Bijlage 12 Verkennend bodemonderzoek
Tekst van het document
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING
2
2
LOCATIEGEGEVENS
3
3
OPZET ONDERZOEK
4
3.1
Vooronderzoek
4
3.2
Onderzoeksstrategie
7
3.2.1
Asfaltonderzoek
7
3.2.2
Indicatief funderingsonderzoek
7
3.2.3
Bodemonderzoek
7
4
5
6
UITVOERING ONDERZOEK
9
4.1
Uitvoering veldwerk
9
4.2
Veldresultaten
10
4.2.1
Lokale bodemopbouw
10
4.2.2
Zintuiglijke waarnemingen
10
4.2.3
Meetgegevens grondwater
12
4.3
Uitvoering, monsterselectie en chemische analyses asfaltonderzoek
12
4.4
Monsterselectie en chemische analyses funderingsonderzoek
14
4.5
Monsterselectie en chemische analyses milieuhygiënisch onderzoek
15
4.6
Toetsingskader asfalt
17
4.7
Toetsingskader indicatief funderingsonderzoek
17
4.8
Toetsingskader milieukundig bodemonderzoek
17
TOETSING EN INTERPRETATIE
19
5.1
Asfaltonderzoek
19
5.2
Indicatief funderingsonderzoek
19
5.3
Milieukundig bodemonderzoek
21
5.3.1
Toetsing en interpretatie analyseresultaten grond
21
5.3.2
Toetsing en interpretatie analyseresultaten grondwater
23
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Bijlagen bijlage 1: Topografische ligging onderzoekslocatie en kadastrale situatie bijlage 2: Overzicht veldwaarnemingen en boorprofielen bijlage 3: Analysecertificaten asfalt bijlage 4: Analysecertificaten funderingsonderzoek bijlage 5: Analysecertificaten bodem bijlage 6: Toetstabellen funderingsonderzoek bijlage 7: Toetstabellen bodem bijlage 8: Kwaliteitsborging
Tekening tekening 1: Overzicht locatie met monsterpunten tekening 2: Tekening onderzoek (voormalig benzine-service-station) 1995
151446 - R-JOK/257
25
1
INLEIDING In opdracht van KondorWessels Vastgoed BV is door Aveco de Bondt een verkennend en actualiserend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Baambrugse Zuwe 167-169 te Vinkeveen. Daarnaast zijn op indicatieve wijze de hergebruiksmogelijkheden bepaald van de op de onderzoekslocatie aanwezige asfaltverhardingen en onderliggende funderingsmaterialen. De aanleiding tot het uitvoeren de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling op de onderzoekslocatie. De doelstelling van het bodemonderzoek is het vastleggen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van de onderzoekslocatie en het actualiseren van de in 1995 en 1997 op een gedeelte van de onderzoekslocatie aangetroffen sterke verontreinigingen met olieproducten in zowel de grond als het grondwater. In de volgende hoofdstukken wordt verslag gedaan van het uitgevoerde onderzoek.
151446 - R-JOK/257
2
LOCATIEGEGEVENS De onderzoekslocatie is gelegen aan de Baambrugse Zuwe 167-169 te Vinkeveen. De locatie grenst aan de Vinkeveense Plassen, heeft een oppervlakte van circa 5.400 m 2 en staat kadastraal bekend als gemeente Vinkeveen, sectie A, nummers 4743, 5169 en 5470 (gedeeltelijk). Bebouwing Op de locatie zijn drie gebouwen aanwezig. In tabel 1 zijn de bekende gegevens van de bebouwing weergegeven. tabel 1: gegevens bebouwing Huisnummer
Oppervlakte (m2)
Bouwjaar
Gebruiksdoel
Vastgesteld gebruik
167
584
1950
Woonfunctie
Café en restaurant
Bijeenkomstfunctie
169
-
2008
-
Schuur/opslag
-
1960
Woonfunctie
Hotel en loods
Twee gebouwen zijn in de periode 1955-1975 opgericht (en uitgebouwd). De opslag/schuur is uit 2008. Tegelijkertijd met onderhavig bodemonderzoek is door Aveco de Bondt ook een asbestinventarisatie uitgevoerd ter plaatse van de gebouwen. In de gebouwen uit de jaren ’50 en ’60 is asbesthoudend materiaal aangetroffen (waaronder het dak). De resultaten van de asbestinventarisatie zijn verwoord in een separate rapportage. Verhardingen De locatie is grotendeels voorzien van een verharding met asfalt. De asfaltverharding op het oostelijk terreindeel (ter hoogte van De Plashoeve) heeft een oppervlakte van circa 800 m 2 en het asfalt van de westelijk gelegen parkeerplaats heeft een oppervlakte van circa 3.400 m 2. Niet bekend is of beide asfaltverhardingen tegelijkertijd zijn aangebracht. Deels zijn op de locatie klinkers aanwezig. De verharding is waarschijnlijk aangebracht medio de jaren 1980. Een eventuele puinfundering onder de verharding is verdacht op de aanwezigheid van asbest. In de loods is een betonvloer aanwezig. Toekomstig gebruik De locatie zal worden ontwikkeld ten behoeve van woningbouw. Het café en restaurant Plashoeve zal behouden blijven. Er zijn twee appartementengebouwen gepland. Voor de herinrichting zal een deel van het open water worden gedempt, wat wordt gecompenseerd door het graven van nieuw open water.
Voor een overzicht van de locatie wordt verwezen naar tekening 1 van de bijlagen.
151446 - R-JOK/257
3
OPZET ONDERZOEK
3.1
Vooronderzoek Het bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5740, onderdeel van een dergelijk bodemonderzoek vormt een vooronderzoek, uit te voeren conform de NEN 5725. Door Royal HaskoningDHV is reeds een historisch vooronderzoek uitgevoerd (kenmerk: BD6077/N001/902363/Rott, d.d. 2 maart 2015). De bij dit vooronderzoek naar voren gekomen informatie is als voldoende beschouwd voor het opstellen van een verantwoorde strategie voor het uit te voeren bodemonderzoek. Derhalve is geen (aanvullend) vooronderzoek conform de NEN 5725 uitgevoerd. In de rapportage van het historisch vooronderzoek wordt het volgende beschreven: “Potentieel verdachte activiteiten Op de locatie hebben in het verleden verschillende potentieel verdachte activiteiten plaatsgevonden: tabel 2: potentieel verdachte activiteiten Activiteit
Start
Eind
Verdachte stoffen
jachthaven (92644),
onbekend
onbekend
Vluchtige aromaten, PCB, minerale olie
schoonmaakbedrijf (747012)
onbekend
onbekend
Vluchtige aromaten, chloorkoolwaterstoffen
sociale werkplaats (36631)
onbekend
onbekend
Zware metalen, vluchtige aromaten,
autowasserij (502053)
onbekend
onbekend
Zware metalen, PAK
benzine-service-station (5050)
1959
onbekend
Vluchtige aromaten, minerale olie
waterbodem
chloorkoolwaterstoffen
Milieuvergunningen en ondergrondse tanks Voor de locatie zijn geen milieuvergunningen en (voormalige) ondergrondse tanks bekend. Opgemerkt wordt dat uit de reeds uitgevoerde bodemonderzoeken wel blijkt dat er ondergrondse tanks op de onderzoekslocatie aanwezig zijn (geweest). Toemaakdek Op het bodemloket van de provincie Utrecht is de Baambrugse Zuwe niet in het gebied dat verdacht is op het voorkomen van het toemaakdek. Bodemonderzoeken x
Verkennend en nader bodemonderzoek Baambrugse Zuwe 167, Grondslag, 1995
Op de locatie hebben verschillende bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. De onderhavige onderzoekslocatie is ten dele onderzocht (360 m2). Uit de uitgevoerde bodemonderzoeken blijkt dat er sprake is van licht tot sterk verhoogde gehalten zware metalen, PAK en/of minerale olie. De verontreiniging is nog niet voldoende in beeld. Er dient een nader onderzoek te worden uitgevoerd. x
BUS melding Baambrugse Zuwe
In verband met werkzaamheden aan de kabels en leidingen (langs de openbare weg) is door Stedin een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Ter hoogte van huisnummer 169 is de bodemkwaliteit ter plaatse van de graafwerkzaamheden bepaald. In de wegberm ter hoogte van huisnummer 169 zijn in de grond tot 1,0 m-mv geen verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetoond voor zware metalen, PAK, PCB en
151446 - R-JOK/257
minerale olie. In het grondwater is een overschrijding van de streefwaarde aangetoond voor naftaleen. De overige parameters zijn niet verhoogd aangetoond. Grenzend aan de onderzoekslocatie, op de Baambrugse Zuwe 171, is eveneens een bodemonderzoek uitgevoerd: x
Oriënterend bodemonderzoek Baambrugse Zuwe 171, Back Milieu-advies en onderzoek, 98/110801, 6 november 1998
Op de locatie is een ondergrondse tank aanwezig. Het is niet duidelijk binnen welk kader het bodemonderzoek is uitgevoerd en of de ondergrondse tank daarin is meegenomen. Uit het uitgevoerd bodemonderzoek blijkt dat er licht verhoogde gehalten voor zware metalen, PAK en/of minerale olie zijn aangetoond. Volgens de provincie Utrecht is de locatie voldoende onderzocht. Door de RUD-Utrecht is aanvullende informatie aangeleverd (september 2015) aangaande de onderzoekslocatie. Het betreffen de rapporten uit 1995 en de beschikking van de provincie Utrecht op de uitgevoerde onderzoeken uit 1995. In de aangeleverde documenten wordt het volgende geconcludeerd: x
Verkennend bodemonderzoek Baambrugse Zuwe 169 te Vinkeveen, Grondslag Milieukundig Adviesbureau BV, Project 1710, 30 mei 1995
De aanleiding van het onderzoek is de bepaling van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ten behoeve van de aanvraag van een milieuvergunning. Het doel van het onderzoek is de bepaling van de eindsituatie van de historische bedrijfsactiviteiten. De bedrijfsactiviteiten betroffen het gebruik van een brandstofinstallatie op de onderzoekslocatie. De brandstofinstallatie bestaat uit: -
Een pomp met daarnaast een ontluchting, die zich aan de waterkant aan de noordzijde van het jachthavenbedrijf bevindt;
-
Twee brandstoftanks (5.000 liter benzine en 6.000 liter diesel). Deze tanks zijn niet meer in gebruik. De leeftijd van de tanks bedraagt circa 55 jaar (nadere gegevens ontbreken).
Zowel ter plaatse van beide ondergrondse tanks als de pompinstallatie zijn tot een diepte van circa 2,0 m-mv lichte tot sterke oliegeuren waargenomen. Van de zintuiglijk meest verdachte grondlagen zijn per verdachte deellocatie grondmonsters geanalyseerd op minerale olie. Ter plaatse van de 5.000 liter benzinetank is een maximaal matig verhoogd gehalte met minerale olie gemeten. Ter plaatse van de overige deellocaties (6.000 liter dieseltank en de pompinstallatie) zijn maximaal licht verhoogde gehalten met minerale olie gemeten. Er is overigens tijdens het grondonderzoek niet onderzocht op vluchtige parameters. In het grondwater zijn sterk verhoogde concentraties met minerale olie en benzeen gemeten ter plaatse van de pompinstallatie en de 6.000 liter dieseltank. Ter plaatse van de 5.000 liter benzinetank is maximaal een licht verhoogde concentratie met minerale olie gemeten. In de rapportage wordt aanbevolen om in een nader onderzoek de ernst en omvang van de verontreiniging te bepalen.
151446 - R-JOK/257
x
Nader bodemonderzoek Baambrugse Zuwe te Vinkeveen, Grondslag Milieukundig Adviesbureau BV, Project 1710-II, 11 augustus 1995
De aanleiding van het onderzoek is de eerder aangetroffen bodemverontreiniging met minerale olie ter plaatse van de aanwezige tankinstallatie. Doel van het onderzoek is de bepaling van de eerder aangetroffen bodemverontreiniging met minerale olie. De boringen (en peilbuizen) zijn verricht rondom (uitpandig) de eerder aangetroffen bodemverontreinigingen ter plaatse van de pompinstallatie en de ondergrondse tanks. Ter plaatse van diverse afperkende boringen zijn tot een diepte van circa 1,5 m-mv lichte tot sterke oliegeuren waargenomen. Van de zintuiglijk meest verdachte grondlagen van de afperkende boringen zijn geanalyseerd op minerale olie en aromaten (BTEXN). Plaatselijk is een sterk verhoogd gehalte met minerale olie gemeten. Ter plaatse van de overige boringen zijn maximaal licht verhoogde gehalten met minerale olie en/ of aromaten (BTEXN) gemeten. In het grondwater zijn ter plaatse van de afperkende peilbuizen maximaal licht verhoogde concentraties met minerale olie en/ of aromaten (BTEXN) gemeten. In de rapportage wordt geconcludeerd dat de sterke grondverontreiniging met minerale olie een omvang heeft van circa 84 m 3. De totale omvang van de sterke grondwaterverontreiniging wordt ingeschat op 69 m 3.
Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, gezien de bepaalde concentraties in het grondwater wordt in de rapportage geconcludeerd dat de verspreidingsrisico’s niet urgent zijn (tegenwoordig spoedeisend). Visie Aveco de Bondt Op basis van de onderzoeksresultaten van de reeds uitgevoerde bodemonderzoeken wordt geconcludeerd dat er geval met ernstige bodemverontreiniging met olieproducten aanwezig is ter plaatse van het voormalige benzine-service-station op de onderzoekslocatie. De tekening van het onderzoek met daarop de locaties van de 2 ondergrondse tanks (5.000 liter benzine en 6.000 liter diesel) en het pompeiland is weergegeven in de bijlagen (tekening 2). In 1995 heeft ter plaatse van de bebouwing (direct aan de oost- en westzijde van de verontreinigingscontouren) geen onderzoek plaatsgevonden. In de reactie van de provincie Utrecht (kenmerk: 96/930713 mbe, d.d. 23 september 1996) wordt bevestigd dat ter plaatse van de bebouwing geen onderzoeksgegevens bekend zijn. Volgens de provincie Utrecht dient nader onderzoek uitgevoerd te worden om de verontreiniging nader in kaart te brengen waarna een saneringsurgentie (tegenwoordig spoedeisendheid) kan worden vastgesteld.
Ons advies is, gezien de ouderdom van de onderzoeksresultaten (20 jaar), om in eerste instantie de verontreinigingssituatie (verontreinigingen met olieproducten) te actualiseren en (eventueel) vervolgens de aanwezige verontreinigingen nader in kaart te brengen tijdens een tweede onderzoeksfase. Mogelijk zijn ook verontreinigingen met PCB, PAK, zware metalen en/ of chloorkoolwaterstoffen aanwezig. Hierbij dient opgemerkt te worden dat tijdens het vooronderzoek (uitgevoerd door Royal HaskoningDHV) werd aangegeven dat sterke verontreinigingen met zware metalen en PAK zijn aangetroffen tijdens het onderzoek uit 1997 (Grondslag). Na bestudering van de betreffende onderzoeken bleken deze parameters niet te zijn onderzocht. Op basis waarvan deze conclusie getrokken is, is niet bekend. Deze parameters zijn wel een aandachtspunt tijdens onderhavig onderzoek.
151446 - R-JOK/257
3.2
Onderzoeksstrategie
3.2.1
Asfaltonderzoek Binnen onderhavig onderzoek is ervan uitgegaan dat het asfalt wordt gefreesd en voor hergebruik aan een asfaltmolen wordt aangeboden. In dat geval is het formulier Acceptatie Asfaltgranulaat t.a.v. Milieuhygiënische Eigenschappen (versie 4.2, april 2010) van toepassing. De aanwezige asfaltverhardingen zijn voor het onderzoek onderverdeeld in twee deellocaties (asfalt rond de gebouwen en de parkeerplaats). Dit omdat niet bekend is of beide asfaltverhardingen tegelijkertijd zijn aangebracht. Op basis van de Conform het formulier zijn op basis van de oppervlaktes (respectievelijk 800 m2 en 3.400 m2, gemiddelde dikte: 9,5 cm.) en het geschatte tonnage (2.800 ton) zijn in totaal 11 asfaltboringen (en PAK-markeronderzoeken) geplaatst en 5 GCMSanalyses uitgevoerd. De boorkernen zijn in eerste instantie onderzocht met behulp van een PAKmarker. Indien tijdens het PAK-markeronderzoek geen teerhoudendheid is aangetoond, zijn mengmonsters samengesteld, welke zijn onderzocht op het gehalte PAK met behulp van de GCMSmethode. Dit op basis van het geschatte tonnage van de te onderzoeken partij. In onderstaande alinea zijn de detectiemethoden weergegeven met de bijbehorende detectiegrenzen. Asfalt komt in aanmerking voor hergebruik indien het gehalte PAK lager is dan 75 mg/kg d.s. 1. PAK-detector of PAK-marker: detectiegrens ligt op circa 250 mg/kg d.s. PAK10 (som 10).
Deze methode geeft geen antwoord op de vraag of asfalt voldoet aan de eis van het Bouwstoffenbesluit (75 mg/kg d.s.). 2. GCMS-methode (Gaschromatografie): detectiegrenzen: <10 mg/kg d.s.
3.2.2
Indicatief funderingsonderzoek Voor het bepalen van de kwaliteit en de hergebruiksmogelijkheden van de funderingslaag (onder het asfalt) is het funderingsmateriaal tijdens het veldwerk van het asfaltonderzoek bemonsterd. Van het aangetroffen funderingsmateriaal (puinhoudend materiaal) is een mengmonster samengesteld. Van het mengmonster is de chemische samenstelling van de parameters minerale olie, PAK en PCB vastgesteld. Daarnaast is een schudproef uitgevoerd en is de uitloging van 15 metalen en 4 anionen bepaald. Vanwege de indicatieve aard van dit onderzoek zijn de aanvullende parameters fenolen en BTEX niet ingezet. Wel is het mengmonster geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. De resultaten zijn indicatief getoetst aan het Besluit Bodemkwaliteit. Opgemerkt wordt dat enkele aanvullende funderingsmonsters van het puinhoudende materiaal zijn onderzocht op de samenstelling vanwege het plaatselijk waarnemen van olie-achtige producten in de aangetroffen funderingslaag.
3.2.3
Bodemonderzoek Verkennend bodemonderzoek Het onderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek en is op basis van de richtlijnen van de NEN 5740 uitgevoerd. De onderzoekslocatie is onderzocht volgens de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE), waarbij een oppervlakte van de onderzoekslocatie van circa 5.400 m 2 is aangehouden.
151446 - R-JOK/257
Aanvullend op de standaard analyses zijn extra analyses uitgevoerd op de verdachte parameters (zware metalen, PAK en minerale olie). Daarnaast zijn ter bepaling van de algemene bodemkwaliteit twee analyses ingezet van de ondergrond. Dit is om te voldoen aan de NEN5740, strategie voor een onverdachte locatie (ONV; twee analyses van de ondergrond). Ook is aanvullend op deze strategie een extra peilbuis geplaatst en is het grondwater ter plaatse onderzocht. Aangezien tijdens onderhavig onderzoek (met uitzondering van enkele bijmengingen met puinhoudend materiaal in de groenstroken) geen bijmengingen met puin of baksteenhoudend materiaal zijn aangetroffen is geen specifieke aandacht besteed aan het voorkomen van asbest in de bodem. Wel is het bovenliggende funderingsmateriaal indicatief (niet conform de NEN 5897) onderzocht op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Daarnaast is het maaiveld en het opgeboorde monstermateriaal zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Actualiserend onderzoek Vanwege de ouderdom van de voorgaande onderzoeken (20 jaar oud) tijdens onderhavig onderzoek de eerder aangetroffen sterke verontreinigingen met olieproducten en mogelijk PCB, PAK, zware metalen en/ of chloorkoolwaterstoffen geactualiseerd. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van een eigen strategie.
Doelstelling was dus actualiseren en niet om eventueel nog aanwezige verontreinigingen direct geheel in kaart te brengen. Een aantal geplande boringen van het verkennend bodemonderzoek is ten behoeve van het actualiserend onderzoek dieper doorgezet en afgewerkt met een peilbuis. Tevens is een boring ter plaatse van het boothuis dieper doorgezet en afgewerkt met een peilbuis vanwege het aantreffen van een olie-/ carbolineumgeur. Getracht is om de boorpunten zoveel als mogelijk ter plaatse van de 2 voormalige tanks (5.000 liter en 6.000 diesel) en het pompeiland te plaatsen, waarbij wordt opgemerkt dat op deze tekening geen vaste punten staan ten opzichte van de huidige situatie (de locaties waren derhalve moeilijk te lokaliseren). Gezien de ruimtelijke verdeling van de boringen van onderhavig onderzoek worden deze als voldoende beschouwd voor de vastlegging van actuele bodemkwaliteit. De tekening van voorgaand bodemonderzoek uit 1995 met de daarop de situering van de ondergrondse tanks en het pompeiland is weergegeven in de bijlagen (tekening 2).
151446 - R-JOK/257
4
UITVOERING ONDERZOEK
4.1
Uitvoering veldwerk De werkzaamheden zijn verricht conform ons procescertificaat op basis van de BRL SIKB 2000. De procescertificaten staan op naam van Aveco de Bondt bv. Aveco de Bondt bv is statutair gevestigd te Utrecht en geregistreerd onder nummer Kamer van Koophandel nr. 30169759. Als postadres geldt postbus 202 te Rijssen. De operationele werkzaamheden worden vanuit verschillende standplaatsen uitgevoerd. Met het voor akkoord tekenen van deze rapportage verklaart Aveco de Bondt dat de volgens Kwalibo als kritische functie omschreven (veld)werkzaamheden zijn uitgevoerd door of onder directe leiding van een daartoe erkende medewerker. Daarnaast is door Aveco de Bondt getoetst en bij dezen geborgd dat sprake is van een externe functiescheiding zoals bedoeld in Kwalibo. Voornoemde is nader toegelicht in bijlage 8. Uitgevoerde werkzaamheden Het verrichten van de constructie- en de grondboringen (met behulp van een Geoprobe en vervolgens handmatig) heeft plaatsgevonden 8 en 9 september 2015 door de heer A.J. Kipp (Ground Research, Wormerveer, gecertificeerd voor de protocollen 2001 en 2002). Het grondwater (peilbuizen 1 t/m 3) is bemonsterd is op 16 september 2015 door de heer C. Bomers (Aveco de Bondt, Amersfoort, gecertificeerd voor het protocol 2002). Het grondwater ter plaatse van de peilbuizen 5 en 15 is op 17 september 2015 bemonsterd door de heer E.
Karperien (Aveco de Bondt, Amersfoort, gecertificeerd voor het protocol 2002). Het grondwater ter plaatse van de peilbuis 4 is op 21 september 2015 bemonsterd door de heer A.J. Kipp (Ground Research, Wormerveer). In tabel 3 is een overzicht gegeven van de verrichte veldwerkzaamheden. tabel 3: Overzicht veldwerkzaamheden Locatie
Omschrijving
Aantal
Nummers
Algemene bodemkwaliteit
Boring tot 1,5 m-mv
12
8a* t/m 14 en 16 t/m 20
Boring tot 2,0 m-mv
2
6 en 7
Boring met peilbuis
5
PB01 t/m PB05**
Boring met peilbuis
1
PB15 (de overige boringen zijn gecombineerd
Actualiserend onderzoek
uitgevoerd met het verkennend onderzoek) * Boring 8 is gestaakt vanwege een ondoordringbare laag, de vervangende boring betreft 8a. ** Vanwege de eerder aangetroffen geval van ernstige bodemverontreiniging met olieproducten zijn plaatselijk drie boringen voor het onderzoek naar de algemene bodemkwaliteit aanvullend afgewerkt met een peilbuis. Het betreft de boringen 1, 2 en 4. Boring 5 is ook aanvullend afgewerkt meteen peilbuis vanwege het onverwacht aantreffen van een olie-/carbolineumgeur ter plaatse van het boothuis.
De boringen zijn vanwege de aanwezigheid van asfaltverhardingen en de onderliggende funderingsmaterialen uitgevoerd met behulp van een betonboor, vervolgens een geoprobe en vervolgens handmatig. Bemonstering heeft plaatsgevonden bij elke boring per halve meter of per zintuiglijk onderscheiden grondlaag. Voor een overzicht van de genomen grondmonsters wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 2.
151446 - R-JOK/257
4.2
Veldresultaten
4.2.1
Lokale bodemopbouw Op basis van de opgeboorde grond is een globaal bodemprofiel opgesteld dat is weergegeven in tabel 4. tabel 4: Lokale bodemopbouw Bodemlaag [m-mv]
Hoofdnaam
Toevoeging
Kleur
0,0
VEEN
Zwak zandig
Oranjebruin
-
2,5
Tijdens het uitvoeren van de grondboringen is een geroerde laag (zand of veen) aangetroffen tot een diepte van circa 1,0-1,5 m-mv. Onder de geroerde laag wordt tot de maximaal geboorde diepte van 2,5 m-mv een veenlaag aangetroffen. Het grondwater wordt aangetroffen op een diepte van circa 0,51,0 m-mv. 4.2.2
Zintuiglijke waarnemingen In bijlage 2 zijn alle boorprofielen opgenomen en zijn de zintuiglijke waarnemingen beschreven. Een overzicht van de zintuiglijke waarnemingen is weergegeven de tabellen 5 en 6. tabel 5: Overzicht zintuiglijke waarnemingen Boringnummer
Max. boordiepte
Diepte
(Grond)soort
Zintuiglijke waarneming
(m -mv)
(m -mv)
PB01
2,5
0,7 - 1,0
Zand
Sterke olie-water reactie, sterke brandstof geur
PB02
2,5
0,5 - 0,8
Zand
Sporen glas, sporen puin, geen olie-water reactie
PB03
2,2
0,1 – 1,4
Funderingslaag
Sterk puin, geen olie-water reactie
PB04
2,0
0,1 - 0,5
Funderingslaag
Uiterst puin, geen olie-water reactie
0,5 - 1,0
Funderingslaag
Matig puin, sterk grindhoudend, zwak glas, zwakke olie-water reactie, zwakke brandstof geur
PB05
2,0
0,0 - 0,3
Zand
Sporen baksteen, geen olie-water reactie
0,3 - 0,5
Veen
Zwakke olie-water reactie, zwakke carbolineum geur
B06
2,0
0,0 – 2,0
Veen
-
B07
2,0
0,1 - 1,5
Funderingslaag
Uiterst puin, geen olie-water reactie
B08
0,4
0,1 - 0,4
Funderingslaag
Volledig puin, geen olie-water reactie
B08a
1,8
0,2 - 1,5
Funderingslaag
Sterk puin, geen olie-water reactie
B09
1,5
0,1 - 0,5
Funderingslaag
Volledig puin, geen olie-water reactie
0,3 - 0,4
Asfalt
Volledig asfalt, geen olie-water reactie
0,4 - 0,5
Funderingslaag
Uiterst puin, geen olie-water reactie
0,5 - 0,5
Asfalt
Volledig asfalt, geen olie-water reactie
0,5 - 0,8
Funderingslaag
Sterk puin/slakkenhoudend, matig glas, geen olie-water reactie
0,8 - 1,0
Funderingslaag
Sterk grindhoudend, zwak puin, zwak glas, geen olie-water reactie
151446 - R-JOK/257
tabel 6: Overzicht zintuiglijke waarnemingen Boringnummer
Max. boordiepte
Diepte
(m -mv)
(m -mv)
B10
1,5
B11
1,5
B12
1,5
B13
1,5
(Grond)soort
Zintuiglijke waarneming
0,1 - 0,5
Funderingslaag
Volledig puin, geen olie-water reactie
0,1 - 0,7
Funderingslaag
Uiterst puin, geen olie-water reactie
0,1 - 0,4
Funderingslaag
Volledig puin, geen olie-water reactie
0,4 - 0,4
Asfalt
Volledig asfalt, geen olie-water reactie
0,4 - 1,0
Funderingslaag
Uiterst puin, geen olie-water reactie
0,0 - 0,4
Funderingslaag
Uiterst puin, zwakke olie-water reactie, zwakke brandstof geur
0,4 - 0,5
Asfalt
Volledig asfalt, geen olie-water reactie
0,5 - 0,7
Funderingslaag
Sterk puin, zwak glas, geen olie-water reactie
B14
1,5
0,1 - 0,5
Funderingslaag
Sterk puin, sterk repac, sporen glas, geen olie-water reactie
B14
1,5
0,1 - 0,5
Funderingslaag
Sterk puin, sterk repac, sporen glas, geen olie-water reactie
PB15
2,3
0,8 - 1,3
Funderingslaag
Sterk puin, matig textiel, matige olie-water reactie
B16
1,7
0,1 - 0,3
Funderingslaag
Volledig repac, geen olie-water reactie
0,3 - 1,4
Funderingslaag
Uiterst puin, geen olie-water reactie
B17
2,0
0,0 - 0,3
Veen
Sporen glas, matig puin, sporen plastic, geen olie-water reactie
0,3 - 0,5
Funderingslaag
Sterk slakken, matige olie-water reactie, matige carbolineum geur
B18
1,5
0,2 - 0,7
Funderingslaag
Sterk puin, sporen glas, geen olie-water reactie
0,7 - 1,1
Veen
Sporen baksteen, geen olie-water reactie
B19
1,5
0,0 – 1,5
Zand/Veen
-
B20
1,7
0,1 - 0,5
Funderingslaag
Sterk puin, geen olie-water reactie
0,5 - 0,6
Beton
Volledig beton
0,6 - 1,4
Funderingslaag
Sterk puin, geen olie-water reactie
Verhardingen Ter plaatse van de waterzijde (haven) is plaatselijk een betonverharding aanwezig. Verder op het terrein is voornamelijk een asfaltverharding aangetroffen. Op het zuidelijk terreindeel zijn meerdere asfalthoudende tussenlagen aangetroffen, deze zijn overlaagd met een funderingslaag en daarbovenop weer een asfaltverharding. Plaatselijk zijn onverharde terreingedeelten aanwezig (groenstroken). Funderingslagen Over het algemeen wordt onder de asfalt- en betonverhardingen een funderingslaag (grotendeels puinhoudend) aangetroffen tot een diepte van circa 0,5-1,5 m-mv. Het betreffen lagen welke volledig bestaan uit puin, plaatselijk met zwakke tot sterke bijmengingen met slakken, grind en/ of glas. Plaatselijk zijn in deze funderingslagen zwakke tot matige brandstof-, carbolineum- of oliegeuren waargenomen. In de opgeboorde funderingslagen zijn zintuiglijk geen (specifiek) asbestverdachte materialen aangetroffen.
151446 - R-JOK/257
Grond Onder de funderingslagen zijn over het algemeen in de veenhoudende ondergrond zintuiglijk geen bijmengingen met bodemvreemde materialen waargenomen. Plaatselijk (twee boringen) is, ter plaatse van de eerder aangetroffen geval van ernstige bodemverontreiniging met olieproducten, een matige tot sterke oliegeur waargenomen. Ter plaatse van het botenhuis is een zwakke carbolineumgeur waargenomen. Ter plaatse van de onverharde terreingedeelten (kleinschalige groenstroken) zijn in de bovengrond zwak tot matige bijmengingen met puinhoudend materiaal aangetroffen. In de opgeboorde grond zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen aangetroffen. 4.2.3
Meetgegevens grondwater De peilbuisgegevens en de grondwaterstand zijn in de onderstaande tabel weergegeven. tabel 7: Peilbuisgegevens en grondwaterstand Peilbuis (bemonsterings-
Filterstelling
Grondwaterstand
pH (-)
Ec (uS/cm)
Troebelheid (NTU)*
datum)
(m -mv)
(m -mv)
PB01 (16-09-2015)
1,5 - 2,5
PB02 (16-09-2015)
1,5 - 2,5
0,7
6,8
3630
93,5
0,7
6,8
1146
318
PB03 (16-09-2015)
1,2 - 2,2
0,3
6,9
2180
65,9
PB04 (21-09-2015)
1,0 – 2,0
0,11
7,8
1340
24
B05 (17-09-2015)
1,0 - 2,0
0,8
6,9
1490
53
B15 (17-09-2015)
1,3 - 2,3
0,8
6,8
1910
173
*: De NEN 5744 vermeldt t.a.v. troebelheid: Het beste monster wordt verkregen als het watermonster dezelfde helderheid heeft als het water zoals dat door natuurlijke krachten door de formatie beweegt. Dit zal veelal het geval zijn wanneer de troebelheid 10 NTU (Nephelometric Turbidity Unit) of lager is. Wanneer een hogere troebelheid dan 10 NTU geconstateerd wordt, kan toch monsterneming plaatsvinden. Pas met de interpretatie van de analyseresultaten kan worden beoordeeld of troebelheid een probleem vormt. Indien NTU-waarden >10 gemeten zijn, wordt in paragraaf 5.4 beoordeeld of troebelheid een probleem vormt.
De in de bovenstaande tabel opgenomen waarden voor de pH (zuurgraad) en EC (elektrische geleidbaarheid) zijn in het veld gemeten. De gemeten waarden kunnen als normaal worden beschouwd. De bovengenoemde grondwaterstand betreft de gemeten stijghoogte. De in de boorprofielen aangegeven grondwaterstanden betreft de inschatting van de grondwaterstand tijdens de boorwerkzaamheden. Bij de bemonstering van het grondwater zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging.
4.3
Uitvoering, monsterselectie en chemische analyses asfaltonderzoek De onderzochte asfaltverharding bestaat uit een homogeen wegvak zonder reparatieplekken of andere diversiteiten. Er zijn geen waarnemingen gedaan die hebben geleid tot een aanpassing van de onderzoeksopzet.
151446 - R-JOK/257
In totaal zijn 13 asfaltboringen verricht ter plaatse van de deellocatie 1 (De Plashoeve) en deellocatie 2 (parkeerplaats). De boorkernen zijn in eerste instantie onderzocht met behulp van een PAK-marker, zoals weergegeven in tabel 8. De resultaten van het PAK-marker onderzoek staan vermeld in bijlage 5. Ter plaatse van de boringen B10 (in de penetratielaag) en boring B14 (in de toplaag, DAB) is door middel van de PAK-marker teerhoudendheid aangetoond. In de overige boringen is geen teerhoudendheid aangetoond. Van de asfaltlagen waar bij het PAK-marker onderzoek geen teerhoudendheid is aangetoond, zijn mengmonsters samengesteld welke zijn onderzocht op het gehalte PAK met behulp van de GCMS-methode. Het aantal analyses is bepaald op basis van het Formulier Acceptatie Asfaltgranulaat (versie 4.2, april 2010). De monsters zijn ingezet op basis van het profiel/ de opbouw en de deellocaties van de boringen (zie tabel 9). tabel 8: Asfaltonderzoek, analyses PAK-marker (deellocaties 1 en 2) Locatie
Monster
Boring (diepte in cm)
Analyse
Resultaten
Baambrugse Zuwe 167
PB03-1
PB03 (0-5)
PAK-marker
Niet-teerhoudend
Vinkeveen, De Plashoeve,
B18-1
B18 (0-16)
PAK-marker
Niet-teerhoudend
Deellocatie 1 [800 m2]
B20-1
B20 (0-6)
PAK-marker
Niet-teerhoudend
Baambrugse Zuwe 167
PB04-1
PB04 (0-5)
PAK-marker
Niet-teerhoudend
Vinkeveen, Parkeerplaats,
B07-1
B07 (0-14)
PAK-marker
Niet-teerhoudend
Deellocatie 2 [3.400 m2]
B08a-1
B08a (0-20)
PAK-marker
Niet-teerhoudend
[opp. en gem. dikte asfalt*]
B09-1
B09 (0-5)
PAK-marker
Niet-teerhoudend
B10-1
B10 (0-10)
PAK-marker
Teerhoudend
B11-1
B11 (0-10)
PAK-marker
Niet-teerhoudend
B12-1
B12 (0-5)
PAK-marker
Niet-teerhoudend
B13-1
B13 (0-3)
PAK-marker
Niet-teerhoudend
B14-1
B14 (0-8)
PAK-marker
Teerhoudend
B16-1
B16 (0-12)
PAK-marker
Niet-teerhoudend
tabel 9: Asfaltonderzoek, analyses GCMS-onderzoek (deellocaties 1 en 2) Locatie
Resultaat PAK-marker
Mengmonster
Boring (diepte in mm)
Analyse
Niet-teerhoudend
ASF-DL1-1
PB03 (0-61)+B18 (0-100)+ B20
GCMS-analyse
[opp. en gem. dikte asfalt*] Deellocatie 1 (terrein De Plashoeve)
(0-69) (DAB-laag)
[800 m2, 9,5 cm.]
Niet-teerhoudend
ASF-DL1-2
B18 (100-153) (GAB-laag)
GCMS-analyse
Deellocatie 2 (parkeerterrein)
Niet-teerhoudend
ASF-DL2-1
B04 (0-58), B07 (0-85), B08a
GCMS-analyse
[3.400 m2, 9,5 cm.]
(0-128), B09 (0-68), B13(0-34), B16(0-121) (DAB-laag) Niet-teerhoudend
ASF-DL2-2
B11 (0-101)+B12 (0-76) (STAB-
Niet-teerhoudend
ASF-DL2-3
B07 (85-139)+B08a (128-175)
GCMS-analyse
laag) GCMS-analyse
(GAB-laag) Mengmonster overlaagde
Niet uitgevoerd
asfaltlagen, deellocatie 2
(betreft indicatief
(parkeerterrein)
onderzoek)
MM-ASF**
B09 (30-35), B09 (45-50), B12
GCMS-analyse
(35-40) en B13 (40-45)
*Aangegeven dikte is gemiddelde. De dikte van het asfalt varieert per boring. ** Betreft een mengmonster van diverse op diepte aangetroffen asfaltlagen. Dit betreft een indicatief onderzoek.
151446 - R-JOK/257
4.4
Monsterselectie en chemische analyses funderingsonderzoek Voor het bepalen van de kwaliteit en de hergebruiksmogelijkheden van de aangetroffen funderingslagen (niet zijnde grond) is het funderingsmateriaal tijdens het veldwerk bemonsterd. Van de funderingslaag en de plaatselijk afwijkende waarnemingen (zoals een oliegeur, carbolineumgeur e.d.), zijn in totaal vijf mengmonsters samengesteld. Dit staat weergegeven in tabel 10. Daarnaast zijn mengmonster samengesteld voor de analyse op asbest. Deze staan weergegeven in tabel 11. In het opgeboorde funderingsmateriaal zijn overigens geen asbestverdachte materialen aangetroffen. tabel 10: Overzicht monsterselectie en chemische analyses (samenstelling en uitloging) Monster
MMPU1
MM-SAM_PU2
Boringen en
Herkomst
Analyse op
diepte in cm –mv
/ bijzonderheden
PB03 (5-30), PB04 (5-50), B07 (60-
Sterk tot uiterst puinhoudende funderingslaag
Samenstelling +
110), B09 (50-80), B11 (50-70), B12
(globaal aanwezig op gehele onderzoekslocatie),
uitloging1)
(5-35), B12 (40-90), B14 (8-50), B18
plaatselijk zwak tot matige bijmengingen met
(16-70), B20 (6-30) en B20 (60-110)
glas, grind en/ of slakken
PB04 (50-100)
Plaatselijk waargenomen zwakke brandstofgeur in
Samenstelling
de puinhoudende funderingslaag MM-SAM_PU3
B13 (3-40)
Plaatselijk waargenomen zwakke brandstofgeur in
Samenstelling
de puinhoudende funderingslaag MM-SAM_PU4
B17 (30-50)
Plaatselijk waargenomen matige carbolineumgeur
Samenstelling
in de puinhoudende funderingslaag MM-SAM_PU5
B15 (80-130)
Plaatselijk waargenomen matige olie-waterreactie
Minerale olie
in de puinhoudende funderingslaag 1)
Samenstelling (Minerale olie, PAK en PCB) + uitloging (CEN-test met analyse op 15 metalen en 4 anionen)
tabel 11: Overzicht monsterselectie analyses asbest Monster
Boringen en
Herkomst
diepte in cm –mv
/ bijzonderheden
B09 en B12 (35-100)
Mengmonster van de puinhoudende funderingslaag onder de
Asbest in puin
(Mm02)
tweede asfaltlaag op het zuidelijke terreindeel
(NEN 5897)
B07, B08 en B16 (10-150)
Mengmonster van de puinhoudende funderingslaag onder de
Asbest in puin
(Mm03)
asfaltverharding op het centrale terreindeel
(NEN 5897)
B03 en B18 (5-70)
Mengmonster van de puinhoudende funderingslaag onder de
Asbest in puin
Mm04
asfaltverharding op het noordelijk terreindeel
(NEN 5897)
PB03-5
PB03 (50-100)
Separaat monster van de puinhoudende funderingslaag onder de
Asbest*
B13-5
B13 (50-70)
Separaat monster van de puinhoudende funderingslaag onder de
MM-ASB1
MM-ASB2
MM-ASB3
Analyse op
asfaltverharding op het noordelijk terreindeel Asbest*
asfaltverharding op het zuidelijk terreindeel * Kwantitatief onderzoek conform NEN 5896 uitgevoerd (aangezien te weinig monstermateriaal aanwezig is voor een analyse conform de NEN 5897).
151446 - R-JOK/257
4.5
Monsterselectie en chemische analyses milieuhygiënisch onderzoek Grond In relatie tot de doelstelling van het bodemonderzoek zijn bodemmonsters geselecteerd voor chemische analyses. De opdracht voor de chemische analyses is verstrekt aan het ISO 17025 geaccrediteerde laboratorium van Alcontrol. Het laboratorium is erkend, voor de ‘analyse milieuhygiënisch onderzoek’ (AS3000) en ‘analyse van bouwstoffen’ (AP04). De grond(meng)monsters zijn, voor de analyse op minerale olie, voorbehandeld met florisil om verstoring van de meting door aanwezigheid van humuszuren te minimaliseren. De grondmengmonsters zijn in het laboratorium samengesteld. Op basis van de veldwaarnemingen zijn grondmonsters geselecteerd en grondmengmonsters samengesteld ten behoeve van chemische analyses op de pakketten zoals weergegeven in de tabellen 12 (algemene bodemkwaliteit) en 13 (actualiserend onderzoek olieproducten, verdachte grondlagen en onderzoek boothuis). tabel 12: Overzicht selectie grondmonsters en chemische analyses grond algemene bodemkwaliteit Grond(meng)-
Boringen en diepte
monster
in cm –mv
MMBG1
B06 (0-50)
Grondsoort
Herkomst / bijzonderheden
Analyse op
Veen
Grondmonster veenhoudende
Standaard pakket
bovengrond, zintuiglijk onverdacht
grond1)
(groenstrook) MMBG2
B19 (0-50)
Zand
Grondmonster zandhoudende
Standaard pakket
bovengrond, zintuiglijk onverdacht
grond
(groenstrook) MMOG1
PB04 (100-150), B08a (150-180),
Veen
Grondmengmonster veenhoudende
Standaard pakket
ondergrond, zintuiglijk onverdacht
grond
Veen
Grondmengmonster veenhoudende
Standaard pakket
ondergrond, zintuiglijk onverdacht
grond
Veen
Grondmengmonster veenhoudende
Standaard pakket
ondergrond, zintuiglijk onverdacht
grond
B09 (100-150), B12 (100-150) en B14 (50-100) MMOG2
PB01 (100-150), PB02 (180-200),
MMOG3
B06 (50-100), B07 (150-200), B16
PB03 (190-220) en B18 (110-150)
(140-170) en B17 (100-150) 1)
Standaard pakket grond: Droogrest, lutum, organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood,
molybdeen, nikkel en zink); som-PCB; som- PAK; minerale olie (C10 - C40) incl. clean up.
151446 - R-JOK/257
tabel 13: Overzicht selectie grondmonsters analyses verificatie eerder aangetroffen verontreiniging en verdachte grondlagen Analyse-
Meetpunt
Grondsoort
Herkomst / bijzonderheden
Analyse op
PB01 (70-100)
Klei
Plaatselijk waargenomen sterke brandstofgeur tpv
Minerale olie (vluchtig),
de eerder aangetroffen geval van ernstige
Minerale olie (C10-C40) en
monster PB01-2
(steekbus)
bodemverontreiniging met olieproducten
BTEXN
PB02-1
PB02 (50-80)
Zand
Plaatselijk aangetroffen grondlaag met zwakke
Standaardpakket grond
PB02-3
PB02 (130-180)
Veen
Grondlaag ter hoogte van het grondwater tpv de
bijmengingen met puin Minerale olie (C10-C40)
eerder aangetroffen geval van ernstige bodemverontreiniging met olieproducten, geen oliewaarnemingen PB03-7
PB03 (140-190)
Grondlaag ter hoogte van het grondwater tpv de
Minerale olie (C10-C40)
eerder aangetroffen geval van ernstige bodemverontreiniging met olieproducten, geen oliewaarnemingen B05-1
B05 (0-30)
Zand
Bovengrond met zwakke bijmengingen met
Standaardpakket grond
baksteen, groenstrook B05-2
B05 (30-50)
Veen
(steekbus)
Verdachte grondlaag ter plaatse van het boothuis,
Minerale olie (vluchtig),
zwakke carbolineumgeur
Minerale olie (C10-C40), BTEXN en PAK
B17-1
B17 (0-30)
Veen
Bovengrond met matige bijmengingen met puin,
Standaardpakket grond
groenstrook B17-3
B18-4
B17 (50-100)
B18 (70-110)
Veen
Veen
Zintuiglijk schone grondlaag direct onder
Minerale olie (C10-C40) en
funderingslaag met een matige carbolineumgeur
PAK
Plaatselijk aangetroffen grondlaag met zwakke
Standaardpakket grond
bijmengingen met baksteen B20-9
B20 (140-170)
Veen
Grondlaag ter hoogte van het grondwater, geen
Minerale olie (C10-C40)
oliewaarnemingen De monsters die zijn ingezet op vluchtige stoffen zijn genomen met behulp van een steekbus.
Grondwater In relatie tot de doelstelling van het onderzoek zijn analyses op het grondwater uitgevoerd zoals weergegeven in de tabellen 14 (algemene bodemkwaliteit) en 15 (actualiserend onderzoek olieproducten en onderzoek boothuis). tabel 14: Overzicht uitgevoerde grondwateranalyses algemene bodemkwaliteit Peilbuis
Filterstelling in cm-mv
Herkomst / bijzonderheden
Analyse op
PB03
120-220
Freatisch grondwater noordelijk terreindeel
Standaard pakket grondwater1)
PB04
100-200
Freatisch grondwater noordelijk terreindeel
Standaard pakket grondwater
1)
Standaard pakket grondwater (AS3000): Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en
zink); minerale olie (C10 - C40); vluchtige aromatische koolwaterstoffen en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen.
151446 - R-JOK/257
tabel 15: Overzicht uitgevoerde grondwateranalyses verdachte deellocaties Peilbuis
Filterstelling in cm-mv
Herkomst / bijzonderheden
Analyse op
PB01
150-250
Grondwater tpv eerder aangetroffen geval van ernstige
Minerale olie + BTEXN
PB02
150-250
Grondwater tpv eerder aangetroffen geval van ernstige
PB05
100-200
Grondwater tpv het boothuis
Minerale olie + BTEXN + PAK
PB15
130-230
Grondwater tpv eerder aangetroffen geval van ernstige
Minerale olie + BTEXN
bodemverontreiniging met olieproducten Minerale olie + BTEXN
bodemverontreiniging met olieproducten
bodemverontreiniging met olieproducten
4.6
Toetsingskader asfalt De kwaliteitsbepaling van asfalt wordt uitgevoerd om vast te stellen of sprake is van teerhoudend of niet teerhoudend asfalt. De onderzoeksstrategie voor asfaltonderzoek wordt veelal ontleend aan het “Formulier Acceptatie Asfaltgranulaat t.a.v. Milieuhygiënische Eigenschappen” (versie 4.2, april 2010). Dit formulier is opgesteld op basis van CROW publicatie 210 (Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt) en de BRL 9320, d.d. 24-04-2009. Volgens het Besluit Bodemkwaliteit kan worden bepaald of asfalt wel of niet teerhoudend is. In afwijking op de niet-vormgegeven bouwstoffen hebben bitumenproducten en asfaltproducten een afwijkende maximale samenstellingswaarde waaraan moet worden voldaan. Hiervoor geldt een maximale samenstellingswaarde voor PAK van 75 mg/kg ds. Onder asfaltproducten wordt verstaan: asfalt, asfaltbeton, asfaltgranulaat en civieltechnisch functionele mengsels met asfaltgranulaat. Volgens het Besluit Bodemkwaliteit kan worden volstaan met het bepalen van de som-PAK. Gebleken is dat de individuele PAK’s de betreffende maximale waarden voor deze individuele PAK’s niet overschrijden, terwijl de kosten voor een dergelijke bepaling aanzienlijk kunnen zijn.
4.7
Toetsingskader indicatief funderingsonderzoek Voor de indicatieve toetsing van de hergebruiksmogelijkheden worden de maximale samenstellings- en emissiewaarden bouwstoffen gehanteerd (Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant nr. 247, d.d. 20 december 2007 en Wijziging Regeling Bodemkwaliteit, Staatscourant nr. 122, d.d. 27 juni 2008). Bouwstoffen worden in de volgende klassen ingedeeld: toepasbaar als vormgegeven bouwstoffen, niet toepasbaar als vormgegeven bouwstoffen en IBC-bouwstof. Gezien de wijze van monstername wordt opgemerkt dat de analyseresultaten slechts op indicatieve wijze aan het Besluit Bodemkwaliteit kunnen worden getoetst.
4.8
Toetsingskader milieukundig bodemonderzoek Wet bodembescherming De aan- of afwezigheid van bodemverontreiniging wordt bepaald door de overschrijding van de normwaarden van de onderzochte chemische stoffen.
151446 - R-JOK/257
Voor de toetsing van de bodemkwaliteit worden de streefwaarden grondwater en de interventiewaarden grond en grondwater gehanteerd volgens de Circulaire bodemsanering 2009. Daarnaast worden de achtergrondwaarden voor grond gehanteerd volgens de Regeling Bodemkwaliteit. De bodemtypecorrectie van de normwaarden voor de vaste bodem is gerelateerd aan het gehalte aan lutum en organische stof. Met deze toetsingswaarden worden richtwaarden aangegeven ter beoordeling van de milieuhygiënische toestand van de bodem. De interventiewaarde is de waarde, waarbij risico’s voor het milieu en de volksgezondheid aanwezig kunnen zijn. Indien de interventiewaarde wordt overschreden, is er mogelijk sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Volgens de Wet bodembescherming (Wbb) is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien voor tenminste één stof de gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m3 bodemvolume in het geval van een bodemverontreiniging, of 100 m 3 poriënverzadigd bodemvolume in het geval van grondwaterverontreiniging, hoger is dan de betreffende interventiewaarde. Voor een bodemverontreiniging met asbest is het volumecriterium voor het vaststellen van de ernst van het geval niet van toepassing, maar geldt alleen de overschrijding van de interventiewaarde.
Besluit Bodemkwaliteit Het Besluit bodemkwaliteit (BBK) bevat de milieuhygiënische regels voor het toepassen van steenachtige bouwstoffen, grond en baggerspecie op of in de bodem en in oppervlaktewater. Het Besluit bodemkwaliteit streeft naar een balans tussen de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu en ruimte voor maatschappelijke ontwikkelingen. Deze balans wordt duurzaam bodembeheer genoemd. In het Besluit bodemkwaliteit wordt onderscheid gemaakt tussen grond en baggerspecie, nietvormgegeven bouwstoffen (bijvoorbeeld: gebroken puin, grind en dergelijke) en vormgegeven bouwstoffen (bijvoorbeeld: klinkers, dakpannen en dergelijke). De milieuhygiënische randvoorwaarden voor het toepassen van bouwstoffen zijn afhankelijk van de mate waarin verontreinigende stoffen in de bouwstof voorkomen (samenstelling) en de mate waarin verontreinigende stoffen uit de bouwstof (uitloging = emissie) in de bodem / het oppervlaktewater terecht kunnen komen. Voor de toetsing van de hergebruiksmogelijkheden worden de normwaarden voor het toepassen van grond of baggerspecie op of in de bodem gehanteerd volgens de Regeling bodemkwaliteit. Grond en baggerspecie worden in de volgende klassen ingedeeld: altijd toepasbaar, klasse wonen, klasse industrie en niet toepasbaar.
151446 - R-JOK/257
5
TOETSING EN INTERPRETATIE
5.1
Asfaltonderzoek De resultaten van het PAK-marker en GCMS-onderzoek zijn weergegeven in het analysecertificaat in bijlage 3. Een samenvatting van de resultaten van de GCMS-analyses is in tabel 16 weergegeven. De certificaten van het asfaltonderzoek zijn opgenomen in bijlage 3. tabel 16: Overzicht resultaten asfaltonderzoek Locatie
Resultaat PAK-marker
Mengmonster
Boring (diepte in mm)
*
[opp. en gem. dikte asfalt ]
Resultaat PAK (GCMS) (mg/kg d.s.)
Deellocatie 1 (terrein De
Niet-teerhoudend
ASF-DL1-1
PB03 (0-61)+B18 (0-
[800 m2, 9,5 cm.]
Niet-teerhoudend
ASF-DL1-2
B18 (100-153) (GAB-laag)
<10
Deellocatie 2
Niet-teerhoudend
ASF-DL2-1
B04 (0-58), B07 (0-85), B08a
<10
Plashoeve)
<10
100)+B20 (0-69) (DAB-laag)
(parkeerterrein) [3.400 m2,
(0-128), B09 (0-68), B13(0-
9,5 cm.]
34), B16(0-121) (DAB-laag) Niet-teerhoudend
ASF-DL2-2
B11 (0-101)+B12 (0-76)
Niet-teerhoudend
ASF-DL2-3
B07 (85-139)+B08a (128-
<10
(STAB-laag) <10
175) (GAB-laag) Mengmonster overlaagde
Niet uitgevoerd (betreft
asfaltlagen, deellocatie 2
indicatief onderzoek)
MM-ASF**
B09 (30-35), B09 (45-50),
<10
B12 (35-40) en B13 (40-45)
(parkeerterrein) * de gemiddelde dikte van de asfaltverharding is bepaald op basis van de boorstaten (zie bijlage 3)
Ter plaatse van de boringen B10 (in de penetratielaag, 100-130 mm) en boring B14 (in de toplaag 0-25 mm; DAB) is door middel van de PAK-marker teerhoudendheid aangetoond. In de overige boringen is geen teerhoudendheid aangetoond tijdens het PAK-markeronderzoek en de GCMS-analyses.
5.2
Indicatief funderingsonderzoek In de overschrijdingstabellen in bijlage 6 zijn de resultaten van het funderingsonderzoek getoetst. Een overzicht van de onderzoeksresultaten zijn in de tabellen 17 en 18 weergegeven. In bijlage 4 zijn de analysecertificaten van het funderingsonderzoek opgenomen. De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 6.
151446 - R-JOK/257
tabel 17: Resultaten funderingsonderzoek Monster
MMPU1
Boringen en
Herkomst
Resultaten samenstelling en
diepte in cm –mv
/ bijzonderheden
uitloging
PB03 (5-30), PB04 (5-50), B07
Sterk tot uiterst puinhoudende funderingslaag
IBC-bouwstof (op basis van
(60-110), B09 (50-80), B11
(globaal aanwezig op gehele onderzoekslocatie),
antimoon)
(50-70), B12 (5-35), B12 (40-
plaatselijk zwak tot matige bijmengingen met
90), B14 (8-50), B18 (16-70),
glas, grind en/ of slakken
B20 (6-30) en B20 (60-110) MM-SAM_PU2
PB04 (50-100)
Plaatselijk waargenomen zwakke brandstofgeur
IBC-bouwstof (op basis van
in de puinhoudende funderingslaag
antimoon)*
MM-SAM_PU3
B13 (3-40)
Plaatselijk waargenomen zwakke brandstofgeur
Niet toepasbaar (o.b.v. minerale
in de puinhoudende funderingslaag
olie)
Plaatselijk waargenomen matige carbolineum-
Niet toepasbaar (o.b.v. minerale
geur in de puinhoudende funderingslaag
olie)
Plaatselijk waargenomen matige olie-
Niet toepasbaar (o.b.v. minerale
waterreactie in de puinhoudende funderingslaag
olie)
MM-SAM_PU4
MM-SAM_PU5
B17 (30-50)
B15 (80-130)
* Zie resultaten van het mengmonster MMPU1, dit monster geldt als referentie voor de puinhoudende funderingslaag. Monster MMSAM-PU2 is alleen ingezet op samenstelling vanwege het waarnemen van een zwakke brandstofgeur. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt aangenomen dat dit monster ook als IBC-bouwstof wordt ingeschat (toetsresultaat was: toepasbaar). tabel 18: Resultaten funderingsonderzoek (asbest) Monster
MM-ASB1
Boringen en
Herkomst
diepte in cm –mv
/ bijzonderheden
Mm02 35 - 100
Mengmonster van de puinhoudende funderingslaag
Resultaten asbestanalyses
<2 mg/kg d.s. (niet aangetoond)
onder de tweede asfaltlaag op het zuidelijke terreindeel MM-ASB2
Mm03 10 - 150
Mengmonster van de puinhoudende funderingslaag
<2 mg/kg d.s. (niet aangetoond)
onder de asfaltverharding op het centrale terreindeel MM-ASB3
Mm04 5
- 70
Mengmonster van de puinhoudende funderingslaag
<2 mg/kg d.s. (niet aangetoond)
onder de asfaltverharding op het noordelijk terreindeel PB03-5
PB03 (50-100)
Separaat monster van de puinhoudende funderingslaag
- (niet aangetoond)
onder de asfaltverharding op het noordelijk terreindeel B13-5
B13 (50-70)
Separaat monster van de puinhoudende funderingslaag
- (niet aangetoond)
onder de asfaltverharding op het zuidelijk terreindeel
Het samengestelde mengmonster van de puinhoudende funderingslaag (MMPU1) wordt indicatief geclassificeerd als IBC-bouwstof. De overige mengmonsters ter plaatse van de lokaal waargenomen olie- of carbolineumgeuren (B13, B15 en B17) worden op basis van de samenstelling indicatief geclassificeerd als niet-toepasbaar. In de onderzochte funderingsmonsters is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetoond. Over het algemeen wordt onder de asfalt- en betonverhardingen een funderingslaag (grotendeels puinhoudend) aangetroffen tot een diepte van circa 0,5-1,5 m-mv.
151446 - R-JOK/257
5.3
Milieukundig bodemonderzoek
5.3.1
Toetsing en interpretatie analyseresultaten grond In de tabellen 19 en 20 zijn de analyseresultaten van het milieukundig bodemonderzoek weergegeven. De gemeten waarden zijn getoetst aan de (gecorrigeerde) normwaarden voor grond zoals in het toetsingskader van milieukundig bodemonderzoek omschreven. In bijlage 5 zijn de analysecertificaten van het grondonderzoek opgenomen. De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 8.
tabel 19: Overschrijdingstabel grond, algemene bodemkwaliteit Grond(meng)-
Boringen en diepte in cm –mv
Herkomst / bijzonderheden
Resultaten C.B.
Resultaten BBK
B06 (0-50)
Grondmonster veenhoudende
>T: koper en zink
Klasse Industrie
bovengrond, zintuiglijk
>AW: cadmium, kwik, lood,
monster MMBG1
MMBG2
MMOG1
MMOG2
onverdacht (groenstrook)
molybdeen, nikkel, PAK en PCB
Grondmonster zandhoudende
>T: zink
bovengrond, zintuiglijk
>AW: cadmium, koper, kwik, lood,
onverdacht (groenstrook)
molybdeen, nikkel, PAK en PCB
PB04 (100-150), B08a (150-180),
Grondmengmonster
>AW: kwik, lood en molybdeen
Klasse Wonen
B09 (100-150), B12 (100-150) en
veenhoudende ondergrond,
Klasse Industrie
B19 (0-50)
B14 (50-100)
zintuiglijk onverdacht
PB01 (100-150), PB02 (180-200),
Grondmengmonster
>AW: kwik, lood, molybdeen, zink
PB03 (190-220) en B18 (110-150)
veenhoudende ondergrond,
en minerale olie
Klasse Industrie
zintuiglijk onverdacht MMOG3
B06 (50-100), B07 (150-200), B16
Grondmengmonster
(140-170) en B17 (100-150)
veenhoudende ondergrond,
>AW: kwik, lood en molybdeen
Klasse Wonen
zintuiglijk onverdacht Legenda: C.B.: toetsing aan Circulaire bodemsanering // BBK: indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit Generieke toetsing:
I = interventiewaarde, T = tussenwaarde, AW: Achtergrondwaarde, - = geen overschrijdingen boven de tussenwaarde
Kleuren (resultaten) : <groen>: < Achtergrondwaarde // <lichtgroen>: > Achtergrondwaarde // <oranje>: >Tussenwaarde // <rood>: > Interventiewaarde
151446 - R-JOK/257
tabel 20: Overschrijdingstabel grond, verificatie eerder aangetroffen verontreiniging en verdachte grondlagen Analyse-
Meetpunt
Herkomst / bijzonderheden
Resultaten C.B.
PB01 (70-100)
Plaatselijk waargenomen sterke brandstofgeur tpv de eerder
>I: minerale olie
monster PB01-2
aangetroffen geval van ernstige bodemverontreiniging met olieproducten PB02-1
PB02 (50-80)
Plaatselijk aangetroffen grondlaag met zwakke bijmengingen met
>I: koper en zink
puin
>T: lood >AW: cadmium, kobalt, molybdeen, nikkel en PAK
PB02-3
PB02 (130-180)
Grondlaag ter hoogte van het grondwater tpv de eerder aangetroffen
-
geval van ernstige bodemverontreiniging met olieproducten, geen oliewaarnemingen PB03-7
PB03 (140-190)
Grondlaag ter hoogte van het grondwater tpv de eerder aangetroffen
-
geval van ernstige bodemverontreiniging met olieproducten, geen oliewaarnemingen B05-1
B05 (0-30)
Bovengrond met zwakke bijmengingen met baksteen, groenstrook
>I: koper, lood, nikkel, zink, PAK en PCB >AW: cadmium, kobalt, kwik, molybdeen en minerale olie
B05-2
B05 (30-50)
Verdachte grondlaag ter plaatse van het boothuis, zwakke
>AW: PAK en minerale olie
carbolineumgeur B17-1
B17 (0-30)
Bovengrond met matige bijmengingen met puin, groenstrook
>I: koper, lood, en zink >T: nikkel >AW: cadmium, kobalt, kwik molybdeen
B17-3
B17 (50-100)
Zintuiglijk schone grondlaag direct onder funderingslaag met een
>AW: PAK
B18-4
B18 (70-110)
Plaatselijk aangetroffen grondlaag met zwakke bijmengingen met
>I: lood, nikkel en zink
baksteen
>T: koper
matige carbolineumgeur
>AW: cadmium, kwik en molybdeen B20-9
B20 (140-170)
Grondlaag ter hoogte van het grondwater, geen oliewaarnemingen
-
C.B.: toetsing aan Circulaire bodemsanering: I = interventiewaarde, T = tussenwaarde, AW: Achtergrondwaarde, - = geen overschrijdingen boven de tussenwaarde Kleuren (resultaten) : <groen>: < Achtergrondwaarde // <lichtgroen>: > Achtergrondwaarde // <oranje>: >Tussenwaarde // <rood>: > Interventiewaarde
Algemene bodemkwaliteit en boothuis De onderzoekslocatie is grotendeels verhard door middel van een asfaltverharding en onderliggend funderingsmateriaal tot een diepte van circa 1,0 tot 1,5 m-mv. Plaatselijk zijn groenstroken aanwezig, hier is wel grond aanwezig. Ter plaatse van deze groenstroken zijn in de bovengrond matige tot sterke verontreinigingen aangetroffen met diverse zware metalen. Deze sterke verontreinigingen met zware metalen zijn ook aangetroffen in de ondergrond onder de aanwezige asfaltverharding en fundering. De aangetroffen sterk verhoogde gehalten zijn grotendeels te relateren aan de waargenomen bijmengingen met puin en baksteen.
151446 - R-JOK/257
Op de overige terreingedeelten (buiten de verdachte deellocatie, de eerder aangetroffen sterke verontreiniging met olieproducten) zijn in de zintuiglijk onverdachte veenhoudende ondergrond, welke overal wordt aangetroffen onder de verhardingsconstructies, zijn maximaal licht verhoogde gehalten aangetroffen met zware metalen en minerale olie. De aangetroffen sterke verontreinigingen lijken zich voornamelijk te concentreren rond de verdachte deellocatie. Ter plaatse van het boothuis zijn in de bovengrond sterk verhoogde gehalten aangetroffen met meerdere zware metalen, PAK en PCB. In de onderliggende grondlaag waar een zwakke carbolimeumgeur is waargenomen zijn maximaal licht verhoogde gehalten met PAK en minerale olie gemeten. Opgemerkt wordt dat deze grondlaag niet is onderzocht op zware metalen. De aangetroffen sterk verhoogde gehalten zijn grotendeels te relateren aan de waargenomen bijmengingen met puin welke ook worden aangetroffen ter plaatse van de nabijgelegen verdachte deellocatie. Op basis van de onderzoeksresultaten bestaat het vermoeden dat 25 m 3 sterk verontreinigd is met zware metalen en daarmee sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De verontreiniging met zware metalen is nog niet volledig in kaart gebracht. Nader bodemonderzoek wordt noodzakelijk geacht.
Op basis van de indicatieve toetsing van de grond aan het Besluit bodemkwaliteit wordt de veenhoudende grond welke onder de verhardingsconstructies aanwezig is over het algemeen indicatief geclassificeerd als kwaliteitsklasse ‘klasse Industrie’ dan wel (plaatselijk) ‘klasse Wonen’. De aangetroffen matig tot sterk verontreinigde grond is niet herbruikbaar. Om de definitieve toepasbaarheid te bepalen dient, indien de veenhoudende grond extern wordt hergebruikt, te worden gekeurd conform het Besluit Bodemkwaliteit (AP04). Verificatie eerder aangetroffen verontreiniging met olieproducten Ter plaatse van de het terreingedeelte waar tijdens de onderzoeken uit 1995 en 1997 sterk verhoogde gehalten met olieproducten zijn plaatselijk wederom sterk verhoogde gehalten met minerale olie gemeten. De sterke verontreiniging met minerale olie lijkt zich voornamelijk te bevinden op het noordelijk terreingedeelte van de verdachte deellocatie. De aanwezigheid van sterke verontreinigingen met minerale olie zijn hiermee bevestigd. De omvang van het geval van ernstige bodemverontreiniging, de afbraak en de verplaatsing van de verontreinigingen met olieproducten dienen nader in kaart te worden gebracht middels een nader onderzoek (ook inpandig). 5.3.2
Toetsing en interpretatie analyseresultaten grondwater In relatie tot de doelstelling van het onderzoek zijn analyses op het grondwater uitgevoerd zoals weergegeven in de tabellen 21 en 22. tabel 21: Overschrijdingstabel grondwateranalyses algemene bodemkwaliteit Peilbuis
Filterstelling
Herkomst / bijzonderheden
Toetsing Circulaire bodemsanering
PB03
120-220 cm-mv
Freatisch grondwater noordelijk terreindeel
>T: barium; >AW: molybdeen
PB04
100-200 cm-mv
Freatisch grondwater noordelijk terreindeel
>AW: barium en naftaleen
>I: overschrijding van de interventiewaarde, >S: overschrijding van de streefwaarde, - = geen overschrijdingen
151446 - R-JOK/257
tabel 22: Overschrijdingstabel grondwater analyses verificatie verdachte deellocaties Peilbuis
Filterstelling
Herkomst / bijzonderheden
Toetsing Circulaire bodemsanering
PB01
150-250 cm-mv
Grondwater tpv eerder aangetroffen geval van
>AW: naftaleen en minerale olie
PB02
150-250 cm-mv
Grondwater tpv eerder aangetroffen geval van
PB05
100-200 cm-mv
Grondwater tpv het boothuis
ernstige bodemverontreiniging met olieproducten -
ernstige bodemverontreiniging met olieproducten >I: fluoranteen, benzo(a)antraceen, chryseen, benzo(k)fluoranteen, benzo(a)pyreen, benzo(ghi)peryleen en indeno(1,2,3-cd)pyreen (individuele parameters PAK) >AW: naftaleen, fenantreen en antraceen PB15
130-230 cm-mv
Grondwater tpv eerder aangetroffen geval van
>AW: naftaleen en minerale olie
ernstige bodemverontreiniging met olieproducten >I: overschrijding van de interventiewaarde, >S: overschrijding van de streefwaarde, - = geen overschrijdingen
Algemene grondwaterkwaliteit en boothuis Ter plaatse van het onderzochte grondwater ten behoeve van de algemene bodemkwaliteit zijn plaatselijk matig verhoogde concentraties aangetroffen met barium. Er bestaat op basis van de onderzoeksresultaten niet het vermoeden dat de aangetroffen matig verhoogde concentratie met barium specifiek te relateren is aan de onderzoekslocatie. Verwacht wordt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie de concentraties met barium van nature verhoogd zijn. Ter plaatse van het boothuis zijn sterke verontreinigingen met diverse separate parameters aan PAK aangetroffen. De aangetroffen sterk verhoogde sterk verhoogde concentraties zijn op basis van de onderzoeksresultaten te relateren aan het boothuis (en de bijbehorende activiteiten). De verontreiniging is nog niet volledig in kaart gebracht en betreft mogelijk een geval van ernstige bodemverontreiniging. Verificatie eerder aangetroffen verontreiniging met olieproducten Ter plaatse van de het terreingedeelte waar tijdens de onderzoeken uit 1995 en 1997 sterk verhoogde gehalten met olieproducten zijn maximaal licht verhoogde concentraties met minerale olie en naftaleen gemeten. Mogelijk zijn de concentraties met minerale olie en benzeen afgenomen ten opzichte van voorgaande onderzoeken. Een andere mogelijkheid is dat de verontreinigingen zich hebben verplaatst.
De omvang, afbraak en de verplaatsing van de verontreinigingen met olieproducten dienen nader in kaart te worden gebracht middels een nader onderzoek (ook inpandig).
151446 - R-JOK/257
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Onderhavig milieuhygiënisch onderzoek (asfalt, funderingsmateriaal en de bodem) is uitgevoerd met het oog op de voorgenomen herontwikkeling op de onderzoekslocatie. Met name de lagen tot een diepte van circa 1,0 m-mv zijn hierbij interessant met het oog op het werken met het asfalt, funderingsmateriaal en de grond en de bepaling van de hergebruiksmogelijkheden van de vrijkomende materialen. Zintuiglijke waarnemingen Ter plaatse van de waterzijde (haven) is plaatselijk een betonverharding aanwezig. Verder op de onderzoekslocatie is voornamelijk een asfaltverharding aangetroffen. Op het zuidelijk terreindeel zijn meerdere asfalthoudende tussenlagen aangetroffen, deze zijn overlaagd met een funderingslaag en daarbovenop weer een asfaltverharding. Plaatselijk zijn onverharde terreingedeelten aanwezig (groenstroken). Over het algemeen wordt onder de asfalt- en betonverhardingen een funderingslaag (grotendeels puinhoudend) aangetroffen tot een diepte van circa 0,5-1,5 m-mv. Het betreffen lagen welke volledig bestaan uit puinhoudend, plaatselijk met zwak tot sterke bijmengingen met slakken, grind en/ of glas. Plaatselijk zijn in deze funderingslagen zwakke tot matige brandstof-, carbolineum- of oliegeuren waargenomen. In de opgeboorde funderingslagen zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen aangetroffen.