische bodemopbouw (Bron: www.dinoloket.nl)
2.5
Watersysteem De huidige Vinkeveense Plassen zijn ontstaan door de turfwinning. De concentrische ontginning van het veen uit de aanwezige veenmoskoepel en de daarop aansluitende drooglegging van het land zorgden voor het karakteristieke landschap. Doordat men ook onder de grondwaterspiegel veen afgroef, ontstonden er plassen. Tussen de afgegraven petgaten liggen legakkers, smalle stroken land waarop het veen te drogen werd gelegd zodat het als turf kon worden gebruikt. Door de werking van golfslag en vorst erodeerden de legakkers makkelijk en ontstonden grotere open plassen. Machinale vervening in de Vinkeveense Plassen heeft de karakteristieke legakkers met steilere wanden en diepere petgaten gevormd. De Vinkeveense Plassen zijn nooit drooggemalen. De plassen vervulden de toenemende behoefte aan recreatiewater voor de groeiende Randstad. Zandwinning voor constructieve doeleinden vormden het diepe zandgat in het noorden van het gebied. De omliggende zandeilanden in de Noordplas zijn om dit zandgat heen aangelegd, enerzijds om verdere bodemverschuiving naar dit gat toe te voorkomen, anderzijds om de ontwikkeling van grotere waterstromen te beperken. De Vinkeveense Plassen maken onderdeel uit van de Vinkeveense boezem, die als tussenboezem functioneert in het gehele gebied De Ronde Venen.
De Vinkeveense Plassen zijn onderverdeeld in drie plassen, de Noordplas, de Zuidplas en de Kleine Plas. De Baambrugse Zuwe scheidt de Noordplas van de Zuidplas en de N201 scheidt de Zuidplas van de Kleine Plas (Figuur 2-4). De drie plassen staan wel in open verbinding met elkaar door meerdere verbindingen. Ze hebben ook één peil (vast peil NAP -2,15 m), en vormen één KRW-waterlichaam (NL11_3_4).
blad 9 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
Noordplas
Zuidplas
Kleine Plas
Figuur 2-4: Peilbesluit (bron: Kaartbijlage watergebiedsplan, november 2018)
De Vinkeveense Plassen maken deel uit van een hydrologisch complex watergebied, dat wordt gekenmerkt door verschillende landschapstypen met kwel en wegzijging, en een vrijwel geheel door de mens gestuurd watersysteem. De Vinkeveense Plassen maken deel uit van de Vinkeveenboezem, hier treedt infiltratie van water op. De polders (droogmakerijen) in de omgeving liggen diep en hebben een polderpeil rond NAP -6 m. In deze polders treedt kwel op, zowel vanuit de tussenboezem als vanuit het onderliggende watervoerende pakket, onder meet water dat op de Utrechtse Heuvelrug is geïnfiltreerd. Het waterpeil in de Vinkeveense Plassen wordt op peil gehouden door wateraanvoer vanuit de Vinkeveenboezem. Dit betreft onder meer het kwelwater dat vanuit de polders wordt opgepompt. Daarnaast wordt de Tussenboezem gevoed met water vanuit de hoger gelegen Boezem, via de Oudhuizersluis. In droge zomers bestaat het boezemwater voor een belangrijk deel uit het brak en voedselrijke water afkomstig uit Groot Mijdrecht. Door veranderingen in het klimaat vinden verschuivingen plaats in de balans tussen inlaat, regenval, verdamping, afvoer, wegzijging en kwel. Dit is van invloed op zowel de waterkwaliteit als verdroging en bodemdaling.
blad 10 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
Figuur 2-5 Overzicht watersysteem in de omgeving van Vinkeveense Plassen
2.5.1
Grondwater Grondwaterstand In het DINOLoket zijn verschillende peilbuizen aanwezig in de omgeving van Vinkeveense Plassen. Van de peilbuizen zijn in Menyanthes de grondwaterstatistieken (GxG) van het freatisch grondwater bepaald. De GLG (Gemiddeld Laagste Grondwaterstand) is de grondwaterstand die in het algemeen aan het eind van de zomer optreedt, de GHG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand) treedt aan het eind van de winter op. De gegevens van de peilbuizen zijn weergegeven in bijlage 1. De GHG en GLG in de omgeving van Vinkeveense Plassen zijn weergegeven in Figuur 2-6 en Figuur 2-7 respectievelijk.
blad 11 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
Figuur 2-6 Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) t.o.v NAP (plangebied rood kader) (bron: klimaateffectatlas)
blad 12 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
Figuur 2-7 Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) t.o.v. NAP (plangebied rood kader) (bron: klimaateffectatlas)
Grondwateronttrekkingen Op basis van de WKO-tool blijkt dat binnen de Vinkeveense Plassen grondwateronttrekkingen aanwezig zijn. Hierbij gaat het om gesloten bodemenergiesystemen. De onttrekkingen bevinden zich voornamelijk in de Baambrugse Zuwe. Een overzicht is weergegeven in figuur 2-8.
blad 13 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
Figuur 2-8 Grondwateronttrekkingen in de nabije omgeving van het plangebied (bron: WKO-tool)
Grondwaterbeschermingsgebied, waterwingebied en boringsvrije zone Op basis van de interactieve webkaart van de provincie Utrecht is in de nabijheid van het plangebied geen grondwaterbeschermingsgebied, waterwingebied of boringsvrije zone aanwezig. Stijghoogten Om de regionale stroming in beeld te brengen is het isohypsenpatroon van het eerste watervoerende pakket (WVP1) weergegeven, zie Figuur 2-9. Het betreft de langjarig gemiddelde grondwatersituatie in meter ten opzichte van NAP. De isohypsenkaart geeft een stijghoogte tussen NAP -6,5 m en NAP -2 m. Uit de beschikbare informatie volgt een grondwaterstroming in het eerste watervoerende pakket van oost naar west.
Figuur 2-9 Isohypsenkaart gemiddelde stijghoogten (bron: Provincie Utrecht)
blad 14 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
2.5.2
Oppervlaktewater De Vinkeveense Plassen vormen met de Demmerikse Polder en de Bovenlanden langs de Kromme Mijdrecht en Amstel' een bemalingsgebied van 1800 ha. Door de ligging naast de 4 m lagergelegen polder Groot-Mijdrecht vindt er wegzijging plaats vanuit de Vinkeveense Plassen van circa 4 mm per dag. Daarom wordt er vanuit de Ringvaart voortdurend water ingelaten om de wegzijging te compenseren. Het water wordt ingelaten nabij de Demmerikse sluis en het Achterbos. Het water van de Ringvaart wordt aangevuld vanuit de Kromme Mijdrecht en de Amstel via de Pondskoeker- en Oudhuizersluis. Beide rivieren staan in directe verbinding met het Amsterdam-Rijnkanaal (Hofstra et al. 1997)1. Afvoer vindt plaats via gemaal de Ruiter, bij de Demmerikse sluis, naar de Geuzensloot. Vanaf daar stroomt het naar de Angstel en het Amsterdam-Rijnkanaal (www.agv.nl). In de omgeving van het plangebied is op een aantal plaatsen oppervlaktewater aanwezig. Bijlage 4 geeft het watersysteem weer op basis van de legger van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. De watergangen betreffen wateren van de categorie primair. Volgens de digitale kaarten van Provincie Utrecht liggen delen van het plangebied naast een regionale waterkering. Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. laat ook zien de ligging van zwemgebieden en vaarwegen b innen het plangebied.
Angstel
Figuur 2-10 Overzicht watersysteem in de omgeving van Vinkeveense Plassen inclusief regionale waterkeringen, zwemwater plaatsen en vaarwegen (bron: Provincie Utrecht).
2.6
Natuur Aan de hand van de Natuurbeheerplan van provincie Utrecht blijkt dat het grootste deel van het Vinkeveense Plassen (plangebied) ligt binnen Natuurnetwerk Nederland (NNN). In onderstaande figuur is inzicht gemaakt in de natuurbeheertypen opgenomen in het natuurbeheerplan 2023.
1
Hofstra, J.J., W.J. Rip & M.A. de Ruiter, 1997. Integrale eutrofiëringsbestrijding Vinkeveense Plassen. H2O (30) 1997, nr. 1, 14-18.
blad 15 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
Figuur 2-11 Overzicht natuurbeheertypen in de omgeving van het plangebied (bron: Natuurbeheerplan 2023 Provincie Utrecht)
2.7
Klimaatscan In deze paragraaf is op basis van de klimaateffectatlas inzichtelijk hoe klimaatbestendig het plangebied in de huidige en toekomstige situatie is. Hierbij is ingegaan op de onderwerpen droogtestress en wateroverlast. Droogtestress Lange periodes van droogte zijn een probleem voor het groen- en watersysteem. Daarnaast zijn lage (grond)waterstanden een bedreiging voor de beschikbaarheid en kwaliteit van water. Voor stedelijk gebied geldt dat fluctuaties van de grondwaterstanden (’s winters hoog, ’s zomers laag) van invloed kunnen zijn op houten funderingen van gebouwen. Deze funderingen worden periodiek nat en droog hetgeen resulteert in rotting van het houtwerk en daarmee schade tot gevolg heeft. Daar waar de bodem bestaat uit organische materiaal (veengebieden) kan ook bodemdaling optreden wanneer het organische materiaal oxideert door aanraking met lucht. Dit leidt tot schade aan funderingen, leidingen en infrastructuur in openbare of private ruimte. Deze effecten worden aangeduid als droogtestress. Uit de klimaateffectatlas blikt dat er binnen en in de omgeving van Vinkeveense Plassen een laag risico op droogtestress is. Dit betekent een jaarlijkse opbrengstderving tot 10% bij gras bij het huidige klimaat. Deze derving komt door een tekort aan water.
Voor dit gebied wordt door klimaatverandering slechts een geringe toename van de opbrengstderving in 2050 verwacht toenemen. Water op straat In de klimaatatlas is ook wateroverlast in beeld gebracht op basis van een extreme bui van 70 mm in 2 uur. Deze atlas geeft aan dat tijdens extreme neerslag in de omgeving van het plangebied water op straat kan optreden. Zoals te zien is in figuur 2-12, kan het water op straat een waterdiepte van tussen 5 tot 30 cm bereiken.
blad 16 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
Figuur 2-12 Water op Straat (bron: klimaateffectatlas.nl).
blad 17 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
3.
Waterwetgeving- en beleid
3.1
Rijksoverheid Waterwet In 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet regelt het beheer van grond- en oppervlaktewater en verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet richt zich op de zorg voor waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterfuncties (zoals de drinkwatervoorziening). De wet biedt de basis voor het stellen van normen ten aanzien van deze onderwerpen. Verder bevat de wet regelingen voor het beheer van water. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten zijn gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning. De Wet gemeentelijke watertaken is onderdeel van de Waterwet. In deze Wet heeft de gemeente de zorgplicht gekregen voor: • Het doelmatig inzamelen en verwerken van overtollig afvloeiend hemelwater; • Het doelmatig nemen van maatregelen in openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Wet milieubeheer is de derde zorgplicht voor de gemeente opgenomen. De gemeente dient zorg te dragen voor het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater. Omgevingswet 2023 Op 1 juli 2023 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking.
In de Omgevingswet wordt de leefomgeving op een andere manier benaderd dan voorheen, waarbij wordt ingezet op een duurzame economische structuur met borging van de kwaliteit en veiligheid daarvan. In de Omgevingswet worden de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu natuur en water gebundeld. Deze wet regelt daarmee het beheer en de ontwikkeling met minder en overzichtelijke regels, meer ruimte voor initiatieven en lokaal maatwerk. Ingezet wordt op integraliteit, vertrouwen en participatie van alle belanghebbenden. De wet krijgt vorm in de omgevingsvisie, waarbij de huidige provinciale plannen komen te vervallen en worden geïntegreerd in deze visie. Wet ruimtelijke ordening en de watertoets De watertoets is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en per sinds 2003 wettelijk verplicht. De watertoets houdt in dat ruimtelijke plannen (waaronder bestemmingsplannen) die vanaf deze datum ter inzage worden gelegd, voorzien moeten zijn van een waterparagraaf. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer (bijv. gemeente of projectontwikkelaar) worden afgestemd met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant.
In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies. Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022–2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016- 2021. Met de samenvoeging van deze twee plannen wordt geanticipeerd op de Omgevingswet, waarin het programma als een van de instrumenten is opgenomen. Het Nationaal Water Programma bevat: Een uitwerking van het te voeren beleid (inclusief het nationale ruimtelijke en ecologische beleid) voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer en de bescherming of het behoud van water; Maatregelen vanwege nationale belangen en om wateropgaven te bereiken en daaraan te blijven voldoen.
Kaderrichtlijn Water (KRW) blad 18 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
Door de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft Nederland een resultaatsverplichting voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit en ecologie van grond- en oppervlaktewatersystemen. Voor grote wateren of watersystemen, de zogenaamde KRW-waterlichamen, zijn hiertoe doelen opgesteld. De (bindende) maatregelen om de doelen te bereiken zijn vastgelegd in de stroomgebiedsplannen. Voor de overige wateren geldt minimaal de stand-still principe. Waterbeheerders mogen hiervoor zelf aanvullende doelen opstellen.
3.2
Provinciaal Beleid Bodem- en waterprogramma provincie Utrecht 2022-2027 Het provinciaal bodem- en waterbeleid is gebundeld in het “Bodem- en waterprogramma provincie Utrecht 2022- 2027”. Er wordt invulling gegeven aan het wettelijk verplichte Regionaal Waterprogramma en de ambities en het beleid uit de Omgevingsvisie worden verder uitgewerkt. Eén van de beleidsthema’s in de Omgevingsvisie is een klimaatbestendig en water robuust watersysteem dat duurzaam wordt ingezet, en dat veerkrachtig kan omgaan met neerslag en droogte. Tevens richt het zich op voldoende en schoon drinkwater, de KWR-doelstellingen en veilig en verantwoord omgaan met duurzame energie. In het “Bodem- en waterprogramma provincie Utrecht 2022-2027” staan verschillende doelen beschreven. Hier volgt een korte opsomming. Als overkoepelende thema moet de ondergrond nu en in de toekomst duurzaam, zorgvuldig en veilig worden gebruikt, en moet het lineaire (drink)watersysteem zijn omgebouwd tot een circulair systeem. Tevens wordt er ingezoomd op schoon oppervlaktewater, een schone bodem en schoon grondwater, een goede bodemkwaliteit, voldoende water, waterveiligheid en tot slot energie uit bodem en water. Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 De Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) schrijft voor waaraan de gemeentelijke bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen en beheersverordeningen moeten voldoen.
De regels komen voort uit de ruimtelijke hoofddoelstelling uit de provinciale Structuurvisie. De PRV stelt regels voor de begrenzing van bestaand stedelijk gebied en zeer restrictieve regels voor verstedelijkingsbeleid in het landelijk gebied. De regels gaan onder andere over (on)mogelijkheden voor: • Stedelijke ontwikkeling in het buitengebied; • De daaraan te stellen ruimtelijke kwaliteitseisen; • De Ruimte voor Ruimte-regeling; • De mogelijkheden voor verbrede landbouw. Deels krijgt de PRV zijn invulling in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (PRS). In deze visie staat de binnenstedelijke opgave en behoud en versterken kwaliteit landelijk gebied centraal.
3.3
Beleid waterschap Amstel, Gooi en Vecht Waterbeheerprogramma 2022-2027 In het Waterbeheerplan (WBP) geeft het waterschap aan wat haar ambities voor de komende planperiode zijn en welke maatregelen in het watersysteem worden getroffen. Het nieuwe WBP legt meer dan voorheen accent op digitalisering. De strategische uitganspunten zijn onder ander de klimaatverandering, bodemdaling, afname van biodiversiteit, achteruitgang van ecologische kwaliteit van wateren, stikstofproblematiek, landbouwtransitie, bevolkingsgroei en woningbouwopgave, energietransitie, toenemende vraag naar grondstoffen, circulaire economie, technologische ontwikkelingen en digitalisering Keur In de keur van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht staan regels omschreven die gelden voor de wateren en dijken binnen het gebied. Hiermee wordt gewaarborgd dat er genoeg en schoon water is, de dijken sterk genoeg zijn tegen overstromingen en er gezonde waterplanten en vissen aanwezig zijn. De vigerende keur is opgesteld in 2019.
blad 19 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
Aangaande het beleid voor verhard oppervlak stelt het waterschap dat bij een uitbreiding van dit oppervlak een vergunning nodig is voor het aanleggen van deze verharding. Een toename van de afvoer van hemelwater vanaf het verhard oppervlak op het watersysteem wordt gecompenseerd door open water met een omvang, die verschilt per afwateringsgebied. Uitgangspunt is 10% van de uitbreiding van het verhard oppervlak. Tenzij naar het oordeel van het bestuur een hoger percentage noodzakelijk is, waarbij dit maximaal 20% van de toename van de verharding bedraagt.
3.4
Gemeentelijk beleid Gemeentelijk Rioleringsplan De Ronde Venen 2018-2022 Het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) beschrijft hoe de gemeente invulling geeft aan de wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. In het GRP vertaalt de gemeente de ambities van de rioleringszorg naar concrete doelen, een adequate strategie, de benodigde activiteiten en de benodigde middelen. Hierbij zijn relevante eisen per thema beschreven. Hemelwater • De gemeente streeft om voor al het verhard oppervlak in de openbare ruimte 40 mm maaiveldberging te creëren. Dit zal bij nieuwe aanleg makkelijk te creëren zijn, daarom is het voor nieuwe ontwikkelingen een eis. Bij werkzaamheden in bestaand bebouwd gebied is 40 mm maaiveldberging een streven; • De perceeleigenaar is primair verantwoordelijk voor het verwerken van hemelwater op eigen terrein. Buiten de bebouwde kom verwacht de gemeente dat iedereen zelf het hemelwater verwerkt. Hier is voldoende ruimte om hemelwater op eigen perceel te infiltreren in de bodem of te lozen op een nabijgelegen sloot. Grondwater Bestaande situaties worden aangeduid als b structurele grondwateroverlast, als het volgende geldt: • De over- of onderlast is niet te verwachten op basis van de waterhuishoudkundige en geohydrologisch situatie; • Omvang van de grondwateroverlast- of -onderlast omvat ten minste 3 gedupeerde eigenaren.
• De situatie komt ten minste in de helft van de jaren voor en duurt per incident langer dan een week. Eisen voor nieuwe situaties zijn: • Om grondwateroverlast te voorkomen wordt de volgende gebruiksvolgorde aangehouden: bouwkundige aanpassingen; integraal ophogen van het maaiveld; grondverbetering; robuuste ontwateringsmiddelen.
blad 20 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
4.
Toekomstige situatie In dit hoofdstuk wordt de toekomstige situatie toegelicht en wordt ingegaan op de verschillende aspecten die de voorgenomen ontwikkeling heeft ten aanzien van de waterhuishoudkundige gevolgen.
4.1
Voorgenomen ontwikkeling De gemeente De Ronde Venen stelt een nieuw bestemmingsplan op voor het Vinkeveense Plassengebied. Binnen het ‘Beeldkwaliteitsplan Vinkeveense Plassengebied’ (d.d. september 2022) zijn de volgende ambities genoemd: • Legalisatie van de bebouwing binnen de Vinkeveense Plassen; • Herinrichting van bestaande parkeerplaatsen; • Aanleg van zandeilanden met natuurvriendelijke oevers; • Verbeteren van het bestaande NNN-natuurgebied door het ontwikkelen van kruiden- en faunarijk grasland, hoog- en laagveenbos en vochtig bos met productie; • Creëren van aantrekkelijke gebiedsentrees; • Verbeteren van de inrichting, herkenbaarheid en bereikbaarheid van de parkeerterreinen; • Zorgen voor duidelijke routes van de parkeerplaatsen tot de recreatieterreinen; • Tegengaan van illegale bouwwerken. Het schetsontwerp van de voorgenomen plannen is in onderstaande figuur opgenomen.
Figuur 4-1 Ontwerp voorgenomen ontwikkeling (bron: Beeldkwaliteitsplan Vinkeveense Plassengebied d.d. september 2022)
blad 21 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
4.2
Waterbergingsopgave De verandering in hemelwaterafvoer wordt beïnvloed door de verharding. Neerslag op verhard oppervlak komt sneller tot afstroming en kan problemen opleveren. Om de waterbergingsopgave te bepalen, is gekeken naar de opgaves vanuit het beleid van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht en gemeente De Ronden Venen. Hierbij wordt bepaald welke opgave maatgevend is. Met het nieuwe bestemmingsplan is het mogelijk om diverse ontwikkelingen te realiseren, zoals: bebouwing en gebruik van de legakkers en meer (commerciële) activiteiten op de Zandeilanden. Bij ontwikkeling van nieuwe bouwwerken en ter compensatie van de toename verhard oppervlakte wordt uitgegaan van de watercompensatie regel van 10%. Dit houdt in dat 10% van de toename verharding gecompenseerd moet worden door oppervlaktewater aan te leggen of een andere vorm van waterberging. Op basis van het gemeentelijk beleid geldt ook voor nieuwe ontwikkelingen een bergingsbehoefte van minimaal 40 mm per m 2 verharding. Herinrichting / aanleg van parkeerplaatsen Volgens het beeldkwaliteitsplan het gebruik van veel verharding is niet toegestaan, maar door de aanleg (herinrichting) van de parkeerplaatsen en voetpaden is het mogelijk dat het oppervlak verharding toeneemt.
Voor de ontwikkeling/herinrichting van parkeerplaatsen met verharding of half-verharding geldt de eerdergenoemden eisen: • Op basis van de Keur van het waterschap: 10% compensatie door toename verharding; • Op basis van het gemeentelijk beleid: bergingsbehoefte van minimaal 40 mm per m2 verharding. Bij de aanleg van nieuwe voetpaden wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van half-verharding, schelpen, glas of gebroken natuursteen. Als deze halfverharding minstens 90 l/s doorlaat, hoeft de verharding niet gecompenseerd te worden. Bebouwing Met de planologische wijziging wordt met het bestemmingsplan de bouw van 2,4 ha verharding toegestaan. In praktijk is deze verharding grotendeels reeds aanwezig. Voor deze woningen is geen waterbergingscompensatie uitgevoerd. Het hemelwater wordt in theorie door de aanwezigheid van de verharding versneld afgevoerd naar het oppervlaktewater. Echter, in de oorspronkelijke situatie kwam het hemelwater ook zeer snel in het oppervlaktewater terecht door de snelle afvoer van de kleine percelen met slecht doorlatende bodem. Hierdoor is er geen sprake van verslechtering van de situatie. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een verhard oppervlak van circa 38.000 m2. In de toekomstige situatie blijft de m2 verharding hetzelfde als in de huidige situatie. In het kader van de watertoets is het percentage van illegale bebouwing nog niet bekend.
4.3
Grondwater In het Beeldkwaliteitsplan Vinkeveense Plassengebied vermeld wordt dat de gemeente de ambitie heeft om de groenstructuur (NNN-gebied) te verbeteren. Dit omvat de realisatie van natuurbeheertype: kruiden- en faunarijk grasland (N12.02), hoog- en laagveenbosvochtig gebieden (N14.02), en vochtig bos met productie (N16.04). Vanuit hydrologisch oogpunt kan een gebied als 'kansrijk' worden beoordeeld wanneer het grondwaterregime binnen bepaalde grenzen vallen. Op basis van een literatuuronderzoek is het grondwaterregime voor de bovengenoemde natuurtypen samengevat in tabel 4-1.
blad 22 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V. Tabel 4-1 Gewenste waarde voor de Gemiddelde Voorjaar Grondwaterstand (GVG), en Gemiddelde Laagste Grondwaterstand (GLG) (Bal et al, 20012; Bal 2001; De Becker 2004; Ertsen et al. 2005; Bobbink et al. 2007; Runhaar et al. 2009) GVG (t.o.v. mv)
GLG (t.o.v. mv)
Kruiden- en faunarijk grasland
-0 tot -0,40
-0,4 tot -0,6
Vochtig bos met productie
0,2 tot -0,2
-0,4 tot -0,8
Hoog- en laagveenbos
0,2 tot -0,05
>-0,5
Op basis van beschikbare informatie zijn de GVG en GLG voor het huidige klimaat berekend ten opzichte maaiveld. In figuur 4-2 zijn de peilbuizen waar de GLG zich al tussen het gewenste grondwaterregime bevinden in groen weergegeven, de peilbuizen waar de grondwaterstanden buiten het grondwaterregime vallen zijn in rood weergegeven. In figuur 4-3 zijn de peilbuizen waar de GVG zich al tussen het gewenste grondwaterregime bevinden in groen weergegeven, de peilbuizen waar de grondwaterstanden buiten het grondwaterregime vallen zijn in rood weergegeven. De grondwaterstanden ten opzichte maaiveld en de gegevens van de peilbuizen zijn weergegeven in bijlage 2.
Figuur 4-2 Overzicht van de peilbuizen waar de GLG zich in het gewenste grondwaterregime bevindt. De kansrijke gebieden zijn omcirkeld.
Figuur 4-3 Overzicht van de peilbuizen waar de GVG zich in het gewenste grondwaterregime bevindt. De kansrijke gebieden zijn omcirkeld.
Op basis van de hydrologische omstandigheden en een kwalitatieve analyse blijkt dat delen van de omgeving van Vinkeveense Plassen als ‘kansrijk’ kunnen worden aangemerkt, voornamelijk in het gebied ten westen van Vinkeveense Plassen. Dit gebied ligt buiten het plangebied waar het bestemmingsplan betrekking op heeft. Ontwateringsdiepte Om het risico op grondwateroverlast te beperken dient de ontwateringsdiepte voldoende te zijn. De ontwateringsdiepte is de afstand tussen de gemiddeld hoogste grondwaterstand en het straatpeil, in dit geval het maaiveld en/of vloerpeil.
2
Bal, D., H.M. Beije, M. Fellinger, R. Haveman, A.J.F.M. van Opstal en F.J. van Zadelhoff (2001): Handboek Natuurdoeltypen. Tweede, geheel herziene editie.
blad 23 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
Bij de realisatie van de watertoets zijn geen meldingen bekend over grondwateroverlast- of onderlast. Voor de realisatie van toekomstige ontwikkelingen is een ontwateringsdiepte van 0,9 m voor gebouwen en 0,7 m voor wegen wenselijk. Daarnaast voor een klimaatrobuuste inrichting adviseren waterschap Amstel, Gooi en Vecht en gemeente De Ronde Venen om na te denken hoe wateroverlast voorkomen kan worden. De hiervoor benodigde hoogteverschillen zijn afhankelijk van aspecten als de inrichting, de beschikbare ruimte en de noodzaak om water op straat te bergen. Maatregelen Voor de legalisering van de bestaande gebouwen binnen het Vinkeveense Plassengebied zijn geen aanvullende maatregelen nodig om grondwateroverlast te voorkomen.
4.4
Oppervlaktewater De gemeente De Ronde Venen heeft de ambitie om binnen de Vinkeveense Plassen de ecologische en hydrologische kansen op gebieds niveau maximaal te benutten. De gemeente is voornemen op een aantal plaatsen natuurvriendelijke oevers (NVO’s) aan te leggen en om de groenstructuur verder uit te breiden en te verbeteren. In principe hebben de NVO’s geen negatieve invloed op de waterhuishouding, zolang het natte profiel niet wordt verminderd. De NVO’s kunnen zelfs helpen om het risico op erosie te verminderen. Daarnaast hebben natuurvriendelijke oevers over het algemeen niet alleen een direct effect op de waterkwaliteit door zuivering van het water maar ook een indirect effect als vanggewas voor bestrijdingsmiddelen. Naast een positieve invloed op de verbetering van de chemie zal ook de ecologie verbeteren als gevolg van de aanleg van NVO’s. Zo worden er groeiplaatsen geboden aan ondergedoken waterplanten in de natuurvriendelijke oevers. Daarnaast bieden de oevers leefgebied voor waterdieren zoals vissen en ongewervelde dieren. Geconcludeerd wordt dat de NVO’s een gunstige invloed op de waterhuishouding zullen hebben, zolang het natte profiel niet afneemt. Onderhoud Het beheer en onderhoud van de NVO’s is essentieel voor de kwaliteit en diversiteit van de oever.
Het advies is om het onderhoud gemiddelde één keer per drie jaar (gefaseerd) uit te voeren, het is niet wenselijk om alle begroeiing tegelijk te maaien. Bij de verdere dimensionering van de NVO’s is bereikbaarheid voor beheer en onderhoud een aandachtspunt.
4.5
Waterkwaliteit Ten opzichte van de huidige situatie heeft de legalisatie van de bebouwing binnen de Vinkeveense Plassen weinig tot geen invloed op de waterkwaliteit. Om hemelwater dat van de daken en overige verharde oppervlakken afstroomt te mogen infiltreren/bergen, dient onder meer aan de volgende voorwaarden te worden voldaan: •
•
Vereist is de toepassing van niet-uitloogbare bouwmaterialen als kunststoffen en geen zink, lood, koper of asfalt. Staal, aluminium en zink voorzien van een duurzame coating kan wel worden toegepast. Hierbij ontstaan geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen); Hemelwater van (afgekoppelde) verhardingen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen. Bij de communicatie met de toekomstige gebruikers van het plangebied moet duidelijk worden gewezen op de risico’s van het toepassen van chemicaliën en dergelijke, en de gevolgen voor de waterkwaliteit van het niet naleven van deze regels.
blad 24 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
4.6
Vuilwater De bebouwing is in de huidige situatie niet aangesloten op riool en ook niet voorzien van IBA-tank (Individuele Behandeling Afvalwater). Het ongezuiverde vuilwater wordt geloosd op de Vinkeveense Plassen. Om verontreiniging van de Vinkeveense Plassen tegen te gaan en/of te voorkomen, wordt een vuilwatervoorziening verplicht gesteld. De legalisatie van het gebied leidt daarom tot een verbetering van de waterkwaliteit ten opzichte van de praktijksituatie. De voorgenomen ontwikkelingen, zoals de aanleg/herinrichting van parkeerplaatsen, hebben geen negatieve invloed op het rioleringssysteem omdat deze via de berm afwateren naar het oppervlaktewater.
4.7
Waterkeringen Het plangebied bevindt zich naast een kern- en beschermingszone van een waterkering. Het hoofddoel van het nieuwe bestemmingsplan is het legaliseren van de uitgevoerde ontwikkelingen binnen het Vinkeveense Plassengebied. Als onderdeel van de ruimtelijk procedure zijn geen structurele wijzigingen opgenomen. Om deze reden worden geen effecten verwacht op de waterveiligheid.
4.8
Klimaatambities Een belangrijke ambitie van gemeente De Ronde Venen is het tijdig anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering. Hierbij geldt voor nieuw ontwikkelingen in het gebied een bergingsbehoefte van minimaal 40 mm per m2 nieuwe verharding Aangezien de gemeente de ambitie heeft om de groenstructuur in het gebied te verbeteren, is het des te belangrijker om voorbereid te zijn op klimaatverandering, met name op droogte. Aanvullende maatregelen zoals de aanleg van NVO's of veranderingen in de waterpeilen van bestaande kunstwerken maken het mogelijk om de grondwaterstanden te verhogen. De beoogde plannen zijn gunstig voor de ontwikkeling van de natuurgebieden. Zoals eerder aanbevolen is het raadzaam bij de verdere planuitwerking de mogelijkheden voor de natuurambities nader uit te werken.
blad 25 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
5.
Waterparagraaf De gemeente De Ronde Venen staat voor de uitdaging om een nieuw bestemmingsplan voor het Vinkeveense Plassengebied op en vast te stellen. Binnen de ‘Beeldkwaliteitsplan Vinkeveense Plassengebied’ (d.d. september 2022) zijn de volgende ambities voor het gebied onder meer genoemd: • Legalisatie van de bebouwing binnen de Vinkeveense Plassen; • Herinrichting van bestaande parkeerplaatsen; • Aanleg van zandeilanden met natuurvriendelijke oevers; • Verbeteren van het natuurgebied door de ontwikkelen van kruidenrijk grasland, Hoog- en laagveenbosvochtig gebieden, en Vochtig bos met productie; • Creëer aantrekkelijke gebiedsentrees; • Verbeter de inrichting, herkenbaarheid en bereikbaarheid van de parkeerterreinen; • Zorg voor duidelijke routes van de parkeerplaatsen tot de recreatieterreinen; • Keren van illegale bouwwerken. Onderdeel van het opstellen van een nieuw bestemmingsplan is het doorlopen van de verplichte watertoetsprocedure. Hieronder zijn samenvattend de bevindingen uit de watertoets beschreven.
5.1
Huidige situatie De Vinkeveense Plassen liggen in het beheergebied van de gemeente De Ronde Venen. Dit is een uniek landschap in Nederland, die de oorspronkelijke turfwinning illustreert. Bodemopbouw De ondergrond bestaat tot een diepte van circa NAP -10 m uit een Holocene deklaag. Voor de Holocene deklaag zijn in REGIS geen parameterwaarden (weerstand, doorlatendheid en doorlatend vermogen) aanwezig. Het eerste watervoerende pakket (WVP) bestaat uit zandlagen van de Formaties van Boxtel, Formatie van Kreftenheye, Formatie van Urk, Formatie van Sterksel en Formatie van Peize. Onder de zandlagen is een kleiafzettingen van de Formatie van Maassluis Watersysteem De Vinkeveense Plassen maken onderdeel uit van de Vinkeveense boezem, die als tussenboezem functioneert in het gehele gebied De Ronde Venen. De Vinkeveense Plassen zijn onderverdeeld in drie plassen, de Noordplas, de Zuidplas en de Kleine Plas. De Baambrugse Zuwe scheidt de Noordplas van de Zuidplas en de N201 scheidt de Zuidplas van de Kleine Plas. De drie plassen staan wel in open verbinding met elkaar door meerdere verbindingen. Ze hebben ook één peil (vast peil NAP -2,15 m), en vormen één KRW-waterlichaam (NL11_3_4).
blad 26 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
Noordplas
Zuidplas
Kleine Plas
Figuur A: Peilbesluit (bron: Kaartbijlage watergebiedsplan, november 2018)
De Vinkeveense Plassen maken deel uit van een hydrologisch complex watergebied, dat wordt gekenmerkt door verschillende landschapstypen met kwel en wegzijging, en een vrijwel geheel door de mens gestuurd watersysteem. De Vinkeveense Plassen maken deel uit van de tussenboezem, hier treedt infiltratie van water op. De polders (droogmakerijen) in de omgeving liggen diep en hebben een polderpeil rond NAP -6 m. In deze polders treedt kwel op, zowel vanuit de tussenboezem als vanuit het onderliggende watervoerende pakket, onder meet water dat op de Utrechtse Heuvelrug is geïnfiltreerd. Het waterpeil in de Vinkeveense Plassen wordt op peil gehouden door wateraanvoer vanuit de Vinkeveenboezem. Dit betreft onder meer het kwelwater dat vanuit de polders wordt opgepompt. Daarnaast wordt de Vinkeveenboezem gevoed met water vanuit de hoger gelegen Boezem, via de Oudhuizersluis. In droge zomers bestaat het boezemwater voor een belangrijk deel uit het brak en voedselrijke water afkomstig uit Groot Mijdrecht. Door veranderingen in het klimaat vinden verschuivingen plaats in de balans tussen inlaat, regenval, verdamping, afvoer, wegzijging en kwel. Dit is van invloed op zowel de waterkwaliteit als verdroging en bodemdaling. Grondwaterstand In het DINOLoket zijn verschillende peilbuizen aanwezig in de omgeving van Vinkeveense Plassen.
Van de peilbuizen zijn in Menyanthes de grondwaterstatistieken (GxG) van het freatisch grondwater bepaald. De Gemiddelde Laagste Grondwaterstand (GLG) en Gemiddelde Voorjaar Grondwaterstand (GVG) in de omgeving van Vinkeveense Plassen zijn in onderstaand figuren weergegeven.
blad 27 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
Figuur B: GLG t.o.v m onder maaiveld. Het plangebied is aangegeven met een zwarte contour.
Figuur C: GVG t.o.v. m onder maaiveld. Het plangebied is aangegeven met een zwarte contour
blad 28 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
Oppervlaktewater De Vinkeveense Plassen vormen met de Demmerikse Polder en de Bovenlanden langs de Kromme Mijdrecht en Amstel' een bemalingsgebied van 1800 ha. Door de ligging naast de 4 m lagergelegen polder Groot-Mijdrecht vindt er wegzijging plaats vanuit de Vinkeveense Plassen van circa 4 mm per dag. Daarom wordt er vanuit de Ringvaart voortdurend water ingelaten om de wegzijging te compenseren. Het water wordt ingelaten nabij de Demmerikse sluis en het Achterbos. Het water van de ringvaart wordt aangevuld vanuit de Kromme Mijdrecht en de Amstel via de Pondskoeker- en Oudhuizersluis. Beide rivieren staan in directe verbinding met het AmsterdamRijnkanaal (Hofstra et al. 1997) 3 . Afvoer vindt plaats via gemaal de Ruiter, bij de Demmerikse sluis, naar de Geuzensloot. Vanaf daar stroomt het naar de Angstel en het Amsterdam-Rijnkanaal (www.agv.nl). In de omgeving van het plangebied is op een aantal plaatsen oppervlaktewater aanwezig. De watergangen betreffen wateren van de categorie primair. Volgens de digitale kaarten van Provincie Utrecht liggen delen van het plangebied naast een regionale waterkering. Natuur Aan de hand van de Natuurbeheerplan van provincie Utrecht blijkt dat het grootste deel van het Vinkeveense Plassen (plangebied) ligt binnen Natuurnetwerk Nederland (NNN).
De NNN-gebieden hebben natuurbeheertype N04.01 (kranswierwater), N04.02 (zoete plas), N05.03 (veenmoeras), N05.04 (dynamisch moeras), N06.01 (veenmosrietland en moerasheide), N10.02 (vochtig hooiland), N12.02 (Kruiden- en faunarijk grasland), N12.06 (ruigteveld), N13.01 (vochtig weidevogelgrasland), N14.02 (hoog- en laagveenbos), N14.03 (haagbeuken- en essenbos), N16.04 (vochtig bos met productie) en N17.06 (vochtig- en hellinghakhout).
5.2
Toekomstige situatie Het hoofddoel van het nieuwe bestemmingsplan is het legaliseren van het Vinkeveense Plassengebied. Als onderdeel van dit ruimtelijk procedure zijn geen structurele wijzigingen opgenomen. De waterhuishouding blijft dus gelijk aan de huidige situatie. Ambities De gemeente De Ronde Venen heeft de ambitie om binnen de Vinkeveense Plassen de ecologische en hydrologische kansen op gebied niveau maximaal te benutten. De aanleg van NVO’s en de verbetering van de NNN-gebieden maken deel uit van deze ambities. Aanleg van NVO’s In principe hebben de NVO’s geen negatieve invloed op de waterhuishouding, zolang het natte profiel niet wordt verminderd. De NVO’s kunnen zelfs helpen om het risico op erosie te verminderen. Daarnaast hebben natuurvriendelijke oevers over het algemeen niet alleen een direct effect op de waterkwaliteit door zuivering van het water maar ook een indirect effect als “vanggewas” voor bestrijdingsmiddelen. Naast een positieve invloed op de verbetering van de chemie zal ook de ecologie verbeteren als gevolg van de aanleg van NVO’s. Zo worden er groeiplaatsen geboden aan ondergedoken waterplanten in de natuurvriendelijke oevers. Daarnaast bieden de oevers leefgebied voor waterdieren zoals vissen en ongewervelde dieren.
Verbeteren NNN-gebieden en natuur ambities In het Beeldkwaliteitsplan Vinkeveense Plassengebied plan wordt vermeld dat de volgende natuurbeheertypen wenselijk zijn: • N12.02 kruiden- en faunarijk grasland; • N14.02 Hoog- en laagveenbosvochtig gebieden • N16.04 Vochtig bos met productie
3
Hofstra, J.J., W.J. Rip & M.A. de Ruiter, 1997. Integrale eutrofiëringsbestrijding Vinkeveense Plassen. H2O (30) 1997, nr. 1, 14-18.
blad 29 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
Vanuit hydrologisch oogpunt kan een gebied als 'kansrijk' worden beoordeeld wanneer het grondwaterregime binnen bepaalde grenzen vallen. Op basis van een literatuuronderzoek is het grondwaterregime voor de bovengenoemde natuurtypen samengevat in onderstaande tabel. Tabel 1 Gewenste waarde voor de Gemiddelde Voorjaar Grondwaterstand (GVG), en Gemiddelde Laagste Grondwaterstand (GLG) (Bal et al, 20014; Bal 2001; De Becker 2004; Ertsen et al. 2005; Bobbink et al. 2007; Runhaar et al. 2009) GVG (t.o.v. mv)
GLG (t.o.v. mv)
Kruiden- en faunarijk grasland
-0 tot -0,40
-0,4 tot -0,6
Vochtig bos met productie
0,2 tot -0,2
-0,4 tot -0,8
Hoog- en laagveenbos
0,2 tot -0,05
>-0,5
Op basis van de hydrologische omstandigheden en een kwalitatief analysis blijkt dat delen van de omgeving van Vinkeveense Plassen als ‘kansrijk’ kunnen worden aangemerkt, voornamelijk in het gebied ten westen van Vinkeveense Plassen. Bij de verdere uitwerking van het plan is het gewenst om nader onderzoek te doen om te bepalen welke maatregelen in de kansrijke gebieden nodig zijn om de NNN-gebieden te verbeteren. Hierbij moet zowel naar verbeteringen van het grondwaterregime als de ecologische waarden gekeken worden.
4
Bal, D., H.M. Beije, M. Fellinger, R. Haveman, A.J.F.M. van Opstal en F.J. van Zadelhoff (2001): Handboek Natuurdoeltypen. Tweede, geheel herziene editie.
blad 30 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
Bijlage 1 Grondwaterstanden t.o.v. NAP Peilbuis
Meetreeks
B25G7181 B31E0160 B31E0193 B31E0211 B31E0220 B31E0221 B31E0222 B31E0223 B31E0224 B31E0273 B31E0274 B31E0275 B31E0276 B31E0277 B31E0278 B31E0279 B31E0280 B31E0281 B31E0283 B31E0292 B31E0293 B31E0294 B31E0296 B31E0315 B31E0316 B31E0317 B31E0318 B31E2617 B31E2618 B31E2619 B31E2620 B31E2747 B31E2748 B31E2749 B31E2750 B31E2751 B31E2752 B31E2790 B31E2792 B31E2794 B31E2795 B31E2796 B31E2797 B31E2806
2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020
XCoordinate YCoordinate 126455 124380 123428 127150 123330 123310 123550 123610 123680 126320 126220 127920 127890 127935 127895 122060 122055 122025 122005 122040 122090 122095 122465 124800 124800 122778 122730 123707 123429 123980 123000 122929 123030 122120 122123 122125 122279 128079 124032 123092 123285 123136 123525 128638
475472 468020 471946 474840 472890 472910 472830 472830 472830 473830 474220 471840 471870 471880 471830 472940 472900 472890 472955 469960 469920 469915 473855 468080 468100 473677 473620 474116 474450 474612 473889 472872 472084 472203 472113 472021 471884 473403 469776 469674 469452 469210 469156 471410
Maaiveld GLG GG GHG [m NAP] [m NAP] [m NAP] [m NAP] -1.310 -2.100 -1.961 -1.840 -1.950 -2.284 -2.229 -2.179 -2.050 -3.592 -3.386 -3.180 -1.680 -2.459 -2.209 -1.994 -5.440 -5.725 -5.669 -5.605 -5.130 -5.709 -5.587 -5.483 -5.470 -6.109 -6.029 -5.942 -5.400 -5.754 -5.602 -5.456 -5.510 -5.734 -5.657 -5.586 -1.920 -2.414 -2.184 -2.033 -2.120 -2.627 -2.417 -2.189 -1.180 -1.765 -1.436 -1.148 -1.350 -2.559 -1.984 -1.497 -1.180 -2.504 -1.869 -1.414 -1.110 -2.575 -1.817 -1.205 -6.030 -6.663 -6.417 -6.208 -6.000 -6.615 -6.386 -6.189 -5.900 -6.751 -6.497 -6.323 -6.060 -6.644 -6.521 -6.426 -6.070 -6.704 -6.425 -6.217 -6.050 -6.681 -6.394 -6.151 -6.180 -6.697 -6.447 -6.231 -2.110 -2.568 -2.395 -2.235 -2.200 -2.406 -2.105 -1.940 -2.120 -2.938 -2.532 -2.330 -2.470 -2.437 -2.393 -2.359 -2.520 -2.836 -2.771 -2.723 -2.410 -2.613 -2.525 -2.454 -2.410 -2.721 -2.633 -2.561 -2.430 -2.610 -2.512 -2.437 -2.276 -2.187 -2.120 -6.000 -6.647 -6.284 -6.024 -6.090 -6.323 -6.216 -6.156 -6.270 -7.000 -6.670 -6.476 -6.190 -6.859 -6.589 -6.419 -5.740 -6.788 -6.671 -6.591 -6.070 -6.982 -6.520 -6.134 -0.800 -2.041 -1.840 -1.625 -1.690 -2.133 -2.111 -2.054 -5.690 -6.353 -6.180 -6.011 -5.390 -6.137 -5.955 -5.763 -5.630 -6.140 -6.004 -5.845 -5.490 -5.975 -5.896 -5.814 -1.060 -1.698 -1.454 -1.216
GT II I VII II I II II I I I II II V V V II II IV II II II II I I III I I I I I II I II II IV III VII I II II II I II
blad 31 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
Bijlage 2 Grondwaterstanden t.o.v. mv Peilbuis
Meetreeks
B25G7181 B31E0160 B31E0193 B31E0211 B31E0220 B31E0221 B31E0222 B31E0223 B31E0224 B31E0273 B31E0274 B31E0275 B31E0276 B31E0277 B31E0278 B31E0279 B31E0280 B31E0281 B31E0283 B31E0292 B31E0293 B31E0294 B31E0296 B31E0315 B31E0316 B31E0317 B31E0318 B31E2617 B31E2618 B31E2619 B31E2620 B31E2747 B31E2748 B31E2749 B31E2750 B31E2751 B31E2752 B31E2790 B31E2792 B31E2794 B31E2795 B31E2796 B31E2797 B31E2806
2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020
XCoordinate YCoordinate 126455 124380 123428 127150 123330 123310 123550 123610 123680 126320 126220 127920 127890 127935 127895 122060 122055 122025 122005 122040 122090 122095 122465 124800 124800 122778 122730 123707 123429 123980 123000 122929 123030 122120 122123 122125 122279 128079 124032 123092 123285 123136 123525 128638
475472 468020 471946 474840 472890 472910 472830 472830 472830 473830 474220 471840 471870 471880 471830 472940 472900 472890 472955 469960 469920 469915 473855 468080 468100 473677 473620 474116 474450 474612 473889 472872 472084 472203 472113 472021 471884 473403 469776 469674 469452 469210 469156 471410
Maaiveld [m NAP] -1.31 -1.95 -2.05 -1.68 -5.44 -5.13 -5.47 -5.40 -5.51 -1.92 -2.12 -1.18 -1.35 -1.18 -1.11 -6.03 -6.00 -5.90 -6.06 -6.07 -6.05 -6.18 -2.11 -2.20 -2.12 -2.47 -2.52 -2.41 -2.41 -2.43 -6.00 -6.09 -6.27 -6.19 -5.74 -6.07 -0.80 -1.69 -5.69 -5.39 -5.63 -5.49 -1.06
GLG [m-mv] 0.79 0.33 1.54 0.78 0.28 0.58 0.64 0.35 0.22 0.49 0.51 0.58 1.21 1.32 1.46 0.63 0.62 0.85 0.58 0.63 0.63 0.52 0.46 0.21 0.82 -0.03 0.32 0.20 0.31 0.18 2.28 0.65 0.23 0.73 0.67 1.05 0.91 1.24 0.44 0.66 0.75 0.51 0.49 0.64
GG [m-mv] 0.65 0.28 1.34 0.53 0.23 0.46 0.56 0.20 0.15 0.26 0.30 0.26 0.63 0.69 0.71 0.39 0.39 0.60 0.46 0.36 0.34 0.27 0.29 -0.09 0.41 -0.08 0.25 0.12 0.22 0.08 2.19 0.28 0.13 0.40 0.40 0.93 0.45 1.04 0.42 0.49 0.57 0.37 0.41 0.39
GVG [m-mv] 0.65 0.28 1.32 0.47 0.26 0.45 0.62 0.18 0.15 0.22 0.25 0.11 0.33 0.39 0.31 0.32 0.32 0.50 0.42 0.26 0.27 0.17 0.21 -0.19 0.35 -0.08 0.24 0.08 0.19 0.05 2.16 0.19 0.13 0.28 0.30 0.91 0.33 1.12 0.44 0.57 0.63 0.43 0.44 0.38
GHG [m-mv] 0.53 0.23 1.13 0.31 0.16 0.35 0.47 0.06 0.08 0.11 0.07 -0.03 0.15 0.23 0.09 0.18 0.19 0.42 0.37 0.15 0.10 0.05 0.12 -0.26 0.21 -0.11 0.20 0.04 0.15 0.01 2.12 0.02 0.07 0.21 0.23 0.85 0.06 0.83 0.36 0.32 0.37 0.22 0.32 0.16
Bijlage 3 Stijghoogten blad 32 van 35
Watertoets Vinkeveense Plassen projectnummer 0478281.100 25 november 2024 KuiperCompagnons B.V.
Peilbuis
Meetreeks
B25G0217 B31E0001 B31E0002 B31E0004 B31E0005 B31E0006 B31E0007 B31E0008 B31E0010 B31E0012 B31E0013 B31E0014 B31E0016 B31E0018 B31E0019 B31E0047 B31E0047 B31E0099 B31E0099 B31E0099 B31E0160 B31E0160 B31E0176 B31E0176 B31E0176 B31E0193 B31E0197 B31E0197 B31E0200 B31E2295 B31E2753 B31E2754 B31E0317 B31E0318
2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020 2000-2020
XYCoordinate Coordinate
126670 122180 123860 121860 123470 123070 123230 123630 125620 126270 124620 127920 121870 124220 124140 122050 122050 122015 122015 122015 124380 124380 122990 122990 122990 123428 122495 122495 128270 126286 122126 122626 122778 122730
475200 473960 472830 470950 472000 471150 469920 468880 471610 473870 474650 471760 471980 470100 471790 472900 472900 469945 469945 469945 468020 468020 472018 472018 472018 471946 473845 473845 474210 473832 471481 472512 473677 473620
Maaiveld
GLG
GG
GHG
[m NAP] -1.710 -3.200 -1.970 -6.120 -1.960 -2.250 -5.780 -1.650 -1.860 -2.010 -1.850 -1.340 -5.360 -1.430 -1.700 -5.960 -5.960 -5.900 -5.900 -5.900 -1.950 -1.950 -6.080 -6.080 -6.080 -2.050 -0.150 -0.150 -1.580 -2.460 -6.040 -6.220 -2.470 -2.520
[m NAP] -2.686 -5.231 -4.499 -6.319 -5.442 -5.769 -6.101 -5.197 -2.358 -2.557 -3.202 -2.090 -6.149 -3.881 -3.464 -6.238 -6.261 -6.506 -6.458 -6.374 -3.625 -3.693 -6.094 -5.119 -5.818 -5.553 -5.093 -4.955 -2.330 -2.601 -6.421 -6.255 -3.451 -5.222
[m NAP] -2.581 -5.199 -4.466 -6.276 -5.398 -5.730 -6.064 -5.162 -2.326 -2.489 -3.120 -1.991 -6.102 -3.845 -3.419 -6.206 -6.223 -6.462 -6.416 -6.333 -3.559 -3.626 -6.062 -5.091 -5.784 -5.530 -5.047 -4.897 -2.235 -2.564 -6.391 -6.227 -3.395 -5.175
[m NAP] -2.465 -5.168 -4.434 -6.202 -5.349 -5.690 -6.027 -5.124 -2.294 -2.419 -3.030 -1.871 -6.037 -3.804 -3.375 -6.168 -6.179 -6.419 -6.370 -6.288 -3.491 -3.558 -6.036 -5.064 -5.751 -5.506 -5.010 -4.852 -2.132 -2.520 -6.360 -6.197 -3.293 -5.128