Bijlage 11.2 Was wordt lijst Verordening Liggeld woonschepen 2024
Tekst van het document
Verordening 2023
Concept verordening 2024
Verordening op de heffing en invordering van liggeld voor woonschepen 2023 Geldend van 24-12-2022 t/m heden Intitulé Verordening op de heffing en invordering van liggeld voor woonschepen 2023 De raad van de gemeente De Ronde Venen;
Verordening op de heffing en invordering van liggeld voor woonschepen 2024 Geldend van … 2023 t/m heden Intitulé Verordening op de heffing en invordering van liggeld voor woonschepen 2024 De raad van de gemeente De Ronde Venen;
Was
Wordt
2023 24-12-2022
2024 … 2023
2023
2024
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet; Gemeentewet; besluit: besluit: vast te stellen de volgende verordening: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van liggeld voor woonschepen Verordening op de heffing en invordering van liggeld voor woonschepen 2023 2024 2023 Artikel 1 Begripsomschrijvingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: onder woonschip: een vaartuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk als woning wordt woonschip: een vaartuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk als woning wordt - gebruikt of daartoe is bestemd; a. gebruikt of daartoe is bestemd; - kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december. b. kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december. Artikel 2 Belastbaar feit en tarief Artikel 2 Belastbaar feit en tarief Voor het innemen van een ligplaats met een woonschip in openbaar water wordt een recht geheven van € 25,00 per maand of gedeelte van een Voor het innemen van een ligplaats met een woonschip in openbaar water 1. maand. 1.
wordt een recht geheven van € ... per maand of gedeelte van een maand. 2. Per kalenderjaar is niet meer verschuldigd dan € 240,00. 2. Per kalenderjaar is niet meer verschuldigd dan € .... De rechten zijn slechts verschuldigd voor elke maand of gedeelte van een maand waarmee het verblijf in bedoeld openbaar water binnen deze gemeente een termijn van veertien al dan niet achtereenvolgende 3. dagen te boven gaat. Artikel 3 Belastingplicht
2024 onder: a. b.
De rechten zijn slechts verschuldigd voor elke maand of gedeelte van een maand waarmee het verblijf in bedoeld openbaar water binnen deze gemeente een termijn van veertien al dan niet achtereenvolgende 3. dagen te boven gaat. Artikel 3 Belastingplicht 1.
De precariobelasting, bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die de ligplaats inneemt. Als degene die de ligplaats inneemt, wordt aangemerkt de houder van een ligplaatsvergunning, en bij gebreke van een ligplaatsvergunning de hoofdbewoner van het woonschip. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt wordt naar de omstandigheden beoordeeld.
Het recht wordt geheven van degene die de ligplaats inneemt.
Lid 1 / De precariobelasting, bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die de ligplaats inneemt. Als degene die de ligplaats inneemt, wordt aangemerkt de houder van een ligplaatsvergunning, en bij gebreke van een ligplaatsvergunning de hoofdbewoner van het woonschip. Wie als Het recht wordt geheven van degene die de hoofdbewoner wordt aangemerkt wordt ligplaats inneemt. naar de omstandigheden beoordeeld.
2.
Artikel 4 Wijze van heffing
Bij gebreke van een vergunninghouder dan wel hoofdbewoner, wordt de precariobelasting geheven van de eigenaar van het woonschip. Artikel 4 Wijze van heffing
Lid 2 / Bij gebreke van een vergunninghouder dan wel hoofdbewoner, wordt de precariobelasting geheven van de eigenaar van het woonschip.
Het recht wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 5 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Ontstaan belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Het recht wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 5 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Ontstaan belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het 1. belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na de aanvang van tijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na de aanvang van 2. de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat belastingtijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, voor dat belastingtijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Het verzoek om ontheffing dient binnen zes weken na de 3. overblijven. opgetreden wijziging te zijn ingediend. overblijven. Artikel 7 Termijnen van betaling Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een kennisgeving worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste kennisgeving worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van de kennisgeving is vermeld, en de tweede twee maanden dagtekening van de kennisgeving is vermeld, en de tweede twee maanden later. later. 2.
In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 10.000,00 en zolang de aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 10.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door een automatische betalingsincasso van de verschuldigde bedragen door een automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen opeenvolgende gelijke, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen opeenvolgende gelijke, met uitzondering van kleine afrondingsverschillen, maandelijkse termijnen. met uitzondering van kleine afrondingsverschillen, maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. leden gestelde termijnen. Artikel 8 Kwijtschelding Ter zake de belasting, zoals bedoeld in deze verordening, wordt geen kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 verleend. Artikel 8 Overgangsrecht en inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die 1. van de bekendmaking.
Artikel 9 Overgangsrecht en inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die 1. van de bekendmaking.
Artikel 8
overblijven. Het verzoek om ontheffing dient binnen zes weken na de opgetreden wijziging te zijn ingediend.
Artikel 8 Kwijtschelding Ter zake de belasting, zoals bedoeld in deze verordening, wordt geen kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 verleend. Artikel 9
De ‘Verordening liggeld woonschepen 2022’ wordt ingetrokken met ingang De ‘Verordening liggeld woonschepen 2023’ wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich 2. voor die datum hebben voorgedaan. 2. voor die datum hebben voorgedaan. 2022 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 2023 Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening liggeld woonschepen Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening liggeld woonschepen 4. 2023. 4. 2024. 2023 Ondertekening Aldus door de raad vastgesteld in de openbare vergadering van 20 december 2022. voorzitter griffier
2023 2024 2024
Ondertekening Aldus door de raad vastgesteld in de openbare vergadering van [datum] De voorzitter, De griffier,
20 december 2022 voorzitter griffier
[datum] De voorzitter, De griffier,